<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272240_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Overlegverordening commissie voor georganiseerd overleg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gepubliceerd op de website van het hoogheemradschap van Schieland en de Krimpenerwaard (Loket regelgeving) in week 14 van 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Overlegverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, artt. 56 en 77</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-03-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-03-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art.125,lid 1, sub m Ambtenarenwet en art. 13.1 SAW</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur – waterschappen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Hoewel de verordening inhoudelijk hetzelfde is als de overlegverordening die op 29 juni 2005 werd vastgesteld, is wijziging nodig op grond van wijziging van artikelen in de Ambtenarenwet en in de Sectorale Arbeidsvoorwaarden Waterschappen (SAW).</al><al>Artikel 125,lid1, sub q van de Ambtenarenwet is vervallen. In plaats daarvan wordt artikel 125, lid 1, sub m toegepast.</al><al>Artikel 2.1.1 van de SAW is gewijzigd in artikel 13.1. Tevens is paragraaf 3.2 van de SAW gewijzigd in paragraaf 2.2</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 25-3-2009</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Gepubliceerd op de website van het hoogheemradschap van Schieland en de Krimpenerwaard (Loket regelgeving) in week 14 van 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Overlegverordening commissie voor georganiseerd overleg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De verenigde vergadering van het hoogheemraadschap van Schieland en de
                        Krimpenerwaard; </al><al>op voordracht van de dijkgraaf en hoogheemraden van 25 maart 2009; </al><al>gelet op het bepaalde in artikel 125, eerste lid, sub m, van de
                        Ambtenarenwet en artikel 13.1 van de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen
                        Waterschapspersoneel; </al><al>gelet op de artikelen 56 en 77 van de Waterschapswet; </al><al>BESLUIT: Vast te stellen de navolgende gewijzigde Overlegverordening van het
                        hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard;</al><al><vet>Overlegverordening van het hoogheemraadschap van Schieland en de
                            Krimpenerwaard.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Overlegverordening 2009</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>- ‘de commissie': de in artikel 13.1 lid 1 van de Sectorale
                                arbeidsvoorwaarden-regelingen waterschapspersoneel (SAW) bedoelde
                                commissie voor georganiseerd overleg;</al><al>- ‘de ambtenaren': de ambtenaren in de zin van de SAW en de
                                werknemers in de zin van paragraaf 2.2 van de SAW;</al><al>- ‘de organisaties': de plaatselijk werkende groeperingen van de
                                landelijke verenigingen van overheidspersoneel, aangesloten bij de
                                centrales die deel uitmaken van het Landelijk
                                Arbeidsvoorwaardenoverleg Waterschappen (LAWA).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_1_2_"> De aan het slot van het vorige lid
                                bedoelde centrales zijn: de Algemene Centrale van Overheidspersoneel
                                (ACOP), de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijzend
                                Personeel (CCOOP) en de Centrale van Middelbare en Hogere
                                Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen
                                (CMHF).</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Samenstelling </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_3_3_"> De commissie is samengesteld uit een
                                vertegenwoordiging van het waterschapsbestuur en een
                                vertegenwoordiging van de organisaties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_3_4_"> Voor de vertegenwoordiging van het
                                waterschapsbestuur wijst het dagelijks bestuur uit zijn midden een
                                vertegenwoordiger en diens plaatsvervanger aan en doet het algemeen
                                bestuur uit zijn midden aanwijzing van ten minste drie leden en hun
                                plaatsvervangers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_3_5_"> Voor de vertegenwoordiging van de
                                organisaties worden per centrale, bedoeld in artikel 1, lid 2, twee
                                leden en hun plaatsvervangers aangewezen. Deze aanwijzing geschiedt
                                door en uit de organisaties, welke ten minste 2 ambtenaren tot haar
                                leden tellen. Indien verschillende organisaties deel uitmaken van
                                een zelfde centrale, geldt het in de vorige zin bepaalde voor deze
                                organisaties gezamenlijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_4_6_"> De aanwijzing door het dagelijks bestuur
                                en het algemeen bestuur geschiedt voor een periode van ten hoogste
                                zes jaren en voorts telkens ter vervanging van hen die ophouden lid
                                van het dagelijks bestuur of van het algemeen bestuur te zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Uiterlijk 1 februari van elk jaar doet elke organisatie, bedoeld in
                                artikel 2, lid 3, aan het dagelijks bestuur opgaaf van:</al><al>a. het aantal der op 1 januari van dat jaar bij haar aangesloten
                                ambtenaren;</al><al>b. de namen en adressen der ambtenaren, die ingevolge artikel 2, lid
                                3, als leden en plaatsvervangers zijn aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_4_8_"> Degene, die als lid of als
                                plaatsvervanger door een organisatie is aangewezen, houdt op dit te
                                zijn zodra hij geen lid van de organisatie of geen ambtenaar meer
                                is, alsmede indien de organisatie schriftelijk aan het dagelijks
                                bestuur doet weten dat zijn aanwijzing als vertegenwoordiger of
                                plaatsvervanger is ingetrokken. In deze gevallen wordt zo spoedig
                                mogelijk een opvolger aangewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_5_9_"> Voorzitter van de commissie is de door
                                het dagelijks bestuur aangewezen vertegenwoordiger of bij
                                afwezigheid zijn plaatsvervanger.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_5_10_"> Het dagelijks bestuur wijst een
                                ambtenaar, niet behorende tot de vertegenwoordiging van de
                                organisatie, tot secretaris van de commissie aan, alsmede diens
                                plaatsvervanger. Zo nodig stelt het dagelijks bestuur verder
                                personeel voor het secretariaat ter beschikking. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_5_11_"> De secretaris kan aan de besprekingen
                                deelnemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Taak en bevoegdheden </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_7_12_"> De commissie beraadslaagt over alle
                                aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de
                                ambtenaren met inbegrip van de algemene regels volgens welke het
                                personeelsbeleid zal worden ingevoerd, voor zover in het overleg
                                niet wordt voorzien door het Landelijk Arbeidsvoorwaardenoverleg
                                Waterschappen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_7_13_"> Wordt over een onderwerp een regeling
                                getroffen overeenkomstig de uitkomsten van het Landelijk
                                Arbeidsvoorwaardenoverleg Waterschappen, dan doet het dagelijks
                                bestuur daarvan mededeling aan de commissie; wordt geen regeling
                                getroffen dan vindt terzake alsnog overleg in de commissie
                                plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_8_14_"> Voorstellen strekkende tot invoering,
                                intrekking en wijziging van regelingen waaraan individuele
                                personeelsleden rechten kunnen ontlenen en die een uitwerking zijn
                                van voorstellen die in het landelijk overleg met de centrales van
                                overheidspersoneel zijn overeengekomen, worden slechts ten uitvoer
                                gebracht indien daarover overeenstemming is bereikt tussen de
                                werkgeversdelegatie en de meerderheid van de
                                werknemersvertegenwoordigers van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_8_15_"> Voorts worden voorstellen strekkende
                                tot invoering, intrekking en wijziging van in geld waardeerbare
                                regelingen waaraan individuele personeelsleden rechten kunnen
                                ontlenen, slechts ten uitvoer gebracht indien daarover
                                overeenstemming is bereikt tussen de werkgeversdelegatie en de
                                meerderheid van de werknemersvertegenwoordigers van de
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_8_16_"> Besluiten omtrent de overige in artikel
                                5 bedoelde onderwerpen worden door het dagelijks bestuur en het
                                algemeen bestuur niet genomen, noch voorstellen daaromtrent door het
                                dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur gedaan, dan nadat de
                                werknemersdelegatie van de commissie haar gevoelen over de
                                concept-besluiten, respectievelijk voorstellen heeft kenbaar
                                gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_8_17_"> Ten aanzien van voorstellen
                                voortvloeiende uit algemene wetgevingsprojecten, stelselwijzigingen
                                of operaties die op werknemers in het algemeen betrekking hebben, is
                                het bepaalde onder het eerste en tweede lid alleen van toepassing op
                                de uit deze projecten voortvloeiende invoering of wijziging van
                                regelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_9_18_"> De commissie, alsmede de
                                vertegenwoordiging van de organisaties, is bevoegd aangaande de in
                                artikel 5 bedoelde onderwerpen voorstellen te doen aan het dagelijks
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_9_19_"> Heeft een voorstel betrekking op
                                onderwerpen, behorende tot de bevoegdheid van het dagelijks bestuur
                                dan neemt dit bestuur daaromtrent een beslissing. Behoren zij tot de
                                bevoegdheid van het algemeen bestuur dan brengt het dagelijks
                                bestuur het voorstel, voorzien van zijn advies, in elk geval ter
                                kennis van het algemeen bestuur, indien uit het voorstel de
                                eenstemmige wens der vertegenwoordiging van de organisaties daartoe
                                blijkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_9_20_"> De besluiten, welke naar aanleiding van
                                voorstellen van de commissie worden genomen, worden aan de
                                vertegenwoordiging van de organisaties en aan de hoofdbesturen van
                                de vertegenwoordigde organisaties medegedeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_10_21_"> De commissie kan, indien dit voor de
                                behandeling van een bepaald onderwerp nodig wordt geacht, een
                                subcommissie instellen, bestaande uit door haar aan te wijzen
                                voorzitter en leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_10_22_"> De secretaris van de commissie is
                                tevens secretaris van de subcommissie. Hij kan zich doen bijstaan of
                                vervangen door degenen die ingevolge artikel 4, lid 2, ter
                                beschikking staan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_10_23_"> Het bepaalde in artikel 12 is van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Vergaderingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_12_24_"> De commissie vergadert indien de
                                voorzitter dit nodig oordeelt op door hem te bepalen
                                tijdstippen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_12_25_"> Voorts belegt de voorzitter een
                                vergadering indien ten minste drie leden van de commissie hem dit
                                schriftelijk met opgaaf van redenen verzoeken en wel uiterlijk
                                binnen één maand na ontvangst van het verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_13_26_"> De commissie wordt tijdig, in de regel
                                14 dagen tevoren, ter vergadering opgeroepen. De oproepingsbrief
                                vermeldt zoveel mogelijk de te behandelen onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_13_27_"> Een vergadering kan slechts
                                plaatshebben indien ten minste de helft van de vertegenwoordiging
                                van het waterschapsbestuur aanwezig is en ten minste de helft van de
                                organisaties is vertegenwoordigd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_13_28_"> Indien wegens onvoltalligheid in de
                                zin van het vorige lid een vergadering niet kan plaatshebben, worden
                                de aan de orde zijnde onderwerpen door de voorzitter geplaatst op de
                                agenda van een binnen 14 dagen te houden nieuwe vergadering, in
                                welke vergadering die onderwerpen in elk geval kunnen worden
                                behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 </titel></kop><al>Elk lid heeft het recht onderwerpen ter behandeling aanhangig te maken
                            door deze schriftelijk op te geven aan de voorzitter. Deze stelt die
                            onderwerpen zoveel mogelijk in de eerstvolgende vergadering aan de
                            orde.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_15_29_"> De vergaderingen zijn niet
                                openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_15_30_"> De voorzitter kan hoofden van dienst
                                of andere ambtenaren de vergadering doen bijwonen. Deze kunnen aan
                                de besprekingen deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_15_31_"> De vertegenwoordigers der organisaties
                                kunnen zich doen bijstaan door een vertegenwoordiger van het
                                hoofdbestuur van hun organisatie; zij zijn voorts bevoegd de
                                onderwerpen der agenda binnen de grenzen ener doelmatige en
                                vertrouwelijke behandeling van zaken aan voorbespreking in eigen
                                kring te onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_15_32_"> De voorzitter kan omtrent het in de
                                vergadering behandelde en omtrent de inhoud van aan de commissie
                                overgelegde stukken geheimhouding opleggen. Deze geheimhouding geldt
                                niet ten opzichte van het dagelijks bestuur en van het algemeen
                                bestuur, alsmede niet tegenover de hoofdbesturen van de
                                vertegenwoordigde organisaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 </titel></kop><al>De voorzitter kan op verzoek van ten minste twee leden of zo dikwijls
                            hij dit nodig acht de vergadering schorsen voor een door hem te bepalen
                            tijd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_17_33_"> Indien in de vergadering moet worden
                                gestemd brengt elke vertegenwoordiging, bedoeld in artikel 2, lid 1,
                                één stem uit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_17_34_"> De stem van de vertegenwoordiging van
                                het waterschapsbestuur wordt bepaald door hoofdelijke stemming der
                                aanwezige leden in of buiten de vergadering. Bij staking van stemmen
                                beslist de stem van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_17_35_"> De stem van de vertegenwoordiging der
                                organisaties wordt bepaald door stemming per vertegenwoordigde
                                organisatie, waarbij voor iedere organisatie zoveel stemmen worden
                                uitgebracht als ambtenaren bij haar zijn aangesloten op de eerste
                                van het lopende jaar, met dien verstande, dat voor een organisatie
                                niet meer stemmen in aanmerking komen dan het totaal aantal stemmen
                                min één, dat door de andere organisaties gezamenlijk wordt
                                uitgebracht. Bij staking van stemmen wordt de vertegenwoordiging
                                geacht te hebben tegengestemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_17_36_"> Indien een organisatie in de loop van
                                het jaar wordt vertegenwoordigd, geldt voor de toepassing van het
                                vorige lid het aantal aangesloten ambtenaren op dat tijdstip.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 </titel></kop><al>Het in de vergadering behandelde wordt zakelijk weergegeven in de
                            notulen, welke, tenzij in het bij artikel 16 bedoelde reglement anders
                            is bepaald, zo spoedig mogelijk in afschrift aan de leden worden
                            gezonden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 </titel></kop><al>Indien door de commissie een reglement van orde voor de vergaderingen
                            wordt vastgelegd, behoeft dit de goedkeuring van het dagelijks
                            bestuur.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 </titel></kop><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><al>a. deelnemers aan het overleg: de vertegenwoordiging van het
                            waterschapsbestuur en de vertegenwoordigers van de organisaties genoemd
                            in artikel 1, lid 1;</al><al>b. Advies- en Arbitragecommissie: de Advies- en Arbitragecommissie
                            ingesteld door het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van
                            Nederlandse Gemeenten, de gezamenlijke colleges van gedeputeerde staten
                            en het bestuur van de Unie van Waterschappen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 </titel></kop><al>De artikelen 19 t/m 23 zijn slechts van toepassing op geschillen inzake
                            aangelegenheden als bedoeld in artikel 5, lid 1, voor zover die
                            aangelegenheden uitsluitend de rechtstoestand</al><al>van ambtenaren met inbegrip van de algemene regels volgens welke het
                            personeelsbeleid zal worden gevoerd, betreffen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 </titel></kop><al>Indien een of meer van de deelnemers aan het overleg tijdens het overleg
                            tot het oordeel komt dat dit overleg niet zal leiden tot een uitkomst
                            die de instemming van alle deelnemers van het overleg zal hebben,
                            brengen zij dat oordeel binnen drie dagen, nadat zij daarvan in het
                            overleg blijk hebben gegeven schriftelijk ter kennis van de overige
                            deelnemers aan het overleg.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_23_37_"> Binnen tien dagen na de kennisgeving
                                bedoeld in het vorige artikel schrijft de voorzitter een vergadering
                                van de commissie uit. De vergadering moet worden gehouden binnen
                                zeven dagen nadat deze is uitgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_23_38_"> Tenzij door de commissie wordt
                                besloten het overleg voort te zetten, dan wel te beëindigen, wordt
                                in de vergadering nagegaan of overeenstemming bestaat over de vraag
                                wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is en of een
                                oplossing van dat geschil zal worden gezocht door middel van
                                voortzetting van het overleg nadat het advies is ingewonnen van de
                                Advies- en Arbitragecommissie, dan wel door onderwerping van het
                                geschil aan een arbitrale uitspraak van die commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_23_39_"> Tot het inwinnen van advies zijn -
                                ieder voor zich - de vertegenwoordiging van het waterschapsbestuur
                                en de vertegenwoordiging der organisaties bevoegd. Het bepaalde in
                                artikel 14 is hierbij van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_23_40_"> Voor onderwerping van het geschil aan
                                arbitrage is overeenstemming vereist tussen alle deelnemers aan het
                                overleg.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_24_41_"> Binnen zes dagen na de vergadering
                                bedoeld in artikel 20 wordt het verzoek om advies ter kennis
                                gebracht van de voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie. Het
                                verzoek wordt ondertekend door de deelnemers aan het overleg die
                                zich voor inwinning van het advies hebben uitgesproken en bevat ten
                                minste het onderwerp en de inhoud van het geschil. Indien in de
                                vergadering bedoeld in artikel 20 geen overeenstemming is bereikt
                                tussen alle deelnemers aan het overleg over de vraag wat het
                                onderwerp en de inhoud van het geschil is, brengen de overige
                                deelnemers aan het overleg hun visie op het onderwerp en de inhoud
                                van het geschil eveneens binnen zes dagen na eerdergenoemde
                                vergadering ter kennis van de voorzitter van de Advies- en
                                Arbitragecommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Binnen zes dagen na de vergadering bedoeld in artikel 20 wordt het
                                verzoek om arbitrage ter kennis gebracht van de voorzitter van de
                                Advies- en Arbitragecommissie. Het verzoek daartoe wordt ondertekend
                                door alle deelnemers aan het overleg en dient tenminste te
                                bevatten:</al><al>a. het onderwerp en de inhoud van het geschil;</al><al>b. de standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent
                                onderwerp en inhoud van het geschil.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 </titel></kop><al>Binnen twee weken na ontvangst van het advies wordt het overleg over het
                            geschil voortgezet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 </titel></kop><al>De arbitrale uitspraak van de Advies- en Arbitragecommissie heeft
                            bindende kracht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Slotbepalingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 24 </titel></kop><al>In de gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            dagelijks bestuur na overleg met de commissie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_29_43_"> Deze verordening kan niet worden
                                gewijzigd dan nadat het voorstel tot wijziging in de commissie is
                                behandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H79447_0_0_29_44_"> De commissie heeft het recht
                                voorstellen omtrent wijziging voor te leggen aan het dagelijks
                                bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 </titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Overlegverordening'.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 </titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van heden, voor zover niet
                            anders vermeld.<cursief>. </cursief></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>