<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272314_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voor de Rekenkamercommissie 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-06-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier=""> FlevoPost week 34</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voor de Rekenkamercommissie W</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art.78</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-06-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-10-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>182449 (zaaknummer 182381)</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur – waterschappen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Bekendgemaakt via de GVOP, het waterschapsblad</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voor de Rekenkamercommissie 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Algemene Vergadering van Waterschap Zuiderzeeland;</al><al>gelezen het voorstel van d.d. 9 januari 2014, nummer 182386 (zaaknummer
                        182381;</al><al>overwegende, dat het wenselijk is een Rekenkamercommissie Waterschap
                        Zuiderzeeland in te stellen;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 78 van de Waterschapswet;</al><al><cursief>besluit:</cursief></al><al>vast te stellen de Verordening voor de Rekenkamercommissie Waterschap
                        Zuiderzeeland 2009, luidende als volgt:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Begripsomschrijvingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 </titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="1."><al> waterschap: Waterschap Zuiderzeeland </al></li><li nr="2."><al> commissie: Rekenkamercommissie </al></li><li nr="3."><al> voorzitter: voorzitter van de Rekenkamercommissie </al></li><li nr="4."><al> college: college van Dijkgraaf en Heemraden </al></li><li nr="5."><al> extern lid: lid van de Rekenkamercommissie niet zijnde een
                                        lid van de Algemene Vergadering </al></li><li nr="6."><al> intern lid lid van de Rekenkamercommissie die de Algemene
                                        Vergadering uit haar midden kiest.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Taak van de commissie </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H82330_0_2_2_7_"> Er is een commissie die door de
                                    Algemene Vergadering wordt ingesteld en wordt aangeduid als de
                                    Rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H82330_0_2_2_8_"> De Rekenkamercommissie doet
                                    onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    door het waterschapsbestuur gevoerde bestuur. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Samenstelling, benoeming en aftreedvolgorde</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H82330_0_3_3_9_"> De commissie bestaat uit 5 leden,
                                    waaronder de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H82330_0_3_3_10_"> De Algemene Vergadering benoemt de
                                    voorzitter en de leden van de commissie. 2 leden worden benoemd
                                    door de Algemene Vergadering uit haar midden. De overige leden,
                                    waaronder de voorzitter, zijn geen lid van de Algemene
                                    Vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H82330_0_3_3_11_"> De commissie wijst uit haar midden
                                    een plaatsvervangend voorzitter aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H82330_0_3_3_12_"> De interne leden van de commissie
                                    worden benoemd voor een periode van twee jaar; externe leden
                                    worden in beginsel benoemd voor een periode van vier jaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H82330_0_3_3_13_"> De Algemene Vergadering stelt een
                                    rooster van aftreden vast voor de externe leden op zodanige
                                    wijze dat niet alle externe leden gelijktijdig aftreden. In
                                    verband hiermee kunnen de externe leden, in afwijking van het
                                    bepaalde in de laatste volzin van het vierde lid, voor een
                                    periode korter dan vier jaar worden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H82330_0_3_3_14_"> Indien het lidmaatschap van een
                                    extern lid eindigt vóór het einde van zijn benoemingstermijn,
                                    treedt zijn opvolger af op het moment dat de benoemingstermijn
                                    van het vertrekkende lid zou zijn afgelopen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H82330_0_3_3_15_"> De interne leden kunnen ten hoogste
                                    tweemaal herbenoemd worden. De externe leden kunnen ten hoogste
                                    eenmaal herbenoemd worden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Eed</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4 </titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H82330_0_4_4_16_">Alvorens hun functie te kunnen
                                    uitoefenen, leggen de externe leden van de Rekenkamercommissie
                                    in de vergadering van de Algemene Vergadering, in handen van de
                                    Dijkgraaf, de volgende eed (verklaring en belofte) af: </al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H82330_0_4_4_17_">“Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot
                                    lid van de Rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks
                                    noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige
                                    gift of gunst heb gegeven of beloofd. </al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H82330_0_4_4_18_">Ik zweer (verklaar en beloof) dat
                                    ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch
                                    middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal
                                    aannemen. </al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H82330_0_4_4_19_">Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal
                                    zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik
                                    mijn plichten als lid van de Rekenkamercommissie naar eer en
                                    geweten zal vervullen. </al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H82330_0_4_4_20_">Zo waarlijk helpe mij God Almachtig.
                                    (Dat verklaar en beloof ik.)”</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Nevenfuncties</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H82330_0_5_5_21_"> De leden van de commissie maken
                                    openbaar welke andere functies zij vervullen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H82330_0_5_5_22_"> Openbaarmaking geschiedt door ter
                                    inzage legging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde
                                    functies op de secretarie van het waterschap.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H82330_0_5_5_23_"> Een lid van de commissie is niet
                                    tevens:</al><al>a. minister; </al><al>b. staatssecretaris;</al><al>c. lid van de Raad van State;</al><al>d. lid van de Algemene Rekenkamer; </al><al>e. Nationale Ombudsman;</al><al>f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                    van de Wet Nationale Ombudsman;</al><al>g. Commissaris van de Koning van de provincies waarin het
                                    waterschap is gelegen;</al><al>h. gedeputeerde van de provincies waarin het waterschap is
                                    gelegen;</al><al>i. secretaris van de provincies waarin het waterschap is
                                    gelegen;</al><al>j. griffier van de provincies waarin het waterschap is
                                    gelegen;</al><al>k. burgemeester van een gemeente die in het gebied van het
                                    waterschap is gelegen;</al><al>l. wethouder van een gemeente die in het gebied van het
                                    waterschap is gelegen;</al><al>m. ambtenaar, door of vanwege het waterschapsbestuur aangesteld
                                    of daaraan ondergeschikt;</al><al>n. ambtenaar, door of vanwege de provincie of het Rijk
                                    aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van
                                    werkzaamheden in het kader van het toezicht op het
                                    waterschap;</al><al>o. lid van het college.</al><al/><al/><al>4. Een lid van de commissie mag niet:</al><lijst><li nr="a."><al>als advocaat, procureur of adviseur in geschillen
                                            werkzaam zijn ten behoeve van het waterschap of het
                                            waterschapsbestuur dan wel ten behoeve van de
                                            wederpartij van het waterschap of het
                                            waterschapsbestuur; </al></li><li nr="b."><al>als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve
                                            van de wederpartij van het waterschap of het
                                            waterschapsbestuur; </al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten
                                            behoeve van derden tot het met het waterschap aangaan
                                            van: </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1e.</lidnr><al id="anker-H82330_0_5_5_24_"> overeenkomsten als bedoeld in
                                    onderdeel d;</al></lid><lid><lidnr>2e.</lidnr><al id="anker-H82330_0_5_5_25_"> overeenkomsten tot het leveren van
                                    onroerende zaken aan het waterschap;</al></lid><lid><lidnr/><al>d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan
                                    betreffende: </al></lid><lid><lidnr>1e.</lidnr><al id="anker-H82330_0_5_5_26_"> het aannemen van werk ten behoeve
                                    van het waterschap; </al></lid><lid><lidnr>2e.</lidnr><al id="anker-H82330_0_5_5_27_"> het buiten dienstbetrekking tegen
                                    beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het
                                    waterschap; </al></lid><lid><lidnr>3e.</lidnr><al id="anker-H82330_0_5_5_28_"> het leveren van roerende zaken
                                    anders dan om niet aan het waterschap; </al></lid><lid><lidnr>4e.</lidnr><al id="anker-H82330_0_5_5_29_"> het verhuren van roerende zaken aan
                                    het waterschap; </al></lid><lid><lidnr>5e.</lidnr><al id="anker-H82330_0_5_5_30_"> het verwerven van betwiste
                                    vorderingen ten laste van het waterschap; </al></lid><lid><lidnr>6e.</lidnr><al id="anker-H82330_0_5_5_31_"> het van het waterschap onderhands
                                    verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze
                                    zijn onderworpen;</al></lid><lid><lidnr>7e.</lidnr><al id="anker-H82330_0_5_5_32_"> het onderhands huren of pachten van
                                    het waterschap; </al></lid><lid><lidnr/><al>e. van het vierde lid, sub 4, kan de Algemene Vergadering
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Ontslag</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H82330_0_6_6_33_"> De Algemene Vergadering ontslaat de
                                    leden van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het lidmaatschap van een lid dat tevens lid van de Algemene
                                    Vergadering is eindigt:</al><al>a. op eigen verzoek; </al><al>b. indien de termijn waarvoor hij is benoemd eindigt;</al><al>c. indien het lid niet langer deel uitmaakt van de Algemene
                                    Vergadering; </al><al>d. indien de Algemene Vergadering van oordeel is dat het lid
                                    niet langer geschikt is de functie van lid van de commissie te
                                    vervullen. </al><al/><al/><al>3. Het lidmaatschap van een extern lid eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek; </al></li><li nr="b."><al>indien de termijn waarvoor hij is benoemd eindigt; </al></li><li nr="c."><al>bij aanvaarding van een functie die naar het oordeel van
                                            de Algemene Vergadering onverenigbaar is met het
                                            lidmaatschap van de commissie; </al></li><li nr="d."><al>wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                            uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel zulk
                                            een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot
                                            gevolg heeft; </al></li><li nr="e."><al>indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                            uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van
                                            faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft
                                            verkregen of wegens schulden is gegijzeld; </al></li><li nr="f."><al>indien het lid door ziekte of gebreken blijvend
                                            ongeschikt is zijn functie als lid van de commissie te
                                            vervullen. </al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Vergoeding leden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H82330_0_7_7_35_"> De voorzitter en de leden ontvangen
                                    een vergoeding voor de werkzaamheden die zij voor de commissie
                                    verrichten. Deze vergoeding wordt bij besluit van de Algemene
                                    Vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H82330_0_7_7_36_"> De vergoeding bedoeld in het eerste
                                    lid komt ten laste van het budget van de commissie.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Onderwerpselectie en onderzoeksopzet</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8 </titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De Algemene Vergadering kiest de onderwerpen voor het door
                                        de commissie uit te voeren onderzoek en formuleert de
                                        probleemstelling.</al></li><li nr="2."><al> Aan de hand van de probleemstelling maakt de commissie een
                                        onderzoeksvoorstel. Het onderzoeksvoorstel omvat de
                                        probleemstelling, aanleiding en doel van het onderzoek,
                                        onderzoeksvragen, normenkader, onderzoeksaanpak, planning en
                                        een inschatting van de benodigde financiële middelen en
                                        capaciteitsbeslag. De commissie geeft de
                                        secretaris-directeur de gelegenheid te reflecteren op het
                                        onderzoeksvoorstel. </al></li><li nr="3."><al> De commissie zendt het onderzoeksvoorstel aan de Algemene
                                        Vergadering. Op basis van dit voorstel stelt de Algemene
                                        Vergadering de onderzet vast.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Werkwijze</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H82330_0_9_9_40_"> De commissie is verantwoording
                                    schuldig aan de Algemene Vergadering over de door de commissie
                                    uitgevoerde werkzaamheden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H82330_0_9_9_41_"> De commissie kan besluiten de
                                    Algemene Vergadering tussentijds te informeren over de voortgang
                                    van het onderzoek. Ook kan de Algemene Vergadering de commissie
                                    verzoeken om haar tussentijds te informeren over de
                                    voortgang.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H82330_0_9_9_42_"> De commissie is bevoegd bij alle
                                    leden van het waterschapsbestuur en bij alle ambtenaren van het
                                    waterschap die mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te
                                    winnen of te laten inwinnen, die zij nodig acht voor de
                                    uitvoering van de onderzoeken. De leden van het
                                    waterschapsbestuur en de ambtenaren van het waterschap zijn
                                    verplicht, behalve in geval van personeelsvertrouwelijke
                                    dossiers, de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie
                                    gestelde termijn te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H82330_0_9_9_43_"> De commissie kan zich laten
                                    adviseren door de concerncontroller.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H82330_0_9_9_44_"> De commissie vergadert in
                                    beslotenheid; haar rapporten zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H82330_0_9_9_45_"> Voor de uitvoering van het
                                    onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare
                                    budget, externe desskundigheid inschakelen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H82330_0_9_9_46_"> De commissie stelt de
                                    secretaris-directeur en het college in de gelegenheid om binnen
                                    een in onderling overleg af te spreken termijn, die in totaal
                                    ten minste vier en maximaal acht weken bedraagt, hun reactie aan
                                    de commissie te geven op de juistheid en volledigheid van het
                                    conceptonderzoeksrapport. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H82330_0_9_9_47_"> De commissie geeft in een
                                    cshriftelijke reactie richting de secretaris-directeur en het
                                    college aan op welke wijze hun reactie is verwerkt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Behandeling door de Algemene Vergadering</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De commissie zendt haar onderzoeksrapport, de nota met
                                        conclusies en aanbevelingen aan de Algemene Vergadering en
                                        een afschrijft daarvan aan het college van Dijkgraaf en
                                        Heemraden en de secretaris-directeur.</al></li><li nr="2."><al> Tijdens de behandeling in de Algemene Vergadering is de
                                        gelegenheid tot het stellen van vragen aan de commissie. Bij
                                        een onderzoek dat is uitgevoerd door een extern bureau, zal
                                        de voorzitter deze vragen beantwoorden. Bij een onderzoek
                                        dat is uitgevoerd door de commissie zal het externe lid dat
                                        de trekker was van het onderzoek, deze vragen
                                        beantwoorden.</al></li><li nr="3."><al> De Algemene Vergadering stelt vervolgens vast aan welke
                                        aanbevelingen zij opvolging zou willen geven en zij geeft
                                        het college opdracht om hirvoor een plan van aanpak op te
                                        stellen en aan te bieden aan de Algemene Vergadering. Het
                                        plan van aanpak wordt zo spoedig mogelijk in de Algemene
                                        Vergadering geagendeerd.</al></li><li nr="4."><al> In het plan van aanpak wordt de haalbaarheid van de
                                        aanbevelingen getoetst, worden synergiemogelijkheden met
                                        andere trajecten inzichtelijk gemaakt en waar nodig
                                        alternatieven geschetst. Met het vaststellen van het plan
                                        van aanpak door de Algemene Vergadering krijgt het college
                                        de opdracht tot uit</al></li></lijst><al>voering. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 </titel></kop><al id="anker-H82330_0_10_10_49_">De commissie wordt bij haar
                                werkzaamheden ondersteund door het hoofd van de afdeling Staf dan
                                wel door een door haar aan te wijzen medewerk(st)er.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Budget</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H82330_0_11_11_50_"> De commissie is bevoegd binnen
                                    een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget
                                    uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar
                                    taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H82330_0_11_11_51_"> Ten laste van het in het eerste
                                    lid bedoelde budget worden de kosten gebracht betreffende:</al><lijst><li nr="a."><al> de vergoedingen aan de externe leden; </al></li><li nr="b."><al>de externe deskundigen die eventueel door de commissie
                                            zijn ingeschakeld; </al></li><li nr="c."><al>overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de
                                            uitoefening van haar taak.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13 </titel></kop><al id="anker-H82330_0_13_13_53_">Deze verordening treedt in werking op
                                de dag nadat zij is vastgesteld.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Citeertitel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13 </titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening voor de
                                Rekenkamercommissie Waterschap Zuiderzeeland 2014”.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de Algemene Vergadering d.d. 28 januari 2014.</ondertekening><ondertekening>Lelystad, 28 januari 2014</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>ir. J.B. van der Veen. ir. H.C. Klavers.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>