<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR271826_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-05-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Flevopost, 2007 en Almere Vandaag, 2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 78</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-06-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-05-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2006100286</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Bekendmaking is geweest op 24 oktober 2007, in werking treding is 1 juli 2006.</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit:</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: -</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Waterschap Zuiderzeeland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Algemene Vergadering van Waterschap Zuiderzeeland; </al><al>gelezen het voorstel d.d. 13 juni 2006, nummer 2006100250; </al><al>gelet op artikel 78 van de Waterschapswet; </al><al><cursief><vet>BESLUIT: </vet></cursief></al><al>vast te stellen de<vet> Algemene subsidieverordening Waterschap
                            Zuiderzeeland. </vet></al><al><noot id="d11888e70"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikelgewijze
                                toelichting</vet></noot.al><noot.al><vet>Inleiding</vet></noot.al><noot.al>Zoals in de Toelichting al aangegeven is, voorziet de algemene
                                subsidieverordening in een algemene regeling. Overigens geldt dat
                                bij specifieke subsidieverordening aanvullende of afwijkende
                                bepalingen kunnen worden gesteld, indien de algemene regeling voor
                                een specifieke subsidie niet toereikend is. </noot.al><noot.al><vet>Considerans</vet></noot.al><noot.al>De wettelijke grondslag van de algemene subsidieverordening
                                wordt gevormd door zowel de Waterschapswet als de Awb. Deze
                                verordening moet dus in nauwe samenhang met de Awb worden gelezen.
                                In de toelichting op de bepalingen van de verordening wordt daarom
                                steeds naar de betreffende artikelen van de Awb verwezen. Behalve
                                rechtstreeks aan de Awb gerelateerde bepalingen, bevat de
                                verordening een aantal ‘autonome’ bepalingen.]</noot.al></noot></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.1</titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_1_1_"> het dagelijks bestuur: het college
                                    van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Zuiderzeeland;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_1_2_"> wet: de Algemene wet
                                    bestuursrecht;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_1_3_"> subsidie: de aanspraak op financiële
                                    middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op
                                    bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling
                                    voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.2</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_2_4_"> Deze verordening is van toepassing
                                    op alle door het dagelijks bestuur te verstrekken subsidies,
                                    voorzover in een bijzondere subsidieverordening of bij een
                                    besluit van het algemeen bestuur waarbij subsidie wordt
                                    verstrekt, niet anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_2_5_"> Op de verstrekking van subsidies als
                                    bedoeld in artikel 4:21, derde lid, van de wet zijn de overige
                                    bepalingen van titel 4.2 van de wet van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_2_6_"> Op de in het tweede lid bedoelde
                                    subsidies is artikel 1.7, eerste lid, aanhef en onderdeel c van
                                    deze verordening, niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e144"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            1.2</vet></noot.al><noot.al>Volgens het eerste lid is de verordening van
                                            toepassing op alle door het waterschap te verstrekken
                                            subsidies, voorzover hiervan niet uitdrukkelijk bij
                                            bijzondere regeling is afgeweken. Om redenen van
                                            rechtsgelijkheid en rechtszekerheid zal niet
                                            lichtvaardig van deze bevoegdheid gebruik moeten worden
                                            gemaakt. Op grond van artikel 4:21, derde lid, Awb, is
                                            titel 4.2 niet van toepassing op krachtens wettelijk
                                            voorschrift verstrekte subsidies, waarvoor uitsluitend
                                            overheden in aanmerking kunnen komen. Voorzover voor de
                                            verstrekking van dergelijke subsidies bij hogere
                                            regelgeving geen regels zijn gesteld, dient het
                                            waterschap deze regels zelf in het leven te roepen. In
                                            de verordening is daarin voorzien door van
                                            overeenkomstige toepassing verklaring van titel 4.2 Awb.
                                            Voorzover deze regeling voor specifieke subsidies te
                                            zwaar is, of anderszins niet passend, kunnen bij
                                            bijzondere verordening afwijkende bepalingen worden
                                            gesteld. Het derde lid verklaart de vermogenstoets van
                                            artikel 1.7, eerste lid, aanhef en onderdeel c, niet van
                                            toepassing op de subsidies die alleen aan overheden
                                            kunnen worden verstrekt.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.3</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_3_7_"> Het dagelijks bestuur is bevoegd tot
                                    het verstrekken van subsidie als bedoeld in deze verordening.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_3_8_"> Het dagelijks bestuur is bevoegd
                                    aanvragen van subsidie af te wijzen indien voor de activiteiten
                                    waarvoor subsidie wordt gevraagd, op de waterschapsbegroting
                                    geen gelden beschikbaar zijn gesteld.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e172"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            1.3</vet></noot.al><noot.al>Deze bepaling regelt de bevoegdheidsoverdracht van
                                            het algemeen bestuur aan het dagelijks bestuur.
                                            Behoudens het geval dat de bevoegdheid tot
                                            subsidieverstrekking bij een bijzondere wet aan een
                                            ander bestuursorgaan is toebedeeld, komt zij volgens de
                                            Waterschapswet toe aan het algemeen bestuur. Op grond
                                            van deze verordening wordt het dagelijks bestuur bevoegd
                                            verklaard.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.4</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_4_9_"> Het dagelijks bestuur stelt
                                    jaarlijks op basis van de begroting het subsidieplafond vast en
                                    geeft aan hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld, voor zover
                                    bij wettelijk voorschrift niet in de wijze van verdeling is
                                    voorzien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_4_10_"> Het dagelijks bestuur is bevoegd
                                    beleidsregels voor het beschikken op aanvraag om activiteiten
                                    door derden ter ondersteuning van het waterbeleid van het
                                    waterschap op te stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_4_11_"> Indien de waterschapsbegroting de
                                    subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste
                                    kan worden vastgesteld vermeldt, geldt dit bedrag als
                                    subsidieplafond. Het dagelijks bestuur is bevoegd dit plafond te
                                    verhogen in verband met de algemene ontwikkeling van het loon-
                                    en prijspeil.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e205"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 1.4
                                            </vet></noot.al><noot.al>Op grond van art. 4:25 en 4:26 in relatie tot
                                            artikel 4:22 van de Awb kan bij wettelijk voorschrift
                                            (verordening) worden bepaald dat met betrekking tot
                                            subsidies die krachtens een subsidieregeling worden
                                            verstrekt, een subsidieplafond kan worden vastgesteld.
                                            In artikel 1.4 wordt hier in die zin uitvoering aan
                                            gegeven, dat de vaststelling van een plafond voor die
                                            subsidies verplicht is. Open- eind regelingen worden
                                            aldus voorkomen. Tezamen met de mogelijkheid van artikel
                                            4:28 Awb om in van subsidieverstrekking voorafgaand aan
                                            de vaststelling van de begroting een
                                            begrotingsvoorbehoud te maken, is de beheersbaarheid van
                                            de waterschappelijke subsidie-uitgaven aldus optimaal
                                            geregeld. </noot.al><noot.al>In artikel 1.3 wordt de bevoegdheid tot het
                                            verstrekken van subsidies opgedragen aan het dagelijks
                                            bestuur. Dit betekent onder meer, dat het dagelijks
                                            bestuur het subsidieplafond moet vaststellen, alsmede de
                                            wijze van verdeling. Dat dient te geschieden in de vorm
                                            van beleidsregels. Op grond van het tweede lid wordt de
                                            bevoegdheid tot het opstellen van dergelijke regels bij
                                            het dagelijks bestuur neergelegd. De beleidsregels
                                            vormen naast de algemene verordening het feitelijke
                                            toetsingskader voor verzoeken.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.5</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_5_12_"> Indien een datum is aangewezen
                                    waarvòòr aanvragen van subsidie moeten worden ingediend, krijgen
                                    bij de verdeling van het beschikbare bedrag die activiteiten
                                    voorrang die het meeste overeenstemmen met het doel waarvoor dat
                                    bedrag ter beschikking is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_5_13_"> Voor het overige vindt de verdeling
                                    plaats in volgorde van ontvangst van de aanvragen. Een aanvraag
                                    wordt in bedoelde volgorde opgenomen indien deze volledig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e235"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            1.5</vet></noot.al><noot.al>Volgens deze bepaling is de prioriteringsmethodiek
                                            uitgangspunt voor de verdeling van subsidiegelden: de
                                            subsidie gaat in principe naar die activiteiten die het
                                            meeste bijdragen aan de doelstelling van de
                                            subsidieregeling. Als deze methodiek niet toepasbaar is,
                                            omdat de aanvragen verspreid binnen komen en geen
                                            onderlinge weging kan worden gemaakt, geldt de
                                            ‘die-het-eerst-komt-het-eerst-maalt-methode’.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.6</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_6_14_"> Subsidieverstrekking vindt plaats
                                    aan rechtspersonen. Rechtspersonen met een op het maken van
                                    winst gerichte doelstelling komen niet voor subsidie in
                                    aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_6_15_"> Subsidie wordt niet verstrekt aan
                                    rechtspersonen waarvan het doel of de werkzaamheid in strijd is
                                    met fundamentele rechtsbeginselen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_6_16_"> Het dagelijks bestuur kan bepalen
                                    dat subsidie wordt verstrekt aan andere personen dan bedoeld in
                                    het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e268"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            1.6</vet></noot.al><noot.al>Ook natuurlijke personen zijn rechtspersonen. In
                                            principe wordt slechts subsidie verstrekt aan niet op
                                            het maken van winst gerichte rechtspersonen, al dan niet
                                            met volledige rechtsbevoegdheid. Natuurlijke personen en
                                            bedrijven komen voor subsidie in aanmerking mits dat bij
                                            een bijzondere subsidieregeling is toegestaan. </noot.al><noot.al>Het tweede lid biedt een kapstok om bijvoorbeeld
                                            organisaties die aanzetten tot vreemdelingenhaat, van
                                            subsidie uit te sluiten. Weigering van subsidie op deze
                                            grond eist het nodige van het waterschapsbestuur op het
                                            punt van de motivering en de beslissing. </noot.al><noot.al>Het derde lid maakt het mogelijk om in een
                                            bijzondere subsidieregeling het verstrekken van subsidie
                                            mogelijk te maken.]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.7</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_7_17_"> Het dagelijks bestuur weigert in
                                    ieder geval subsidie:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H35453_0_1_7_17_1_"> indien de activiteiten
                                            waarvoor subsidie wordt aangevraagd, niet zijn gericht
                                            op het Waterschap Zuiderzeeland, niet ten goede komen
                                            aan ingezetenen van het waterschap of niet op andere
                                            wijze het belang van het waterschap dienen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H35453_0_1_7_17_2_"> indien de activiteiten in
                                            strijd zijn met onderdelen van het
                                            waterschapsbeleid;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H35453_0_1_7_17_3_"> voor zover de aanvrager
                                            naar het oordeel van het dagelijks bestuur de
                                            beschikking heeft of kan krijgen over de geldmiddelen
                                            die noodzakelijk zijn om de activiteiten op behoorlijke
                                            wijze te kunnen verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35453_0_1_7_18_"> Het dagelijks bestuur kan bij het
                                    verstrekken van subsidie van het bepaalde in het eerste lid,
                                    aanhef en onderdeel c, afwijken ten behoeve van activiteiten die
                                    van buitengewoon belang zijn voor het waterschap.</al><al><noot id="d11888e308"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            1.7</vet></noot.al><noot.al>Het eerste lid, onderdeel a, eist dat bij de te
                                            subsidiëren activiteit het belang van het waterschap
                                            ‘betrokken’ moet zijn. Die betrokkenheid is hier nader
                                            geconcretiseerd.</noot.al><noot.al>Onderdeel b van het eerste lid biedt grondslag om
                                            voor activiteiten, die in strijd zijn met nader
                                            aangewezen onderdelen van het waterschapsbeleid,
                                            subsidie te weigeren. Onder waterschapsbeleid wordt
                                            verstaan: al die activiteiten binnen het beheersgebied
                                            die aansluiten bij de doelstellingen van het waterschap,
                                            zoals omschreven in onder meer het waterbeheersplan. </noot.al><noot.al>In onderdeel c van het eerste lid is de
                                            vermogenstoets opgenomen als weigeringsgrond. Afwijken
                                            van de vermogenstoets kan volgens het tweede lid alleen
                                            om zwaarwegende motieven.]</noot.al></noot></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>De aanvraag</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.1 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35453_0_2_8_19_"> Een aanvraag van een subsidie wordt
                                    ingediend tenminste dertien weken voordat met de uitvoering van
                                    de activiteiten een begin wordt gemaakt, tenzij het dagelijks
                                    bestuur een andere termijn heeft aangegeven. Het dagelijks
                                    bestuur kan besluiten aanvragen die buiten de in vorige volzin
                                    bedoelde termijn zijn ingediend, niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35453_0_2_8_20_"> Bij de aanvraag worden in elk geval
                                    de volgende gegevens verstrekt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H35453_0_2_8_21_"> een beschrijving van aard en omvang
                                    van de activiteiten en de daarmee beoogde doelstellingen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H35453_0_2_8_22_"> een begroting van de aan de
                                    activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven van de aanvrager
                                    voorzien van een toelichting;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H35453_0_2_8_23_"> indien de aanvrager een
                                    privaatrechtelijk rechtspersoon is haar statuten, tenzij die al
                                    bij het dagelijks bestuur bekend zijn;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al id="anker-H35453_0_2_8_24_"> de laatst opgemaakte jaarrekening
                                    als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk
                                    Wetboek, dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de
                                    toelichting daarop of, indien deze bescheiden ontbreken, een
                                    verslag over de financiële positie van de aanvrager op het
                                    moment van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H35453_0_2_8_25_"> Het dagelijks bestuur kan
                                    ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede lid,
                                    onderdeel c en d.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H35453_0_2_8_26_"> Het dagelijks bestuur kan
                                    voorschrijven dat een schriftelijke verklaring wordt overgelegd
                                    van een accountant als bedoeld in artikel 393 van boek 2 van het
                                    Burgerlijk Wetboek omtrent de getrouwheid van de in het tweede
                                    lid, onderdeel d, bedoelde bescheiden, dan wel een mededeling
                                    dat van onjuistheden niet is gebleken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H35453_0_2_8_27_"> Indien voor dezelfde activiteiten
                                    tevens subsidie is aangevraagd bij een of meer andere
                                    bestuursorganen, doet de aanvrager daarvan mededeling in de
                                    aanvraag.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e379"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            2.1</vet></noot.al><noot.al>Wordt een subsidieaanvraag niet tijdig ingediend,
                                            dan kan het waterschapsbestuur op grond van artikel 4:5
                                            Awb besluiten haar niet te behandelen. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.2</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35453_0_2_9_28_">Het dagelijks bestuur zendt de
                                    aanvrager zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag van
                                    de subsidie een ontvangstbevestiging.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>De beslissing op de aanvraag </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.1</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35453_0_3_10_29_">Voorafgaande aan een
                                    subsidievaststelling kan een beschikking tot subsidieverlening
                                    worden gegeven.</al><al><noot id="d11888e411"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            3.1</vet></noot.al><noot.al>In de bepaling is vastgelegd dat het
                                            tweetraps-subsidiesysteem geldt, tenzij hiervoor geen
                                            aanleiding bestaat en er, gelet ook op het bepaalde in
                                            artikel 3.4 van de verordening, volstaan kan worden met
                                            het eentraps-subsidiesysteem. Als regel volgt op een
                                            subsidieaanvraag dus een verleningsbesluit en, na afloop
                                            van de activiteit of het boekjaar, een
                                            vaststellingsbesluit. De keuze voor het
                                            tweetraps-systeem als uitgangspunt sluit aan bij de
                                            structuur van de regeling van de Awb. Opgemerkt wordt
                                            dat het streven er echter op gericht is om waar
                                            mogelijk, hierbij onder meer in aanmerking nemende de
                                            hoogte van het subsidiebedrag, de doelgroep, het doel
                                            dat met de subsidieverstrekking wordt nagestreefd en de
                                            wenselijk geachte controle-intensiteit, volgens het
                                            eentraps-systeem te subsidiëren. Dat wil zeggen, dat
                                            verlening en vaststelling in één besluit worden vervat. </noot.al><noot.al>Dit systeem kan het doelmatig werken door de
                                            subsidie-ontvanger bevorderen. Voor het waterschap kan
                                            het eentraps-systeem een zekere beperking van de
                                            uitvoeringslasten als voordeel hebben. De toetsing
                                            achteraf bij deze subsidies is doorgaans minder
                                            intensief dan bij de tweetraps-subsidies. Wel moet
                                            worden bedacht, dat bij de eentraps-subsidies het
                                            voorwerk van de besluitvorming veelal omvangrijker is.
                                            Het wegvallen van de correctiemogelijkheid op basis van
                                            de rekening noodzaakt tot een diepergaande
                                            begrotingstoetsing en, indien op basis van eenheden
                                            product wordt gesubsidieerd, tot bewaking van de
                                            kostennormen. Bij eentrapssubsidiëring op basis van
                                            eenheden product kan bovendien de productdefiniëring een
                                            gecompliceerde, arbeidsintensieve aangelegenheid zijn.
                                            Onvoldoende mogelijkheden voor een min of meer precieze
                                            kostenraming van activiteiten maakt doorvoering van het
                                            eentraps-systeem over de hele linie niet haalbaar. Per
                                            specifieke subsidie moet worden bezien wat het risico
                                            van oversubsidiëring is wanneer de vaststelling achteraf
                                            achterwege blijft. Goede beheersing van de
                                            overheidsuitgaven als doelstelling van de derde tranche
                                            zou bij een te royaal gebruik van het eentraps-systeem
                                            in het gedrang kunnen komen. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35453_0_3_11_30_">Het dagelijks bestuur beslist
                                    binnen acht weken na ontvangst op de aanvraag. De beslissing kan
                                    eenmaal voor ten hoogste acht weken worden verdaagd.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e435"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 3.2
                                            </vet></noot.al><noot.al>Wanneer de aanvraag niet compleet is kan de
                                            beslissingstermijn van acht weken met toepassing van
                                            artikel 4:15 van de wet worden opgeschort totdat de
                                            aanvraag is aangevuld. De laatste volzin van deze
                                            bepaling maakt het mogelijk dat de beslissing op de
                                            subsidieaanvraag met acht weken wordt verdaagd.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.3</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35453_0_3_12_31_"> Het tijdvak dat wordt vermeld in
                                    de beschikkingen tot verlening van subsidie in de vorm van een
                                    periodieke aanspraak op financiële middelen bedoeld in artikel
                                    4:32 van de wet, is ten hoogste vier jaar. In bijzondere
                                    gevallen kan het dagelijks bestuur een langer tijdvak
                                    vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35453_0_3_12_32_"> De financiering van de in het
                                    eerste lid genoemde meerjarige subsidies wordt in een bijzondere
                                    subsidieverordening geregeld.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e463"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 3.3
                                            </vet></noot.al><noot.al>Artikel 4:32 Awb bepaalt, dat meerjarige subsidies
                                            (zogenaamde duursubsidies) niet voor onbepaalde tijd
                                            mogen worden verleend. Subsidies worden verleend voor
                                            een bepaald tijdvak. Dit artikel stimuleert het
                                            bestuursorgaan tot periodiek onderzoek van de
                                            wenselijkheid van voortzetting van een subsidie. In de
                                            verordening is het tijdvak in principe vastgesteld op
                                            ten hoogste vier jaar. Hiervan kan het dagelijks bestuur
                                            afwijken. Meerjarige subsidies kunnen betrekking hebben
                                            op bijvoorbeeld IBA’s, stedelijk waterbeheer en sanering
                                            risicovolle overstorten. Het aantal aanvragen kan op
                                            gespannen voet staan met een vastgesteld
                                            subsidieplafond. Het is denkbaar dat in een dergelijke
                                            situatie gezocht wordt naar een alternatieve
                                            financieringsbron. Vandaar dat in het tweede lid
                                            hierover een bepaling is opgenomen. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.4</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35453_0_3_13_33_">Indien alleen een beschikking tot
                                    subsidievaststelling wordt gegeven, is artikel 4:35, eerste lid,
                                    van de wet van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e485"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            3.4</vet></noot.al><noot.al>Artikel 4:35 Awb bevat een aantal gronden voor
                                            weigering van verlening van subsidie. Teneinde deze
                                            gronden ook tot afwijzingsgrond te maken voor subsidies
                                            die alleen worden vastgesteld (waarvoor dus het
                                            eentraps-systeem geldt), is artikel 4:35 van
                                            overeenkomstige toepassing verklaard. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Verplichtingen van de subsidie-ontvanger </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.1</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35453_0_4_14_34_">Het dagelijks bestuur kan de
                                    subsidie-ontvanger bij de verstrekking van subsidie ook andere
                                    verplichtingen dan bedoeld in artikel 4:37 van de wet opleggen
                                    die strekken tot verwezenlijking van het doel van de
                                    subsidie.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e511"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 4.1
                                            </vet></noot.al><noot.al>De wet somt in artikel 4:37 een aantal
                                            verplichtingen op die in de vorm van een voorschrift aan
                                            de subsidiebeschikking kunnen worden verbonden. In
                                            artikel 4.1 wordt - op voet van artikel 4:38 Awb -
                                            geregeld dat ook andere dan de opgesomde verplichtingen
                                            aan de subsidie kunnen worden verbonden. Voorwaarde is
                                            wel dat de verplichtingen moeten strekken tot
                                            verwezenlijking van het doel van de subsidie.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35453_0_4_15_35_"> De subsidie-ontvanger voert een
                                    zodanig ingerichte administratie dat te allen tijde de voor de
                                    vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en
                                    verplichtingen, alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen
                                    worden nagegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35453_0_4_15_36_"> Het eerste lid is van
                                    overeenkomstige toepassing op de subsidie-ontvanger op wie de
                                    verplichting van artikel 5.4 van deze verordening rust.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H35453_0_4_15_37_"> De subsidie-ontvanger verleent aan
                                    het dagelijks bestuur, danwel aan de door dit bestuur aangewezen
                                    ambtenaren of deskundigen, inzage in de administratie indien dit
                                    naar het oordeel van het dagelijks bestuur nodig is voor de
                                    beoordeling van de besteding van de verstrekte subsidie.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e544"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            4.2</vet></noot.al><noot.al>Artikel 4:37 van de wet bevat de mogelijkheid aan
                                            de subsidie-ontvanger verplichtingen op te leggen met
                                            betrekking tot de administratie van aan de
                                            gesubsidieerde activiteiten verbonden inkomsten en
                                            uitgaven en het afleggen van rekening en verantwoording.
                                            Artikel 4.2 bevat op dit punt een standaardverplichting.
                                            Het creëert ook een inzagerecht voor de
                                            subsidieverschaffer, zodat deze desgewenst via de boeken
                                            controle kan uitoefenen op de besteding van de
                                            subsidiegelden. Met name in de gevallen, waarin de
                                            subsidie-ontvanger in het kader van het afleggen van
                                            rekening en verantwoording geen accountantsrapport
                                            behoeft over te leggen, kan dit inzagerecht van belang
                                            zijn. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>De subsidievaststelling, rekening en verantwoording </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.1</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35453_0_5_16_38_"> De subsidie-ontvanger dient binnen
                                    zes maanden na afloop van de activiteiten of het tijdvak
                                    waarvoor subsidie werd verleend, een aanvraag tot vaststelling
                                    van subsidie in, tenzij het dagelijks bestuur bij de verlening
                                    een andere termijn heeft aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35453_0_5_16_39_"> De aanvraag gaat vergezeld van een
                                    financieel verslag en een activiteitenverslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H35453_0_5_16_40_"> Indien de subsidie-ontvanger
                                    ingevolge wettelijk voorschrift verplicht is tot het opstellen
                                    van een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van
                                    het Burgerlijk Wetboek of indien dit bij subsidieverlening is
                                    bepaald, legt hij in plaats van het financieel verslag de
                                    jaarrekening over.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35453_0_5_17_41_">Het activiteitenverslag beschrijft
                                    de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie werd
                                    verleend en bevat een vergelijking tussen de nagestreefde en
                                    gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de
                                    verschillen.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e589"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel
                                            5.2</vet></noot.al><noot.al>Uit het activiteitenverslag moet duidelijk worden
                                            wat het effect is (geweest) van de verstrekte subsidie.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.3</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35453_0_5_18_42_">Indien een beschikking tot
                                    subsidieverlening is gegeven waarin een bedrag is vermeld waarop
                                    de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, wordt zij
                                    vastgesteld op basis van de werkelijke kosten en baten van de
                                    activiteiten waarvoor zij is verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.4</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35453_0_5_19_43_">Indien subsidie is vastgesteld
                                    zonder dat daaraan voorafgaand een beschikking tot
                                    subsidieverlening is gegeven, toont de subsidie-ontvanger binnen
                                    zes maanden na afloop van de activiteiten, dan wel het tijdvak
                                    waarvoor subsidie is verstrekt, aan dat de activiteiten hebben
                                    plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen. Hierbij legt hij de in artikel 5.1, tweede en
                                    derde lid, genoemde stukken over.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e619"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 5.4
                                            </vet></noot.al><noot.al>Uitgangspunt is dat subsidies die tot een bepaald
                                            maximum zijn verleend, altijd worden vastgesteld op
                                            basis van de werkelijke kosten. Aan de betreffende
                                            activiteit verbonden inkomsten worden dus, ook als
                                            daarmee in de aanvraag of de verlening niet
                                            uitdrukkelijk rekening is gehouden, in principe altijd
                                            afgetrokken. </noot.al><noot.al>Is subsidie niet tot een bepaald maximum verleend,
                                            dan zijn de mogelijkheden tot vaststelling van de
                                            subsidie op een lager bedrag dan het verleende bedrag
                                            beperkt. Artikel 4:46 van de wet somt limitatief op
                                            onder welke omstandigheden vaststelling op een lager
                                            bedrag mogelijk is. Daartoe behoort niet de situatie dat
                                            de subsidie-ontvanger de activiteit heeft gerealiseerd
                                            tegen lagere kosten en/of met een hogere opbrengst dan
                                            begroot. Het verschil tussen het batig saldo van de
                                            activiteit en de verleende subsidie kan in dat geval
                                            niet worden teruggehaald. Bij niet tot een maximum
                                            verleende subsidies is het dan ook belangrijk dat de
                                            aanvraag met bijbehorende stukken nauwkeurig wordt
                                            getoetst. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Intrekking en wijziging </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.1</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35453_0_6_20_44_">Het dagelijks bestuur kan de
                                    subsidieverlening intrekken of wijzigen indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H35453_0_6_20_45_"> conservatoir beslag is gelegd op
                                    het vermogen of een deel van het vermogen van de
                                    subsidie-ontvanger;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H35453_0_6_20_46_"> de subsidie-ontvanger surcéance
                                    van betaling is verleend;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H35453_0_6_20_47_"> de subsidie-ontvanger in staat van
                                    faillissement is verklaard.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e662"><noot.nr>17</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 6.1
                                            </vet></noot.al><noot.al>Intrekking en wijziging worden altijd getoetst aan
                                            de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, dus o.a.
                                            aan rechtsgelijkheid en aan het motiveringsbeginsel. Het
                                            waterschapsbestuur dient derhalve zorgvuldig hiermee om
                                            te gaan. Deze bepaling doelt op artikel 4:50, eerste lid
                                            onderdeel c, van de wet, dat het mogelijk maakt de reeds
                                            in de wet (met name in artikel 4:48 en 4:50) genoemde
                                            intrekkings- en wijzigingsgronden bij wettelijk
                                            voorschrift aan te vullen. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>De betaling </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7.1</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35453_0_7_21_48_">Tenzij het subsidiebedrag in
                                    gedeelten wordt betaald, vindt de betaling plaats binnen zes
                                    weken na de subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e688"><noot.nr>18</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 7.1
                                            </vet></noot.al><noot.al>Artikel 4:52 Awb bepaalt dat de subsidie behoudens
                                            andersluidend wettelijk voorschrift binnen 4 weken na de
                                            subsidievaststelling wordt betaald. De praktijk leert
                                            dat deze termijn te kort is. In de voorgestelde bepaling
                                            is hij daarom verlengd tot zes weken. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35453_0_7_22_49_"> Het dagelijks bestuur kan
                                    voorschotten verlenen op verleende subsidies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35453_0_7_22_50_"> De voorschotten bedragen in totaal
                                    ten hoogste 80% van de verleende subsidie. Indien bijzondere
                                    omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan het dagelijks
                                    bestuur tot het volledige bedrag voorschotten verlenen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Per boekjaar verstrekte subsidies </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.1</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35453_0_8_23_51_"> Voor per boekjaar verstrekte
                                    subsidies aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid,
                                    niet zijnde krediet- en garantieverleningen, is afdeling 4.2.8
                                    van de wet zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing,
                                    tenzij het dagelijks bestuur anders bepaalt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35453_0_8_23_52_"> Voor per boekjaar verstrekte
                                    subsidies aan rechtspersonen zonder volledige rechtsbevoegdheid,
                                    niet zijnde krediet- en garantieverleningen, is afdeling 4.2.8
                                    van de wet zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing,
                                    tenzij het dagelijks bestuur anders bepaalt.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e734"><noot.nr>19</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 8.1
                                            </vet></noot.al><noot.al>Afdeling 4.2.8 Awb is bedoeld als uitwerking van en
                                            aanvulling op de overige afdelingen van titel 4.2 Awb.
                                            Zij bevat facultatief recht, dat wil zeggen dat de
                                            subsidie-verstrekkende overheid haar kan toepassen, maar
                                            daartoe in principe niet verplicht is. Bij artikel 8.1
                                            van de verordening wordt de toepasselijkheid van
                                            afdeling 4.2.8. voor het waterschapsbestuur tot regel
                                            verheven. Volgens artikel 4:66 Awb kan de subsidie ex
                                            afdeling 4.2.8 alleen aan rechtspersonen met volledige
                                            rechtsbevoegd worden toegekend. De Memorie van
                                            Toelichting zegt dat rechtspersonen zonder volledige
                                            rechtsbevoegdheid - en dan gaat het met name om
                                            verenigingen zonder notarieel vastgestelde statuten -
                                            onvoldoende doorzichtig zijn voor toepassing van de
                                            afdeling. In het tweede lid van artikel 8.1 is de
                                            afdeling niettemin - zoveel mogelijk - van
                                            overeenkomstige toepassing verklaard op dergelijke
                                            ‘informele’ rechtspersonen. Aan het bezwaar van de
                                            Memorie van Toelichting kan tegemoet worden gekomen door
                                            op basis van artikel 2.1 en, voor zover nog nadere
                                            gegevens benodigd zijn, op basis van artikel 4:2 van de
                                            wet, voorafgaand aan de subsidieverlening, al die
                                            informatie over te laten leggen die benodigd is om vast
                                            te kunnen stellen hoe de betreffende rechtspersoon
                                            functioneert. Of een zeker mate van continuïteit is
                                            gewaarborgd en of hij in staat kan worden geacht de
                                            activiteit, waarop de aanvraag betrekking heeft, uit te
                                            voeren. De door het Burgerlijk Wetboek gegeven
                                            persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders geeft
                                            bij deze rechtspersonen een extra waarborg tegen
                                            oneigenlijk gebruik van subsidiegelden. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.2</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35453_0_8_24_53_"> De aanvraag van een subsidie per
                                    boekjaar wordt ingediend voor 1 april van het jaar dat
                                    voorafgaat aan het boekjaar, tenzij het dagelijks bestuur anders
                                    bepaalt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35453_0_8_24_54_"> Indien voor het jaar voorafgaand
                                    aan het boekjaar reeds subsidie werd verkregen, kan de aanvraag
                                    tot en met 31 augustus worden ingediend, als zij in vergelijking
                                    met de subsidie voor het voorafgaande jaar niet meer dan een
                                    trendmatige wijziging inhoudt in verband met de algemene
                                    ontwikkeling van het loon- en prijspeil.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e762"><noot.nr>20</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 8.2
                                            </vet></noot.al><noot.al>Voor boekjaarsubsidies geldt dat zij vóór 1 april
                                            van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar moeten
                                            worden aangevraagd, teneinde ze volledig in het
                                            afwegingsproces van de begroting mee te kunnen nemen.
                                            Voor tweede en volgende aanvragen, waarbij in
                                            vergelijking met de voorheen ontvangen subsidie geen
                                            substantiële verhoging wordt gevraagd, doet de noodzaak
                                            daartoe zich minder voor. Daarom is in het tweede lid de
                                            nieuwe bepaling opgenomen dat dergelijke aanvragen
                                            uiterlijk op 31 augustus moeten worden ingediend.
                                            ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.3</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35453_0_8_25_55_">Het dagelijks bestuur beslist
                                    uiterlijk vier weken voor de aanvang van het boekjaar op de
                                    aanvraag van de subsidie. De beslissing kan voor ten hoogste
                                    vier weken worden verdaagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.4</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35453_0_8_26_56_">Subsidie per boekjaar wordt
                                    verleend voor ten hoogste vier boekjaren.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Bijzondere- en slotbepalingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.1</titel></kop><lid><lidnr/><al id="anker-H35453_0_9_27_57_">Het in artikel 4:24 van de wet
                                    bedoelde verslag kan ten minste éénmaal in de vijf jaar door het
                                    dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur worden
                                    aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.2</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35453_0_9_28_58_"> Indien het dagelijks bestuur
                                    subsidie verstrekt voor activiteiten waarvoor ook door andere
                                    bestuursorganen subsidie wordt verstrekt, kan het dagelijks
                                    bestuur afwijken van deze verordening en de van toepassing
                                    zijnde bijzondere subsidieverordeningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35453_0_9_28_59_"> Het eerste lid is alleen van
                                    toepassing als afwijking wenselijk is ter afstemming van de op
                                    de betrokken subsidies toepasselijke voorschriften, mits
                                    daardoor de belangen met het oog waarop de bepalingen waarvan
                                    wordt afgeweken zijn gesteld, niet onevenredig worden
                                    geschaad.</al></lid><lid><lidnr/><al><noot id="d11888e818"><noot.nr>21</noot.nr><noot.al><vet>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 9.2
                                            </vet></noot.al><noot.al>In deze bepaling wordt de mogelijkheid gecreëerd
                                            tot afstemming met voorschriften van andere
                                            subsidieverstrekkende overheden. ]</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9.3</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H35453_0_9_29_60_"> Deze verordening kan worden
                                    aangehaald als: ‘Algemene subsidieverordening Waterschap
                                    Zuiderzeeland’.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H35453_0_9_29_61_"> De verordening treedt in werking
                                    met ingang van 1 juli 2006.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Algemene Vergadering
                        d.d. 13 juni 2006</ondertekening><ondertekening>Lelystad, 13 juni 2006,</ondertekening><ondertekening>het college van Dijkgraaf en Heemraden,</ondertekening><ondertekening>ir. J.B. van der Veen. mr. ir. H.L. Tiesinga.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Toelichting op de ‘Algemene subsidieverordening van het Waterschap
                    Zuiderzeeland’. </al><divisie><kop><titel>Inleiding</titel></kop><al>Op 1 januari 1994 zijn de eerste en tweede tranche van de Algemene wet
                        bestuursrecht (hierna: ‘Awb’) in werking getreden. Op 1 januari 1998 is de
                        derde tranche in werking getreden. De derde tranche omvat onder meer een
                        uitvoerige regeling van het onderwerp subsidiëring. In deze regeling (titel
                        4.2 van de Awb) heeft de wetgever regels die in de jurisprudentie met
                        betrekking tot subsidiëring zijn gegroeid, gecodificeerd en voorts
                        harmonisatie tot stand gebracht van de talloze wettelijke regelingen op dit
                        gebied.</al><al>Volgens de Memorie van Toelichting zijn de doelstellingen van titel
                        4.2:</al><al>- het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies;</al><al>- het verschaffen van voldoende rechtszekerheid aan
                        subsidie-ontvangers;</al><al>- beheersbaarheid van de overheidsuitgaven.</al><al>De subsidieregeling van de Awb bouwt - conform de systematiek van de wet -
                        voort op de algemene regelingen van de vorige tranches. Voor de vraag aan
                        welke eisen een beschikking tot subsidieverstrekking moet voldoen, moeten
                        dan ook niet alleen de bepalingen van titel 4.2 worden geraadpleegd, maar
                        bijvoorbeeld ook titel 4.1 (algemene bepalingen over beschikkingen),
                        afdeling 3.2 (zorgvuldigheid en belangenafweging) en afdeling 3.6
                        (bekendmaking en mededeling van besluiten).</al><al>Grote inhoudelijke verschuivingen heeft titel 4.2 niet tot gevolg. De
                        regeling behelst vooral procedurebepalingen, die toch wel afwijken van de
                        gang van zaken omtrent subsidieverstrekking, zoals bij het waterschap tot nu
                        toe gebruikelijk was. Hier zullen enige vermeldenswaardige elementen worden
                        aangestipt.</al><al>De wet (artikel 4:21) definieert het begrip subsidie als:</al><al><cursief>De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan
                            verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders
                            dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen en
                            diensten.</cursief></al><al>Deze definitie geeft aan de subsidietitel een ruim bereik. De wet verplicht
                        ertoe om voor elke subsidiëring een wettelijke grondslag vast te stellen. Zo
                        wordt duidelijkheid geschapen over de rechten en plichten van
                        subsidieverstrekker en -ontvanger. Tegelijk wordt de subsidieverstrekkende
                        overheid gedwongen zich terdege af te vragen welke doelen met de subsidie
                        worden nagestreefd en welke voorschriften en bevoegdheden noodzakelijk zijn
                        om die doelen te bereiken.</al><al>Subsidies kunnen in verband met de beheersbaarheid van de overheidsuitgaven
                        uitsluitend voor bepaalde tijd worden verstrekt. Aldus wordt de
                        subsidieverstrekker gedwongen bij afloop van de termijn stil te staan bij de
                        wenselijkheid van voortzetting van de subsidie.</al><al>De wet kent de mogelijkheid tot vaststelling van een subsidieplafond. Dit
                        middel geeft de overheid, tezamen met het aloude middel van het
                        begrotingsvoorbehoud, de mogelijkheid om de uitgaven voor subsidiëring,
                        althans voorzover subsidieverstrekking plaatsvindt op basis van een
                        verordening, binnen de begrote posten te houden. Is voor een
                        subsidieregeling geen plafond vastgesteld, dan heeft zij een open eind en
                        kan het tekortschieten van de beschikbare middelen niet als afwijzingsgrond
                        worden gehanteerd. Voor de duidelijkheid wordt nog opgemerkt, dat de
                        vaststelling van een begrotingspost niet tevens de vaststelling van het
                        subsidieplafond impliceert.</al><al>De vaststelling van het plafond moet plaatsvinden bij een afzonderlijk
                        besluit. Aldus is het ook mogelijk om het plafond op een lager bedrag vast
                        te stellen dan het bedrag van de begrotingspost.</al><al>De derde tranche verplicht het bestuur tot periodieke evaluatie van en
                        rapportage over de doeltreffendheid en de effecten van de op de
                        verordening(en) berustende subsidies. Ook deze verplichting kan worden
                        gezien in het licht van het beheersen van overheidsuitgaven.</al><al>Behalve de nieuwe definitie van het begrip subsidie brengt titel 4.2 nog
                        enkele andere terminologische veranderingen.</al><al>De term verlenen is gereserveerd voor het besluit, waarbij de subsidie wordt
                        toegekend voor een bepaalde – in het algemeen toekomstige – activiteit. Met
                        de verlening krijgt de aanvrager aanspraak op financiële middelen, mits hij
                        daadwerkelijk de gesubsidieerde activiteiten verricht. ‘Verlenen’ is daarmee
                        het equivalent van het begrip ‘toekennen’ in de huidige regelgeving. Een
                        bestuursorgaan gaat door subsidieverlening een financiële verplichting aan.
                        Wordt de activiteit uitgevoerd en worden de verplichtingen nagekomen, dan
                        kan het waterschap niet meer terugkomen op het verleningsbesluit. </al><al>Bij het vaststellen gaat het om het vaststellen van het bedrag van de
                        subsidie en het verschaffen van aanspraak op betaling van dit bedrag. Het
                        gaat hierbij om het besluit, waarbij definitief wordt beslist dat de
                        aanvrager de subsidie krijgt ter hoogte van een bepaald bedrag. Voordat dat
                        besluit genomen is zal het nodig zijn om vast te stellen of de activiteiten
                        zijn verricht en opgelegde verplichtingen zijn nagekomen. </al><al>Tot slot is de algemene term voor het geven van subsidie (in de geldende
                        regelgeving veelal aangeduid als ‘subsidieverlening’): verstrekken van
                        subsidie. Het bedrag wordt daadwerkelijk uitbetaald. </al></divisie><divisie><kop><titel>Titel 4.2 Awb in vogelvlucht</titel></kop><al>Titel 4.2 van de Awb geeft een wettelijk kader voor alle, als subsidie in de
                        zin van de wet, aan te merken financiële aanspraken en bevat regels die bij
                        iedere subsidieverhouding aan de orde zijn.</al><al>De inhoud kan als volgt worden samengevat.</al><al>De reikwijdte van de subsidietitel wordt bepaald door de hierboven vermelde
                        definitie van het begrip subsidie in artikel 4:21.</al><al>Het stelsel van subsidieverstrekking beslaat - als regel - vier fasen:</al><al>1. de subsidieverlening (afdeling 4.2.3.);</al><al>2. eventueel de bevoorschotting (4:54 e.v.);</al><al>3. de vaststelling van de subsidie (afdeling 4.2.5.); </al><al>4. de uitbetaling van het subsidiebedrag (4:52,4:53 en 4:56).</al><al>De subsidiërende overheid kan bepalen dat in bepaalde gevallen de
                        beschikking tot verlening van subsidie (fase 1) achterwege blijft
                        (4:29).</al><al>In de wet vinden we de volgende uitgangspunten terug:</al><al>- de verstrekking van subsidie dient te steunen op een wettelijk voorschrift
                        (4:23);</al><al>- Van de gesubsidieerde activiteiten dient verslag te worden gedaan; de
                        subsidie dient periodiek te worden geëvalueerd (4:24);</al><al>- de uitgaven voor subsidiëring dienen binnen de begrote posten te kunnen
                        plaatsvinden; </al><al> hiertoe staan de middelen subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud ter
                        beschikking (afdeling 4.2.2 artikel 4:34).</al><al>De wet geeft verdere regels voor:</al><al>- de afwijzing van een aanvraag om subsidieverlening (4:35);</al><al>- de voorwaarden (4:33), voorschriften en beperkingen (afdeling 4.2.4) die
                        aan de subsidie-ontvanger kunnen worden opgelegd;</al><al>- de intrekking en wijziging van de subsidieverlening en -vaststelling
                        (afdeling 4.2.6);</al><al>- de stopzetting van betalingen (4:56) en de terugvordering van
                        onverschuldigd betaalde voorschotten en subsidiebedragen (4:57). </al><al>Tenslotte bevat afdeling 4.2.8 een standaardregeling voor per boekjaar
                        verstrekte subsidies aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid. In
                        die afdeling staan regels ter uitwerking van en aanvulling op de regels van
                        de overige afdelingen van de subsidietitel, toegesneden op de vermelde
                        specifieke subsidiesoort. Het staat de subsidiërende overheid vrij om deze
                        afdeling al of niet van toepassing te verklaren. Overigens is ook op sommige
                        andere plaatsen in titel 4.2 facultatief recht te vinden. De betreffende
                        bepalingen zijn dan alleen van toepassing, indien dit expliciet is
                        bepaald.</al></divisie><divisie><kop><titel>Regelgeving door het waterschap</titel></kop><al>Niet alleen de komst van de derde tranche van de Awb maakt het noodzakelijk
                        voor het waterschap nieuwe subsidieregelgeving op te stellen, ook de verder
                        toenemende profilering en positie van het waterschap in het maatschappelijke
                        bestel noodzaakt tot het maken van regels. Dit bestaat uit een algemene
                        subsidieverordening. In deze algemene regeling zijn de ‘algemene
                        voorwaarden’, waaronder het waterschap subsidie verstrekt in lijn met de
                        Awb. </al><al>Op enig moment kan de situatie zich voordoen dat voor specifieke onderwerpen
                        een Bijzondere subsidieverordening hier aan toegevoegd wordt. Bij andere
                        waterschappen komen dergelijke regelingen voor op het vlak van stimulering
                        duurzaam stedelijk waterbeheer, subsidie niet-gerioleerde percelen en
                        recreatief medegebruik .</al><al>De algemene regelgeving beperkt zich tot die bepalingen waarvoor titel 4.2
                        de ruimte laat. Een aantal bepalingen van titel 4.2 stelt de
                        toepasselijkheid ervan afhankelijk van de keuze die ‘bij wettelijk
                        voorschrift’ is gemaakt. Daarmee laat de Awb op onderdelen aan de lagere
                        overheid keuzevrijheid. In de artikelgewijze toelichting van de algemene
                        subsidieverordening is aangegeven welke bepalingen aan die vrijheid
                        invulling beogen te geven. Zo staan hierin de algemene bepalingen voor
                        subsidies die door het waterschap worden verstrekt, voor zover de algemene
                        bepalingen van de Awb daarin niet reeds voorzien. Verder bevat de regeling
                        bepalingen over onderwerpen, die volgens de Awb bij of krachtens wettelijk
                        voorschrift worden geregeld.</al><al>De specifiek op de onderscheidene subsidies toegesneden regels kunnen te
                        zijner tijd worden neergelegd in een ‘Bijzondere subsidieverordening’. In
                        deze bijzondere verordeningen kunnen onder meer bepalingen worden opgenomen
                        met betrekking tot een berekeningsgrondslag en omvang van de subsidie, de
                        toewijzingsgronden, eventuele aanvullende afwijzingsgronden, eventuele
                        regels over het toepasselijke subsidiesysteem en de
                        subsidieverdelingsmethodiek en eventuele van de subsidieverordening
                        afwijkende procedurele voorschriften.</al></divisie><divisie><kop><titel>Gehanteerde uitgangspunten </titel></kop><al>Voor de opstelling van deze algemene subsidieverordening zijn,
                        respectievelijk worden, de volgende uitgangspunten gehanteerd.</al><al>De nieuwe regels dienen zo nauw mogelijk aan te sluiten bij het systeem van
                        de Awb. Waar de wet een regeling bevat voor een bepaald onderwerp, maar
                        tegelijk de mogelijkheid laat afwijkende regels te stellen, wordt van deze
                        mogelijkheid alleen gebruik gemaakt wanneer bijzondere redenen daartoe
                        nopen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>