<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr owms-version="3.5" cvdr-version="1.0" xp_0:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns:xp_0="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier>272128_7</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening zuiveringsheffing 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-12-12</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:alternative>Verordening zuiveringsheffing 2009</dcterms:alternative><dcterms:license>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:license><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 110</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 113</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, hoofdstuk XVIIb </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0023025/">Waterschapsbesluit, hoofdstuk 6, paragraaf 2</dcterms:source><dcterms:issued>2014-11-26</dcterms:issued><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2014-8099.html">Waterschapsblad, 02-12-2014</dcterms:isFormatOf></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 18, bijlage I</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>vv26nov2014</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën – belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al id="anker-doi">De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule><vet>Verordening zuiveringsheffing 2009</vet></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>stoffen: de stoffen genoemd in artikel 6 van deze
                                        verordening; </al></li><li nr="b."><al>riolering: een voorziening voor de inzameling en het
                                        transport van afvalwater, in beheer bij een gemeente; </al></li><li nr="c."><al>zuiveringtechnisch werk: een werk voor het zuiveren van
                                        afvalwater of het transport van afvalwater, niet zijnde een
                                        riolering; </al></li><li nr="d."><al>afvoeren: het brengen van stoffen op een riolering of op een
                                        zuiveringtechnisch werk in beheer bij het waterschap; </al></li><li nr="e."><al>woonruimte: een ruimte die blijkens haar inrichting bestemd
                                        is om als een afzonderlijk geheel te voorzien in
                                        woongelegenheid en waarvan de delen blijkens de inrichting
                                        van die ruimte niet bestemd zijn om afzonderlijk in gebruik
                                        te worden gegeven; </al></li><li nr="f."><al>bedrijfsruimte: een naar zijn of haar aard en inrichting als
                                        afzonderlijk geheel te beschouwen terrein of ruimte, niet
                                        zijnde een woonruimte, een zuiveringtechnisch werk of een
                                        riolering; </al></li><li nr="g."><al>de ambtenaar belast met de heffing: de krachtens de
                                        Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep
                                        aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 124, vijfde lid,
                                        onderdeel a, van de Waterschapswet; </al></li><li nr="h."><al>ambtenaar belast met de invordering: de krachtens de
                                        Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep
                                        aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 124, vijfde lid,
                                        onderdeel b, van de Waterschapswet; </al></li><li nr="i."><al>drinkwater: water als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van
                                        de Drinkwaterwet; </al></li><li nr="j."><al>ingenomen water: geleverd drink– en industriewater, warm
                                        tapwater, onttrokken grond– en oppervlaktewater en
                                        opgevangen hemelwater; </al></li><li nr="k."><al>drinkwaterbedrijf: drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel
                                        1, eerste lid, van de Drinkwaterwet; </al></li><li nr="l."><al>afvalwater: afvalwater als bedoeld in artikel 3.4 van de
                                        Waterwet; </al></li><li nr="m."><al> warm tapwater: warm tapwater als bedoeld in artikel 1,
                                        eerste lid, van de Drinkwaterwet. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Bijlagen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Bij deze verordening behoren de volgende bijlagen: </al><al>– Bijlage I: voorschriften voor meting, bemonstering, analyse en
                                berekening; </al><al>– Bijlage II: tabel afvalwatercoëfficiënten, zoals opgenomen in
                                artikel 122k, derde lid, van de Waterschapswet. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Belastbaar feit en heffingsplicht</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H119495_0_3_3_1_"> Ter bestrijding van kosten die zijn
                                    verbonden aan de behartiging van de taak inzake het zuiveren van
                                    afvalwater, wordt onder de naam zuiveringsheffing een directe
                                    belasting geheven ter zake van afvoeren. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al id="anker-H119495_0_3_3_2_"> Aan de heffing worden
                                    onderworpen:</al><lijst><li nr="a"><al id="anker-H119495_0_3_3_2_1_"> ter zake het afvoeren
                                            vanuit een woonruimte of een bedrijfsruimte: degene die
                                            het gebruik heeft van die ruimte;</al></li><li nr="b"><al id="anker-H119495_0_3_3_2_2_"> ter zake het afvoeren
                                            anders dan bedoeld onder a: degene die afvoert.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al id="anker-H119495_0_3_3_3_"> Voor de toepassing van het tweede
                                    lid, onderdeel a, is heffingsplichtig:</al><lijst><li nr="a"><al id="anker-H119495_0_3_3_3_3_"> in geval van gebruik van
                                            een woonruimte door de leden van een huishouden: degene
                                            die door de ambtenaar belast met de heffing is
                                            aangewezen;</al></li><li nr="b"><al> in geval van gebruik door degene aan wie een deel van
                                            een bedrijfsruimte in gebruik is gegeven: </al><al>degene die dat deel in gebruik heeft gegeven met dien
                                            verstande dat degene die het deel in gebruik heeft
                                            gegeven, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen
                                            op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="c"><al> in geval van het voor volgtijdig gebruik ter
                                            beschikking stellen van een woonruimte of
                                            bedrijfsruimte: </al><al>degene die de ruimte ter beschikking heeft gesteld, met
                                            dien verstande dat degene die de ruimte ter beschikking
                                            heeft gesteld, bevoegd is de heffing als zodanig te
                                            verhalen op degene aan wie de ruimte ter beschikking is
                                            gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al id="anker-H119495_0_3_3_4_"> Indien stoffen met behulp van een
                                    riolering worden afgevoerd, is degene bij wie die riolering in
                                    beheer is, slechts voor die stoffen die de beheerder zelf op de
                                    riolering heeft gebracht aan een heffing onderworpen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al id="anker-H119495_0_3_3_5_"> De opbrengst van de heffing kan
                                    tevens worden besteed:</al><lijst><li nr="a"><al id="anker-H119495_0_3_3_5_6_"> aan het verstrekken van
                                            subsidies ter tegemoetkoming in de kosten van het
                                            voorbereiden en uitvoeren van maatregelen die verband
                                            houden met het zuiveren van afvalwater aan diegenen die
                                            tot het treffen van die maatregelen zijn gehouden;</al></li><li nr="b"><al id="anker-H119495_0_3_3_5_7_"> aan het verstrekken van
                                            subsidies aan heffingsplichtigen tot behoud van het
                                            gebruik van zuiveringtechnische werken teneinde een
                                            stijging van het tarief van de heffing zoveel mogelijk
                                            te voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al id="anker-H119495_0_3_3_6_"> Het afvoeren door het waterschap is
                                    vrijgesteld van de heffing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsevenredigheid </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H119495_0_4_4_7_"> De heffing ter zake van woonruimten
                                    en van bedrijfsruimten als bedoeld in artikel 15 is verschuldigd
                                    bij het begin van het heffingsjaar of, zo dit later is, bij de
                                    aanvang van de heffingsplicht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al id="anker-H119495_0_4_4_8_"> Indien ter zake van woonruimten de
                                    heffingsplicht als bedoeld in het eerste lid in de loop van het
                                    heffingsjaar aanvangt, is de heffing verschuldigd voor zoveel
                                    365e gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als
                                    er in dat jaar, na de aanvang van de heffingsplicht, nog volle
                                    dagen overblijven. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al id="anker-H119495_0_4_4_9_"> Indien ter zake van woonruimten de
                                    heffingsplicht bedoeld in het eerste lid in de loop van het
                                    heffingsjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor
                                    zoveel 365e gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde heffing
                                    als er in dat jaar, na het einde van de heffingsplicht, nog
                                    volle dagen overblijven. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al id="anker-H119495_0_4_4_10_"> Indien de heffingsplicht voor
                                    woonruimten is beëindigd na de dagtekening van de aanslag, kan
                                    de heffingsplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de
                                    ambtenaar belast met de heffing.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al id="anker-H119495_0_4_4_11_"> Het tweede en derde lid zijn niet
                                    van toepassing indien de heffingsplichtige het gebruik van de
                                    woonruimte beëindigt en direct aansluitend het gebruik krijgt
                                    van een woonruimte van waaruit eveneens wordt afgevoerd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Heffingsjaar </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>Het heffingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Aangifte</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5a</titel></kop><al>Met betrekking tot de zuiveringsheffing geheven van gebruikers van
                                bedrijfsruimten, wordt de uitnodiging tot het doen van aangifte
                                gedaan door: </al><al>a het uitreiken of toezenden van een aangiftebiljet; </al><al>b het uitreiken of toezenden van een aangiftebrief waarin wordt
                                verzocht om aangifte te doen op de wijze als bedoeld in artikel
                                5b.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5b</titel></kop><al>Het doen van aangifte geschiedt door: </al><al>a het inleveren of toezenden van het aangiftebiljet met de daarbij
                                gevraagde bescheiden; </al><al>b het op elektronische wijze toezenden van de door de betreffende
                                programmatuur gevraagde gegevens.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Grondslag en heffingsmaatstaf</titel></kop><structuurtekst><al>Algemeen</al></structuurtekst><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H119495_0_7_8_12_"> Voor de heffing bedoeld in artikel
                                    3 geldt als grondslag de hoeveelheid en de hoedanigheid van de
                                    stoffen die in een kalenderjaar worden afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al id="anker-H119495_0_7_8_13_"> Voor de heffing geldt als
                                    heffingsmaatstaf de vervuilingswaarde van de stoffen die in een
                                    kalenderjaar worden afgevoerd. De vervuilingswaarde wordt
                                    uitgedrukt in vervuilingseenheden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al id="anker-H119495_0_7_8_14_"> Het aantal vervuilingseenheden met
                                    betrekking tot zuurstofbindende stoffen wordt bepaald op basis
                                    van de som van het chemisch zuurstofverbruik en het
                                    zuurstofverbruik door omzetting van stikstofverbindingen, zoals
                                    voorgeschreven in Bijlage I van deze verordening. Eén
                                    vervuilingseenheid vertegenwoordigt met betrekking tot
                                    zuurstofbindende stoffen een verbruik in het heffingsjaar van
                                    54,8 kilogram zuurstof.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al id="anker-H119495_0_7_8_15_"> Het aantal vervuilingseenheden met
                                    betrekking tot de stoffen chroom, koper, lood, nikkel, zilver,
                                    zink, arseen, kwik, cadmium, chloride, sulfaat en fosfor wordt
                                    bepaald op basis van de afgevoerde gewichtshoeveelheden, zoals
                                    voorgeschreven in Bijlage I van deze verordening. Eén
                                    vervuilingseenheid vertegenwoordigt een in het heffingsjaar
                                    afgevoerde gewichtshoeveelheid van: </al><lijst><li nr="a."><al>1,00 kilogram van de stoffen chroom, koper, lood,
                                            nikkel, zilver en zink;</al></li><li nr="b."><al>0,100 kilogram van de stoffen arseen, cadmium en
                                            kwik;</al></li><li nr="c."><al>650 kilogram van de stoffen chloride en sulfaat; </al></li><li nr="d."><al>20,0 kilogram van de stof fosfor.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al id="anker-H119495_0_7_8_16_"> De stoffen chloride, sulfaat en
                                    fosfor worden niet aan de heffing onderworpen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Meting, bemonstering en analyse</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het aantal vervuilingseenheden van zuurstofbindende en andere
                                    stoffen wordt berekend met behulp van door </al><al>meting, bemonstering en analyse verkregen gegevens. De meting,
                                    bemonstering, analyse en berekening </al><al>geschieden met in achtneming van de in Bijlage I opgenomen
                                    voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De in het eerste lid bedoelde meting, bemonstering en analyse
                                    geschieden ieder etmaal van het heffingsjaar, </al><al>behoudens het bepaalde in artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al id="anker-H119495_0_8_9_19_"> De meting, bemonstering en analyse
                                    geschieden zodanig dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de gemeten hoeveelheid afvalwater niet meer dan 5%
                                            afwijkt van de werkelijke hoeveelheid afvalwater;</al></li><li nr="b."><al>het verkregen monster representatief is voor de totale
                                            hoeveelheid stoffen die gedurende de
                                            bemonsteringsperiode vanuit het bedrijf of het
                                            bedrijfsonderdeel wordt afgevoerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al id="anker-H119495_0_8_9_20_"> De heffingsplichtige brengt de
                                    wijze van meting en bemonstering met een beschrijving van de
                                    daarvoor te gebruiken apparatuur voor aanvang van het
                                    heffingsjaar ter kennis van de ambtenaar belast met de heffing.
                                    Indien het gebruik van de apparatuur in de loop van het
                                    heffingsjaar aanvangt of wijzigt, dan wordt dit vóór de
                                    ingebruikname of de wijziging ter kennis van de ambtenaar belast
                                    met de heffing gebracht.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al id="anker-H119495_0_8_9_21_"> De ambtenaar belast met de
                                    heffing: </al><lijst><li nr="a."><al>kan ambtshalve bepalen dat meting en bemonstering
                                            geschieden in afwijking van één of meer van de in
                                            Bijlage I, onderdeel A, opgenomen voorschriften, indien
                                            deze aannemelijk maakt dat dit noodzakelijk is ter
                                            voldoening aan het bepaalde in het derde lid, onderdelen
                                            a en b;</al></li><li nr="b."><al>beslist op aanvraag van de heffingsplichtige, dat meting
                                            en bemonstering kunnen geschieden in afwijking van een
                                            of meer van de in Bijlage I, onderdeel A, opgenomen
                                            voorschriften, indien de heffingsplichtige aannemelijk
                                            maakt dat daarbij wordt voldaan aan het bepaalde in het
                                            derde lid, onderdelen a en b;</al></li><li nr="c."><al>beslist op aanvraag van de heffingsplichtige, dat kan
                                            worden afgeweken van de in Bijlage I, onderdeel B,
                                            opgenomen analysevoorschriften, indien de
                                            heffingsplichtige aannemelijk maakt dat de
                                            nauwkeurigheid van de uitkomsten van de analyse hierdoor
                                            niet wordt beïnvloed;</al></li><li nr="d."><al>kan omtrent de afwijkingen als bedoeld in de onderdelen
                                            a, b en c nadere voorschriften geven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al id="anker-H119495_0_8_9_22_"> De ambtenaar belast met de heffing
                                    neemt zijn beslissing, bedoeld in het vijfde lid, onderdelen a,
                                    b en c, bij voor bezwaar vatbare beschikking. Deze beschikking
                                    bevat in elk geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de voorschriften van Bijlage I, onderdelen A en B,
                                            waarvan wordt afgeweken;</al></li><li nr="b."><al>de afwijkingen bedoeld in het vijfde lid, onderdelen a,
                                            b en c;</al></li><li nr="c."><al>de nadere voorschriften bedoeld in het vijfde lid,
                                            onderdeel d;</al></li><li nr="d."><al>een vermelding van het heffingsjaar of de heffingsjaren
                                            waarvoor de beschikking wordt gegeven. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al id="anker-H119495_0_8_9_23_"> De ambtenaar belast met de heffing
                                    is bevoegd twee of meer ingevolge het vijfde lid genomen
                                    beschikkingen, die betrekking hebben op hetzelfde bedrijf of
                                    hetzelfde bedrijfsonderdeel, in één geschrift te verenigen.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al id="anker-H119495_0_8_9_24_"> De ambtenaar belast met de heffing
                                    kan bij veranderingen of te verwachten veranderingen in de
                                    hoeveelheid of hoedanigheid van de afgevoerde, respectievelijk
                                    af te voeren stoffen, de desbetreffende beschikkingen, bedoeld
                                    in het vijfde lid, ambtshalve wijzigen of intrekken in verband
                                    met het bepaalde in het eerste lid en het derde lid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Beperkte meting, bemonstering en analyse </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H119495_0_9_10_25_"> Op aanvraag van de
                                    heffingsplichtige, die aannemelijk maakt dat voor de berekening
                                    van het aantal vervuilingseenheden kan worden volstaan met
                                    gegevens welke met behulp van meting, bemonstering en analyse in
                                    een beperkt aantal etmalen zijn verkregen, besluit de ambtenaar
                                    belast met de heffing dat meting en bemonstering geschieden in
                                    afwijking van het bepaalde in artikel 7, tweede lid. Het besluit
                                    op aanvraag wordt genomen bij een voor bezwaar vatbare
                                    beschikking. Deze beschikking bevat in elk geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een opgave van de afvalwaterstromen en de stoffen welke
                                            in het onderzoek dienen te worden betrokken;</al></li><li nr="b."><al>de tijdvakken waarin meting en bemonstering geschieden,
                                            hetzij ieder etmaal van die tijdvakken, hetzijéén of
                                            meer daartoe aangewezen etmalen daarvan;</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop de op de voet van letter b verkregen
                                            uitkomsten worden herleid tot het aantal
                                            vervuilingseenheden over een aldaar bedoeld tijdvak,
                                            onderscheidenlijk over het heffingsjaar;</al></li><li nr="d."><al>een vermelding van het heffingsjaar of de heffingsjaren
                                            waarvoor de beschikking wordt gegeven. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al id="anker-H119495_0_9_10_26_"> De ambtenaar belast met de
                                    heffing kan bij veranderingen of te verwachten veranderingen in
                                    de hoeveelheid of hoedanigheid van de afgevoerde,
                                    respectievelijk af te voeren stoffen, de desbetreffende
                                    beschikking, bedoeld in het eerste lid, ambtshalve wijzigen of
                                    intrekken, indien toepassing van berekeningsvoorschrift IV van
                                    onderdeel C van bijlage I leidt tot een ander aantal etmalen dan
                                    in die beschikking is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al id="anker-H119495_0_9_10_27_"> De ambtenaar belast met de
                                    heffing neemt zijn beslissing, bedoeld in het tweede lid, bij
                                    voor bezwaar vatbare beschikking.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Hoedanigheidcorrectie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9 </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H119495_0_10_11_28_"> Indien de uitkomst van de
                                    methode tot bepaling van het chemisch zuurstofverbruik bedoeld
                                    in artikel 6 in belangrijke mate is beïnvloed door biologisch
                                    niet of nagenoeg niet afbreekbare stoffen, wordt op aanvraag van
                                    de heffingsplichtige op die uitkomst een correctie toegepast.
                                </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al id="anker-H119495_0_10_11_29_"> De ambtenaar belast met de
                                    heffing neemt zijn beslissing als bedoeld in het eerste lid, bij
                                    voor bezwaar vatbare beschikking. Deze beschikking bevat in elk
                                    geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de wijze van berekening van de correctie; </al></li><li nr="b."><al>de hoeveelheid en samenstelling van het afvalwater
                                            waarop de correctie van toepassing is; </al></li><li nr="c."><al>de frequentie en de wijze van onderzoek met betrekking
                                            tot meting, bemonstering en analyse; </al></li><li nr="d."><al>een vermelding van het heffingsjaar of de heffingsjaren
                                            waarvoor de beschikking wordt gegeven.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Tabel afvalwatercoëfficiënten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H119495_0_11_12_30_"> In afwijking van het bepaalde in
                                    artikel 7, eerste lid, kan het aantal vervuilingseenheden met
                                    betrekking tot het zuurstofverbruik in een kalenderjaar voor een
                                    bedrijfsruimte of een onderdeel daarvan worden vastgesteld met
                                    behulp van de in Bijlage II van deze verordening opgenomen tabel
                                    afvalwatercoëfficiënten, indien door de heffingsplichtige
                                    aannemelijk is gemaakt dat het aantal vervuilingseenheden met
                                    betrekking tot het zuurstofverbruik in een kalenderjaar 1.000 of
                                    minder bedraagt en dit aantal aan de hand van de hoeveelheid
                                    ingenomen water kan worden bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het aantal vervuilingseenheden als bedoeld in het eerste lid
                                    wordt berekend volgens de formule A x B, waarbij </al><al>A = het aantal m³ in het kalenderjaar ten behoeve van de
                                    bedrijfsruimte of het onderdeel van de bedrijfsruimte ingenomen
                                    water; </al><al>B = de afvalwatercoëfficiënt behorende bij de klasse van de in
                                    Bijlage II opgenomen tabel met de klassengrenzen waarbinnen de
                                    vervuilingswaarde met betrekking tot het zuurstofverbruik per m³
                                    ten behoeve van de bedrijfsruimte of van het onderdeel van de
                                    bedrijfsruimte ingenomen water is gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al id="anker-H119495_0_11_12_32_"> Indien de in het kalenderjaar
                                    ingenomen hoeveelheid water niet kan worden vastgesteld aan de
                                    hand aan watermeterstanden die aan het begin en aan het einde
                                    van het kalenderjaar zijn opgenomen, stelt de ambtenaar belast
                                    met de heffing die hoeveelheid vast op een door hem nader vast
                                    te stellen wijze.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al id="anker-H119495_0_11_12_33_"> De vervuilingswaarde met
                                    betrekking tot het zuurstofverbruik per m³ als bedoeld in het
                                    tweede lid wordt bepaald met toepassing van de algemene
                                    maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 122k van de
                                    Waterschapswet.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al id="anker-H119495_0_11_12_34_"> Indien het aantal
                                    vervuilingseenheden met betrekking tot het zuurstofverbruik in
                                    een kalenderjaar voor een bedrijfsruimte of een onderdeel
                                    daarvan meer dan 1.000 bedraagt en de heffingsplichtige
                                    aannemelijk maakt dat de berekening van het aantal
                                    vervuilingseenheden met toepassing van de in het eerste lid,
                                    aanhef, bedoelde tabel tot geen lagere uitkomst leidt dan die
                                    welke wordt verkregen bij berekening op de voet van artikel 7,
                                    eerste lid, beslist de ambtenaar belast met de heffing bij voor
                                    bezwaar vatbare beschikking op aanvraag van heffingsplichtige
                                    dat het aantal vervuilingseenheden wordt berekend met toepassing
                                    van de tabel.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Vervuilingswaarde van tuinbouwkassen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H119495_0_12_13_35_"> In afwijking van artikel 7,
                                    eerste lid, wordt de vervuilingswaarde van de stoffen die worden
                                    afgevoerd vanuit een bedrijfsruimte of een onderdeel van een
                                    bedrijfsruimte bestemd om in het kader van de uitoefening van
                                    een beroep of een bedrijf onder een permanente opstand van glas
                                    of kunststof gewassen te telen, bepaald op basis van het tweede
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al id="anker-H119495_0_12_13_36_"> De vervuilingswaarde bedraagt
                                    drie vervuilingseenheden per hectare vloeroppervlak waarop onder
                                    glas of kunststof wordt geteeld en per deel van een hectare
                                    vloeroppervlak een evenredig deel van drie
                                    vervuilingseenheden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al id="anker-H119495_0_12_13_37_"> Indien in de loop van het
                                    kalenderjaar het gebruik van een in het eerste lid bedoelde
                                    bedrijfsruimte of onderdeel van een bedrijfsruimte, dan wel van
                                    een deel daarvan, door de gebruiker aanvangt of eindigt, wordt
                                    hij in dat kalenderjaar voor die bedrijfsruimte, voor dat
                                    onderdeel of voor dat deel voor een evenredig gedeelte van het
                                    op basis van het tweede lid bepaald aantal vervuilingseenheden
                                    aan een heffing onderworpen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al id="anker-H119495_0_12_13_38_"> Een vervuilingswaarde voor de
                                    bedrijfsruimte of het onderdeel van een bedrijfsruimte, berekend
                                    op basis van het tweede of derde lid, van minder dan vijf
                                    vervuilingseenheden wordt op drie vervuilingseenheden, en van
                                    één of minder dan één vervuilingseenheid op één
                                    vervuilingseenheid gesteld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Franchise en drempel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H119495_0_13_14_39_"> Voor de berekening van het
                                    aantal vervuilingseenheden in het heffingsjaar voor de groep van
                                    stoffen chroom, koper, lood, nikkel, zilver en zink wordt een
                                    aftrek toegepast, met dien verstande dat het aantal
                                    vervuilingseenheden niet lager dan op nihil kan worden gesteld.
                                    De aftrek wordt bepaald door het totaal aantal
                                    vervuilingseenheden van de zuurstofbindende stoffen, als
                                    berekend op grond van de artikelen 7 tot en met 10, te
                                    vermenigvuldigen met 0,0162.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al id="anker-H119495_0_13_14_40_"> Voor de berekening van het
                                    aantal vervuilingseenheden in het heffingsjaar voor de groep van
                                    stoffen arseen, cadmium en kwik wordt een aftrek toegepast, met
                                    dien verstande dat het aantal vervuilingseenheden niet lager dan
                                    op nihil kan worden gesteld. De aftrek wordt bepaald door het
                                    totaal aantal vervuilingseenheden van de zuurstofbindende
                                    stoffen, als berekend op grond van de artikelen 7 tot en met 10,
                                    te vermenigvuldigen met 0,0027.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Meetverplichting</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H119495_0_14_15_41_"> Indien de vervuilingswaarde met
                                    betrekking tot de zuurstofbindende stoffen van een
                                    bedrijfsruimte minder bedraagt dan 1.000 vervuilingseenheden
                                    wordt, in afwijking van het bepaalde in artikel 7:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal vervuilingseenheden van de groep van stoffen
                                            chroom, koper, lood, nikkel, zilver en zink op nihil
                                            gesteld, tenzij de ambtenaar belast met de heffing
                                            aannemelijk maakt dat het aantal vervuilingseenheden met
                                            betrekking tot deze stoffen de in artikel 12, eerste lid
                                            bedoelde aftrek te boven gaat;</al></li><li nr="b."><al>het aantal vervuilingseenheden van de groep van stoffen
                                            arseen, cadmium en kwik op nihil gesteld, tenzij de
                                            ambtenaar belast met de heffing aannemelijk maakt dat
                                            het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot deze
                                            stoffen de in artikel 12, tweede lid, bedoelde aftrek te
                                            boven gaat. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al id="anker-H119495_0_14_15_42_"> Indien de vervuilingswaarde met
                                    betrekking tot de zuurstofbindende stoffen van een
                                    bedrijfsruimte 1.000 vervuilingseenheden of meer bedraagt,
                                    wordt, in afwijking van het bepaalde in artikel 7: </al><lijst><li nr="a."><al>het aantal vervuilingseenheden van de groep van stoffen
                                            chroom, koper, lood, nikkel, zilver en zink op nihil
                                            gesteld,indien de heffingsplichtige aannemelijk maakt
                                            dat het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot
                                            deze stoffen de in artikel 12, eerste lid, bedoelde
                                            aftrek niet te boven gaat; </al></li><li nr="b."><al>het aantal vervuilingseenheden van de groep van stoffen
                                            arseen, cadmium en kwik op nihil gesteld, indien de
                                            heffingsplichtige aannemelijk maakt dat het aantal
                                            vervuilingseenheden met betrekking tot deze stoffen de
                                            in artikel 12, tweede lid, bedoelde aftrek niet te boven
                                            gaat.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Totale vervuilingswaarde van een bedrijfsruimte</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><al>De vervuilingswaarde van een bedrijfsruimte, wordt bepaald op de som
                                van de aantallen vervuilingseenheden als berekend overeenkomstig de
                                artikelen 7 tot en met 13, voor zover deze van toepassing zijn.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Vervuilingswaarde van kleine bedrijfsruimten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H119495_0_16_17_43_"> In afwijking van artikel 7,
                                    eerste lid, wordt de vervuilingswaarde van de stoffen die vanuit
                                    een bedrijfsruimte of vanuit een zuiveringtechnisch werk voor
                                    het zuiveren van afvalwater worden afgevoerd gesteld op drie
                                    vervuilingseenheden indien door de heffingsplichtige aannemelijk
                                    is gemaakt dat die vervuilingswaarde minder dan vijf
                                    vervuilingseenheden bedraagt en op één vervuilingseenheid indien
                                    door de heffingsplichtige aannemelijk is gemaakt dat die één
                                    vervuilingseenheid of minder bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al id="anker-H119495_0_16_17_44_"> Indien de aanslag in het
                                    heffingsjaar al is opgelegd voor drie vervuilingseenheden en de
                                    heffingsplichtige aannemelijk maakt dat de vervuilingswaarde één
                                    vervuilingseenheid of minder bedraagt, bestaat aanspraak op
                                    vermindering. De heffingsplichtige kan daartoe na afloop van het
                                    heffingsjaar of, bij beëindiging van de heffingsplicht, in de
                                    loop van het heffingsjaar een aanvraag indienen bij de ambtenaar
                                    belast met de heffing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Vervuilingswaarde van woonruimten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16 </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H119495_0_17_18_45_"> In afwijking van artikel 7,
                                    eerste lid, wordt de vervuilingswaarde van de stoffen die vanuit
                                    een woonruimte worden afgevoerd, gesteld op drie
                                    vervuilingseenheden. De vervuilingswaarde van de stoffen die
                                    vanuit een door één persoon gebruikte woonruimte worden
                                    afgevoerd, bedraagt één vervuilingseenheid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al id="anker-H119495_0_17_18_46_"> Het eerste lid is niet van
                                    toepassing op de voor recreatiedoeleinden bestemde woonruimten
                                    die zich bevinden op een voor verblijfsrecreatie bestemd terrein
                                    dat als zodanig wordt geëxploiteerd. De in de vorige volzin
                                    bedoelde woonruimten worden tezamen aangemerkt als een
                                    bedrijfsruimte dan wel als onderdeel van een
                                    bedrijfsruimte.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de in het eerste lid bedoelde situatie dat een
                                    woonruimte wordt gebruikt door </al><al>één persoon ontstaat in de loop van het heffingsjaar, wordt de
                                    vervuilingswaarde op één vervuilingseenheid vastgesteld met
                                    ingang van de eerste dag volgend op de dag waarin die situatie
                                    is ontstaan. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al id="anker-H119495_0_17_18_48_"> Indien de in het derde lid
                                    bedoelde situatie ontstaat ná de dagtekening van de aanslag,
                                    bestaat aanspraak op vermindering. De heffingsplichtige kan
                                    daartoe een aanvraag indienen bij de ambtenaar belast met de
                                    heffing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Schatting</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17</titel></kop><al>De ambtenaar belast met de heffing kan het aantal
                                vervuilingseenheden in een kalenderjaar geheel of gedeeltelijk door
                                middel van schatting vaststellen, indien door de
                                heffingsplichtige:</al><lijst><li nr="a."><al>meting, bemonstering en analyse niet of niet geheel zijn
                                        geschied in overeenstemming met de in Bijlage I opgenomen
                                        voorschriften; </al></li><li nr="b."><al>het aantal vervuilingseenheden niet is berekend met behulp
                                        van meting, bemonstering en analyse en bepaling van de
                                        vervuilingswaarde op basis van artikel 10, eerste of vijfde
                                        lid, 11, eerste lid, 15, eerste lid, of 16, eerste lid, niet
                                        mogelijk is; </al></li><li nr="c."><al>het aantal vervuilingseenheden niet is berekend met behulp
                                        van meting, bemonstering en analyse, bepaling van de
                                        vervuilingswaarde op basis van artikel 10, vijfde lid, wel
                                        mogelijk is, maar door de heffingsplichtige gedurende het
                                        heffingsjaar geen aanvraag als bedoeld in dat artikel is
                                        gedaan; </al></li><li nr="d."><al>niet of niet geheel is voldaan aan de voorwaarden, verbonden
                                        aan de in artikel 7, 8 of 9 bedoelde toestemming. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Tarief</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 18</titel></kop><al>Het tarief bedraagt € 56,27 per vervuilingseenheid.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Wijze van heffing en termijnen van betaling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19 </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H119495_0_20_21_49_"> De belasting wordt geheven bij
                                    wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al id="anker-H119495_0_20_21_50_"> De aanslag bedoeld in artikel 3
                                    is invorderbaar twee maanden na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al id="anker-H119495_0_20_21_51_"> In afwijking van het bepaalde in
                                    het tweede lid kan de aanslag, indien deze het bedrag van €
                                    5.000,00 niet te boven gaat, op verzoek van de
                                    belastingschuldige door middel van automatische incasso worden
                                    ingevorderd in maximaal 10 gelijke maandelijkse termijnen. De
                                    eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                    later.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al id="anker-H119495_0_20_21_52_"> Het minimum termijnbedrag bij
                                    automatische incasso bedraagt € 15,00.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Niet opleggen van aanslagen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 20 </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H119495_0_21_22_53_"> Belastingaanslagen van minder
                                    dan € 5,00 worden niet opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al id="anker-H119495_0_21_22_54_"> Voor de toepassing van het
                                    eerste lid van dit artikel wordt het totaal van de op één
                                    aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag
                                    aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al id="anker-H119495_0_21_22_55_"> Het bepaalde in dit artikel
                                    geldt alléén voor aanslagen vastgesteld ingevolge artikel 16,
                                    eerste lid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Nadere regels</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van het waterschap kan nadere regels geven met
                                betrekking tot de heffing en de invordering. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H119495_0_23_24_56_"> De Verordening
                                    verontreinigingsheffing Schieland en de Krimpenerwaard 2005,
                                    vastgesteld bij besluit van 3 januari 2005, wordt ingetrokken
                                    met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van
                                    de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
                                    de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                    voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al id="anker-H119495_0_23_24_57_"> Deze verordening treedt in
                                    werking met ingang van de eerste dag na die van de
                                    bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al id="anker-H119495_0_23_24_58_"> De datum van ingang van de
                                    heffing is 1 januari 2009.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al id="anker-H119495_0_23_24_59_"> Deze verordening wordt
                                    aangehaald als Verordening zuiveringsheffing 2009.</al></lid></artikel></paragraaf></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>I</nr></kop><al><plaatje><illustratie formaat="pdf" naam="Bijlage I behorende bij de Verordening zuiveringsheffing 2009" type="foto" id="i246155"></illustratie></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>II</nr><titel>en toelichting</titel></kop><al><plaatje><illustratie formaat="pdf" naam="Bijlage II en Toelichting behorende bij de Verordening zuiveringsheffing 2009" type="foto" id="i246157"></illustratie></plaatje></al></bijlage></regeling></body></cvdr>