<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272097_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidie Verordening Schieland en de Krimpenerwaard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Postiljon, editie Zoetermeer 9 oktober 2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidie Verordening Schieland en de Krimpenerwaard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht, artikel 4 : 23</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-06-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur – waterschappen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2008</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit:</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidie Verordening Schieland en de Krimpenerwaard</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De verenigde vergadering van Schieland en de Krimpenerwaard; op voordracht
                        van dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard van 27 mei
                        2008;</al><al>Gelet op artikel 4:23 Algemene wet bestuursrecht en artikel 78
                        Waterschapswet</al><al>B E S L U I T :</al><al>Vast te stellen de Algemene Subsidie Verordening Schieland en de
                        Krimpenerwaard.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>1. Algemeen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.1</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Schieland en de Krimpenerwaard: het Hoogheemraadschap van
                                    Schieland en de Krimpenerwaard; </al></li><li nr="b."><al>college: het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het
                                    Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard; </al></li><li nr="c."><al>subsidie: een aanspraak op financiële middelen als bedoeld in
                                    artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.2</titel></kop><al>1. Schieland en de Krimpenerwaard kan subsidie verstrekken ten behoeve
                            van de ondersteuning van activiteiten die een positieve bijdrage leveren
                            aan het door Schieland en de Krimpenerwaard te voeren beleid met
                            betrekking tot de hem bij het Reglement van bestuur opgedragen taken. </al><al>2. Het college is bevoegd tot het beslissen op aanvragen om
                            subsidie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.3</titel></kop><al>1. Het college is bevoegd om met betrekking tot de verstrekking van
                            subsidies nadere regels vast te stellen. </al><al>2. Het college kan slechts een subsidie verlenen indien daaraan
                            ingevolge het eerste lid vastgestelde nadere regels ten grondslag ligt. </al><al>3. Nadere regels als bedoeld in het eerste lid bevatten in ieder geval
                            de met de subsidieverlening te verwezenlijken doelen, een omschrijving
                            van de potentiële begunstigden van de subsidieverlening en voorschriften
                            met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het verlenen, vaststellen of weigeren van subsidie; </al></li><li nr="b."><al>het intrekken, wijzigen of terugvorderen van verleende subsidie.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.4</titel></kop><al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die
                            nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt zij verleend onder de
                            voorwaarde van rechtsgeldige besluitvorming over deze begroting waarbij
                            voldoende gelden ter beschikking worden gesteld zoals vermeld in artikel
                            2.1..</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.5</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op alle door het college te
                            verstrekken subsidies, tenzij bij of krachtens een bijzondere
                            subsidieverordening of een besluit van de verenigde vergadering van
                            Schieland en de Krimpenerwaard, waarbij subsidie is verleend, andere
                            regels zijn gesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.6</titel></kop><al>1. Het college doet jaarlijks bij de verantwoording van de jaarrekening
                            verslag aan de verenigde vergadering. Dit verslag geeft in ieder geval
                            inzicht in het aantal en de hoogte van de verleende subsidies. </al><al>2. Een publicatie van dit verslag, zoals bedoeld in artikel 4:24
                            Algemene wet bestuursrecht, kan achterwege blijven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2. Subsidieplafond </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.1</titel></kop><al>Het subsidieplafond is gelijk aan het bedrag van de corresponderende
                            begrotingsposten in de begroting van enig jaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.2</titel></kop><al>Indien een subsidieplafond is vastgesteld, wordt het beschikbare bedrag
                            ofwel:</al><lijst><li nr="a."><al>verdeeld in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien
                                    verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de
                                    Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de
                                    aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is
                                    ontvangen met betrekking tot de verdeling als de datum van
                                    ontvangst geldt, ofwel; </al></li><li nr="b."><al>met het oog op onderlinge afwegingen van aanvragen, verdeeld na
                                    een of meer bepaalde data in een kalenderjaar, waarbij het
                                    college bij de verdeling van het beschikbare bedrag die
                                    aanvragen voorrang geeft waarvan de inwilliging in vergelijking
                                    met andere aanvragen naar verwachting van meer belang is voor de
                                    uitvoering van de in artikel 1.2, eerste lid, genoemde taken en
                                    meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van de
                                    subsidie. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3. De aanvraag </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.1</titel></kop><al>Een subsidie kan worden aangevraagd door een privaatrechtelijke
                            rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, een publiekrechtelijke
                            rechtspersoon of een natuurlijke persoon.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2</titel></kop><al>1. Het college kan bepalen dat aanvragen om subsidie vóór een of meer
                            door hem te bepalen data worden ingediend. </al><al>2. Het college kan de aanvrager verplichten om gebruik te maken van een
                            door het college vastgesteld aanvraagformulier.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.3</titel></kop><al>1. Een aanvraag om subsidie gaat in ieder geval vergezeld van een
                            activiteitenplan en een begroting. </al><al>2. Het activiteitenplan geeft inzicht in het doel, de aard, de omvang
                            van de te subsidiëren activiteiten en het geplande moment van uitvoering
                            van de activiteiten. </al><al>3. De begroting geeft inzicht in de geraamde inkomsten en uitgaven met
                            betrekking tot de activiteiten zoals opgenomen in het activiteitenplan. </al><al>4. Indien de aanvrager voor de te subsidiëren activiteiten tevens
                            subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd bij een of
                            meer andere instanties, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag,
                            onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de
                            beoordeling van die aanvraag of aanvragen. </al><al>5. Indien de aanvrager een privaatrechtelijke rechtspersoon is, kan het
                            college hem verplichten een recente jaarrekening en een recent
                            jaarverslag over te leggen. De aanvraag om subsidie wordt in dit geval
                            ondertekend door degene die op grond van de statuten bevoegd is de
                            rechtspersoon te vertegenwoordigen, of door een persoon die daartoe
                            gevolmachtigd is. </al><al>6. Het college kan desgewenst aanvullende informatie van de aanvrager
                            verlangen indien het college die informatie relevant acht voor de
                            beoordeling van de aanvraag.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>4. Beoordeling van de aanvraag </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.1</titel></kop><al>Subsidie wordt slechts verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>naar het oordeel van het college mag worden verwacht dat de met
                                    de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt; </al></li><li nr="b."><al>de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële
                                    middelen, met inbegrip van de te verstrekken subsidie, voldoende
                                    zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren; </al></li><li nr="c."><al>wordt voldaan aan de voorwaarden en voorschriften, gesteld bij
                                    of krachtens deze verordening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2</titel></kop><al>1. Het college besluit op een aanvraag om subsidie binnen een in de
                            nadere regels als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, vastgestelde
                            datum. Indien een dergelijke datum niet is vastgesteld, besluit het
                            college op een aanvraag om subsidie binnen twaalf weken na ontvangst van
                            de aanvraag. Indien een besluit in dat geval niet binnen twaalf weken
                            kan worden gegeven, stelt het college de aanvrager daarvan in kennis en
                            noemt het daarbij een redelijke termijn waarbinnen het besluit wel
                            tegemoet kan worden gezien. </al><al>2. Het college kan bepalen dat voorschotten worden verstrekt. </al><al>3. Indien voorschotten worden verstrekt, bedragen deze ten hoogste 80%
                            van het subsidiebedrag, genoemd in het besluit tot subsidieverlening. </al><al>4. Omzetbelasting/BTW komt niet aanmerking voor subsidie, tenzij de
                            subsidieontvanger aantoont dat deze belastingen voor hem niet
                            compensabel of niet verrekenbaar zijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.3</titel></kop><al>In aanvulling op de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet
                            bestuursrecht kan het college de verlening van de subsidie weigeren
                            als:</al><lijst><li nr="a."><al>de te subsidiëren activiteit reeds in uitvoering is voordat de
                                    aanvraag is ingediend; </al></li><li nr="b."><al>de aanvrager door uitvoering van de activiteit beoogt winst te
                                    maken; </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>5. Verplichting van de subsidieontvanger </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.1 </titel></kop><al>De ontvanger van een subsidie voert een zodanig ingerichte administratie
                            dat te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang
                            zijnde rechten en verplichtingen, alsmede de uitgaven en inkomsten
                            kunnen worden nagegaan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2</titel></kop><al>De ontvanger van een subsidie doet zo spoedig mogelijk, onder
                            overlegging van relevante gegevens, schriftelijk mededeling aan het
                            college van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een
                            beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de
                            subsidie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.3</titel></kop><al>De ontvanger van een subsidie stelt een activiteitenverslag vast dat
                            inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de activiteiten waarvoor
                            subsidie is verleend. Het activiteitenverslag bevat tevens een
                            vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen
                            en een toelichting op de verschillen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.4</titel></kop><al>Indien een gesubsidieerde activiteit leidt tot een publicatie, kan het
                            college bepalen dat de ontvanger van een subsidie er zorg voor draagt
                            dat bij de publicatie wordt aangegeven dat de activiteit mede mogelijk
                            is gemaakt door een subsidie van Schieland en de Krimpenerwaard.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.5</titel></kop><al>De ontvanger van een subsidie werkt mee aan door of namens het college
                            ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht het college inlichtingen te
                            verschaffen ten behoeve van het ontwikkelen van beleid. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.6</titel></kop><al>Het college kan bij de beschikking tot subsidieverlening andere
                            verplichtingen opleggen die strekken ter verwezenlijking van het doel
                            van de subsidie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>6. Subsidievaststelling </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.1</titel></kop><al>1. De ontvanger van subsidie dient binnen drie maanden na afloop van de
                            activiteiten of het tijdvak waarvoor subsidie is verleend een aanvraag
                            in tot vaststelling van de subsidie. Op verzoek van de aanvrager kan het
                            college deze termijn voor ten hoogste vier weken verdagen. De aanvrager
                            wordt daarvan schriftelijk in kennis gesteld. </al><al>2. Het college kan de aanvrager verplichten gebruik te maken van een
                            door het college vastgesteld aanvraagformulier. </al><al>3. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat in ieder geval
                            vergezeld van een activiteitenverslag en een financieel verslag. </al><al>4. Indien de aanvraag wordt ingediend door een privaatrechtelijke
                            rechtspersoon, wordt de aanvraag ondertekend door degene die op grond
                            van de statuten bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen, of
                            door iemand die daartoe gevolmachtigd is. </al><al>5. Voldoet de aanvrager niet aan één van de hiervoor gestelde eisen in
                            de leden 1 tot en met 4 dan is de aanvrager verplicht de ontvangen
                            voorschotten terug te betalen en wordt het subsidiebesluit
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.2</titel></kop><al>Het financiële verslag sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is
                            verleend en behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en
                            uitgaven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.3</titel></kop><al>1. Het financiële verslag gaat vergezeld van een schriftelijke
                            onderbouwing van alle op de subsidie betrekking hebbende uitgaven en
                            betalingen. </al><al>2. In afwijking van het eerste lid gaat het financiële verslag, indien
                            de subsidie betrekking heeft op een bedrag van € 50.000 of hoger,
                            vergezeld van een verklaring van een accountant omtrent de getrouwheid
                            van het financiële verslag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.4</titel></kop><al>Het college besluit op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie
                            binnen een in de nadere regels als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid,
                            vastgestelde datum. Indien een dergelijke datum niet is vastgesteld,
                            besluit het college op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie
                            binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag. Indien een besluit in
                            dat geval niet binnen twaalf weken kan worden gegeven, stelt het college
                            de aanvrager daarvan in kennis en noemt het daarbij een redelijke
                            termijn waarbinnen het besluit wel tegemoet kan worden gezien.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>7. Betaling </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7.1</titel></kop><al>1. Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling
                            betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. </al><al>2. Tenzij het subsidiebedrag in gedeelten wordt betaald, vindt betaling
                            plaats binnen zes weken na de subsidievaststelling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>8. Per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.1</titel></kop><al>Voor per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen, niet zijnde
                            krediet- en garantieverleningen, is afdeling 4.2.8 van de Algemene wet
                            bestuursrecht van toepassing, tenzij het college anders bepaalt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.2</titel></kop><al>1. De aanvraag om een subsidie per boekjaar wordt ingediend voor 1 maart
                            van het jaar voorafgaand aan het boekjaar, tenzij het college een andere
                            termijn heeft aangegeven. </al><al>2. Indien voor het jaar voorafgaand aan het boekjaar reeds subsidie per
                            boekjaar werd verkregen, geldt de in het eerste lid genoemde termijn
                            niet, als de aanvraag in vergelijking met de subsidie voor het
                            voorafgaande jaar niet meer dan een trendmatige wijziging inhoudt in
                            verband met de algemene ontwikkeling van het loon- en prijspeil. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.3</titel></kop><al>Subsidie per boekjaar wordt verleend voor ten hoogste vier
                            boekjaren.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>9. Slotbepaling </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><al>1. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Subsidie Verordening
                            Schieland en de Krimpenerwaard. </al><al>2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                            2008.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de verenigde vergadering te Rotterdam op 25 juni
                        2008.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Algemeen</titel></kop><al><noot id="d2172e371"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>De Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat
                            subsidiëring in beginsel bij wettelijk voorschrift moet zijn geregeld.
                            Voor een waterschap als het Hoogheemraadschap Schieland en de
                            Krimpenerwaard betekent dit dat een verordening als bedoeld in artikel
                            78, eerste lid, van de Waterschapswet moet worden vastgesteld. Daartoe
                            strekt deze Algemene subsidieverordening.</noot.al><noot.al>De Algemene subsidieverordening Schieland en de Krimpenerwaard
                            geeft een aantal voorschriften dat in beginsel voor alle door dit
                            Hoogheemraadschap te verstrekken subsidies zal gelden, ongeacht het doel
                            van de subsidie. De voorschriften zijn vooral procesmatig van aard;
                            voorschriften met betrekking tot de vraag wie wel en wie niet een
                            subsidie kan krijgen, zullen moeten worden opgenomen in door het college
                            van dijkgraaf en hoogheemraden vast te stellen nadere
                            uitvoeringsvoorschriften in de vorm van nadere regels. Deze
                            voorschriften kunnen zo nodig per beleidsterrein worden vastgesteld en
                            dus ook per beleidsterrein verschillen. Op deze manier kan het college
                            sneller inspelen op nieuwe ontwikkelingen en kan het subsidie-instrument
                            flexibel worden ingezet.]</noot.al></noot></al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijs</titel></kop><al><noot id="d2172e386"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 1.1</vet></noot.al><noot.al>De definitie van het begrip ‘subsidie’ is opgenomen in artikel
                            4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en wordt hier voor
                            een goed begrip nog eens herhaald. Onder subsidie wordt verstaan: de
                            aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met
                            het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als
                            betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of
                            diensten.</noot.al><noot.al><vet>Artikel 1.2</vet></noot.al><noot.al>Blijkens het voor Schieland en de Krimpenerwaard vastgestelde
                            Reglement van bestuur heeft Schieland en de Krimpenerwaard tot taak de
                            waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, voor zover deze taak niet
                            uitdrukkelijk aan andere publiekrechtelijke lichamen is opgedragen. Deze
                            taak omvat de zorg voor de waterkering, de zorg voor de waterhuishouding
                            – te onderscheiden in het kwantiteitsbeheer van oppervlaktewateren en
                            het kwaliteitsbeheer van oppervlaktewateren – en de zorg voor de
                            zuivering van stedelijk afvalwater, hieronder mede begrepen het
                            stedelijk afvalwater dat afkomstig is vanuit het beheersgebied van een
                            aangrenzende waterkwaliteitsbeheerder en dat krachtens artikel 15a,
                            eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren om
                            doelmatigheidsredenen wordt gezuiverd op een zuiveringstechnisch werk
                            dat in beheer is bij Schieland en de Krimpenerwaard.
                            Subsidieverstrekking door Schieland en de Krimpenerwaard dient telkens
                            tot een van deze taakvelden te zijn herleiden.</noot.al><noot.al><vet>Artikel 1.3</vet></noot.al><noot.al>In dit artikel wordt het college de bevoegdheid gegeven om nadere
                            uitvoeringsvoorschriften in de vorm van nadere regels vast te stellen,
                            zo nodig per een door het college nader te bepalen specifiek
                            beleidsterrein of beleidsonderwerp. In deze regels dient in ieder geval
                            te worden aangegeven welke doelen Schieland en de Krimpenerwaard
                            nastreeft met de subsidiëring, wie subsidie kan krijgen en dienen
                            criteria te worden genoemd aan de hand waarvan het college beslist op
                            een aanvraag om verlening van subsidie. Tevens is bepaald dat subsidie
                            slechts kan worden verstrekt indien ter zake een nadere regel is
                            vastgesteld.</noot.al><noot.al><vet>Artikel 1.4</vet></noot.al><noot.al>Dit artikel bevat het zogenaamde begrotingsvoorbehoud. De
                            begrotingsvoorwaarde vervalt indien er niet binnen vier weken na de
                            vaststelling of goedkeuring van de begroting een beroep op is
                            gedaan.</noot.al><noot.al><vet>Artikel 1.5</vet></noot.al><noot.al>De Algemene subsidieverordening is van toepassing op alle subsidies
                            van Schieland en de Krimpenerwaard, tenzij bij of krachtens een andere
                            verordening of een ander besluit van de verenigde vergadering andere
                            regels zijn gesteld. Zodoende wordt onder meer een aantal thans nog
                            bestaande bijdrageregelingen ongemoeid gelaten; deze regelingen zullen
                            op enig moment onder de werking van de Algemene subsidieverordening
                            worden gebracht. Daarnaast behoudt de verenigde vergadering de
                            bevoegdheid om aparte subsidieverordeningen op te stellen.</noot.al><noot.al><vet>Artikel 1.6</vet></noot.al><noot.al>Dit artikel regelt de financiële verantwoordingsplicht van het
                            college richting het algemene bestuur. In artikel 4:24 Algemene wet
                            bestuursrecht is voorgeschreven dat bij afwezigheid van een wettelijke
                            bepaling verslag moet worden gedaan van de financiële verantwoording
                            over de uitgaven van de subsidiegelden. Nu de jaarrekening met daarin de
                            financiële verantwoording over de uitgegeven subsidiegelden openbaar is,
                            wordt voldaan aan het doel van artikel 4:24 Algemene wet
                            bestuursrecht.</noot.al><noot.al><vet>Artikelen 2.1 en 2.2</vet></noot.al><noot.al>Een subsidieplafond is een bedrag dat gedurende een bepaalde
                            periode – doorgaans een begrotingsjaar – ten hoogste beschikbaar is voor
                            de verstrekking van subsidies en beperkt zodoende de aanspraken op
                            subsidie. Het subsidieplafond is vooral nodig indien een
                            subsidieregeling een ongeclausuleerde aanspraak op subsidie creëert.
                            Hoewel deze verordening een dusdanige beleidsvrijheid geeft dat het
                            college ook zonder een subsidieplafond bevoegd zal zijn om subsidie te
                            weigeren, is niettemin bepaald dat het subsidieplafond gelijk is aan de
                            corresponderende begrotingsposten in de begroting van enig jaar. In het
                            geval het subsidieplafond bereikt dan dient de aanvrager om subsidie in
                            het volgende jaar opnieuw een aanvraag in te dienen. De aanvraag wordt
                            dan ook niet aangehouden.</noot.al><noot.al><vet>Artikelen 3.1 tot en met 3.3</vet></noot.al><noot.al>Deze artikelen bevatten voorschriften met betrekking tot de
                            aanvraag om verlening van subsidie. Aan de hand van het in te dienen
                            activiteitenplan kan het college beoordelen of activiteiten en
                            doelstellingen passen in het door Schieland en de Krimpenerwaard
                            gevoerde beleid en of de doelen kunnen worden bereikt met de
                            voorgestelde activiteiten. Met de begroting verkrijgt het college
                            inzicht in de financiële haalbaarheid van de activiteiten en in de
                            financiële relaties van de aanvrager met derden. </noot.al><noot.al><vet>Artikel 4.1</vet></noot.al><noot.al>Dit artikel bevat een aantal algemene voorschriften waaraan een
                            aanvraag in ieder geval moet voldoen, wil het college een subsidie aan
                            de aanvrager verlenen. De verwijzing onder c maakt het mogelijk dat het
                            college in nadere regels die zijn gebaseerd op deze verordening regels
                            kan stellen over de aanvraag, bijvoorbeeld de verplichting om een
                            bepaald aanvraagformulier te gebruiken.</noot.al><noot.al><vet>Artikel 4.2</vet></noot.al><noot.al>Tenzij een nadere regel een andere termijn geeft, geldt voor de
                            beslissing op een aanvraag om subsidie een termijn van twaalf weken
                            welke zonodig kan worden verlengd. Indien de aanvraag niet alle vereiste
                            gegevens bevat, wordt de beslistermijn ingevolge artikel 4:15 van de
                            Algemene wet bestuursrecht opgeschort met ingang van de dag waarop het
                            college de aanvrager heeft uitgenodigd de aanvraag aan te vullen, tot de
                            dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn
                            ongebruikt is verstreken. </noot.al><noot.al>Het college is bevoegd om voorschotten te verlenen. Voorschotten
                            kunnen van belang zijn daar de subsidieontvanger in veel gevallen pas
                            kan beginnen met de activiteiten als hij beschikt over (een deel van) de
                            aangevraagde subsidie.</noot.al><noot.al><vet>Artikel 4.3</vet></noot.al><noot.al>In aanvulling op de wettelijke weigeringgronden staan in dit
                            artikel de overige gronden waarop het college kan besluiten om geen
                            subsidie te verstrekken.</noot.al><noot.al><vet>Artikelen 5.1 tot en met 5.</vet>6</noot.al><noot.al>Artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht noemt een achttal
                            standaardverplichtingen die aan de subsidieontvanger kan worden
                            opgelegd; in deze verordening is daar een aantal aan toegevoegd.
                            Ingevolge artikel 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen ook
                            andere verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking
                            van het doel van de subsidie: dit komt nog eens tot uitdrukking in
                            artikel 5.6.</noot.al><noot.al><vet>Artikelen 6.1 tot en met 6.4</vet></noot.al><noot.al>De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de
                            subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde
                            bedrag. Om te kunnen vaststellen of de subsidie-ontvanger inderdaad
                            recht heeft op het volledige subsidiebedrag dient hij een
                            activiteitenverslag en een financieel verslag in. Met behulp van deze
                            verslagen kan het college vaststellen of de activiteiten waarvoor
                            subsidie is verleend hebben plaatsgevonden en of alle verplichtingen
                            zijn nageleefd. Indien dat (ten dele) niet zo is, kan de subsidie op
                            nihil, dan wel op een lager bedrag worden vastgesteld. </noot.al><noot.al><vet>Artikel 7</vet></noot.al><noot.al>Dit artikel bevat een aantal voorschriften omtrent de betaling van
                            het subsidiebedrag. </noot.al><noot.al><vet>Artikelen 8.1 tot en met 8.3</vet></noot.al><noot.al>Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een
                            specifieke regeling voor per boekjaar verstrekte subsidies. De regeling
                            is bedoeld voor de verstrekking van subsidies per boekjaar aan
                            rechtspersonen ter bekostiging van hun structurele activiteiten, zoals
                            exploitatiesubsidies.</noot.al><noot.al><vet>Artikel 9</vet></noot.al><noot.al>Dit artikel bevat de citeertitel van deze verordening en de datum
                            van inwerkingtreding.]</noot.al></noot></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>