<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr owms-version="3.5" cvdr-version="1.0" xp_0:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns:xp_0="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier>272351_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Bestuurlijke bevoegdhedenregeling </dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap De Dommel</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-12-13</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:alternative>Bestuurlijke bevoegdhedenregeling 2010</dcterms:alternative><dcterms:license>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:license><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-04-13</dcterms:issued><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 56, 77 en 82</dcterms:source><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier=""> Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad d.d. 2 augustus 2010 </dcterms:isFormatOf></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-04-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-12-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>aanpassing </overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>I3002</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur – waterschappen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>gelet op artikel 125 lid 2 van de Ambtenarenwet</al><al id="anker-doi">Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 13-4-2011</al><al id="anker-bbi">Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Brabants Dagblad en
                    Eindhovens Dagblad d.d. 2 augustus 2010 </al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H108065_0_0_1_1_"> Onder delegatie wordt verstaan het
                                overdragen door een bestuursorgaan van zijn bevoegdheid tot het
                                nemen van besluiten aan een ander, die deze onder eigen
                                verantwoordelijkheid uitoefent.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H108065_0_0_1_2_"> Onder delegaatgever wordt verstaan het
                                bestuursorgaan dat de betreffende bevoegdheid heeft
                                overgedragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H108065_0_0_1_3_"> Onder gedelegeerde wordt verstaan
                                degene aan wie de bevoegdheid is overgedragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H108065_0_0_1_4_"> Onder mandaat wordt verstaan de
                                bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te
                                nemen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H108065_0_0_1_5_"> Onder mandaatgever wordt verstaan het
                                bestuursorgaan dat de betreffende bevoegdheid heeft verleend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H108065_0_0_1_6_"> Onder gemandateerde wordt verstaan
                                degene aan wie de bevoegdheid is verleend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Delegatie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Verlening</titel></kop><al>Het algemeen bestuur delegeert de volgende bevoegdheden aan het
                            dagelijks bestuur:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen van de leggers als genoemd in de Waterschapswet
                                    en in de Waterwet;</al></li><li nr="b."><al>het nemen van besluiten op grond van de artikelen 5,21, lid 1 en
                                    5,24, lid 1 van de Waterwet;</al></li><li nr="c."><al>het aangaan van rekening-courant-overeenkomsten;</al></li><li nr="d."><al>het herbeleggen van tijdelijk beschikbaar kasgeld;</al></li><li nr="e."><al>het vaststellen van het Bedrijfsplan;</al></li><li nr="f."><al>het verrichten van privaatrechtelijke handelingen waaronder het
                                    aan-, verkopen en ruilen van onroerende zaken en het vestigen
                                    van beperkte rechten ten gunste en laste van
                                    waterschapseigendommen.</al></li><li nr="g."><al>de uitvoering en handhaving van wetten en verordeningen;</al></li><li nr="h."><al>de dagelijkse zorg voor alle werken of andere zaken die bij het
                                    waterschap in eigendom, beheer of onderhoud zijn;</al></li><li nr="i."><al>de verzekering van het waterschap tegen wettelijke
                                    aansprakelijkheid en tegen schaden en verliezen;</al></li><li nr="j."><al>het verhuren, verpachten of op andere wijze in gebruik geven van
                                    werken of andere zaken, bedoeld onder h;</al></li><li nr="k."><al>het voeren van rechtsgedingen, het vragen van voorlopige
                                    voorzieningen en het aanspannen van een kort geding, alsmede het
                                    aangaan van dadingen, het opdragen van geschillen aan
                                    scheidslieden en het berusten in rechtsvorderingen, een en ander
                                    onder de verplichting deze handelingen te melden aan het
                                    algemeen bestuur;</al><al>het instellen van beroep en het maken van bezwaar met dien
                                    verstande dat het ingestelde beroep en het maken van bezwaar
                                    wordt ingetrokken indien het algemeen bestuur de beslissing van
                                    het dagelijks bestuur niet hetzij in zijn eerstvolgende
                                    vergadering, hetzij binnen 3 maanden bekrachtigt;</al></li><li nr="l."><al>de vaststelling van de bestekken en van de voorwaarden van
                                    aanbesteding van het voor het waterschap uit te voeren werken,
                                    leveringen en diensten en de voorwaarden van verkopingen, voor
                                    zover het algemeen bestuur zich die vaststelling niet heeft
                                    voorbehouden;</al></li><li nr="m."><al>het houden van alle aanbestedingen van werken, diensten en
                                    leveringen en verkopingen, tenzij het algemeen bestuur anders
                                    heeft beslist;</al></li><li nr="n."><al>het doen van bekendmakingen als bedoeld in artikel 73 e.v. van
                                    de Waterschapswet;</al></li><li nr="o."><al>de bevoegdheid tot het aanstellen, schorsen, ontslaan van
                                    personeel van het waterschap, voor zover die bevoegdheid in
                                    hoofdstuk VIII van de Waterschapswet niet aan het algemeen
                                    bestuur is opgedragen, alsmede de daarmee verband houdende
                                    bevoegdheid tot het vaststellen van personele en
                                    rechtspositieregelingen (waarin regeling van de bezoldiging is
                                    begrepen), waarbij het dagelijks bestuur de centraal gemaakte
                                    afspraken en overeengekomen beperkingen in acht neemt;</al></li><li nr="p."><al>het vaststellen van een projectplan als bedoeld in de
                                    Waterwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Verantwoording</titel></kop><al>De gedelegeerde legt aan de delegaatgever verantwoording af over het
                            gebruik van de overgedragen bevoegdheden. Hiervoor wordt in de
                            bestuursrapportages die het waterschap binnen het planning- en
                            controlsysteem kent ruimte gereserveerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Mandaat</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4 Verlening</titel></kop><al>Het algemeen bestuur mandateert de volgende bevoegdheden aan het
                            dagelijks bestuur:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen van waterakkoorden;</al></li><li nr="b."><al>het aangaan van convenanten en bestuursovereenkomsten;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H108067_0_0_2_1_"> Naast de in de Algemene wet
                                bestuursrecht genoemde uitsluitingen maakt het dagelijks bestuur
                                geen gebruik van het mandaat in de volgende gevallen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het algemeen bestuur zelf de beslissing wenst te
                                        nemen;</al></li><li nr="b."><al>indien de uitoefening van de bevoegdheid grote bestuurlijke,
                                        beleidsmatige en/of financiële consequenties krijgt of
                                        vermoedelijk kan krijgen, een en ander ter beoordeling aan
                                        het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>indien afwijking optreedt van beleidsregels en als gevolg
                                        daarvan precedentwerking is te verwachten;</al></li><li nr="d."><al>bij een voorgenomen besluit dat -indien inwinning van advies
                                        is voorgeschreven- afwijkt van dat advies.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H108067_0_0_2_2_"> In de gevallen als bedoeld in het
                                vorige lid en bij twijfel of een aangelegenheid onder het mandaat
                                valt, is het dagelijks bestuur verplicht tot vooroverleg en
                                terugkoppeling met het algemeen bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Verantwoording</titel></kop><al>De gemandateerde legt aan de mandaatgever verantwoording af over het
                            gebruik van de overgedragen bevoegdheden. Hiervoor wordt in de
                            bestuursrapportages die het waterschap binnen het planning- en
                            controlsysteem kent ruimte gereserveerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7 Inwerkingtreding </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H108068_0_0_1_1_"> Dit besluit treedt in werking met
                                ingang van de dag na de bekendmaking en werkt terug tot 1 december
                                2010.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting op de Bestuurlijke bevoegdhedenregeling 2010</titel></kop><al></al><al>Deze regeling regelt de overdracht van de bevoegdheden van het algemeen
                            bestuur [AB] naar het dagelijks bestuur [DB] tegen de achtergrond van de
                            gewenste rol en taak van deze bestuursorganen. Doelstelling is met name
                            het streven om bevoegdheden daar te leggen waar zij kunnen bijdragen aan
                            een slagvaardig bestuursoptreden en een bestuursmodel dat is gebaseerd
                            op het (be)sturen op processen en producten en waarin taken,
                            verantwoordelijkheden en bevoegdheden helder zijn vastgelegd. </al><al>Zoals hierboven aangegeven gaat het in deze regeling over delegatie (=
                            overdracht) en mandaat (=opdracht) van bevoegdheden. Bij delegatie wordt
                            de betreffende bevoegdheid door het bestuursorgaan overgedragen. Het
                            delegerende bestuursorgaan (het AB) kan de bevoegdheid dus niet meer
                            zelf uitoefenen en is daarmee in beginsel de zeggenschap kwijt.
                            Uiteraard kan het delegatiebesluit wel te allen tijde door het AB worden
                            ingetrokken. Bij mandaat blijft de mandaatgever (AB) verantwoordelijk
                            voor de bevoegdheidsuitoefening en houdt daarover ook zeggenschap.</al><al>De in deze regeling gedelegeerde financiële bevoegdheden en een deel van
                            de bevoegdheden m.b.t. het verrichten van privaatrechtelijke
                            rechtshandelingen, zullen worden gemandateerd aan de ambtelijke
                            organisatie middels een Ambtelijke bevoegdhedenregeling. Hierover zal
                            binnen het DB nadere besluitvorming plaatsvinden. De overige
                            bevoegdheden zullen (vooralsnog) niet aan de ambtelijke organisatie
                            worden gemandateerd. Mocht uit de praktijk en de rapportages blijken dat
                            daaraan toch behoefte bestaat, kan daartoe in overleg met het AB worden
                            besloten. De (onder)mandatering aan de ambtelijke organisatie van de
                            bevoegdheden, zoals deze op grond van de Waterschapswet en het Reglement
                            voor het waterschap De Dommel rechtstreeks aan het DB en de watergraaf
                            zijn toegekend, worden eveneens geregeld in voornoemde Ambtelijke
                            bevoegdhedenregeling.</al><al>Tot slot is van belang op te merken dat artikel 10:19 van de Algemene
                            wet bestuursrecht voorschrijft dat een besluit dat op grond van een
                            gedelegeerde bevoegdheid wordt genomen, het delegatiebesluit en de
                            vindplaats daarvan moet vermelden. Op grond van artikel 10:10 van de
                            Algemene wet bestuursrecht moet een krachtens mandaat genomen besluit
                            vermelden namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen. </al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Voor delegatie van bevoegdheden is een wettelijke basis vereist.
                                    Deze basis wordt gevonden in artikel 83, eerste lid, van de
                                    Waterschapswet en artikel 14 van het Reglement voor het
                                    waterschap De Dommel.</al><al>Op grond van artikel 83, tweede lid, van de Waterschapswet
                                    kunnen bepaalde bevoegdheden niet worden overgedragen. Het
                                    betreft o.a. de bevoegdheid tot het vaststellen van de
                                    begroting, begrotingswijzigingen en de rekening, het heffen van
                                    belastingen of rechten, het vaststellen van peilbesluiten en het
                                    vaststellen van verordeningen.</al><al>De in dit artikel genoemde bevoegdheden mogen wel worden
                                    gedelegeerd en passen binnen de kaderstellende en sturende rol
                                    die voor het DB is weggelegd. Door delegatie kan bestuurlijk
                                    slagvaardiger worden opgetreden. Via het afleggen van
                                    verantwoording wordt het AB in staat gesteld om inzicht te
                                    verkrijgen in het gebruik van deze bevoegdheid. </al><al>Met betrekking tot het vaststellen van het Bedrijfsplan wordt
                                    opgemerkt dat het algemeen bestuur op grond van de
                                    comptabiliteitsvoorschriften met betrekking tot onderstaande
                                    bevoegdheden jaarlijks bij de vaststelling van de
                                    beleidsbegroting een specifiek delegatiebesluit moet nemen:</al><lijst><li nr="-"><al id="anker-H108069_0_1_1_1_"> het aangaan van geldleningen ten
                                    behoeve van de financieringsbehoefte;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H108069_0_1_1_2_"> het vervroegd aflossen en het
                                    opnieuw aangaan van vaste geldleningen;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H108069_0_1_1_3_"> het doen van af- en
                                    overschrijvingen;</al></li><li nr="-"><al id="anker-H108069_0_1_1_4_"> het beschikken over de post
                                    onvoorzien.</al></li></lijst><al>Tot slot blijft het algemeen bestuur bij uitsluiting bevoegd ten
                                    aanzien van het beschikbaar stellen van krediet voor
                                    investerings-innovaties (vervangings- en nieuwe investeringen).
                                    Deze bevoegdheid kan niet gedelegeerd of gemandateerd
                                    worden.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Inherent aan het delegeren is dat er periodiek gerapporteerd wordt
                                aan het delegerende bestuursorgaan omtrent de wijze waarop gebruik
                                gemaakt wordt van de gedelegeerde bevoegdheid (zie ook artikel
                                10:16, tweede lid, Awb, dat voorschrijft dat degene aan wie de
                                bevoegdheid is gedelegeerd, op verzoek van het bestuursorgaan
                                inlichtingen verschaft over de uitoefening van de bevoegdheid).
                                Hiertoe wordt aansluiting gezocht bij de bestuursrapportages die het
                                planning- en controlsysteem kent.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>Er is met betrekking tot deze bevoegdheden gekozen voor mandaat en
                                niet voor delegatie, enerzijds om toch de nodige slagvaardigheid te
                                verkrijgen, anderzijds vanwege de algemene en ruime omschrijving van
                                de bevoegdheden en de verschillen in aard en omvang van de daarop
                                gebaseerde besluiten. Bij bestuurlijke gevoeligheden of grote
                                financiële consequenties kan het algemeen bestuur zelf het besluit
                                nemen. Zie verder de toelichting onder artikel 5.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>Op grond van artikel 10:3, eerste lid, van de Algemene wet
                                bestuursrecht kan geen mandaat verleend worden indien dit bij
                                wettelijk voorschrift is bepaald dan wel indien de aard van de
                                bevoegdheid zich daartegen verzet. Er kunnen zich twee gevallen
                                voordoen waarin de aard van de bevoegdheid zich tegen de
                                mandaatverlening verzet:</al><lijst><li nr="a."><al>De bevoegdheid draagt een zodanig karakter dat
                                        mandaatverlening in het geheel uitgesloten moet worden
                                        geacht, omdat de besluitvorming door het orgaan dat de
                                        wetgever heeft aangewezen (meestal het hoogste
                                        bestuursorgaan) moet plaatsvinden. </al></li><li nr="b."><al>De aard van de bevoegdheid staat mandaatverlening weliswaar
                                        niet ten principale in de weg maar de mandaatverlening in
                                        concreto is, gelet op de aard van de bevoegdheid, niet
                                        toegestaan. Hierbij moet vooral worden gedacht aan situaties
                                        waarin de te mandateren bevoegdheid niet in de sfeer van de
                                        normale bevoegdheidsuitoefening van de gemandateerde ligt,
                                        of dat de gemandateerde zelf belanghebbende is bij de
                                        uitoefening van die bevoegdheid.</al></li></lijst><al>In het tweede lid van artikel 10:3 Awb wordt een niet-limitatief
                                aantal gevallen genoemd waarin mandaatverlening niet is toegestaan,
                                zoals het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften en het
                                nemen van een besluit dat met een versterkte meerderheid moet worden
                                genomen.</al><al>In het derde lid van artikel 10:3 Awb wordt tenslotte bepaald dat
                                het beslissen op een bezwaarschrift aan degene die het besluit
                                waartegen het bezwaar zich richt, niet mag worden gemandateerd. Aan
                                een andere persoon kan deze bevoegdheid dus wel gemandateerd
                                worden.</al><al>Naast voornoemde wettelijke beperkingen maakt het dagelijks bestuur
                                ook in de verder genoemde gevallen geen gebruik van het mandaat dan
                                wel is hij verplicht tot vooroverleg en terugkoppeling met het
                                algemeen bestuur. Een en ander berust op een eigen beoordeling door
                                het dagelijks bestuur. Hierbij moet worden aangetekend dat het
                                vertrouwensbeginsel degene beschermt die op de aanwezigheid van een
                                geldig mandaat vertrouwt en daarop ook heeft mogen vertrouwen.
                                Anderzijds kan degene die door een in mandaat genomen besluit in
                                zijn belangen is getroffen, dat besluit bestrijden met de stelling
                                dat aan het mandaat een gebrek kleefde en er dus geen toerekening
                                van het besluit aan het betrokken bestuursorgaan kan plaatsvinden.
                                Er moet dan van een onbevoegd genomen besluit worden gesproken. In
                                hoeverre het bestuursorgaan het besluit kan bekrachtigen, valt uit
                                de jurisprudentie nog niet geheel op te maken. Van belang daarbij is
                                o.a. of de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid past binnen
                                de normale taakuitoefening van de gemandateerde, het al of niet
                                hiërarchisch ondergeschikt zijn van de gemandateerde en de vraag in
                                hoeverre er beleidsen beoordelingsvrijheid aanwezig is. Toepassing
                                van artikel 6:22 Awb (dat het mogelijk maakt om de schending van een
                                vormvoorschrift te passeren) is in elk geval niet aan de orde. Het
                                in stand laten van de rechtsgevolgen via gedektverklaring is op dit
                                moment veelal voor de rechter de meest gevolgde weg. Dit betekent
                                overigens wel dat de proceskosten voor rekening van het
                                bestuursorgaan komen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>Inherent aan het mandateren is dat er periodiek gerapporteerd wordt
                                aan het mandaterende bestuursorgaan omtrent de wijze waarop gebruik
                                gemaakt wordt van de gemandateerde bevoegdheid (zie ook artikel
                                10:6, tweede lid, Awb, dat voorschrijft dat degene aan wie de
                                bevoegdheid is gemandateerd, op verzoek van de mandaatgever
                                inlichtingen verschaft over de uitoefening van de bevoegdheid).
                                Hiertoe wordt aansluiting gezocht bij de bestuursrapportages die het
                                planning- en controlsysteem kent.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>