<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272180_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere regels voor het verstrekken van subsidies aan werkgevers ten behoeve van de in deze regeling opgenomen doelgroepen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad Almere, 08-01-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nadere regels loonkostensubsidie uitkeringsgerechtigden gemeente Almere</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Re-integratieverordening Wet werk en bijstand, art. 9 en 11</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene Subsidieverordening Almere</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">(EG) Algemene groepsvrijstellingsverordening, Vrijstellingsverordening de minimissteun, Beleidsaanbeveling Subsidiëring arbeidsplaatsen in het kader van re-integratie werkzoekenden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-10-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Nadere regels voor het verstrekken van subsidies aan werkgevers ten behoeve van de in deze regeling opgenomen doelgroepen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Nadere regels loonkostensubsidie uitkeringsgerechtigden gemeente
                        Almere</vet></al><al/><al>Burgemeester en wethouders van Almere;</al><al/><al>Gelet op het bepaalde in artikel 9 en 11 van de Re-integratieverordening
                        Wet werk en bijstand gemeente Almere en de Algemene Subsidieverordening
                        Almere;</al><al/><al>Gelet op de (EG) Algemene groepsvrijstellingsverordening
                        (Werkgelegenheidssteun) (nr. 800/2008, Pb EG 2008, L 214/3) en de (EG)
                        Vrijstellingsverordening de minimissteun (nr. 1998/2006, Pb EG 2006, L
                        379/5), alsmede de Beleidsaanbeveling Subsidiëring arbeidsplaatsen in
                        het kader van re-integratie werkzoekenden (Ledenbrief VNG nr. 08/053, 18
                        april 2008).</al><al/><al>B E S L U I T E N :</al><al/><al>Vast te stellen nadere regels voor het verstrekken van subsidies aan
                        werkgevers ten behoeve van de in deze regeling opgenomen doelgroepen,
                        luidende als volgt:</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze nadere regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>WWB: de Wet Werk en Bijstand;</al></li><li nr="b."><al>IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="c."><al>IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="d."><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="e."><al>BW: Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="f."><al>Uitkeringsgerechtigde: personen tot 65 jaar met een uitkering
                                    ingevolge de WWB, IOAW of de IOAZ;</al></li><li nr="g."><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Almere;</al></li><li nr="h."><al>Gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Almere;</al></li><li nr="i."><al>Algemeen geaccepteerde arbeid: arbeid die maatschappelijk
                                    aanvaard is;</al></li><li nr="j."><al>Uitkering: een uitkering levensonderhoud op grond van de WWB,
                                    IOAW of IOAZ;</al></li><li nr="k."><al>Minimumloon: het bruto minimumloon per maand, genoemd in artikel
                                    8 eerste lid van de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag
                                    dan wel indien van toepassing het bruto minimum jeugdloon
                                    genoemd in het besluit minimumjeugdloonregeling;</al></li><li nr="l."><al>Arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                    recht zoals bedoeld in artikel 7:610 van het BW;</al></li><li nr="m."><al>Subsidie: in deze regeling betreft het de verstrekking van
                                    loonkostensubsidie aan werkgevers die personen behorende tot de
                                    in dit besluit genoemde doelgroepen een arbeidsovereenkomst
                                    aanbieden;</al></li><li nr="n."><al>Werknemer: de persoon behorende tot de een van de in deze
                                    regeling genoemde doelgroepen met wie de werkgever een
                                    dienstverband aangaat;</al></li><li nr="o."><al>Werkgever: degene die met de werknemer een dienstverband
                                    aangaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bevoegdheid van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college is bevoegd tot het nemen van besluiten in het kader van
                            loonkostensubsidie en begeleidingssubsidie aan werkgevers met
                            inachtneming van deze regeling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Doel en doelgroep</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doel en reikwijdte van de regeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt op aanvraag loonkostensubsidies aan werkgevers
                                om de re-integratie dan wel duurzame arbeidsinschakeling van de in
                                artikel 4 genoemde doelgroep te bevorderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze regeling is een generieke regeling. Iedere werkgever, ongeacht
                                de vestigingsplaats van de werkgever of de plaats van de
                                tewerkstelling van de werknemer, kan loonkostensubsidie
                                aanvragen..</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een werkgever komt niet in aanmerking voor loonkostensubsidie
                                wanneer er wordt opgetreden als intermediair zoals bij
                                uitzendbureaus, re-integratiebureaus en detacheringsbureaus.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college verstrekt alleen een loonkostensubsidie aan een
                                werkgever indien de subsidieverlening de concurrentieverhoudingen
                                niet onverantwoord beïnvloedt en indien hierdoor geen verdringing
                                van regulier werk plaats zal vinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Doelgroep loonkostensubsidie</titel></kop><al>Loonkostensubsidies worden verstrekt ten behoeve van
                            uitkeringsgerechtigden die woonachtig zijn in Almere.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Termijn indienen aanvraag</titel></kop><al>De werkgever dient binnen één maand na het sluiten van de
                            arbeidsovereenkomst een aanvraag loonkostensubsidie en voor zover van
                            toepassing een begeleidingssubsidie in te dienen bij het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vereisten aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag loonkostensubsidie wordt gedaan met een hiervoor door
                                het college opgesteld aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag loonkostensubsidie bevat onder andere de volgende
                                gegevens en documenten:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, adres, woonplaats en burgerservicenummer van de
                                        werknemer;</al></li><li nr="b."><al>een door zowel werkgever als werknemer ondertekende
                                        arbeidsovereenkomst waarin de duur van de
                                        arbeidsovereenkomst, het aantal uren per week en het inkomen
                                        dat minimaal gelijk is aan het van toepassing zijnde
                                        wettelijk minimumloon is opgenomen;</al></li><li nr="c."><al>een door zowel werkgever als werknemer ondertekend
                                        begeleidingsplan;</al></li><li nr="d."><al>overige gegevens, die het college noodzakelijk acht om tot
                                        een besluit over de aanvraag loonkostensubsidie te kunnen
                                        komen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aanvraagformulier loonkostensubsidie dient volledig te worden
                                ingevuld en te worden ondertekend door een persoon die bevoegd is om
                                de werkgever te vertegenwoordigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De werkgever dient bij de aanvraag loonkostensubsidie in het
                                begeleidingsplan uit een te zetten:</al><lijst><li nr="a."><al>op welke wijze de ontwikkeling van de werknemer wordt
                                        bevorderd en;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing welke opleiding daarvoor noodzakelijk
                                        is;</al></li><li nr="c."><al>hoe de begeleiding van de werknemer wordt vorm gegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Gelijktijdig met de aanvraag loonkostensubsidie kan een
                                begeleidingsubsidie als bedoeld in artikel 9 worden
                                aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere aanwijzingen of modellen voorschrijven met
                                betrekking tot de in te dienen gegevens.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de subsidieverstrekking is de Awb van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Voorwaarden, hoogte en weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorwaarden loonkostensubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De werkgever sluit met de werknemer een arbeidsovereenkomst met
                                    het doel als omschreven in artikel 3 voor een minimale duur van
                                    3 maanden en een maximale duur van 12 maanden.</al></li><li nr="2."><al>De werkgever heeft de intentie om na afloop van de
                                    arbeidsovereenkomst waarvoor loonkostensubsidie wordt
                                    aangevraagd, in aansluiting daarop een arbeidsovereenkomst
                                    zonder loonkostensubsidie aan die werknemer aan te bieden.</al></li><li nr="3."><al>De loonkostensubsidie dient ter compensatie van tijdelijk lagere
                                    arbeidsproductiviteit van de werknemer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Duur en hoogte loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever kan per werknemer maximaal 12 maanden
                                loonkostensubsidie ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien de werkgever minder dan 12 maanden loonkostensubsidie heeft
                                ontvangen voor een werknemer kan de werkgever een nieuwe aanvraag
                                loonkostensubsidie indienen, mits tevens de arbeidsovereenkomst
                                wordt verlengd met een minimale duur van 3 maanden. Op het moment
                                van verlenging van de overeenkomst dient aan de in deze regeling
                                genoemde voorwaarden te zijn voldaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De loonkostensubsidie bedraagt maximaal 100% van het geldende
                                wettelijke bruto minimumloon gebaseerd op een dienstverband van
                                maximaal 36 uur per week.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoogte van het percentage zoals bedoeld in het derde lid wordt
                                bepaald aan de hand van onderstaande indicatoren:</al><lijst><li nr="a."><al>Opleidingsniveau;</al></li><li nr="b."><al>Relevante werkervaring;</al></li><li nr="c."><al>Duur sinds laatste reguliere arbeidsbetrekking;</al></li><li nr="d."><al>Medische of sociaal maatschappelijke belemmeringen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het aantal uren minder is dan het in het derde lid genoemde
                                aantal uren wordt de loonkostensubsidie naar evenredigheid
                                bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Begeleidingssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvullend op de loonkostensubsidie kan een begeleidingssubsidie
                                worden verleend als de werkgever voor een werknemer extra kosten
                                moet maken voor begeleiding en/of een opleiding. Hieraan zijn de
                                volgende voorwaarden verbonden:</al><lijst><li nr="a."><al>De opleiding is relevant voor de uit te voeren werkzaamheden
                                        die de werknemer dient te verrichten;</al></li><li nr="b."><al>Voor de opleiding en begeleiding kan geen beroep worden
                                        gedaan op een andere subsidie;</al></li><li nr="c."><al>Het dient te gaan om begeleidingkosten die uitstijgen boven
                                        hetgeen redelijkerwijs van een werkgever mag worden verwacht
                                        bij de begeleiding van een werknemer uit de doelgroep als
                                        bedoeld in artikel 4;</al></li><li nr="d."><al>De kosten voor begeleiding en/of opleiding worden in het
                                        begeleidingsplan zoals bedoeld in artikel 6 lid 3 onder c
                                        zoveel mogelijk onderbouwd door offertes. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begeleidingssubsidie is een eenmalige subsidie van maximaal €
                                3.000,- per werknemer en wordt aan de hand van de aanvraag
                                beoordeeld en bij de verlening betaalbaar gesteld en wordt achteraf
                                vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op grond van artikel 4:25 Awb en artikel 5 van de Algemene
                                Subsidieverordening Almere 2011 kan het college voor elk
                                kalenderjaar een subsidieplafond vaststellen en waarin wordt
                                aangegeven hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verleent geen subsidie voorzover door verstrekking van
                                de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Herziening loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de werkgever de hoogte van de
                                loonkostensubsidie herzien als daar gelet op de ontwikkeling van de
                                arbeidsproductiviteit van de werknemer aanleiding toe bestaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de hoogte van de loonkostensubsidie ambtshalve
                                wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Weigering subsidieverlening</titel></kop><al>De subsidieverlening kan naast de in artikel 4:35 van de Awb genoemde
                            gevallen worden geweigerd indien er gegronde redenen bestaan om aan te
                            nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager niet het doel nastreeft van deze regeling;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager handelt in strijd met de wet of het algemeen
                                    belang;</al></li><li nr="c."><al>de subsidieverlening niet past binnen het beleid van de
                                    gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Samenloop andere regelingen</titel></kop><al>Er bestaat geen recht op loonkostensubsidie indien de werkgever voor de
                            te subsidiëren loonkosten voor de werknemer reeds andere subsidie
                            ontvangt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Beslissen op aanvraag en wijze van betalen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van het
                                aanvraagformulier zoals vermeld in artikel 6 over de verlening van
                                de loonkostensubsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de termijn als bedoeld in het vorige lid met ten
                                hoogste vier weken verdagen en stelt hiervan de werkgever
                                schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verlenen subsidie</titel></kop><al>Het besluit tot het verlenen van loonkostensubsidie en voor zover van
                            toepassing de begeleidingsubsidie bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="-"><al>de hoogte van de loonkostensubsidie en mogelijke
                                    begeleidingssubsidie;</al></li><li nr="-"><al>de wijze van betaling van de loonkostensubsidie alsmede een
                                    mogelijke begeleidingssubsidie;</al></li><li nr="-"><al>de verplichtingen van de werkgever.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Vaststellen subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De loonkostensubsidie en voor zover van toepassing de
                                begeleidingssubsidie wordt vastgesteld nadat de maximale
                                subsidieperiode is verstreken, of zoveel eerder als de
                                arbeidsovereenkomst werd beëindigd en de gevraagde stukken door het
                                college zijn ontvangen.</al><lijst><li nr="2."><al>Het vaststellen van de loonkostensubsidie en voor zover van
                                        toepassing de begeleidingssubsidie, kan leiden tot
                                        nabetaling dan wel terugvordering.</al></li><li nr="2."><al>De werkgever verstrekt ten behoeve van de
                                        subsidievaststelling:</al><lijst><li nr="a."><al>een kopie van de arbeidsovereenkomst;</al></li><li nr="b."><al>een kopie van alle salarisspecificaties;</al></li><li nr="c."><al>indien van toepassing een kopie van de relevante
                                                stukken inzake het beëindigen van de
                                                arbeidsovereenkomst welke bepalend zijn voor de
                                                vaststelling van de subsidie;</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake van een begeleidingssubsidie een
                                                kopie van de factuur voor de opleidingskosten en/of
                                                begeleidingskosten</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De werkgever verstrekt de in het vorige lid bedoelde stukken
                                        uiterlijk binnen vier weken na het einde van de
                                        arbeidsovereenkomst aan het college.</al></li><li nr="4."><al>Het college stelt de loonkostensubsidie binnen 14 weken na
                                        ontvangst van hiervoor benoemde stukken vast.</al></li><li nr="5."><al>De subsidie kan, naast de gronden genoemd in artikel 4:46
                                        van de Awb lager worden vastgesteld indien de termijn voor
                                        het indienen van de relevante stukken wordt overschreden
                                        en/of indien er anderszins niet voldaan wordt aan het
                                        verstrekken van relevante informatie.</al></li><li nr="6."><al>Wanneer de termijn voor het indienen van de relevante
                                        stukken wordt overschreden als bedoeld in het derde lid
                                        wordt de subsidie vastgesteld op 80/100 ste deel van het
                                        bedrag waarvoor subsidie is verleend.</al></li><li nr="7."><al>De lagere vaststelling van de subsidie als bedoeld in het
                                        zesde lid is onverminderd een mogelijk lagere vaststelling
                                        die individueel dient te worden bepaald op grond van de
                                        overige omstandigheden als bedoeld in het vijfde lid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Betalingsvoorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college betaalt de werkgever 1/4<sup>e</sup> deel van het
                                jaarlijks verleende bedrag aan loonkostensubsidie na afloop van een
                                kwartaal</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is in uitzonderingsgevallen
                                bevoorschotting van 1/4<sup>e</sup> deel van het jaarlijks verleende
                                bedrag aan loonkostensubsidie per kwartaal mogelijk indien
                                zwaarwegende redenen daartoe noodzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de arbeidsovereenkomst voor het einde van de termijn waarvoor
                                subsidie is verleend, eindigt,wordt de subsidie vastgesteld op basis
                                van het volledige aantal maanden dat de arbeidsovereenkomst heeft
                                geduurd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de vaststelling zoals bedoeld in artikel 16 leidt tot een
                                nabetaling geschiedt de betaling aan de werkgever uiterlijk binnen
                                zes weken na de vaststelling.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Verplichtingen werkgever</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Algemene verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever stelt voorafgaand aan de start van de werkzaamheden dan
                                wel binnen uiterlijk één week na aanvang van de werkzaamheden een
                                arbeidsovereenkomst op met werknemer en verstrekt deze aan
                                werknemer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever draagt er zorg voor dat de werkplek en de
                                arbeidsomstandigheden voldoen aan de eisen zoals die zijn gesteld in
                                de arbeidsomstandighedenwetgeving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever doet direct mededeling aan het college over alle, voor
                                subsidieverlening relevante, ontwikkelingen, onder overlegging van
                                de hiervoor relevante stukken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van het college verstrekt de werkgever:</al><lijst><li nr="a."><al>een verklaring van de werkgever en werknemer dat het
                                        dienstverband nog voortduurt;</al></li><li nr="b."><al>een kopie van de laatste salarisspecificatie of de
                                        ontslagvergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onjuiste, onvolledige of ontijdige verstrekking van de gevraagde
                                informatie, kan leiden tot gehele of gedeeltelijke terugvordering
                                van de verleende subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bewaarplicht</titel></kop><al>De werkgever die loonkostensubsidie en voorzover van toepassing
                            begeleidingssubsidie ontvangt van het college verplicht zich tot het
                            bewaren van alle bewijsstukken die betrekking hebben op de
                            subsidieverstrekking, gedurende zeven jaren na vaststelling van de
                            subsidie en stelt deze op verzoek van het college ter beschikking.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste afwijken van de
                            bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot
                            onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze nadere regeling wordt aangehaald als ‘Nadere regels
                            loonkostensubsidie uitkeringsgerechtigden gemeente Almere’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze nadere regels treden in werking op 9 januari 2013.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van Almere op 30
                        oktober 2012</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en wethouders voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>A.J. Grootoonk A. Jorritsma-Lebbink</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij nadere regels loonkostensubsidie uitkeringsgerechtigden
                        gemeente Almere </titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Artikel 7 lid 1 onder a van de WWB bepaalt dat het college verantwoordelijk is
                    voor het ondersteunen van personen als bedoeld in artikel 10 lid 2, personen met
                    een nabestaanden- of halfwezenuikering op grond van de Algemene nabestaandenwet
                    en niet-uitkeringsgerechtigen bij arbeidsinschakeling/het verkrijgen van
                    algemeen geaccepteerde arbeid. Het college is bij deze ondersteuning
                    verantwoordelijk voor het bepalen en aanbieden van voorzieningen, indien dit
                    naar hun oordeel noodzakelijk is voor de arbeidsinschakeling. Het college kan
                    derhalve op grond van de WWB voorzieningen verstrekken aan personen die behoren
                    tot de doelgroep.</al><al/><al>De voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling worden toegelicht bij de
                    artikelen 9 en 10. Artikel 9 betreft de plicht tot arbeidsinschakeling en
                    artikel 10 betreft de aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling.</al><al/><al>De Memorie van Toelichting bij de WWB geeft aan dat gesubsidieerd werk als een
                    van de voorzieningen kan worden ingezet om arbeidsinschakeling te bevorderen. In
                    de wet zijn geen specifieke eisen voor gesubsidieerde arbeid opgenomen. Er geldt
                    alleen de algemene bepaling dat alle voorzieningen moeten dienen om de
                    belanghebbende uiteindelijk aan ongesubsidieerd werk te helpen. De gemeente kan
                    de belanghebbende een dienstverband aanbieden dat geheel of gedeeltelijk
                    gefinancierd wordt uit het vrij besteedbaar re-integratiebudget. Het kan daarbij
                    gaan om een dienstverband met een reguliere werkgever, of met de gemeente zelf. </al><al/><al>Paragraaf 3.2.1 van de Memorie van Toelichting van de WWB vermeldt dat de
                    gemeente dient te beoordelen of betrokkene op eigen kracht in staat is algemeen
                    geaccepteerde arbeid te aanvaarden of dat de betrokkene ondersteuning nodig
                    heeft richting arbeidsinschakeling. In dat laatste geval is de gemeente
                    vervolgens verantwoordelijk voor het leveren van deze ondersteuning in de vorm
                    van voorzieningen. Deze kunnen bestaan uit onder meer scholing,
                    loonkostensubsidie, gesubsidieerde arbeid, sociale activering, premies,
                    kinderopvang en stages. Aan de vormgeving en de mate waarin deze voorzieningen
                    worden ingezet stelt de wet geen eisen. Hierdoor kan de gemeente de
                    ondersteuning optimaal afstemmen op andere gemeentelijke beleidsterreinen zoals
                    zorg en onderwijs, en op de lokale arbeidsmarkt.</al><al/><al>Artikel 8 lid 1 onder a van de WWB bepaalt dat de regels met betrekking tot de
                    voorzieningen in een verordening moeten worden vastgelegd. In deze verordening
                    dient aldus het tweede lid ook de toedeling van voorzieningen aan de
                    verschillende doelgroepen te worden opgenomen. Dit is ook ten aanzien van
                    loonkostensubsidies van toepassing.</al><al/><al>In de re-integratieverordening is het algemene kader voor het verstrekken van
                    loonkostensubsidie opgenomen. In deze verordening komt eveneens naar voren dat
                    er door het college nadere regels kunnen worden gesteld. Deze nadere regels
                    behoren daartoe.</al><al/><al>Er is gekozen voor het verstrekken van tijdelijke subsidies aan werkgevers, die
                    personen behorende tot een van de doelgroepen een dienstverband aanbieden wat
                    dient te leiden tot vermindering of zelfs beëindiging van de
                    uitkeringsafhankelijkheid. Het verstrekken van deze loonkostensubsidie is aan te
                    merken als een publiekrechtelijke rechtshandeling. De Awb is dus van toepassing.
                    Hierin staan verschillende dwingende voorschriften vermeld over het verstrekken
                    van subsidies, het betreft titel 4.2 van de Awb. </al><al/><tussenkop>Staatssteun</tussenkop><al>Ondanks het feit dat gemeenten beleidsvrijheid hebben met betrekking tot de
                    inrichting van het re-integratiebeleid, worden zij toch gebonden aan de regels
                    die de Europese Unie stelt. Dit betreft onder meer het onderwerp staatssteun,
                    wat is neergelegd de (EG) Algemene groepsvrijstellingsverordening
                    (Werkgelegenheidssteun) (nr. 800/2008, Pb EG 2008, L 214/3) en de (EG)
                    vrijstellingsverordening de minimissteun (nr. 1998/2006, Pb EG 2006, L
                    379/5).</al><al>De Europese regelgeving over staatssteun kan een beperking van de mogelijkheden
                    voor het gemeentelijke re-integratiebeleid opleveren. Van belang is om na te
                    gaan, in hoeverre de gemeentelijke verordening voldoet aan de voorwaarden uit de
                    Europese verordeningen. </al><al>Indien in de gemeentelijke verordening sprake is van een <cursief>generieke
                        regeling</cursief>, worden de subsidies niet aangemerkt als staatssteun. De
                    bepalingen uit de EG-verordeningen zijn dan niet van toepassing. Generiek wil
                    zeggen, dat <cursief>niet op voorhand</cursief> bepaalde bedrijven of groepen
                    van bedrijven of sectoren expliciet in de verordening worden uitgesloten van
                    subsidiëring. In deze nadere regels wordt duidelijk aangegeven dat er sprake is
                    van een generieke regeling.</al><al/><al>In het geval er geen sprake zou zijn van een generieke regeling, dan zijn
                    uiteraard wel de bepalingen inzake de verordeningen werkgelegenheidssteun, dan
                    wel de verordening de minimissteun van toepassing. Op de voorwaarden die daarbij
                    gesteld worden wordt ingegaan in de Beleidsaanbeveling van het ministerie van
                    SZW. Uitleg is ook te vinden op de website van Europa decentraal
                    (www.europadecentraal.nl).</al><al/><al>Opgemerkt moet hier nog worden, dat het bij staatssteun niet alleen gaat om
                    directe subsidiëring vanuit de gemeente. Ook indien de gemeente een
                    re-integratiebedrijf opdraagt loonkostensubsidies te verstrekken of
                    detacheringsbanen te organiseren, kan er sprake zijn van staatssteun.</al><al/><al>Naast de inhoudelijke regels vragen de EG-verordeningen om uitgebreide
                    informatiestromen richting Europese Commissie. Deze informatieverplichtingen
                    worden beperkt door afspraken van het Ministerie van SZW met de Europese Unie,
                    die hun weerslag hebben gevonden in het document “Subsidiëring arbeidsplaatsen
                    in het kader van re-integratie werkzoekenden – beleidsaanbeveling van belang
                    voor het opstellen van de gemeentelijke re-integratieverordeningen in het kader
                    van de Wet Werk en Bijstand.” </al><al/><al>De beperking van de informatieverplichtingen wordt alleen effectief, als
                    gemeenten een expliciete verwijzing naar deze beleidsaanbeveling opnemen in hun
                    re-integratieverordening. Deze verwijzing is zowel in de aanhef van de
                    re-integratieverordening als in de aanhef van deze nadere regels opgenomen.
                    Hiermee wordt aangegeven dat alle bepalingen uit de verordening in
                    overeenstemming zijn met deze beleidsaanbeveling. Overigens wordt er in de
                    beleidsaanbeveling van uitgegaan dat de gemeentelijke verordening voldoet aan de
                    EG-verordeningen terzake. </al><al/><al>Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de toelichting met
                    betrekking tot de beleidsaanbeveling en het ‘stappenschema ter beoordeling of er
                    sprake is van staatssteun’ zoals vermeld in de toelichting bij de
                    Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Almere 2009.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>Dit artikel bevat de omschrijving van de verschillende begrippen.</al><al>Deze nadere regels bevatten de omschrijving van de subsidie als zijnde
                    loonkostensubsidie verstrekt aan werkgevers. De definitie van een subsidie zoals
                    vermeld in artikel 4:21 van de Awb is niet letterlijk opgenomen aangezien het
                    een dwingend en algemeen geldend begrip betreft. Artikel 4:21 van de Awb bepaalt
                    dat onder subsidie moet worden verstaan ‘de aanspraak op financiële middelen,
                    door een bestuursorgaan verstrekt, met het oog op bepaalde activiteiten van een
                    aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                    diensten’.</al><al>De loonkostensubsidie verstrekt aan werkgevers zoals in deze nadere regels is
                    bedoeld als stimulans voor werkgevers om werknemers in dienst te nemen die een
                    afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Het betreft compensatie van de tijdelijk
                    lagere arbeidsproductiviteit van de werknemer..</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Bevoegdheid van burgemeester en wethouders</tussenkop><al>Zoals uit de algemene toelichting al naar voren komt dient de gemeente een
                    verordening op te stellen met daarin regels over het verstrekken van
                    noodzakelijk geachte voorzieningen. Deze verplichting tot het opstellen van een
                    verordening ligt bij de gemeenteraad. In de re-integratieverordening van de
                    gemeente Almere is bepaald dat het college bevoegd is tot het verlenen van
                    loonkostensubsidie. In dit artikel wordt dit nogmaals herhaald. De bevoegdheid
                    tot het beslissen over subsidieaanvragen zoals bedoeld in deze nadere regels
                    ligt bij het college.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Doel en reikwijdte van de regeling</tussenkop><al>Dit artikel bevat doel en reikwijdte van deze nadere regels. De verstrekking van
                    een tijdelijke loonkostensubsidie heeft tot doel om de werkgever te stimuleren
                    door het verlagen van de loonkosten een klant een arbeidsovereenkomst aan te
                    bieden waardoor de uitkeringsafhankelijkheid vermindert of wordt beëindigd. De
                    arbeidsproductiviteit van de klant komt over het algemeen gezien de afstand tot
                    de arbeidsmarkt niet overeen met de omvang die voor de functie vereist zal zijn.
                    De werkgever zal om die reden meer dan gebruikelijk moeten investeren in de
                    werknemer. </al><al/><al>Hierin wordt duidelijk weergegeven dat het een generieke regeling betreft. Alle
                    werkgevers, ongeacht vestigingsplaats of sector, in Nederland kunnen in
                    aanmerking komen voor een tijdelijke loonkostensubsidie op basis van deze
                    regeling mits zij voldoen aan de hierin gestelde voorwaarden. </al><al>In het kader van de mededinging en mogelijk oneerlijke concurrentie is het van
                    belang de regeling voor iedere werkgever beschikbaar te stellen. Het generiek
                    maken van de regeling voor loonkostensubsidie is noodzakelijk om risico’s in het
                    kader van staatssteun te vermijden. Het niet openstellen voor alle werkgevers in
                    Nederland is in strijd met de Europese regelgeving en daarbij zou sprake kunnen
                    zijn van verboden overheidssteun. Hierover is onder ‘staatssteun’ onder de
                    algemene toelichting meer opgenomen. In dat kader is in de aanhef de verwijzing
                    opgenomen naar de Europese verordeningen. </al><al/><al>In de Re-integratieverordening is opgenomen dat wanneer er sprake is van een
                    werkgever die als een intermediair optreedt er geen aanspraak gemaakt kan worden
                    op loonkostensubsidie. Tenzij de Raad daar uitdrukkelijke toestemming voor
                    geeft. Bij intermediairs moet er worden gedacht aan uitzendbureaus,
                    detacheringbureaus en re-integratiebureaus. Dergelijke werkgevers kunnen wel in
                    aanmerking komen voor loonkostensubsidie wanneer zij een werknemer in dienst
                    nemen binnen de eigen organisatie en deze werknemer werkzaamheden gaat
                    verrichten net als de reeds in dienst zijnde werknemers van deze
                    organisatie.</al><al/><al>Het college heeft de taak er op toe te zien dat de toekenning van
                    loonkostensubsidie aan werkgevers die klanten een dienstverband aanbieden geen
                    verdringing van reguliere arbeidsplaatsen tot gevolg heeft of leidt tot
                    concurrentievervalsing. Wat betreft de verdringing van de reguliere
                    arbeidsplaatsen kan het college navraag doen bij het UWV werkbedrijf of er
                    recentelijk ontslagen hebben plaatsgevonden bij de werkgever. Of er sprake is
                    van concurrentievervalsing is moeilijker vast te stellen. Een groot aantal
                    werknemers met loonkostensubsidie die bij een bepaalde werkgever werkzaam zijn
                    zou hierop kunnen duiden.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Doelgroep loonkostensubsidie</tussenkop><al>Dit artikel vermeldt de doelgroep. Het betreft de personen waarvoor een
                    werkgever een loonkostensubsidie kan aanvragen als hij besluit deze in dienst te
                    nemen. </al><al/><tussenkop>Artikel 5 Termijn indienen aanvraag</tussenkop><al>Dit artikel bevat de termijn waarbinnen de werkgever de aanvraag voor
                    loonkostensubsidie moet hebben ingediend.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Vereisten aanvraag</tussenkop><al>Hierin wordt duidelijk weergegeven aan welke voorwaarden de aanvraag voor de
                    loonkostensubsidie moet voldoen. Welke stukken en gegevens er door de werkgever
                    moeten worden ingeleverd.</al><al>Een door zowel werknemer als werkgever ondertekende arbeidsovereenkomst is van
                    groot belang. Hieruit moet naar voren komen wat er tussen de werknemer en
                    werkgever is overeengekomen wat betreft duur van de overeenkomst, aantal
                    werkuren per week en het salaris. Dit is bepalend voor de verlening en
                    vaststelling van de loonkostensubsidie.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Voorwaarden loonkostensubsidie</tussenkop><al>De voorwaarden voor het in aanmerking komen voor een loonkostensubsidie worden
                    hier vermeld. De lengte van het dienstverband dat de werkgever en de werknemer
                    aangaan is hier van belang. Dit wordt nader uitgewerkt in het volgende artikel. </al><al>De werkgever moet de werknemer een arbeidsovereenkomst aanbieden in de zin van
                    artikel 7:610 Burgerlijk Wetboek (BW) welke aan de onderstaande cumulatieve
                    voorwaarden voldoet: </al><lijst><li nr="-"><al>er dient sprake te zijn van de persoonlijke verplichting om arbeid te
                            verrichten;</al></li><li nr="-"><al>die arbeid wordt verricht onder het gezag van een ander, zijnde de
                            werkgever;</al></li><li nr="-"><al>die ander, de werkgever, betaalt voor de arbeid een bepaald bedrag aan
                            loon (minimaal de wettelijk vastgestelde bedragen als bedoeld in de Wet
                            minimumloon en minimum vakantiebijslag);</al></li><li nr="-"><al>dit alles vindt plaats gedurende een zekere tijd.</al></li></lijst><al>De werknemer treedt in dienst bij de werkgever. De werknemer ontvangt het
                    overeengekomen loon waardoor de werknemer uit de uitkering stroomt. </al><al/><tussenkop>Artikel 8 Duur en hoogte loonkostensubsidie</tussenkop><al>De voorwaarden voor het bepalen van de duur en de hoogte van de
                    loonkostensubsidie per werknemer wordt hier uitgewerkt. Dit wordt bepaald door
                    het college.</al><al>De minimale duur van het dienstverband is een absolute voorwaarde voor het
                    kunnen verlenen van loonkostensubsidie. Wanneer de werkgever een dienstverband
                    aangaat met de werknemer met een duur korter dan de in dit artikel vermelde
                    minimale duur kan er geen subsidie worden verleend. De De hoogte van de
                    loonkostensubsidie wordt bepaald op basis van in het artikel vermelde criteria.
                    Des te groter de afstand tot de arbeidsmarkt des te hoger is het percentage
                    loonkostensubsidie dat wordt verleend. Dit wordt per werknemer bepaald door de
                    werkmakelaars van de gemeente Almere. Zij hebben de expertise om per individu te
                    bepalen hoe de loonkostensubsidie op de meest adequate wijze kan worden
                    ingezet.</al><al/><al>De vastgestelde notitie ‘Loonkostensubsidie in Almere’ gaat in op de hoogte en
                    duur van de loonkostensubsidie voor uitkeringsgerechtigden. Elke
                    uitkeringsgerechtigde is anders en verschilt in zijn of haar afstand tot de
                    arbeidsmarkt. Een flexibele loonkostensubsidie regeling is hierbij daarom van
                    belang. </al><al/><tussenkop>Artikel 9 Begeleidingssubsidie</tussenkop><al>Er kan een aanvullende begeleidingssubsidie worden verleend als de werkgever
                    voor een werknemer extra kosten moet maken om de werknemer te begeleiden of om
                    een werknemer een opleiding te laten volgen. </al><al/><tussenkop>Artikel 10 Subsidieplafond</tussenkop><al>Het college kan op grond van de artikelen uit het Awb, artikel 4:25 en verder,
                    een subsidieplafond vaststellen. Onder subsidieplafond wordt verstaan: het
                    bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de
                    verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift. Door het
                    vaststellen van een dergelijk plafond wordt een open-eind regeling voorkomen.
                    Opgemerkt wordt dat artikel 4:25, lid 2 van de wet uitdrukkelijk aangeeft dat de
                    subsidieaanvraag geweigerd <cursief>moet </cursief>worden als door verstrekking
                    van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.</al><al/><al>De Awb eist voor de vaststelling van een subsidieplafond een wettelijke
                    grondslag: het subsidieplafond moet hetzij in een wettelijk voorschrift zelf
                    zijn opgenomen, hetzij zijn vastgesteld door het bevoegde bestuursorgaan.
                    Vaststelling van een subsidieplafond is facultatief. Een subsidieplafond leidt
                    automatisch tot weigering van een subsidie voor wat betreft het gedeelte dat
                    boven het subsidieplafond uitstijgt. Overschrijding van het subsidieplafond
                    levert een verplichte weigeringsgrond op. </al><al/><al>Daarbij is het subsidieplafond bepalend dat gold toen de primaire beslissing
                    omtrent verlening van de subsidie werd genomen of had moeten worden genomen. In
                    verband met de rechtszekerheid moet het subsidieplafond bekend worden gemaakt
                    voorafgaande aan de periode waarop het betrekking heeft. Als het subsidieplafond
                    niet tijdig is bekendgemaakt of de wijziging (lees: de verlaging) niet tijdig is
                    bekendgemaakt geldt voor de eerdere aanvragen niet meer de verplichte weigering.
                    De weigeringsgrond geldt evenmin als het bestuursorgaan te laat is met de
                    aankondiging van een voornemen tot niet voorzetten van een meer dan drie jaar
                    durende subsidieverstrekking. </al><al/><tussenkop>Artikel 11 Herziening loonkostensubsidie</tussenkop><al>De productiviteit van de werknemer kan wijzigen als deze werknemer gedurende
                    langere tijd werkzaam is via een arbeidsovereenkomst waarbij gebruik wordt
                    gemaakt van de mogelijkheid om loonkostensubsidie te verstrekken aan de
                    werkgever. </al><al>Als de productiviteit van de werknemer toe of afneemt kan dit aanleiding zijn om
                    de hoogte van de loonkostensubsidie aan de gewijzigde arbeidsproductiviteit aan
                    te passen. De werkgever kan hiertoe een gemotiveerd verzoek indienen.</al><al>Het college kan eveneens ambtshalve besluiten de beoordeling van de hoogte van
                    de loonkostensubsidie te herzien als hiertoe aanleiding bestaat. Het betreft
                    uitzonderingsgevallen. </al><al/><tussenkop>Artikel 12 Weigering subsidieverlening </tussenkop><al>Op grond van artikel 4:35 lid 1 Awb kan de subsidieverlening worden geweigerd
                    indien er een gegronde reden bestaat om aan te nemen, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording
                            zal afleggen omtrent deverrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                            uitgaven en inkomsten, voorzover deze voor devaststelling van de
                            subsidie van belang zijn.</al></li></lijst><al>Artikel 4:35 lid 2 Awb bepaalt dat de subsidieverlening voorts in ieder geval
                    kan wordengeweigerd wanneer de aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                            verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste
                            beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend, dan
                            wel daartoe een verzoek bij de rechtbank is ingediend.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikel 13 Samenloop met andere regelingen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 14 Beslistermijn</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 15 Verlenen subsidie</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 16</tussenkop><tussenkop> Vaststellen subsidie</tussenkop><al>In dit artikel wordt aangegeven welke stukken de werkgever moet indienen om de
                    hoogte van de subsidie vast te kunnen laten stellen. </al><al>De subsidie kan lager worden vastgesteld ondermeer indien het gestelde in
                    artikel 4:46 tweede lid zich voordoet:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel
                            hebben plaatsgevonden;</al></li><li nr="b."><al>de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                            verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt
                            en de verstrekking van de juiste of volledige gegevens tot een andere
                            beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid,
                            of</al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit
                            wist of behoorde te weten.</al><al/></li></lijst><al>De stukken dienen uiterlijk binnen vier weken na het einde van de
                    arbeidsovereenkomst te zijn ingediend. Niet tijdige indiening van de stukken
                    leidt tot een lagere vaststelling van de subsidie. Dit is forfaitaire bepaald op
                    80/100<sup>ste</sup> deel van het bedrag waarvoor subsidie is verleend.</al><al>Er is gekozen voor een forfait omdat in de praktijk is gebleken dat niet tijdige
                    toezending van de stukken veelvuldig voorkomt en het recht doet aan de
                    rechtsgelijkheid. </al><al>Voor de overige omstandigheden die worden genoemd in het vijfde lid dient
                    individueel te worden bepaald of de subsidie lager wordt vastgesteld en met welk
                    bedrag de subsidie lager wordt vastgesteld. </al><al/><tussenkop>Artikel 17 Betalingsvoorwaarden</tussenkop><al>De wijze van betaling van de subsidie is vrij. Het college heeft gekozen om per
                    kwartaal achteraf te betalen. Slechts indien er sprake is van zwaarwegende
                    redenen is een maandelijks voorschot mogelijk. </al><al>Indien er sprake is van een begeleidingssubsidie dan wordt deze bij voorschot
                    bij de subsidieverlening betaalbaar gesteld. Het definitieve bedrag wordt bij de
                    vaststelling van de loonkostensubsidie achteraf kenbaar gemaakt.</al><al/><tussenkop>Artikel 18 Algemene verplichtingen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 19 Informatieverstrekking</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 20 Bewaarplicht </tussenkop><al>In artikel 4:69 Awb wordt een bewaartermijn genoemd van zeven jaar. </al><al/><tussenkop>Artikel 21 Hardheidsclausule</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 22 Zaken waarin deze regeling niet voorziet</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 23 Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 24 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>