<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272145_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Kostentoedelingsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Holland Combinatie 09-01-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Kostentoedelingsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, Art. 120</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 5</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12.39076</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën – belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening geldt met ingang van het belastingjaar 2009. Voor belastingaanslagen over eerdere jaren blijft de Kostentoedelingsverordening HHNK 2004 van kracht.</al><al>Bij besluit van 14 november 2012 is artikel 5, lid 1 van de verordening gewijzigd, welk besluit op 11 december 2012 door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland is goedgekeurd. Het besluit treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking en vindt voor het eerst toepassing op het belastingjaar dat aanvangt op 1 januari 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-14373</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-14374</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-14375</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-14376</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-14377</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Kostentoedelingsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
                2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>hoogheemraadschap: Hoogheemraadschap Hollands
                                    Noorderkwartier;</al></li><li nr="b."><al>reglement: het reglement van bestuur voor het
                                    hoogheemraadschap;</al></li><li nr="c."><al>gebied van het hoogheemraadschap: het gebied waarin het
                                    hoogheemraadschap bevoegd is de watersysteemtaak uit te oefenen
                                    onderscheidenlijk het gebied waarin het hoogheemraadschap
                                    bevoegd is de wegentaak uit te oefenen, een en ander zoals
                                    aangegeven op de bij het reglement behorende kaart;</al></li><li nr="d."><al>kosten: de kosten van de kostendragers watersysteembeheer
                                    onderscheidenlijk wegenbeheer zoals opgenomen in de begroting
                                    naar kostendragers van het hoogheemraadschap en die gedekt
                                    worden met behulp van de watersysteemheffing onderscheidenlijk
                                    de wegenheffing;</al></li><li nr="e."><al>ingezetenen: degenen die blijkens de gemeentelijke
                                    basisadministratie persoonsgegevens bij het begin van het
                                    kalenderjaar woonplaats hebben in het gebied van het
                                    hoogheemraadschap en aldaar gebruik hebben van woonruimte;</al></li><li nr="f."><al>zakelijk gerechtigden ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen:
                                    degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot
                                    hebben van ongebouwde onroerende zaken in het gebied van het
                                    hoogheemraadschap, die geen natuurterreinen zijn;</al></li><li nr="g."><al>zakelijk gerechtigden natuurterreinen: degenen die krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van
                                    natuurterreinen in het gebied van het hoogheemraadschap;</al></li><li nr="h."><al>zakelijk gerechtigden gebouwd: degenen die krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht het genot hebben van gebouwde onroerende
                                    zaken in het gebied van het hoogheemraadschap;</al></li><li nr="i."><al>buitendijks gelegen onroerende zaken: onroerende zaken in het
                                    gebied van het hoogheemraadschap die geheel of gedeeltelijk
                                    buiten de primaire waterkering zijn gelegen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Kostentoedeling watersysteembeheer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>De kosten voor het watersysteembeheer worden als volgt toegedeeld:</al><lijst><li nr="a."><al>34,0 % aan de ingezetenen;</al></li><li nr="b."><al>11,3 % aan de zakelijk gerechtigden van ongebouwde onroerende
                                    zaken, niet zijnde natuurterreinen;</al></li><li nr="c."><al>0,1 % aan de zakelijk gerechtigden van natuurterreinen;</al></li><li nr="d."><al>54,6 % aan de zakelijk gerechtigden van gebouwde onroerende
                                    zaken.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Kostentoedeling wegenbeheer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>De kosten voor het wegenbeheer worden als volgt toegedeeld:</al><lijst><li nr="a."><al>47,90 % aan de ingezetenen;</al></li><li nr="b."><al>9,00 % aan de zakelijk gerechtigden van ongebouwde onroerende
                                    zaken, niet zijnde natuurterreinen;</al></li><li nr="c."><al>0,04 % aan de zakelijk gerechtigden van natuurterreinen;</al></li><li nr="d."><al>43,06 % aan de zakelijk gerechtigden van gebouwde onroerende
                                    zaken.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Waardebepaling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H76438_0_4_4_1_"> De waarde van de onroerende zaken
                                bedoeld in artikel 2, onderdelen b, c en d, en artikel 3, onderdelen
                                b, c en d, wordt bepaald naar de waarde die de onroerende zaken op
                                de waardepeildatum hebben naar de staat en de hoedanigheid waarin
                                zij op die datum verkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H76438_0_4_4_2_"> De waardepeildatum is 1 januari
                                2007.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Tariefdifferentiatie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H76438_0_5_5_3_"> Voor zover ongebouwde onroerende zaken,
                                die geen natuurterreinen zijn, bestaan uit verharde openbare
                                landwegen, wordt voor die onroerende zaken het tarief van de
                                watersysteemheffing 200% hoger vastgesteld dan het tarief dat
                                blijkens de verordening op de watersysteemheffing voor deze
                                categorie geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H76438_0_5_5_4_"> Voor zover ongebouwde onroerende zaken,
                                die geen natuurterreinen zijn, en gebouwde onroerende zaken
                                buitendijks gelegen zijn en vrij afstromen op buiten het gebied van
                                het hoogheemraadschap gelegen oppervlaktewateren, wordt voor die
                                onroerende zaken het tarief van de watersysteemheffing 75% lager
                                vastgesteld dan het tarief dat blijkens de verordening op de
                                watersysteemheffing voor elk van deze categorieën geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H76438_0_5_5_5_"> De in het vorige artikellid bedoelde
                                onroerende zaken zijn nader aangegeven op de bij deze verordening
                                behorende kaart nummer KPH001.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H76438_0_5_5_6_"> De in het eerste en tweede artikellid
                                bedoelde tariefdifferentiaties worden naast elkaar toegepast.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Intrekking, inwerkingtreding, overgangsbepaling en
                            citeertitel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H76438_0_6_6_7_"> Met ingang van de in het derde lid
                                genoemde datum worden ingetrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>de Omslagklassenverordening Waterkeringenbeheer 2003 van het
                                        Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, vastgesteld bij
                                        besluit van 8 januari 2003, nr. 03.320;</al></li><li nr="b."><al>de Omslagklassenverordening Waterkwantiteitsbeheer Hollands
                                        Noorderkwartier 2004, vastgesteld bij besluit van 17
                                        december 2003, nr. 03.25148;</al></li><li nr="c."><al>de Kostentoedelingsverordening Hollands Noorderkwartier
                                        2004, vastgesteld bij besluit van 17 december 2003, nr.
                                        03.25157</al></li></lijst><al id="anker-H76438_0_6_6_8_">met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijven voor de voor de belastingjaren waarvoor zij hebben
                                gegolden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H76438_0_6_6_9_"> Deze verordening treedt in werking op de
                                eerste dag na die van haar bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H76438_0_6_6_10_"> Deze verordening vindt voor het eerst
                                toepassing op het belastingjaar dat aanvangt op 1 januari 2009.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H76438_0_6_6_11_"> Deze verordening wordt aangehaald als
                                Kostentoedelingsverordening Hoogheemraadschap Hollands
                                Noorderkwartier 2009 of Kostentoedelingsverordening HHNK 2009.</al></lid></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het college van
                        hoofdingelanden van 8 oktober 2008.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>De kostentoedeling in de Waterschapswet</titel></kop><divisie><kop><titel>1 Wettelijke basis</titel></kop><al>Ingevolge artikel 120, eerste lid, van de Waterschapswet moet het algemeen
                        bestuur van een waterschap ten behoeve van de watersysteemheffing een
                        verordening vaststellen, waarin voor elk van de categorieën van
                        heffingplichtigen de toedeling van het kostendeel is opgenomen. Indien een
                        waterschap belast is met wegenbeheer en daartoe een wegenheffing heeft
                        ingesteld, dient ook ten behoeve van die heffing een dergelijke verordening
                        te worden vastgesteld (artikel 122b, eerste lid, Waterschapswet).</al><al>De Waterschapswet biedt de mogelijkheid kosten van heffing en invordering en
                        kosten van verkiezingen van de leden van het algemeen bestuur rechtstreek
                        toe te rekenen aan de betrokken categorieën van heffingplichtigen. Indien
                        het waterschap hiertoe besluit wordt dat geregeld in de
                        kostentoedelingsverordening (artikel 120, eerste lid, Waterschapswet).</al><al>Ten slotte biedt de Waterschapswet de mogelijkheid van tariefdifferentiatie.
                        Deze mogelijkheid is opgenomen in artikel 122 van de Waterschapswet. Indien
                        het waterschap besluit tariefdifferentiatie toe te passen wordt dat eveneens
                        geregeld in de kostentoedelingsverordening.</al><al>De kostentoedelingsverordening behoeft de goedkeuring van gedeputeerde
                        staten en wordt ten minste eenmaal in de vijf jaren herzien (artikel 120,
                        vijfde en zesde lid, Waterschapswet).</al><al>Als gevolg van de Wet modernisering waterschapsbestel (Stb. 2007, 208) is de
                        Waterschapswet ingrijpend gewijzigd. Daardoor geldt met ingang van het
                        belastingjaar 2009 een grotendeels vernieuwd heffingstelsel. </al><al>De wijzigingen maken het gewenst een algemene beschouwing te geven over de
                        nieuwe wettelijke bepalingen omtrent de taken van de waterschappen en de
                        daarmee samenhangende heffingen.</al></divisie><divisie><kop><titel>2 De taken van het waterschap</titel></kop><al>Waterschappen zijn openbare lichamen welke de waterstaatkundige verzorging
                        van een bepaald gebied ten doel hebben. De taken die tot dat doel aan de
                        waterschappen kunnen worden opgedragen betreffen de zorg voor het
                        watersysteem en de zorg voor het zuiveren van afvalwater. Daarnaast kan de
                        zorg voor een of meer andere waterstaatsaangelegenheden worden opgedragen
                        (artikel 1 Waterschapswet).</al><al>De zorg voor het watersysteem omvat de taken van de waterschap op het gebied
                        van waterkeringsbeheer, waterkwantiteitsbeheer en kwaliteitsbeheer van
                        oppervlaktewateren, voor zover laatstgenoemde activiteiten niet vallen onder
                        het transporteren of behandelen van afvalwater. Door deze taken als één
                        beheerstaak aan te merken wordt benadrukt dat deze taken een nauwe
                        onderlinge samenhang kennen en als één integrale taak moeten worden
                        uitgevoerd. Voor de financiering daarvan wordt één heffing ingesteld, de
                        watersysteemheffing.</al><al>De zorg voor het zuiveren van afvalwater omvat de taken op het gebied van
                        transporteren en zuiveren van afvalwater. Deze taak maakt geen onderdeel uit
                        van het watersysteembeheer, maar is een afzonderlijke hoofdtaak. De kosten
                        van de zuivering van afvalwater worden via een afzonderlijke heffing
                        verhaald op de lozers van afvalwater. Aan die heffing, de zuiveringsheffing,
                        ligt geen kostentoedeling ten grondslag. Deze taak blijft dan ook verder in
                        deze verordening buiten beschouwing.</al><al>Andere waterstaatsaangelegenheden die aan waterschappen kunnen worden
                        opgedragen betreffen veelal de zorg voor vaarwegen of wegen. In het algemeen
                        wordt de zorg voor vaarwegen, voor zover daarmee bovenwaterschappelijke
                        belangen worden gediend, niet beschouwd als taak van een waterschap. Voor
                        veel wateren wordt echter geen afzonderlijk vaarwegbeheer onderscheiden en
                        worden maatregelen die (mede) ten goede komen aan het scheepvaartverkeer
                        genomen als onderdeel van het beheer van het watersysteem. Voor zover het
                        watersysteembeheer mede ten dienste staat van het scheepvaartverkeer wordt
                        het technisch of nautisch beheer van vaarwegen daarom mede gezien als
                        onderdeel van het watersysteembeheer. </al><al>De wegenzorg van waterschappen is gebaseerd op de Wet herverdeling
                        wegenbeheer. Bij deze wet is de beheerstaak voor wegen buiten de bebouwde
                        kom in bepaalde gebieden aan waterschappen opgedragen. Ingevolge de
                        Waterschapswet kan voor de kosten van de wegenzorg een afzonderlijke heffing
                        worden ingesteld, die geen deel uitmaakt van de watersysteemheffing. Daarmee
                        wordt zichtbaar gemaakt dat het een afzonderlijke taak betreft, die geen
                        onderdeel is van de zorg voor het watersysteem. Bovendien biedt dit de
                        mogelijkheid voor waterschappen die de wegenzorg niet in hun gehele gebied
                        uitoefenen, de heffingplicht beperkt te houden tot het taakgebied waar de
                        wegenzorg wordt uitgeoefend.</al></divisie><divisie><kop><titel>3 Het gebied van het waterschap</titel></kop><al>De zorg voor het watersysteem is één samenhangende taak die het waterschap
                        in zijn gehele gebied uitoefent. Onder het gebied van het waterschap moet
                        het reglementaire gebied worden verstaan, de buitengrenzen van het
                        waterschap derhalve, inclusief eventuele buitendijkse gebieden. Omdat de
                        watersysteemtaak in het gehele gebied wordt uitgeoefend, komen gebieden
                        zonder enig belang in de nieuwe situatie niet meer voor. Ook de situatie
                        waarin per taak verschillende taakgebieden kunnen worden onderscheiden,
                        behoort wat betreft de watersysteemtaak tot het verleden.</al><al>Voor de wegenzorg is dit anders. Zoals gezegd kunnen zich binnen een
                        waterschap gebieden bevinden waar het waterschap die taak niet uitoefent en
                        die daarom geen belang bij die taak hebben. In die gevallen kunnen
                        provinciale staten bij reglement een taakgebied vaststellen waarin het
                        waterschap de wegenzorg uitoefent. Het waterschap kan alleen voor dat gebied
                        een wegenheffing instellen. De kostentoedeling voor de wegentaak heeft
                        alleen betrekking op dat gebied.</al></divisie><divisie><kop><titel>4 Relatie met de begroting</titel></kop><al>In het traject van belastingheffing
                        (kostentoedeling-tariefbepaling-aanslagvervaardiging-heffing-invordering)
                        zijn de kosten van de waterschapstaken bepalend. Deze kosten worden in de
                        begroting van het waterschap geraamd en in de jaarverslaggeving verantwoord.
                        Onderdeel van de begroting is de begroting naar kostendragers. Deze geeft
                        inzicht in de lasten voor de belastingplichtigen en vormt een specificatie
                        van de bedragen die uiteindelijk tot lasten voor de belastingplichtigen
                        leiden. Een en ander is in de nieuwe verslaggevingsvoorschriften in het
                        Waterschapsbesluit vastgelegd.</al><al>Eveneens op grond van de nieuwe verslaggevingsvoorschriften wordt in de
                        begroting naar kostendragers voor iedere taak eerst op basis van de
                        netto-kosten, het bedrag voor onvoorzien, de bedragen die voor
                        kwijtschelding en oninbaarverklaring worden geraamd, verwachte dividenden en
                        overige algemene opbrengsten een saldo berekend, het resultaat. Daarna wordt
                        aangegeven hoe het begrote resultaat zal worden gedekt of bestemd. In de
                        regel wordt er eerst onttrokken of toegevoegd aan de reserves en ontstaat
                        daarna het bedrag dat het waterschap door middel van belastingheffing zal
                        moeten ontvangen. Dit laatste bedrag is het startpunt voor de
                        kostentoedeling.</al></divisie><divisie><kop><titel>5 De methode van kostentoedeling</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>5.1 Kostentoedeling watersysteembeheer</titel></kop><al>De wijze waarop de kosten van het watersysteembeheer aan de categorieën
                        worden toegedeeld is in de wet vastgelegd. Ingevolge artikel 120, tweede
                        lid, Waterschapswet wordt de toedeling van het kostendeel aan de ingezetenen
                        bepaald aan de hand van de gemiddelde inwonerdichtheid per vierkante
                        kilometer in het gebied van het waterschap. Dit deel van de
                        watersysteemheffing wordt aangemerkt als het solidariteitsdeel. </al><al>De toedeling van kosten aan de overige drie heffingplichtige categorieën
                        (ongebouwde onroerende zaken die geen natuurterreinen zijn, natuurterreinen
                        en gebouwde onroerende zaken) geschiedt ingevolge het vierde lid van dit
                        artikel aan de hand van de waarde van de onroerende zaken in het economische
                        verkeer. Dit deel van de watersysteemheffing wordt aangemerkt als het
                        profijtdeel. </al><al>Deze wijze van kostentoedeling staat bekend als de methode Delfland. Deze
                        methode werd reeds door veel waterschappen toegepast en is thans als enige
                        methode van kostentoedeling voor het watersysteembeheer voorgeschreven.</al><al>De eerste stap in het toedelingsproces bij het watersysteembeheer is de
                        toedeling van kosten aan de categorie ingezetenen. Dit gebeurt aan de hand
                        van de gemiddelde inwonerdichtheid per vierkante kilometer in het gebied van
                        het waterschap. Artikel 120, tweede lid, Waterschapswet bepaalt binnen welke
                        bandbreedtes dat geschiedt:</al><lijst><li nr="•"><al>bij een gemiddeld aantal inwoners van 500 of minder bedraagt de
                                toedeling minimaal 20% en maximaal 30%; </al></li><li nr="•"><al>bij een gemiddeld aantal inwoners van meer dan 500 maar niet meer
                                dan 1000 bedraagt de toedeling minimaal 31% en maximaal 40%; </al></li><li nr="•"><al>bij een gemiddeld aantal inwoners van meer dan 1000 bedraagt de
                                toedeling minimaal 41% en maximaal 50%. </al></li></lijst><al>Het binnen de bandbreedtes bepalen van het exacte ingezetenenaandeel behoort
                        tot de bestuurlijke vrijheid van het waterschap. Daarbij geldt dat het
                        algemeen bestuur de maximale kostentoedelingspercentages met 10% mag
                        verhogen (artikel 120, derde lid, Waterschapswet). Een dergelijke verhoging
                        kan in bijzondere omstandigheden plaatsvinden, bijvoorbeeld als in het
                        gebied een relatief groot aantal natuurterreinen voorkomt of in het gebied
                        sprake is van een zeer grote inwonerdichtheid.</al><al>Nadat het aandeel van de ingezetenen in de kostentoedeling is bepaald,
                        worden de resterende kosten van het watersysteembeheer toegedeeld aan de
                        overige categorieën (ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen, natuurterreinen
                        en gebouwd). Deze toedeling vindt plaats op basis van de waarde in het
                        economische verkeer (artikel 120, vierde lid, Waterschapswet). In de
                        artikelen 6.3 t/m 6.10 van het Waterschapsbesluit zijn voor de
                        waardebepaling nadere regels gesteld. De onderlinge verhouding tussen de
                        totale waarden van de categorieën is bepalend voor de kostentoedeling
                        (artikel 6.2 Waterschapsbesluit).</al></divisie><divisie><kop><titel>5.2 Kostentoedeling wegenbeheer</titel></kop><al>De wijze waarop de kosten van het wegenbeheer worden toegedeeld is niet in
                        de wet vastgelegd, maar wordt in het reglement geregeld (artikel 122b,
                        tweede lid, Waterschapswet). Verder bepaalt de wet alleen welke categorieën
                        in de heffing kunnen worden betrokken (artikel 122a, tweede lid,
                        Waterschapswet).</al><al>Welke categorieën daadwerkelijk in de heffing worden betrokken moet eveneens
                        nader worden geregeld.</al></divisie><divisie><kop><titel>6 Waardebepaling en waardepeildatum</titel></kop><al>De waarde van de onroerende zaken moet worden bepaald naar de hoedanigheid
                        en de staat van de onroerende zaken op de waardepeildatum. In artikel 6.11,
                        tweede lid, Waterschapsbesluit is dit voor natuurterreinen en voor andere
                        ongebouwde onroerende zaken die geen natuurterrein zijn uitdrukkelijk
                        bepaald. Voor gebouwde onroerende zaken bevat het Waterschapsbesluit een
                        dergelijke expliciete regeling niet. Dit is ook niet nodig, omdat voor de
                        waardebepaling van deze categorie wordt aangesloten bij de vastgestelde
                        waarde op grond van de Wet waardering onroerende zaken en in deze wet al
                        geldt dat de waarde naar de hoedanigheid en de staat van de onroerende zaken
                        op de waardepeildatum moet worden bepaald.</al><al>Ingevolge artikel 6.11, eerste lid, Waterschapsbesluit ligt de
                        waardepeildatum maximaal twee jaar voor het begin van het eerste
                        belastingjaar waarop de kostentoedelingsverordening betrekking heeft. De
                        waardepeildatum is het moment waarnaar de waarde van de onroerende zaken ten
                        behoeve van de kostentoedeling wordt bepaald. Dit wil zeggen dat in het
                        proces van kostentoedeling geen rekening wordt gehouden met wijzigingen die
                        zich in de staat of hoedanigheid van de onroerende zaken hebben voorgedaan
                        of nog zullen voordoen tussen de waardepeildatum en het begin van het eerste
                        belastingjaar waarop de kostentoedelingsverordening betrekking heeft. Zo
                        zullen bouwpercelen die na de waardepeildatum worden bebouwd, voor de
                        kostentoedeling als ongebouwde onroerende zaken worden aangemerkt en zal
                        landbouwgrond die na de waardepeildatum wordt omgevormd tot natuur of tot
                        bouwgrond, nog als landbouwgrond in de waardebepaling worden
                        meegenomen.</al></divisie><divisie><kop><titel>7 Natuurterreinen</titel></kop><al>Natuurterreinen vormen voor de kostentoedeling (en de belastingheffing) een
                        nieuwe categorie. Ingevolge artikel 116, onderdeel c, Waterschapswet is een
                        natuurterrein een ongebouwde onroerende zaak, waarvan de inrichting en het
                        beheer geheel of nagenoeg geheel en duurzaam is afgestemd op het behoud en
                        de ontwikkeling van natuur. De feitelijke situatie (en niet de toekomstige
                        situatie of een situatie volgens het bestemmingsplan) bepaalt dus of sprake
                        is van een natuurterrein.</al><al>De Waterschapswet noch het Waterschapsbesluit geeft een limitatieve
                        opsomming van terreinen die als natuurterrein moeten worden aangemerkt. Een
                        dergelijke opsomming zou nooit volledig kunnen zijn. De toelichting bij het
                        Waterschapsbesluit noemt als voorbeelden van natuurterreinen heidevelden,
                        zandverstuivingen en moerassen. Ook duingebieden worden, hoewel deze tevens
                        een functie hebben als waterverdedigingswerk, aangemerkt als natuurterrein.
                        Bossen, al dan niet bedrijfsmatig geëxploiteerd, en open wateren worden bij
                        wetsfictie ook als natuurterrein aangemerkt. Voorwaarde is wel dat deze
                        objecten een oppervlakte van ten minste één hectare hebben. Open wateren die
                        een verkeersfunctie hebben zijn geen natuurterrein, maar worden op grond van
                        artikel 118, vijfde lid, Waterschapswet aangemerkt als ongebouwde onroerende
                        zaken, niet zijnde natuurterrein. Voor open wateren geldt verder dat zij een
                        open en weids karakter moeten hebben. Als voorbeelden worden genoemd vennen,
                        meren en plassen. Gedeelten van open wateren die een verkeersfunctie hebben
                        en daartoe zijn afgebakend met betonning worden als openbare waterweg
                        beschouwd en maken geen deel uit van het natuurterrein (Nota van Toelichting
                        Waterschapsbesluit, Stb. 2007, 497, blz. 135).</al><al>De inrichting en het beheer moeten duurzaam zijn afgestemd op het behoud en
                        de ontwikkeling van natuur. Zo wordt een perceel bouwrijp te maken grond dat
                        lang braak heeft gelegen en waarop zich allerlei groen en ander leven heeft
                        ontwikkeld, maar waarop uiteindelijk wel gebouwd zal worden, niet als
                        natuurterrein aangemerkt. Ook stadsparken, plantsoenen en dergelijke zullen
                        vanwege hun overwegend recreatieve functie in de regel niet als
                        natuurterrein aangemerkt kunnen worden (Memorie van Toelichting Wet
                        modernisering waterschapsbestel, TK 30 601, nr. 3, blz. 54).</al><al>Ten slotte worden natte veenweidegebieden niet gerekend tot de
                        natuurterreinen. Omdat zij ook een agrarische functie hebben, zijn de
                        inrichting en het beheer niet geheel of nagenoeg geheel en duurzaam
                        afgestemd op het behoud of de ontwikkeling van natuur (Nota van Toelichting
                        Waterschapsbesluit, Stb. 2007, 497, blz. 131).</al><al>De aanduiding ‘geheel of nagenoeg geheel’ wordt volgens vaste fiscale
                        jurisprudentie uitgelegd als ‘90% of meer’. Dit houdt in dat waar sprake is
                        van bedrijfsmatig gebruik van agrarische grond en de economische exploitatie
                        van die grond voorop staat, geen sprake is van natuurterrein. Weliswaar kan
                        met de instandhouding van een bepaald type boerenlandschap tevens een zekere
                        bescherming van natuurwaarden worden beoogd (eventueel in relatie met en ter
                        ondersteuning van echte natuurgebieden), maar als er gewoon een agrarisch
                        bedrijf wordt gevoerd, wordt niet voldaan aan de strenge norm van 90% of
                        meer. </al><al>Beperkingen in de bedrijfsvoering ter bescherming van natuurwaarden doen
                        hieraan niet af, temeer niet omdat daarvoor veelal een vergoeding of andere
                        compensatie wordt ontvangen. Alleen daar waar het agrarisch gebruik
                        volstrekt ondergeschikt is aan de natuurfunctie, bijvoorbeeld wanneer sprake
                        is van inscharing van vee door natuurbeherende instanties uit een oogpunt
                        van flora- en faunabeheer, wordt voldaan aan de norm voor natuurterrein. Een
                        voorbeeld van dit laatste is begrazing van duinterreinen door schapen of
                        exotische runderen.</al></divisie><divisie><kop><titel>8 Categoriegebonden kosten</titel></kop><al>In de kostentoedelingsverordening kan worden bepaald dat kosten van heffing
                        en invordering van de watersysteemheffing en kosten van de verkiezing van de
                        leden van het algemeen bestuur rechtstreeks worden toegedeeld aan de
                        betrokken categorieën van heffingplichtigen (artikel 120, eerste lid,
                        Waterschapswet). Dit zijn de zogenoemde categoriegebonden kosten. Een
                        analoge bepaling ten aanzien van de wegenheffing ontbreekt in de wet.</al></divisie><divisie><kop><titel>9 Tariefdifferentiatie</titel></kop><al>In artikel 122 van de Waterschapswet wordt de mogelijkheid van
                        tariefdifferentiatie geopend. De wetgever heeft deze regeling opgenomen
                        omdat zij niet voorbij heeft willen gaan aan het feit dat het belang bij de
                        watersysteemtaak voor bepaalde onroerende zaken duidelijk anders kan liggen
                        dan dat van andere onroerende zaken. De wetgever heeft uitdrukkelijk
                        aangegeven dat de waterschappen wat betreft tariefdifferentiatie een
                        bestuurlijke vrijheid hebben. Het algemeen bestuur is – anders dan bij de
                        vroegere classificatie (de omslagklassen) – niet verplicht de tarieven te
                        differentiëren. De wetgever benadrukt dat de differentiatiemogelijkheid
                        bedoeld is voor uitzonderingssituaties, waarin het toepassen van het normale
                        tarief evident onredelijk zou zijn. Verwacht wordt dan ook dat van de
                        differentiatiemogelijkheid spaarzaam gebruik zal worden gemaakt (Memorie van
                        Toelichting Wet modernisering waterschapsbestel, TK 30 601, nr. 3, blz.
                        26).</al><al>Het uitgangspunt dat in artikel 121, eerste lid, onderdelen b, c en d van de
                        Waterschapswet is neergelegd, is dat het tarief van de belasting per eenheid
                        van de heffingsmaatstaf voor elk van de onderscheiden categorieën gelijk is.
                        De regeling van de tariefdifferentiatie brengt hierin verandering. Indien
                        voor het differentiëren van de tarieven wordt gekozen, is binnen de
                        desbetreffende categorie geen sprake meer van een gelijk tarief, maar van
                        tarieven die naar gelang de situatie hoger of lager kunnen zijn vastgesteld.
                        De situaties waarin tariefdifferentiatie mogelijk is, zijn limitatief in de
                        wet genoemd. De wet geeft ook de maximale omvang (verhoging of verlaging)
                        van de differentiaties aan.</al><al>Tariefdifferentiatie is ingevolge artikel 122 Waterschapswet uitsluitend in
                        de volgende gevallen en binnen de volgende marges mogelijk:</al><lijst><li nr="•"><al>1. buitendijks gelegen onroerende zaken (maximaal 75% lager tarief);
                            </al></li><li nr="•"><al>2. onroerende zaken die blijkens de legger van het waterschap als
                                waterberging worden gebruikt (maximaal 75% lager tarief); </al></li><li nr="•"><al>3. onroerende zaken gelegen in bemalen gebieden (maximaal 100% hoger
                                tarief); </al></li><li nr="•"><al>4. onroerende zaken die in hoofdzaak uit glasopstanden bestaan
                                (maximaal 100% hoger tarief); </al></li><li nr="•"><al>5. verharde openbare wegen (maximaal 100% hoger tarief). </al></li></lijst><al>De differentaties kunnen blijkens het vierde lid van artikel 122
                        Waterschapswet naast elkaar worden toegepast.</al></divisie><divisie><kop><titel>10 Handreiking tariefdifferentiatie</titel></kop><al>De Unie van Waterschappen heeft ten behoeve van de waterschappen een
                        handreiking opgesteld waarin nader op tariefdifferentiatie wordt ingegaan.
                        De handreiking geeft aanbevelingen over de toepassing van
                        tariefdifferentiatie, mede ter bevordering van een zoveel mogelijk gelijke
                        gedragslijn bij de waterschappen. </al><al>De handreiking is tevens bedoeld als middel om de toepassing van
                        tariefdifferentiatie enigszins te stroomlijnen met het oog op de gewenste
                        vereenvoudiging en transparantie van het belastingstelsel. Het belang van de
                        handreiking is ook dat deze van betekenis kan zijn in eventuele
                        belastingprocedures. In verband hiermee is het gewenst de aanbevelingen in
                        de handreiking te volgen.</al><al>In de handreiking wordt de waterschappen aanbevolen:</al><lijst><li nr="•"><al>terughoudend te zijn met toepassing van tariefdifferentiatie in
                                verband met de beoogde eenvoud en transparantie van het
                                belastingstelsel; </al></li><li nr="•"><al>cumulatie van tariefdifferentiatie te beperken; </al></li><li nr="•"><al>binnen de categorie natuurterreinen geen tariefdifferentiatie toe te
                                passen; </al></li><li nr="•"><al>voor de overige belastingcategorieën (gebouwd en ongebouwd) zoveel
                                mogelijk gelijke tariefsverhogingen of –verlagingen te hanteren.
                            </al></li></lijst><al>Bij de eventuele keuze voor tariefdifferentiatie en de wijze waarop hieraan
                        invulling wordt gegeven kunnen verschillende overwegingen een rol spelen. De
                        handreiking noemt daarbij als voorbeelden:</al><lijst><li nr="•"><al>de mate waarin er sprake is van een duidelijk afwijkend belang;
                            </al></li><li nr="•"><al>de regionale kenmerken van het waterschapsgebied; </al></li><li nr="•"><al>de relatieve omvang van het gebied dat in aanmerking komt voor
                                tariefdifferentiatie; </al></li><li nr="•"><al>de invloed op de complexiteit en de transparantie van het
                                belastingstelsel; </al></li><li nr="•"><al>de uitvoerings- en kostenaspecten (doelmatigheid); </al></li><li nr="•"><al>de relatieve omvang van het kostenaandeel van de betreffende
                                categorie; </al></li><li nr="•"><al>de lastenverschuivingen bij de overgang van het huidige naar het
                                nieuwe belastingstelsel. </al></li></lijst><al>Tariefdifferentiatie kan voor alle overige categorieën (ongebouwd, niet
                        zijnde natuurterreinen, natuurterreinen en gebouwd) worden toegepast, maar
                        behoeft niet voor elke categorie gelijk te zijn. </al><al>Tariefdifferentiatie kan dus ook voor bepaalde categorieën worden
                        uitgesloten. In verband hiermee adviseert de handreiking om binnen de
                        categorie natuurterreinen geen differentiatie aan te brengen en voor de
                        overige categorieën gelijke differentiatiepercentages te hanteren.</al></divisie><divisie><kop><titel>11 Model-kostentoedelingsverordening</titel></kop><al>Voor de nieuwe kostentoedeling op de voet van de gewijzigde Waterschapswet
                        heeft de Unie van Waterschappen een nieuwe model-kostentoedelingsverordening
                        met toelichting opgesteld. Dit model is gehanteerd voor het opstellen van
                        deze verordening.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>De kostentoedeling bij het hoogheemraadschap</titel></kop><divisie><kop><titel>1 Taken en heffingen van het hoogheemraadschap</titel></kop><al>Alvorens toe te lichten hoe de kostentoedeling bij het hoogheemraadschap
                        verloopt, is het gewenst de taken en heffingen van het hoogheemraadschap
                        nader te belichten.</al><al>Ingevolge artikel 5 van het reglement is het hoogheemraadschap belast met de
                        waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, voor zover deze taak niet aan
                        andere publiekrechtelijke lichamen is opgedragen. </al><al>Deze taak omvat de zorg voor het watersysteem en de zorg voor het zuiveren
                        van afvalwater.</al><al>Daarnaast heeft het hoogheemraadschap als taken de zorg voor vaarwegen, de
                        toepassing van de Scheepvaartverkeerswet voor zover het wateren betreft
                        waarvoor het hoogheemraadschap is aangewezen als bevoegd gezag, en de zorg
                        voor wegen.</al><al>De zorg voor wegen betreft de zorg voor: </al><lijst><li nr="a."><al>de openbare wegen in het taakgebied dat in het reglement is
                                vastgelegd, voor zover zij gelegen zijn buiten de bebouwde kom in de
                                zin van de Wegenwet en voor zover zijn niet in beheer zijn bij
                                derden;</al></li><li nr="b."><al>de wegen op waterkeringen, voor zover zij niet in beheer zijn bij
                                derden.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>1.1 zorg voor het watersysteem</titel></kop><al>De zorg voor het watersysteem omvat de taken van het hoogheemraadschap op
                        het gebied van waterkeringsbeheer, waterkwantiteitsbeheer en
                        kwaliteitsbeheer van oppervlaktewateren, voor zover laatstgenoemde
                        activiteiten niet behoren tot het zuiveringsbeheer. De uit deze taak
                        voortvloeiende kosten worden uit de watersysteemheffing gefinancierd.</al></divisie><divisie><kop><titel>1.2 zorg voor de zuivering van afvalwater</titel></kop><al>De zorg voor het zuiveren van afvalwater omvat de taken op het gebied van
                        inzamelen, transporteren en zuiveren van afvalwater. Zoals eerder gezegd
                        vormt deze taak geen onderdeel van het watersysteembeheer. </al><al>De kosten van deze taak worden via een afzonderlijke heffing verhaald op de
                        lozers van afvalwater. Aan die heffing ligt geen kostentoedeling ten
                        grondslag en deze verordening heeft daarop dan ook geen betrekking.</al></divisie><divisie><kop><titel>1.3 zorg voor vaarwegen en de toepassing van de
                            Scheepvaartverkeerswet</titel></kop><al>De zorg voor vaarwegen en de toepassing van de Scheepvaartverkeerswet
                        (nautisch beheer) vormen neventaken. De kosten hiervan zijn relatief gering
                        en nauw verbonden met het watersysteembeheer. Om die reden worden deze
                        kosten toegerekend aan het watersysteembeheer en eveneens uit de
                        watersysteemheffing gefinancierd.</al></divisie><divisie><kop><titel>1.4 zorg voor de wegen</titel></kop><al>De wegenzorg van het hoogheemraadschap strekt zich niet uit tot het gehele
                        gebied, maar tot een beperkt aantal gemeenten. In verband hiermee is bij
                        reglement een taakgebied voor de wegenzorg vastgelegd. De kosten van deze
                        taak worden deels gefinancierd uit uitkeringen die gemeenten hiervoor
                        ontvangen uit het gemeentefonds en die zij moeten doorsluizen naar de het
                        hoogheemraadschap. Deze uitkeringen zijn echter niet kostendekkend. De
                        resterende kosten worden gefinancierd uit de wegenheffing. Deze kan alleen
                        in het taakgebied voor de wegenzorg worden geheven.</al><al>Vanuit de situatie bij enkele rechtsvoorgangers wordt het beheer van een
                        aantal wegen op waterkeringen gerekend tot de waterkeringszorg. Uitgangspunt
                        voor het nieuwe kostentoedelingsonderzoek is geweest dat de beheerskosten
                        van alle wegen op waterkeringen worden toegerekend aan de
                        waterkeringsfunctie.</al><al>Deze werkwijze doet recht aan het gegeven dat HHNK bijna alle dijkwegen in
                        zijn totale beheersgebied beheert, maar niet alle wegen. Door de kosten van
                        de dijkwegen om te slaan via de watersysteemheffing worden deze kosten in
                        rekening gebracht bij alle belanghebbenden en niet uitsluitend bij de
                        belanghebbenden in het (kleinere) taakgebied voor het wegenbeheer.</al><al>Uit het kostentoedelingsonderzoek blijkt dat 29,6% van alle normkosten van
                        het totale wegennet wegen op waterkeringen betreft. Deze kosten worden
                        omgeslagen via het watersysteembeheer en blijven bij de kostentoedeling voor
                        het wegenbeheer dus buiten beschouwing.</al></divisie><divisie><kop><titel>2 Kostentoedeling watersysteembeheer</titel></kop><al>De kostentoedeling bij het hoogheemraadschap voor het waterkerings- en
                        waterkwantiteitsbeheer geschiedt al vanaf 2004 volgens de methode Delfland.
                        Zoals aangegeven in het vorige hoofdstuk is deze methode met ingang van 2009
                        wettelijk verplicht. De toepassing van deze methode is nu in zoverre anders
                        dat in de nieuwe kostentoedeling natuurterreinen als afzonderlijke
                        heffingplichtige categorie worden aangemerkt. De toepassing van deze methode
                        bij het hoogheemraadschap wordt hieronder uiteengezet.</al></divisie><divisie><kop><titel>Stap 1 Kostentoedeling ingezetenen</titel></kop><al>De eerste stap in het kostentoedelingsproces is het toedelen van kosten aan
                        de categorie ingezetenen. Voor de taak watersysteembeheer gebeurt dat op
                        basis van de gemiddelde inwonerdichtheid in het gebied van het
                        hoogheemraadschap. Daarbij wordt uitgegaan van het totaal aantal inwoners
                        zoals dat blijkt uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA) van de
                        gemeenten in het gebied van het hoogheemraadschap en de totale oppervlakte
                        (buitenste grenzen) van het beheersgebied.</al><al>Voor het bepalen van het ingezetenenaandeel gelden de volgende wettelijke
                        bandbreedtes:</al><table><title>Tabel</title><tgroup cols="3"><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al> Aantal inwoners/km²</al></entry><entry><al> Kostenaandeel ingezetenen </al></entry><entry><al> Maximale verhoging mogelijk tot</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al> &lt; 500</al></entry><entry><al> 20 - 30%</al></entry><entry><al> 40%</al></entry></row><row><entry><al> 500 - 1000</al></entry><entry><al> 30 - 40%</al></entry><entry><al> 50%</al></entry></row><row><entry><al> &gt; 1.000</al></entry><entry><al> 40 - 50%</al></entry><entry><al> 60%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>In het gebied van het hoogheemraadschap bedraagt de bevolkingsdichtheid 558
                        inwoners per vierkante kilometer. (Op 1 januari 2008 bedroeg het aantal
                        ingezetenen 1.096.401 bij een oppervlakte van het beheersgebied van 196.417
                        ha. Bron: CBS Bevolkingsgegevens 2008). Daarmee komt het kostenaandeel voor
                        de ingezetenen rekenkundig uit op 31%. Bij de vaststelling van de
                        Kostentoedelingsverordening 2004 is het kostenaandeel van de ingezetenen
                        vastgesteld op 34%. Dit vanwege het sterk verstedelijkte karakter van het
                        gebied en de ligging van het grootste deel van het gebied beneden de
                        zeespiegel, waardoor de inwoners relatief sterk afhankelijk zijn van de
                        uitoefening van de waterkerings- en waterbeheersingstaak door het
                        hoogheemraadschap. (Advies van de Commissie Kostentoedeling en Omslag van 27
                        augustus 2003, reg.nr. 03.19694, blz. 4.) Omdat deze omstandigheden
                        sindsdien niet gewijzigd zijn, wordt het kostenaandeel ingezetenen thans
                        eveneens vastgesteld op 34%.</al></divisie><divisie><kop><titel>Stap 2 Kostentoedeling overige categorieën</titel></kop><al>Nadat is bepaald welk aandeel in de kosten van het watersysteembeheer aan de
                        ingezetenen wordt toegedeeld, vindt in stap 2 de toedeling van de resterende
                        kosten van de taakuitoefening aan de categorieën ongebouwd, niet zijnde
                        natuur, natuur en gebouwd plaats. Dit gebeurt op basis van hun onderlinge
                        waardeverhouding. In verband hiermee moet de totale waarde in het
                        economische verkeer van deze categorieën worden bepaald. In het
                        Waterschapsbesluit is aangegeven hoe de waardebepaling geschiedt en welke
                        regels daarbij gelden.</al><al>De waardebepaling van de categorieën ongebouwd, niet zijnde natuur, natuur
                        en gebouwd in het gebied van het hoogheemraadschap is vastgelegd in het
                        rapport Kostentoedelingsonderzoek 2009, nr. R001-4572468AJM-wga-V02 van Tauw
                        b.v., dat behoort bij en deel uitmaakt van deze toelichting. </al><al>Bij een ingezetenenaandeel van 34% bedraagt het gezamenlijke aandeel van de
                        overige categorieën 66%.</al><al>Uit het kostentoedelingsonderzoek van Tauw bv blijkt dat dit percentage op
                        grond van de onderlinge waardeverhoudingen afgerond als volgt moet worden
                        verdeeld: </al><table><title>Tabel</title><tgroup cols="2"><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><tbody><row><entry><al> kostenaandeel ongebouwd, niet zijnde natuur :</al></entry><entry><al> 11,3 %</al></entry></row><row><entry><al> kostenaandeel natuur : </al></entry><entry><al> 0,1 %</al></entry></row><row><entry><al> kostenaandeel gebouwd : </al></entry><entry><al> 54,6 %</al></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie><divisie><kop><titel>3 Kostentoedeling wegenbeheer</titel></kop><al>De methode van kostentoedeling en de aanwijzing van de heffingplichtige
                        categorieën voor het wegenbeheer zijn geregeld in artikel 6 van het
                        reglement. Hierin is bepaald dat de wegenheffing wordt geheven van de
                        categorieën ingezetenen, ongebouwde onroerende zaken die geen
                        natuurterreinen zijn, natuurterreinen en gebouwde onroerende zaken.</al><al>Voor de kostentoedeling wordt onderscheid gemaakt tussen wegen met een
                        algemene verkeersfunctie en wegen met een ontsluitingsfunctie. De kosten die
                        samenhangen met de algemene verkeersfunctie worden toegedeeld aan de
                        ingezetenen. De kosten die samenhangen met de ontsluitingsfunctie worden
                        toegedeeld aan de overige categorieën op basis van de waarde in het
                        economische verkeer.</al><al>Deze methode van kostentoedeling is ontwikkeld door de Landbouwuniversiteit
                        Wageningen (nu: Wageningen Universiteit) en vormt een voortzetting van de
                        bestaande kostentoedelingsmethodiek van het hoogheemraadschap, met dien
                        verstande dat nu natuurterreinen als afzonderlijke heffingplichtige
                        categorie worden aangemerkt.</al><al>De toedeling van kosten aan ingezetenen en overige categorieën verloopt in
                        grote lijnen hetzelfde als voor het watersysteembeheer. Nadat het aandeel
                        van de ingezetenen bepaald is, worden de kostenaandelen van de overige
                        categorieën berekend naar verhouding van hun totale economische waarde. </al><al>Voor het bepalen van de kostentoedeling voor het wegenbeheer is op basis van
                        deze methode een nieuw kostentoedelingsonderzoek uitgevoerd door Wageningen
                        Universiteit. Dit leidt tot de percentages voor ingezetenen en overige
                        categorieën zoals in artikel 3 aangegeven. Het onderzoek is vastgelegd in
                        het rapport ‘De omslag tegen het licht gehouden’ van ...............,
                        nr.................., dat behoort bij en deel uitmaakt van deze
                        toelichting.</al><al>Uit het rapport blijkt dat de kosten afgerond als volgt moeten worden
                        verdeeld:</al><table><title>Tabel</title><tgroup cols="2"><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><tbody><row><entry><al> kostenaandeel ingezetenen: </al></entry><entry><al> 47,90 %</al></entry></row><row><entry><al> kostenaandeel ongebouwd, niet zijnde natuur: </al></entry><entry><al> 9,00 %</al></entry></row><row><entry><al> kostenaandeel natuur: </al></entry><entry><al> 0,04 %</al></entry></row><row><entry><al> kostenaandeel gebouwd: </al></entry><entry><al> 43,06 %</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Bij de kostentoedeling wegenbeheer is gekozen voor afronding op twee
                        decimalen, omdat anders de categorie natuur niet zichtbaar is.</al></divisie><divisie><kop><titel>4 Categoriegebonden kosten</titel></kop><al>Zoals aangegeven in het algemene deel van de toelichting kan in de
                        kostentoedelingsverordening worden bepaald dat kosten van heffing en
                        invordering van de watersysteemheffing en kosten van de verkiezing van de
                        leden van het algemeen bestuur rechtstreeks worden toegedeeld aan de
                        betrokken categorieën van heffingplichtigen. Een analoge bepaling ten
                        aanzien van de wegenheffing ontbreekt in de wet.</al><al>Bij de vaststelling van de kostentoedeling in 2004 is besloten geen gebruik
                        te maken van de mogelijkheid tot rechtstreekse toedeling van kosten.
                        Voornaamste argument daarvoor was dat directe toerekening van kosten de
                        nagestreefde eenvoud van de kostentoedelingssystematiek niet ten goede zou
                        komen. (Advies van de Commissie Kostentoedeling en Omslag van 27 augustus
                        2003, reg.nr. 03.19694, blz. 5.)</al><al>Wat betreft de kosten van verkiezingen is er nu in zoverre een nieuwe
                        situatie, dat deze kosten uitsluitend gemaakt worden voor de categorie
                        ingezetenen. Alleen deze categorie wordt nu gekozen via rechtstreekse
                        verkiezingen. De verkiezingskosten hebben echter, gerekend per jaar en op
                        het totaal van de begroting van het hoogheemraadschap, niet meer dan
                        marginale invloed op de heffingstarieven. Om de kostentoedeling niet onnodig
                        ingewikkeld te maken wordt dan ook geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid
                        tot rechtstreekse toerekening van verkiezingskosten.</al></divisie><divisie><kop><titel>5 Tariefdifferentiatie</titel></kop><al>Zoals aangegeven in het algemene deel van de toelichting is met ingang van
                        2009 de mogelijkheid tot het instellen van omslagklassen vervallen. Omdat er
                        niettemin situaties kunnen zijn waarin bepaalde onroerende zaken een
                        duidelijk afwijkend belang bij het watersysteembeheer kunnen hebben dan
                        andere, opent de wet de mogelijkheid van tariefdifferentiatie. De wetgever
                        heeft uitdrukkelijk aangegeven dat de waterschappen hierbij een bestuurlijke
                        vrijheid hebben. Het algemeen bestuur is niet verplicht de tarieven te
                        differentiëren. </al><al>Met het oog op een terughoudend gebruik van tariefdifferentiatie beperkt de
                        wet het aantal situaties waarin differentiatie kan worden toegepast. Verder
                        is wettelijk vastgelegd binnen welke grenzen differentiatie kan geschieden.
                        De heffing kan:</al><lijst><li nr="•"><al>maximaal 75% lager worden vastgesteld voor buitendijks gelegen
                                onroerende zaken en voor onroerende zaken die blijkens de legger als
                                waterberging worden gebruikt;</al></li><li nr="•"><al>maximaal 100% hoger worden vastgesteld voor onroerende zaken gelegen
                                in bemalen gebieden;</al></li><li nr="•"><al>maximaal 100% hoger worden vastgesteld voor onroerende zaken die in
                                hoofdzaak bestaan uit glasopstanden en voor verharde openbare
                                wegen.</al></li></lijst><al>In de omslagklassenverordeningen van het hoogheemraadschap zoals deze tot nu
                        toe golden (voor waterkeringbeheer en waterkwantiteitsbeheer) worden vier
                        omslagklassen onderscheiden. Afhankelijk van de mate van belang bij de
                        desbetreffende taak worden onderscheiden:</al><lijst><li nr="•"><al>onroerende zaken met volledig belang (100%-klasse);</al></li><li nr="•"><al>onroerende zaken met matig belang (50%-klasse);</al></li><li nr="•"><al>onroerende zaken met beperkt belang (25%-klasse);</al></li><li nr="•"><al>onroerende zaken zonder enig belang (0%-klasse).</al></li></lijst><al>Voor ongebouwde eigendommen geldt deels een andere classificatie dan voor
                        gebouwde eigendommen.</al><al>Met uitzondering van de hoge gronden (duingebieden) betreffen de
                        gereduceerde omslagklassen echter uitsluitend buitendijks gebied.</al><al>In de nieuwe situatie is sprake van één geïntegreerde watersysteemheffing.
                        Een watersysteem wordt gedefinieerd als een samenhangend geheel van een of
                        meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende
                        bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. (Artikel 1.1
                        ontwerp-Waterwet, EK 30 818, A.)</al><al>In overeenstemming daarmee is bij de watersysteemheffing geen sprake meer
                        van taakgebieden. Elke onroerende zaak binnen het waterschapsgebied heeft
                        belang bij de watersysteemtaak en wordt op basis daarvan in de
                        watersysteemheffing betrokken. Ligging in het waterschapsgebied levert per
                        definitie een belastbaar feit op. Er zijn dus geen onroerende zaken meer die
                        geheel vrijgesteld kunnen worden van de heffingplicht.</al><al>De toedeling van kosten aan de categorieën ongebouwd, niet zijnde
                        natuurterreinen, natuurterreinen en gebouwd volgens economische waarde is
                        gebaseerd op de veronderstelling dat economische waardeverhoudingen in
                        globale zin uitdrukking geven aan de mate waarin deze categorieën belang
                        hebben bij het watersysteembeheer. De wetgever kiest daarmee duidelijk voor
                        een meer algemene en globale wijze van kostentoerekening. Het beginsel van
                        kostenveroorzaking wordt daarmee uitdrukkelijk losgelaten, zowel op het
                        niveau van de kostentoedeling als op het niveau van de individuele
                        aanslagoplegging. Het oude systeem van omslagklassen op basis van het
                        objectief gebruik van waterschapsvoorzieningen en daaraan gerelateerde
                        kosten is daarmee achterhaald. Daarvan uitgaande is het in beginsel niet
                        noodzakelijk in het gebied van het hoogheemraadschap tariefdifferentiatie
                        toe te passen.</al><al>Bij de eventuele keuze voor tariefdifferentiatie en de wijze waarop hieraan
                        invulling wordt gegeven kunnen verschillende overwegingen een rol spelen.
                        Eén daarvan is de mate waarin sprake is van een duidelijk afwijkend belang.
                        Een andere is beperking van de lastenverschuivingen bij de overgang van het
                        oude naar het nieuwe belastingstelsel.</al><al>Het hoogheemraadschap en zijn rechtsvoorgangers hanteren al sinds jaar en
                        dag een gereduceerde omslagheffing in buitendijks gebied. De handreiking van
                        de Unie van Waterschappen geeft aan dat het belang van buitendijks gelegen
                        onroerende zaken bij het watersysteembeheer (veel) beperkter kan zijn dan
                        dat van binnendijks gelegen onroerende zaken. Dit is ook het geval in het
                        gebied van het hoogheemraadschap. In verband hiermee is het gewenst de
                        gereduceerde heffing in buitendijks gebied door middel van
                        tariefdifferentiatie te handhaven. Daarmee wordt tevens voorkomen dat de
                        heffing in buitendijks gebied sterk stijgt, zonder dat daar een wezenlijk
                        andere taakvervulling tegenover staat.</al><al>Bij de toepassing van tariefdifferentiatie in buitendijkse gebieden dient
                        onderscheid te worden gemaakt tussen buitendijkse gebieden die bemalen
                        worden en buitendijkse gebieden die vrij afstromen op buiten het
                        hoogheemraadschap gelegen oppervlaktewater. Op grond van de Waterschapswet
                        kan voor bemalen gebieden geen gereduceerd tarief worden toegepast. Deze
                        dienen dan ook volledig in de watersysteemheffing te worden betrokken.
                        Alleen wanneer gebieden buitendijks gelegen zijn én vrij afstromen op buiten
                        het hoogheemraadschap gelegen oppervlaktewater, kan daarop een gereduceerd
                        tarief worden toegepast. Dit strookt met de bedoeling van de wetgever om
                        tariefdifferentiatie uitsluitend toe te passen in gebieden die een duidelijk
                        afwijkend belang hebben bij de uitoefening van het watersysteembeheer.</al><al>Tariefdifferentiatie kan voor alle overige categorieën (ongebouwd, niet
                        zijnde natuurterreinen, natuurterreinen en gebouwd) worden toegepast, maar
                        behoeft niet voor elke categorie gelijk te zijn. </al><al>Tariefdifferentiatie kan dus ook voor bepaalde categorieën worden
                        uitgesloten. Overeenkomstig de aanbevelingen in de handreiking van de Unie
                        van Waterschappen wordt binnen de categorie natuurterreinen geen
                        differentiatie aangebracht en worden voor de overige categorieën gelijke
                        differentiatiepercentages gehanteerd.</al><al>In verband hiermee is in deze verordening bepaald dat de tarieven voor
                        onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen, die buiten de
                        hoofdwaterkering liggen én vrij afstromen op buiten het gebied van het
                        hoogheemraadschap gelegen oppervlaktewater, 75% lager worden vastgesteld.
                        Een verdere differentiatie naar de mate van belang is met het oog op de
                        eenvoud en transparantie niet gewenst. Aldus wordt het sterk verminderde
                        belang bij het watersysteembeheer van buitendijks gelegen onroerende zaken
                        in gebieden die vrij afstromen op buiten het hoogheemraadschap gelegen
                        oppervlaktewater tot uitdrukking gebracht in een uniforme tariefsreductie
                        van 75%. </al><al>Verder is tariefsverhoging mogelijk voor verharde openbare wegen. Bij wegen
                        is sprake van verharde oppervlakken, die een hogere piekafvoer kunnen
                        veroorzaken, waardoor mogelijk een relatief grotere capaciteit van het
                        watersysteem wordt gevraagd. Daarnaast vormen wegen één van de belangrijkste
                        bronnen van diffuse verontreiniging van het oppervlaktewater. Deze
                        omstandigheden kunnen aanleiding vormen voor wegen een hoger tarief toe te
                        passen.</al><al>Een andere omstandigheid is dat wegen, evenals banen voor openbaar vervoer
                        per rail, met inbegrip van de daartoe behorende kunstwerken, worden
                        aangemerkt als ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen
                        (artikel 118, vijfde lid, Waterschapswet). Daarmee vallen wegen, spoorbanen
                        en daartoe behorende kunstwerken onder de categorie (overig) ongebouwd en is
                        hun waarde mede bepalend voor het kostenaandeel van het overig ongebouwd.
                        Voor wegen, spoorbanen en kunstwerken gelden thans echter specifieke
                        waarderingsvoorschriften, die ertoe leiden dat hun waarde resulteert in een
                        naar verhouding groot kostenaandeel van het overig ongebouwd. Dit zou leiden
                        tot een ongewenste lastenstijging voor deze categorie bij de overgang van
                        het oude naar het nieuwe belastingstelsel. Daarom is in deze verordening
                        bepaald dat het tarief voor verharde openbare wegen 100% hoger wordt
                        vastgesteld. Tariefdifferentiatie voor spoorbanen is niet mogelijk.</al><al>Tariefsverlaging kan verder worden toegepast voor onroerende zaken die
                        blijkens de legger als waterberging worden gebruikt. Deze hebben verminderd
                        belang bij het watersysteembeheer. Mogelijke tariefsreductie geldt echter
                        alleen voor waterbergingen die op de legger zijn geplaatst. Bij het
                        hoogheemraadschap doet deze situatie zich (nog) niet voor. Bovendien zijn de
                        waterbergingen veelal ingericht als natuurterrein en komen zij om die reden
                        niet in aanmerking voor tariefdifferentiatie. </al><al>Tariefsverhoging kan worden toegepast voor bemalen gebieden. Deze
                        mogelijkheid is vooral bedoeld voor waterschappen in hoger gelegen gebieden
                        met een in hoofdzaak natuurlijke afwatering en een relatief gering oppervlak
                        aan bemalen gebied. Bij het hoogheemraadschap is daarvan geen sprake.
                        Aangezien vrijwel het gehele beheersgebied wordt bemalen is dit de normale
                        situatie, waarbij het normale tarief geldt. Voor tariefsverhoging om deze
                        reden is dan ook geen aanleiding.</al><al>Verder is tariefsverhoging mogelijk voor glasopstanden (kassen) die als
                        gebouwde eigendommen worden aangemerkt. Deze mogelijkheid is specifiek
                        bedoeld voor waterschappen met grote concentraties van glastuinbouwgebieden
                        waar zich waterhuishoudkundige problemen voordoen en die grote investeringen
                        van het waterschap vragen. Hierbij heeft men vooral de situatie in het
                        Westland op het oog gehad. Binnen het hoogheemraadschap is van een
                        dergelijke situatie geen sprake. Mede gezien het relatief kleine aandeel van
                        kassen in de omslagheffing is er dan ook geen aanleiding om hiervoor
                        tariefdifferentiatie toe te passen.</al><al>Bij de wegenheffing wordt in het geheel geen tariefdifferentiatie toegepast.
                        In de eerste plaats ontbreekt in de Waterschapswet een analoge bepaling als
                        voor het watersysteembeheer, die differentiatie bij de wegenheffing mogelijk
                        maakt. Verder is bij de wegentaak geen sprake van afwijkend belang van
                        bepaalde categorieën onroerende zaken.</al></divisie><divisie><kop><titel>6. De verordening</titel></kop><al>Ingevolge de Waterschapswet dient de kostentoedeling voor zowel de
                        watersysteemheffing als de wegenheffing in een verordening te worden
                        vastgelegd. Om doelmatigheidsredenen zijn beide kostentoedelingen in één
                        verordening opgenomen.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit artikel zijn enkele begrippen die in de verordening vaker voorkomen
                        nader gedefinieerd.</al><al> omschrijft het gebied van het hoogheemraadschap als het gebied waarin het
                        hoogheemraadschap bevoegd is de watersysteemtaak uit te oefenen
                        onderscheidenlijk het gebied waarin het hoogheemraadschap bevoegd is de
                        wegentaak uit te oefenen. Voor de watersysteemtaak betreft dit het gehele
                        gebied van het hoogheemraadschap, inclusief buitendijkse gebieden, onbemalen
                        gebieden en dergelijke. Voor de wegentaak betreft dit het taakgebied
                        wegenbeheer, omvattende de gemeenten en voormalige gemeenten waarin het
                        hoogheemraadschap belast is met de wegentaak.geeft een omschrijving van het
                        begrip kosten. De kosten die in de kostentoedeling een rol spelen zijn de
                        netto-kosten die in de begroting van het waterschap zijn opgenomen en die
                        met behulp van de watersysteemheffing onderscheidenlijk de wegenheffing
                        worden gedekt.geven een omschrijving van de begrippen ingezetenen, zakelijk
                        gerechtigden ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen, zakelijk gerechtigden
                        natuurterreinen en zakelijk gerechtigden gebouwd. Dit zijn de
                        heffingplichtige categorieën. Voor de omschrijvingen is aangesloten bij de
                        artikelen 116, onderdeel a, en 117, onderdelen b tot en met d, van de
                        Waterschapswet.is opgenomen met het oog op de bepaling over
                        tariefdifferentiatie. Buitendijks gelegen onroerende zaken worden omschreven
                        als onroerende zaken die geheel of gedeeltelijk buiten de primaire
                        waterkering zijn gelegen. Daardoor zijn deze gebieden niet of in beperkte
                        mate beschermd tegen hoge buitenwaterstanden. </al><al>Onderdeel c </al><al>Onderdeel d </al><al>De onderdelen e tot en met h </al><al>Onderdeel i </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2 Kostentoedeling watersysteembeheer</titel></kop><al>In artikel 2 is aangegeven op welke wijze de kosten van de uitoefening van
                        de watersysteemtaak over de vier heffingplichtige categorieën worden
                        verdeeld. Dit artikel vormt, tezamen met artikel 3, de kernbepaling van de
                        verordening.</al><al>In hoofdstuk II van deze toelichting is uiteengezet hoe het proces van
                        kostentoedeling voor het watersysteembeheer bij het hoogheemraadschap
                        verloopt. De daaruit voortvloeiende toedelingspercentages zijn vastgelegd in
                        artikel 2.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3 Kostentoedeling wegenbeheer</titel></kop><al>In artikel 3 is aangegeven op welke wijze de kosten van de uitoefening van
                        de wegentaak over de vier heffingplichtige categorieën worden verdeeld.</al><al>In hoofdstuk II van deze toelichting is uiteengezet hoe het proces van
                        kostentoedeling voor het wegenbeheer bij het hoogheemraadschap verloopt. De
                        daaruit voortvloeiende toedelingspercentages zijn vastgelegd in artikel
                        3.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4 Waardebepaling</titel></kop><al>De waarde van de onroerende zaken moet worden bepaald naar de hoedanigheid
                        en de staat van de onroerende zaken op de waardepeildatum. In artikel 6.11,
                        tweede lid, Waterschapsbesluit is dit voor natuurterreinen en voor andere
                        ongebouwde onroerende zaken die geen natuurterrein zijn uitdrukkelijk
                        bepaald.</al><al>Voor gebouwde onroerende zaken geldt dat voor de waardebepaling wordt
                        aangesloten bij de vastgestelde waarde op grond van de Wet waardering
                        onroerende zaken (WOZ). Op grond van deze wet geldt al dat de waarde moet
                        worden bepaald naar de hoedanigheid en de staat van de onroerende zaken op
                        de waardepeildatum.</al><al>Ingevolge artikel 6.11, eerste lid, Waterschapsbesluit ligt de
                        waardepeildatum maximaal twee jaar voor het begin van het eerste
                        belastingjaar waarop de kostentoedelingsverordening betrekking heeft. Bij de
                        kostentoedeling krachtens deze verordening, die geldt met ingang van 1
                        januari 2009, moet dus een keuze worden gemaakt tussen de waardepeildatum 1
                        januari 2007 en 1 januari 2008.</al><al>Uit praktische overwegingen is in de verordening gekozen voor de
                        waardepeildatum 1 januari 2007. Daarbij is rekening gehouden met de
                        omstandigheid dat de waardegegevens van gebouwde onroerende zaken, die door
                        de gemeenten worden vastgesteld in het kader van de WOZ en aan de
                        waterschappen worden doorgeleverd, pas geruime tijd na de waardepeildatum
                        beschikbaar komen. Zou worden uitgegaan van de waardepeildatum 1 januari
                        2008, dan zijn de gegevens niet tijdig beschikbaar voor de tijdige
                        vaststelling en goedkeuring van de kostentoedelingsverordening.</al><al>Eenzelfde overweging geldt ten aanzien van de waardegegevens van
                        landbouwgronden die via de Dienst Landelijk Gebied van het ministerie van
                        Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) beschikbaar komen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5 Tariefdifferentiatie</titel></kop><al>In dit artikel is vastgelegd voor welke zaken tariefdifferentiatie wordt
                        toegepast en tot welk percentage. In hoofdstuk II van deze toelichting is
                        reeds uitvoerig uiteengezet op welke gronden dit geschiedt. Verder is daar
                        gemotiveerd aangegeven waarom voor andere onroerende zaken, die daarvoor op
                        grond van de Waterschapswet in aanmerking kunnen komen, geen
                        tariefdifferentiatie wordt toegepast.</al><al>De buitendijkse gebieden waarin tariefsreductie wordt toegepast zijn globaal
                        aangegeven op een kaart, die behoort bij en deel uitmaakt van deze
                        verordening.</al><al>In een beperkt aantal gevallen kan sprake zijn van cumulatie van
                        tariefdifferentiaties. Dit geldt bijvoorbeeld voor openbare verharde wegen,
                        waarvoor een verhoogd tarief geldt, in buitendijkse gebieden waarvoor het
                        gereduceerde tarief geldt. Om alle twijfel daarover uit te sluiten is
                        bepaald dat de beide differentiaties naast elkaar worden toegepast.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6 Intrekking, inwerkingtreding, overgangsbepaling en
                            citeertitel</titel></kop><al>De kostentoedeling op basis van deze verordening wordt toegepast met ingang
                        van het belastingjaar 2009.</al><al>Dit geldt ook voor de tariefdifferentiatie op basis van deze verordening,
                        die de omslagklassen vervangt. Op belastbare feiten die zich vóór 2009
                        hebben voorgedaan blijven de ingetrokken verordeningen van toepassing.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier/i188007.pdf">Kostentoedelingsverordening HHNK 2009</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier/i188008.pdf">Commentaarnota</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier/i188009.pdf">Kaart</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier/i188010.pdf">Rapport Tauw</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier/i188011.pdf">Rapport Wageningen</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>