<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272462_8</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verontreinigingsheffing Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wsb 2016/10209</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verontreinigingsheffing Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 110</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 113</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0025458">Waterwet, hoofdstuk 7</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 11 lid 2, 21</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1132822</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën – belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening verontreinigingsheffing Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2009.</al><al>De datum met ingang waarvan deze wijziging in aanmerking wordt genomen is 1 januari 2017.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-61435</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-61436</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verontreinigingsheffing Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden; </al><al>Gelet op het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden van 3 november 2009 met
                        nummer Bel/09.176; </al><al>Gelet op het advies van de commissie BMZ; </al><al>Gelet op de artikelen 110, en 113 van de Waterschapswet en hoofdstuk 7 van
                        de Waterwet. </al><al><vet>BESLUIT</vet>: </al><al>de Verordening verontreinigingsheffing Hoogheemraadschap De Stichtse
                        Rijnlanden 2010 als volgt vast te stellen:</al><al/><al><vet>Inhoud</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><lid><lidnr/><al>Deze verordening verstaat onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H120185_0_1_1_1_"> oppervlaktewaterlichaam:
                                    samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend
                                    water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende
                                    bodem en oevers, flora en fauna ten aanzien waarvan het
                                    waterschap ingevolge artikel 3.2 van de Waterwet is aangewezen
                                    als beheerder, met uitzondering van de gronden die ingevolge
                                    artikel 3.1 of 3.2 van de Waterwet zijn aangewezen als drogere
                                    oevergebieden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H120185_0_1_1_2_"> stoffen: de stoffen genoemd in
                                    artikel 9 van deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H120185_0_1_1_3_"> lozen: het brengen van stoffen in
                                    een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het waterschap;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H120185_0_1_1_4_"> woonruimte: een ruimte die blijkens
                                    haar inrichting bestemd is om als een afzonderlijk geheel te
                                    voorzien in woongelegenheid en waarvan de delen blijkens de
                                    inrichting van die ruimte niet bestemd zijn om afzonderlijk in
                                    gebruik te worden gegeven;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H120185_0_1_1_5_"> bedrijfsruimte: een naar zijn of
                                    haar aard en inrichting als afzonderlijk geheel te beschouwen
                                    ruimte of terrein, niet zijnde een woonruimte, een
                                    zuiveringtechnisch werk of een openbaar vuilwaterriool;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al id="anker-H120185_0_1_1_6_"> openbaar vuilwaterriool: een
                                    voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk
                                    afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die
                                    door een gemeente met het beheer is belast;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al id="anker-H120185_0_1_1_7_"> zuiveringtechnisch werk: een werk
                                    voor het zuiveren van stedelijk afvalwater, in exploitatie bij
                                    een waterschap of gemeente, dan wel een rechtspersoon die door
                                    het bestuur van een waterschap met de zuivering van stedelijk
                                    afvalwater is belast, met inbegrip van het bij dat werk
                                    behorende werk voor het transport van stedelijk afvalwater;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al id="anker-H120185_0_1_1_8_"> stedelijk afvalwater: huishoudelijk
                                    afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater,
                                    afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al> de ambtenaar belast met de heffing: </al><al>de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar, bedoeld in
                                    artikel 123, derde lid, onderdeel b, van de Waterschapswet, </al><al>de door de dagelijkse besturen van twee of meer waterschappen
                                    aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 124, derde lid,
                                    onderdeel a, van de Waterschapswet of </al><al>de krachtens of bij gemeenschappelijke regeling aangewezen
                                    ambtenaar van een openbaar lichaam, bedoeld in artikel 124,
                                    vijfde lid, onderdeel a, van de Waterschapswet;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al id="anker-H120185_0_1_1_10_"> watersysteem: het watersysteem
                                    zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de
                                    Waterschapswet;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al id="anker-H120185_0_1_1_11_"> drinkwater: drinkwater als bedoeld
                                    in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al id="anker-H120185_0_1_1_12_"> ingenomen water: geleverd drink–
                                    en industriewater, warm tapwater, onttrokken grond– en
                                    oppervlaktewater en opgevangen hemelwater;</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al id="anker-H120185_0_1_1_13_"> drinkwaterbedrijf:
                                    drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de
                                    Drinkwaterwet; </al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al id="anker-H120185_0_1_1_14_"> warm tapwater: warm tapwater als
                                    bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Bijlagen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Bij deze verordening behoren de volgende bijlagen: </al><al>- Bijlage I: voorschriften voor meting, bemonstering, analyse en
                                berekening; </al><al>- Bijlage II: tabel afvalwatercoëfficiënten zoals opgenomen in
                                artikel 122k, derde lid, van de Waterschapswet.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Belastbaar feit en heffingsplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H120185_0_3_3_15_"> Onder de naam
                                    verontreinigingsheffing wordt een directe belasting geheven ter
                                    zake van lozen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H120185_0_3_3_16_"> Aan de heffing worden
                                    onderworpen:</al><lijst><li nr="a."><al>ter zake van het lozen vanuit een woonruimte of een
                                            bedrijfsruimte: degene die het gebruik heeft van die
                                            ruimte; </al></li><li nr="b."><al>ter zake van het lozen met behulp van een riolering of
                                            van een zuiveringtechnisch werk: degene bij wie die
                                            riolering of dat zuiveringtechnisch werk in beheer is;
                                        </al></li><li nr="c."><al>ter zake van het lozen anders dan bedoeld onder a of b:
                                            degene die loost. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H120185_0_3_3_17_"> Voor de toepassing van het tweede
                                    lid onder a, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik van een woonruimte door de leden van een
                                            huishouden aangemerkt als gebruik door het door de
                                            ambtenaar belast met de heffing aangewezen lid van dat
                                            huishouden; </al></li><li nr="b."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een
                                            bedrijfsruimte in gebruik is gegeven, aangemerkt als
                                            gebruik door degene die het deel in gebruik heeft
                                            gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven is
                                            bevoegd de heffing als zodanig te verhalen op degene aan
                                            wie dat deel in gebruik is gegeven; </al></li><li nr="c."><al>het ter beschikking stellen van een woonruimte of
                                            bedrijfsruimte voor volgtijdig gebruik aangemerkt als
                                            gebruik door degene die die ruimte ter beschikking heeft
                                            gesteld; degene die de ruimte ter beschikking heeft
                                            gesteld is bevoegd de heffing als zodanig te verhalen op
                                            degene aan wie de ruimte ter beschikking is gesteld.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H120185_0_3_3_18_"> De opbrengst van de
                                    verontreinigingsheffing komt ten goede aan de bekostiging van
                                    het beheer van het watersysteem door het waterschap.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Vrijstellingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><al>Van de verontreinigingsheffing zijn vrijgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>het lozen met behulp van een openbaar vuilwaterriool; </al></li><li nr="b."><al>het lozen vanuit een zuiveringstechnisch werk door het
                                        waterschap zelf; </al></li><li nr="c."><al>het lozen van stoffen afkomstig vanuit een
                                        zuiveringstechnisch werk anders dan door het waterschap
                                        zelf, mits de hoeveelheid stoffen niet is toegenomen. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsevenredigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H120185_0_5_5_19_"> De heffing ter zake van
                                    woonruimten en van bedrijfsruimten als bedoeld in artikel 18 is
                                    verschuldigd bij het begin van het heffingsjaar of, zo dit later
                                    is, bij de aanvang van de heffingsplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H120185_0_5_5_20_"> Indien ter zake van woonruimten de
                                    heffingsplicht als bedoeld in het eerste lid in de loop van het
                                    heffingsjaar aanvangt, is de heffing verschuldigd voor zoveel
                                    twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting
                                    als er in dat jaar, na de aanvang van de heffingsplicht, nog
                                    volle kalendermaanden overblijven. Indien de heffingsplicht
                                    aanvangt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die
                                    kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H120185_0_5_5_21_"> Indien ter zake van woonruimten de
                                    heffingsplicht bedoeld in het eerste lid in de loop van het
                                    heffingsjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor
                                    zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                                    heffing als er in dat jaar, na het einde van de heffingsplicht,
                                    nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de
                                    ontheffing minder bedraagt dan € 5,- Indien de heffingsplicht
                                    eindigt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die
                                    kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H120185_0_5_5_22_"> Indien de heffingsplicht voor
                                    woonruimten is beëindigd na de dagtekening van de aanslag, kan
                                    de heffingsplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de
                                    ambtenaar belast met de heffing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H120185_0_5_5_23_"> Het tweede en het derde lid zijn
                                    niet van toepassing indien de heffingsplichtige het gebruik van
                                    de woonruimte beëindigt en direct aansluitend het gebruik krijgt
                                    van een woonruimte van waaruit eveneens wordt geloosd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Aangifte</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al>Met betrekking tot de verontreinigingsheffing geheven van gebruikers
                                van bedrijfsruimten, wordt de uitnodiging tot het doen van aangifte
                                gedaan door:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitreiken of toezenden van een aangiftebiljet; </al></li><li nr="b."><al>het uitreiken of toezenden van een aangiftebrief waarin
                                        wordt verzocht om aangifte te doen op de wijze als bedoeld
                                        in artikel 7. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>Het doen van aangifte geschiedt door:</al><lijst><li nr="a."><al>het inleveren of toezenden van het aangiftebiljet met de
                                        daarbij gevraagde bescheiden; </al></li><li nr="b."><al>het op elektronische wijze toezenden van de door de
                                        betreffende programmatuur gevraagde gegevens </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Heffingsjaar</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>Het heffingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Grondslag en heffingsmaatstaf</titel><subtitel>Algemeen</subtitel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H120185_0_8_10_24_"> Voor de heffing bedoeld in
                                    artikel 3 geldt als grondslag de hoeveelheid en de hoedanigheid
                                    van de stoffen die in een kalenderjaar worden geloosd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H120185_0_8_10_25_"> Voor de heffing geldt als
                                    heffingsmaatstaf de vervuilingswaarde van de stoffen die in een
                                    kalenderjaar worden geloosd. De vervuilingswaarde wordt
                                    uitgedrukt in vervuilingseenheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H120185_0_8_10_26_"> Het aantal vervuilingseenheden
                                    met betrekking tot zuurstofbindende stoffen wordt bepaald op
                                    basis van de som van het chemisch zuurstofverbruik en het
                                    zuurstofverbruik door omzetting van stikstofverbindingen, zoals
                                    voorgeschreven in Bijlage I van deze verordening. Eén
                                    vervuilingseenheid vertegenwoordigt met betrekking tot
                                    zuurstofbindende stoffen een verbruik in het heffingsjaar van
                                    54,8 kilogram zuurstof.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Meting, bemonstering en analyse</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H120185_0_9_11_29_"> Het aantal vervuilingseenheden
                                    van zuurstofbindende en andere stoffen wordt berekend met behulp
                                    van door meting, bemonstering en analyse verkregen gegevens. De
                                    meting, bemonstering, analyse en berekening geschieden met in
                                    achtneming van de in Bijlage I opgenomen voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H120185_0_9_11_30_"> De in het eerste lid bedoelde
                                    meting, bemonstering en analyse geschieden ieder etmaal van het
                                    heffingsjaar, behoudens het bepaalde in artikel 11.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H120185_0_9_11_31_"> De meting en de bemonstering
                                    geschieden zodanig dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de gemeten hoeveelheid afvalwater niet meer dan 5%
                                            afwijkt van de werkelijke hoeveelheid afvalwater; </al></li><li nr="b."><al>het verkregen monster representatief is voor de totale
                                            hoeveelheid stoffen die gedurende de
                                            bemonsteringsperiode vanuit het bedrijf of het
                                            bedrijfsonderdeel wordt geloosd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H120185_0_9_11_32_"> De heffingsplichtige brengt de
                                    wijze van meting en bemonstering met een beschrijving van de
                                    daarvoor te gebruiken apparatuur voor aanvang van het
                                    heffingsjaar ter kennis van de ambtenaar belast met de heffing.
                                    Indien het gebruik van de apparatuur in de loop van het
                                    heffingsjaar aanvangt of wijzigt, dan wordt dit vóór de
                                    ingebruikname of de wijziging ter kennis van de ambtenaar belast
                                    met de heffing gebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H120185_0_9_11_33_"> De ambtenaar belast met de
                                    heffing:</al><lijst><li nr="a."><al>kan ambtshalve bepalen dat meting en bemonstering
                                            geschieden in afwijking van één of meer van de in
                                            Bijlage I, onderdeel A, opgenomen voorschriften, indien
                                            deze aannemelijk maakt dat dit noodzakelijk is ter
                                            voldoening aan het bepaalde in het derde lid, onderdelen
                                            a en b; </al></li><li nr="b."><al>beslist op aanvraag van de heffingsplichtige dat meting
                                            en bemonstering kunnen geschieden in afwijking van een
                                            of meer van de in Bijlage I, onderdeel A, opgenomen
                                            voorschriften, indien de heffingsplichtige aannemelijk
                                            maakt dat daarbij wordt voldaan aan het bepaalde in het
                                            derde lid, onderdelen a en b; </al></li><li nr="c."><al>beslist op aanvraag van de heffingsplichtige dat kan
                                            worden afgeweken van de in Bijlage I, onderdeel B,
                                            opgenomen analysevoorschriften, indien de
                                            heffingsplichtige aannemelijk maakt dat de
                                            nauwkeurigheid van de uitkomsten van de analyse hierdoor
                                            niet wordt beïnvloed; </al></li><li nr="d."><al>kan omtrent de afwijkingen als bedoeld in de onderdelen
                                            a, b en c nadere voorschriften geven. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H120185_0_9_11_34_"> De ambtenaar belast met de
                                    heffing neemt zijn beslissing, bedoeld in het vijfde lid,
                                    onderdelen a, b en c, bij voor bezwaar vatbare beschikking. Deze
                                    beschikking bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorschriften van Bijlage I, onderdelen A en B,
                                            waarvan wordt afgeweken; </al></li><li nr="b."><al>de afwijkingen bedoeld in het vijfde lid, onderdelen a,
                                            b en c; </al></li><li nr="c."><al>de nadere voorschriften bedoeld in het vijfde lid,
                                            onderdeel d; </al></li><li nr="d."><al>een vermelding van het heffingsjaar of de heffingsjaren
                                            waarvoor de beschikking wordt gegeven. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H120185_0_9_11_35_"> De ambtenaar belast met de
                                    heffing is bevoegd twee of meer ingevolge het vijfde lid genomen
                                    beschikkingen, die betrekking hebben op hetzelfde bedrijf of
                                    hetzelfde bedrijfsonderdeel, in één geschrift te verenigen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H120185_0_9_11_36_"> De ambtenaar belast met de
                                    heffing kan bij veranderingen of te verwachten veranderingen in
                                    de hoeveelheid of hoedanigheid van de afgevoerde,
                                    respectievelijk af te voeren stoffen, de desbetreffende
                                    beschikkingen, bedoeld in het vijfde lid, ambtshalve wijzigen of
                                    intrekken in verband met het bepaalde in het eerste lid en het
                                    derde lid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Beperkte meting, bemonstering en analyse </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H120185_0_10_12_37_"> Op aanvraag van de
                                    heffingsplichtige, die aannemelijk maakt dat voor de berekening
                                    van het aantal vervuilingseenheden kan worden volstaan met
                                    gegevens welke met behulp van meting, bemonstering en analyse in
                                    een beperkt aantal etmalen zijn verkregen, besluit de ambtenaar
                                    belast met de heffing dat meting en bemonstering geschieden in
                                    afwijking van het bepaalde in artikel 10, tweede lid. Het
                                    besluit op aanvraag wordt genomen bij een voor bezwaar vatbare
                                    beschikking. Deze beschikking bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een opgave van de afvalwaterstromen en de stoffen welke
                                            in het onderzoek dienen te worden betrokken; </al></li><li nr="b."><al>de tijdvakken waarin meting en bemonstering geschieden,
                                            hetzij ieder etmaal van die tijdvakken, hetzij één of
                                            meer daartoe aangewezen etmalen daarvan; </al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop de op de voet van letter b verkregen
                                            uitkomsten worden herleid tot het aantal
                                            vervuilingseenheden over een aldaar bedoeld tijdvak,
                                            onderscheidenlijk over het heffingsjaar; </al></li><li nr="d."><al>een vermelding van het heffingsjaar of de heffingsjaren
                                            waarvoor de beschikking wordt gegeven. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H120185_0_10_12_38_"> De ambtenaar belast met de
                                    heffing kan bij veranderingen of te verwachten veranderingen in
                                    de hoeveelheid of hoedanigheid van de geloosde, respectievelijk
                                    te lozen stoffen, de desbetreffende beschikking, bedoeld in het
                                    eerste lid, ambtshalve wijzigen of intrekken, indien toepassing
                                    van berekeningsvoorschrift III van onderdeel C van bijlage I
                                    leidt tot een ander aantal etmalen dan in die beschikking is
                                    opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H120185_0_10_12_39_"> De ambtenaar belast met de
                                    heffing neemt zijn beslissing, bedoeld in het tweede lid, bij
                                    voor bezwaar vatbare beschikking.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoedanigheidscorrectie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H120185_0_11_13_40_"> Indien de uitkomst van de
                                    methode tot bepaling van het chemisch zuurstofverbruik bedoeld
                                    in artikel 9 in belangrijke mate is beïnvloed door biologisch
                                    niet of nagenoeg niet afbreekbare stoffen, wordt op aanvraag van
                                    de heffingsplichtige op die uitkomst een correctie toegepast.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H120185_0_11_13_41_"> De ambtenaar belast met de
                                    heffing neemt zijn beslissing als bedoeld in het eerste lid, bij
                                    voor bezwaar vatbare beschikking. Deze beschikking bevat in elk
                                    geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de wijze van berekening van de correctie; </al></li><li nr="b."><al>de hoeveelheid en samenstelling van het afvalwater
                                            waarop de correctie van toepassing is; </al></li><li nr="c."><al>de frequentie en de wijze van onderzoek met betrekking
                                            tot meting, bemonstering en analyse; </al></li><li nr="d."><al>een vermelding van het heffingsjaar of de heffingsjaren
                                            waarvoor de beschikking wordt gegeven. </al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Tabel afvalwatercoëfficiënten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H120185_0_12_14_42_"> In afwijking van het bepaalde in
                                    artikel 10, eerste lid, kan het aantal vervuilingseenheden met
                                    betrekking tot het zuurstofverbruik in een kalenderjaar voor een
                                    bedrijfsruimte of een onderdeel daarvan worden vastgesteld met
                                    behulp van de in Bijlage II van deze verordening opgenomen tabel
                                    afvalwatercoëfficiënten, indien door de heffingsplichtige
                                    aannemelijk is gemaakt dat het aantal vervuilingseenheden met
                                    betrekking tot het zuurstofverbruik in een kalenderjaar 1.000 of
                                    minder bedraagt en dit aantal aan de hand van de hoeveelheid
                                    ingenomen water kan worden bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het aantal vervuilingseenheden als bedoeld in het eerste lid
                                    wordt berekend volgens de formule A x B, waarbij </al><al>A = het aantal m³ in het kalenderjaar ten behoeve van de
                                    bedrijfsruimte of het onderdeel van de bedrijfsruimte ingenomen
                                    water; </al><al>B = de afvalwatercoëfficiënt behorende bij de klasse van de in
                                    Bijlage II opgenomen tabel met de klassengrenzen waarbinnen de
                                    vervuilingswaarde met betrekking tot het zuurstofverbruik per m³
                                    ten behoeve van de bedrijfsruimte of van het onderdeel van de
                                    bedrijfsruimte ingenomen water is gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H120185_0_12_14_44_"> Indien de in het kalenderjaar
                                    ingenomen hoeveelheid water niet kan worden vastgesteld aan de
                                    hand aan watermeterstanden die aan het begin en aan het einde
                                    van het kalenderjaar zijn opgenomen, stelt de ambtenaar belast
                                    met de heffing die hoeveelheid vast op een door hem nader vast
                                    te stellen wijze.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H120185_0_12_14_45_"> De vervuilingswaarde met
                                    betrekking tot het zuurstofverbruik per m³ als bedoeld in het
                                    tweede lid wordt ingevolge artikel 7.3, vijfde lid, van de
                                    Waterwet bepaald met toepassing van de algemene maatregel van
                                    bestuur als bedoeld in artikel 122k, tweede lid, van de
                                    Waterschapswet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H120185_0_12_14_46_"> Indien het aantal
                                    vervuilingseenheden met betrekking tot het zuurstofverbruik in
                                    een kalenderjaar voor een bedrijfsruimte of een onderdeel
                                    daarvan meer dan 1.000 bedraagt en de heffingsplichtige
                                    aannemelijk maakt dat de berekening van het aantal
                                    vervuilingseenheden met toepassing van de in het eerste lid,
                                    aanhef, bedoelde tabel tot geen lagere uitkomst leidt dan die
                                    welke wordt verkregen bij berekening op de voet van artikel 10,
                                    eerste lid, beslist de ambtenaar belast met de heffing bij voor
                                    bezwaar vatbare beschikking op aanvraag van heffingsplichtige
                                    dat het aantal vervuilingseenheden wordt berekend met toepassing
                                    van de tabel.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Vervuilingswaarde van tuinbouwkassen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H120185_0_13_15_47_"> In afwijking van artikel 10,
                                    eerste lid, wordt de vervuilingswaarde van de stoffen die worden
                                    geloosd vanuit een bedrijfsruimte of een onderdeel van een
                                    bedrijfsruimte bestemd om in het kader van de uitoefening van
                                    een beroep of een bedrijf onder een permanente opstand van glas
                                    of kunststof gewassen te telen, bepaald op basis van het tweede
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H120185_0_13_15_48_"> De vervuilingswaarde bedraagt
                                    drie vervuilingseenheden per hectare vloeroppervlak waarop onder
                                    glas of kunststof wordt geteeld en per deel van een hectare
                                    vloeroppervlak een evenredig deel van drie
                                    vervuilingseenheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H120185_0_13_15_49_"> Indien in de loop van het
                                    kalenderjaar het gebruik van een in het eerste lid bedoelde
                                    bedrijfsruimte of onderdeel van een bedrijfsruimte, dan wel van
                                    een deel daarvan, door de gebruiker aanvangt of eindigt, wordt
                                    hij in dat kalenderjaar voor die bedrijfsruimte, voor dat
                                    onderdeel of voor dat deel voor een evenredig gedeelte van het
                                    op basis van het tweede lid bepaald aantal vervuilingseenheden
                                    aan een heffing onderworpen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H120185_0_13_15_50_"> Een vervuilingswaarde voor de
                                    bedrijfsruimte of het onderdeel van een bedrijfsruimte, berekend
                                    op basis van het tweede of derde lid, van minder dan vijf
                                    vervuilingseenheden wordt op drie vervuilingseenheden, en van
                                    één of minder dan één vervuilingseenheid op één
                                    vervuilingseenheid gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label/><nr/><titel>[Artikel 15 en 16</titel></kop><al>zijn vervallen]</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Totale vervuilingswaarde van een bedrijfsruimte</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel/></kop><al>De vervuilingswaarde van een bedrijfsruimte wordt bepaald op de som
                                van de aantallen vervuilingseenheden als berekend overeenkomstig de
                                artikelen 10 tot en met 14, voorzover deze van toepassing zijn.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Vervuilingswaarde van kleine bedrijfsruimten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H120185_0_17_19_57_"> In afwijking van artikel 10,
                                    eerste lid, wordt de vervuilingswaarde van de stoffen die vanuit
                                    een bedrijfsruimte of vanuit een zuiveringtechnisch werk voor
                                    het zuiveren van afvalwater worden geloosd gesteld op drie
                                    vervuilingseenheden indien door de heffingsplichtige aannemelijk
                                    is gemaakt dat die vervuilingswaarde minder dan vijf
                                    vervuilingseenheden bedraagt en op één vervuilingseenheid indien
                                    door de heffingsplichtige aannemelijk is gemaakt dat die één
                                    vervuilingseenheid of minder bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H120185_0_17_19_58_"> Indien de aanslag in het
                                    heffingsjaar al is opgelegd voor drie vervuilingseenheden en de
                                    heffingsplichtige aannemelijk maakt dat de vervuilingswaarde één
                                    vervuilingseenheid of minder bedraagt, bestaat aanspraak op
                                    vermindering. De heffingsplichtige kan daartoe na afloop van het
                                    heffingsjaar of, bij beëindiging van de heffingsplicht, in de
                                    loop van het heffingsjaar een aanvraag indienen bij de ambtenaar
                                    belast met de heffing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Vervuilingswaarde van woonruimten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H120185_0_18_20_59_"> In afwijking van artikel 10,
                                    eerste lid, wordt de vervuilingswaarde van de stoffen die vanuit
                                    een woonruimte worden geloosd, gesteld op drie
                                    vervuilingseenheden indien die woonruimte bij het begin van het
                                    belastingjaar of, indien de heffingsplicht in de loop van het
                                    jaar aanvangt, bij de aanvang van de heffingsplicht, wordt
                                    gebruikt door meer dan één persoon. De vervuilingswaarde van de
                                    stoffen die vanuit een door één persoon gebruikte woonruimte
                                    worden geloosd, bedraagt één vervuilingseenheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H120185_0_18_20_60_"> Het eerste lid is niet van
                                    toepassing op de voor recreatiedoeleinden bestemde woonruimten
                                    die zich bevinden op een voor verblijfsrecreatie bestemd terrein
                                    dat als zodanig wordt geëxploiteerd. De in de vorige volzin
                                    bedoelde woonruimten worden tezamen aangemerkt als een
                                    bedrijfsruimte dan wel als onderdeel van een
                                    bedrijfsruimte.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Schatting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel/></kop><al>De ambtenaar belast met de heffing kan het aantal
                                vervuilingseenheden in een kalenderjaar geheel of gedeeltelijk door
                                middel van schatting vaststellen, indien door de
                                heffingsplichtige:</al><lijst><li nr="a."><al>meting, bemonstering en analyse niet of niet geheel zijn
                                        geschied in overeenstemming met de in Bijlage I opgenomen
                                        voorschriften; </al></li><li nr="b."><al>het aantal vervuilingseenheden niet is berekend met behulp
                                        van meting, bemonstering en analyse en bepaling van de
                                        vervuilingswaarde op basis van artikel 13, eerste of vijfde
                                        lid, 14, eerste lid, 18, eerste lid, of 19, eerste lid, niet
                                        mogelijk is; </al></li><li nr="c."><al>het aantal vervuilingseenheden niet is berekend met behulp
                                        van meting, bemonstering en analyse, bepaling van de
                                        vervuilingswaarde op basis van artikel 13, vijfde lid, wel
                                        mogelijk is, maar door de heffingsplichtige gedurende het
                                        heffingsjaar geen aanvraag als bedoeld in dat artikel is
                                        gedaan: </al></li><li nr="d."><al>niet of niet geheel is voldaan aan de voorwaarden, verbonden
                                        aan de in artikel 10, 11 of 12 bedoelde toestemming. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Tarief</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel/></kop><al>Het tarief bedraagt € 64,08 per vervuilingseenheid.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Wijze van heffing en termijnen van betaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H120185_0_21_23_61_"> De belasting wordt geheven bij
                                    wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H120185_0_21_23_62_">In afwijking van artikel 9,
                                    eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen
                                    worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste
                                    termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                                    maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                    de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H120185_0_21_23_63_">In afwijking van het bepaalde in
                                    het eerste en tweede lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                                    door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                    afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien
                                    gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
                                    termijnen telkens één maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H120185_0_21_23_64_"> Een met een belastingaanslag
                                    gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete als
                                    genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de
                                    Invorderingswet 1990, die gelijktijdig en in verband met de
                                    vaststelling van de belastingaanslag is opgelegd, is
                                    invorderbaar overeenkomstig de termijnen die gelden voor de
                                    belastingaanslag. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H120185_0_21_23_65_"> De Algemene termijnenwet is niet
                                    van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde
                                    termijnen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Nadere regels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel/></kop><al>Het dagelijks bestuur van het waterschap kan nadere regels geven met
                                betrekking tot de heffing en de invordering.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H120185_0_23_25_66_"> De ‘Verordening
                                    verontreinigingsheffing Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
                                    2009’, vastgesteld bij besluit van 12 november 2008, wordt
                                    ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                    van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H120185_0_23_25_67_"> Deze verordening treedt in
                                    werking met ingang van de derde dag na die van de
                                    bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H120185_0_23_25_68_"> De datum van ingang van de
                                    heffing is 1 januari 2010.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H120185_0_23_25_69_"> Deze verordening wordt
                                    aangehaald als ‘Verordening verontreinigingsheffing
                                    Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2010’. </al></lid></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering op 18 november
                        2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>P.J.M. Poelmann, Voorzitter </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. E.Th. Meuleman, Secretaris, </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden/i245702.pdf">Bijlage 1 Verordening verontreinigingsheffing 2010 (72 Kb)</extref></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden/i189233.pdf">Bijlage II Verordening verontreinigingsheffing 2010 (4 Kb)</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>