<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272269_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Amstel, Gooi en Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Amstel, Gooi en Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 79</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1997-03-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1997-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>1997-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-12-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur – waterschappen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum inwerkingtreding bij benadering.</al><al>Datum ondertekening: 20-3-1997</al><al>Bron bekendmaking: Onbekend</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inhoud</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt onder inspraak
                                verstaan:</al><al>Een door of namens het dagelijks bestuur geboden gelegenheid voor
                                ingezetenen en in het gebied van het hoogheemraadschap belang
                                hebbende natuurlijke en rechtspersonen om hun mening omtrent te
                                nemen besluiten van het hoogheemraadschap kenbaar te maken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Object van inspraak</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H81167_0_2_2_1_"> Onverminderd het bepaalde bij wet,
                                    algemene maatregel van bestuur of provinciale verordening vallen
                                    onder de werking van de onderhavige verordening de door het
                                    algemeen bestuur van het hoogheemraadschap te nemen besluiten
                                    inzake</al><lijst><li nr="a."><al> verordeningen, met uitzondering van
                                            belastingverordeningen;</al></li><li nr="b."><al> de handhaving van waterstanden;</al></li><li nr="c."><al> de aanleg of verbetering van waterstaatswerken, tenzij
                                            het werken betreft waarvan naar het oordeel van het
                                            dagelijks bestuur niet in betekenende mate een wijziging
                                            van de bestaande waterstaatkundige situatie of van de
                                            hoogte van de te heffen omslagen is te verwachten;</al></li><li nr="d."><al> de legger.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H81167_0_2_2_2_"> Tevens vallen onder de werking van
                                    de onderhavige verordening de naar het oordeel van het dagelijks
                                    bestuur daarvoor in aanmerking komende besluiten.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Terinzagelegging en publicatie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H81167_0_3_3_3_"> Een ontwerp-besluit als bedoeld in
                                    artikel 2 leden 1 en 2 wordt voor een ieder gedurende tenminste
                                    vier weken ter inzage gelegd op het kantoor van het
                                    hoogheemraadschap en bij de gemeentehuizen (secretarieën) van
                                    door het dagelijks bestuur te bepalen gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H81167_0_3_3_4_"> Indien het ontwerp-besluit
                                    betrekking heeft op een deel van het gebied van het
                                    hoogheemraadschap kan worden volstaan met terinzagelegging op
                                    het kantoor van het hoogheemraadschap en de gemeentehuizen
                                    (secretarieën) van de gemeenten in het desbetreffende
                                    gebied.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H81167_0_3_4_5_"> Het dagelijks bestuur maakt de
                                    terinzagelegging tijdig op de voor het hoogheemraadschap
                                    gebruikelijke wijze bekend, in elk geval door kennisgeving in de
                                    daarvoor in aanmerking komende dag-, week- en huisbladen, dan
                                    wel op een andere geschikte wijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H81167_0_3_4_6_"> De kennisgeving, bedoeld in het
                                    eerste lid, omvat in ieder geval:</al><lijst><li nr="•"><al>de zakelijke inhoud van het ontwerp-besluit;</al></li><li nr="•"><al>op welke plaatsten en tijdstippen het ontwerp-besluit
                                            ter inzage ligt;</al></li><li nr="•"><al>de wijze waarop ingezetenen en in het gebied belang
                                            hebbende natuurlijke en rechtspersonen overeenkomstig
                                            het bepaalde in artikel 5 hun opvattingen over het te
                                            nemen besluit kenbaar kunnen maken; </al></li><li nr="•"><al>de wijze waarop ingezetenen en in het gebied
                                            belanghebbende natuurlijke en rechtspersonen kennis
                                            kunnen nemen van de beschouwingen van het dagelijks
                                            bestuur omtrent de ingekomen reacties.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Schriftelijke reacties</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>Ingezetenen en in het gebied belang hebbende natuurlijke en
                                rechtspersonen kunnen gedurende de in artikel 3 lid 1 bedoelde
                                termijn hun gemotiveerde opvatting omtrent het te nemen besluit
                                schriftelijk kenbaar maken aan het bestuur.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>Degenen die daarom in hun schriftelijke reactie hebben verzocht
                                worden door het dagelijks bestuur in de gelegenheid gesteld hun
                                reactie mondeling toe te lichten, tenzij een dergelijk verzoek
                                kennelijk onredelijk is.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Rapportage</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>In het voorstel aan het algemeen bestuur wordt melding gemaakt van
                                de gehouden inspraakprocedure en de beschouwingen van het dagelijks
                                bestuur over de in het kader daarvan ingekomen reacties.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Beklagrecht</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H81167_0_6_8_7_"> Ingezetenen en in het gebied belang
                                    hebbende natuurlijke en rechtspersonen kunnen omtrent de
                                    uitvoering van deze verordening bij het dagelijks bestuur een
                                    klacht indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H81167_0_6_8_8_"> Een klacht, gericht tegen het niet
                                    verlenen van inspraak op een ontwerp-besluit dient te worden
                                    ingediend uiterlijk twee weken na het moment waarop klager
                                    redelijkerwijs kan weten dat hem geen inspraak is verleend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H81167_0_6_8_9_"> Een klacht, gericht tegen de
                                    uitvoering van de inspraakprocedure dient te worden ingediend
                                    uiterlijk twee weken:</al><lijst><li nr="•"><al>na afloop van de termijn bedoeld in artikel 3 lid 1, dan
                                            wel</al></li><li nr="•"><al>nadat degenen die daar om hadden verzocht in de
                                            gelegenheid zijn gesteld hun reactie mondeling toe te
                                            lichten, dan wel</al></li><li nr="•"><al>nadat het besluit van het dagelijks bestuur dat een
                                            verzoek om mondelinge toelichting kennelijk onredelijk
                                            is aan de indiener van de reactie is bekendgemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H81167_0_6_8_10_"> Het dagelijks bestuur besluit,
                                    gehoord een door het algemeen bestuur ingestelde commissie,
                                    binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift omtrent de
                                    ingediende klacht. Het kan deze termijn met ten hoogste vier
                                    weken verlengen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H81167_0_6_8_11_"> Het dagelijks bestuur brengt het
                                    besluit omtrent het klaagschrift terstond ter kennis van de
                                    klager, de in het vierde lid bedoelde commissie, alsmede het
                                    algemeen bestuur.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Intrekking</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9 </titel></kop><al>De Inspraakverordening zuiveringschap Amstel- en Gooiland en de
                                Inspraakverordening hoogheemraadschap Amstel en Vecht worden
                                ingetrokken</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10 </titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 1997. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Citeertitel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11 </titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Inspraakverordening
                                Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht”</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Artikel 79 van de Waterschapwet verplicht waterschappen tot het vaststellen van
                    een inspraakverordening die van toepassing is op de door het algemeen bestuur te
                    nemen besluiten.</al><al>Deze algemene inspraakverordening moet worden beschouwd als een aanvulling op
                    inspraakregelingen die zijn opgenomen in formele wetten, algemene maatregelen
                    van bestuur of provinciale verordeningen. Als voorbeelden daarvan kan worden
                    gewezen op de inspraakprocedures die zijn geregeld in de Wet op de
                    waterhuishouding en de Wet milieubeheer. Verder kent de Waterschapwet
                    bijvoorbeeld een inspraakregeling voor de begroting van een waterschap. De
                    inspraakverordening Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht is gebaseerd op de
                    model- inspraakverordening van de Unie van Waterschappen. In deze
                    model-inspraakverordening is zoveel mogelijk rekening gehouden met de hierboven
                    genoemde regelingen alsmede met de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>Het doel van inspraak is tweeledig. Enerzijds wordt belanghebbenden de
                    mogelijkheid geboden om hun mening omtrent een ontwerp-besluit van het
                    waterschapsbestuur kenbaar te maken. Anderzijds is de inspraak voor het
                    waterschap een belangrijk hulpmiddel om op basis van een evenwichtige
                    belangenafweging tot een besluit te komen.</al><al>Uit het doel van inspraak vloeit een aantal randvoorwaarden voort. Inspraak is
                    slechts zinvol wanneer er voor het waterschapsbestuur een keuzemogelijkheid is.
                    Indien het waterschap geen keuze heeft, hetgeen met name kan voorkomen indien
                    het een gebonden besluit betreft dat voortvloeit uit een voorschrift van hoger
                    gezag, kan het ook geen rekening houden met de meningen van belanghebbenden. In
                    deze situatie is het het hoger gezag dat inspraak dient te verlenen ten aanzien
                    van zijn voorschrift.</al><al>Een tweede belangrijk aspect in dit verband is dat inspraak het beste tot zijn
                    recht komt indien het beleidsvoornemen dan wel de praktische consequenties van
                    de verschillende keuzemogelijkheden voor de insprekers duidelijk zijn
                    aangegeven. Dit betekent dat ambtelijke en bestuurlijke gedachtenvorming inzake
                    het te nemen besluit moet hebben plaatsgevonden en dat eventuele
                    keuzemogelijkheden voor de insprekers duidelijk zijn aangegeven.</al><al>In dit verband wordt overigens opgemerkt dat het in veel gevallen zinvol is om
                    in een vroeger stadium, bijvoorbeeld in het kader van de ambtelijke
                    voorbereiding voorlichting te geven omtrent het beleidsvoornemen dan wel om
                    daarover overleg te voeren met de meest direct betrokken belanghebbenden.</al><al>Op die wijze kunnen belanghebbenden immers al in een zeer vroeg stadium kennis
                    nemen van voornemens van het waterschap en door het aandragen van informatie er
                    mede zorg voor dragen dat het waterschap een ontwerp-besluit in de inspraak
                    brengt dat op de juiste wijze inzicht geeft in de diverse aspecten van het
                    voorgenomen besluit.</al><al>Verder wordt gewezen op het gegeven dat voor bepaalde projecten zowel
                    besluitvorming door het waterschap als door andere overheden nodig is. Indien
                    voor beide besluiten inspraakprocedures moeten worden gehouden zou met het oog
                    op doelmatigheid moeten worden gestreefd naar coördinatie van die procedures.
                    Daarbij kan worden gedacht aan gelijktijdige terinzagelegging, gezamenlijke
                    kennisgeving, afspraken met betrekking tot ingekomen reacties, gezamenlijke
                    hoorzittingen enzovoort.</al><al>Artikel 79 van de Waterschapswet verplicht de waterschappen in ieder geval de
                    volgende besluiten onder de werking van de inspraakverordening te brengen:</al><al>a: verordeningen, met uitzondering van belastingverordeningen;</al><al>b: de handhaving van de waterstanden, met name peilbesluiten;</al><al>c: de aanleg of verbetering van waterstaatswerken, tenzij het werken betreft
                    waarvan naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet in betekenende mate een
                    wijziging van de bestaande waterstaatkundige situatie of van de hoogte van de te
                    heffen omslagen is te verwachten;</al><al>d: de legger.</al><al>Artikel 79 van de Waterschapswet stelt de volgende formele vereisten aan de
                    inspraakverordening. De verordening dienst tenminste te regelen de wijze waarop
                    ontwerp-besluiten worden bekendgemaakt en waarop ingezetenen en in het gebied
                    belanghebbende natuurlijke en rechtspersonen in de gelegenheid worden gesteld
                    hun mening daaromtrent kenbaar te maken, alsmede de verplichting tot
                    rapportering over die inspraak en de uitkomsten daarvan. Tevens regelt de
                    verordening de wijze waarop belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om
                    beklag te doen over de wijze uitvoering daarvan.</al><al><vet>Artikelgewijs</vet></al><al>Artikel 1</al><al>De omschrijving van het begrip inspraak is voor een belangrijk deel ontleend aan
                    artikel 79 van de Waterschapswet. De verantwoordelijkheid voor de inspraak wordt
                    gelegd bij het dagelijks bestuur van het waterschap omdat het hierbij gaat om de
                    uitvoering van een waterschapsverordening.</al><al>Voor wat betreft de definitie van het begrip ingezetene lijkt het zinvol aan te
                    sluiten bij artikel 11 van de Waterschapswet. Dit artikel bepaalt dat
                    ingezetenen degenen zijn die hun werkelijke woonplaats hebben in het gebeid van
                    het waterschap.</al><al>Een omschrijving van het begrip “in het gebied van het waterschap belanghebbende
                    natuurlijke en rechtspersonen” is nauwelijks te geven. Onder dit begrip vallen
                    blijkbaar in de eerste plaats alle natuurlijke en rechtspersonen, voor zover al
                    niet vallend onder het begrip ingezetenen, die in het gebied van het waterschap
                    gebouwde en ongebouwde onroerende zaken in eigendom hebben, pachter zijn of
                    gebruiker zijn van bedrijfsgebouwen. Het is duidelijk dat deze personen in het
                    algemeen belanghebbend kunnen zijn bij beleidsvoornemens van het
                    waterschapsbestuur.</al><al>Ten aanzien van organisaties, niet behorend bij bovengenoemde categorieën die
                    het algemeen belang vertegenwoordigen, kan worden opgemerkt dat het om
                    pragmatische redenen wenselijk is deze organisaties (bijvoorbeeld
                    landbouworganisaties of milieu-organisaties) bij de inspraak te betrekken.</al><al>In de rechtspraak zijn vertegenwoordigers van collectieve belangen in het
                    algemeen als belanghebbenden geaccepteerd. Dit is bevestigd in artikel 1:2 van
                    de Algemene wet bestuursrecht voorzover het gaat om rechtspersonen.</al><al>Artikel 2</al><al>Ten aanzien van het object van de inspraak kan worden opgemerkt dat uit de
                    formulering van artikel 79 blijkt dat in beginsel alle besluiten van het
                    algemeen bestuur onder de werking van de inspraakverordening vallen. Dit artikel
                    spreekt immers over “de besluiten van het algemeen bestuur “. Uit het tweede lid
                    van artikel 79 waarin wordt bepaald welke besluiten in ieder geval onder de
                    werking van de inspraakverordening moeten worden gebracht, kan worden afgeleid
                    dat het waterschapsbestuur een grote mate van beleidsvrijheid heeft inzake de
                    vraag welke ontwerp-besluiten onder de werking van de inspraakverordening moeten
                    worden gebracht, maar dat tenminste de in het tweede lid genoemde besluiten
                    hieronder vallen. Daarbij kan aan het volgende worden gedacht. In de eerste
                    plaats zijn er de besluiten die rechtstreeks voortvloeien uit voorschriften van
                    hoger gezag, waarbij er voor het waterschap geen keuze is. Andere uitzonderingen
                    betreffen besluiten die uitsluitend interne werking voor het waterschap hebben,
                    besluiten van zeer gering belang en, zoals uit de tekst van artikel 79 blijkt,
                    belastingverordeningen.</al><al>Verder ligt het in de rede dat inspraakmogelijkheden naar hun aard uitsluitend
                    van belang zijn voor besluiten met een algemene strekking. Voor besluiten die
                    een belanghebbende of slechts een beperkte groep belanghebbenden treffen is een
                    algemene inspraakprocedure niet noodzakelijk.</al><al>Volgens het bepaalde in de Memorie van Toelichting bij artikel 79 Waterschapswet
                    dienen besluiten die bepalend zijn voor de omslag en belangrijke besluiten op
                    het gebied van het operationeel waterstaatkundig beheer in elk geval onder de
                    werkingssfeer van de inspraakverordening te worden gebracht.</al><al>In de Memorie van Antwoord wordt gepreciseerd dat het hier met name gaat om
                    peilbesluiten en dat besluiten die een beperkte betekenis hebben voor de
                    bestaande waterstaatkundige situatie en die ook niet of nauwelijks van invloed
                    zijn op de te heffen waterschapsomslag niet onder de werking van de
                    inspraakverordening moeten worden gebracht. De omstandigheid dat de onderhavige
                    inspraakverordening een aanvullend karakter heeft ten opzichte van andere,
                    hogere procedureregelingen, wordt tot uitdrukking gebracht door de zinsnede
                    “Onverminderd het bepaalde in wet, algemene maatregel van bestuur of provinciale
                    verordening”. Zo dient bij een besluit inzake het waterbeheersplan in eerste
                    instantie rekening te worden gehouden met de procedurebepalingen in de
                    provinciale verordening op de waterhuishouding.</al><al>Overigens dient hierbij nog als algemeen voorbehoud te worden aangetekend dat in
                    dringende gevallen van het bepaalde in de verordening mag worden afgeweken.</al><al>Artikel 3 en 4</al><al>De wijze van publicatie wordt in belangrijke mate aan het dagelijks bestuur
                    overgelaten. Hierdoor kan de wijze van publicatie optimaal worden afgestemd op
                    de aard van het ontwerp-besluit (bijvoorbeeld publicatie in een bepaald deel van
                    het gebied.) Uiteraard dient het dagelijks bestuur daarbij aan de
                    minimumvereisten te voldoen.</al><al>Als algemeen criterium geldt dat belanghebbenden redelijkerwijze kennis moeten
                    kunnen nemen van de terinzagelegging en de inspraakmogelijkheden. In dat licht
                    is bepaald dat de terinzagelegging via daarvoor in aanmerking komende dag-,
                    nieuws-, en huis-aan-huisbladen moet worden bekendgemaakt, dan wel op een andere
                    geschikte wijze. Overigens kan daarbij van het dagelijks bestuur niet worden
                    gevraagd dat het expliciet rekening houdt met belanghebbenden die niet in het
                    waterschapsgebied wonen. Ten aanzien van de termijn van terinzagelegging
                    (minstens vier weken) is aangesloten bij de praktijk, alsmede bij artikel 3:11
                    van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>Artikel 6</al><al>Een openbare zitting waarbij belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld
                    hun schriftelijk ingediende reacties mondeling toe te lichten is in het kader
                    van de inspraakprocedure niet altijd noodzakelijk. Om deze reden bepaalt artikel
                    6 dat het dagelijks bestuur degenen die daarom in hun schriftelijke reactie
                    verzoeken de gelegenheid daartoe dienen te geven, tenzij het verzoek kennelijk
                    onredelijk is. Over een besluit daartoe van het dagelijks bestuur kan op grond
                    van artikel 8 worden geklaagd.</al><al>Artikel 7 </al><al>De regeling met betrekking tot de rapportage is zo eenvoudig mogelijk gehouden.
                    Bepaald is dat van de inspraakprocedure en de beschouwingen van het dagelijks
                    bestuur over de ingekomen reacties melding wordt gemaakt in het voorstel dat aan
                    het algemeen bestuur wordt voorgelegd. Het is uiteraard van belang dat degenen
                    die een schriftelijke reactie hebben ingediend van deze rapportage kennis kunnen
                    nemen.</al><al>Artikel 8</al><al>De Waterschapswet schrijft in artikel 79 lid 3 voor dat een regeling wordt
                    getroffen voor de wijze waarop ingezetenen en in het gebied belang hebbende
                    natuurlijke en rechtspersonen in de gelegenheid worden gesteld hun beklag te
                    doen over de uitvoering van deze verordening. De inspraakverordening bevat
                    hiertoe een regeling van het beklagrecht die zowel betrekking heeft op het niet
                    verlenen van inspraak op een beleidsvoornemen als op de uitvoering van de
                    inspraakprocedure.</al><al>In de verordening is de verantwoordelijkheid voor de beslissing op het
                    klaagschrift primair bij het dagelijks bestuur gelegd. Aangezien het dagelijks
                    bestuur al verantwoordelijk is voor de uitvoering van de inspraakprocedure is
                    het echter wenselijk dat een commissie van advies wordt betrokken bij de
                    beslissing over het klaagschrift.</al><al> Derhalve wordt, in de situatie dat het dagelijks bestuur bevoegd is de
                    beslissing omtrent het klaagschrift te nemen, voorgeschreven dat het dagelijks
                    bestuur een door het algemeen bestuur gekozen commissie hoort. Indien daartoe
                    aanleiding is of indien de klager daarom expliciet heeft verzocht, kan het
                    dagelijks bestuur of de commissie de klager in de gelegenheid stellen zijn
                    klacht mondeling toe te lichten. Tegen de beslissing van het dagelijks bestuur
                    omtrent een klaagschrift tegen het niet verlenen van inspraak op een
                    beleidsvoornemen of een klaagschrift tegen de uitvoering van de
                    inspraakprocedure, staat ingevolge artikel 8:1 Algemene wet bestuursrecht de
                    mogelijkheid open beroep in te stellen bij de rechtbank.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>