<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR271861_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening waterkwaliteitsspoor hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Amstel, Gooi en Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Amstel, Gooi en Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening waterkwaliteitsspoor hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 78</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:23.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-07-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging art. 2.1, 4.1, 4.2, 5.2, 7.1, 9.3. Wijziging bijlage 3, 5, 6a.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>AB 06/039</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën – belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 6-7-2006</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Onbekend</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-40763</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening waterkwaliteitsspoor hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inhoud</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>hoogheemraadschap: hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht;</al></li><li nr="b."><al>algemeen bestuur; het algemeen bestuur van het
                                    hoogheemraadschap;</al></li><li nr="c."><al>dagelijks bestuur; het dagelijks bestuur van het
                                    hoogheemraadschap;</al></li><li nr="d."><al>gemeente: gemeente waarvan het grondgebied geheel of
                                    gedeeltelijk gelegen is binnen het beheersgebied van het
                                    hoogheemraadschap;</al></li><li nr="e."><al>stedelijk gebied: gedeelte van het grondgebied van een gemeente
                                    dat gelegen is binnen de bebouwde kom (zoals bedoeld in artikel
                                    27 Wegenwet) en binnen het beheersgebied van het
                                    hoogheemraadschap en waarvan de op de riolering aangesloten
                                    inwoners heffingsplichtig zijn aan het hoogheemraadschap;</al></li><li nr="f."><al>buitengebied: gedeelte van het grondgebied van een gemeente, dat
                                    gelegen is buiten de bebouwde kom (zoals bedoeld in artikel 27
                                    Wegenwet) en binnen het beheersgebied van het
                                    hoogheemraadschap;</al></li><li nr="g."><al>verordening: de Subsidieverordening waterkwaliteitsspoor
                                    hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht;</al></li><li nr="h."><al>subsidie; de aanspraak op financiële middelen, die door het
                                    hoogheemraadschap aan een gemeente worden verstrekt, ten behoeve
                                    van de sanering van overstorten in het stedelijk gebiedof de
                                    aanleg van riolering of IBA-systemen in het buitengebied;</al></li><li nr="i."><al>overstort: lozingswerk in een gemengd rioolstelsel, waaruit
                                    tijdens hevige regenval met hemelwater verdund afvalwater wordt
                                    geloosd op oppervlaktewater;</al></li><li nr="j."><al>overstorting: lozing van met hemelwater verdund afvalwater
                                    vanuit een gemengd rioolstelsel op oppervlaktewater;</al></li><li nr="k."><al>waterkwaliteitstoets: toets waaruit blijkt of een overstorting
                                    uit een rioolstelsel, dat voldoet aan de landelijke
                                    basisinspanning riolering, al dan niet een knelpunt voor de
                                    waterkwaliteit vormt;</al></li><li nr="l."><al>puntlozing: bestaand lozen van huishoudelijk afvalwater uit een
                                    gebouw zoals bedoeld in artikel 1 van het Lozingenbesluit Wvo
                                    huishoudelijk afvalwater;</al></li><li nr="m."><al>kwetsbaarheid: indeling van het buitengebied in niet
                                    kwetsbaar/kwetsbaar/zeer kwetsbaar, zoals vastgesteld door
                                    provinciale staten van de betreffende provincie en aangegeven op
                                    zg. provinciale kwetsbaarheidkaarten;</al></li><li nr="n."><al>omslagpunt: het door de provincies vastgestelde
                                    investeringsbedrag per aansluitpunt op de riolering van een pand
                                    of perceel in het buitengebied, waarbij de jaarlijkse kosten van
                                    riolering even hoog zijn als die van een alternatieve
                                    voorziening; de hoogte van het omslagpunt is afhankelijk van de
                                    kwetsbaarheid van het gebied of van het oppervlaktewater,
                                    alsmede van de grondsoort waarin de riolering moet worden
                                    aangelegd; de omslagpunten zijn weergegeven in bijlage 1 van
                                    deze verordening;</al></li><li nr="o."><al>saneringsplan waterkwaliteitsspoor stedelijk gebied: door de
                                    raad of het college van B&amp;W van een gemeente vastgesteld
                                    plan ten behoeve van de sanering van overstorten, waarvan uit
                                    een waterkwaliteitstoets is gebleken dat deze een knelpunt voor
                                    de waterkwaliteit vormen, met welk plan het dagelijks bestuur
                                    heeft ingestemd en waarvan de inhoud voldoet aan het bepaalde in
                                    bijlage 2 van deze verordening;</al></li><li nr="p."><al>financieringsplan waterkwaliteitsspoor stedelijk gebied: door de
                                    raad of het college van B&amp;W van een gemeente vastgesteld
                                    plan ten behoeve van de financiering van het aandeel van de
                                    gemeente in de kosten van uitvoering van het gelijknamige
                                    saneringsplan;</al></li><li nr="q."><al>convenant: overeenkomst tussen het hoogheemraadschap en een
                                    gemeente inzake de uitvoering van het saneringsplan
                                    waterkwaliteitsspoor stedelijk gebied en het gelijknamige
                                    financieringsplan, die is opgesteld conform het modelconvenant
                                    dat als bijlage 3 bij deze verordening is gevoegd;</al></li><li nr="r."><al>planoverleg waterkwaliteitsspoor: overleg tussen het
                                    hoogheemraadschap en een gemeente inzake het saneringsplan
                                    waterkwaliteitsspoor stedelijk gebied;</al></li><li nr="s."><al>saneringsplan buitengebied: door de raad of het college van
                                    B&amp;W van een gemeente - in het kader van het provinciaal
                                    ontheffingenbeleid zorgplicht riolering - vastgesteld plan ten
                                    behoeve van de sanering van alle ongezuiverde lozingen in het
                                    buitengebied, met welk plan het dagelijks bestuur heeft
                                    ingestemd en waarvan de inhoud voldoet aan het bepaalde in
                                    bijlage 4 van deze verordening;</al></li><li nr="t."><al>financieringsplan sanering buitengebied: door de raad of het
                                    college van B&amp;W van een gemeente vastgesteld plan ten
                                    behoeve van de financiering van het aandeel van de gemeente in
                                    de kosten van uitvoering van het gelijknamige
                                    saneringsplan;</al></li><li nr="u."><al>maatwerkoverleg: overleg tussen het hoogheemraadschap en een
                                    gemeente over het saneringsplan buitengebied;</al></li><li nr="v."><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="w."><al>IBA: een systeem voor de Individuele Behandeling van Afvalwater
                                    (niet zijnde een verbeterde septictank), te onderscheiden in
                                    laag- en hoog-rendementssystemen. (respectievelijk IBA-min en
                                    IBA-plus);</al></li><li nr="x."><al>CBA: een systeem voor de Centrale Behandeling van Afvalwater
                                    voor clusters van percelen;</al></li><li nr="y."><al>aansluitpunt: een perceel (bijv. huishouden (ook
                                    vakantiewoningen), woonboot of bedrijf).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.2. Bijlagen</titel></kop><al>Bij deze verordening behoren de volgende bijlagen, die daarmee een
                            onverbrekelijk geheel vormen:</al><al>bijlage 1: overzicht omslagpunten;</al><al>bijlage 2: inhoud saneringsplan waterkwaliteitsspoor stedelijk
                            gebied;</al><al>bijlage 3: modelconvenant;</al><al>bijlage 4: inhoud saneringsplan buitengebied;</al><al>bijlage 5: overzicht duurzame en sectorale maatregelen
                            waterkwaliteitsspoor;</al><al>bijlage 6a: overzicht subsidiabele kosten waterkwaliteitsspoor stedelijk
                            gebied;</al><al>bijlage 6b: overzicht subsidiabele kosten saneringsplan
                            buitengebied.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.3 Reikwijdte verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H103204_0_1_3_1_"> Hoofdstuk 2 van deze verordening is
                                uitsluitend van toepassing op het verstrekken van subsidie door het
                                hoogheemraadschap aan een gemeente ter gedeeltelijke dekking van de
                                kosten van uitvoering van een saneringsplan waterkwaliteitsspoor
                                stedelijk gebied, waarover in het planoverleg waterkwaliteitsspoor
                                afspraken zijn gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H103204_0_1_3_2_"> Hoofdstuk 3 van deze verordening is
                                uitsluitend van toepassing op het verstrekken van subsidie door het
                                hoogheemraadschap aan een gemeente ter gedeeltelijke dekking van de
                                kosten van uitvoering van een saneringsplan buitengebied, waarover
                                in het maatwerkoverleg afspraken zijn gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H103204_0_1_3_3_"> De overige hoofdstukken van deze
                                verordening zijn, tenzij anders aangegeven, zowel van toepassing op
                                de in lid 1 van dit artikel bedoelde subsidie als op de in lid 2 van
                                dit artikel bedoelde subsidie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Subsidie uitvoering saneringsplan waterkwaliteitsspoor
                            stedelijk gebied</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.1 Omvang subsidie </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H103204_0_2_4_4_"> Het hoogheemraadschap verleent aan de
                                gemeente een subsidie ten behoeve van de uitvoering van duurzame
                                (bron)maatregelen. Een overzicht van dergelijke maatregelen is
                                opgenomen in bijlage 5 van deze verordening. De subsidie bedraagt
                                50% van de feitelijke kosten van uitvoering van die maatregelen met
                                dien verstande dat de subsidie voor afkoppeling van verhard
                                oppervlak – de eerste twee bullets van het overzicht van bijlage 5 –
                                ten hoogste € 20,- per m2<cursief> afgekoppeld verhard oppervalk
                                    bedraagt.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H103204_0_2_4_5_"><cursief> Het hoogheemraadschap verleent
                                    aan de gemeente een subsidie ten behoeve van de uitvoering van
                                    sectorale (end-of-pipe) maatregelen. Een overzicht van
                                    dergelijke maatregelen is opgenomen in bijlage 5 van deze
                                    verordening. De subsidie bedraagt 15% van de feitelijke kosten
                                    van uitvoering van die maatregelen. </cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.2 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Voor de berekening van de subsidie worden uitsluitend de kosten in
                            aanmerking genomen, die in het Overzicht subsidiabele kosten
                            waterkwaliteitsspoor stedelijk gebied worden vermeld dat als bijlage 6a
                            van deze verordening is opgenomen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Subsidie uitvoering saneringsplan buitengebied</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.1 Omvang subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H103204_0_3_6_6_"> In niet kwetsbaar gebied komen de
                                feitelijke kosten voor de aanleg van riolering (gemiddeld per
                                aansluitpunt) tot het omslagpunt (€ 6.805,-) voor rekening van de
                                gemeente en / of de lozer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H103204_0_3_6_7_"> In kwetsbaar gebied verleent het
                                hoogheemraadschap - in geval de kosten voor de aanleg van riolering
                                in kwetsbaar gebied hoger zijn dan € 9.530,- een subsidie, te weten
                                de kosten per aansluitpunt minus € 9.530,- tot een maximum van €
                                3.630,- per aansluitpunt in gebieden met zandgrond, tot een maximum
                                van € 4.538,- per aansluitpunt in gebieden met kleigrond en tot een
                                maximum van € 5.899,- per aansluitpunt in gebieden met
                                veengrond.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H103204_0_3_6_8_">Indien in kwetsbaar gebied een IBA/CBA
                                wordt aangelegd waarvan de kosten meer dan € 6.805,- maar minder dan
                                € 9.530,- bedragen, verleent het hoogheemraadschap subsidie voor één
                                derde deel van de tussenliggende kosten per IBA / CBA.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H103204_0_3_6_9_">Indien in kwetsbaar gebied een IBA / CBA
                                systeem aangelegd wordt waarvan de kosten hoger zijn dan € 9.530,-
                                dan verleent het hoogheemraadschap minimaal € 908,- subsidie. In het
                                maatwerkoverleg zal een nadere verdeling tussen de gemeente, het
                                hoogheemraadschap en de provincie worden bepaald voor de kosten
                                boven € 9.530,-.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H103204_0_3_6_10_"> In zeer kwetsbaar gebied verleent het
                                hoogheemraadschap - in geval de kosten voor de aanleg van riolering
                                in zeer kwetsbaar gebied hoger zijn dan € 12.250,- een subsidie, te
                                weten de kosten per aansluitpunt minus € 12.250,- tot een maximum
                                van € 4.086,- per aansluitpunt in gebieden met zandgrond, tot een
                                maximum van € 5.901,- per aansluitpunt in gebieden met kleigrond en
                                tot een maximum van € 9.531,- per aansluitpunt in gebieden met
                                veengrond.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H103204_0_3_6_11_">Indien in zeer kwetsbaar gebied een
                                IBA/CBA wordt aangelegd waarvan de kosten meer dan € 6.805,- maar
                                minder dan € 12.250,- bedragen, verleent het hoogheemraadschap
                                subsidie voor één derde deel van de tussenliggende kosten per IBA /
                                CBA.</al></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H103204_0_3_6_12_">Indien in zeer kwetsbaar gebied een IBA
                                / CBA systeem aangelegd wordt waarvan de kosten hoger zijn dan €
                                12.250,- dan verleent het hoogheemraadschap minimaal € 1.815,-
                                subsidie. In het maatwerkoverleg zal een nadere verdeling tussen de
                                gemeente, het hoogheemraadschap en de provincie worden bepaald voor
                                de kosten boven € 12.250,-.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H103204_0_3_6_13_"> Het bepaalde in het eerste en tweede
                                lid laat onverlet dat in niet kwetsbaar en kwetsbaar gebied de
                                eventuele saneringskosten boven de aldaar geldende omslagpunten voor
                                rekening van het hoogheemraadschap komen, voor zover het maatregelen
                                betreft die tot een aanzienlijke verbetering van de
                                oppervlaktewaterkwaliteit leiden en door het hoogheemraadschap
                                wenselijk worden geacht.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Voor de berekening van de subsidie worden uitsluitend de kosten in
                            aanmerking genomen, die in het Overzicht subsidiabele kosten
                            saneringsplan buitengebied worden vermeld dat als bijlage 6b van deze
                            verordening is opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.3 Subsidieplafond </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H103204_0_3_8_14_"> Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks
                                - ten minste zes maanden voor de aanvang van het nieuwe kalenderjaar
                                - het bedrag vast, dat in dat kalenderjaar ten hoogste beschikbaar
                                is voor subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H103204_0_3_8_15_"> Het in het eerste lid van dit artikel
                                bedoelde bedrag wordt door het dagelijks bestuur op volgorde van
                                binnenkomst verdeeld over de tijdig, conform artikel 4.1, tweede
                                lid, van deze verordening, ingediende aanvragen tot
                                subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H103204_0_3_8_16_"> Aanvragen die worden geweigerd omdat -
                                in geval van verstrekking - het subsidieplafond voor het betreffende
                                kalenderjaar zou worden overschreden, worden betrokken bij de
                                behandeling van de aanvragen tot subsidieverlening ten behoeve van
                                het daarop volgende kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H103204_0_3_8_17_"> Het dagelijks bestuur maakt,
                                onmiddellijk na de vaststelling van het subsidieplafond, dit bedrag
                                bekend aan de gebiedsgemeenten. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 De subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.1 Aanvraag tot verlenen van subsidie </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H103204_0_4_9_18_"> Subsidie wordt jaarlijks op aanvraag
                                dan wel op projectbasis verleend<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H103204_0_4_9_19_"> De aanvraag tot verlenen van subsidie
                                wordt ingediend bij het dagelijks bestuur:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover het betreft de subsidie als bedoeld in hoofdstuk
                                        2 van deze verordening, uiterlijk één maand voor de
                                        aanbesteding van de (uitvoering van de) maatregelen waarvoor
                                        subsidie wordt aangevraagd ;</al></li><li nr="b."><al>voor zover het betreft de subsidie als bedoeld in hoofdstuk
                                        3 van deze verordening, uiterlijk drie maanden voor de
                                        aanvang van de uitvoering van de maatregelen waarvoor
                                        subsidie wordt aangevraagd;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H103204_0_4_9_20_"> Indien de aanvrager krachtens artikel
                                4:5 Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt
                                de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum waarop deze is
                                ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2 Gegevens bij de aanvraag tot verlenen van
                                subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al id="anker-H103204_0_4_10_21_"><cursief>. </cursief>Bij de aanvraag
                                worden ten minste de volgende gegevens verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover het betreft de subsidie als bedoeld in hoofdstuk
                                        2 van deze verordening:</al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al>een overzicht van de maatregelen, zoals opgenomen in het
                                        saneringsplan waterkwaliteitsspoor stedelijk gebied, waarvan
                                        de uitvoering wordt aanbesteed;</al></li><li nr="•"><al>de op die maatregelen betrekking hebbende
                                        besteksraming;</al></li><li nr="•"><al>een tijdschema volgens welke die maatregelen worden
                                        uitgevoerd;</al></li><li nr="•"><al>een afschrift van het ondertekende convenant of een
                                        verwijzing daarnaar</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>voor zover het betreft een subsidie als bedoeld in hoofdstuk
                                        3 van deze verordening:</al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al> een afschrift van de door gedeputeerde staten aan de
                                        aanvrager verleende ontheffing ex artikel 10.16a lid 2 sub a
                                        Wet milieubeheer; </al></li><li nr="•"><al> een saneringsplan buitengebied;</al></li><li nr="•"><al> een financieringsplan sanering buitengebied;</al></li><li nr="•"><al>een tijdschema volgens welke het plan zal worden
                                        uitgevoerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H103204_0_4_10_22_">2. Het dagelijks bestuur kan
                                nadere gegevens verlangen voor het vaststellen van de beschikking
                                tot subsidieverlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.3 Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H103204_0_4_11_23_"> De subsidie, als bedoeld in hoofdstuk
                                3 van deze verordening<cursief>,</cursief> wordt geweigerd, voor
                                zover door verstrekking van de subsidie het in artikel 3.3 bedoelde
                                subsidieplafond wordt overschreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H103204_0_4_11_24_"> De subsidieverlening kan in ieder
                                geval worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te
                                nemen dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de maatregelen waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet of
                                        niet geheel zullen worden uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie
                                        verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                                        verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte
                                        activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten,
                                        voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van
                                        belang zijn. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H103204_0_4_11_25_"> De subsidieverlening kan voorts in
                                ieder geval worden geweigerd indien de aanvrager in het kader van de
                                aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
                                verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de
                                aanvraag zou hebben geleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.4 Beslistermijn aanvraag tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H103204_0_4_12_26_"> Het dagelijks bestuur beslist op de
                                aanvraag tot subsidieverlening binnen 8 weken na de datum waarop de
                                aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H103204_0_4_12_27_"> Het dagelijks bestuur kan de in het
                                eerste lid van dit artikel bedoelde termijn éénmaal met ten hoogste
                                8 weken verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5 Beschikking tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H103204_0_4_13_28_"> De beschikking tot
                                subsidieverlening:</al><lijst><li nr="a."><al>bevat een duidelijke omschrijving van de werkzaamheden
                                        waarvoor subsidie wordt verleend;</al></li><li nr="b."><al>vermeldt het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan
                                        worden vastgesteld, alsmede de wijze waarop dit is
                                        bepaald;</al></li><li nr="c."><al>regelt de verplichtingen die aan de subsidieontvanger worden
                                        opgelegd, waartoe ten minste behoren: </al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al>het voeren van een inzichtelijke en betrouwbare (financiële)
                                        administratie;</al></li><li nr="•"><al>het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de
                                        verrichte werkzaamheden en daaraan verbonden inkomsten en
                                        uitgaven;</al></li><li nr="•"><al>het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld
                                        in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk
                                        Wetboek op de in het kader van de subsidie gedane
                                        uitgaven;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H103204_0_4_13_29_"> In de beschikking tot
                                subsidieverlening kan worden opgenomen dat het dagelijks bestuur
                                bevoegd is om nadere uitvoeringsvoorschriften te geven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5. De subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.1 Aanvraag tot vaststellen van subsidie</titel></kop><al>De subsidieontvanger dient, uiterlijk 6 maanden na de eerste oplevering
                            van het werk, bij het dagelijks bestuur een aanvraag in voor de
                            beschikking tot subsidievaststelling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2 Gegevens bij de aanvraag tot vaststellen van
                                subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H103204_0_5_15_30_"> Bij de aanvraag van de beschikking
                                tot vaststelling van de subsidie worden ten minste de volgende
                                gegevens verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>een activiteitenverslag, bevattende de wijze waarop de
                                        subsidie is besteed en de daaraan verbonden verplichtingen
                                        zijn nageleefd;</al></li><li nr="b."><al>een financieel verslag, bevattende een gespecificeerd
                                        overzicht van baten en lasten, die samenhangen met de
                                        gesubsidieerde activiteit;</al></li><li nr="c."><al>een accountantsverklaring omtrent de getrouwheid van het
                                        financieel verslag.</al></li><li nr="d."><al>het proces-verbaal van (eerste) oplevering van de
                                        werk(zaamhed)en.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H103204_0_5_15_31_"> Het dagelijks bestuur kan nadere
                                gegevens verlangen voor het vaststellen van de beschikking tot
                                subsidievaststelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.3 Beslistermijn aanvraag tot
                                subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H103204_0_5_16_32_"> Het dagelijks bestuur beslist op de
                                aanvraag tot subsidievaststelling binnen 13 weken na de datum van
                                ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H103204_0_5_16_33_"> Het dagelijks bestuur kan de in het
                                eerste lid van dit artikel bedoelde termijn éénmaal met ten hoogste
                                13 weken verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.4 Beschikking tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H103204_0_5_17_34_"> Het dagelijks bestuur stelt het
                                bedrag van de subsidie in beginsel overeenkomstig de beschikking tot
                                subsidieverlening vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H103204_0_5_17_35_"> De subsidie kan lager worden
                                vastgesteld indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet
                                        geheel hebben plaatsgevonden;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de
                                        subsidie verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                        verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
                                        gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot
                                        subsidieverlening zou hebben geleid, of</al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                        subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H103204_0_5_17_36_"> Voor zover het bedrag van de subsidie
                                afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor
                                subsidie is verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als
                                noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de
                                subsidie niet in aanmerking genomen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6. Intrekking en wijziging</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.1</titel></kop><al>Het bepaalde in afdeling 4.2.6. van de Awb inzake de intrekking en
                            wijziging van de subsidieverlening en de subsidievaststelling is van
                            overeenkomstige toepassing op de subsidieverlening en vaststelling door
                            het dagelijks bestuur krachtens de onderhavige verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7 Voorschotten en betaling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7.1 Voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H103204_0_7_19_37_"> Het dagelijks bestuur kan op verzoek,
                                na vaststelling van de beschikking tot subsidieverlening,
                                voorschotten verlenen aan de subsidieontvanger.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H103204_0_7_19_38_"> De beschikking tot subsidieverlening
                                vermeldt het bedrag van het voorschot met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover het betreft de subsidie als bedoeld in hoofdstuk
                                        2 van deze verordening, ten hoogste 80% van het bedrag,
                                        waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, naar
                                        rato van de voortgang van de uitvoering van de werkzaamheden
                                        wordt betaald;</al></li><li nr="b."><al>voor zover het betreft de subsidie als bedoeld in hoofdstuk
                                        3 van deze verordening, ten hoogste 10% van het bedrag,
                                        waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, ten
                                        tijde van het opstellen van het bestek en ten hoogste 80%
                                        van voornoemd bedrag naar rato van de voortgang van de
                                        uitvoering van de werkzaamheden wordt betaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2 Betaling</titel></kop><al>Het subsidiebedrag wordt binnen 8 weken na de subsidievaststelling
                            betaald onder verrekening van de betaalde voorschotten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8 rapportage</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.1</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H103204_0_8_21_39_"> Het dagelijks bestuur rapporteert
                                jaarlijks in het kader van de jaarrekening aan het algemeen bestuur
                                over de in het afgelopen jaar verstrekte subsidies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H103204_0_8_21_40_"> Eenmaal in de vijf jaren overlegt het
                                dagelijks bestuur een rapportage aan het algemeen bestuur over de
                                doeltreffendheid en de effecten van de verleende subsidies in de
                                praktijk. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 9. Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.1 Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet treft het dagelijks
                            bestuur een voorziening. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.2 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die van de
                            bekendmaking en treedt in werking op 1 januari 2003.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.3 Looptijd</titel></kop><al>Deze verordening vervalt op 1 januari 2009, met dien verstande dat zij
                            van kracht blijft op aanvragen om subsidie die uiterlijk op 31 december
                            2008 zijn ingediend en onder de voorwaarde dat de maatregelen waarvoor
                            subsidie wordt aangevraagd uiterlijk 31 december 2009 worden
                            opgeleverd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.4 Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening kan worden aangehaald als 'Subsidieverordening
                            waterkwaliteitsspoor hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht'.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>Bijlage 1</titel></kop><al>Bijlage 1 Subsidieverordening</al><al>Overzicht omslagpunten</al><al>Onderscheid kan worden gemaakt tussen omslagbedragen voor de doelmatige aanleg
                    van riolering en omslagbedragen voor de financiële kostenverdeling (t.g.v. DUIV
                    en de bestuursovereenkomst Noord-Holland).</al><al>· Milieutechnische omslagpunten.</al><al>De milieutechnische omslagpunten worden gebruikt om een afweging te maken voor
                    het al dan niet aanleggen van riolering in het buitengebied. Genoemde
                    omslagpunten zijn ingedeeld naar kwetsbaarheid van het gebied en zijn per
                    grondsoort verschillend. </al><al>Toepassing van een IBA brengt voor AGV een extra inspanning met zich mee voor
                    vergunningverlening, controle en waterkwaliteitsonderzoek. De kosten die hier
                    voor AGV aan verbonden zijn, zijn gekapitaliseerd op circa € 4.537,- per IBA. In
                    de situatie waarin de kosten van aanleg van riolering hoger zijn dan het
                    provinciale omslagpunt, is het zinvoller de middelen die nu voor beheer en
                    onderhoud dienen te worden gereserveerd aan te wenden voor extra investering in
                    riolering. In de kwetsbare en zeer kwetsbare gebieden verleent AGV dan ook een
                    subsidie per aansluiting boven de provinciale omslagpunten. Dit leidt er in
                    feite toe dat de omslagpunten verhoogd worden.</al><table><title>Tabel: omslagpunten voor lozingen tot en met 3 v.e. voor de provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Holland (inclusief subsidie AGV).</title><tgroup cols="10"><colspec colname="C10" colnum="10"/><colspec colname="C9" colnum="9"/><colspec colname="C8" colnum="8"/><colspec colname="C7" colnum="7"/><colspec colname="C6" colnum="6"/><colspec colname="C5" colnum="5"/><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al><cursief>Zand</cursief></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al><cursief> Klei</cursief></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al><vet><cursief>Veen</cursief></vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Omvang lozing</al></entry><entry><al>Niet kwetsbaar</al></entry><entry><al>Kwetsbaar</al></entry><entry><al>Zeer kwetsbaar</al></entry><entry><al>Niet kwetsbaar</al></entry><entry><al>kwetsbaar</al></entry><entry><al>Zeer kwetsbaar</al></entry><entry><al>Niet kwetsbaar</al></entry><entry><al>Kwetsbaar</al></entry><entry><al>Zeer kwetsbaar</al></entry></row><row><entry><al>0-3 v.e.</al></entry><entry><al>6.805</al></entry><entry><al><cursief>13.159</cursief></al></entry><entry><al><cursief>16.336</cursief></al></entry><entry><al><cursief>6.805</cursief></al></entry><entry><al><cursief>14.067</cursief></al></entry><entry><al><cursief>18.151</cursief></al></entry><entry><al><cursief>6.805</cursief></al></entry><entry><al><cursief>15.428</cursief></al></entry><entry><al><cursief>21.781</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>· Financiële omslagpunten</al><al>De financiële omslagpunten geven de verdeling van de kosten tussen gemeente en
                    AGV. AGV verleent subsidie op de kosten voor aanleg van de riolering volgens
                    deze verordening. </al><al>In onderstaande tabellen is de verdeling van de financieringskosten van
                    ongezuiverde lozingen in het buitengebied weergegeven. De daarbij weergegeven
                    kostenverdeling tussen gemeente en burgers is in handen van de gemeenten maar is
                    voor de overzichtelijkheid hier wel vermeld. Basis voor de verdeling zijn het
                    ontheffingbeleid van de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht en de
                    subsidieregeling van AGV. Met omslagpunt wordt het omslagpunt volgens de
                    provinciale nota’s en de bestuursovereenkomst van 13 maart 2002 bedoeld
                    (exclusief subsidie AGV). In de bestuursovereenkomst wordt alleen voor niet
                    kwetsbaar gebied nog gesproken over het omslagpunt. Voor de overige gebieden
                    gelden de bedragen als basis voor de kostenverdeling. In tegenstelling hierop
                    hanteert AGV de in bovenstaande tabel genoemde bedragen wel expliciet als
                    omslagpunten, mede gebaseerd op het begrip “laagst maatschappelijke
                    kosten”.</al><table><title>Tabel financieringskosten van ongezuiverde lozingen in niet kwetsbaar gebied </title><tgroup cols="3"><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><tbody><row><entry><al> Niet kwetsbaar gebied</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Saneringswijze</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Riolering</al></entry><entry><al>Verbeterde septic-tank</al></entry></row><row><entry><al>Gemeente</al></entry><entry><al>Maximaal het omslagpunt</al></entry><entry><al>Eventueel subsidie aan particulier</al></entry></row><row><entry><al>AGV</al></entry><entry><al> Geen</al></entry><entry><al> Geen</al></entry></row><row><entry><al>Provincie </al></entry><entry><al>Geen</al></entry><entry><al>Geen</al></entry></row><row><entry><al>Burger</al></entry><entry><al>Particuliere deel huisaansluiting </al><al>Rioolrecht</al></entry><entry><al> Aanleg, beheer en onderhoud</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><title>Tabel financieringskosten van ongezuiverde lozingen in kwetsbaar gebied</title><tgroup cols="5"><colspec colname="C5" colnum="5"/><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><tbody><row><entry><al>Kwetsbaar gebied</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Saneringswijze</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Riolering</al></entry><entry><al> Alternatief &lt; € 6.805,-</al></entry><entry><al>Alternatief € 6.805 - 9.530</al></entry><entry><al>Alternatief &gt; € 9.530,-</al></entry></row><row><entry><al>Gemeente &amp; Burger</al></entry><entry><al>Maximaal</al><al>€ 9.530,-</al></entry><entry><al>Maximaal € 6.805,-</al></entry><entry><al> Minimaal € 6.805,- + 1/3 deel tot maximaal € 908,-</al></entry><entry><al>Minimaal € 6.805,- plus € 908,-</al></entry></row><row><entry><al>AGV</al></entry><entry><al>Maximaal</al><al>Zand: € 3.630,-</al><al>Klei: € 4.538,-</al><al>Veen: € 5.899,-</al></entry><entry><al>Geen</al></entry><entry><al>1/3 deel tot maximaal € 908,- &amp; beheer en onderhoud</al></entry><entry><al>Minimaal € 908,- &amp; beheer en onderhoud</al></entry></row><row><entry><al>Provincie</al></entry><entry><al>Geen</al></entry><entry><al> Geen</al></entry><entry><al>1/3 deel tot maximaal € 908,-</al></entry><entry><al>Minimaal € 908,-</al></entry></row><row><entry><al>Burger</al></entry><entry><al>Particuliere deel huisaansluiting</al><al>Rioolrecht</al></entry><entry><al>Maximaal € 3.175,- &amp; Particuliere deel
                                        huisaansluiting</al></entry><entry><al>Maximaal € 3.175,- &amp; Particuliere deel
                                        huisaansluiting</al></entry><entry><al> Maximaal € 3.175,- &amp; Particuliere deel
                                        huisaansluiting</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><title>Tabel financieringskosten van ongezuiverde lozingen in zeer kwetsbaar gebied</title><tgroup cols="5"><colspec colname="C5" colnum="5"/><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><tbody><row><entry><al>Zeer kwetsbaar gebied</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Saneringswijze</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Riolering</al></entry><entry><al> Alternatief &lt; € 6.805,-</al></entry><entry><al>Alternatief € 6.805 - 12.250</al></entry><entry><al>Alternatief &gt; € 12.250,-</al></entry></row><row><entry><al>Gemeente &amp; Burger</al></entry><entry><al>Maximaal € 12.250,- </al></entry><entry><al> Maximaal € 6.805,-</al></entry><entry><al> Maximaal € 6.805,-</al></entry><entry><al>Minimaal € 6.805,- plus € 1.815,- </al></entry></row><row><entry><al>AGV</al></entry><entry><al>Maximaal</al><al>Zand : € 4.086,-</al><al>Klei: € 5.901,-</al><al>Veen: € 9.531,-</al></entry><entry><al>Geen</al></entry><entry><al> 1/3 deel tot maximaal € 1.815,- &amp; beheer en
                                        onderhoud</al></entry><entry><al> Minimaal € 1.815,- &amp; beheer en onderhoud</al></entry></row><row><entry><al>Provincie</al></entry><entry><al>Geen</al></entry><entry><al> Geen</al></entry><entry><al> 1/3 deel tot maximaal € 1.815,-</al></entry><entry><al> Minimaal € 1.815,-</al></entry></row><row><entry><al> Burger</al></entry><entry><al>Particuliere deel huisaansluiting</al><al>Rioolrecht </al></entry><entry><al>Maximaal € 3.175,- &amp; Particuliere deel huisaansluiting
                                    </al></entry><entry><al> Maximaal € 3.175,- &amp; Particuliere deel
                                        huisaansluiting</al></entry><entry><al> Maximaal € 3.175,- &amp; Particuliere deel
                                        huisaansluiting</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2</titel></kop><al>Inhoud saneringsplan waterkwaliteitspoor stedelijk gebied</al><al><vet>Omschrijving totale plan en deelplannen</vet></al><al>Inventarisatie</al><al>Om een saneringsplan te kunnen opstellen zijn de volgende onderzoekgegevens
                    nodig:</al><al>1. resultaat emissieberekeningen van het gemengde rioolstelsels overeenkomstig
                    de basisinspanning riolering en goedkeuring AGV hierover;</al><al>2. resultaat waterkwaliteittoets met vaststelling knelpunt – overstorten en
                    ernst knelpunten;</al><al>3. functiebeschrijving oppervlaktewater en ecologische doelstelling;</al><al>4. gebiedsbeschrijving (water, oevers, riolering en directe stedelijke
                    omgeving);</al><al>5. overzichtstekening met oppervlaktewater– en afvalwatersysteem;</al><al>6. beschrijving van eventuele overige gesignaleerde knelpunten, zoals
                    veedrenkprobleem, natuuronvriendelijke oevers, ontbreken ecologische
                    verbindingzone, negatieve belevingswaarde water, knelpunt volksgezondheid,
                    kwantiteitsproblemen (bergingstekort) etc.</al><al>Gebiedsgerichte aanpak</al><al>Bij de gebiedsgerichte aanpak dient aan de volgende punten in de rapportage
                    aandacht te worden besteedt:</al><al>1. Met de uitvoering wordt voldaan aan de basisinspanning en het
                    waterkwaliteitspoor;</al><al>2. De uitvoering geeft tevens oplossing aan veedrenk- of
                    volksgezondheid-knelpunten;</al><al>3. De uitvoering mede baseren op de watertoets 21e eeuw (vasthouden – bergen –
                    afvoeren);</al><al>4. Elke ingreep leidt tot een duurzaam stedelijk watersysteem;</al><al>5. Een meer duurzame aanpak (sanering aan de bron) heeft voorkeur boven een
                    sectorale aanpak (end-of-pipe);</al><al>6. Uitvoering zoveel als mogelijk met andere werkzaamheden combineren</al><al>7. Visie op baggeren en dagelijks beheer;</al><al>8. Betrokkenheid omgeving (burgers en bedrijfsleven): van voorlichting tot
                    zonodig coproductie;</al><al>9. Visie op belevingswaarde watersysteem (oppervlaktewater, oevers en
                    bronaanpak);</al><al>10. Indien nodig planontwikkeling baseren op watersysteemanalyse.</al><al><vet>Kaarten en tekeningen</vet></al><al>Op de overzichtstekening (schaal 1: 10.000 of 1: 5.000) worden aangegeven:</al><al>1. de gemeentegrenzen;</al><al>2. de bebouwde kom grenzen volgens de wegenwet;</al><al>3. de functie van het water en ecologische doelstellingen;</al><al>4. de (toekomstige) bestemmingen in het gebied;</al><al>5. de lozingswerken, nieuwbouwlocaties, uitbreidingen;</al><al>6. de huidige riolering, gemalen en eventueel gemalen en persleidingen van
                    AGV;</al><al>7. zonodig aanvullende gegevens over grondwater, waterkwantiteit en
                    waterberging, peilbeheer, vegetatie, drinkwateronttrekkingen, eutrofiëring en
                    verdroging;</al><al>Inhoud jaarlijkse subsidieaanvraag:</al><al>1. Ontwerptekeningen van de maatregelen;</al><al>2. Beschrijving van de maatregelen;</al><al>Definitieve begroting van de maatregelen.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 3</titel></kop><al>Modelconvenant</al><al><cursief>Het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, te dezen rechtsgeldig
                        vertegenwoordigd door de dijkgraaf, de heer J. de Bondt, handelende ter
                        uitvoering van het besluit van het algemeen bestuur d.d. ……………... 200., nr.
                        AB 0./.. hierna te noemen het hoogheemraadschap; </cursief></al><al><cursief>en </cursief></al><al><cursief>de gemeente ……………….., te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de
                        burgemeester, de heer/mevrouw ………………………………., handelende ter uitvoering van
                        het besluit van B&amp;W d.d. …………………. 200., nr. .., hierna te noemen de
                        gemeente;</cursief></al><al/><al><cursief>gezamenlijk te noemen partijen;</cursief></al><al><cursief>Overwegen de hierna genoemde zaken:</cursief></al><al><vet><cursief>Wettelijk, beleids- en financieel kader</cursief></vet></al><al><cursief>1. </cursief><cursief>In de Wet milieubeheer is de gemeentelijke
                        zorgplicht voor de inzameling en het transport van afvalwater
                        vastgelegd.</cursief></al><al><cursief>2. </cursief><cursief>De verantwoordelijkheid van de rioolbeheerder
                        voor het voorkomen van nadelige gevolgen van de lozingen uit de riolering in
                        het oppervlaktewater is vastgelegd in de Wet verontreiniging
                        oppervlaktewater. </cursief></al><al><cursief>3. </cursief><cursief>De gemeente draagt de kosten van de uitvoering
                        van de basisinspanning.</cursief></al><al><cursief>4. </cursief><cursief>De verantwoordelijkheid van de waterbeheerder
                        voor de kwaliteit van het oppervlaktewater is in de Wet verontreiniging
                        oppervlakte­wateren vastgelegd.</cursief></al><al><cursief>5. </cursief><cursief>In het waterbeheersplan 2000 – 2004 is vastgelegd
                        dat AGV financieel bijdraagt aan maatregelen die verder gaan dan de
                        basisinspanning, voorzover deze leiden tot het opheffen van de
                        geconstateerde knelpunten. Dit beleid is verder uitgewerkt in de
                        Subsidieverordening Waterkwaliteitsspoor van AGV (februari 2003). Deze
                        bijdrage is 80% voor duurzame maatregelen en 30% voor minder duurzame
                        maatregelen.</cursief></al><al><cursief>5a In het beleid van het hoogheemraadschap is vastgelegd dat AGV
                        financieel bijdraagt aan maatregelen die verder gaan dan de basisinspanning,
                        voorzover deze leiden tot het opheffen van de geconstateerde knelpunten. Dit
                        beleid is verder uitgewerkt in de Subsidieverordening Waterkwaliteitsspoor
                        van AGV (aangepast per juli 2006). </cursief></al><al><cursief> Deze bijdrage is 50% voor duurzame (bron)maatregelen (met dien
                        verstande dat de subsidie voor afkoppeling van verhard oppervlak ten hoogste
                        € 20,- per m2 afgekoppeld verhard oppervlak bedraagt) en 15% voor minder
                        duurzame, sectorale (end-of-pipe) maatregelen.</cursief></al><al><cursief>6. </cursief><cursief>Met respect voor de wettelijke
                        verantwoordelijkheden, willen partijen vanuit het streven naar een goede
                        relatie deze problemen in samenwerking oplossen. Bij de aard van de
                        oplossingen zijn duurzaamheid, (kosten)effectiviteit en beheerbaarheid
                        uitgangspunt. </cursief></al><al><vet><cursief>De gemengde riolering in ………. </cursief></vet></al><al><cursief>7. </cursief><cursief>Gemeente …….. ligt in het beheergebied van het
                        hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht. In het Basisrioleringsplan is
                        aangegeven dat het gemengd rioolstelsel in de huidige situatie ..
                        overstorten naar oppervlaktewater heeft. </cursief></al><al><cursief>8. </cursief><cursief>……………. overstortlocaties vanuit de riolering in
                        ………………………. hebben een onaanvaardbaar negatieve invloed op de kwaliteit van
                        het ontvangend oppervlaktewater.</cursief></al><al/><al><vet><cursief>Verbetering van de relatie tussen riolering en
                            waterkwaliteit</cursief></vet></al><al><cursief>9. </cursief><cursief>Ingevolge de basisinspanning zal de gemeente
                    </cursief></al><al><cursief>10. </cursief><cursief>Het onderzoek naar aanvullende maatregelen om de
                        knelpunten in de waterkwaliteit die het gevolg zijn van de
                        riooloverstortingen op te heffen, heeft ook geleid tot een optimalisatie van
                        het maatregelenpakket. Na realisatie van deze maatregelen voldoet de
                        gemeente ……………….. aan de basisinspanning voor de gemengde riolering en zijn
                        er ten gevolge van de resterende overstortingen geen onaanvaardbare effecten
                        meer te verwachten voor de kwaliteit van het ontvangend
                        oppervlaktewatersysteem.</cursief></al><al><cursief>11. </cursief><cursief>De te treffen maatregelen in het kader van de
                        basisinspanning en het waterkwaliteitspoor zijn opgenomen in het
                        Basisrioleringsplan. De maatregelen en de planning zullen worden opgenomen
                        in de Wvo-vergunning van de gemeente ………………………….. voor lozingen uit de
                        riolering en zijn tevens vermeld in tabel 1. </cursief></al><al><cursief>12. </cursief><cursief>Tussen gemeente en hoogheemraadschap is een
                        voorlopige planning van de maatregelen overeengekomen. De planning is
                        opgenomen in de Wvo-vergunning van de gemeente …………………………………… voor lozingen
                        uit de riolering en tevens vermeld in de tabel 1. </cursief></al><table><title>Tabel 1 overzicht maatregelen en planning uitvoering</title><tgroup cols="3"><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al>Maatregel</al></entry><entry><al>Uit te voeren in</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>13. </cursief><cursief>De gemeente voert in verband met de
                        Wvo-vergunning en de subsidieverlening in overleg met het hoogheemraadschap
                        de maatregelen uit. </cursief></al><al><cursief>14. </cursief><cursief>Het afkoppelen van verhard oppervlak gebeurt op
                        milieuverantwoorde wijze, zodat met de lozingen van regenwater geen nieuwe
                        onaanvaardbare nadelige milieu-effecten in oppervlaktewater
                        ontstaan.</cursief></al><al><vet><cursief>Kosten en financiering van de
                        verbeteringsmaatregelen</cursief></vet></al><al><cursief>15. </cursief><cursief>De totale kosten van de maatregelen voor het
                        waterkwaliteitspoor zijn geraamd op € …………………………. (exclusief BTW), zie tabel
                        2.</cursief></al><al><cursief>16. </cursief><cursief>Voor het ramen van de kosten van de maatregelen
                        is van het volgende uitgegaan:</cursief></al><al>- <cursief>De kosten voor het afkoppelen van verhard oppervlak zijn door de
                        gemeente ingeschat op € ……………….. per vierkante meter (exclusief
                        BTW).</cursief></al><al>- <cursief>Er zijn geen kosten opgenomen van maatregelen die volledig door de
                        gemeente worden gefinancierd (basisinspanning).</cursief></al><al>- <cursief>In dit convenant is het prijspeil 200. gehanteerd.</cursief></al><al><cursief>17. </cursief><cursief>Het hoogheemraadschap draagt in het kader van
                        het waterkwaliteitsspoor voor de uitvoering van het afkoppelen van ……………… m2
                        verhardingen voor 50%, tot een maximum van € 20,- /m2 (in de subsidiabele
                        kosten) bij. Dit betekent een geraamde bijdrage ter grootte van €
                        ……………………….,- (exclusief BTW). </cursief></al><al><cursief>18. </cursief><cursief>De subsidieverlening, subsidievaststelling,
                        voorschotten, betaling en -vaststelling geschiedt conform de
                        ‘Subsidieverordening Waterkwaliteitsspoor’, die op 20 februari 2003 door het
                        hoogheemraadschap is vastgesteld en gewijzigd op 6 juli 2006.
                    </cursief></al><al><cursief>19. </cursief><cursief>De kosten van het afkoppelen in het kader van
                        het waterkwaliteitsspoor bedragen voor de gemeente € ..,- (exclusief BTW).
                        Zie tabel 2.</cursief></al><table><title>Tabel 2 Kosten maatregelen (exclusief BTW)</title><tgroup cols="5"><colspec colname="C5" colnum="5"/><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al>Maatregel</al></entry><entry><al>Kosten</al></entry><entry><al>Kosten gemeente</al></entry><entry><al>Bijdrage AGV*</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Totaal</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>*Betreft inschatting van bijdrag</cursief></al><al><cursief>20. </cursief><cursief>De planning van de te verwachten uitkeringen van
                        AGV aan de gemeente ….. is opgenomen in tabel 3. Deze planning en de hoogte
                        van de bijdragen is tot stand gekomen op basis van de planning van
                        uitvoering van de maatregelen (tabel 1) en de geraamde kosten van de
                        maatregelen (tabel 2).</cursief></al><table><title>Tabel 3 Planning uitkering bijdrage AGV (exclusief BTW)</title><tgroup cols="5"><colspec colname="C5" colnum="5"/><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al>Jaar</al></entry><entry><al>2004</al></entry><entry><al>2005</al></entry><entry><al>2006</al></entry><entry><al>Totaal</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>Geraamde bijdrage</al></entry><entry><al>€.......,-</al></entry><entry><al>€.......,-</al></entry><entry><al>€.......,-</al></entry><entry><al>€.......,-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>21. </cursief><cursief>Wijziging in de planning van het aanvragen van
                        voorschotten en/of subsidies dienen vooraf goedkeuring te hebben van beide
                        partijen. Jaarlijks wordt hiervoor, indien van toepassing, de afspraken in
                        overleg aangepast.</cursief></al><al/><al><cursief>Verklaren als volgt:</cursief></al><al><cursief>I. </cursief><cursief>Partijen leggen hiermee de basis voor een meer op
                        duurzaamheid gerichte verbetering van de riolering in ………………………... Daarbij
                        onderschrijven zij de intentie dat de laagst maatschappelijke kosten - in
                        relatie tot het streven naar een gezond en veerkrachtig watersysteem - het
                        uit­gangs­punt vormt voor de verbetering van de riolering.</cursief></al><al><cursief>II. </cursief><cursief>De gemeente is bereid de in de overwegingen
                        vermelde maatregelen tijdig te treffen, waarbij zij de kosten van een deel
                        van het waterkwaliteitspoor voor haar rekening neemt, zijnde € ……………………….,-
                        (prijspeil 200., exclusief BTW).</cursief></al><al><cursief>III. </cursief><cursief>Het hoogheemraadschap is bereid het resterende
                        deel van de kosten van het waterkwaliteitspoor voor zijn rekening te nemen,
                        zijnde € …………………………,- (prijspeil 200., exclusief BTW).</cursief></al><al><cursief>IV. </cursief><cursief>De in dit convenant genoemde bedragen zijn
                        richtbedragen op basis van prijspeil 200.. Verrekening van de bedoelde
                        kosten vindt plaats aan de hand van de werkelijk gemaakte kosten conform de
                        Subsidieverordening Waterkwalilteitsspoor van 20 februari 2003, aangepast 6
                        juli 2006.</cursief></al><al/><al><cursief>Aldus overeengekomen, opgemaakt in tweevoud en
                    ondertekend;</cursief></al><al><cursief>hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht gemeente
                    ……………………</cursief></al><al><cursief>……………………………… ….……………………….</cursief></al><al><cursief>(dijkgraaf, J. de Bondt) (burgemeester, ……………………………………)</cursief></al><al><cursief>te ………………………….……. te ………………………….……</cursief></al><al><cursief>op ………………….…… 200. op ………………….…… 200.</cursief></al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 4</titel></kop><al>Inhoud saneringsplan buitengebied </al><al><vet>Omschrijving totale plan en deelplannen</vet></al><al>Inventarisatie</al><al>Inventarisatie van zowel de ongesaneerde als de reeds gesaneerde lozingen (vanaf
                    1985) vanuit percelen in het buitengebied. Voor beide typen lozingen zijn de
                    volgende punten van belang:</al><al>1. het adres van het lozende perceel;</al><al>2. de kwetsbaarheid van het gebied waarin de lozing plaatsvindt;</al><al>3. de aard van het perceel (woning/woonboot/bedrijf/recreatie);</al><al>4. de omvang van de lozing (uitgedrukt in v.e.’s).</al><al>Daarnaast zijn voor de ongezuiverde lozingen de volgende punten van belang:</al><al>1. de lozingsplaats (bodem/oppervlaktewater);</al><al>2. een eventuele aanwezige zuiveringstechnische voorziening (zoals bijvoorbeeld
                    een septic-tank (inhoud), biorotor, helofytenfilter etc.);</al><al>3. de afstand tot bestaande riolering (groter of kleiner dan 40 m, in verband
                    met Wvo en LB);</al><al>4. de grondsoort ter plaatse (zand, klei of veen);</al><al>5. de kosten voor de aanleg van riolering (volgens de kostenkentallen van de
                    Leidraad Riolering.);</al><al>6. het (sub)clusternummer.</al><al><cursief>Emissiereductie</cursief></al><al>1. de gehanteerde reductiepercentages van septictanks, IBA’s en riolering;</al><al>2. de gehanteerde (eenheids)prijzenlijst voor het berekenen van de kosten voor
                    de aanleg van riolering;</al><al>3. de te bereiken emissiereductiedoelstelling per gebiedstype;</al><al>4. de berekeningswijze van de emissiereductie.</al><al>Gebiedsgerichte aanpak</al><al>Bij de gebiedsgerichte aanpak dient aan de volgende punten in de rapportage
                    aandacht te worden besteedt:</al><al>1. welke lozingen dienen aangesloten te worden in het kader van de wet
                    verontreiniging oppervlaktewater en het lozingenbesluit bodembescherming;</al><al>2. kan er een centraal systeem aangelegd worden;</al><al>3. kan de uitvoering met andere werkzaamheden gecombineerd worden; </al><al>4. bepaling van de omslagpunten van de percelen; </al><al>5. op basis van de omslagpunten vaststellen welke gebieden/clusters gerioleerd
                    moeten worden en welke in aanmerking komen voor een alternatief; </al><al>6. controle of aan de hand van de voorlopige saneringsmethode de
                    emissiereductiedoelstelling wordt gehaald;</al><al>7. bepalen van de nog te behalen emissiereductie.</al><al>Tot slot wordt opgemerkt dat van de omslagpunten afgeweken kan worden, mits dit
                    op goed gemotiveerde wijze gebeurt. Beoordeling van de motivatie is in handen
                    van de betrokken provincie.</al><al>Locatiegerichte verfijning </al><al>Bij de locatiegerichte verfijning worden de volgende punten behandeld:</al><al>1. een mogelijke verscherping van de basisinspanning emissiereductie;</al><al>2. de vuilemissie in relatie tot lokale omstandigheden;</al><al>3. het definitief vaststellen van clusters, waarbij doelstelling benedenstroomse
                    situaties prevaleren boven die van bovenstroomse;</al><al>4. het oplossen van eventuele knelpunten;</al><al>5. afstemming van de definitie en invulling van het begrip
                    ‘milieurendement’.</al><al>Ad 2: Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld lozingen in kopsloten en percelen
                    die zich op de grens van twee gebiedstypen bevinden.</al><al>De integrale afweging</al><al>In de laatste stap van het maatwerkoverleg vindt een integrale afweging plaats
                    met andere rioleringsplannen van de gemeente. Centraal staat de vraag hoe de
                    sanering van het buitengebied te integreren is met andere plannen van de
                    gemeente? Aandacht wordt besteed aan:</al><al>1. het treffen van andere saneringsmaatregelen, b.v. overstorten;</al><al>2. het realiseren van randvoorzieningen;</al><al>3. welke werken zijn reeds (ongesubsidieerd) uitgevoerd en hoe zijn die
                    gefinancierd?;</al><al>4. de organisatie en financiering van de uitvoering;</al><al>5. de gestelde termijnen;</al><al>6. prioriteit bij aanpak zeer kwetsbare gebieden;</al><al>7. het totale GRP.</al><al>Ter ondersteuning van de inventarisatie is een tabel ontwikkeld. De tabel is
                    hieronder weergegeven. Voor elk gebiedstype dient een nieuwe tabel gebruikt te
                    worden. </al><al><vet>Zie figuren verordening 2006.pdf voor tabel gebiedstype </vet></al><al><vet>Kaarten en tekeningen</vet></al><al>Op de overzichtstekening met een topografische ondergrond (bij voorkeur GBKN,
                    schaal 1: 10.000 of 1: 5.000) worden aangegeven:</al><al>1. de gemeentegrenzen volgens de wegenwet;</al><al>2. de buitengebiedgrenzen;</al><al>3. de kwetsbaarheid van het gebied;</al><al>4. de grondsoort van het gebied;</al><al>5. de percelen in het buitengebied, nieuwbouwlocaties, uitbreidingen;</al><al>6. de huidige riolering, gemalen en eventueel gemalen en persleidingen van
                    AGV;</al><al>7. logische clusteringen van percelen in buitengebied.</al><al>Eventueel worden nadere detailtekeningen van clusters i.v.m.
                    grondaankoop/plaatsing IBA’s gemaakt.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 5</titel></kop><al>Overzicht duurzame en sectorale maatregelen waterkwaliteitsspoor</al><table><title>Tabel, overzicht duurzame en sectorale maatregelen waterkwaliteitsspoor</title><tgroup cols="3"><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al>Max. 15%</al></entry><entry><al>Max. 50%</al></entry></row><row><entry><al>Duurzame (bron en watersysteem) maatregelen</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Omgevingsverantwoord afleiden hemelwater naar
                                        oppervlaktewater </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>x</al><al>max. € 20,- per m2</al></entry></row><row><entry><al>Omgevingsverantwoord infiltreren of percoleren van
                                        hemelwater naar de bodem</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>x</al><al>max. € 20,- per m2</al></entry></row><row><entry><al>Benutten van regenwater in woning, tuin en bedrijf</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>x</al></entry></row><row><entry><al>Coaten van dakgoten of vervangen uitlogende materialen</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>x</al></entry></row><row><entry><al>Aanleg helofytenfilter voor reiniging hemelwater</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>x</al></entry></row><row><entry><al>Opheffen directe vuilwaterlozingen</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>x</al></entry></row><row><entry><al>Opheffen overstorten zonder toename emissie elders</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>x</al></entry></row><row><entry><al id="anker-_ftnref1">Scheiden van vuilwater- en
                                        schoonwaterstromen</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>x</al></entry></row><row><entry><al>Aanleg vegetatiedaken </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>x</al></entry></row><row><entry><al>Aanleg wijkautowasplaats gevoed door regenwater</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>x</al></entry></row><row><entry><al>Definitief verkleinen afvoerend verhard oppervlak</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>x</al></entry></row><row><entry><al>Communicatie gericht op bewustwording burgers en bedrijven
                                        m.b.t. bronmaatregelen</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>x</al></entry></row><row><entry><al>Aanleg natuurvriendelijke oevers</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>x</al></entry></row><row><entry><al>Installeren flexibel (oppervlaktewater)peilbeheer</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>x</al></entry></row><row><entry><al>Vergroten waterberging oppervlaktewater</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>x</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Minder duurzame (end-of-pipe en watersysteem)
                                        maatregelen</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Afkoppelen van injecties bovenstroomse
                                        rioleringsgebieden</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Installeren Real Time Control (RTC) voor benutten
                                        rioolberging</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Ontzien van ketsbare locaties ontzien via RTC</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Ombouw naar verbeterd gescheiden stelsel</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Bouwen overstortbemaling</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Plaatsen van vuil-/olie-afscheiders</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Bouwen randvoorzieningen</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Bouwen retentievoorzieningen</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Sturen op verschil in vuilconcentratie</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Bouwen rioolstuwen</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Verbeteren vuilafvoerstructuur</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Vergroten bergingsinhoud van riolering of
                                        oppervlaktewater</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Vergroten hydraulische afvoercapaciteit</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Verhogen pompovercapaciteit</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Verlagen inslagpeil</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Verplaatsen of wijzigen van lozingspunten</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Doorspoelen oppervlaktewater</al></entry><entry><al>x</al></entry><entry><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al> Dit overzicht is niet uitputtend en kan worden aangevuld op basis van expert
                    judgement.</al><al>Aanvullingen hebben de goedkeuring van de afdeling Stedelijk Gebied nodig. </al><al id="anker-_ftn1"> Schoonwaterstroom is water dan niet vuiler is dan de
                    natuurlijke achtergrondwaarde ter plekke.</al><al> Doorspoelen van oppervlaktewater is tegengesteld aan WB21.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 6a</titel></kop><al><cursief>Overzicht subsidiabele kosten waterkwaliteitsspoor stedelijk
                        gebied</cursief></al><al>1. In de saneringskosten mogen de onderstaande kosten verwerkt zijn:</al><al>In zijn algemeenheid geldt dat alle redelijkerwijs noodzakelijke kosten voor
                    realisatie van de maatregel en de daaraan gestelde eisen in aanmerking komen
                    voor subsidie, maar waarbij wordt voldaan aan de hierna volgende
                    bepalingen.</al><al>· omleggen van kabels en leidingen en vervuilde grond, voorzover bij de
                    voorbereiding van de maatregelen aangegeven;</al><al>· de kosten van voorbereiding, ontwerp, communicatie en toezicht tijdens de
                    uitvoering volgens een vast percentage van 15% van de aanneemsom (ongeacht of
                    een en ander wordt uitbesteed of door het eigen gemeentelijke apparaat wordt
                    uitgevoerd). Indien in de aanneemsom voorbereiding– en/of ontwerpkosten zijn
                    begrepen, wordt dit percentage verhoudingsgewijs gereduceerd;</al><al>· <cursief>staartkosten (algemene kosten, uitvoeringskosten, eenmalige kosten en
                        winst en risico) die de aannemer opvoert zijn subsidiabel tot een maximum
                        van 20% van de feitelijk gedeclareerde kosten door de aannemer tot de eerste
                        oplevering.</cursief></al><al>· herstraten van wegen, indien het een regenwatermaatregel (bijvoorbeeld
                    permeabel maken of ‘op één oor leggen’ van de verharding) betreft;</al><al>· de kosten van vestiging van zakelijke rechten en de vooraf bepaalde vergoeding
                    voor schade;</al><al>· de uitvoering van regenwatermaatregelen;</al><al>· het herstellen in de oorspronkelijke staat van wegen en gronden waarin de
                    riolering is aangelegd;</al><al>· <cursief>het in de oorspronkelijke staat herstellen van gronden waarin de
                        maatregel is gerealiseerd;</cursief></al><al>· de kosten in verband met nutsaansluitingen, CAR – verzekering;</al><al>· de kosten met betrekking tot grondwateronttrekking;</al><al>· de kosten van de accountantverklaring;</al><al>· <cursief>legeskosten;</cursief></al><al>· de omzetbelasting over de hierboven genoemde kosten, voor zover van
                    toepassing.</al><al><cursief>2. Subsidiabele kosten bij werk-met-werk maken</cursief></al><al><cursief>Voorzover de maatregel in combinatie met een ander werk wordt
                        uitgevoerd (werk met werk maken) moet expliciet gemaakt worden in hoeverre
                        deze kosten noodzakelijk zijn voor realisatie van de maatregel in het kader
                        van het waterkwaliteitsspoor. Indien kosten al noodzakelijk gemaakt werden
                        vanwege dat andere werk komen deze kosten niet ten laste van de kosten voor
                        het waterkwaliteitsspoor waarvoor subsidie van AGV mogelijk
                    is.</cursief></al><al>4. Als kosten worden niet in aanmerking genomen:</al><al>· <cursief>Kosten voor afvoer en stortkosten grond en/of slib</cursief></al><al>· kosten voor grondverwerving;</al><al>· kosten wegens achterstallig onderhoud;</al><al>· kosten van wegbeheer, groenbeheer en ander dagelijks gemeentelijk beheer;</al><al>· kosten die na de 1e oplevering worden gemaakt (over het algemeen
                    onderhoudswerk of herstellen van ‘slecht’ werk), tenzij daar vooraf met het
                    hoogheemraadschap afspraken over zijn gemaakt.</al><al>· <cursief>herstraten van wegen na dichtblokken en (een
                        zettingsperiode);</cursief></al><al>· <cursief>kosten van aanschaf en aanvoer wegverharding en afvoer
                        oude;</cursief></al><al>vervroegde afschrijving.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 6b</titel></kop><al>Overzicht subsidiabele kosten saneringsplan buitengebied</al><al>Bij toetsing van de aansluitkosten aan de omslagpunten mogen de onderstaande
                    kosten in de aansluitkosten zijn verwerkt. Deze kosten zijn subsidiabel. Niet
                    genoemde kosten mogen niet in de aansluitkosten zijn verwerkt.</al><al>· de kosten van vestiging van zakelijke rechten en de vergoeding voor
                    schade;</al><al>· de kosten van voorbereiding, ontwerp, communicatie en toezicht tijdens de
                    uitvoering volgens een vast percentage van 15% van de aanneemsom (ongeacht of
                    een en ander wordt uitbesteed of door het eigen gemeentelijke apparaat wordt
                    uitgevoerd). Indien in de aanneemsom voorbereiding– en/of ontwerpkosten zijn
                    begrepen, wordt dit percentage verhoudingsgewijs gereduceerd. Indien het gaat om
                    een specifiek communicatieproject (bijvoorbeeld gericht op de bewustwording van
                    burgers) zijn de kosten declarabel tot 80%;</al><al>· de uitvoeringskosten:</al><al>in geval van aansluitingen in kwetsbare gebieden met inbegrip van:</al><al>· de aansluiting voor zover die door de gemeente zullen worden beheerd en
                    onderhouden;</al><al>· het herstellen in de oorspronkelijke staat van wegen en gronden waarin de
                    riolering is aangelegd;</al><al>· de kosten in verband met nutsaansluitingen, CAR – verzekering;</al><al>· de kosten met betrekking tot grondwateronttrekking;</al><al>· de kosten van de accountantverklaring;</al><al>· de omzetbelasting over de hierboven genoemde kosten, voor zover van
                    toepassing.</al><al>Als kosten worden niet in aanmerking genomen:</al><al>· legeskosten;</al><al>· de kosten wegens achterstallig onderhoud;</al><al>· vervroegde afschrijving;</al><al>· kosten op particulier terrein.</al><al>Uitgegaan wordt van maatschappelijk aanvaardbare kosten.</al><al>Meer- en minderwerk moet vooraf worden goedgekeurd door het hoogheemraadschap.
                    Verrekening van meer- en minderwerk werk vindt plaats op basis van de verhouding
                    tussen de gemeentelijke kosten en de subsidie van het hoogheemraadschap.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>1. Algemeen</al><al>1.1 Inleiding</al><al>Deze verordening regelt het verstekken van subsidie door het hoogheemraadschap
                    aan de gemeenten in het beheersgebied, ten einde die gemeenten te stimuleren
                    om:</al><al>a. knelpunten in het stedelijk gebied, die veroorzaakt worden door
                    overstortingen van met hemelwater verdund afvalwater vanuit een gemengd
                    rioolstelsel op oppervlaktewater, op te heffen;</al><al>b. (extra) riolering in het buitengebied aan te leggen en daar waar riolering
                    niet haalbaar blijkt de aanleg, het beheer en onderhoud van alternatieven (IBA-
                    / CBA-systemen) te bevorderen.</al><al>Bij het opstellen van de tekst van de verordening is de inhoud van titel 4.2 van
                    de Algemene wet bestuursrecht, dat een aantal algemene voorschriften bevat over
                    subsidies, zoveel mogelijk in acht genomen. Formeel is deze titel niet van
                    toepassing op een subsidieverordening die uitsluitend voorziet in verstrekking
                    aan rechtspersonen die krachtens publieksrecht zijn ingesteld.</al><al>De (juridische) opzet en systematiek van de verordening is dat de gemeente eerst
                    een besluit tot verlening van subsidie aanvraagt en verkrijgt. Vervolgens gaat
                    de gemeente de te subsidiëren activiteiten uitvoeren, waarbij desgewenst door
                    het hoogheemraadschap voorschotten kunnen worden verstrekt. Nadat dit is gebeurd
                    vraagt de gemeente een besluit tot vaststelling van subsidie aan en wordt het
                    bedrag van de subsidie vastgesteld en uitgekeerd, zonodig onder aftrek van de
                    verleende voorschotten </al><al>Deze procedure schept voor de gemeente rechtszekerheid over de omvang van de
                    subsidie en geeft het hoogheemraadschap vroegtijdig inzicht in de omvang van de
                    bedragen die met subsidie gemoeid zijn. Daarnaast biedt deze procedure, wat
                    betreft de subsidie ten behoeve van de aanleg van riolering in het buitengebied,
                    voor het hoogheemraadschap de mogelijkheid om de uitvoering van urgente
                    projecten via prioritering te sturen.</al><al>1.2 Aanleiding voor en achtergrond van de subsidie voor opheffen knelpunten
                    stedelijk gebied.</al><al><vet><cursief>Wettelijk kader </cursief></vet></al><al>Het rioleringsbeheer in Nederland is een gemeentelijke taak. Deze taak raakt op
                    verschillende vlakken aan de taak van de waterbeheerder. Op basis van de Derde
                    Nota Waterhuishouding, NW3, [5] heeft de Commissie Uitvoering Wvo (CUWVO), thans
                    Commissie Integraal Waterbeheer (CIW), de eisen die aan het rioolbeheer worden
                    gesteld ondergebracht in een zogenaamd
                        <vet><cursief>tweesporenbeleid</cursief></vet>, bestaande uit:</al><al>1. het emissiespoor en </al><al>2. het waterkwaliteitsspoor.</al><al>Emissiespoor</al><al>Het emissiespoor, ook wel de <vet><cursief>basisinspanning</cursief></vet>
                    genoemd, is een gemeentelijke taak en omvat het doelmatig inzamelen van
                    afvalwater en het transport daarvan naar zuiveringsinrichtingen. Het doel van
                    het emissiespoor is het terugdringen van de gemiddelde en maximale vuilemissie
                    van alle overstorten in een gemeente tot het nationaal overeengekomen
                    referentieniveau. Hiermee wordt voldaan aan de Europese afspraken ter
                    verbetering van de waterkwaliteit in de Noordzee en grote rivieren (NAP/RAP). De
                    investeringen die voortvloeien uit het emissiespoor zijn op grond van de Wvo
                    voor rekening van de lozer, in dit geval de gemeente als rioolbeheerder. Ook
                    wanneer aan het emissiespoor is voldaan zullen echter van tijd tot tijd
                    overstortingen plaatsvinden vanuit het riool naar het oppervlaktewater. </al><al>Waterkwaliteitsspoor</al><al>Als aanvulling op het emissiespoor wordt het zogenaamde waterkwaliteits-
                            of<vet><cursief> immissiespoor</cursief></vet> gevolgd, waarbij door de
                    waterbeheerder een waterkwaliteits- of immissietoets wordt uitgevoerd. Uit deze
                    toetsing moet blijken of het volgen van het emissiespoor (de basisinspanning)
                    leidt tot een (door de waterbeheerder) gewenste water- en waterbodemkwaliteit
                    van het lokale oppervlaktewatersysteem waarop wordt geloosd. Wanneer uit de
                    toetsing blijkt dat dit niet het geval is, zijn aanvullende maatregelen gewenst.
                    Deze maatregelen kunnen betrekking hebben op afvalwaterbronnen, het
                    rioolwatersysteem en het oppervlaktewatersysteem. Ook het waterkwaliteitsspoor
                    is op basis van de Wvo in principe de verantwoordelijkheid van lozer op het
                    oppervlaktewater, oftewel de gemeente als rioolbeheerder. </al><al>In de Vierde Nota Waterhuishouding, NW4, [6], is stedelijk water expliciet als
                    speerpunt gepresenteerd. Van gemeenten en waterschappen wordt gevraagd om de
                    mogelijkheden voor het omgaan met water in de stad te optimaliseren. Bij diverse
                    water(kwaliteits)beheerders zijn reeds regelingen van kracht ter stimulering van
                    maatregelen in het kader van het waterkwaliteitsspoor (zie bijlage 1). De lijst
                    van regelingen in bijlage 1 is het resultaat van een inventarisatie ten behoeve
                    van de beleidsnota ‘Financiële taakafbakening tussen waterkwaliteitsbeheerder en
                    rioolbeheerder; Invulling waterkwaliteitsspoor’ uit 1998. In de regelingen is
                    sprake van uiteenlopende bijdragepercentages en ook de toepassingssfeer
                    verschilt, waardoor onderlinge vergelijking lastig is. </al><al><vet>Beleidskader AGV</vet></al><al>Ook in het WBP is stedelijk water als speerpunt opgenomen. Gemeenten werken
                    momenteel hard aan het emissiespoor (het ‘eerste spoor’ van het tweesporen
                    beleid). AGV voelt zich medeverantwoordelijk voor de invulling van het
                    waterkwaliteitsspoor (het ‘tweede spoor’ van het tweesporenbeleid) en koppelt
                    dit graag aan de activiteiten die nu al plaats vinden in het kader van het
                    eerste spoor door in samenwerking met gemeenten integrale maatregelenpakketten
                    op te stellen.</al><al>In het WBP is voorzien in het opstellen van een beleidsnota
                    ‘Waterkwaliteitsspoor stedelijk gebied’. Op diverse plaatsen wordt in het WBP
                    gerefereerd aan het waterkwaliteitsspoor. De cursief gedrukte passages geven
                    citaten uit het WBP weer. Over het emissie- en waterkwaliteitsspoor wordt
                    bijvoorbeeld het volgende opgemerkt (blz. 171):</al><al>“Het waterkwaliteitsspoor wordt gevolgd wanneer modelberekeningen aantonen dat
                    het uitvoeren van de basisinspanning niet zal leiden tot de gewenste verbetering
                    van de oppervlaktewaterkwaliteit. In dat geval zijn verdergaande maatregelen
                    noodzakelijk waarbij AGV een deel van de meerkosten zal financieren. Het
                    waterkwaliteitsspoor diende voor 2000 gerealiseerd te zijn. Deze termijn blijkt
                    uitvoeringstechnisch niet haalbaar te zijn voor de meeste gemeenten. AGV heeft
                    in de nota ‘Financiële taakafbakening tussen waterschap en rioolbeheerder’
                    daarom gesteld te streven om in samenwerking met gemeenten 75% van de knelpunten
                    voor 2005 en resterende knelpunten voor 2010 te saneren.”</al><al>In beheersrichtlijn b44 (blz. 180) staat onder andere vermeld:</al><al>· <cursief>“De gemeente betaalt de kosten van uitvoering die nodig (zouden) zijn
                        voor uitvoering van de goedkoopste wijze van uitvoering van de
                        basisinspanning.”</cursief></al><al>· <cursief>“AGV draagt financieel bij aan maatregelen die verder gaan dan de
                        basisinspanning, voor zover deze leiden tot een aanzienlijke verbetering van
                        de water(bodem)kwaliteit van stedelijk water. Afhankelijk van de
                        duurzaamheid van de maatregel kan deze bijdrage oplopen tot 100% van de
                        meerkosten ten opzichte van de kosten van de
                    basisinspanning.”</cursief></al><al>De bovengenoemde beheersrichtlijn, waarin AGV toezegt financieel bij te dragen
                    aan maatregelen die verder gaan dan het emissiespoor of de basisinspanning, is
                    de directe aanleiding voor het opstellen van de voor u liggende
                    subsidieverordening. In het WBP is dit verder verwoord in maatregel m37 (blz.
                    182):</al><al>“In samenwerking met gemeenten uitwerken van maatwerkoplossingen voor
                    verdergaande maatregelen aan het rioolstelsel met een voldoende hoog
                    milieurendement leidend tot de gewenste verbetering van de waterkwaliteit.
                    inclusief het afkoppelen van regenwater van bestaande (gemengde) stelsels. Deze
                    maatregel is gerelateerd aan optimalisatiestudies voor het afvalwatersysteem
                    (maatregel m41).”</al><al>In bijlage 4 van het WBP staan de financiële basisgegevens van deze maatregel
                    vermeld (blz. 322):</al><al><cursief>“investering 75 miljoen gulden van 1999 – 2014”</cursief></al><al>Deze paragraaf is geactualiseerd bij besluit AB d.d. 6 juli 2006 nr. AB
                    06/039.</al><al>1.2 Aanleiding voor en achtergrond van de subsidie voor opheffen knelpunten
                    stedelijk gebied.</al><al><vet><cursief>Nationaal beleidskader </cursief></vet></al><al>Het rioleringsbeheer in Nederland is een gemeentelijke taak. Deze taak raakt op
                    verschillende vlakken aan de taak van de waterbeheerder. Op basis van de Derde
                    Nota Waterhuishouding, NW3, [5] heeft de Commissie Uitvoering Wvo (CUWVO), thans
                    Commissie Integraal Waterbeheer (CIW), de eisen die aan het rioolbeheer worden
                    gesteld ondergebracht in een zogenaamd
                        <vet><cursief>tweesporenbeleid</cursief></vet>, bestaande uit:</al><al>3. het emissiespoor en </al><al>4. het waterkwaliteitsspoor.</al><al>Emissiespoor</al><al>Het emissiespoor, ook wel de <vet><cursief>basisinspanning</cursief></vet>
                    genoemd, is een gemeentelijke taak en omvat het doelmatig inzamelen van
                    afvalwater en het transport daarvan naar zuiveringsinrichtingen. Het doel van
                    het emissiespoor is het terugdringen van de gemiddelde en maximale vuilemissie
                    van alle overstorten in een gemeente tot het nationaal overeengekomen
                    referentieniveau. Hiermee wordt voldaan aan de Europese afspraken ter
                    verbetering van de waterkwaliteit in de Noordzee en grote rivieren (NAP/RAP). De
                    investeringen die voortvloeien uit het emissiespoor zijn op grond van de Wvo
                    voor rekening van de lozer, in dit geval de gemeente als rioolbeheerder. Ook
                    wanneer aan het emissiespoor is voldaan zullen echter van tijd tot tijd
                    overstortingen plaatsvinden vanuit het riool naar het oppervlaktewater. </al><al>Waterkwaliteitsspoor</al><al>Als aanvulling op het emissiespoor wordt het zogenaamde waterkwaliteits-
                            of<vet><cursief> immissiespoor</cursief></vet> gevolgd, waarbij door de
                    waterbeheerder een waterkwaliteits- of immissietoets wordt uitgevoerd. Uit deze
                    toetsing moet blijken of het volgen van het emissiespoor (de basisinspanning)
                    leidt tot een (door de waterbeheerder) gewenste water- en waterbodemkwaliteit
                    van het lokale oppervlaktewatersysteem waarop wordt geloosd. Wanneer uit de
                    toetsing blijkt dat dit niet het geval is, zijn aanvullende maatregelen gewenst.
                    Deze maatregelen kunnen betrekking hebben op afvalwaterbronnen, het
                    rioolwatersysteem en het oppervlaktewatersysteem. Ook het waterkwaliteitsspoor
                    is op basis van de Wvo in principe de verantwoordelijkheid van lozer op het
                    oppervlaktewater, oftewel de gemeente als rioolbeheerder. </al><al>In de Vierde Nota Waterhuishouding, NW4, [6], is stedelijk water expliciet als
                    speerpunt gepresenteerd. Van gemeenten en waterschappen wordt gevraagd om de
                    mogelijkheden voor het omgaan met water in de stad te optimaliseren.</al><al><vet>Beleidskader AGV</vet></al><al><cursief>Het beleid van AGV is vastgelegd in de op 23 augustus 2005 door het AB
                        vastgestelde nota ‘Toetsingskader rioolemissies’.</cursief></al><al>1.3 Aanleiding voor en achtergrond van de subsidie voor aanleg riolering
                    buitengebied. </al><al><vet><cursief>Wettelijk kader</cursief></vet></al><al>Wet milieubeheer</al><al>In het hoofdstuk Afvalstoffen van de Wet milieubeheer (Wm) is sinds januari 1994
                    de gemeentelijke zorgplicht opgenomen. Hiermee is de verantwoordelijkheid van de
                    gemeente voor de doelmatige inzamel- en transportfunctie van het afvalwater
                    (aanleg en beheer van riolering) voor het gehele gemeentelijke grondgebied
                    wettelijk vastgelegd. Uitgangspunt van deze zorgplicht riolering is, dat in
                    beginsel alle percelen op de riolering worden aangesloten. </al><al>Relevante wetsartikelen zijn:</al><al>- artikel 4.22 Wm: gemeente stelt een gemeentelijk rioleringsplan vast;</al><al>- artikel 4.23 Wm: gemeente betrekt onder meer Gedeputeerde Staten, de
                    waterkwaliteitsbeheerder en de beheerder van het zuiveringstechnisch werk bij de
                    planvorming;</al><al>- artikel 4.24 Wm: Gedeputeerde Staten kunnen een aanwijzing omtrent de inhoud
                    van het plan geven; </al><al>- artikel 10.16a Wm: gemeente draagt zorg voor de doelmatige inzameling en
                    transport van afvalwater; Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek onder meer een
                    tijdelijke ontheffing verlenen van de verplichting tot aanleg van riolering in
                    het buitengebied.</al><al>Wet bodembescherming</al><al>Uitgangspunt van de Wet bodembescherming (Wbb) is het handhaven of het bereiken
                    van de multifunctionaliteit van de bodem. De Wbb heeft twee doelstellingen: het
                    realiseren van een algemeen landelijk beschermingsniveau en van een bijzonder
                    beschermingsniveau. Het bijzondere beschermingsniveau geldt voor kwetsbare
                    gebieden. Op grond van de Wbb is het Lozingenbesluit Bodembescherming (27
                    januari 1995) van kracht geworden. Dit besluit verbiedt in principe lozingen van
                    afvalwater, koelwater en overige vloeistoffen op of in de bodem. Dit is
                    afhankelijk van de afstand tot de riolering, de omvang van de lozing en of het
                    een nieuwe of bestaande bebouwing betreft. Bijvoorbeeld: bestaande beperkte
                    lozingen moeten aansluiten op de riolering indien de riolering binnen 40 meter
                    van het gebouw aanwezig is.</al><al>Wet verontreiniging oppervlaktewateren</al><al>De Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) regelt directe lozingen in
                    oppervlaktewater. Ook lozingen van bepaalde categorieën van bedrijven, die via
                    een gemeentelijk rioolstelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie op
                    oppervlaktewater lozen, worden hiermee geregeld. Deze wet kent een
                    vergunningenstelsel. Per 1 maart 1997 is het Lozingenbesluit Wvo Huishoudelijk
                    afvalwater van kracht geworden. Er zijn nu algemene regels in het leven geroepen
                    voor lozingen van huishoudelijk afvalwater, die rechtstreeks op het
                    oppervlaktewater lozen. Als standaardvoorziening is een septictank met een
                    inhoud van 6 m3 voorgeschreven (voor lozingen van 10 v.e. of minder).
                    Waterkwaliteitbeheerders hebben wel de bevoegdheid op grond van na te streven
                    waterkwaliteitsdoelstellingen nadere eisen aan de lozing te stellen. </al><al><vet><cursief>Provinciaal beleid</cursief></vet></al><al>De drie provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht hebben allen
                    vastgesteld ontheffingenbeleid van de zorgplicht riolering. Hierin staat
                    weergegeven in welke situaties ontheffing kan worden aangevraagd en verkregen.
                    Men hanteert hiervoor een afwegingsmodel, het zogeheten milieurendementsmodel.
                    Uitgangspunten bij de afweging voor aanleg riolering of aanleg van alternatieven
                    zijn:</al><al>1. de kwetsbaarheid en grondsoort van het gebied of oppervlaktewater;</al><al>2. de in dat gebied te bereiken emissiereductiedoelstelling ;</al><al>3. de kosten van de systemen (aanleg, beheer en onderhoud van riolering en/of
                    alternatieve systemen); </al><al>4. alternatieve systemen zijn gebiedsafhankelijk: IBA-plus voor zeer kwetsbare
                    gebieden, IBA-min voor kwetsbare gebieden en een verbeterde septic-tank voor
                    niet kwetsbare gebieden.</al><al>In de provinciale nota’s ontheffingenbeleid is een stappenplan aangegeven dat
                    gevolgd dient te worden om ontheffing te verkrijgen. Zie hiervoor de provinciale
                    nota’s.</al><al><vet><cursief>Beleid AGV</cursief></vet></al><al>In aanvulling op het provinciale ontheffingenbeleid heeft het hoogheemraadschap
                    een financieringsregeling voor de aanleg van riolering in het buitengebied van
                    een gemeente in het leven geroepen. Deze is opgenomen in de beleidsnota
                    ‘Financiële taakafbakening tussen waterkwaliteitsbeheerder en rioolbeheerder;
                    invulling waterkwaliteitsspoor’ (mei 1998, vastgesteld door het algemeen bestuur
                    in zijn vergadering d.d. 9 juli 1998). De financieringsregeling is in het leven
                    geroepen vanwege de omvang van problemen die veroorzaakt worden door het
                    ongezuiverd lozen en door beleidsontwikkelingen op nationaal en provinciaal
                    niveau. Het hoogheemraadschap heeft met de regeling aangegeven zijn (financiële)
                    verantwoordelijkheid te nemen zodat de sanering van ongezuiverde lozingen in het
                    buitengebied uitgevoerd kan worden.</al><al>Het hoogheemraadschap heeft op 13 maart 2002 een bestuursovereenkomst
                    ondertekend met de provincie Noord-Holland, de Vereniging Noord-Hollandse
                    Gemeenten en het hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen Hollands
                    Noorderkwartier. Het hoogheemraadschap AGV heeft besloten (AB besluit 02/001
                    d.d. 21 februari 2002) deze overeenkomst in haar gehele beheersgebied toe te
                    passen en derhalve tot aanpassing van het AGV-beleid. Deze beleidsaanpassing
                    betreft een aanvulling op de bestuursovereenkomst m.b.t. enkele punten, te
                    weten: extra subsidie voor de aanleg van riolering in het kwetsbare en zeer
                    kwetsbare gebied rekening houdend met het bodemtype en centraal stellen van de
                    laagst maatschappelijke kosten. Deze informatie is in een brief aan de
                    provincies Noord- en Zuid-Holland, Utrecht, de VNHG, de hoogheemraden van
                    Rijnland, Uitwaterende Sluizen, Stichtse Rijnlanden en het Waterschap Vallei
                    &amp; Eem verwoord. Deze beleidsaanpassing zal binnen AGV verwoord worden in de
                    nog te verschijnen herziene nota “Financiële Taakafbakening”. Indien afwijkende
                    overeenkomsten of regelingen zijn getroffen met gemeenten in het beheersgebied,
                    dan zullen deze gemeenten apart benaderd worden.</al><al>In de bestuursovereenkomst voor de Noord-Hollandse gemeenten zijn voor het
                    kwetsbare en zeer kwetsbare gebied de omslagbedragen als financiële grens voor
                    de systeemkeuze (IBA of riolering) losgelaten, met als achterliggende gedachte
                    dat “het behalen van de emissiereductie-doelstellingen tegen de laagst
                    maatschappelijke kosten” centraal moet staan. Daar passen geen starre bedragen
                    bij. Ook AGV hecht in zijn beleid veel waarde aan de laagst maatschappelijke
                    kosten. Recent uitgevoerde onderzoeken onderbouwen dat de tot nu toe door AGV
                    gehanteerde omslagbedragen leiden tot de laagst maatschappelijke kosten. De
                    omslagbedragen zijn richtbedragen maar met de laagst maatschappelijke kosten als
                    uitgangspunt is er geen reden om de huidige omslagbedragen los te laten.</al><al>In de bestuursovereenkomst is ruimte opengelaten voor partijen om meer te doen
                    dan de vereiste minimale inspanning en hier desgewenst subsidie aan te
                    verbinden. Veelal wordt verwezen naar het maatwerkoverleg waarin naar
                    oplossingen moet worden gezocht voor mogelijke knelpunten. Ook het ontbreken van
                    consensus op bepaalde vlakken (bijvoorbeeld verdeling van de kosten indien de
                    kosten van een IBA boven € 12.250,- uitstijgen) laat ruimte over tot aanvullend
                    beleid door AGV.</al><al>2. Artikelsgewijze toelichting</al><al>Artikel 1.1 Begripsbepalingen</al><al>In dit artikel worden een aantal veelvoorkomende begrippen omschreven. Deze
                    spreken veelal voor zich. Voor het overige wordt verwezen naar de algemene
                    toelichting en de (toelichting op de) bijlagen, waarin een aantal specifieke
                    begrippen (zoals kwetsbaarheid en omslagpunt) aan de orde komen.</al><al>Artikel 1.2 Bijlagen</al><al>Voor een toelichting op de bijlagen wordt verwezen naar het gestelde onder 3.
                    van deze toelichting. </al><al>Artikel 1.3 Reikwijdte verordening</al><al>De subsidie vloeit voort uit en is feitelijk het slotstuk van de afspraken die
                    in het planoverleg waterkwaliteitsspoor respectievelijk het maatwerkoverleg
                    tussen het hoogheemraadschap en de gemeente worden gemaakt. Eén en ander wordt
                    uitdrukkelijk vastgelegd in dit artikel</al><al>Artikel 2.1 Omvang subsidie stedelijk gebied</al><al>In dit artikel wordt de grootte van de subsidie voor de opheffing van knelpunten
                    in het stedelijk gebied vastgelegd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen
                    duurzame en sectorale maatregelen.</al><al>In bijlage 5 wordt nader op die begrippen ingegaan. ‘Duurzaam beheer’ is een
                    hoofdlijn in de visie van AGV, als verwoord in het Waterbeheersplan Amstel, Gooi
                    en Vecht 2000 – 2004.</al><al>De leden 1 en 2 van dit artikel zijn gewijzigd bij besluit AB 6 juli 2006, nr.
                    AB 06/039. </al><al>Deze wijziging betreft het volgende:</al><al><cursief>- de subsidie voor duurzame maatregelen is verlaagd van 80% naar 50%,
                        met dien verstande dat de subsidie voor afkoppeling van verhard oppervlak op
                        maximaal €20,- per m</cursief><cursief>2</cursief><cursief> afgekoppeld
                        verhard oppervlak is bepaald;</cursief></al><al><cursief>de subsidie voor sectorale maatregelen is verlaagd van 30% naar
                        15%.</cursief></al><al>Artikel 2.2 Subsidiabele kosten stedelijk gebied</al><al>De kosten die hieronder vallen, worden in bijlage 6a vermeld.</al><al>Artikel 3.1 Omvang subsidie landelijk gebied</al><al>In dit artikel wordt de grootte van de subsidie voor aanleg van riolering of een
                    alternatief (IBA- of CBA-systeem, inclusief beheer en onderhoud) in landelijk
                    gebied vastgelegd. In bijlage 1 wordt dit nader verduidelijkt.</al><al>Artikel 3.2 Subsidiabele kosten landelijk gebied</al><al>De kosten die hieronder vallen, worden in bijlage 6b vermeld</al><al>Artikel 3.3 Subsidieplafond landelijk gebied</al><al>Door een maximaal bedrag per kalenderjaar, dat voor subsidie kan worden
                    aangewend, vast te stellen wordt bereikt dat niet onbeperkt subsidie behoeft te
                    worden verleend en kunnen de uitgaven ter zake beheerst worden.</al><al>Artikel 4.1 Aanvraag tot verlenen van subsidie </al><al>Dit artikel regelt het indienen van de aanvraag. Met de bepaling dat, bij
                    onvolledige aanvragen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van
                    indiening van de aanvraag wordt beschouwd, wordt bereikt dat het indienen van
                    pro forma - aanvragen geen zin heeft.</al><al>De leden 1 en 2 van dit artikel zijn gewijzigd bij besluit AB 6 juli 2006, nr.
                    AB 06/039. </al><al>Deze wijziging betreft het volgende:</al><al><cursief>In lid 1 is de mogelijkheid opgenomen dat subsidie niet alleen
                        jaarlijks op aanvraag maar ook op projectbasis kan worden
                        verleend.</cursief></al><al><cursief>In lid 2 is het tijdstip van indienen van een aanvraag om subsidie voor
                        uitvoering van een saneringsplan waterkwaliteitsspoor stedelijk gebied
                        gewijzigd. Dit was uiterlijk drie maanden voor aanvang van de uitvoering van
                        de maatregelen en is gewijzigd in uiterlijk één maand voor de aanbesteding.
                        De achtergrond daarvan is dat dan meer inzicht bestaat in de te verwachten
                        kosten van uitvoering, zoals die in het bestek zijn geraamd. </cursief></al><al>Artikel 4.2. Gegevens bij de aanvraag tot verlenen van subsidie </al><al>Voor de beoordeling van de aanvraag moet het dagelijks bestuur over voldoende
                    gegevens beschikken. Dit artikel strekt daartoe.</al><al>Lid 1 van dit artikel is gewijzigd bij besluit AB 6 juli 2006, nr. AB 06/039. </al><al>Deze wijziging spreekt voor zich.</al><al>Artikel 4.3 Weigeringsgronden</al><al>De inhoud van dit artikel is vrijwel gelijkluidend aan artikel 4:35 Awb, waarvan
                    het is afgeleid. Het spreekt overigens voor zich.</al><al>Artikel 4.4 Beslistermijn aanvraag tot subsidieverlening</al><al>Voor de beslissing op de aanvraag moet het dagelijks bestuur beschikken over een
                    redelijke termijn. Dit artikel strekt daartoe.</al><al>Artikel 4.5 Beschikking tot subsidieverlening</al><al>Hiermee verkrijgt de aanvrager een aanspraak op de subsidiegelden.</al><al>Artikel 5.1 Aanvraag tot vaststellen van subsidie</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Artikel 5.2 Gegevens bij de aanvraag tot vaststellen van subsidie</al><al>Voor de beoordeling van de aanvraag moet het dagelijks bestuur over voldoende
                    gegevens beschikken. Dit artikel strekt daartoe.</al><al>Lid 1 van dit artikel is gewijzigd bij besluit AB 6 juli 2006, nr. AB 06/039. </al><al><cursief>De wijziging houdt in dat bij de aanvraag ook het proces-verbaal van
                        eerste oplevering van de werkzaamheden moet worden ingediend. Op deze wijze
                        ontstaat een beter inzicht in de uitgevoerde maatregelen.</cursief></al><al>Artikel 5.3 beslistermijn aanvraag tot subsidievaststelling</al><al>Voor de beslissing op de aanvraag moet het dagelijks bestuur beschikken over een
                    redelijke termijn. Dit artikel strekt daartoe.</al><al>Artikel 5.4 Beschikking tot subsidievaststelling</al><al>De subsidieverlening vormt het uitgangspunt van de vaststelling daarvan. Alleen
                    vanwege de in het tweede en derde lid genoemde redenen kan de subsidie lager
                    worden vastgesteld. </al><al>Artikel 6.1 Intrekking en wijziging </al><al>De Awb regelt in afdeling 4.2.6. in welke gevallen de subsidieverlening of
                    subsidievaststelling kan worden ingetrokken of ten nadele van de
                    subsidieontvanger kan worden gewijzigd. Het gaat hierbij om de situatie dat de
                    aanvrager de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet of slechts ten
                    dele heeft uitgevoerd, niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen ter zake of
                    onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt.</al><al>Artikelen 7.1 t/m artikel 9.4</al><al>Deze artikelen spreken voor zich.</al><al>Bij besluit AB d.d. 6 juli 2006, nr. AB 06/039 is - onder vernummering van het
                    toenmalige artikel 9.3 in 9.4 - een nieuw lid 9.3 toegevoegd.</al><al><cursief>In lid 9.3 (nieuw) is geregeld dat de verordening vervalt op 1 januari
                        2009 met een uitloop tot 1 december 2009. </cursief></al><al>3. Toelichting op de bijlagen </al><al>Bijlage 1: overzicht omslagpunten</al><al>In de bijlage wordt onderscheid gemaakt tussen omslagbedragen voor de doelmatige
                    aanleg van riolering en omslagbedragen voor de financiële kostenverdeling. Deze
                    omslagpunten komen overeen met de omslagpunten volgens het vigerende
                    ontheffingenbeleid van de provincies en de bestuursovereenkomst van 13 maart
                    2002. De aanleg van riolering wordt door AGV gestimuleerd door voor de kwetsbare
                    en zeer kwetsbare gebieden de omslagpunten te verhogen middels een
                    subsidiebedrag, afhankelijk van de bodemsoort. In bijlage 1 zijn deze
                    subsidiebedragen opgenomen. De omslagpunten geven aan tot welk bedrag de
                    gemeente dient te investeren in de aanleg van de riolering. Voor de
                    verschillende kwetsbaarheden worden verschillende omslagpunten gehanteerd.
                    Tevens wordt in de bijlage aangegeven welke subsidiemogelijkheden bestaan voor
                    alternatieve systemen (IBA’s / CBA’s) en het beheer- &amp; onderhoud
                    daarvan.</al><al>Bijlage 2: inhoud saneringsplan waterkwaliteitsspoor stedelijk gebied</al><al>Om in aanmerking te komen voor de onderhavige subsidieverstrekking moet het
                    dagelijks bestuur instemmen met het betreffende gemeentelijk saneringsplan. In
                    bijlage 2 is aangegeven wat daarin moet worden opgenomen.</al><al>Bijlage 3: modelconvenant</al><al>Hierin worden de afspraken tussen het hoogheemraadschap en de gemeente over de
                    uitvoering en financiering van het in bijlage 2 bedoelde saneringsplan
                    waterkwaliteitsspoor stedelijk gebied vastgelegd.</al><al>Deze bijlage is gewijzigd bij besluit AB d.d. 6 juli 2006, nr. AB 06/039.</al><al>De wijziging houdt in dat de stijl en rubricering is geactualiseerd.</al><al>Bijlage 4: inhoud saneringsplan buitengebied</al><al>Om in aanmerking te komen voor ontheffing van de zorgplicht riolering en
                    subsidieverstrekking door AGV dient het saneringsplan buitengebied goedgekeurd
                    te worden door AGV. In bijlage 2 is aangegeven wat in elk geval in het
                    saneringsplan moet worden opgenomen.</al><al>Bijlage 5: overzicht duurzame en sectorale maatregelen waterkwaliteitsspoor</al><al>Dit overzicht spreekt voor zich.</al><al>Deze bijlage is gewijzigd bij besluit AB d.d. 6 juli 2006, nr. AB 06/039.</al><al>De wijziging houdt in dat hierin de nieuwe percentages van subsidieverlening,
                    zoals geregeld in artikel 2.1 (nieuw) zijn opgenomen.</al><al>Bijlagen 6a en 6b inzake subsidiabele kosten.</al><al>Deze bijlagen bevatten een overzicht van de kosten die bij uitvoering van het
                    saneringsplan stedelijk gebied respectievelijk landelijk gebied voor subsidie in
                    aanmerking komen.</al><al>Deze bijlage is gewijzigd bij besluit AB d.d. 6 juli 2006, nr. AB 06/039.</al><al>Deze wijziging houdt in dat explicieter is gemaakt dat kosten subsidiabel zijn
                    als zij redelijkerwijs nodig zijn om de maatregel voor het waterkwaliteitsspoor
                    te realiseren. Voor situaties waar werk-met-werk wordt gemaakt, geldt dat
                    transparant moet worden gemaakt welke kosten expliciet voor de maatregel in het
                    kader van het waterkwaliteitsspoor wordt gemaakt. Bijvoorbeeld bij afkoppelen
                    wordt het principe gehanteerd dat bij aansluiting op wegrenovatie het herstraten
                    al voor deze renovatie nodig was en niet (deels) kan worden toegerekend aan de
                    kosten voor het waterkwaliteitsspoor waarvoor subsidie mogelijk is.</al><al>Meerkosten zijn niet langer volgens een andere verhouding dan de andere kosten
                    subsidiabel. Het voor de tweede keer straten van wegen, in verband met
                    verzakkingen en voor zover dit straten kan worden toegerekend aan de kosten voor
                    het waterkwaliteitsspoor, is expliciet niet subsidiabel.</al><al><vet> ----------------------------------------</vet></al><al><cursief>wb/subsidieverordening waterkwaliteitsspoor, tekst 2006 </cursief></al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Waterschap Amstel, Gooi en Vecht/i187715.pdf">figuren_verordening_2006.pdf (11 Kb)</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>