<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR271903_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wsb 2014/8761</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, artikel 79</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht, </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 3, 4</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>861479</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur – waterschappen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Inspraakverordening Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 1994 die het algemeen bestuur op 22 juni 1994 had vastgesteld.</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 17-9-2008</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Wsb 2008/5; ADUN, ADGH 24 september 2008</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden;</al><al>Gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 28 november 2006, nr.
                        06.aiz.131, tot vaststelling van de Inspraakverordening 2007;</al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 79 van de Waterschapswet en afdeling 3.4
                        van de Algemene wet bestuursrecht,</al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al>de Inspraakverordening Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2007 vast te
                        stellen als volgt:</al><al/><al><vet>Inhoud</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Voor de toepassing van de verordening wordt onder inspraak verstaan een
                            door of namens het dagelijks bestuur geboden gelegenheid voor
                            ingezetenen en belanghebbenden om hun zienswijze omtrent te nemen
                            besluiten van het algemeen bestuur van het waterschap kenbaar te maken.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H82621_0_0_2_1_"> Onverminderd het bepaalde bij wet,
                                algemene maatregel van bestuur of provinciale verordening vallen
                                onder werking van de onderhavige verordening de door het algemeen
                                bestuur van het waterschap te nemen besluiten van algemene
                                strekking, tenzij deze daarvoor naar hun aard of naar hun belang
                                niet in aanmerking komen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H82621_0_0_2_2_"> Met inachtneming van het bepaalde in het
                                eerste lid vallen in ieder geval onder de werking van deze
                                verordening ontwerp-besluiten inzake:</al><lijst><li nr="a."><al>verordeningen, met uitzondering van
                                        belastingverordeningen;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven dan wel aanpassen van waterstanden;</al></li><li nr="c."><al>de aanleg of verbetering van waterstaatswerken;</al></li><li nr="d."><al>de legger;</al></li><li nr="e."><al>beleidsregels.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>Een ontwerpbesluit wordt voor ingezetenen en belanghebbenden gedurende
                            zes weken:</al><lijst><li nr="-"><al>elektronisch ter inzage gelegd op de website van het waterschap
                                    en/of,</al></li><li nr="-"><al>bij toepassing van artikel 3 tweede lid Verordening elektronisch
                                    bekendmaken Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, fysiek op
                                    het kantoor van het waterschap ter inzage gelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H82621_0_0_4_5_">Het dagelijks bestuur maakt de
                                terinzagelegging tijdig op de bij het waterschap gebruikelijke wijze
                                bekend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H82621_0_0_4_6_"> De bekendmaking, bedoeld in het eerste
                                lid, omvat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de samenvattende zakelijke inhoud van het ontwerp-besluit;
                                    </al></li><li nr="b."><al>de plaatsen met tijdstippen waarop het ontwerp-besluit ter
                                        inzage ligt; </al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 hun zienswijze over
                                        het te nemen besluit kenbaar kunnen maken; </al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden kennis kunnen
                                        nemen van de beschouwingen van het dagelijks bestuur omtrent
                                        de ingekomen reacties. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><al>Ingezetenen en belanghebbenden kunnen gedurende de in artikel 3 bedoelde
                            termijn hun gemotiveerde zienswijze omtrent het te nemen besluit naar
                            keuze schriftelijk of mondeling kenbaar maken aan het dagelijks bestuur.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H82621_0_0_6_7_"> In het voorstel aan het algemeen bestuur
                                wordt melding gemaakt van de gehouden inspraakprocedure en de
                                ontwerp-beantwoording van het dagelijks bestuur van de in het kader
                                daarvan ingekomen reacties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H82621_0_0_6_8_"> Het dagelijks bestuur brengt degenen die
                                een schriftelijke reactie hebben ingediend op de hoogte van de in
                                het eerste lid bedoelde stukken en van de wijze waarop de resultaten
                                van de inspraak in het ontwerp-besluit zijn verwerkt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Inspraakverordening
                            Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2007". </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2007.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van 28
                        februari 2007.</ondertekening><ondertekening>drs. E.Th. Meuleman,secretaris </ondertekening><ondertekening>ir. D. Vergunst, voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet><cursief>Toelichting</cursief></vet></al><al>In het onderstaande volgt een algemene en artikelsgewijze toelichting op
                            de Inspraakverordening. </al><al>In 1994 is de thans geldende inspraakverordening vastgesteld. Artikel 79
                            van de Waterschapswet schrijft voor dat het algemeen bestuur van het
                            waterschap een verordening vaststelt waarin wordt geregeld op welke
                            wijze ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van de door
                            dat bestuur te nemen besluiten worden betrokken. </al><al>De inspraakverordening moet worden beschouwd als een aanvulling op
                            inspraakregelingen die zijn opgenomen in formele wetten, algemene
                            maatregelen van bestuur of provinciale verordeningen. Als voorbeeld
                            daarvan kan worden gewezen op de in de Waterschapswet opgenomen
                            inspraakregeling voor de begroting van het waterschap.</al><al>Het doel van inspraak is tweeledig. Aan de ene kant wordt
                            belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening omtrent een
                            ontwerp-besluit van het waterschapsbestuur kenbaar te maken. Aan de
                            andere kant is het voor het waterschap een belangrijk hulpmiddel om op
                            basis van een evenwichtige belangenafweging tot een besluit te
                            komen.</al><al>Overigens wordt opgemerkt dat met een vroegtijdige voorlichting omtrent
                            beleidsvoornemens een efficiënte benutting van de inspraakprocedure kan
                            worden bevorderd. Wie bij het niet honoreren van hetgeen in de
                            inspraakfase naar voren is gebracht geen genoegen neemt zal gebruik
                            moeten maken van de dan bij of krachtens de wet, verordening of
                            reglement aangegeven bezwaar- of beroepsmogelijkheden.</al><al>Onlangs is de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure van kracht
                            geworden. Hiermee is een einde gekomen aan de in de Algemene wet
                            bestuursrecht (Awb) opgenomen “openbare voorbereidingsprocedure” en de
                            “uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure”. Deze zijn vervangen door
                            de “uniforme openbare voorbereidingsprocedure”, thans opgenomen in
                            afdeling 3.4 van de Awb.</al><al>Met ingang van 1 juli 2006 is artikel 79 van de Waterschapswet
                            gewijzigd. De tekst is sterk ingekort en in het tweede lid wordt
                            verwezen naar afdeling 3.4 van de Awb. De wijziging betekent voorts dat
                            voortaan in principe <vet>alle</vet> door het algemeen bestuur van het
                            waterschap te nemen besluiten van algemene strekking (verordeningen,
                            watergebiedsplannen, peilbesluiten etc.) aan inspraak onderhevig zijn.
                            Onder de vigeur van het “oude” wetsartikel waren de
                            belastingverordeningen uitgezonderd. Maar met de nieuwe regeling is deze
                            uitzondering opgeheven. Voor een nuancering met betrekking tot de
                            belastingverordeningen wordt verwezen naar de toelichting op artikel
                            2.</al><al>Ingevolge het nieuwe artikel 79, lid 2 van de Waterschapswet wordt de
                            inspraak verleend door toepassing van de uniforme openbare
                            voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb, “voor zover in de
                            inspraakverordening niet anders is bepaald”. Het waterschap mag dus bij
                            verordening afwijken van de voorgeschreven wettelijke procedure. Deze
                            afwijkingsbevoegdheid geldt alleen voor het tweede lid (procedure) en
                            niet voor het eerste (onderwerp). Het waterschap mag dus niet de
                            belastingverordeningen uitzonderen van inspraak, zoals voordien wel
                            mogelijk was.</al><al>Het waterschap kiest er voor om bij de in de Awb genoemde
                            inspraaktermijn van 6 weken aan te sluiten; enerzijds vanwege de
                            uniformiteit, anderzijds omdat er geen reden is daarvan af te wijken.
                            Vóór 1 juli werden verschillende inspraaktermijnen gehanteerd. Op basis
                            van de (“oude”) inspraakverdening was die termijn 4 weken in het geval
                            er niet iets anders was bepaald in een specifieke regeling, zoals in de
                            Verordening waterhuishouding ten aanzien van de totstandkoming van het
                            waterbeheersplan (6 weken inspraak). Met deze nieuwe inspraakverordening
                            wordt alles gelijk getrokken.</al><al><cursief><vet>Artikelsgewijs </vet></cursief></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>De omschrijving van het begrip “inspraak” is ontleend aan artikel 79 van
                            de Waterschapswet.</al><al>In het algemeen deel van de toelichting is op het doel en het belang van
                            de inspraak al inge-daan. De verantwoordelijkheid voor de inspraak wordt
                            gelegd bij het dagelijks bestuur, dat belast is met de uitvoering van
                            waterschapsverordeningen.</al><al>Voor wat betreft “ingezetenen” wordt aangesloten bij artikel 11, juncto
                            artikel 18, van de Waterschapswet. Deze artikelen geven aan dat
                            ingezetenen degenen zijn die blijkens het persoonsregister van de
                            gemeente, behoudens tegenbewijs, geacht kunnen worden hun werkelijke
                            woonplaats in het gebied van het waterschap te hebben.</al><al>Onder “belanghebbenden” vallen in de eerste plaats alle natuurlijke en
                            rechtspersonen, voor zover al niet vallend onder het begrip ingezetenen,
                            die in het taakgebied van het waterschap krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht het genot hebben van gebouwd en omgebouwd onroerend goed.
                            Het is duidelijk dat deze personen in het algemeen belanghebbend
                            (kunnen) zijn bij beleidsvoornemens van het waterschapsbestuur. Ten
                            aanzien van organisaties, niet behorend tot de bovengenoemde
                            categorieën, die het algemeen belang vertegenwoordigen, kan worden
                            opgemerkt dat het om pragmatische redenen wenselijk is deze organisatie
                            (bijvoorbeeld milieu-organisaties) bij de inspraak te betrekken. In de
                            rechtspraak zijn vertegenwoordigers van “collectieve belangen” in het
                            algemeen als belanghebbenden geaccepteerd. Verder dient in dat verband
                            nog aandacht dat deze organisaties in artikel 151, vierde lid, van de
                            Waterschapswet uitdrukkelijk als belanghebbenden worden aangemerkt, zij
                            het in het kader van beroepsmogelijkheden tegen besluiten van
                            gedeputeerde staten tot goedkeuring of onthouding van goedkeuring van
                            waterschapsbesluiten. Het toelaten van deze vertegenwoordigers in het
                            kader van inspraak kan derhalve procedures in latere stadia wellicht
                            voorkomen.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Ten aanzien van het object van de inspraak kan, waar het gaat om
                            besluiten van het algemeen bestuur, worden opgemerkt dat uit de
                            formulering van artikel 79 van de Waterschapswet blijkt dat alle
                            besluiten van het algemeen bestuur (met “derdenwerking”) onder werking
                            van de inspraakverordening vallen. Dit artikel spreekt immers over “de
                            door het algemeen bestuur te nemen besluiten”. Uit deze redactie vloeit
                            geen beleidsvrijheid voort ten aanzien van belastingverordeningen, zoals
                            dat wel het geval was bij de oude redactie. Hierbij wordt echter wel
                            aangetekend dat belastingverordeningen niet ter inspraak behoeven te
                            worden voorgelegd indien louter sprake is van een aanpassing van het
                            tarief (dit vanwege alsdan optredende doublures met de
                            begrotingsvoorbereiding en -vaststelling), van een “doorvertaling” van
                            formele wetgeving in de belastingverordening of indien sprake is van een
                            redactionele wijziging die verder geen inhoudelijke consequenties heeft.
                            Indien de herziening of wijziging van een belastingverordening te maken
                            heeft met uitbreiding van bijvoorbeeld de belastingplicht, dan is het
                            verlenen van inspraak wel gerechtvaardigd.</al><al>De kostentoedelingsverordening en de omslagklassenverordening blijven
                            sowieso aan inspraak onderhevig; dit zijn immers geen
                            belastingverordeningen.</al><al>Het ligt in de rede dat inspraakmogelijkheden naar hun aard uitsluitend
                            van belang zijn voor besluiten met een algemene strekking. Voor
                            besluiten die één of slechts een beperkte groep belanghebbenden treffen
                            is een algemene inspraakprocedure niet noodzakelijk. Voor deze
                            “beschikkingen” gelden andere rechtsbeschermingsregels (eveneens op
                            grond van de Awb).</al><al>Het waterschap, in casu het dagelijks bestuur, zal steeds moeten
                            motiveren waarom een bepaald besluit van algemene strekking niet onder
                            de werkingssfeer van de inspraakverordening valt. Eén en ander heeft
                            geleid tot de redactie van artikel 2 dat de besluiten van algemene
                            strekking van het waterschap onder de werking van de inspraakverordening
                            vallen, tenzij deze daarvoor naar hun aard en belang niet in aanmerking
                            komen.</al><al>Het spreekt van zelf dat de inspraakverordening niet van toepassing is
                            op intern werkende besluiten van het algemeen bestuur, omdat deze geen
                            belangen van derden raken (zoals bijvoorbeeld reglementen van orde,
                            bezoldigingsbesluiten van personeel).</al><al><vet>Artikel 3 en 4</vet></al><al>Deze artikelen regelen de wijze van publicatie en terinzagelegging. De
                            wijze van publicatie kan worden afgestemd op de aard van het
                            ontwerp-besluit (bijvoorbeel publicatie in een bepaald deel van het
                            gebied). Uiteraard dient daarbij aan bepaalde minimumvereisten te worden
                            voldaan. Als algemeen criterium geldt dat belanghebbenden
                            redelijkerwijze kennis moeten kunnen nemen van de
                            terinzagelegging/inspraakmogelijkheden. In dat licht is in artikel 4
                            bepaald dat de terinzagelegging ten minste via een daarvoor in
                            aanmerking komend dag-, nieuws- en/of huis-aan-huisbladen bekend moet
                            worden gemaakt. Overigens kan daarbij niet van het waterschap gevraagd
                            worden dat het expliciet rekening houdt met belanghebbenden die niet in
                            het waterschapsgebied wonen.</al><al>De termijn van terinzagelegging (minstens zes weken) is conform artikel
                            3:16 Awb. Ten aanzien van het gestelde in artikel 4, tweede lid onder a,
                            wordt opgemerkt dat is gekozen voor de term “samenvattende zakelijke
                            inhoud”, zodat men zich naar aanleiding van de publicatie omtrent een
                            bepaald besluit vergaand kan informeren.</al><al>Het gestelde onder b spreekt voor zichzelf. Onder c is zowel aansluiting
                            gezocht bij artikel 5. Daarmee is er voor gekozen om in de bekendmaking
                            aan te geven dat men naar keuze schriftelijk of mondeling kan reageren.
                            Onder d is er voor gekozen om de insprekers op de hoogte te stellen
                            omtrent de wijze waarop zij zullen worden geïnformeerd ter zake van de
                            beschouwingen van het dagelijks bestuur omtrent de ingekomen reacties
                            van de insprekers.</al><al>Er is voor gekozen om de insprekers gericht en actief te informeren
                            omtrent de gevolgen van de door hen ingezonden reacties. Niet-insprekers
                            vallen buiten deze groep en worden dan ook niet actief
                            geïnformeerd.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Dit artikel vergt geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Dit artikel bepaalt dat van de inspraakprocedure en van het oordeel van
                            het dagelijks bestuur op de ingekomen reacties melding wordt gemaakt in
                            het voorstel dat aan het algemeen bestuur wordt voorgelegd. Het is
                            uiteraard van belang dat degenen die een schriftelijke dan wel
                            mondelinge reactie hebben ingediend van deze rapportage kennis kunnen
                            nemen. Daartoe is een tweede lid opgenomen, dat de plicht voor het
                            dagelijks bestuur bevat om degenen, die gereageerd hebben naar
                            aanleiding van een ontwerp-besluit, op de hoogte te stellen. Door middel
                            van toezending van het uiteindelijke voorstel aan het algemeen bestuur,
                            waarin de resultaten van de inspraak zijn verwerkt, wordt aan de
                            belanghebbende getoond wat met zijn of haar reactie is gedaan. Dat op
                            deze wijze de terugkoppeling richting insprekers zal plaatsvinden zal in
                            de bekendmaking worden aangegeven. Artikel 4, tweede lid, voorziet
                            hierin. Het algemeen bestuur neemt het definitieve besluit en stelt
                            daarmee eveneens de inspraaknota vast (op voorstel van het dagelijks
                            bestuur).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>