<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272356_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening organisatie financieel beheer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap De Dommel</dcterms:creator><dcterms:modified>1995-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap De Dommel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening organisatie financieel beheer</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 108</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>1994-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1995-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Waterschapsblad 1994, nr. 41</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën – belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Treedt i.p.v. de verordening m.b.t. organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer van 1966.</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 21-12-1994</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: onbekend</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening organisatie financieel beheer</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Voorstel</vet></al><al/><al>WATERSCHAPSBLAD VAN DE DOMMEL </al><al>1994, nr. 41 </al><al>Boxtel; 14 december 1994 </al><al>Aan het hoofdbestuur,</al><al>onderwerp: </al><al>vaststellen verordeningen financieel beheer </al><al><vet>Geacht bestuur,</vet></al><al>In artikel 108 van de Waterschapswet wordt onder andere bepaald dat het
                            algemeenbestuur bij verordening regels dient vast te stellen met
                            betrekking tot de organisatie van de administratie en van het beheer van
                            vermogenswaarden. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van
                            doelmatigheid en controle wordt voldaan. </al><al>Met het begrip 'controle' wordt het verband gelegd met artikel 109 van
                            de Waterschapswet. In artikel 109 wordt namelijk bepaald dat het
                            hoofdbestuur van het water schap ook een verordening dient vast te
                            stellen met betrekking tot de controle op de administratie en op het
                            beheer van vermogenswaarden, waarin wordt gewaarborgd dat de
                            rechtmatigheid en de doelmatigheid van de administratie en het beheer
                            worden getoetst. De beide verordeningen die wij u hierbij ter
                            vaststelling aanbieden zijn gebaseerd op de model-verordeningen
                            uitgebracht door de Unie van Waterschappen. </al><al>Uit het voorgaande dient de conclusie te worden getrokken dat de
                            organisatie van de administratie en van het beheer van vermogenswaarden
                            aan de eisen van controle, rechtmatigheid en doelmatigheid moet voldoen.
                            Onderstaand wordt een nadere toelichting op deze drie begrippen gegeven. </al><al>De 'eis van rechtmatigheid' houdt in dat de administratieve
                            verantwoording en het beheer van vermogenswaarden juist dienen te zijn.
                            Het begrip 'juistheid' kent twee aspecten die tezamen het begrip
                            rechtmatigheid dekken, namelijk de formele en de materiële juistheid. </al><al>De formele juistheid betreft de vraag of de geadministreerde handelingen
                            zijn verricht binnen het kader van de bevoegdheid van de handelende
                            personen en overeenkomstig de daarvoor gegeven voorschriften. De
                            materiële juistheid heeft betrekking op de vraag of de administratie en
                            de administratieve verantwoording overeenstemmen met de werkelijkheid en
                            op de eis dat het beheer van vermogenswaarden ordelijk en controleerbaar
                            moet zijn vormgegeven. De rechtmatigheidseis houdt derhalve in dat de
                            administratie en de daarop gebaseerde verantwoording zowel aan de
                            formele als aan de materiële juistheid moeten voldoen. </al><al>De 'doelmatigheidseis' houdt in dat het dagelijks bestuur binnen het
                            kader van het door het algemeenbestuur vastgestelde beleid een zo
                            doelmatig mogelijk beheer moet voeren. Het begrip 'doelmatig' wordt
                            daarbij gedefinieerd als 'de mate waarin de te leveren prestaties bij
                            gegeven doelstellingen met inzet van zo weinig mogelijk middelen zijn
                            bereikt'. Om een doelmatig beheer te kunnen voeren zal er een aantal
                            organisatorische maatregelen moeten worden genomen. Een voorbeeld
                            daarvan is regelmatige meting en toetsing van de effecten van het
                            gevoerde beheer, waartoe onder meer rëgistratie van de door het
                            waterschap geleverde prestaties dient plaatste vinden. </al><al>De 'eis van controle' houdt in dat de administratie en het beheer van
                            vermogenswaarden binnen het waterschap zodanig moeten worden
                            georganiseerd, dat voldaan wordt aan de eisen die de interne controle
                            "stelt en dat een goede (externe) controle-uitoefening mogelijk wordt. </al><al>In artikel 2 van de verordening op de organisatie van het financieel
                            beheer is omschreven op welke manier het dagelijks bestuur uitvoering
                            kan geven aan de organisatie van het financieel beheer. Hiertoe dienen,
                            in overleg met de externe accountant, onder meer te worden vastgesteld,
                            beschrijvingen van de functies van het financieel beheer,
                            procedurebeschrijvingen, teken-en beschikkingsbevoegdheden en
                            voorschriften inzake de periodieke verslaglegging. </al><al>De externe controle heeft twee functies, namelijk een signalerende en
                            een certificerende functie. De signalerende functie van de externe
                            controle betreft het opsporen en aangeven van onjuistheden,
                            onvolkomenheden en ontwikkelingen in het financieel beheer. Het doel van
                            deze functie is uiteindelijk het aanbrengen van bijsturing en "(waar
                            nodig) verbetering van het financieel beheer. De certificerende functie
                            (certificeren =officieel, op anlotseed verklaren) omvat de
                            oordeelsvorming omtrent de getrouwheid van de verantwoording. Deze mondt
                            uit in de accountantsverklaring, die aangeeft dat de in de
                            verantwoording (financiële administratie en jaarrekening) vervatte
                            informatie juist. volledig en geschikt tot oordeelsvor.ming is. De
                            accountantsverklaring is niet alleen binnen de organisatie van belang
                            maar ook naar buiten toe met name tegenover allen die belang hebben bij
                            het beheer van de desbetreffende organisatie. De certificerende functie
                            van de externe controle is dan ook vooral van maatschappelijke aard. De
                            inhoud en het doel van de externe controle brengt met zich mee dat dit
                            zelfstandig en onafhankelijk van te controleren huishouding en haar
                            organen, en derhalve door externe controleurs, gebeurt. Uiteraard dienen
                            de externe controleurs aan bepaalde eisen van deskundigheid te voldoen.
                            In "artikel 109 van de Waterschapswet wordt bepaald dat de : externe
                            controle bij waterschappen slechts door registeraccountants mag worden
                            uitgevoerd. Deze bepaling waarborgt de deskundigheid van de externe
                            controleur(s). " </al><al>Wij stellen u voor te besluiten tot vaststelling van bijgaand
                            ontwerpbesluit tot vaststelling van de verordening op de organisatie van
                            het financieel beheer en vaststelling van de controleverordening. </al><al>De commissie Financiën en algemeen bestuurlijke aangelegenheden heeft
                            het dagelijks bestuur verzocht zich te beraden op de suggestie dat de
                            financiële ambtenaar gevraagd en ongevraagd zou kunnen adviseren alsmede
                            directe lijnen naar dagelijks bestuur en hoofdbestuur zou moeten hebben.
                            Hieromtrent merken wij het volgende op. De ambtelijke organisatie werkt
                            met integrale adviezen. Daarin past -bij inhoudelijk belangrijke zaken -
                            de vermelding van een mogelijk andersluidende opvatting van de
                            financiële ambtenaar. Dit betreft zowel adviezen op ons verzoek, alsook
                            adviezen die worden gegeven op initiatief van de ambtelijke medewerkers.
                            De infonmatievoorziening naar het hoofdbestuur geschiedt volledig door
                            het dagelijks bestuur, met in voorkomende gevallen, de wettelijke
                            bevoegdheid van de secretaris in het kader van bijstand aan het
                            hoofdbestuur, te adivseren. Voorts legt het dagelijks bestuur
                            verantwoording af aan het hoofdbestuur. Wij achten het ongewenst deze
                            duidelijke lijnen te doorbreken door het opvolgen van een suggestie van
                            enkele leden van de commissie. Gelet op het vorenstaande hebben wij de
                            verordening op de genoemde punten niet aangepast. </al><al>Hoogachtend, </al><al> Het dagelijks bestuur, </al><al>De griffier, De watergraaf, </al><al>(mr. P. de Bruin) (ir. A.J.A.M. Segers) </al><al/><al/><al><vet>Aanhef</vet></al><al/><al>Het hoofdbestuur van het waterschap De Dommel te Boxtel; </al><al>gezien het voorstel van het dagelijks bestuur (Waterschapsblad 1994, nr.
                            41); </al><al>gelet op de artikel 108 eerste lid van de Waterschapswet; </al><al>heeft besloten: </al><al> vast te stellen de volgende verordening op de organisatie van het
                            financieel beheer.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Begripsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H84857_0_0_1_1_">In deze verordening wordt verstaan
                                onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H84857_0_0_1_2_"> de administratie: het systematisch
                                verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens gericht op het
                                verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, beheren en
                                functioneren van het waterschap en ten behoeve van de verantwoording
                                die daarover moet worden afgelegd;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H84857_0_0_1_3_"> het beheer van vermogenswaarden: alle
                                beheerdaden die voortvloeien uit het door het hoofdbestuur
                                vastgestelde beleid en die gevolgen hebben voor de financiële
                                middelen van het waterschap;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H84857_0_0_1_4_"> het financieel beheer: de administratie
                                en het beheer van vermogenswaarden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Organisatie van de administratie en van het beheer van
                            vermogenswaarden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_1_1_"> Het dagelijks bestuur stelt, met
                                inachtneming van het gestelde in deze verordening, een regeling vast
                                met betrekking tot de organisatie van het financieel beheer en biedt
                                deze ter kennisneming aan het hoofdbestuur aan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_1_2_"> De regeling bedoeld in het eerste lid
                                omvat in elk geval: </al><lijst><li nr="a."><al> een beschrijving van de functies van het financieel beheer,
                                        waarbij wordt aangegeven welke functies uit het oogpunt van
                                        de interne controle gescheiden dienen te worden; </al><al> b. procedurebeschrijvingen betreffende de onderdelen van
                                        het financieel beheer; </al><al> c. een regeling van de teken- en beschikkingsbevoegdheden; </al><al> d. een regeling van de beveiliging van programma- en
                                        gegevensbestanden; </al><al> e. voorschriften inzake de periodieke verslaglegging. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_1_3_"> De in het eerste en tweede lid bedoelde
                                regeling dient zodanig te worden opgesteld dat aan de eisen van
                                controle, rechtmatigheid en doelmatigheid wordt voldaan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_1_4_"> De registeraccountant van het waterschap
                                wordt gehoord over het ontwerp van de voorschriften bedoeld in het
                                eerste en tweede lid van dit artikel. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al> Het dagelijks bestuur wijst een ambtenaar aan - hierna te noemen de
                            financiële ambtenaar - die zelfstandig verantwoordelijk is voorde
                            uitvoering van de administratie en van het beheer van de
                            vermogenswaarden van het waterschap. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_3_5_"> De financiële ambtenaar is
                                verantwoordelijk voor het voeren van de administratie van het
                                waterschap. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_3_6_"> Als onderdeel van de in het eerste lid
                                genoemde taak richt de financiële ambtenaar de financiële
                                administratie van het waterschap in met inachtneming van ae voor het
                                waterschap van toepassing zijnde comptabiliteitsvoorschriften en
                                voert deze zodanig dat de financiële rechten en verplichtingen, de
                                ontvangsten en de betalingen, de vermogensrechten en -verplichtingen
                                alsmede de bezittingen en schulden van het waterschap juist en
                                volledig blijken. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_3_7_"> Vanuit de administratie stelt de
                                financiële ambtenaar alle informatie beschikbaar die de andere
                                functionarissen van het waterschap ten behoeve van hun functioneren
                                nodig hebben. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_4_8_"> De griffier van het waterschap draagt er
                                zorg voor dat de financiële ambtenaar alle door het hoofdbestuur en
                                het dagelijks bestuur genomen besluiten waaraan financiële gevolgen
                                verbonden zijn ontvangt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_4_9_"> Aan de financiële ambtenaar worden
                                tijdig alle overige gegevens en stukken verstrekt die hij ten
                                behoeve van een juiste verzorging van de financiële administratie,
                                de verslaglegging en het beheer van de vermogenswaarden nodig heeft.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr/><al> De financiële ambtenaar draagt er zorg voor dat: </al></lid><lid><lidnr>A.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_5_10_"> tijdig voorstellen tot wijziging van de
                                regeling bedoeld in artikel 2 van dit besluit, aan het dagelijks
                                bestuur worden gedaan, indien daartoe naar zijn mening aanleiding
                                bestaat; </al></lid><lid><lidnr>B.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_5_11_"> aan het dagelijks bestuur tijdig
                                voorstellen worden gedaan voor het verzekeren van de financiële
                                risico's die verband houden met de taakuitoefening van het
                                waterschap; </al></lid><lid><lidnr>C.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_5_12_"> de uit rechten en verplichtingen van
                                het waterschap voortspruitende invorderingen en betalingen tijdig in
                                behandeling worden genomen; </al></lid><lid><lidnr>D.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_5_13_"> tijdig voorstellen aan het dagelijks
                                bestuur worden gedaan met betrekking tot de financiering van de
                                activiteiten van het waterschap; </al></lid><lid><lidnr>E.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_5_14_"> het beheer van de geldmiddelen van het
                                waterschap doelmatig wordt gevoerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_6_15_"> De bepaling van de posten van de
                                begroting, waarop de inkomsten en uitgaven worden geboekt, geschiedt
                                in overeenstemming met de desbetreffende bestuursbesluiten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_6_16_"> Indien de door de daartoe bevoegde
                                ambtenaren gegeven aanwijzingen op de desbetreffende stukken niet in
                                overeenstemming zijn met de post of posten waarop verantwoording
                                naar het oordeel van de financiële ambtenaar dient te geschieden,
                                doet deze daarvan door tussenkomst van de griffier, mededeling aan
                                het dagelijks bestuur. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_7_17_"> De betalingen geschieden op grond van
                                gefiatteerde betalingsbescheiden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H84989_0_0_7_18_"> De hieruit voortvloeiende
                                betalingsopdrachten worden voorzien van de handtekeningen van
                                tenminste twee daartoe aangewezen personen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>De ontwerp- jaarrekening van het waterschap</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H85137_0_0_1_1_"> De ontwerp-jaarrekening van het
                                waterschap en het daarbij behorende verslag ter verantwoording van
                                het financieel beheer worden opgemaakt en ondertekend door de
                                financiële ambtenaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H85137_0_0_1_2_"> De ontwerp-jaarrekening en het verslag
                                ter verantwoording van het financieel beheer worden tezamen met het
                                verslag van de registeraccountant zoals bedoeld in artikel 109,
                                tweede lid, van de Waterschapswet, aan het dagelijks bestuur
                                aangeboden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H85137_0_0_1_3_"> Indien de financiële ambtenaar, op grond
                                van zijn verantwoordelijkheid voo.r .de financiële administratie,
                                meent de ontwerp-jaarrekening en het verslag ter verantwoording van
                                het financieel beheer niet te kunnen ondertekenen. vindt de in het
                                tweede lid van dit artikel bedoelde aanbieding plaats onder
                                overlegging van een verslag van de bevindingen van de financiële
                                ambtenaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Indien het dagelijks bestuur de ontwerp-jaarrekening, het verslag ter
                            verantwo'ording van het financieel beheer en het verslag van de
                            registeraccountant bedoeld in artikel 109, tweede lid, van de
                            Waterschapswet aanvaardt, strekt dit mede tot décharge van de financiële
                            ambtenaar, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken
                            of andere onregelmatigheden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De verordening met betrekking tot de organisatie van de financiële
                                administratie en van het kasbeheer van het waterschap welke is
                                vastgesteld bij besluit van 23 juni 1966 vervalt, met dien verstande
                                dat zij van kracht blijft ten aanzien van de jaren waarvoor zij
                                heeft gegolden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 1995.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H84695_0_0_1_3_"> Deze verordening kan worden aangehaald
                                als "Verordening organisatie financieel beheer". </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 december 1994.</ondertekening><ondertekening>Het hoofdbestuur voornoemd, </ondertekening><ondertekening>De griffie, De watergraaf, </ondertekening><ondertekening>(mr. P. de Bruin) (ir. A.J.A.M. Segers)</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><divisie><kop><titel>Artikel 1 </titel></kop><al>In artikel 1 zijn enkele begrippen die in het vervolg van de verordening
                            verschillende malen voorkomen, nader gedefineerd. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Tot de taak van het dagelijks bestuur behoort het beheren van de
                            inkomstenen uitgaven van het waterschap alsmede de controle op het
                            geldelijk beheer. Het is dan ook het dagelijks bestuur dat de regeling
                            betreffende de organisatie van het financieel beheer vaststelt. Een
                            goede organisatie van het financieel beheer is slechts mogelijk indien
                            de organisatie van het waterschap duidelijk is omschreven, niet alleen
                            ten aanzien van de technische grondslagen maar ook wat betreft de
                            leiding en verantwoordelijkheden op alle niveaus. In het kader van de
                            regeling van de organisatie van het financieel beheer voert het echter
                            te ver om een beschrijving van die organisatie te geven. In het kader
                            van het financieel beheer heeft de administratie tot taak een zodanige
                            registratie te vervullen dat op basis daarvan controle en analyse van
                            het gehele bedrijfsgebeuren kan plaatsvinden. </al><al>In het tweede en derde lid van dit artikel is aangegeven aan welke eisen
                            de regeling betreffende de organisatie van het financieel beheer in elk
                            geval dient te voldoen. De beschrijving van de functies van het
                            financieel beheer en de financiële administratie, zoals genoemd in
                            letter a, heeft betrekking op de zeven functies die bij bet financieel
                            beheer worden onderscheiden, te weten: </al><lijst><li nr="a."><al>de beherende functie; </al></li><li nr="b."><al>de administratieve functie; </al></li><li nr="c."><al>de bewarende functie; </al></li><li nr="d."><al>de controlerende functie; </al></li><li nr="e."><al>de financiële beleids-en beheerfunctie; </al></li><li nr="f."><al>de bedrijfseconomische functie; </al></li><li nr="g."><al>de prognose functie. </al></li></lijst><al>Het derde lid van dit artikel is afgeleid uit bepalingen uit de artikel
                            108 en 109 van de Waterschapswet. In deze artikelen wordt namelijk
                            bepaald dat de verordening op het financieel beheer dient te waarborgen
                            dat aan de eisen van rechtmatigheid, doelmatigheid en controle wordt
                            voldaan. Uiteraard geldt dit ook voor de regeling van de organisatie van
                            het financieel beheer, die als uitvloeisel van de verordening moet
                            worden vastgesteld. </al><al>Tussen de organisatie van het financieel beheer en de externe controle
                            bestaat een nauwe relatie. Het vierde lid geeft aan dat de
                            registeraccountant van het waterschap tijdig om advies moet worden
                            gevraagd over de vast te stellen regeling van het financieel beheer.
                            Tijdig wil hier zeggen voorafgaand aan de vaststelling door het
                            dagelijks bestuur.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Dit artikel vindt zijn basis in artikel 10a, derde lid, van de
                            Waterschapswet , waarin wordt bepaald dat er in de verordening aparte
                            functionarissen, niet zijnde de griffier, moeten worden aangewezen voor
                            het verrichten van de administratie en van het beheer van
                            vermogenswaarden. </al><al>In dit artikel wordt de zelfstandige verantwoordelijkheid voor de
                            uitvoering van deze taken gelegd bij de financiële ambtenaar. In de loop
                            der jaren is de registrerende functie van boekhouder of ontvanger
                            geëvolueerd tot financiële ambtenaar en omvat deze een groter scala van
                            taken dan voorheen. Zo geschiedt het beheer van het waterschap thans
                            mede door middel van gegevens uit de administratie (zie hiervoor ook de
                            toelichting op het volgende artikel).</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>De informatiestroom naar het dagelijks bestuur is te onderscheiden in
                            twee componenten, te weten:</al><lijst><li nr="•"><al>informatie die betrekking heeft op te nemen beslissingen; </al></li><li nr="•"><al>informatie omtrent de uitvoering van genomen beslissingen. </al></li></lijst><al>De eis die aan deze informatie wordt gesteld is dat deze juist, volledig
                            en tijdig het dagelijks bestuur moet bereiken. Dit impliceert dat de
                            daarmeeverband houdende werkzaamheden zodanig worden georganiseerd dat
                            aan deze eis kan worden voldaan. De huidige bestuurlijke
                            informatievoorziening heeft zich ontwikkeld uit de conventionele
                            financiële administratie. Dit betekent niet automatisch dat de
                            financiële ambtenaar, als verantwoordelijke voor de financiële
                            administratie, alleen verantwoordelijk is voor het beleid ten aanzien
                            van de inrichting en het functioneren van het infonmatiesysteem. De
                            administratie in de huidig ontwikkelde vorm raakt vitale belangen van
                            alle onderdelen van het waterschap en speelt een belangrijke rol in de
                            taakvervulling van de beleids- en beheerorganen en controlerende en
                            toezichthoudende functionarissen. </al><al>Bij de uitoefening van de comptabele taak gaat het er in de eerste
                            plaats om de waarheid te dienen. Het in strijd met de waarheid bepaalde
                            boekingen verrichten of doen verrichten is niet aanvaardbaar. De
                            objectiviteit staat voorop en daarom dient de financiële ambtenaar in
                            het algemeen geen beheer- of bewaringsbevoegdheden te bezitten. </al><al>In tegenstelling tot het beheer van de geldmiddelen is de
                            beleidsadviserende taak wel verenigbaar met het voeren van de
                            administratie. De taak van bedrijfseconomisch adviseur past logisch bij
                            de financiële ambtenaar gezien zijn positie als verantwoordelijke voor
                            de uitvoering van het financieel beheer en als hoofd van de (financiële)
                            administratie. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>Het eerste lid van dit artikel regelt de informatieplicht aan de
                            financiële ambtenaar teneinde deze in staat te stellen om een volledige
                            registratie te kunnen voeren. Tevens dient hij zich te kunnen beroepen
                            op de bevoegdheid tot het stellen van vragen aan alle functionarissen
                            met betrekking tot in beginsel alles wat in de waterschapshuishouding
                            voorvalt. Het spreekt van zelf dat de financiële ambtenaar tactvol en
                            voorzichtig met zijn ondervragingsbevoegdheid moet omgaan. Omdat de
                            bevoegdheid zich richt op alle functionarissen van het waterschap, dient
                            deze bevoegdheid in het uiterste geval gedekt te worden door de hoogste
                            leiding. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>Dit artikel regelt de algemene verantwoordelijkheid van de financiële
                            ambtenaar met betrekking tot die maatregelen die nodig zijn voor een
                            goede organisatie van het financieel beheer. Het bepaalde in onderdeel A
                            beoogt te voorkomen dat er als gevolg van wijzigingen in de loop van de
                            tijd gekunstelde constructies ontstaan die de uitgangspunten van de
                            organisatie van het financieel beheer geweld aan doen. </al><al>Onderdeel C legt de bevoegdheid tot het nemen van
                            invorderingsmaatregelen expliciet bij de financiële ambtenaar. De in
                            onderdeel E bedoelde maatregelen zijn met name gericht op het voorkomen
                            van renteverliezen. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>Met het bepaalde in dit artikel wordt beoogd waarborgen te verschaffen
                            voor de betrouwbaarheid van de registratie en van de te verstrekken
                            informatie aan de beleids- en beheerorganen van het waterschap.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>Ter verzekering van de rechtmatigheid van de betalingsopdrachten voor
                            bank en giro zijn maatregelen van interne controle noodzakelijk zoals
                            functiescheiding en voorafgaande goedkeuring. De juistheid van de
                            betalingsbescheiden zoals facturen en dergelijke zal daarbij blijken uit
                            de aanwezigheid van alle paragrafen c.q. handtekeningen die de interne
                            controle eist. De feitelijk te verrichten handelingen zijn sterk
                            afhankelijk van de systematiek van verwerking die door het waterschap
                            wordt toegepast.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><al>Het spreekt van zelf dat in het kader van de organisatie van het
                            financieel beheer wordt geregeld door wie de werkzaamheden worden
                            verricht die verbonden zijn aan het opstellen van de
                            ontwerp-jaarrekening en het daarbij behorende verslag ter verantwoording
                            van het financieel beheer. Gezien zijn comptabele taak behoren deze
                            werkzaamheden te worden verricht onder de verantwoordelijkheid van de
                            financiële ambtenaar met in achtneming van de geldende wettelijke
                            voorschriften. De financiële ambtenaar draagt de verantwoording dat de
                            cijferopstelling in de ontwerp-Jaarrekening in overeenstemming is met de
                            comptabele administratie, hetgeen tot uitdrukking komt in zijn
                            ondertekening van dit stuk bij de aanbieding aan het dagelijks bestuur.
                            Het kan voorkomen dat het dagelijks bestuur ten aanzien van de inhoud of
                            de inrichting van de ontwerp-jaarrekening een standpunt heeft dat
                            afwijkt van de opvattingen van de financiële ambtenaar. Indien in deze
                            gevallen niet tot overeenstemming kan worden gekomen, maakt de
                            financiële ambtenaar de ontwerp-jaarrekening en het verslag op
                            overeenkomstig de door het dagelijks bestuur gegeven aanwijzingen.
                            Immers, de ontwerp-jaarrekening is uiteindelijk een verantwoording van
                            het gevoerde beheer van het dagelijks bestuur aan het hoofdbestuur. Het
                            derde lid geeft de financiële ambtenaar de mogelijkheid om zijn
                            afwijkende standpunt mede te delen, waardoor gestalte wordt gegeven aan
                            zijn verantwoordelijkheid voor een correcte verslaglegging.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><al>Dit is een bepaling die vooraf gaat aan artikel 106, vijfde lid, van de
                            Waterschapswet, waar wordt bepaald dat de vaststelling van
                            dejaarrekening door het hoofdbestuur de leden van het dagelijks bestuur
                            ontlast ten aanzien van het in de jaarrekening verantwoorde financieel
                            beheer. Voorafgaand hieraan strekt het aanvaarden van de
                            ontwerp-jaarrekening door het . hoofdbestuur, hetgeen tot uitdrukking
                            komt in het aanbieden aan het hoofdbestuur, tot décharge van de
                            financiële ambtenaar. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>