<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR271696_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening Schieland en de Krimpenerwaard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-07-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">IJssel- en Lekstreek week 28, 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening Schieland en de Krimpenerwaard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 79</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-07-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-09-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuw artikel 4 onder vernummering toegevoegd.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>vv03072013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur – waterschappen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening treedt acht dagen na de dag</al><al>van bekendmaking in werking.</al><al>De Inspraakverordening Schieland en de</al><al>Krimpenerwaard, vastgesteld bij besluit van de verenigde vergadering op 30 maart 2005, wordt</al><al>ingetrokken.</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 27 september 2006 en gewijzigd bij besluit van 3 juli 2013.</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit:het wijzigingsbesluit is bekendgemaakt in de IJssel-en Lekstreek op 11 juli 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening Schieland en de Krimpenerwaard</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>a.</al><al>De verenigde vergadering van Schieland en de Krimpenerwaard;</al><al>op
                        voordracht van dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard
                        van 25 juli 2006 en 7 mei 2013; </al><al>heeft op 27 september 2006 vastgesteld en
                        bij besluit van 3 juli 2013 gewijzigd; </al><al>gelet op artikel 79 van de
                        Waterschapswet;</al><al>B E S L U I T :</al><al>vast te stellen de Inspraakverordening.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                                voorbereiding van de door de verenigde vergadering te nemen
                                besluiten. </al></li><li nr="b."><al>inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                                gegeven; </al></li><li nr="c."><al>te nemen besluit: het in ontwerp door dijkgraaf en hoogheemraden
                                opgestelde door de verenigde vergadering te nemen besluit. </al></li></lijst><al><noot id="d2117e100"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al> [<vet>Toelichting: </vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen </noot.al><noot.al>a. Inspraak: Er zijn veel omschrijvingen van het begrip
                                inspraak. Bij de in dit artikel opgenomen formulering is aangesloten
                                bij de tekst van artikel 79 van de Waterschapwet. Inspraak is een
                                onderdeel van de voorbereiding van door de verenigde vergadering te
                                nemen besluiten en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan
                                belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over een te
                                nemen besluit </noot.al><noot.al>kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan de verenigde
                                vergadering een belangrijk hulpmiddel in het kader van de
                                voorbereiding van het te nemen besluit noodzakelijke
                                belangenafweging. Inspraak is overeenkomstig artikel 79 van de
                                Waterschapswet ‘éénzijdig’ gedefinieerd, dat wil zeggen dat geen
                                gedachtewisseling met de verenigde vergadering is inbegrepen.
                                Niettemin ligt het voor de hand het tweezijdige element van
                                gedachtewisseling zo mogelijk wel onder inspraakprocedure te
                                brengen, omdat hiermee een derde doel kan worden gediend, te weten
                                het creëren van draagvlak voor het te nemen besluit. </noot.al><noot.al>b. Inspraakprocedure: De verantwoordelijkheid voor het maken
                                van een regeling over inspraak ligt ingevolge artikel 79 van de
                                Waterschapswet bij de verenigde vergadering. Zoals in de algemene
                                toelichting is vermeld, is in deze verordening afdeling 3.4 van de
                                Awb van toepassing verklaard. Artikel 3, tweede lid, van de
                                verordening geeft dijkgraaf en hoogheemraden de ruimte een andere
                                procedure te volgen. Immers, </noot.al><noot.al>dijkgraaf en hoogheemraden zijn in het kader van de
                                voorbereiding van de te nemen besluiten door de verenigde
                                vergadering verantwoordelijk voor de organisatie van de inspraak. </noot.al><noot.al>c. Te nemen besluit: Het begrip te nemen besluit is
                                gedefinieerd als het in ontwerp door dijkgraaf en hoogheemraden
                                opgesteld door de verenigde vergadering te nemen besluit.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inspraakgerechtigden </titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al><al><noot id="d2117e129"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al> [<vet>Toelichting: </vet>Artikel 2 Inspraakgerechtigden </noot.al><noot.al>De omschrijving van de inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks
                                voort uit de tekst van artikel 79 van de Waterschapswet. Het begrip
                                ‘belanghebbende’ is in artikel 1:2 van de Awb gedefinieerd en deze
                                definitie heeft ook gelding voor regelgeving buiten de
                                Awb.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Op de inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                                bestuursrecht van toepassing. </al></li><li nr="2."><al> Het eerste lid is niet van toepassing op te nemen besluiten: </al><lijst><li nr="a."><al>die rechtstreeks voortvloeien uit voorschriften van hoger
                                        gezag; </al></li><li nr="b."><al>die slechts interne werking hebben voor het
                                        hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard; </al></li><li nr="c."><al> tot het doen van voordrachten, benoemingen of ontslag;
                                    </al></li><li nr="d."><al>tot het aangaan van overeenkomsten; </al></li><li nr="e."><al>op verzoeken tot nadeelcompensatie op basis van wet- en
                                        regelgeving; </al></li><li nr="f."><al>tot vaststelling en wijziging van belastingverordeningen,
                                        met uitzondering van wijziging van de belastingplicht en/of
                                        het belastingplichtig gebied; </al></li><li nr="g."><al>tot het uitvoeren van gewoon onderhoud of verbetering van
                                        waterstaatswerken waarvan niet in betekenende mate een
                                        wijziging van de bestaande waterstaatkundige situatie is te
                                        verwachten; </al></li><li nr="h."><al>tot het uitvoeren van gewoon onderhoud of verbetering van
                                        eigendommen. </al></li><li nr="i."><al>tot vaststelling of wijziging van de begroting en de
                                        jaarrekening. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al> In afwijking van het eerste lid bedraagt de termijn van ter inzage
                                ligging respectievelijk het naar voren brengen van zienswijzen tegen
                                een te nemen besluit tot vaststelling van de begroting en
                                jaarrekening twee weken en kunnen zienswijzen uitsluitend
                                schriftelijk naar voren worden gebracht. </al></li><li nr="4."><al> Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen voor een te nemen besluit een
                                andere inspraakprocedure vaststellen.</al></li></lijst><al><noot id="d2117e189"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al> [<vet>Toelichting: </vet>Artikel 3 Inspraakprocedure </noot.al><noot.al>Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling
                                3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de inspraak. In artikel
                                3:11 tot en met 3:17 van de Awb is de inspraakprocedure te vinden.
                                Na terinzagelegging en bekendmaking van het te nemen besluit kunnen
                                belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk of mondeling hun
                                zienswijze naar voren brengen. In meeste gevallen zal deze procedure
                                passend zijn voor de inspraak. </noot.al><noot.al>Niettemin wordt in het tweede en derde lid voor een aantal te
                                nemen besluiten enerzijds geen inspraak verleend of anderzijds de
                                termijn bekort. Dit is het geval voor onder meer intern werkende
                                besluiten, besluiten met louter een doorvertaling van formele wet-
                                en regelgeving en besluiten tot wijziging van tarieven in
                                belastingverordeningen (ter voorkoming van doublures met de
                                begrotingsvoorbereiding en –vaststelling). Voor de vaststelling van
                                de begroting en de jaarrekening is aansluiting gezocht bij de in de
                                Waterschapswet genoemde termijn van twee weken. Wel blijft het
                                mogelijk in te spreken via het spreekrecht op grond van het
                                reglement van orde. Tot slot is in het vierde lid de mogelijkheid
                                geopend voor het dagelijks bestuur in concrete gevallen maatwerk te
                                leveren en is het uiteraard mogelijk standaardprocedures te
                                ontwikkelen die wanneer nodig kan kunnen worden ingezet.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Terinzagelegging en bekendmaking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het ontwerp van het te nemen besluit ten aanzien waarvan inspraak wordt
                            geboden, wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd op het kantoor van
                            Schieland en de Krimpenerwaard en kan worden ingezien op de website van
                            het hoogheemraadschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft het college uitsluitend door
                            middel van het digitaal uitgegeven Waterschapsblad kennis van het in het
                            eerste lid bedoelde ontwerp.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het eerste en tweede lid van dit artikel is van overeenkomstige
                            toepassing op de mededeling ex artikel 3:18 vierde lid Algemene wet
                            bestuursrecht en de kennisgeving van een besluit ex artikel 3:44 eerste
                            lid Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Ter afronding van de inspraak stelt de verenigde vergadering een
                                eindverslag vast. </al></li><li nr="2."><al> Het eindverslag bevat in elk geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure; </al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                        mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; </al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                                        wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing
                                        van het te nemen besluit wordt overgegaan. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het eindverslag wordt toegezonden aan degene die een zienswijze naar
                                voren heeft gebracht.</al></li></lijst><al><noot id="d2117e253"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al> [<vet>Toelichting: </vet>Artikel 5 Eindverslag </noot.al><noot.al>In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4
                                van de Awb. In artikel 3:17 van de Awb wordt namelijk slechts
                                bepaald dat een verslag wordt gemaakt hetgeen tijdens de
                                inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht. Onder het in het
                                tweede lid, onderdeel a, genoemde verslag van de gevolgde
                                inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk
                                verlopen? Is afdeling 3.4 van de Awb onverkort toegepast? Wanneer is
                                het te nemen besluit ter inzage gelegd enz? Onderdeel b bepaalt dat
                                de eindrapportage een volledig overzicht dient te bevatten van zowel
                                de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. In de Memorie
                                van Toelichting bij de Awb wordt opgemerkt dat in het verslag kan
                                worden volstaan met een korte zakelijke </noot.al><noot.al>weergave van de naar voren gebrachte zienswijze en vermelding
                                van de personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht. Onder
                                c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven tot welk
                                resultaat de zienswijzen heeft geleid. In het derde lid is bepaald
                                dat het eindverslag wordt toegezonden aan degenen die een zienswijze
                                naar voren heeft gebracht. Tot slot verdient het aanbeveling om
                                tijdens een inspraakavond al duidelijkheid te verschaffen omtrent de
                                communicatie.]</noot.al></noot></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De Inspraakverordening Schieland en de Krimpenerwaard, vastgesteld
                                bij besluit van de verenigde vergadering op 30 maart 2005, wordt
                                ingetrokken. </al></li><li nr="2."><al> Deze verordening treedt acht dagen na de dag van bekendmaking in
                                werking. </al></li><li nr="3."><al> Deze verordening wordt aangehaald als Inspraakverordening Schieland
                                en de Krimpenerwaard.</al></li></lijst><al><noot id="d2117e284"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al> [<vet>Toelichting: </vet>Artikel 6 Overgangs- en
                                slotbepalingen </noot.al><noot.al>Met deze bepaling wordt de bestaande Inspraakverordening van
                                Schieland en de Krimpenerwaard ingetrokken. De datum waarop de oude
                                verordening vervalt, is de datum waarop de verordening in werking
                                treedt. Tenslotte is in de citeertitel geen jaartal opgenomen om te
                                voorkomen dat de schijn wordt gewekt dat de verordening slechts voor
                                een jaar geldt.]</noot.al></noot></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Rotterdam, 27 september 2006 en gewijzigd op 3 juli 2013 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De verenigde vergadering voornoemd.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>In artikel 79 van de Waterschapswet is aan het algemeen bestuur de verplichting
                    opgelegd een inspraakverordening vast te stellen. Met de Wet uniforme
                    voorbereidingsprocedure Algemene wet bestuursrecht en met name de Aanpassingswet
                    uniforme voorbereidingsprocedure Algemene wet bestuursrecht is artikel 79 van de
                    Waterschapswet gewijzigd. Als gevolg van de wijziging van artikel 79 van de
                    Waterschapswet zijn voortaan in beginsel alle door de verenigde vergadering te
                    nemen besluiten aan inspraak onderhevig. </al><al/><al><cursief> Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb </cursief></al><al>Op 1 juli 2005 is de Wet uniforme voorbereidingsprocedure Awb,
                    tegelijk met de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure, in
                    werking getreden. In deze wet wordt Afdeling 3.4 van de Algemene wet
                    bestuursrecht grondig herzien en artikel 79 van de Waterschapswet gewijzigd.
                    Ingevolge het overgangsrecht is de wijziging van artikel 79 van de
                    Waterschapswet op 1 juli 2006 in werking getreden. </al><al/><al><cursief> Afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (oud/nieuw) </cursief></al><al>Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat een
                    procedure voor de voorbereiding van besluiten. Deze afdeling heeft als
                    doelstelling het bevorderen van eenheid in de wetgeving en het systematiseren en
                    vereenvoudigen van wetgeving. Bij het in werking treden van de Awb in 1994
                    bestond naast deze afdeling nog een Afdeling 3.5 die een uitgebreide
                    voorbereidingsprocedure kende. Met de nieuwe Wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb is beoogd deze twee procedures ineen te schuiven en
                    tegelijkertijd te vereenvoudigen. Bij de Aanpassingswet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb wordt de nieuwe afdeling in verschillende bijzondere
                    wetten van toepassing verklaard. Zo is in deze wet Afdeling 3.4 (nieuw) van
                    toepassing verklaard op de inspraak bij waterschappen. Uit de laatste zinsnede
                    van het nieuwe tweede lid van artikel 79 van de Waterschapswet blijkt dat
                    afwijkingen van afdeling 3.4 van de Awb zijn toegestaan. De Gemeente- en de
                    Provinciewet kennen een vergelijkbare bepaling. In de Memorie van Toelichting
                    (MvT) op de Wet uniforme voorbereidingsprocedure Awb (TK 1999-2000, 27 023, nr.
                    3, blz. 31) is te lezen dat in de Inspraakverordening zowel geheel als
                    gedeeltelijk kan worden afgeweken van afdeling 3.4 van de Awb. Volgens de MvT
                    kan dit laatste bijvoorbeeld plaatsvinden in gevallen waarin het wenselijk is om
                    wel het ontwerp ter inzage te leggen, maar de inspraak daarover op andere wijze
                    te organiseren dan via het mondeling naar voren brengen van zienswijzen of om te
                    werken met andere termijnen. </al><al/><al><cursief> Inspraakprocedure/deregulering </cursief></al><al>Aan inspraak kan op zeer uiteenlopende manieren vorm worden gegeven.
                    Gekozen is voor een efficiënte regeling waarbij inwoners en bedrijven zoveel
                    mogelijk betrokken worden bij de besluitvorming door het van toepassing
                    verklaren van de procedureregeling van afdeling 3.4 van de Awb. Niettemin is
                    gebruik gemaakt van de mogelijkheid om voor een aantal te nemen besluiten geen
                    inspraak te verlenen of deze aan een kortere termijn te binden. Hiermee wordt
                    recht gedaan aan de behoefte van insprekers en bestuur mede in relatie tot aard,
                    schaal en reikwijdte van het te nemen besluit waarop inspraak plaatsvindt. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>