<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR271842_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de organisatie van het financieel beheer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Flevopost, 2007 en Almere Vandaag, 2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de organisatie van het financieel beheer</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 108</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-01-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2000-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>ZZL99.842</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën – belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Bekendmaking is geweest op 24 oktober 2007, in werking treding is 1 januari 2000.</al><al>Bij besluit van 28.10.2008 ingetrokken, met dien verstande dat hij van kracht blijft ten aanzien van de begrotingsjaren tot en met 2008.</al><al>Verordening vervangen door "Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie Watershap Zuiderzeeland".</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit:</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: -</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de organisatie van het financieel beheer</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Waterschap Zuiderzeeland - ZZL99/842</al><al>Verordening op de organisatie van het financieel beheer </al><al>De voorlopige algemene vergadering van het Waterschap Zuiderzeeland;</al><al>gelezen het voorstel van het voorlopig college van dijkgraaf en
                        heemraden;</al><al><vet>B E S L U I T :</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de organisatie van
                        het financieel beheer.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Begripsbepaling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><lid><lidnr/><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35994_0_1_1_1_"> De administratie: het systematisch
                                    verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens gericht op het
                                    verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, beheren
                                    en functioneren van het waterschap en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35994_0_1_1_2_"> Het beheer van vermogenswaarden:
                                    alle beheerdaden die voortvloeien uit het door de voorlopige
                                    algemene vergadering vastgestelde beleid, die gevolgen hebben
                                    voor de financiële middelen van het waterschap.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H35994_0_1_1_3_"> Het financieel beheer: de
                                    administratie en het beheer van vermogenswaarden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Organisatie van de administratie en van het beheer van
                                vermogenswaarden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_2_4_"> Het voorlopig college van dijkgraaf
                                    en heemraden stelt, met inachtneming van het gestelde in deze
                                    verordening, een regeling vast met betrekking tot de organisatie
                                    van het financieel beheer en biedt deze ter kennisneming aan de
                                    voorlopige algemene vergadering aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_2_5_"> De regeling bedoeld in het eerste
                                    lid omvat in elk geval:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_2_6_"> een beschrijving van de functies van
                                    het financieel beheer, waarbij wordt aangegeven welke functies
                                    uit het oogpunt van de interne controle gescheiden dienen te
                                    worden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_2_7_"> procedurebeschrijvingen betreffende
                                    de onderdelen van het financieel beheer;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_2_8_"> een regeling van de teken- en
                                    beschikkingsbevoegdheden;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_2_9_"> een regeling van de beveiliging van
                                    programma- en gegevensbestanden;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_2_10_"> voorschriften inzake de periodieke
                                    verslaglegging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_2_11_"> De in het eerste en tweede lid
                                    bedoelde regeling dient zodanig te worden opgesteld dat aan de
                                    eisen van controle, rechtmatigheid en doelmatigheid wordt
                                    voldaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_2_12_"> De registeraccountant van het
                                    waterschap wordt gehoord over het ontwerp van de voorschriften
                                    bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel.</al><al><noot id="d11889e165"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 2
                                            </vet></noot.al><noot.al>Tot de taak van het voorlopig college van dijkgraaf
                                            en heemraden behoort het beheren van de inkomsten en
                                            uitgaven van het waterschap alsmede de controle op het
                                            geldelijk beheer. Het spreekt vanzelf dat de directie
                                            van het waterschap daarbij in de dagelijkse praktijk een
                                            belangrijke rol vervult. </noot.al><noot.al>Het is het voorlopig college van dijkgraaf en
                                            heemraden dat de regeling betreffende de organisatie van
                                            het financieel beheer vaststelt. Een goede organisatie
                                            van het financieel beheer is slechts mogelijk indien de
                                            organisatie van het waterschap duidelijk is omschreven,
                                            niet alleen ten aanzien van de technische grondslagen
                                            maar ook wat betreft de leiding en
                                            verantwoordelijk­heden op alle niveaus. In het kader van
                                            de regeling van de organisatie van het financieel beheer
                                            voert het echter te ver om een beschrijving van die
                                            organisatie te geven. In het kader van het financieel
                                            beheer heeft de administratie tot taak een zodanige
                                            registratie te vervullen dat op basis daarvan controle
                                            en analyse van het gehele bedrijfsgebeuren kan
                                            plaatsvinden. </noot.al><noot.al>In het tweede en derde lid van dit artikel is
                                            aangegeven aan welke eisen de regeling betreffende de
                                            organisatie van het financieel beheer in elk geval dient
                                            te voldoen. De beschrijving van de functies van het
                                            financieel beheer en de financiële administratie, zoals
                                            genoemd in letter a, heeft betrekking op de zeven
                                            functies die bij het financieel beheer worden
                                            onderscheiden, te weten:</noot.al><noot.al>1. de beherende functie;</noot.al><noot.al>2. de administratieve functie;</noot.al><noot.al>3. de bewarende functie;</noot.al><noot.al>4. de controlerende functie;</noot.al><noot.al>5. de financiële beleids- en
                                            beheerfunctie;</noot.al><noot.al>6. de bedrijfseconomische functie;</noot.al><noot.al>7. de prognose functie. </noot.al><noot.al>Het derde lid van dit artikel is afgeleid uit
                                            bepalingen uit de artikelen 108 en 109 van de
                                            Waterschapswet. In deze artikelen wordt namelijk bepaald
                                            dat de verordening op het financieel beheer dient te
                                            waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid,
                                            doelmatigheid en controle wordt voldaan. Uiteraard geldt
                                            dit ook voor de regeling van de organisatie van het
                                            financieel beheer, die als uitvloeisel van de
                                            verordening moet worden vastgesteld. In het algemene
                                            deel van deze toelichting zijn de genoemde eisen nader
                                            uitgewerkt. </noot.al><noot.al>Tussen de organisatie van het financieel beheer en
                                            de externe controle bestaat een nauwe relatie. Het
                                            vierde lid geeft aan dat de registerac­countant van het
                                            waterschap tijdig om advies moet worden gevraagd over de
                                            vast te stellen regeling van het financieel beheer.
                                            Tijdig wil hier zeggen voorafgaand aan de vaststelling
                                            door het voorlopig college van dijkgraaf en
                                            heemraden.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35994_0_2_3_13_">Het voorlopig college van dijkgraaf
                                    en heemraden wijst een ambtenaar aan –hierna te noemen de
                                    financiële ambtenaar- die zelfstandig verantwoordelijk is voor
                                    de uitvoering van de administratie en van het beheer van de
                                    vermogenswaarden van het waterschap.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11889e210"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            3</vet></noot.al><noot.al>Dit artikel vindt zijn basis in artikel 108, derde
                                            lid, van de Water­schapswet, waarin wordt bepaald dat er
                                            in de verordening aparte functio­narissen, niet zijnde
                                            de secretaris-directeur, moeten worden aangewezen voor
                                            het verrichten van de administratie en van het beheer
                                            van vermogenswaarden. In dit artikel wordt de
                                            zelfstandige verantwoordelijkheid voor de uitvoering van
                                            deze taken gelegd bij de financiële ambtenaar (i.c. het
                                            sectorhoofd Middelen). In de loop der jaren is de
                                            registrerende functie van boekhouder of ontvanger
                                            geëvolueerd tot financieel ambtenaar en omvat deze een
                                            groter scala van taken dan voorheen. Zo geschiedt het
                                            beheer van het waterschap thans mede door middel van
                                            gegevens uit de administratie (zie hiervoor ook de
                                            toelichting op het volgende artikel). ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_4_14_"> De financiële ambtenaar is
                                    verantwoordelijk voor het voeren van de administratie van het
                                    waterschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_4_15_"> Als onderdeel van de in het eerste
                                    lid genoemde taak richt de financiële ambtenaar de financiële
                                    administratie in met inachtneming van de voor het waterschap van
                                    toepassing zijnde comptabiliteitsvoorschriften en voert deze
                                    zodanig dat de financiële rechten en verplichtingen, de
                                    ontvangsten en de betalingen, de vermogensrechten en
                                    –verplichtingen alsmede de bezittingen en schulden van het
                                    waterschap juist en volledig blijken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_4_16_"> Vanuit de administratie stelt de
                                    financiële ambtenaar alle informatie beschikbaar die de andere
                                    functionarissen van het waterschap ten behoeve van hun
                                    functioneren nodig hebben.</al><al><noot id="d11889e241"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            4</vet></noot.al><noot.al>De informatiestroom naar het voorlopig college van
                                            dijkgraaf en heemraden is te onderscheiden in twee
                                            componenten, te weten:</noot.al><noot.al>1. informatie die betrekking heeft op te nemen
                                            beslissingen;</noot.al><noot.al>2. informatie omtrent de uitvoering van genomen
                                            beslissingen. </noot.al><noot.al>De eis die aan deze informatie wordt gesteld is dat
                                            deze juist, volledig en tijdig het voorlopig college van
                                            dijkgraaf en heemraden moet bereiken. Dit impliceert dat
                                            de daarmee verband houdende werkzaamheden zodanig worden
                                            georganiseerd dat aan deze eis kan worden voldaan. De
                                            huidige bestuurlijke informatievoorziening heeft zich
                                            ontwikkeld uit de conventionele financiële
                                            administratie. Dit betekent niet automatisch dat de
                                            financiële ambtenaar, als verantwoordelijke voor de
                                            financiële administratie, alleen verantwoordelijk is
                                            voor het beleid ten aanzien van de inrichting en het
                                            functioneren van het informatiesysteem. De administratie
                                            in de huidig ontwikkelde vorm raakt vitale belangen van
                                            alle onderdelen van het waterschap en speelt een
                                            belangrijke rol in de taakver­vulling van de beleids- en
                                            beheerorganen en controlerende en toezicht­houdende
                                            functionarissen. </noot.al><noot.al>Bij de uitoefening van de comptabele taak gaat het
                                            er in de eerste plaats om de waarheid te dienen. Het in
                                            strijd met de waarheid bepaalde boekingen verrichten of
                                            doen verrichten is niet aanvaardbaar. De objectiviteit
                                            staat voorop en daarom dient de financiële ambtenaar in
                                            het algemeen geen beheer- of bewaringsbevoegdheden te
                                            bezitten. </noot.al><noot.al>In tegenstelling tot het beheer van de geldmiddelen
                                            is de beleidsadviserende taak wel verenigbaar met het
                                            voeren van de administratie. De taak van
                                            bedrijfseconomisch adviseur past bij de financiële
                                            ambtenaar gezien zijn positie als verantwoordelijke voor
                                            de uitvoering van het financieel beheer en als hoofd van
                                            de (financiële) administratie.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_5_17_"> De secretaris-directeur van het
                                    waterschap draagt er zorg voor dat de financiële ambtenaar alle
                                    door de voorlopige algemene vergadering en het voorlopig college
                                    van dijkgraaf en heemraden genomen besluiten waaraan financiële
                                    gevolgen verbonden zijn ontvangt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_5_18_"> Aan de financiële ambtenaar worden
                                    tijdig alle overige gegevens en stukken verstrekt die hij ten
                                    behoeve van een juiste verzorging van de financiële
                                    administratie, de verslaglegging en het beheer van de
                                    vermogenswaarden nodig heeft.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11889e279"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            5</vet></noot.al><noot.al>Het eerste lid van dit artikel regelt de
                                            informatieplicht aan de financiële ambtenaar teneinde
                                            deze in staat te stellen om een volledige registratie te
                                            kunnen voeren. Tevens dient hij zich te kunnen beroepen
                                            op de bevoegdheid tot het stellen van vragen aan alle
                                            functionarissen met betrekking tot in beginsel alles wat
                                            in de waterschapshuishouding voorvalt. Het spreekt van
                                            zelf dat de financiële ambtenaar tactvol en voorzichtig
                                            met zijn ondervragings-bevoegdheid moet omgaan. Omdat de
                                            bevoegdheid zich richt op alle functionarissen van het
                                            waterschap, dient deze bevoegdheid in het uiterste geval
                                            gedekt te worden door de hoogste leiding. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35994_0_2_6_19_">De financiële ambtenaar draagt er
                                    zorg voor dat:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_6_20_"> tijdig voorstellen tot wijziging
                                    van de regeling bedoeld in artikel 2 van dit besluit, aan het
                                    voorlopig college van dijkgraaf en heemraden worden gedaan,
                                    indien daartoe naar zijn mening aanleiding bestaat;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_6_21_"> aan het voorlopig college van
                                    dijkgraaf en heemraden tijdig voorstellen worden gedaan voor het
                                    verzekeren van de financiële risico’s die verband houden met de
                                    taakuitoefening van het waterschap;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_6_22_"> de uit rechten en verplichtingen
                                    van het waterschap voortspruitende invorderingen en betalingen
                                    tijdig in behandeling worden genomen;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_6_23_"> tijdig voorstellen aan het
                                    voorlopig college van dijkgraaf en heemraden worden gedaan met
                                    betrekking tot de financiering van de activiteiten van het
                                    waterschap;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_6_24_"> het beheer van de geldmiddelen van
                                    het waterschap doelmatig wordt gevoerd.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11889e326"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            6</vet></noot.al><noot.al>Dit artikel regelt de algemene verantwoordelijkheid
                                            van de financiële ambtenaar met betrekking tot die
                                            maatregelen die nodig zijn voor een goede organisatie
                                            van het financieel beheer. Het bepaalde in het eerste
                                            lid beoogt te voorkomen dat er als gevolg van
                                            wijzigingen in de loop van de tijd gekunstelde
                                            constructies ontstaan die de uitgangspunten van de
                                            organisatie van het financieel beheer geweld aan doen.
                                            Het derde lid legt de bevoegdheid tot het nemen van
                                            invorderingsmaatregelen expliciet bij de financiële
                                            ambtenaar. De in het vijfde lid bedoelde maatregelen
                                            zijn met name gericht op het voorkomen van
                                            renteverliezen.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_7_25_"> De bepaling van de posten van de
                                    begroting, waarop de inkomsten en uitgaven worden geboekt,
                                    geschiedt in overeenstemming met de desbetreffende
                                    bestuursbesluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_7_26_"> Indien de door de daartoe bevoegde
                                    ambtenaren gegeven aanwijzingen op de desbetreffende stukken
                                    niet in overeenstemming zijn met de post of posten waarop
                                    verantwoording naar het oordeel van de financiële ambtenaar
                                    dient te geschieden, doet deze daarvan door tussenkomst van de
                                    secretaris-directeur, mededeling aan het voorlopig college van
                                    dijkgraaf en heemraden.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11889e354"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            7</vet></noot.al><noot.al>Met het bepaalde in dit artikel wordt beoogd
                                            waarborgen te verschaffen voor de betrouwbaarheid van de
                                            registratie en van de te verstrekken informatie aan de
                                            beleids- en beheerorganen van het waterschap.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_8_27_"> De betalingen geschieden op grond
                                    van gefiatteerde betalingsbescheiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35994_0_2_8_28_"> De hieruit voortvloeiende
                                    betalingsopdrachten worden voorzien van de handtekeningen van
                                    ten minste twee daartoe aangewezen personen.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11889e382"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            8</vet></noot.al><noot.al>Ter verzekering van de rechtmatigheid van de
                                            betalingsopdrachten voor bank en giro zijn maatregelen
                                            van interne controle noodzakelijk zoals
                                            functie­scheiding en voorafgaande goedkeuring. De
                                            juistheid van de betalingsbe­scheiden zoals facturen en
                                            dergelijke zal daarbij blijken uit de aanwezig­heid van
                                            alle parafen c.q. handtekeningen die de interne controle
                                            eist. De feitelijk te verrichten handelingen zijn sterk
                                            afhankelijk van de systema­tiek van verwerking die door
                                            het waterschap wordt toegepast. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>De ontwerp-jaarrekening van het waterschap</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35994_0_3_9_29_"> De ontwerp-jaarrekening van het
                                    waterschap en het daarbij behorende verslag ter verantwoording
                                    van het financieel beheer worden opgemaakt en ondertekend door
                                    de financiële ambtenaar. 2. De ontwerp-jaarrekening en het
                                    verslag ter verantwoording van het financieel beheer worden
                                    tezamen met het verslag van de registeraccountant zoals bedoeld
                                    in artikel 109, tweede lid, van de Waterschapswet, aan het
                                    voorlopig college van dijkgraaf en heemraden aangeboden. 3.
                                    Indien de financiële ambtenaar, op grond van zijn
                                    verantwoordelijkheid voor de financiële administratie, meent de
                                    ontwerp-jaarrekening en het verslag ter verantwoording van het
                                    financieel beheer niet te kunnen ondertekenen, vindt de in het
                                    tweede lid van dit artikel bedoelde aanbieding plaats onder
                                    overlegging van een verslag van de bevindingen van de financiële
                                    ambtenaar.</al><al><noot id="d11889e407"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            9</vet></noot.al><noot.al>Het spreekt van zelf dat in het kader van de
                                            organisatie van het financieel beheer wordt geregeld
                                            door wie de werkzaamheden worden verricht die verbonden
                                            zijn aan het opstellen van de ontwerpjaarrekening en het
                                            daarbij behorende verslag ter verantwoording van het
                                            financieel beheer. Gezien zijn comptabele taak behoren
                                            deze werkzaamheden te worden verricht onder de
                                            verantwoordelijkheid van de financiële ambtenaar met in
                                            achtneming van de geldende wettelijke voorschriften. De
                                            financiële ambtenaar draagt de verantwoording dat de
                                            cijferopstelling in de ontwerpjaarrekening in
                                            overeenstemming is met de comptabele administratie,
                                            hetgeen tot uitdrukking komt in zijn ondertekening van
                                            dit stuk bij de aanbieding aan het voorlopig college van
                                            dijkgraaf en heemraden. Het kan voorkomen dat het
                                            voorlopig college van dijkgraaf en heemraden ten aanzien
                                            van de inhoud of de inrichting van de
                                            ontwerpjaarrekening een standpunt heeft dat afwijkt van
                                            de opvattingen van de financiële ambtenaar. </noot.al><noot.al>Indien in deze gevallen niet tot overeenstemming
                                            kan worden gekomen, maakt de financiële ambtenaar de
                                            ontwerpjaarrekening en het verslag op overeenkomstig de
                                            door het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden
                                            gegeven aanwijzingen. Immers, de ontwerpjaarrekening is
                                            uiteindelijk een verantwoording van het gevoerde beheer
                                            van het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden aan
                                            de voorlopige algemene vergadering. Het derde lid geeft
                                            de financiële ambte­naar de mogelijkheid om zijn
                                            afwijkende standpunt mede te delen, waardoor gestalte
                                            wordt gegeven aan zijn verantwoordelijkheid voor een
                                            correcte verslaglegging. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35994_0_3_10_30_">Indien het voorlopig college van
                                    dijkgraaf en heemraden de ontwerp-jaarrekening, het verslag ter
                                    verantwoording van het financieel beheer en het verslag van de
                                    registeraccountant bedoeld in artikel 109, tweede lid, van de
                                    Waterschapswet aanvaardt, strekt dit mede tot décharge van de
                                    financiële ambtenaar, behoudens later in rechte gebleken
                                    valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11889e431"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            10</vet></noot.al><noot.al>Dit is een bepaling die vooraf gaat aan artikel
                                            106, vijfde lid, van de Waterschapswet, waar wordt
                                            bepaald dat de vaststelling van de jaarrekening door de
                                            voorlopige algemene vergadering de leden van het
                                            voorlopig college van dijkgraaf en heemraden ontlast ten
                                            aanzien van het in de jaarrekening verantwoorde
                                            financieel beheer. Voorafgaand hieraan strekt het
                                            aanvaarden van de ontwerpjaarrekening door het voorlopig
                                            college van dijkgraaf en heemraden, hetgeen tot
                                            uitdrukking komt in het aanbieden aan de voorlopige
                                            algemene vergadering, tot décharge van de financiële
                                            ambtenaar. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35994_0_4_11_31_"> De Verordeningen op het financieel
                                    beheer van het Heemraadschap Fleverwaard en het Waterschap
                                    Noordoostpolder, welke is vastgesteld bij besluit van
                                    respectievelijk 1 mei 1993 en 25 augustus 1992 vervallen, met
                                    dien verstande dat zij van kracht blijven ten aanzien van de
                                    jaren waarvoor zij heeft gegolden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35994_0_4_11_32_"> Deze verordening treedt in werking
                                    met ingang van 1 januari 2000.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H35994_0_4_11_33_"> Deze verordening kan worden
                                    aangehaald als “Verordening op de organisatie van het financieel
                                    beheer van het Waterschap Zuiderzeeland”.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de voorlopige algemene vergadering van het Waterschap
                        Zuiderzeeland</ondertekening><ondertekening>d.d. 3 januari 2000,</ondertekening><ondertekening>de secretaris-directeur, de dijkgraaf,</ondertekening><ondertekening>mr. B. van den Elsaker. mr. ing. H.L. Tiesinga.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><divisie><kop><titel>Inleiding</titel></kop><al>Ingevolge artikel 108 van de Waterschapswet (Staatsblad 1991, 444) dient elk
                        waterschap een "Verordening met betrekking tot de organisatie van de
                        admini­stratie en van het beheer van vermogenswaarden" vast te stellen. Om
                        de waterschappen een handreiking te bieden bij het ontwerpen van deze
                        verordening is in Unieverband een modelverordening opgesteld. Deze
                        modelverordening is tot stand gekomen door een herziening van de uit 1985
                        daterende "modelverordening op het financieel beheer van waterschappen".
                        Laatstgenoemde verordening diende op een aantal plaatsen te worden gewijzigd
                        om als modelverordening op basis van de Waterschapswet te kunnen fungeren.
                        Daarbij heeft steeds voor ogen gestaan een modelverordening te ontwerpen die
                        tegemoet komt aan de behoefte van alle waterschappen op dit terrein.</al><al>Deze modelverordening is onder auspiciën van de Commissie
                        waterschapsfi­nanciën opgesteld door de Werkgroep bedrijfseconomisch beheer
                        van de Unie van Waterschappen. Omdat de onderwerpen die in de verordening
                        aan de orde komen nauw verband houden met de functie die de externe
                        accountant bij waterschappen vervult, achtte de werkgroep het van groot
                        belang om het oordeel van een registeraccountant over de verordening te
                        vernemen. Daartoe is het concept van de verordening dat door de werkgroep
                        was opgesteld besproken met een registeraccountant die goed in de
                        waterschapswereld is ingevoerd. Bij het voltooien van de verordening heeft
                        de werkgroep dankbaar gebruik gemaakt van de inbreng van deze
                        accountant.</al><al>Zoals eerder opgemerkt, komt de modelverordening tegemoet aan de
                        ver­plichting die in artikel 108 van de Waterschapswet is neergelegd een
                        ver­ordening met betrekking tot de organisatie van het financieel beheer
                        vast te stellen. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 108 van de Waterschapswet en de interpretatie die daaraan in
                            de modelverordening is gegeven</titel></kop><al>Artikel 108 van de Waterschapswet, dat de verplichting tot het vaststellen
                        van de verordening inzake de organisatie van de administratie en van het
                        beheer van vermogenswaarden bevat, luidt:</al><al>1. de voorlopige algemene vergadering stelt bij verordening regels vast met
                        betrekking tot de organisatie van de administratie en van het beheer van
                        vermo­genswaarden. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van
                        doelmatigheid en controle wordt voldaan;</al><al>2. de verordening wordt binnen twee weken na de vaststelling toegezonden aan
                        gedeputeerde staten;</al><al>3. de administratie en het beheer, bedoeld in het eerste lid, worden
                        ver­richt door ingevolge die verordening aan te wijzen ambtenaren. De
                        secretaris-directeur kan niet worden aangewezen, behoudens ontheffing van
                        gedepu­teerde staten;</al><al>4. gedeputeerde staten kunnen te allen tijde een onderzoek instellen naar de
                        wijze waarop de administratie en het beheer, bedoeld in het eerste lid,
                        worden gevoerd.</al><al>Dit artikel geeft het raamwerk aan voor de door de voorlopige algemene
                        vergadering vast te stellen verordening en is derhalve uitgangspunt geweest
                        bij het ontwerpen van de modelverordening. Bij het ontwerp van de
                        modelverordening heeft allereerst analyse plaatsgevonden van het artikel uit
                        de wet en de daarin gebruikte kernbegrippen. Vervolgens zijn de conclusies
                        die naar aanleiding van de analyse zijn getrokken in concrete bepalingen van
                        de modelverordening vertaald.</al><al>Het eerste lid van artikel 108 bepaalt dat de verordening regels dient te
                        bevatten inzake de organisatie van de administratie en van het beheer van
                        vermogenswaarden. Omdat de Memorie van Toelichting van de Waterschapswet (TK
                        1986-1987, 19995, nr. 3) onvoldoende duidelijk maakt hoe de begrippen "de
                        administratie" en "het beheer van vermogenswaarden" moeten worden
                        geïnterpreteerd, zijn deze in het kader van het ontwerp van deze
                        modelverordening gedefinieerd en is de begripsbepaling opgenomen in artikel
                        1 van de modelverordening. De twee begrippen worden wel samengevat met de
                        term "financieel beheer" of "financieel management".</al><al>Voor het begrip "de administratie" is uitgegaan van de volgende, algemeen
                        gangbare definitie: "het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken
                        van gegevens gericht op het verstrekken van informatie ten behoeve van het
                        besturen, beheren en functioneren van een huishouding en ten behoeve van de
                        verantwoording die daarover moet worden afgelegd".</al><al>Uit deze omschrijving kan worden opgemaakt dat het doel van "de
                        admini­stratie" tweeledig is, namelijk:</al><al>1. het verschaffen van informatie om een zo goed mogelijk beheer mogelijk te
                        maken (prospectief element);</al><al>2. het afleggen van verantwoording omtrent het gevoerde beheer
                        (retrospec­tief element).</al><al>Het begrip "het beheer van vermogenswaarden" is gedefinieerd als "alle
                        beheerdaden die voortvloeien uit het door de voorlopige algemene vergadering
                        vastgestelde beleid en die gevolgen hebben voor de financiële middelen van
                        het waterschap".</al><al>Het financieel beheer van het waterschap omvat onder meer alle beleids- en
                        beheerdaden die tot bestedingen leiden, het doen van betalingen, het beheer
                        van de geldmiddelen (kasbeheer), het geven van kwijting voor ontvangst, het
                        invorderen van de belastingen en overige inkomsten, het voeren van de
                        administratie, de controle op de waterschapsfinanciën en de advisering over
                        genoemde zaken. In de organisatie van het financieel beheer zullen al deze
                        taken moeten worden betrokken.</al><al>Artikel 108 van de Waterschapswet bevat ook de norm waaraan de in de
                        ver­ordening vast te leggen regels met betrekking tot de organisatie van de
                        administratie en van het beheer van vermogenswaarden moeten voldoen,
                        na­melijk het voldoen aan de eisen van doelmatigheid en controle. Met het
                        begrip "controle" wordt het verband gelegd met artikel 109 van de
                        Water­schapswet. In artikel 109 wordt namelijk bepaald dat de voorlopige
                        algemene vergadering van het waterschap ook een verordening dient vast te
                        stellen met betrekking tot de controle op de administratie en op het beheer
                        van vermogenswaarden, waarin wordt gewaarborgd dat de rechtmatigheid en de
                        doelmatigheid van de administratie en het beheer worden getoetst.</al><al>Uit het voorgaande kan de conclusie worden getrokken dat de organisatie van
                        de administratie en van het beheer van vermogenswaarden aan de eisen van
                        controle, rechtmatigheid en doelmatigheid moet voldoen. De Waterschapswet en
                        de Memorie van Toelichting daarvan maken echter onvoldoende duidelijk wat
                        deze eisen inhouden. De Memorie van Toelichting bevat slechts de opmerking
                        dat het aan het waterschapsbestuur zelf kan worden overgelaten nadere
                        invulling aan deze eisen te geven. Omdat dit de waterschapsbesturen weinig
                        houvast biedt en omdat de eisen van wezenlijk belang zijn voor de wijze
                        waarop de organisatie van de administratie en van het beheer van
                        vermogenswaarden binnen een waterschap kan worden vormgegeven, zijn deze
                        eisen in het kader van deze verordening nader omschreven. De opgenomen eisen
                        zijn ontleend aan de Memorie van Toelichting van de nieuwe Gemeentewet (TK
                        1985-1986, 19403, nr. 3). In de nieuwe Gemeentewet zijn namelijk
                        gelijkluidende bepalingen inzake het financieel beheer opgenomen.</al><al>De "eis van controle" houdt in dat de administratie en het beheer van
                        vermogenswaarden binnen een waterschap zodanig moeten worden georganiseerd,
                        dat voldaan wordt aan de eisen die de interne controle stelt en dat een
                        goede (externe) controle-uitoefening mogelijk wordt. Aan de interne controle
                        en de eisen die dit aan de organisatie stelt, wordt in deze toelichting een
                        aparte paragraaf gewijd. Controle is inherent aan een goed beheer van de
                        financiën van het waterschap. Regelmatig dient te worden nagegaan of de door
                        de voorlopige algemene vergadering en het voorlopig college van dijkgraaf en
                        heemraden verstrekte opdrachten zijn uitgevoerd en hoe ze zijn uitgevoerd.
                        Om deze controle mogelijk te maken, dienen de opdrachten systematisch en
                        volledig te worden vastgelegd. De controle omvat ook toetsing van de
                        rechtmatigheid en de doelmatigheid van de administratieve verantwoording en
                        van het beheer van vermogenswaarden.</al><al>De "eis van rechtmatigheid" houdt in dat de administratieve verantwoording
                        en het beheer van vermogenswaarden juist dienen te zijn. Het begrip
                        "juistheid" kent twee aspecten die tezamen het begrip rechtmatigheid dekken,
                        namelijk de formele juistheid en de materiële juistheid. De formele
                        juistheid betreft de vraag of de geadministreerde handelingen zijn verricht
                        binnen het kader van de bevoegdheid van de handelende personen en
                        overeen­komstig de daarvoor gegeven voorschriften. De materiële juistheid
                        heeft betrekking op de vraag of de administratie en de administratieve
                        verantwoording overeenstemmen met de werkelijkheid en op de eis dat het
                        beheer van vermogenswaarden ordelijk en controleerbaar moet zijn
                        vormge­geven. De eis van rechtmatigheid houdt derhalve in dat de
                        administratie en de daarop gebaseerde verantwoording zowel aan de formele
                        als aan de materiële juistheid moeten voldoen.</al><al>De "doelmatigheidseis" houdt in dat het voorlopig college van dijkgraaf en
                        heemraden binnen het kader van het door de voorlopige algemene vergadering
                        vastgestelde beleid een zo doelmatig mogelijk beheer moet voeren. Het begrip
                        "doelmatig" wordt daarbij gedefinieerd als "de mate waarin de te leveren
                        prestaties bij gegeven doelstellingen met inzet van zo weinig mogelijk
                        middelen zijn bereikt". </al><al>Om een doelmatig beheer te kunnen voeren, zal er een aantal organisatorische
                        maatregelen moeten worden genomen. Een voorbeeld daarvan is regelmatige
                        meting en toetsing van de effecten van het gevoerde beheer, waartoe onder
                        meer registratie van de door het waterschap geleverde prestaties dient
                        plaats te vinden.</al></divisie><divisie><kop><titel>De organisatie van het financieel beheer van waterschappen</titel></kop><al>Het doel van het financieel beheer van waterschappen is het voeren van de
                        financiële huishouding van het waterschap overeenkomstig het door de
                        voorlopige algemene vergadering vastgestelde beleid.</al><al>Binnen een waterschap oefent de voorlopige algemene vergadering het
                        budgetrecht uit. Dit komt tot uitdrukking in het vaststellen van de
                        begroting en de begro­tingswijzigingen. Nadat de voorlopige algemene
                        vergadering de begroting heeft vastgesteld, krijgt het voorlopig college van
                        dijkgraaf en heemraden mandaat voor de uitvoering van het financieel beleid.
                        Voor het op grond van dit financieel beleid gevoerde financieel beheer is
                        het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden verantwoording schuldig
                        tegenover de voorlopige algemene vergadering. Dit gebeurt door het
                        overleggen van de jaarrekening, het daarbij behorende verslag ter
                        verantwoording van het financieel beheer en het verslag dat ingevolge
                        artikel 109, tweede lid, door de register­accountant van het waterschap
                        wordt uitgebracht.</al><al>Voor de uitoefening van het financieel beheer beschikt het voorlopig
                        collegevan dijkgraaf en heemraden over het ambtelijk apparaat van het
                        waterschap. Omdat een belangrijk deel van de financiële middelen van het
                        waterschap door de technische afdelingen wordt aangewend, heeft de
                        organisatie van het financieel beheer niet alleen betrekking op de
                        administratieve afdelingen van het waterschap, maar op het gehele ambtelijk
                        apparaat. De verordening bevat geen voorgeschreven model voor de organisatie
                        van het financieel beheer, maar bepaalt (in artikel 2) slechts dat het
                        voorlopig college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap deze
                        organisatie middels een regeling dient vast te leggen. Ieder waterschap zal
                        de organisatie, uitgaande van de eigen omstandigheden en verdeling van de
                        verschillende taken met hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden zelf
                        moeten ontwerpen</al><al>In het voorafgaande is reeds opgemerkt dat de organisatie van het financieel
                        beheer betrekking heeft op de totale financiële huishouding van het
                        water­schap. Ingevolge artikel 2 van de modelverordening dient de
                        organisatie van het financieel beheer te worden beschreven, waarbij onder
                        meer de werkproce­dures die in het kader van het financieel beheer een rol
                        spelen moeten worden vastgelegd. Aan de hand van de beschrijving van de
                        organisatie en van de werkprocedures kan worden beoordeeld of een juiste
                        verdeling van bevoegd­heden en verantwoordelijkheden tot stand is gebracht.
                        Bij de beoordeling daarvan zullen inzichten een rol spelen omtrent onder
                        meer:</al><al>- de beslissingsbevoegdheid van functionarissen op verschillend
                        hiërar­chisch niveau in samenhang met de bevoegdheden op grond van hun
                        taken;</al><al>- de controleverplichtingen van de onderscheiden functionarissen op grond
                        van door hen aan andere medewerkers gemandateerde bevoegdheden;</al><al>- de informatie die betrokkenen nodig hebben;</al><al>- de betekenis die moet worden toegekend aan de mate van betrouwbaarheid en
                        nauwkeurigheid van informatie en de periodiciteit daarvan;</al><al>- de communicatiebehoeften die uit één en ander voortvloeien.</al><al>Zoals deze opsomming aangeeft, vraagt ook de wijze van informatievoorziening
                        aandacht in het kader van de organisatie van het financieel beheer. De
                        voorziening in informatie is een aangelegenheid die de algemene
                        beleidsuit­voering van het waterschap regardeert. De informatiebehoefte
                        strekt dan ook verder dan de gegevens van de financiële administratie. </al><al>Het ligt in de rede dat bij de organisatie van het financieel beheer de
                        totale administratieve organisatie van het waterschap aan de orde komt uit
                        de optiek van het algehele functioneren van de waterschapsorganisatie.</al></divisie><divisie><kop><titel>De "financiële ambtenaar"</titel></kop><al>In artikel 3 van de modelverordening wordt de zelfstandige
                        verantwoorde­lijkheid voor de uitvoering van het financieel beheer
                        toegewezen aan de financiële ambtenaar. In de artikelen 4, 6, 7 en 9 van de
                        modelverordening worden deze taken nader omschreven. Kort samengevat betreft
                        dit:</al><al>1. het verstrekken van beleidsadviezen op het gebied van het financieel
                        beheer (adviserende taak);</al><al>2. het voeren van de administratie en het samenstellen van de verantwoording
                        daarover (registrerende taak).</al><al>Deze twee taken overlappen elkaar grotendeels. Een functioneel onderscheid
                        of splitsing van de taken, bij voorbeeld in een comptabele (registrator) en
                        een chef financiën (adviseur), komt in de regel niet tot zijn recht.
                        Opgemerkt moet worden dat de twee taken daardoor ineen kunnen vloeien,
                        hetgeen uit het oogpunt van interne controle (functiescheiding) bezwaarlijk
                        kan zijn. Aangezien het bij de adviserende functie van de financiële
                        ambtenaar echter vooral om toetsing van voorstellen gaat en minder om het
                        zelf doen van voorstellen, is dit bezwaar niet zo groot. </al><al>In het Waterschap Zuiderzeeland is de stafafdeling belast met de toetsing
                        van voor- en nacalculatie van grote projecten op basis van een afgesproken
                        systematiek. </al><al>Bij veel waterschappen is de financiële ambtenaar tevens belast met de
                        heffing en invordering van de waterschapsbelastingen. </al><al>Uit bovengenoemd takenpakket blijkt voldoende dat de financiële ambtenaar
                        ten behoeve van de beleidsvoorbereiding en -uitvoering slechts goed zal
                        kunnen functioneren, indien deze op financieel gebied als de "centrale" van
                        het waterschap wordt gezien. Voor een goede beoordeling van de financiële
                        mogelijkheden zal de financiële ambtenaar tijdig moeten beschikken over
                        relevante informatie uit alle sectoren van het waterschap.</al></divisie><divisie><kop><titel>De positie van de secretaris-directeur in het kader van het
                            financieel beheer</titel></kop><al>Ingevolge artikel 55 van de Waterschapswet is de secretaris-directeur degene
                        binnen het ambtelijk apparaat van een waterschap die de voorlopige algemene
                        vergadering, het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden en de
                        voorzitter ter zijde staat bij de uitoefening van hun taak. In het kader van
                        het financieel beheer zal deze bepaling in de praktijk inhouden dat de
                        secretaris-directeur van een waterschap verantwoordelijk is voor het doen
                        van een voorstel aan het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden inzake
                        de organisatie van het financieel beheer. Dit houdt in dat de
                        secretaris-directeur verantwoordelijk is voor het ontwerpen van een
                        conceptregeling waarin de organisatie van het financieel beheer wordt
                        vastgelegd.</al><al>Krachtens artikel 108, derde lid, van de Waterschapswet mag de
                        secretaris-directeur, behoudens ontheffing van gedeputeerde staten, niet
                        worden aangewezen voor de uitvoering van de taken in het kader van het
                        financieel beheer. De Memorie van Toelichting van de wet legt uit dat deze
                        bepaling is opgenomen, omdat de secretaris-directeur als beleidsadviseur van
                        het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden een zekere invloed kan
                        uitoefenen op het financieel beheer van het waterschap. </al><al>Voor de uitvoe­ring van het financieel beheer moeten derhalve andere
                        ambtenaren dan de secretaris-directeur worden aangewezen. In de verordening
                        wordt de financiële ambtenaar met deze taken belast.</al><al>Tot het financieel beheer behoort ook de advisering omtrent de financiële
                        aspecten van beleidsvoorstellen die aan het voorlopig college van dijkgraaf
                        en heemraden worden voorgelegd. Gelet op zijn zelfstandige
                        verantwoordelijkheid zal de financiële ambtenaar in beginsel degene binnen
                        het waterschap moeten zijn die met deze taak wordt belast. Bij de
                        voorbereiding van beleidsadviezen zal de financiële ambtenaar zich richten
                        op onder meer aspecten van bedrijfseconomische aard en de
                        liquiditeitspositie van het waterschap. De kwaliteit van de advisering van
                        de financiële ambtenaar wordt bevorderd indien deze in een vroeg stadium bij
                        de voorbereiding van beleidsadviezen wordt betrokken. Het oordeel van de
                        financiële ambtenaar dient bij voorkeur in het voorstel te worden verwerkt,
                        zodat er sprake is van een integraal advies. </al><al>Het voorgaande betekent overigens niet dat de financiële ambtenaar zijn
                        goedkeuring moet geven aan ieder voorstel dat vanuit het ambtelijk apparaat
                        aan het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden wordt voorgelegd en ook
                        niet dat de financiële ambtenaar bij ieder voorstel aan het voorlopig
                        college van dijkgraaf en heemraden een afzonderlijk advies inbrengt.
                        Voornoemde aspecten en betrokkenheid komen bij het waterschap tot
                        uitdrukking door o.a. de deelname van de "financiële ambtenaar" (i.c. het
                        sectorhoofd Middelen) aan het managementteam en relevante bestuurlijke
                        overleggen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Interne controle</titel></kop><al>Onder interne controle wordt verstaan de controle die het voorlopig college
                        van dijkgraaf en heemraden van een waterschap moet uitoefenen om de
                        verantwoording voor de gang van zaken in de organisatie te kunnen dragen.
                        Het doel van de interne controle is het verkrijgen van zekerheid over de
                        rechtmatigheid en doelmatigheid van handelingen en werkzaamheden. De interne
                        controle is er op gericht in hande­lingen of werkzaamheden een controlerend
                        element te leggen, zodat daarmee direct of indirect controle wordt
                        uitgeoefend op één of meer andere hande­lingen. De uitoefening van deze
                        controle verzekert een objectieve bericht­geving en juiste verslaglegging in
                        de administratie. De basisgegevens in de administratie en de verwerking
                        daarvan vormen het uitgangspunt voor het nemen van veel beslissingen en voor
                        het uitoefenen van controle op het waterschapsgebeuren.</al><al>Gelet op het bovenstaande moet de interne controle in beginsel overal
                        aanwezig zijn, niet zo zeer in de vorm van een speciaal daarvoor aangewezen
                        functionaris die op elke handeling toeziet, maar juist in de handelingen
                        zelf. De mogelijkheden van de interne controle, die op werkverdeling en de
                        samenhang tussen werkzaamheden is gebaseerd, hangen sterk af van de omvang
                        van een waterschap, respectievelijk van de administratie. In een klein
                        waterschap zullen deze mogelijkheden gering zijn en voornamelijk bestaan uit
                        "opzettelijke controles". In een groot waterschap met een gedetailleerde
                        verdeling en een logische groepering van werkzaamheden zullen de
                        mogelijkheden eenvoudiger toepasbaar zijn.</al><al>In artikel 2, tweede lid onder a, van de modelverordening wordt bepaald dat
                        de organisatie van het financieel beheer vanuit het oogpunt van de interne
                        controle zodanig moet worden opgezet, dat daarin een functiescheiding is
                        aangebracht. Functiescheiding houdt in dat er bij de verdeling van taken op
                        gelet moet worden dat bij voorkeur geen werkzaamheden en
                        verantwoordelijk­heden in één taak worden verenigd die elkaar "kwaad" kunnen
                        doen. </al><al>In de Memorie van Toelichting van de Waterschapswet is vermeld dat de
                        volgende functies bij het vormgeven van de organisatie van het financieel
                        beheer bij voorkeur moeten worden gescheiden:</al><al>- de financiële beheerfunctie (de beherende functie): </al><al> het beschikken over de geldmiddelen van het waterschap (doen van
                        op­drachten die tot bestedingen leiden, aangaan van verplichtingen);</al><al>- de administratieve functie (de registratieve functie): </al><al> het voeren van de administratie van het waterschap;</al><al>- de kassiersfunctie (de bewarende functie): </al><al> het bewaren van de kasgelden en de girale gelden van het waterschap.</al><al>In de Memorie van Toelichting is verder te lezen dat de administratieve
                        functie en de kassierfunctie bij waterschappen van oudsher in één persoon
                        verenigd waren: de ontvanger. Veelal was deze functie bovendien nog
                        gecombineerd met die van de secretaris-directeur. Uit oogpunt van
                        functiescheiding moet een dergelijke vermenging van taken natuurlijk zoveel
                        mogelijk voorkomen worden. </al><al>In dit kader wordt ook nog gewezen op de voorwaarden die verzekeraars
                        stellen tegen het risico van fraude met betrekking tot de formele regeling
                        van het kasbeheer, de functiescheiding, het tekenen van betalingsopdrachten
                        en dergelijke.</al><al>De interne controle is in het kader van de functiescheiding de taak van de
                        bedrijfskundig medewerker. Deze is ook belast met het ontwikkelen en
                        bijhouden van het handboek administratieve organisatie.</al></divisie><divisie><kop><titel>De beherende functie: het beschikken over de middelen van het
                            waterschap</titel></kop><al>Het beschikken over de begrotingskredieten behoort in beginsel tot de
                        be­voegdheden van het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden en zal in
                        het algemeen met het stellen van daarbij in acht te nemen beperkingen worden
                        overgedragen aan functionarissen in het ambtelijk apparaat. Een belangrijk
                        aspect van de interne controle hierbij is dat de bevoegdheden van deze
                        functionarissen tot het geven van bestellingen en/of opdrachten (aard,
                        voorwaarden en limiet van de bestellingen c.q. opdrachten) schriftelijk
                        worden vastgelegd.</al><al>De financiële ambtenaar, als functionaris die belast is met de registrerende
                        functie, dient er op toe te zien dat de bij hem ingediende stukken aan de
                        daaraan te stellen eisen voldoen. In alle gevallen zal moeten blijken dat
                        hij er zich van heeft overtuigd dat deze stukken gecontroleerd zijn en aan
                        de eisen voldoen. Zo dient hij er bij voorbeeld voor te zorgen dat getekende
                        betalingsbewijzen niet in handen kunnen vallen van functionarissen die
                        voordeel kunnen hebben van wijzigingen daarin.</al><al>De verantwoordelijkheid van het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden
                        voor het beheer van een waterschap brengt met zich mee dat dit college
                        toezicht uitoefent op de uitvoering van het financieel beheer. Dit kan bij
                        voorbeeld vorm worden gegeven door de betrokken functionarissen te
                        verplichten tot periodieke rapportering. Zo worden bij het waterschap
                        periodiek budgetbewakings­overzichten geproduceerd t.b.v. het managementteam
                        en het college van Dijgraaf en Heemraden.</al></divisie><divisie><kop><titel>De kassiersfunctie: bewaring van de middelen van het
                            waterschap</titel></kop><al>Het is gebruikelijk dat een medewerker van de financiële afdeling als deel
                        van de functie de taak van kassier vervult. </al><al>De kassier is uitsluitend bewaarder van de chartale en girale gelden van het
                        waterschap. Het initiatief tot het afgeven c.q. ontvangen van gelden mag
                        nooit van deze functionaris zelf uitgaan. De kassier mag geen invloed
                        uitoefenen op de mutaties van zijn voorraden: de contante gelden in de kas
                        en de bank-/girotegoeden. De kassier mag de geldmiddelen uitsluitend regelen
                        ingevolge schriftelijke opdrachten. Voor betalingen betekent dit bij
                        voorbeeld dat hiervoor een schriftelijke opdracht noodzakelijk is, welke
                        bestaat uit een voor akkoord getekende betalingsopdracht.</al><al>Van belang is dat zo min mogelijk geldtransacties in contanten worden
                        uitgevoerd. Het gebruikmaken van de diensten van banken en girodienst staat
                        voorop, terwijl tevens een maximum moet worden gesteld aan het kassaldo dat
                        is toegestaan. Door deze maatregelen kan de bewarende functie van het
                        financieel beheer grotendeels door banken en girodienst worden uitgeoefend.
                        De controle op de juistheid van de verwerking van de dagelijks via de kas en
                        giraal binnengekomen gelden, alsmede de boeking daarvan, blijft uiteraard
                        tot de taak van de financiële ambtenaar behoren.</al><al>Zoals reeds werd opgemerkt is de kassier voor alles bewaarder van gelden en
                        geldswaardepapieren. Er wordt van uitgegaan dat in de financiële
                        administra­tie de registratie van de vorderingen is geschied vóórdat de
                        werkelijke ontvangst bij de kassier plaatsvindt. Door de kassier kan dan de
                        afboeking van de ontvangsten plaatsvinden.</al></divisie><divisie><kop><titel>De betalingen</titel></kop><al>De organisatie van de betalingen moet gericht zijn op het voorkomen van
                        onrechtmatige betalingen en op het zo doelmatig mogelijk verrichten van het
                        betalingsverkeer van het waterschap. In artikel 8 van de modelverordening
                        wordt bepaald dat de betalingsopdrachten voor bank of giro voorzien dienen
                        te worden van de handtekening van ten minste twee daartoe aangewezen
                        personen. Voordat deze personen hun handtekening plaatsen, zullen zij de
                        betalingsopdrachten aan de hand van de facturen moeten controleren op de
                        juistheid van de tenaamstelling, het rekeningnummer en het bedrag. </al><al>Dat deze interne controlehandelingen zijn verricht moet blijken uit een
                        verklaring met handtekening of paraaf op de kopie betalingsopdracht.
                        Vanzelfsprekend neemt degene die de betalingsopdrachten maakt een bijzondere
                        positie in, omdat deze persoon in principe de mogelijkheid heeft om
                        onrechtmatige betalingen te doen uitvoeren. Het nemen van de geschetste
                        controlemaatre­gelen moet dan ook als een absolute noodzaak gezien worden,
                        waarbij uiteraard afhankelijk van de grootte van de organisatie variaties
                        kunnen voorkomen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Budgetbewaking</titel></kop><al>Een bijzonder aspect van de administratieve functie is budgetbewaking. Ten
                        behoeve hiervan dienen de betrokken functionarissen regelmatig op de hoogte
                        te worden gehouden van de stand van de diverse budgetten. Het doel van deze
                        informatie is op de verschillende niveaus in de organisatie die gegevens te
                        verstrekken die op dat niveau belangrijk zijn, met een snelheid en
                        frequentie die bij dat niveau passen en in een vorm die aanspreekt. Wat de
                        administratie betreft moet worden opgemerkt dat bij de
                        bedrijfssignalerings­administratie de snelheid prevaleert; dit in
                        tegenstelling tot de comptabele administratie, waar de nadruk op accuratesse
                        ligt. Met name door het toepassen van geautomatiseerde gegevensverwerking
                        zijn er mogelijkheden geopend om te komen tot integratie van deze op
                        verschillende behoeften gerichte informatieverzorgingsprocessen. De
                        verantwoording voor het tijdig verstrekken van doelmatige overzichten van de
                        administratieve gegevens ten behoeve van de budgetbewaking ligt bij de
                        financiële ambtenaar (artikel 4, derde lid).</al><al>Bij de periodieke verstrekking van gegevens ten behoeve van de bewaking van
                        budgetten kunnen verschillende niveaus worden onderscheiden: naar een
                        volledig beeld, dat wil zeggen alle specificaties; naar een gecomprimeerd
                        beeld, dat wil zeggen naar onder- en overschrijdingen die een bepaalde
                        limiet te boven gaan, èn naar een totaalbeeld per organisatieonderdeel van
                        bijvoorbeeld gebudgetteerde bedragen en de werkelijke saldi. De complete
                        informatie is in het algemeen bestemd voor uitvoerende functionarissen,
                        terwijl gecomprimeerde overzichten meestal aan afdelingshoofden,
                        sectorhoofden/directie en het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden
                        worden verstrekt. In het algemeen zijn gecomprimeerde overzichten met
                        daarbij een inschatting van de grote lijnen het meest doelmatig. Hierdoor
                        wordt het patroon van de uitgaven zichtbaar gemaakt, terwijl in bijzondere
                        gevallen alsnog een gedetailleerde analyse kan worden gemaakt.</al><al>De mogelijkheden tot effectief gebruik van informatie als grondslag voor het
                        nemen van beslissingen zijn onder meer afhankelijk van de mate van delegatie
                        van beslissingsbevoegdheden. Wanneer de leiding onvoldoende delegeert, zal
                        deze spoedig verdrinken in een hoeveelheid van cijfers, met als gevolg dat
                        het cijfermateriaal onvoldoende productief wordt gemaakt.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>