<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR271823_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening sluis- en bruggeld Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Holland Combinatie 04-04-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening sluis- en bruggeld Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 115</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-03-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-04-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08.2425</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur – waterschappen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>In de vergadering van het college van hoofdingelanden (het algemeen bestuur) van het hoogheemraadschap van 19 maart 2008 is besloten de verordening per 1 januari 2009 in te trekken.</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 19-3-2008</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Holland Combinatie 04-04-2008</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-14370</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening sluis- en bruggeld Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
                2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 </titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>hoogheemraadschap: het Hoogheemraadschap Hollands
                                    Noorderkwartier; </al></li><li nr="b."><al>het college van dijkgraaf en hoogheemraden: het dagelijks
                                    bestuur van het hoogheemraadschap; </al></li><li nr="c."><al>het college van hoofdingelanden: het algemeen bestuur van het
                                    hoogheemraadschap; </al></li><li nr="d."><al>vrachtschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor
                                    het vervoer van goederen; </al></li><li nr="e."><al>pleziervaartuig: een vaartuig dat hoofdzakelijk gebruikt wordt
                                    voor niet-bedrijfsmatige recreatie; </al></li><li nr="f."><al>overig vaartuig: een vaartuig niet zijnde een vrachtschip of een
                                    pleziervaartuig. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Aard van de heffing en belastbaar feit</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Onder de naam ‘sluisgeld’ wordt een recht geheven voor het varen door de
                            Wilhelminasluis te Zaandam. </al><al>(Artikel 2 is gewijzigd bij besluit van 19 maart 2008, nr. 08.2425,
                            inwerkingtreding 5 april 2008.)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Belastingplicht</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>De in artikel 2 bedoelde rechten worden geheven van de schipper van een
                            vrachtschip, een pleziervaartuig of een overig vaartuig ten behoeve
                            waarvan gebruik wordt gemaakt van de sluis en/of waarvoor de brug moet
                            worden geopend. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Maatstaf en tarief</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H69803_0_4_4_1_"> Het sluisgeld bedraagt voor elke
                                doorvaart:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een vrachtschip tot en met 15 ton € 1,95 per ton en
                                        voor elke ton of gedeelte daarvan meer € 0,016; </al></li><li nr="b."><al>voor een pleziervaartuig € 1,00; </al></li><li nr="c."><al>voor overige vaartuigen € 0,032 per m² ingenomen
                                        wateroppervlakte, met een minimum van € 1,95 per vaartuig.
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H69803_0_4_4_2_"> Het bruggeld bedraagt voor elke
                                doorvaart € 1,00.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H69803_0_4_4_3_"> Het verschuldigde bedrag wordt naar
                                beneden afgerond op hele bedragen van € 0,05. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Wijze van heffing</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>De in artikel 2 bedoelde rechten worden geheven door middel van een
                            gedagtekende nota of een andere schriftelijke kennisgeving, waarop het
                            verschuldigde bedrag wordt vermeld, dan wel bij wege van aanslag. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Tijdstip van betaling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H69803_0_6_6_4_"> Indien de in artikel 2 bedoelde rechten
                                worden geheven door middel van een gedagtekende nota of een andere
                                schriftelijke kennisgeving, moet het sluis- en/of bruggeld worden
                                voldaan op het tijdstip waarop een van de in artikel 2 genoemde
                                sluizen en/of bruggen wordt binnengevaren dan wel doorgevaren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H69803_0_6_6_5_"> Indien de in artikel 2 bedoelde rechten
                                worden geheven bij wege van aanslag moet het sluis- en/of bruggeld
                                worden voldaan binnen 14 dagen na dagtekening van het
                                aanslagbiljet.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Nadere regels</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>Het college van dijkgraaf en hoogheemraden kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van het sluis- en/of
                            bruggeld. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Inwerkingtreding, intrekking en citeertitel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H69803_0_8_8_6_"> Deze verordening treedt in werking op 1
                                januari 2005. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H69803_0_8_8_7_"> Met ingang van de in het eerste lid van
                                dit artikel bedoelde datum wordt ingetrokken de Verordening op de
                                heffing en invordering van sluis- en bruggeld 2003 van het
                                Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, vastgesteld bij besluit
                                van het college van hoofdingelanden van 8 januari 2003, nr. 03.322.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H69803_0_8_8_8_"> Deze verordening kan worden aangehaald
                                als ‘Verordening sluis- en bruggeld Hoogheemraadschap Hollands
                                Noorderkwartier 2005’. </al></lid></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het college van
                        hoofdingelanden van 24 november 2004.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Toelichting </titel></kop><al><vet>I. Algemeen</vet></al><al><vet>I .1 Inleiding</vet></al><al>Op 1 januari 2003 is het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier gevormd door
                    samenvoeging van de waterschappen Hollands Kroon, Groot-Geestmerambacht, Het
                    Lange Rond, Westfriesland, De Waterlanden en het hoogheemraadschap van
                    Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier. De taken van het nieuwe
                    hoogheemraadschap zijn een optelsom van de taken van de voormalige
                    waterschappen. </al><al>Het voormalige hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen en het voormalige
                    waterschap Het Lange Rond kenden een verordening met betrekking tot de heffing
                    en invordering van sluis- en bruggelden. Het voormalige waterschap De
                    Waterlanden kende een heffing met betrekking tot één van de sluizen die bij dit
                    waterschap in beheer was. </al><al>In verband met de fusie bestond de noodzaak per 1 januari 2003 een nieuwe
                    verordening voor de heffing en invordering van sluis- en bruggelden vast te
                    stellen, die gold voor het hele grondgebied van het nieuwe hoogheemraadschap.
                    Dit resulteerde in de Verordening sluis- en bruggeld 2003 van het
                    hoogheemraadschap. </al><al><vet>I.2 De Verordening sluis- en bruggeld 2003</vet></al><al>De Verordening sluis- en bruggeld 2003 beoogde het beleid van de voormalige
                    waterschappen te uniformeren en de tarieven voor de doorvaart van sluizen en
                    bruggen in het hele gebied van het hoogheemraadschap gelijk te schakelen. Om die
                    reden is ook een heffing geïntroduceerd bij bediende sluizen en bruggen waar
                    voorheen geen sluis- of bruggeld verschuldigd was. </al><al>In de praktijk bleek de uitvoering van de verordening problematisch. Veel
                    kleinere sluizen en bruggen in het gebied liggen in vaarwateren van
                    ondergeschikt belang en kennen daarom een zeer gering aantal doorvaarten. Mede
                    om die reden worden zij in veel gevallen bediend door vrijwilligers of door
                    verenigingen of stichtingen. </al><al>De inning van sluis- en bruggelden door vrijwilligers laat zich echter moeilijk
                    verenigen met het belastingkarakter van de heffing. Het regelen van de
                    inningsbevoegdheid en het opzetten van een fiscale administratie in deze
                    gevallen is op zichzelf wel mogelijk, maar niet doelmatig, ook al niet gezien de
                    geringe opbrengsten. Daar komt bij dat de opbrengsten in een aantal gevallen
                    fungeren als vergoeding voor de vrijwillige inzet. </al><al><vet>I.3 De Verordening sluis- en bruggeld 2005</vet></al><al>In de Verordening sluis- en bruggeld 2005 is er om die reden voor gekozen het
                    aantal objecten waar sluis- en bruggeld geheven wordt drastisch te beperken. Dit
                    houdt in dat alleen nog sluis- en bruggeld wordt geheven bij de grotere sluis-
                    en brugcomplexen, die het gebied van buitenaf ontsluiten en die ook gebruikt
                    worden door de beroepsvaart. In deze gevallen vergt de bediening extra
                    oplettendheid en vakkennis van de bedienaren. In andere gevallen is geen sluis-
                    of bruggeld meer verschuldigd of wordt alleen een vrijwillige bijdrage gevraagd
                    als vergoeding voor de bediening door vrijwilligers. </al><al>Voor het overige wijkt de verordening 2005 inhoudelijk niet af van de
                    verordening 2003. </al><al><vet>II Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1 </vet></al><al>Voor de heffing van sluis- en bruggelden wordt onderscheid gemaakt tussen een
                    drietal categorieën scheepvaartverkeer, nl. vrachtschepen, pleziervaartuigen en
                    overige vaartuigen. </al><al><vet>Artikel 2 </vet></al><al>Dit artikel geeft de aard van de heffing en de belastbare feiten aan. Het
                    artikel somt de bij het hoogheemraadschap in beheer zijnde sluizen en bruggen op
                    die ten behoeve van de doorvaart worden geopend en waar sluis- of bruggeld
                    verschuldigd is. </al><al>Niet bij alle bediende sluizen en bruggen in het gebied van het
                    hoogheemraadschap is sluis- of bruggeld verschuldigd. In een aantal gevallen
                    vindt om doelmatigheidsredenen geen heffing van sluis- of bruggeld plaats. Dit
                    geldt met name bij kleinere objecten met een relatief gering aantal doorvaarten.
                    In deze gevallen kan wel een vrijwillige bijdrage worden gevraagd als vergoeding
                    voor de inzet van vrijwilligers bij de bediening. </al><al>Bij objecten die op afstand bediend worden bestaat feitelijk niet de
                    mogelijkheid om sluis- of bruggeld te innen. Ook deze zijn daarom niet in de
                    verordening opgenomen. Dit geldt ook voor objecten waar een verantwoorde
                    bediening zich moeilijk laat combineren met de inning van gelden. </al><al><vet>Artikel 3 </vet></al><al>Dit artikel bepaalt wie de belastingplichtige is. Onder schipper wordt verstaan
                    degene die een schip of vaartuig voert danwel degene die daarover de leiding
                    heeft. </al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>De in dit artikel gehanteerde maatstaf sluit aan bij de landelijk veel gebruikte
                    model-verordeningen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). </al><al>In de verordening 2003 zijn de tarieven van het sluis- en bruggeld die de
                    voormalige waterschappen hanteerden gelijkgeschakeld en voor zover nodig
                    aangepast. Deze tarieven zijn thans ongewijzigd overgenomen. </al><al><vet>Artikelen 5 en 6</vet></al><al>Waterschapsbelastingen kunnen wettelijk op drie manieren worden geheven, nl. bij
                    wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte en op andere wijze (art.
                    125 Waterschapswet). Overeenkomstig de gangbare praktijk bij sluis- en bruggeld
                    is in de verordening gekozen voor heffing ‘op andere wijze’. Meestal is dit een
                    nota die wordt uitgereikt bij de doorvaart. </al><al>In de verordening is echter ook de mogelijkheid opgenomen van heffing bij wege
                    van aanslag. Dit houdt verband met de samenwerking met de gemeente Zaanstad bij
                    de inning van sluis- en bruggeld. Deze gemeente kent reeds langer de
                    mogelijkheid van betaling op rekening voor frequente gebruikers van
                    gemeentelijke havenfaciliteiten. De verordening biedt die mogelijkheid nu dus
                    ook voor het sluis- en bruggeld dat voor het hoogheemraadschap wordt geïnd. De
                    betalingstermijn bedraagt in dat geval veertien dagen, overeenkomstig de door de
                    gemeente Zaanstad gehanteerde termijn. </al><al><vet>Artikelen 7 en 8 </vet></al><al> Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier/i187887.pdf">verordeningsluis-enbruggeldhhnk2005bijlage.pdf (33 Kb)</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>