<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR272038_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling budgethouderschap en financieel mandaat waterschap Aa en Maas 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Aa en Maas</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Aa en Maas</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Intern bekendgemaakt.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling budgethouderschap en financieel mandaat waterschap Aa en Maas 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">dagelijks bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-05-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Vergadering Dagelijks Bestuur 12-05-2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur – waterschappen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Intern bekendgemaakt. Vervangt de Regeling budgethouderschap en financieel mandaat waterschap Aa en Maas 2004.</al><al>De wijziging van 16 mei 2007 is tekstueel per 1 januari 2008 doorgevoerd. De tekst van de regeling is per die datum aangepast.</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 16-5-2007</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-52972</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling budgethouderschap en financieel mandaat waterschap Aa en Maas 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>HET DAGELIJKS BESTUUR VAN HET WATERSCHAP AA EN MAAS;</vet></al><al>Overwegende,</al><al>dat het wenselijk is over te gaan tot herijking van de Regeling
                        budgethouderschap en financieel mandaat waterschap Aa en Maas 2004;</al><al>dat het met het oog op een goede en verantwoorde werking ervan het gewenst
                        is enige spelregels omtrent de wijze waarop met dit budgethouderschap en
                        financieel mandaat gewerkt wordt te wijzigen;</al><al>gelet op artikel 3 van de mandaatregeling waterschap Aa en Maas,</al><al>BESLUIT</al><al>vast te stellen de volgende regels voor budgethouderschap en financieel
                        mandaat:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Regeling budgethouderschap en financieel mandaat waterschap Aa en
                            Maas 2007</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsomschrijvingen </titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van het waterschap Aa
                                    en Maas; </al></li><li nr="b."><al>mandaat: de bevoegdheid om in naam van het Dagelijks Bestuur een
                                    besluit te nemen tot het aangaan van een overeenkomst tot
                                    levering van goederen en/of diensten en/of aanneming c.q.
                                    gunning van werken; </al></li><li nr="c."><al>overeenkomst: verplichting of vordering jegens derden met
                                    betrekking tot levering van goederen en/of diensten en/of
                                    aanneming c.q. gunning van werken. </al></li><li nr="d."><al>financiële verplichting: plicht van het waterschap tot betaling
                                    van een geldbedrag aan derden op basis van een overeenkomst.
                                </al></li><li nr="e."><al>afdelingsbudget: de aanwijzing aan een budgethouder van een deel
                                    van de naar producten ingedeelde begroting en het daarbij
                                    behorende afdelingsplan, zijn/haar organisatiedeel betreffende;
                                </al></li><li nr="f."><al>Intracomptabel: verantwoorden in de financiële administratie;
                                </al></li><li nr="g."><al>outputbudget: een budgettype waarbij de prestaties centraal
                                    staan. Deze prestaties zijn zowel naar omvang als naar kwaliteit
                                    eenduidig vast te stellen. </al></li><li nr="h."><al>activiteitenbudget: een budgettype waarbij de activiteiten
                                    centraal staan. De output is niet eenduidig vast te stellen of
                                    te normeren. </al></li><li nr="i."><al>opdrachtbudget: een budgettype waarbij de opdracht centraal
                                    staat. De output wordt afgeleid van een eenduidige
                                    opdrachtomschrijving. Aan de hand van de opdrachtomschrijving
                                    kunnen prestaties worden geïdentificeerd, waarvan de omvang en
                                    kwaliteit niet van tevoren kunnen worden bepaald. </al></li><li nr="j."><al>inputbudget: een budgettype waarbij slechts een globaal
                                    beschreven doel centraal staat. Er is als het ware sprake van
                                    een 'open-end' als het gaat om het kwantificeren van de output.
                                    Het budget bestaat uit geld en uren. </al></li><li nr="k."><al>budgethouder: de functionaris die door (onder)mandaat de
                                    bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft gekregen om binnen het
                                    vastgestelde afdelingsbudget voor zijn/haar organisatiedeel
                                    overeenkomsten aan te gaan, activiteiten te ontplooien en
                                    prestaties te realiseren t.a.v. de onder zijn/haar taak- of
                                    productverantwoordelijkheid vallende product(en); </al></li><li nr="l."><al>collegabudgethouder: een directe collega van de budgethouder met
                                    dezelfde naasthogere leidinggevende en minimaal de functie van
                                    afdelingshoofd bekledend. </al></li><li nr="m."><al>producten: de vastgestelde en als zodanig in de begroting
                                    opgenomen beleidsvelden, beleids-, beheer- en werkplanproducten.
                                    Hiertoe worden mede gerekend de investeringen gedurende de
                                    begrotingsjaren waarbinnen de realisatie van de investering
                                    valt; </al></li><li nr="n."><al>productverantwoordelijke; de verantwoordelijke die conform
                                    Bijlage A aangeduid is als eindverantwoordelijke voor de
                                    realisatie van een beheersproduct cq beleidsproduct. </al></li><li nr="o."><al>taakverantwoordelijke; de functionaris die conform Bijlage A
                                    niet aangeduid is als eindverantwoordelijke voor de realisatie
                                    van een beheersproduct maar wel een taak heeft in de
                                    totstandkoming van een beheersproduct. </al></li><li nr="p."><al>kostensoortgroep: samenhangend geheel van kosten zoals aangeduid
                                    en gegroepeerd op niveau 1 binnen de rubriek 4 van het
                                    rekeningschema; </al></li><li nr="q."><al>kostensoort: samenhangend geheel van kosten binnen een bepaalde
                                    kostensoortgroep, zoals aangeduid en gegroepeerd op niveau 2
                                    binnen rubriek 4 van het rekeningschema in de begroting van
                                    lasten en baten; </al></li><li nr="r."><al>kostendrager: de betreffende waterschapstaak zijnde waterkering,
                                    waterkwantiteit of waterkwaliteit. </al></li><li nr="s."><al>deelkostensoort: samenhangend geheel van kosten binnen een
                                    bepaalde kostensoort, zoals aangeduid en gegroepeerd in het
                                    boekingsniveau van de rubriek 4 van het rekeningschema. </al></li><li nr="t."><al>opbrengstensoortgroep: samenhangend geheel van opbrengsten zoals
                                    aangeduid en gegroepeerd op niveau 1 binnen de rubriek 8 van het
                                    rekeningschema; </al></li><li nr="u."><al>opbrengstensoort: samenhangend geheel van opbrengsten binnen een
                                    bepaalde opbrengstensoortgroep, zoals aangeduid en gegroepeerd
                                    op niveau 2 binnen rubriek 8 van het rekeningschema in de
                                    begroting van lasten en baten; </al></li><li nr="v."><al>deelopbrengstensoort: samenhangend geheel van opbrengsten binnen
                                    een bepaalde opbrengstensoort, zoals aangeduid en gegroepeerd in
                                    het boekingsniveau van de rubriek 8 van het rekeningschema.
                                </al></li><li nr="w."><al>projectleider: de functionaris die volgens de “notitie
                                    projectmatig werken”i middels
                                    een Projectopdrachtformulier (POF) door de opdrachtgever en het
                                    hoofd van de projectverantwoordelijke afdeling verantwoordelijk
                                    is gesteld voor het welslagen van het project De projectleider
                                    is niet per definitie de budgethouder, tenzij via (onder)mandaat
                                    geregeld. </al></li><li nr="x."><al>project: de organisatiestructuur die analoog aan de “notitie
                                    projectmatig werken”i als
                                    zodanig opgezet is om met een éénmalig karakter een eenduidig te
                                    definiëren product op te leveren, met inzet van een apart
                                    toegekend budget. </al></li><li nr="y."><al>bedrag: een geldwaarde gesteld in Euro’s inclusief eventueel te
                                    betalen omzetbelasting (B.T.W.). </al></li></lijst><al><noot id="d17504e170"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit betreft de definitie van
                                    begrippen, die in de Regeling gehanteerd worden. </noot.al><noot.al>- Overeenkomst; uitsluitend verplichtingen en/of
                                    vorderingen jegens derden die betrekking hebben op de levering
                                    van goederen, diensten en/of de totstandkoming van werken vallen
                                    onder deze regeling. </noot.al><noot.al>- Het onderscheid in de diverse budgetsoorten is gemaakt om
                                    aan te geven dat de filosofie van integraal management
                                    gecombineerd met productverantwoordelijkheid leidt tot
                                    verantwoordelijkheden en bevoegdheden t.a.v. zowel output, input
                                    en het bijbehorende transformatieproces van input naar output.
                                    Wat betreft de keuze tussen de budgetsoorten kan de volgende
                                    handreiking worden geboden: </noot.al><noot.al> - bij éénduidig vast te stellen output waarbij er steeds
                                    sprake is van telkens homogene activiteiten ligt een
                                    outputbudget voor de hand gecombineerd met activiteiten en een
                                    inputbudget; </noot.al><noot.al> - bij éénduidig vast te stellen output waarbij er geen
                                    sprake is van homogene activiteiten is er vaak sprake van
                                    projecten en dit leidt tot een opdrachtbudget (output van het
                                    project) gecombineerd met een inputbudget en eventueel een
                                    activiteitenbudget; </noot.al><noot.al> - indien de output niet éénduidig vast te stellen is, maar
                                    wel sprake is van telkens homogene activiteiten wordt gebruik
                                    gemaakt van een activiteitenbudget gecombineerd met een
                                    inputbudget; </noot.al><noot.al> - indien tot slot zowel de output niet homogeen is en ook
                                    de activiteiten niet homogeen zijn dan moet de toevlucht gezocht
                                    worden tot louter een inputbudget. </noot.al><noot.al>- budgethouder: binnen het budgethouderschap wordt de
                                    koppeling naar de taak- en productverantwoordelijkheid expliciet
                                    zichtbaar gemaakt in het VT-schema in D op vanaf blz. 18; </noot.al><noot.al>- taak- en productverantwoordelijkheid; budgethouderschap
                                    is niet alleen voorbehouden aan productverantwoordelijken
                                    conform D VT-schema op bladzijde 18, maar ook de taakhebbers
                                    maken gebruik van budgetten om hun taak op een adequate wijze te
                                    kunnen vervullen. </noot.al><noot.al>- kosten en opbrengsten: binnen de regeling is het
                                    onderscheid tussen de verschillende niveaus in kosten en
                                    opbrengstensoorten met name van belang in het kader van de
                                    mogelijkheid om budgetten te compenseren en/of over te hevelen.
                                    De volgende rubrieken zijn van belang :]</noot.al></noot></al><table><title>kosten</title><tgroup cols="2"><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al><cursief>Kosten</cursief></al></entry><entry><al><cursief>Opbrengsten</cursief></al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al><cursief>Kostensoortgroepen:</cursief></al><al><cursief>41 rente en afschrijvingen</cursief></al><al><cursief>42 personeelslasten</cursief></al><al><cursief>43/44 goederen en diensten van
                                                  derden</cursief></al><al><cursief>45 bijdragen aan derden</cursief></al></entry><entry><al><cursief>Opbrengstensoortgroepen:</cursief></al><al><cursief>81 financiële baten</cursief></al><al><cursief>82 personeelsbaten</cursief></al><al><cursief>83 goederen en diensten aan
                                                  derden</cursief></al><al><cursief>84 Bijdragen van derden</cursief></al><al><cursief>85 waterschapsbelastingen
                                                kering</cursief></al><al><cursief>86 waterschapsbelastingen
                                                  kwantiteit</cursief></al><al><cursief>87 waterschapsbelastingen
                                                  kwaliteit</cursief></al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Kostensoorten:</al><al><cursief>41 rente en afschrijvingen:</cursief></al><al>41.1 externe rentelasten</al><al>41.2 interne rentelasten</al><al>41.3 afschrijvingen van activa</al><al>41.4 afschrijvingen van boekverliezen</al></entry><entry><al>Opbrengstensoort:</al><al><cursief>81 financiële baten:</cursief></al><al>81.1 externe rentebaten</al><al>81.2 interne rentebaten</al><al>81.3 dividenden en bonusuitkeringen</al></entry></row><row><entry><al><cursief>42 personeelslasten:</cursief></al><al>42.1 salaris huidig personeel &amp; bestuur</al><al>42.2 sociale premies</al><al>42.3 rechtstreekse uitkeringen huidig personeel en
                                                bestuur</al><al>42.4 overige personeelslasten</al><al>42.5 personeel van derden</al><al>42.6 uitkeringen voormalig personeel en
                                                bestuurders</al></entry><entry><al><cursief>82 personeelsbaten:</cursief></al><al>82.1 baten i.v.m. salarissen en sociale lasten</al><al>82.2.uitlening van personeel.</al></entry></row><row><entry><al><cursief>43/44 Goederen en diensten van
                                                  derden:</cursief></al><al>43.1 duurzame gebruiksgoederen</al><al>43.2 overige gebruiks- en verbruiksgoederen</al><al>43.3 energie</al><al>43.4 huren en rechten </al><al>43.5 leasebetalingen SLB en CBL </al><al>43.6 pachten en erfpachten</al><al>43.7 verzekeringen </al><al>43.8 belastingen </al><al>43.9 onderhoud door derden</al><al>44.0 overige diensten door derden/bijdragen aan
                                                derden</al></entry><entry><al><cursief>83 goederen en diensten aan
                                                  derden:</cursief></al><al>83.1 verkoop van grond</al><al>83.2 verkoop van duurzame goederen</al><al>83.3 verkoop van overige goederen</al><al>83.4 opbrengst uit grond en water </al><al>83.5 huuropbrengst uit overige eigendommen</al><al>83.6 diensten voor derden</al></entry></row><row><entry><al><cursief>45 bijdragen aan derden</cursief></al><al>45.1 bijdragen aan bedrijven</al><al>45.2 bijdragen aan overheden</al><al>45.3 bijdragen aan overigen</al></entry><entry><al><cursief>84 bijdrage van derden:</cursief></al><al>84.1 bijdrage van overheden</al><al>84.2 bijdrage van overigen</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><cursief>85 waterschapsbelastingen
                                                kering:</cursief></al><al>85.1 omslag gebouwd keringen</al><al>85.2 ingezetenen omslag keringen</al><al>85.3 ongebouwd keringen</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><cursief>86 waterschapsbelastingen
                                                  kwantiteit:</cursief></al><al>86.1 omslag gebouwd kwantiteit</al><al>86.2 ingezetenen omslag kwantiteit</al><al>86.3 omslag ongebouwd kwantiteit</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al><cursief>87 waterschapsbelastingen
                                                  kwaliteit:</cursief></al><al>87.1 verontreinigingsheffing bedrijven</al><al>87.5 verontreinigingsheffing huishoudens</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><noot id="d17504e416"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>- project en projectleiders;
                                    projectleiders nemen in de Regeling een afwijkende positie in.
                                    Ze zijn verantwoordelijk voor de succesvolle realisatie van een
                                    project. Kenmerkend voor een project is dat het een tijdelijk
                                    karakter kent en geen 1 op 1 relatie met de organisatiestructuur
                                    en BBP-producten kent. Kortom projectleiders kunnen niet
                                    simpelweg als reguliere budgethouders beschouwd worden. Voor De
                                    Regeling zijn alleen projectleiders relevant voorzover ze
                                    budgethouder zijn. Dit onderscheid is gemaakt omdat er binnen
                                    het waterschap diverse definities van projectleiderschap in
                                    omloop zijn en deze in het kader van De Regeling nogal
                                    verwarrend werken. Vandaar dat de keuze gemaakt is De Regeling
                                    te beperken tot budgethouders. Projectleiders of welke andere
                                    medewerker dan ook, kan alleen via (onder)mandaat
                                    budgethouderschap verwerven met de daarbij behorende
                                    verantwoordelijkheden en bevoegdhedeniv. </noot.al><noot.al>- bedrag: hoewel leveranciers in het algemeen bedragen
                                    exclusief B.T.W. vermelden, is in deze de Regeling nadrukkelijk
                                    sprake van bedragen inclusief B.T.W. Aangezien het waterschap
                                    niet B.T.W.-plichtig is kan zij betaalde B.T.W. niet
                                    terugvorderen van de fiscus. ]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2. Budgethouderschap dagelijks bestuur </titel></kop><al>De algemene of eindverantwoordelijkheid voor de uitoefening van de
                            bevoegdheden door de budgethouder ligt bij het dagelijks bestuur.</al><al><noot id="d17504e433"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit betreft artikelen met een
                                    algemeen karakter. </noot.al><noot.al>2 spreekt voor zich. regelt de formele opdracht van het
                                    Dagelijks Bestuur tot financieel mandaat aan de budgethouders. </noot.al><noot.al>3 geeft aan dat, ondanks mandaat, de
                                    eindverantwoordelijkheid blijft liggen bij het Dagelijks
                                    Bestuur. Mandaat heeft als juridisch kenmerk dat handelingen
                                    worden verricht "in naam van". Dit in tegenstelling tot
                                    delegatie, waarbij ook de verantwoordelijkheid wordt
                                    overgedragen. Omdat er altijd geopereerd wordt "in naam van"
                                    wordt extra aandacht gevraagd voor "goed ambtenaarschap" en
                                    terugkoppeling aan het DB indien er sprake is van politiek
                                    gevoelige zaken.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Budgethouderschap ambtelijk apparaat </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_3_1_">Het dagelijks bestuur draagt op aan de
                                budgethouders van het waterschap, ieder voor zover het hun
                                competentie betreft, de realisatie van de in de begroting van hun
                                organisatiedeel opgenomen producten met toekenning van de
                                bijbehorende budgetten en de bevoegdheid tot het aangaan van
                                overeenkomsten, met inachtneming van de kaders zoals gesteld in deze
                                regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_3_2_">Uitvoering van de activiteiten en het gebruik van
                                het toegekende mandaat vindt plaats met inachtneming van het
                                algemeen belang, het vastgestelde integriteitsbeleid en handelend
                                zoals in het maatschappelijk verkeer betamelijk wordt geacht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_3_3_">Gebruikmaking van het toegekende mandaat waarbij
                                sprake is van politieke gevoeligheid vindt enkel plaats met
                                gelijktijdige melding aan het DB.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d17504e467"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit betreft artikelen met een
                                        algemeen karakter. </noot.al><noot.al>2 spreekt voor zich. regelt de formele opdracht van het
                                        Dagelijks Bestuur tot financieel mandaat aan de
                                        budgethouders. </noot.al><noot.al>3 geeft aan dat, ondanks mandaat, de
                                        eindverantwoordelijkheid blijft liggen bij het Dagelijks
                                        Bestuur. Mandaat heeft als juridisch kenmerk dat handelingen
                                        worden verricht "in naam van". Dit in tegenstelling tot
                                        delegatie, waarbij ook de verantwoordelijkheid wordt
                                        overgedragen. Omdat er altijd geopereerd wordt "in naam van"
                                        wordt extra aandacht gevraagd voor "goed ambtenaarschap" en
                                        terugkoppeling aan het DB indien er sprake is van politiek
                                        gevoelige zaken.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Budgetbeheer: bevoegdheden budgethouder algemeen
                            </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_4_4_">Ter uitvoering van het budgethouderschap
                                komen aan de in deze regeling genoemde budgethouders de volgende
                                bevoegdheden toe: </al><lijst><li nr="a."><al>de aanwending en inzet van mensuren tot de in de
                                        vastgestelde plannen, beheerbegroting en beleidsbegroting
                                        aangegeven aantallen per product; </al></li><li nr="b."><al>de aanwending van de budgetsoorten tot de in de vastgestelde
                                        plannen, beheerbegroting en beleidsbegroting aangegeven
                                        bedragen per product; </al></li><li nr="c."><al>het nemen van besluiten tot het aangaan van overeenkomsten
                                        voor zover noodzakelijk voor de uitoefening van het in deze
                                        regeling omschreven budgethouderschap; waarbij t.a.v. de
                                        bevoegdheden de volgende grensbedragen zijn vastgesteld: </al><al>1.De directieleden en de stafafdelingshoofden zijn bevoegd
                                        tot het aangaan van overeenkomsten binnen hun budget tot een
                                        bedrag van € 50.000 per overeenkomst. </al><al>2.De overige afdelings-, districts- en regiohoofden zijn
                                        bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten binnen hun
                                        afdelingsbudget tot een bedrag van € 25.000 per
                                        overeenkomst. </al><al>3.De directieleden en de stafafdelingshoofden zijn bevoegd
                                        tot het aangaan van meerjarige overeenkomsten - met een
                                        maximale looptijd van vijf jaar - binnen hun budget tot een
                                        jaarbedrag van € 50.000 per overeenkomst. </al><al>4.De overige afdelings-, districts- en regiohoofden zijn
                                        bevoegd tot het aangaan van meerjarige overeenkomsten - met
                                        een maximale looptijd van vijf jaar - binnen hun
                                        afdelingsbudget tot een jaarbedrag van € 25.000 per
                                        overeenkomst. </al><al>5.De in lid 1 tot en met 4 genoemde financiële plafonds
                                        hebben betrekking op individuele (meerjarige)
                                        overeenkomsten. Splitsing van overeenkomsten teneinde onder
                                        de grensbedragen te blijven is niet toegestaan. </al><al>6.In het geval van investeringen zijn 11 en 12 van
                                        toepassing onverlet het bepaalde in de leden 4 en 4, </al></li><li nr="d."><al>de realisatie van budgetsoorten met betrekking tot
                                        opbrengsten tot de in de vastgestelde plannen,
                                        beheerbegroting en beleidsbegroting aangegeven bedragen per
                                        product, met dien verstande dat de budgethouder de
                                        verantwoordelijkheid heeft aan te tonen dat de maximale
                                        subsidies en inkomsten gegenereerd worden; </al></li><li nr="e."><al>verkoop van roerende waterschapseigendommen die niet meer
                                        bruikbaar zijn voor het uitoefenen van het takenpakket.
                                        Onverlet het bepaalde in lid 4 vloeien de inkomsten uit
                                        verkoop terug in de algemene middelen van het waterschap en
                                        wordt de verkoop vooraf gemeld aan het cluster
                                        eigendommenbeheer van de afdeling Bestuurszaken. </al></li><li nr="f."><al>De leden 4 t/m 4 zijn voor projecten onverlet van toepassing
                                        met dien verstande dat overal waarin de leden sprake is van
                                        product, deze door de budgethouder eveneens gelezen dient te
                                        worden als project. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_4_5_">De bevoegdheid tot het kopen, ruilen,
                                vervreemden of bezwaren van onroerende zaken, is voorbehouden aan
                                het hoofd stafafdeling Bestuurszaken cq het Dagelijks Bestuur. </al></lid><lid><lidnr/><al>Zie A Stroomschema / beslisboom bevoegdheden budgethouder algemeen
                                op bladzijde 15.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d17504e531"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Zie ook A Stroomschema /
                                        beslisboom bevoegdheden budgethouder algemeen op bladzijde
                                        15. </noot.al><noot.al>In dit artikel worden de financiële plafonds geregeld.
                                        Met het voorbehouden van de bevoegdheid tot het aangaan van
                                        overeenkomsten boven € 50.000 aan het Dagelijks Bestuur
                                        blijft bestuurlijke betrokkenheid op hoofdlijnen
                                        gewaarborgd; door het verstrekken van dit financieel mandaat
                                        binnen de gewone dienst aan de ambtelijke organisatie wordt
                                        een slagvaardig optreden binnen de dagelijkse
                                        uitvoeringspraktijk gewaarborgd. Wat betreft het genereren
                                        van inkomsten is de budgethouder verantwoordelijk voor het
                                        binnenhalen van maximale subsidies en inkomsten. Indien er
                                        sprake is van verkoop van roerende waterschapseigendommen is
                                        melding aan het cluster eigendommenbeheer van Bestuurszaken
                                        vereist. De inkomsten vloeien terug in de algemene middelen
                                        van het waterschap waarmee waardoor ze dus niet leiden tot
                                        extra budget voor de budgethouder of door de budgethouder op
                                        andere wijze ingezet kunnen worden. </noot.al><noot.al>Daar waar sprake is van exploitatie van de grondbank
                                        (aan en verkoop van gronden met het oog op de
                                        taakuitoefening van het waterschap voor bijvoorbeeld de
                                        aanleg van EVZ’s) er een specifiek mandaat is gegeven aan
                                        Hoofd Bestuurszaken.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Budgetbeheer: bevoegdheden projectleider </titel></kop><al>Een projectleider heeft slechts bevoegdheden in het kader van
                            budgethouderschap indien deze door (onder)mandaat zijn verkregen conform
                            de Mandaatregeling 2004ii. </al><al><noot id="d17504e552"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hier wordt expliciet aandacht
                                    besteed aan de specifieke rol van projectleiders. Voor de
                                    regeling zijn projectleiders dan ook slechts interessant indien
                                    er sprake is van budgethouderschap en dan nog slechts als
                                    budgethouder en niet als projectleider. Indien een projectleider
                                    niet door middel van (onder)mandaat budgethouderschap heeft
                                    verworven heeft deze geen enkel mandaat in de zin van deze
                                    regeling. Eventueel ondermandaat kan geregeld worden via het
                                    formulier ondermandaativ.
                                    ]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Bevoegdheden budgethouders met betrekking tot
                                compensatie en overheveling van budgetten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_6_6_">In de afdelingsbudgetten staan bij de
                                kostensoortgroep Personeelslasten (42 reeks) de bedragen vermeld,
                                afgestemd op de formatieve capaciteit van de afdelingen. De
                                budgethouder is bevoegd om het mogelijke verschil tussen het bedrag
                                van de formatieve capaciteit en de werkelijke formatie aan te wenden
                                voor de inzet van tijdelijk personeel, binnen het beschikbare
                                afdelingsbudget. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_6_7_">De budgethouder kan een overschrijding op
                                de financiële middelen van het ene budget compenseren met een
                                onderschrijding op de financiële middelen van een ander budget onder
                                de volgende voorwaarden: </al><lijst><li nr="a."><al>De budgethouder is bevoegd om binnen een beheerproduct
                                        budget te compenseren of over te hevelen tussen
                                        kostensoorten binnen kostensoortgroep “43/44 Goederen en
                                        diensten van derden” c.q. “45 Bijdragen van derden”.
                                        Compensatie of overheveling is toegestaan tot maximaal 25%
                                        van het aan budgethouder totaal primair gevoteerd budget op
                                        dit beheerproduct. </al></li><li nr="b."><al>De budgethouder is bevoegd om, met toestemming van het
                                        directielid, tussen de beheerproducten van een
                                        beleidsproduct budget over te hevelen tussen kostensoorten
                                        binnen kostensoortgroep “43/44 Goederen en diensten van
                                        derden” c.q. “45 Bijdragen van derden”. Overheveling is
                                        toegestaan tot maximaal 25% van het aan budgethouder totaal
                                        primair gevoteerd budget op het beheerproduct waarop het
                                        budget wordt onttrokken. </al></li><li nr="c."><al>Budgethouders zijn bevoegd binnen het beheerproduct, en met
                                        toestemming van betrokken directielid cq -leden, onderling
                                        budget over te hevelen tussen kostensoorten binnen
                                        kostensoortgroep “43/44 Goederen en diensten van derden”
                                        c.q. “45 Bijdragen van derden”. Overheveling is toegestaan
                                        tot maximaal 25% van het aan beschikbaar stellende
                                        budgethouder totaal primair gevoteerd budget per
                                        beheerproduct. </al></li><li nr="d."><al>Het directielid is bevoegd om tussen de beheerproducten van
                                        een beleidsveld budget over te hevelen tussen kostensoorten
                                        binnen kostensoortgroep “43/44 Goederen en diensten van
                                        derden” c.q. “45 Bijdragen van derden”. Overheveling is
                                        toegestaan tot maximaal 25% van het totaal primair gevoteerd
                                        budget op het beleidsveld. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_6_8_">Na beschikbaarstelling van het
                                “donor”budget moet het beheer- cq beleidsproduct c.q. beleidsveld
                                waaruit de compensatie plaatsvindt reeds zijn gerealiseerd, dan wel
                                met het resterende budget gerealiseerd kunnen worden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_6_9_">De bevoegdheden van budgethouder en
                                directielid tot budgetcompensatie en -overheveling zoals genoemd in
                                lid 66 tot en met 66 mogen niet gecumuleerd worden </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_6_10_">Compensatie of overheveling van budgetten kan
                                alleen plaatsvinden binnen het totaal van dezelfde kostendrager.
                            </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_6_11_">Overheveling van budgetten die betrekking hebben op
                                de kostensoort 440410 (kosten GWL analysepunten) kan met toestemming
                                van het directielid zonder de in lid 6 vermelde beperkingen, mits
                                binnen het totaal van het budget op deze deelkostensoort en binnen
                                het totaal van de kostendrager. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_6_12_">Daar waar het in het kader van projectmatig
                                werken, noodzakelijk is projectbudgetten af te zonderen van
                                reguliere budgetten is overheveling van budgetten mogelijk onder de
                                onder lid 6 en 6 genoemde voorwaarden mits onder uitdrukkelijke
                                toestemming van de budgethouder van de donerende budgetten. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_6_13_">Van het gebruik van bovenstaande
                                compensatie- en overhevelingsmogelijkheden wordt direct melding
                                gedaan ten behoeve van verwerking in de financiële administratie en
                                wordt dit beargumenteerd verantwoord in de marap. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_6_14_">Compensatie en/of overheveling van budgetten van
                                kostensoorten met opbrengstensoorten is nimmer toegestaan evenals
                                overheveling en of compensatie tussen opbrengstensoorten onderling.
                            </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_6_15_">Compensatie en/of overheveling van budgetten is
                                enkel toegestaan binnen het betreffende dienstjaar. </al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_6_16_">Compensatie en/of overheveling van budgetten anders
                                dan onder bovenstaande voorwaarden is niet toegestaan en leidt tot
                                onrechtmatig handelen. </al><al>Zie B Stroomschema / beslisboom compensatie / overheveling budgetten
                                op bladzijde 16.</al><al><noot id="d17504e638"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Zie ook B Stroomschema /
                                        beslisboom compensatie / overheveling budgetten op bladzijde
                                        16. </noot.al><noot.al>Leden 6 t/m 6. </noot.al><noot.al>In dit artikel wordt aan de budgethouders om praktische
                                        redenen de nodige armslag verleend. Het compenseren van
                                        budgetten tussen de genoemde kostensoorten heeft betrekking
                                        op logisch met elkaar samenhangende componenten uit de
                                        begroting. Het betreft een compensatiemogelijkheid tussen
                                        posten, hetgeen betekent dat er geen bevoegdheid wordt
                                        gegeven die tot een stijging van de totale begroting kan
                                        leiden. Door de koppeling met de beheersproducten is de
                                        BBP-filosofie van output-sturing verder verankerd. </noot.al><noot.al>De overhevelingsmogelijkheid tussen afdelingen betreft
                                        de mogelijkheid om enkel binnen hetzelfde beheersproduct
                                        budget over te hevelen voorzover de output niet aangetast
                                        wordt. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij gewijzigde
                                        prioriteitsstelling in de regio’s en districten.</noot.al><noot.al>Lid 6. </noot.al><noot.al>De beperking om compensatie en of overheveling alleen
                                        toe te staan tot het totaal binnen de kostendrager (kering,
                                        kwantiteit en kwaliteit) is gelegen in het feit dat
                                        belastinggelden die door de belastingbetaler zijn opgebracht
                                        niet ingezet mogen worden voor een andere taak.</noot.al><noot.al>Lid 6. </noot.al><noot.al>Om optimaal gebruik te kunnen maken van het afgesloten
                                        contract met GWL is hier de mogelijkheid geboden om
                                        budgetten over te hevelen, om te voorkomen dat de
                                        contractueel afgesproken analysepunten niet volledig benut
                                        worden. De coördinatie van het budgetbeheer en de geboden
                                        overhevelingsmogelijkheden binnen het totaal GWL-budget is
                                        verankerd binnen de organisatiebrede werkgroep
                                        GWL.</noot.al><noot.al>Lid 6 </noot.al><noot.al>Voor budgethouders van projecten geldt dat overheveling
                                        van budgetten alleen kan plaatsvinden binnen het totaal
                                        projectbudget en na goedkeuring van de donerende
                                        budgethouders.</noot.al><noot.al>Lid 6. </noot.al><noot.al>Vanwege de concernbrede (en binnen de
                                        comptabiliteitsvoorschriften verankerde) taak van Financiën
                                        ten aanzien van de toetsende en controlerende rol in het
                                        kader van budgethouderschap dient het gebruik van de
                                        compensatie- en overhevelingsmogelijkheden direct gemeld te
                                        worden aan Financiën en vindt vervolgens beargumenteerde
                                        verantwoording plaats in de Marap. </noot.al><noot.al>Lid 6. </noot.al><noot.al>Het is niet toegestaan om overschrijdingen van
                                        opbrengstenbudgetten (meevallers) in te zetten voor
                                        compensatie van overschrijdingen op kostenbudgetten
                                        (tegenvallers). Onderschrijdingen op kostenbudgetten mogen
                                        analoog hieraan ook niet ingezet worden ter compensatie van
                                        tegenvallende opbrengsten. Zo is het ook niet mogelijk om
                                        tegenvallers op het ene opbrengstenbudget te compenseren met
                                        meevallers op een ander opbrengstenbudget. M.a.w.
                                        “meevallende opbrengsten” vallen te allen tijde vrij ten
                                        gunste van de algemene reserve per
                                        waterschapstaak.</noot.al><noot.al>Lid 6. </noot.al><noot.al>Het in lid 6 genoemde onrechtmatig handelen houdt in
                                        dat de budgethouder bewust buiten zijn mandaat handelt.
                                        Naast het feit dat er maatregelen op het persoonlijk vlak
                                        genomen kunnen worden (bijvoorbeeld ontnemen
                                        budgethouderschap) kan dit ertoe leiden dat de accountant
                                        geen goedkeurende verklaring afgeeft bij de
                                        jaarrekening.</noot.al><noot.al><vet>Voorbeelden:</vet></noot.al><noot.al>Toepassing art 6 lid 2.a.: Compensatie binnen
                                        beheerproduct.</noot.al><noot.al>Beheerproduct A]</noot.al></noot></al><table><title>Beheerproduct A</title><tgroup cols="5"><colspec colname="C5" colnum="5"/><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al>Budget als volgt opgebouwd:</al></entry><entry><al>budget</al></entry><entry><al>voorbeeld 1</al></entry><entry><al>voorbeeld 2</al></entry><entry><al>voorbeeld 3</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>rente en afschrijvingen</al></entry><entry><al>25</al></entry><entry><al>10</al></entry><entry><al>20</al></entry><entry><al>25</al></entry></row><row><entry><al>personeelslasten</al></entry><entry><al>45</al></entry><entry><al>30</al></entry><entry><al>45</al></entry><entry><al>45</al></entry></row><row><entry><al>goederen en diensten van derden</al></entry><entry><al>130</al></entry><entry><al><vet>150</vet></al></entry><entry><al>130</al></entry><entry><al>130</al></entry></row><row><entry><al>- <cursief>duurzame
                                                  gebruiksgoederen</cursief></al></entry><entry><al>10</al></entry><entry><al>10</al></entry><entry><al>5</al></entry><entry><al>5</al></entry></row><row><entry><al>- <cursief>overige gebruiks en verbr
                                                  goed</cursief></al></entry><entry><al>50</al></entry><entry><al>60</al></entry><entry><al>60</al></entry><entry><al>20</al></entry></row><row><entry><al>- <cursief>energie</cursief></al></entry><entry><al>20</al></entry><entry><al>25</al></entry><entry><al>25</al></entry><entry><al>15</al></entry></row><row><entry><al>- <cursief>onderhoud door derden</cursief></al></entry><entry><al>25</al></entry><entry><al>25</al></entry><entry><al>30</al></entry><entry><al>10</al></entry></row><row><entry><al>- <cursief>overige dienstverl
                                                  derden</cursief></al></entry><entry><al>25</al></entry><entry><al>30</al></entry><entry><al>10</al></entry><entry><al>80</al></entry></row><row><entry><al>bijdragen aan derden</al></entry><entry><al>0</al></entry><entry><al>0</al></entry><entry><al>0</al></entry><entry><al>0</al></entry></row><row><entry><al>Totaal</al></entry><entry><al>200</al></entry><entry><al>190</al></entry><entry><al>195</al></entry><entry><al>200</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><noot id="d17504e884"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Uitgangspunt: output is niet
                                        in gevaar. </noot.al><noot.al>Maximaal te compenseren binnen het product: 5% * 200 =
                                        50 </noot.al><noot.al>Bij voorbeeld 1 wordt binnen het totaalbudget van 200
                                        gebleven, bedraagt de compensatie 20 maar deze wordt
                                        noodzakelijkerwijs gehaald uit de kostensoortgroepen rente
                                        en afschrijvingen en personeelslasten. Conclusie: niet
                                        toegestaan.</noot.al><noot.al>Bij voorbeeld 2 wordt 20 gecompenseerd binnen de
                                        kostensoortgroep goederen en diensten van derden. Conclusie:
                                        toegestaan.</noot.al><noot.al>Bij voorbeeld 3 wordt 55 gecompenseerd binnen de
                                        kostensoortgroep goederen en diensten van derden. Conclusie:
                                        compensatie gaat boven het maximum van 50 uit en is niet
                                        toegestaan.</noot.al><noot.al>Toepassing art 6 lid 2.b.: Overheveling tussen
                                        beheerproducten binnen beleidsproduct.</noot.al><noot.al>Beleidsproduct AB; Bij beheerproduct A tekort van 70
                                        binnen de kostensoortgroep goederen en diensten van derden,
                                        daarnaast heeft beheerproduct B een overschrijding van 35 op
                                        de post overige dienstverlening door derden ]</noot.al></noot></al><table><title>Beleidsproduct AB</title><tgroup cols="5"><colspec colname="C5" colnum="5"/><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al>Budget als volgt opgebouwd:</al></entry><entry><al>budget A</al></entry><entry><al>budget B</al></entry><entry><al>realisatie A </al></entry><entry><al>realisatie B</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>rente en afschrijvingen</al></entry><entry><al>25</al></entry><entry><al>50</al></entry><entry><al>20</al></entry><entry><al>50</al></entry></row><row><entry><al>personeelslasten</al></entry><entry><al>45</al></entry><entry><al>25</al></entry><entry><al>45</al></entry><entry><al>2045</al></entry></row><row><entry><al>goederen en diensten van derden</al></entry><entry><al>130</al></entry><entry><al>225</al></entry><entry><al><vet>200</vet></al></entry><entry><al>125</al></entry></row><row><entry><al>- <cursief>duurzame
                                                  gebruiksgoederen</cursief></al></entry><entry><al>10</al></entry><entry><al>25</al></entry><entry><al>40</al></entry><entry><al>5</al></entry></row><row><entry><al>- <cursief>overige gebruiks en verbr
                                                  goed</cursief></al></entry><entry><al>50</al></entry><entry><al>75</al></entry><entry><al>75</al></entry><entry><al>15</al></entry></row><row><entry><al>- <cursief>energie</cursief></al></entry><entry><al>20</al></entry><entry><al>25</al></entry><entry><al>30</al></entry><entry><al>10</al></entry></row><row><entry><al>- <cursief>onderhoud door derden</cursief></al></entry><entry><al>25</al></entry><entry><al>25</al></entry><entry><al>30</al></entry><entry><al>10</al></entry></row><row><entry><al>- <cursief>overige dienstverl
                                                  derden</cursief></al></entry><entry><al>25</al></entry><entry><al>50</al></entry><entry><al>25</al></entry><entry><al>85</al></entry></row><row><entry><al>bijdragen aan derden</al></entry><entry><al>0</al></entry><entry><al>25</al></entry><entry><al>0</al></entry><entry><al>0</al></entry></row><row><entry><al>Totaal</al></entry><entry><al>200</al></entry><entry><al>300</al></entry><entry><al><vet>265</vet></al></entry><entry><al>195</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><noot id="d17504e1105"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Uitgangspunt: output is niet
                                        in gevaar. </noot.al><noot.al>Maximaal te compenseren binnen product B: 5% * 300 =
                                        75. Overschrijding van 35 op de post goederen en diensten
                                        van derden is geen probleem. </noot.al><noot.al>Benodigde overheveling van product B naar A: 65.
                                        Maximaal over te heleven van B naar A: 25% * 300 =75.
                                        Budgetruimte is voldoende (105). Conclusie: overheveling is
                                        toegestaan. </noot.al><noot.al>Toepassing art 6 lid 2.c.: analoog aan bovenstaand
                                        voorbeeld art 7 lid b.2 als dit gelezen wordt als
                                        beheerproductbudgetten van 2 budgethouders op hetzelfde
                                        beheerproduct. </noot.al><noot.al>Toepassing art 6 lid 2.d.: analoog aan bovenstaand
                                        voorbeeld art 7 lid b.2 als dit gelezen wordt als
                                        beheerproductbudgetten van 2 budgethouders op hetzelfde
                                        beheerproduct. Het directielid is vervolgens bevoegd om een
                                        bedrag over te hevelen van maximaal 25 * 500 (totaal budget
                                        van beleidsveld) = 125. Totale overhevelingsmogelijkheid
                                        wordt echter wel beperkt door de budgetruimte die 105
                                        bedraagt.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Eigen verantwoordelijkheid van budgethouder </titel></kop><al>Om de budgethouder ten volle te kunnen aanspreken op zijn eigen
                            verantwoordelijkheid voor het toegekende budget, zal de mandaatverlener
                            of de naasthogere leidinggevende van de budgethouder zich onthouden van
                            het aangaan van overeenkomsten zonder tussenkomst van, of tijdige
                            informatieverstrekking aan de betrokken budgethouder. </al><al><noot id="d17504e1128"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet> Indien een budgethouder binnen
                                    zijn mandaat zonder medeweten overruled zou worden door een
                                    hoger ambtelijk niveau of DB zou dat een uitholling zijn van het
                                    uitgangspunt de verantwoordelijkheid zo laag mogelijk in de
                                    organisatie te leggen. ]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Uitoefening mandaat bij afwezigheid </titel></kop><al>Bij afwezigheid van de budgethouder worden zijn bij mandaat verleende
                            bevoegdheden uitgeoefend door de naasthogere budgethouder óf
                            collegabudgethouder. </al><al><noot id="d17504e1143"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In deze regeling dient een
                                    collegabudgethouder minimaal de functie van afdelingshoofd te
                                    bekleden. Dit betekent dat als het budgethouderschap
                                    ondergemandateerd is tot op medewerkerniveau (bijvoorbeeld bij
                                    projecten) bij afwezigheid automatisch teruggevallen wordt op de
                                    naasthogere budgethouder.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Budgetbeheer: verplichtingen budgethouder </titel></kop><al>Ter uitoefening van het budgethouderschap heeft de budgethouder de
                            volgende verplichtingen: </al><lijst><li nr="a."><al>de budgethouder is zowel kwalitatief als kwantitatief
                                    verantwoordelijk voor de realisatie van het product binnen het
                                    daarvoor vastgestelde budget; </al></li><li nr="b."><al>de budgethouder maakt afspraken met andere organisatorische
                                    eenheden binnen het waterschap. Met deze afspraken wordt
                                    bepaald, welke diensten, uitgedrukt in kwantiteiten (aantallen
                                    uren), tegen welke kwaliteit wanneer wordt geleverd. Indien geen
                                    overeenstemming kan worden bereikt, overlegt de budgethouder met
                                    de naasthogere budgethouder; </al></li><li nr="c."><al>de budgethouder is gehouden de budgetten uitsluitend in te
                                    zetten voor het daaraan ten grondslag liggende product; </al></li><li nr="d."><al>de budgethouder is verantwoordelijk voor de uitgaven
                                    respectievelijk de inkomsten die voortvloeien uit de door hem
                                    aangegane overeenkomsten; </al></li><li nr="e."><al>de budgethouder is verplicht overeenkomstig het bepaalde in 17
                                    te rapporteren; </al></li><li nr="f."><al>de budgethouder verstrekt het hoofd van de afdeling Financiën
                                    alle gegevens en stukken die nodig zijn voor een juiste
                                    verzorging van de financiële administratie, de
                                    begrotingsbewaking en de (jaar)verslaggeving; </al></li><li nr="g."><al>de budgethouder laat de op een product betrekking hebbende
                                    financiële verplichtingen en vorderingen intracomptabel
                                    vastleggen, zodat te allen tijde de actuele stand van de
                                    budgetten duidelijk is. </al></li><li nr="h."><al>de budgethouder legt in het kader van de P&amp;C-cyclus de
                                    voortgang vast door registratie en verantwoording van de
                                    gerealiseerde prestaties en kengetallen. </al></li><li nr="i."><al>De leden 9 t/m 9 zijn voor projecten onverlet van toepassing met
                                    dien verstande dat overal waarin de leden sprake is van product,
                                    deze door de budgethouder eveneens gelezen dient te worden als
                                    project. </al></li></lijst><al><noot id="d17504e1186"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel behelst de
                                    verplichtingen van de budgethouder t.a.v. het (laten) voeren van
                                    een deugdelijke administratie van zowel input áls output. Dit is
                                    niet alleen van belang voor het voor de financiële administratie
                                    maar ook voor een goede liquiditeitenplanning en adequaat
                                    debiteuren en crediteurenbeheer. Dit geldt ook voor het
                                    vastleggen van vorderingen jegens derden aangezien Financiën
                                    anders niet weet waarop de later ontvangen gelden betrekking
                                    hebben.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Opdrachtvormen voor het aangaan van overeenkomsten
                            </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_10_17_">Alle financiële verplichtingen worden
                                vastgelegd in het orderbonnensysteem. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_10_18_">Overeenkomsten ten aanzien van goederen en diensten
                                binnen het beschikbare budget kunnen worden aangegaan via
                                documentatie van de leverancier, een bestelbon of een opdrachtbrief.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_10_19_">Van documentatie van de leverancier wordt
                                gebruik gemaakt bij bestellingen betreffende uitgaven tot een bedrag
                                van € 1.500 inzake kantoorbenodigdheden, huishoudelijke artikelen en
                                computerbenodigdheden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_10_20_">Een bestelbon wordt uitgeschreven bij
                                bestellingen betreffende uitgaven inzake routinematige leveringen
                                van goederen en diensten vallende onder de specificaties van de
                                desbetreffende begrotingsposten en voor dagelijkse aankopen van
                                verbruiks- en gebruiksgoederen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_10_21_">Een opdrachtbrief wordt opgesteld bij
                                bestellingen betreffende aankopen welke niet routinematig zijn en
                                voor het aangaan van contractuele financiële verplichtingen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_10_22_">Opdrachten worden verstrekt met inachtneming van
                                het vastgestelde aanbestedingsbeleidiii en de hierin opgenomen richtlijnen. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d17504e1233"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Afhankelijk van de omvang en
                                        de mate van routine van de overeenkomsten zijn er diverse
                                        opdrachtvormen te onderscheiden. Alle financiële
                                        verplichtingen worden vastgelegd in het orderbonnensysteem.
                                        Bij het aangaan van overeenkomsten worden de richtlijnen in
                                        de Nota Aanbestedingsbeleidiii gevolgd. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Bevoegdheden budgethouder met betrekking tot
                                investeringen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_11_23_">Het directielid is budgethouder voor
                                investeringen binnen zijn portefeuille. Het directielid is
                                eindverantwoordelijk voor de uitvoering van een investering en voor
                                het opnemen van de benodigde gelden in de meerjarenraming. Voor de
                                stafafdelingen zijn de stafafdelingshoofden budgethouder voor
                                investeringen. Voor de overige investeringen zijn de
                                secretaris-directeur of de adjunct directeur budgethouder. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_11_24_">Vóór het tot uitvoering brengen van
                                iedere investering wijst de budgethouder conform de Notitie
                                Projectmatig Werkeni een projectleider en eventueel gemandateerd
                                budgethouder aan. De aanwijzing van de projectleider wordt
                                vastgelegd in het Project Opdrachtformulier (POF). Gemandateerd
                                budgethouderschap wordt geregeld middels ondermandaativ. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_11_25_">Na beschikbaarstelling van het krediet is
                                de budgethouder bevoegd tot het houden van aanbestedingen en het
                                doen van gunningen voor in het projectvoorstel onderkende onderdelen
                                tot een bedrag van € 500.000 per project(onderdeel). Indien het
                                onderdelen betreft die hoger zijn dan voornoemd bedrag blijft de
                                bevoegdheid tot gunning voorbehouden aan het Dagelijks Bestuur.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_11_26_">De budgethouder is bevoegd tot het
                                verlenen van opdrachten tot meerwerk in het kader van investeringen,
                                met een maximum van 10% van de aanbesteding tot maximaal € 50.000.
                                Voorwaarde is dat de post onvoorzien binnen de projectbegroting
                                hiervoor ruimte biedt. Indien het meerwerk betreft dat hoger is dan
                                voornoemd maximum wordt het meerwerk ter goedkeuring voorgelegd aan
                                de portefeuillehouder. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_11_27_">De bevoegdheid om te kunnen beschikken
                                over het verschil tussen het begrote bedrag en het resultaat van de
                                aanbesteding is voorbehouden aan het Dagelijks Bestuur. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_11_28_">De bevoegdheid tot het kopen, ruilen,
                                vervreemden of bezwaren van onroerende zaken, is voorbehouden aan
                                het hoofd stafafdeling Bestuurszaken cq het Dagelijks Bestuur: </al><al>Zie C Stroomschema / beslisboom bevoegdheden budgethouder bij
                                investeringen op bladzijde 17.</al><al><noot id="d17504e1283"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Zie ook C Stroomschema /
                                        beslisboom bevoegdheden budgethouder bij investeringen op
                                        bladzijde 17. </noot.al><noot.al>Naast financiële verplichtingen met betrekking tot de
                                        exploitatie kunnen ook financiële verplichtingen met
                                        betrekking tot de investeringen onderscheiden worden. Voor
                                        deze investeringen wordt de volgende lijn gevolgd. </noot.al><noot.al>Na behandeling van een project in de meerjarenraming
                                        kan vervolgens een project tot uitvoering gebracht worden.
                                        Hiervoor is het noodzakelijk dat een krediet beschikbaar
                                        gesteld wordt. Dit gebeurt per investering afzonderlijk door
                                        het algemeen bestuur, via het Dagelijks Bestuur. Na de
                                        beschikbaarstelling van het krediet kan het project in
                                        uitvoering gebracht worden. In de Regeling wordt aan de
                                        ambtelijke dienst mandaat verleend voor opdrachtverstrekking
                                        met betrekking tot het betreffende investering tot een
                                        bedrag ter grootte van € 500.000. </noot.al><noot.al>De in het artikel genoemde projectonderdelen geeft de
                                        mogelijkheid om een totaal project te bezien als een
                                        verzameling deelprojecten met elk een afgerond
                                        projectresultaat (object), waarbij het totale
                                        investeringskrediet wordt opgesplitst in een aantal
                                        deelkredieten. </noot.al><noot.al>Voorwaarde hierbij is dat een en ander binnen het
                                        aanbestedingsbeleid van het waterschap blijft (zie voor de
                                        grensbedragen de in 12 genoemde Nota
                                            Aanbestedingsbeleidiii) en dat de bedragen in de betreffende
                                        projectbegroting zijn opgenomen. Het verlenen van opdrachten
                                        die dit bedrag overstijgen blijft voorbehouden aan het
                                        Dagelijks Bestuur. In het verlengde hiervan past ook een
                                        regeling met betrekking tot het verlenen van opdrachten voor
                                        meerwerk (uit de post onvoorzien binnen de
                                        projectbegroting). In de Regeling wordt een maximum
                                        aangehouden van 10% van de aanbesteding, met een maximum van
                                        € 50.000. De besluitvorming inzake meerwerk buiten dit
                                        maximum blijft voorbehouden aan de portefeuillehouder. Ook
                                        door deze regeling met betrekking tot de investeringen kan
                                        een middenweg gevonden worden tussen besturen op hoofdlijnen
                                        en het verder ontwikkelen van een slagvaardig optreden in de
                                        dagelijkse uitvoeringspraktijk. </noot.al><noot.al>Het gestelde in dit artikel betreft eveneens een
                                        uitwerking van de hoofdlijnen, zoals vastgelegd in de
                                        Mandaatregeling 2004ii. </noot.al><noot.al>Daar waar sprake is van exploitatie van de grondbank
                                        (aan en verkoop van gronden met het oog op de
                                        taakuitoefening van het waterschap voor bijvoorbeeld de
                                        aanleg van EVZ’s) er een specifiek mandaat is gegeven aan
                                        Hoofd Bestuurszaken.</noot.al><noot.al>De in het lid genoemde 11 genoemde voorbehoud tot
                                        beschikking over een gunstig aanbestedingsresultaat aan het
                                        Dagelijks Bestuur laat onverlet dat een budgethouder bevoegd
                                        is tot het verstrekken van opdracht tot meerwerk mits
                                        hiervoor de post onvoorzien nog voldoende ruimte biedt. Het
                                        aanbestedingsresultaat is het verschil tussen de
                                        aanbestedingsprijs en de definitieve
                                        besteksraming.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Voorwaarden bij het houden van aanbestedingen
                            </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_12_29_">Alvorens opdracht kan worden verleend dient ten
                                behoeve van de aanbesteding c.q. het opvragen van offertes het
                                gestelde in de Nota Aanbestedingsbeleidiii te worden gevolgd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_12_30_">De in de Nota Aanbestedingsbeleid
                                genoemde financiële grensbedragen hebben betrekking op individuele
                                aanbestedingen. Splitsing van aanbestedingen in meerdere kleinere om
                                zodoende onder bepaalde grensbedragen te blijven is niet toegestaan.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_12_31_">Bij het gestelde in dit artikel dient de
                                EU-richtlijnv in acht genomen te worden.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d17504e1333"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Het waterschap hanteert
                                        afhankelijk van de grootte van de opdracht verschillende
                                        offerteprocedures. Uitgangspunt is dat het
                                        aanbestedingstraject zo transparant mogelijk doorlopen wordt
                                        en de concurrentiemogelijkheden zoveel mogelijk benut
                                        worden. Zie hiervoor de Nota Aanbestedingsbeleidiii. Hierbij dient t.a.v. de
                                        aanbestedingswijze altijd rekening gehouden te worden met de
                                        bepalingen in de Europese aanbestedingsregelsii. Dit geldt in het bijzonder
                                        voor het bepalen of een aanbesteding boven een grensbedrag
                                        uitgaat. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Regeling van de tekenbevoegdheid </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_13_32_">Facturen ter afhandeling overeenkomsten dienen
                                te allen tijde voorzien te worden van de paraaf van twee
                                verschillende functionarissen. De budgethouder is verantwoordelijk
                                voor de nakoming van deze handelwijze. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_13_33_">Facturen worden voorzien van een eindparaaf van
                                de betreffende budgethouder, mits de eerste paraaf voor de juistheid
                                (hoeveelheid en kwaliteit) van levering en het vermelde
                                factuurbedrag door een andere functionaris is gezet en het
                                factuurbedrag niet meer dan 10% afwijkt van de financiële
                                verplichting. In de overige gevallen wordt de eindparaaf gezet door
                                de naasthogere budgethouder. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_13_34_">Bij afwezigheid van de budgethouder kan de
                                naasthogere budgethouder óf een collegabudgethouder de factuur van
                                de eindparaaf voorzien onverlet het bepaalde in lid 13. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_13_35_">In afwijking van de leden 13 en 13
                                vervalt de paraaf van de individuele budgethouder indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de factuur betrekking heeft op drie of meer budgethouders én
                                    </al></li><li nr="b."><al>naast de besteller de naasthogere leidinggevende parafeert
                                        als budgethouder. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H70350_0_0_13_36_">De coördinerende budgethouder codeert
                                de factuur en zet de eindparaaf. Vervolgens stuurt de administratief
                                medewerker een kopie van de geparafeerde factuur naar de individuele
                                budgethouders. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_13_37_">Indien er sprake is van een mantel- of
                                afroepcontract: </al><lijst><li nr="a."><al>wordt de 10%-norm uit lid 13 alleen toegepast op de factuur
                                        waarmee de financiële verplichting wordt overschreden en op
                                        de hiernavolgende facturen; </al></li><li nr="b."><al>indien de factuur betrekking heeft op meerdere budgethouders
                                        wordt de leveringscontrole uitgevoerd door de
                                        administratieve medewerker van de coördinerende
                                        budgethouder. De coördinerende budgethouder codeert de
                                        factuur en zet de eindparaaf. Vervolgens stuurt de
                                        administratief medewerker een kopie van de geparafeerde
                                        factuur naar de individuele budgethouders. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_13_38_">Indien er sprake is van voorschotbetalingen
                                of betalingen in termijnen gelden de contractvoorwaarden als zijnde
                                bepalend voor akkoord levering. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d17504e1400"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit betreft de regeling van de
                                        tekenbevoegdheid. </noot.al><noot.al>Uitgangspunt is dat de factuur van 2 parafen wordt
                                        voorzien; één voor de juistheid van de levering en één voor
                                        akkoord dat het factuurbedrag ten laste van het budget mag
                                        worden gebracht. </noot.al><noot.al>Voor facturen die ten laste gebracht dienen te worden
                                        van meerdere budgethouders is omwille van de slagvaardigheid
                                        in een eenvoudiger procedure voorzien. </noot.al><noot.al>Ook is bij afwezigheid voorzien in tekenbevoegdheid van
                                        een collegabudgethouder. </noot.al><noot.al>Bij geschillen tussen de leverancier en de bestellende
                                        budgethouder blijft vanuit de organisatie de budgethouder
                                        verantwoordelijk ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14. Bevoegdheid van de afdeling Financiën </titel></kop><al>Ten aanzien van deze regeling heeft de afdeling Financiën een
                            controlerende en toetsende taak die zijn oorsprong vindt in de
                            Comptabiliteitsvoorschriften.</al><al><noot id="d17504e1423"><noot.nr>17</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Hierbij wordt expliciet verwezen
                                    naar de externe regelgeving op basis waarvan de afdeling
                                    Financiën bepaalde bevoegdheden en verantwoordelijkheden
                                    ontleent.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15. Bevoegdheid van het directielid met de portefeuille
                                Financiën </titel></kop><al>Het directielid met de portefeuille Financiën is bevoegd tot verdeling
                            van de kosten die niet rechtstreeks aan producten kunnen worden
                            toegerekend. Deze kostenverbijzondering maakt deel uit van de
                            administratieve organisatie van het waterschap.</al><al><noot id="d17504e1438"><noot.nr>18</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel heeft betrekking op de
                                    kostenverbijzondering. Het betreft de verdeling van de kosten
                                    van het waterschap, die niet rechtstreeks aan de producten
                                    kunnen worden toegerekend (overhead). Deze specifieke
                                    werkzaamheden behoren tot het takenpakket van het directielid
                                    met portefeuille Financiën, die ook de Financieel Ambtenaar van
                                    het waterschap is. De kostenverbijzondering maakt deel uit van
                                    de administratieve organisatie van het waterschap.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16. Informatie-uitwisseling </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_16_39_">Het afdelingshoofd Financiën en de
                                ConcernController stellen de budgethouder in staat tijdig te
                                beschikken over de informatie die van belang is voor een goede
                                vervulling van het budgethouderschap en de daarover af te leggen
                                verantwoording. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_16_40_">De budgethouder verstrekt aan Financiën
                                en ConcernControl, in het kader van hun toetsende en controlerende
                                bevoegdheden, op verzoek de informatie die van belang is voor een
                                goede uitoefening van het budgethouderschap en de daarover af te
                                leggen verantwoording. </al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d17504e1463"><noot.nr>19</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In deze artikelen wordt de
                                        informatieplicht en het afleggen van verantwoording geregeld
                                        over het verloop van alle budgetten (zowel input, output als
                                        de processen). Dit wordt gedaan binnen de planning &amp;
                                        controlsystematiek van het waterschap. De planning en
                                        controlsystematiek is uitgewerkt in de Nota Controlvi. De P&amp;C-systematiek
                                        maakt onderscheid tussen managementrapportages (Maraps) en
                                        bestuursrapportages (Buraps). De rapportages van het
                                        afdelingsmanagement vormen de Maraps. De rapportages van de
                                        directieleden aan de secretaris-directeur en de
                                        doorgeleiding daarvan door hem aan het Dagelijks Bestuur en
                                        vervolgens namens het DB aan het Algemeen Bestuur vormen de
                                        Buraps. In de rapportages wordt niet alleen volstaan met het
                                        vermelden van het feitelijk verloop van de budgetten, maar
                                        zal ook aangegeven worden welke acties er voorgesteld worden
                                        te ondernemen om een eventueel negatief verloop weer binnen
                                        de gemaakte afspraken te krijgen. </noot.al><noot.al>Voor budgethouders van projecten geldt dat zij
                                        verantwoording afleggen aan de opdrachtgever én aan de
                                        productverantwoordelijken ten behoeve waarvan het project
                                        wordt uitgevoerd. Dit laatste is van belang voor het op een
                                        juiste wijze kunnen rapporteren door de
                                        productverantwoordelijken.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17. Het afleggen van verantwoording </titel></kop><al>De budgethouder leggen verantwoording af over het verloop van de
                            budgetten binnen de kaders, zoals gesteld in de planning &amp; control
                            systematiek van het waterschap Aa en Maas. De budgethouder rapporteert
                            periodiek aan de betreffende naasthogere budgethouder. Op basis van deze
                            rapportages legt de secretaris-directeur verantwoording af aan het
                            Dagelijks Bestuur. De rapportageperiodes zijn per begrotingsjaar
                            vastgelegd in de jaarlijks op te stellen Planning- en
                            Controlkalender.</al><al><noot id="d17504e1482"><noot.nr>20</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>In deze artikelen wordt de
                                    informatieplicht en het afleggen van verantwoording geregeld
                                    over het verloop van alle budgetten (zowel input, output als de
                                    processen). Dit wordt gedaan binnen de planning &amp;
                                    controlsystematiek van het waterschap. De planning en
                                    controlsystematiek is uitgewerkt in de Nota Controlvi. De P&amp;C-systematiek maakt
                                    onderscheid tussen managementrapportages (Maraps) en
                                    bestuursrapportages (Buraps). De rapportages van het
                                    afdelingsmanagement vormen de Maraps. De rapportages van de
                                    directieleden aan de secretaris-directeur en de doorgeleiding
                                    daarvan door hem aan het Dagelijks Bestuur en vervolgens namens
                                    het DB aan het Algemeen Bestuur vormen de Buraps. In de
                                    rapportages wordt niet alleen volstaan met het vermelden van het
                                    feitelijk verloop van de budgetten, maar zal ook aangegeven
                                    worden welke acties er voorgesteld worden te ondernemen om een
                                    eventueel negatief verloop weer binnen de gemaakte afspraken te
                                    krijgen. </noot.al><noot.al>Voor budgethouders van projecten geldt dat zij
                                    verantwoording afleggen aan de opdrachtgever én aan de
                                    productverantwoordelijken ten behoeve waarvan het project wordt
                                    uitgevoerd. Dit laatste is van belang voor het op een juiste
                                    wijze kunnen rapporteren door de
                                    productverantwoordelijken.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18. Beëindiging van het budgethouderschap </titel></kop><al>Het budgethouderschap alsmede het daarbij toegekende financieel mandaat,
                            kan door de secretaris-directeur, na overleg met de naasthogere
                            budgethouder, worden beëindigd indien op enig moment blijkt dat er
                            onvoldoende waarborgen bestaan, dat het budgethouderschap voldoende
                            bekwaam en zorgvuldig wordt uitgevoerd. </al><al><noot id="d17504e1501"><noot.nr>21</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Dit artikel regelt de bevoegdheid
                                    van de secretaris-directeur om het budgethouderschap in te
                                    trekken als hiervoor voldoende aanleiding bestaat.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19. Bekendmaking en inwerkingtreding </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_19_41_">Dit besluit wordt intern bekend gemaakt.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H70350_0_0_19_42_">Dit besluit treedt in werking direct na
                                besluitvorming door het DB. Op dat moment wordt de Regeling
                                budgethouderschap en financieel mandaat waterschap Aa en Maas 2004
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d17504e1526"><noot.nr>22</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze artikelen zijn van
                                        formele aard.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20. Slotbepalingen </titel></kop><al>Deze regeling kan aangehaald worden als: Regeling budgethouderschap en
                            financieel mandaat waterschap Aa en Maas 2007.</al><al><noot id="d17504e1541"><noot.nr>23</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Deze artikelen zijn van formele
                                    aard.]</noot.al></noot></al><al>Aldus vastgesteld door het Dagelijks Bestuur op 29 november 2006 </al><al>de griffier, </al><al>drs. C.J.E. van Vlokhoven </al><al>de dijkgraaf,</al><al>drs. L.H.J. Verheijen</al><al id="anker-i">i Voor de Notitie Projectmatig Werken zie:
                            http://intranet/aspx/download.aspx?file=/contents/pages/00002719/notitieprojectmatigwerkenversiemaart2006.pdf</al><al id="anker-ii">ii Voor de Mandaatregeling 2004 zie:
                            http://intranet/aspx/download.aspx?file=/contents/pages/00002128/mandaatverordening.pdf
                            en specifiek Hoofdstuk IV Ondermandaat, Artikel 8.</al><al id="anker-iii">iii Voor de Nota Aanbestedingsbeleid zie:
                            http://intranet/aspx/download.aspx?file=/contents/pages/00002127/aanbestedingsnotaab11-8-2004mei2006.doc</al><al><cursief>Deze wordt aangepast omdat hierin verwijzingen staan opgenomen
                                naar de regeling budgethouderschap en financieel mandaat
                                (kringverwijzing).</cursief></al><al id="anker-iv">iv Voor de diverse formulieren die betrekking hebben op
                            het verleen en intrekken van (onder)mandaat zie:
                            http://intranet/aspx/download.aspx?file=/contents/pages/00002128/ondermandaatverlenen.dochttp://intranet/aspx/download.aspx?file=/contents/pages/00002128/ondermandaatintrekken.doc
                            en
                            http://intranet/aspx/download.aspx?file=/contents/pages/00002128/ondermandaatintrekkenenverlenen.doc</al><al id="anker-v">v Voor meer informatie over de Europese
                            aanbestedingsrichtlijn zie:
                            http://intranet/aspx/get.aspx?xdl=/views/Intranet/xdl/page&amp;ItmIdt=00002567&amp;SitIdt=00000003&amp;VarIdt=00000001&amp;mode=
                            of neem contact op met het team Inkoop van FAB.</al><al id="anker-vi">vi Voor de Nota Control zie: G:\Standaards &amp;
                            Procedures\Nota control 1.3 17mrt04.doc in te zien bij Concerncontrol </al><al><cursief>Deze wordt op korte termijn waar nodig
                                geactualiseerd.</cursief></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Toelichting, bij de Regeling budgethouderschap en financieel mandaat
                            waterschap Aa en Maas 2007</titel></kop><artikel><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>Eén van de uitgangspunten binnen de besturingsfilosofie van waterschap
                            Aa en Maas is het gebruik van B.B.P. als bedrijfsvoeringmodel. Een
                            kenmerkend punt van de besturingsfilosofie en het bedrijfsvoeringmodel
                            B.B.P. is het besturen op hoofdlijnen met daarbij het neerleggen van
                            verantwoordelijkheden op het hiërarchisch laagste niveau van
                            leidinggevenden. Gelet op de organisatiestructuur is dit het niveau van
                            het afdelingsmanagement (afdelingshoofden, districtshoofden en
                            regiohoofden). Deze verantwoordelijkheid heeft een integraal karakter,
                            dat wil zeggen dat dit niet uitsluitend betrekking heeft op de
                            prestaties van de organisatie op zich, maar ook op het daarmee gepaard
                            gaande middelenbeslag. Daarbij wordt het begrip "middelen" breed
                            gehanteerd. Naast de financiële middelen heeft dit ook betrekking op de
                            inzet van personeel en het gebruik van faciliteiten (bij voorbeeld
                            automatisering), die als noodzakelijke randvoorwaarden gelden om de
                            beoogde (geplande) prestaties te kunnen leveren.</al><al>Een van de instrumenten om de voordelen van de besturingsfilosofie te
                            kunnen benutten betreft de Regeling budgethouderschap en financieel
                            mandaat waterschap Aa en Maas 2007 </al><al> (hierna: Regeling). Deze Regeling sluit aan bij het gestelde in de
                            Mandaatregeling 2004, vastgesteld door het DB op 7 januari 2004. In de
                            Mandaatregeling 2004 zijn al de kaders op hoofdlijnen aangegeven voor
                            het financieel mandaat. De onderhavige regeling is de opvolger van
                            Regeling budgethouderschap en financieel mandaat waterschap Aa en Maas
                                <vet>2004</vet> en betreft een verdere uitwerking van deze
                            hoofdlijnen en heeft tot doel de "spelregels" in de randvoorwaardelijke
                            sfeer vast te stellen, waarbinnen budgethouders gebruik kunnen maken van
                            het toegekende mandaat e.e.a. geactualiseerd voor de situatie vanaf 29
                            november december 2006.</al><al>De Regeling voorziet in een samenhang met de administratieve organisatie
                            van het waterschap en een component aanbestedingsbeleid.</al><al>Een mandaatregeling (incl. register) en een regeling budgethouderschap
                            en financieel mandaat zijn momentopnamen. Het zullen evenwel dynamische
                            regelingen moeten zijn en dienen derhalve regelmatig geëvalueerd en
                            ‑waar nodig‑ geactualiseerd te</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Bijlagen</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Zie bijlagen.pdf voor de bijlagen A t/m D.</cursief></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wijzigingsvoorstel</titel></kop><structuurtekst><al><vet>WIJZIGING VAN:</vet></al><al><vet>MANDAATREGELING 2004</vet></al><al><vet>REGELING BUDGETHOUDERSCHAP EN FINANCIEEL MANDAAT WATERSCHAP AA EN
                                MAAS 2007</vet></al><al> Het dagelijks bestuur en de dijkgraaf van waterschap Aa en Maas;</al><al>ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;</al><al>overwegende dat </al><al> met ingang van 1 mei 2007 een nieuwe topstructuur is ingegaan;</al><al>hiermee de functie van sectorhoofd is vervallen;</al><al>B E S L U I T E N:</al><al>vast te stellen de volgende wijziging van de Mandaatregeling 2004,
                            laatstelijk gewijzigd op 11 mei 2004, en van de Regeling
                            budgethouderschap en financieel mandaat waterschap Aa en Maas 2007,
                            vastgesteld op 29 november 2006.</al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Waar in genoemde regelingen de functie “sectorhoofd” is vermeld, wordt
                            deze vervangen door: “lid van het directieteam”.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Artikel 9 van de Mandaatregeling 2004 wordt gewijzigd als volgt: </al><al> Bij de uitoefening van een mandaat worden de uitgaande stukken als
                            volgt ondertekend:</al><al> Het dagelijks bestuur, </al><al> namens deze, </al><al> gevolgd door de naam, handtekening en functieaanduiding van de (onder)
                            gemandateerde</al><al> De dijkgraaf, </al><al> namens deze, </al><al> gevolgd door de naam, handtekening en functieaanduiding van de (onder)
                            gemandateerde</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Deze regeling treedt in werking na bekendmaking met terugwerkende kracht
                            tot en met 1 mei 2007.</al><al>Aldus vastgesteld door het dagelijks bestuur op 16 mei 2007,</al><al>de secretaris, </al><al>drs. F.J.W. Baert </al><al>de dijkgraaf,</al><al>drs. L.H.J. Verheijen </al><al> loco</al><al>Aldus vastgesteld door de dijkgraaf op 16 mei 2007,</al><al>de dijkgraaf</al><al>drs. L.H.J. Verheijen</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Waterschap Aa en Maas/i187916.pdf">bijlagen.pdf (177 Kb)</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>