<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR271647_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Omslagklassenverordening van het waterschap Zuiderzeeland 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Almere vandaag, Flevopost</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Omslagklassenverordening Waterschap Zuiderzeeland 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 120</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-10-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>toevoeging bijlage en wijziging kaart</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BO.492, BO.492 bijl</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën – belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De kaart, behorende bij de omslagklassenverordening ligt ter inzage in het archief van het Waterschapshuis, Lindenlaan 20 te Lelystad</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit:</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: -</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Omslagklassenverordening van het waterschap Zuiderzeeland 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Algemene Vergadering van Waterschap Zuiderzeeland;</al><al>gelezen het voorstel van het college van Dijkgraaf en Heemraden van 28
                        september 2004;</al><al>overwegende dat de Voorlopige Algemene Vergadering in de vergadering van 3
                        januari 2000 de Omslagklassenverordening 2000 heeft vastgesteld,</al><al>dat door de vaststelling van de Omslagklassenverordening omslagklassen zijn
                        ingesteld ten einde te voorkomen dat verschillen in hoedanigheid of ligging
                        van ongebouwde onroerende zaken bij toepassing van de omslagverordening
                        leiden tot onevenredig voor- of nadeel voor de omslagplichtigen;</al><al>dat gebleken is dat de Omslagklassenverordening 2000 op enkele punten in
                        verband met onder meer de ontwikkelde jurisprudentie dient te worden
                        aangepast, met name met betrekking tot de definities;</al><al>dat gebleken is, dat de kaart, behorende bij de Omslagklassenverordening, in
                        verband met de ontwikkelingen binnen het beheersgebied wijziging
                        behoeft;</al><al>dat derhalve een nieuwe Omslagklassenverordening met bijbehorende kaart en
                        toelichting is opgesteld;</al><al>dat de ontwerp-Omslagklassenverordening met bijbehorende kaart en
                        toelichting van 21 juli tot en met 17 augustus 2004 voor een ieder op de
                        gebruikelijke wijze ter inzage is gelegd;</al><al>dat tijdens de termijn van terinzagelegging is geconstateerd, dat het gebied
                        Blokzijlerbuitenlanden ten onrechte niet in de omslagklasse
                        “wateraanvoer-gebied Noordoostpolder” was opgenomen;</al><al>dat belanghebbenden daarvan bij brief van 2 augustus 2004 van de zijde van
                        het waterschap op de hoogte te zijn gesteld onder bijvoeging van het
                        betref-fende kaartgedeelte en belanghebbenden is medegedeeld dat zij tot 20
                        augustus 2004 in de gelegenheid waren hun zienswijzen/bedenkingen kenbaar te
                        maken;</al><al>dat betrokkenen derhalve niet in hun belangen zijn geschaad;</al><al>dat tijdens de termijn van terinzagelegging door de volgende instanties c.q.
                        personen schriftelijk zienswijzen/bedenkingen zijn ingediend:</al><al>1. Staatsbosbeheer</al><al>2. Natuurmonumenten</al><al>3. Flevolandschap</al><al>4. BV Aannemingsmaatschappij v/h P. Poeles Blokzijl, Kanaalweg 14 te
                        Blokzijl</al><al>5. de heer J.W. de Jongh, Blokzijlerweg 2-1 te Marknesse</al><al>6. de heer N.A.M. Mol, Postbus 135 te Lemmer</al><al>7. de heer A. Goedhart, Kuinderweg 48 II te Luttelgeest</al><al>8. de heer S.G. de Jong, Kalenbergerweg 15 te Luttelgeest</al><al>9. de heer H. de Boer, Uiterdijkenweg 39 te Luttelgeest</al><al>10. Zweefvliegclub Noordoostpolder, p/a Möllerstraat 2 te Groningen.</al><al>11. de heer L. Lijster, Marknesserweg 5 te Blokzijl</al><al>12. De heer A. Selles, Marknesserweg 1 te Blokzijl</al><al>13. De heer C.J.A. van der Veeken, Steenwijkerweg 23 te Marknesse</al><al>14. Mevrouw A.M. Kloek-Weststeijn, Uiterdijkenweg 62b te Marknesse</al><al>15. de heer J.A. de Boer, Baarlo 6 te Baarlo</al><al>dat in de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte reactienota
                        is ingegaan op de ingebrachte zienswijzen/bedenkingen;</al><al>dat naar aanleiding van de aanbelanghebbenden in ontwerp toegezonden
                        reactienota van staatsbosbeheer en de heren De Jongh en Goedhart een
                        aanvullende reactie is ontvangen;</al><al>dat uit nader ingesteld onderzoek is gebleken, dat de zienswijze van de
                        heren De Jongh en Goedhart en van Staatsbosbeheer voor wat bereft de
                        Oostvaardersplassen en Pampus Hout gehonoreerd kunnen worden;</al><al>dat de resultaten van het nader onderzoek zijn verwerkt in de
                        reactienota;</al><al>dat de Algemene Vergadering deze reacties, opgenomen in de reactienota, tot
                        de zijne maakt;</al><al>dat in verband met de honorering van zienswijzen/bedenkingen de kaart,
                        behorende bij de Omslagklassenverordening Waterschap Zuiderzeeland 2005 ten
                        opzichte van de ter visie gelegde kaart gewijzigd dient te worden
                        vastgesteld;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 120 van de Waterschapswet (stb
                        1991,444);</al><al>Besluit: </al><al>I. de zienswijzen/bedenkingen, ingediend door Flevolandschap,
                        Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer deels </al><al> wel en deels niet te honoreren, een en ander zoals is verwoord in de bij
                        dit besluit behorende en als zodanig </al><al> gewaarmerkte reactienota;</al><al>II. de zienswijzen/bedenkingen, ingediend door Poeles Blokzijl en de heren
                        J.W. de Jongh, A. Goedhart, N.A.M. </al><al> Mol en S.G.de Jong te honoreren;</al><al>III. de zienswijzen/bedenkingen, ingediend door de heren H. de Boer, L.
                        Lijster, A. Selles, C.J.A. van der Veeken, </al><al> mevrouw Kloek-Weststeijn en Zweefvliegclub Noordoostpolder niet te
                        honoreren;</al><al>IV. te concluderen dat de heer J.A. de Boer geen zienswijze/bedenking heeft
                        ingediend;</al><al>V. dat rekening houdende met de honorering van zienswijzen/-bedenkingen de
                        kaart, behorende bij de </al><al> Omslagklassenverordening Waterschap Zuiderzeeland 2005 ten opzichte van de
                        ter visie gelegde kaart gewijzigd </al><al> dient te worden vastgesteld;</al><al>VI. vast te stellen de Omslagklassenverordening Waterschap Zuiderzeeland
                        2005 met bijbehorende kaart en </al><al> toelichting op de Omslagklassenverordening Waterschap Zuiderzeeland 2005,
                        luidende als volgt:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 </titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>omslagverordening: de “Verordening op de waterschapsomslagen
                                        van Waterschap Zuiderzeeland”; </al></li><li nr="b."><al>taakgebied: het bij waterschapsreglement aangegeven, binnen
                                        het waterschapsgebied gelegen gebied, waarin één of meer van
                                        de aan het waterschap opgedragen waterschapstaken worden
                                        behartigd; </al></li><li nr="c."><al>een ongebouwde onroerende zaak: een ongebouwde onroerende
                                        zaak als bedoeld in artikel 5 van de Omslagverordening.
                                    </al></li><li nr="d."><al>kadastraal perceel: het perceel zoals dat is opgenomen in
                                        het kadastrale register van het Kadaster. </al></li><li nr="e."><al>Deelperceel: deel van het kadastrale perceel dat in een
                                        aparte omslagklasse valt. </al></li></lijst><al><noot id="d11882e192"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 1]</noot.al></noot></al><al>In dit artikel zijn enkele begrippen die in de verordening
                                verschillende malen voorkomen nader gedefinieerd.</al><al>Deze verordening heeft een nauwe relatie met de Omslagverordening.
                                De definitie van het taakgebied sluit volledig aan bij de redactie
                                in de Omslagverordening. Ook voor de definitie van het begrip
                                ongebouwde onroerende zaak wordt aangesloten bij de omschrijving in
                                de Omslagverordening. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Instelling omslagklassen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 </titel></kop><al>Ten einde te voorkomen dat verschillen in hoedanigheid en ligging
                                van onroerende zaken bij de toepassing van de Omslagverordening
                                leiden tot onevenredig voor- of nadeel voor de omslagplichtigen,
                                worden in het taakgebied betreffende waterkwantiteitsbeheer vijf
                                omslagklassen ingesteld voor ongebouwde onroerende zaken, te
                                weten:</al><al> I. natte gronden en open water</al><al> II. bos en natuurgebied</al><al> III. wateraanvoer Noordoostpolder</al><al> IV. wateraanvoer Oostelijk en Zuidelijk Flevoland</al><al> V. overig ongebouwd</al><al><noot id="d11882e225"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 2]</noot.al></noot></al><al>In artikel 2 wordt de rechtsgrond voor de instelling van
                                omslagklassen aangegeven. Daarbij wordt aangesloten bij het bepaalde
                                in artikel 120, zevende lid, van de Waterschapswet. Omslagklassen
                                worden ingesteld om te voorkomen dat verschillen in hoedanigheid of
                                ligging leiden tot onevenredig voor- of nadeel voor
                                belastingplichtigen.</al><al>In artikel 2 wordt tevens aangegeven welke omslagklassen worden
                                ingesteld. De indeling geschiedt op basis van de criteria gesteld in
                                artikel 3. Wijziging van het voorzieningenniveau kan leiden tot
                                wijziging van de classificatie van het betreffende perceel.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 </titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De begrenzing van de omslagklassen als bedoeld in artikel 2,
                                        is aangegeven op de bij de verordening behorende en als
                                        zodanig gewaarmerkte kaart: “Kaart bij de
                                        Omslagklassenverordening van Waterschap Zuiderzeeland 2005”
                                        van het beheergebied van Waterschap Zuiderzeeland. </al></li><li nr="b."><al>Indien de oppervlakte van een kadastraal perceel twee
                                        hectare of meer bedraagt wordt het deelperceel dat kleiner
                                        is dan één hectare ingedeeld bij de omslagklasse, behorend
                                        bij het deelperceel dat groter is dan één hectare. </al></li></lijst><al>Indien de oppervlakte van beide deelpercelen elk één hectare of meer
                                bedraagt wordt elk deelperceel ingedeeld in de eigen
                                omslagklasse.</al><lijst><li nr="a."><al>Indien de oppervlakte van een kadastraal perceel kleiner is
                                        dan twee hectare, wordt het kleinste deelperceel ingedeeld
                                        in de omslagklasse van het grootste deelperceel. </al></li></lijst><al><noot id="d11882e255"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 3]</noot.al></noot></al><al>De begrenzing van de omslagklassen als bedoeld in artikel 3 van deze
                                verordening blijkt uit de bij deze verordening behorende kaart
                                ………(bijlage 1). Deze kaart is de basis voor de
                                Omslagklassenverordening.</al><al>Door opname van artikel 3 is het mogelijk om een kadastraal perceel
                                op te delen in deelpercelen en deze in verschillende omslagklassen
                                te laten vallen zodat zoveel mogelijk aangesloten wordt bij de
                                werkelijke beheerssituatie. Dit geldt niet voor de
                                wateraanvoergebieden, klasse 3 en 4 omdat deze altijd, zoals eerder
                                in deze toelichting is vermeld, worden begrensd door de kadastrale
                                grens. In de toelichting op de definitie wordt gesteld dat als een
                                deel van het kadastraal perceel van wateraanvoer gebruik kan maken,
                                dan wordt het gehele kadastrale perceel tot wateraanvoerklasse
                                gerekend omdat het water ten behoeve van het gehele perceel kan
                                worden aangewend.</al><al>Ten aanzien van de klasse 1, 2 en 5 te weten Open water, natte
                                gronden, Bos en Natuur en Overig ongebouwd geldt dat de mogelijkheid
                                bestaat dat een omslagklassengrens een kadastraal perceel in tweeën
                                deelt. In dat geval bepaalt de grootte van het kadastraal perceel en
                                de deelpercelen welke regels gelden. Een deelperceel is een deel van
                                het kadastraal perceel dat door de omslagklassengrens in tweeën
                                wordt gedeeld. Deelpercelen kleiner dan 1 hectare worden niet apart
                                naar omslagklasse onderscheiden, maar bij het grotere deelperceel
                                ondergebracht. Deelpercelen groter dan 1 hectare vallen in een
                                aparte omslagklasse.</al><al>De interpretatie of een perceel voldoet aan minimale breedte en
                                lengte eisen geschiedt dan ook niet op kadastraal niveau, maar op
                                omslagklassenniveau. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Omschrijving Omslagklassen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4 </titel></kop><al>De omslagklassen, bedoeld in artikel 2 bestaan met betrekking
                                tot:</al><al>omslagklasse I. Natte gronden en open water:</al><al>aaneengesloten oppervlakten die groter zijn dan 50 hectare en een
                                minimale breedte hebben van 25 meter, bestaande uit ongebouwde
                                onroerende zaken met een aanmerkelijk beperkte afvoercapaciteit, te
                                weten natte, niet gedraineerde of op detailniveau ontwaterde
                                gronden;</al><al>omslagklasse II. Bos en natuurgebieden:</al><al>ongebouwde onroerende zaken die geheel in gebruik zijn als bos of
                                natuurgebied en een aaneengesloten gebied vormen met een minimale
                                oppervlakte van 100 hectare en een minimale breedte heeft van 400
                                meter;</al><al>omslagklasse III. Wateraanvoer Noordoostpolder:</al><al>ongebouwde onroerende zaken ten behoeve waarvan
                                wateraanvoervoorzieningen in de Noordoostpolder zijn aangelegd voor
                                de aanvoer van water uit het IJsselmeer dan wel uit de overige
                                randwateren, met uitzondering van de tijdelijke hevels;</al><al>omslagklasse IV. Wateraanvoer Oostelijk en Zuidelijk Flevoland:</al><al>uit de ongebouwde onroerende zaken ten behoeve waarvan in Oostelijk
                                en Zuidelijk Flevoland wateraanvoervoorzieningen zijn
                                aangelegd;</al><al>omslagklasse V. Overig ongebouwd:</al><al>ongebouwde onroerende zaken die niet tot de eerstgenoemde vier
                                omslagklassen behoren. </al><al><noot id="d11882e303"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 4]</noot.al></noot></al><al>In zijn algemeenheid geldt dat de omslagklassen zodanig in de
                                verordening moeten worden omschreven, dat belastingplichtigen
                                hieruit duidelijk op kunnen maken in welke omslagklasse hun
                                ongebouwde onroerende zaak is ingedeeld.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Correctiefactoren ongebouwd Waterkwantiteitsbeheer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5 </titel></kop><al>Ten aanzien van de in artikel 3 en 4 van de Omslagverordening
                                bedoelde omslagplichtigen wordt een vermenigvuldigingsfactor
                                toegepast op de op grond van artikel 6 van die verordening
                                vastgestelde heffingsmaatstaf van een ongebouwde onroerende zaak die
                                geheel of gedeeltelijk in een omslagklasse is gelegen.</al><al>Als vermenigvuldigingsfactor geldt voor:</al><al>de omslagklasse I. Natte gronden en open water 0,3</al><al>de omslagklasse II. Bos en natuurgebieden 0,5</al><al>de omslagklasse III. Wateraanvoer Noordoostpolder 2,0</al><al>de omslagklasse IV. Wateraanvoer Oostelijk en Zuidelijk Flevoland
                                1,6</al><al>de omslagklasse V. Overig ongebouwd 1,0</al><al><noot id="d11882e336"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 5]</noot.al></noot></al><al>Artikel 5 bepaalt de factoren waarmee de heffingsmaatstaf van de
                                ongebouwde onroerende zaken, te weten de oppervlakte, wordt
                                gecorrigeerd.</al><al>Ter zake van ongebouwde onroerende zaken kan zowel een omslag van de
                                zakelijk genothebbende als van de eigenaar-gebruiker of pachter
                                worden geheven. Indien beide omslagen worden geheven, wordt bij die
                                omslagen dezelfde correctiefactor toegepast. In artikel 4 wordt
                                daarom zowel verwezen naar de omslag van de zakelijk genothebbende
                                (artikel 3 van de Omslagverordening) als naar de omslag van de
                                eigenaar-gebruiker of pachter (artikel 4 van de Omslagverordening).
                                Indien een ongebouwde onroerende zaak wat betreft de oppervlakte
                                geheel of nagenoeg geheel is gelegen in één van de genoemde
                                omslagklassen, wordt de oppervlakte van de gehele onroerende zaak
                                met de vermenigvuldigingsfactor van die klasse vermenigvuldigd. In
                                andere gevallen wordt het perceel gesplitst en worden de gedeelten
                                van het perceel in afzonderlijke klassen ingedeeld. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Intrekken oude verordening, Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6 </titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De Omslagklassenverordening 2000 van Waterschap
                                        Zuiderzeeland wordt met ingang van 1 januari 2005
                                        ingetrokken met dien verstande dat zij van toepassing blijft
                                        op de belastingjaren waarvoor deze verordening van kracht is
                                        geweest. </al></li><li nr="b."><al>De Omslagklassenverordening van waterschap Zuiderzeeland
                                        2005 treedt in werking op 1 januari 2005 en vindt voor het
                                        eerst toepassing op het belastingjaar dat aanvangt op 1
                                        januari 2005. </al></li></lijst><al><noot id="d11882e364"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 6]</noot.al></noot></al><al>Dit artikel regelt de intrekking van bestaande verordeningen en de
                                inwerkingtreding van de nieuwe verordening. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Citeertitel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7 </titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Omslagklassenverordening
                                van het waterschap Zuiderzeeland 2005”.</al><al><noot id="d11882e385"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>[<vet>Toelichting: </vet>Artikel 7]</noot.al></noot></al><al>Bepaalt de wijze waarop de verordening wordt aangehaald.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de Algemene Vergadering </ondertekening><ondertekening>van het Waterschap Zuiderzeeland in de vergadering</ondertekening><ondertekening>van 12 oktober 2004.</ondertekening><ondertekening>de secretaris-directeur, de dijkgraaf,</ondertekening><ondertekening>ir. J.B. van der Veen. mr. ir. H.L. Tiesinga.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><divisie><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel><cursief>Inleiding</cursief></titel></kop><al>De Waterschapswet geeft in artikel 119 aan dat de Algemene Vergadering van
                        een waterschap een kostentoedelingsverordening dient vast te stellen waarin
                        de Kostentoedeling aan de categorieën belanghebbenden, die in het bestuur
                        vertegenwoordigd zijn, is opgenomen. </al><al>Het uitgangspunt van de omslagheffing is dat de omslagplichtigen in gelijke
                        mate bijdragen in de kosten van de taakuitoefening (solidariteitsbeginsel).
                        Volgens artikel 120 van de Waterschapswet wordt bepaald dat het tarief per
                        eenheid van de heffingsmaatstaf gelijk is. Op dit beginsel zijn echter
                        uitzonderingen mogelijk. In artikel 120 lid 7 van de Waterschapswet is
                        bepaald dat het Algemeen Bestuur van het waterschap met betrekking tot de
                        bepaling van de heffingsmaatstaf voor ongebouwde en gebouwde onroerende
                        zaken een zogenaamde Omslagklassenverordening kan vaststellen. Doel van de
                        Omslagklassenverordening is te voorkomen dat verschillen in ligging en
                        hoedanigheid leiden tot onevenredig voor- of nadeel van de
                        omslagplichtigen.</al><al>Uit art 120, zevende lid, van de Waterschapswet blijkt dat voor ingezetenen
                        geen omslagklassen worden ingesteld. Dit zou ook niet rijmen met het
                        algemene taakbelang, dat per definitie voor elke ingezetenen even groot is. </al><al>De Omslagklassenverordening voor Waterschap Zuiderzeeland bevat de
                        omslagklassen voor ongebouwde onroerende zaken voor het
                        waterkwantiteitsbeheer. </al><al>Voor gebouwde onroerende zaken wordt vastgesteld dat in het gehele
                        beheersgebied eenzelfde voorzieningenniveau wordt gerealiseerd. Het gebouwd
                        maakt gebruik of heeft (direct of indirect) belang bij afvoervoorzieningen
                        van het waterschap en reageert als verhard oppervlak.</al><al>Om deze reden heeft het waterschap besloten om voor gebouwde onroerende
                        eigendommen geen omslagklassen in te stellen. </al><al>Voor wat betreft de Waterkeringszorg kan worden vastgesteld dat de
                        ontwikkelingen rond de taak van het waterschap voor de zorg in de
                        buitendijkse gebieden in een dusdanig stadium zijn, dat zij niet kunnen
                        worden meegenomen voor de Omslagklassenverordening voor 2005. Op dit moment
                        moet er vanuit worden gegaan dat het voor wat betreft de waterkeringszorg
                        gaat om een voorziening die voor elke omslagplichtige gelijk is te weten de
                        instandhouding van de onroerende zaak. </al></divisie><divisie><kop><titel><cursief>Rapport inzake omslagklassen</cursief></titel></kop><al>Met betrekking tot de indeling in omslagklassen is in 1994 door de Unie van
                        Waterschappen het rapport:” Rapport inzake omslagklassen” uitgebracht. Dit
                        rapport gaat nader in op de voorwaarden om omslagklassen in te stellen:
                        Verschillen in hoedanigheid en ligging die leiden tot onevenredig voor- of
                        nadeel. Verschillen in hoedanigheid of ligging worden bepalend geacht voor
                        verschillen in voorzieningenniveau. Indien de verschillen zodanig zijn dat
                        onevenredig voor- of nadeel voor belastingplichtigen ontstaat, moeten
                        omslagklassen worden ingesteld.</al><al>Op 1 januari 2000 is aan artikel 120 een bepaling toegevoegd welke
                        waterschappen verplichten om omslagklassen in te stellen bij een verschil
                        van meer dan 50% ten opzichte van het tarief zonder omslagklassen. Bij een
                        verschil kleiner dan 25% mogen geen omslagklassen worden ingesteld en bij
                        een verschil tussen de 25% en de 50% is het Algemeen Bestuur bevoegd, maar
                        niet verplicht omslagklassen in te stellen. Deze percentages gelden alleen
                        voor de vraag of het waterschap al dan niet gaat classificeren. De
                        percentages gelden niet voor de onderlinge verhoudingen van de
                        omslagklassen.</al><al>In het kader van de voorbereiding van de kostentoedeling is door een externe
                        deskundige, te weten Arcadis Heidemij, in 1999 onderzoek verricht naar de
                        instelling van omslagklassen voor Waterschap Zuiderzeeland als vervolg op
                        het onderzoek naar de Kostentoedeling aan de categorieën gebouwd en
                        ongebouwd met betrekking tot het waterkwantiteitsbeheer. De resultaten van
                        dit onderzoek zijn weergegeven in het “Eindrapport Toedeling lasten
                        waterkwantiteit” van Arcadis Heidemij met als kenmerk
                        634/OA99/1992/33490/am. In 2002 is een actualisatie van dit onderzoek
                        uitgevoerd, weer door Arcadis, wat geresulteerd heeft in een lichte
                        verschuiving van de percentages van ongebouwd naar gebouwd. Verdere
                        ingrijpende wijzigingen binnen het ongebouwd werden niet geconstateerd. De
                        resultaten van dit onderzoek zijn weergegeven in het rapport: “ Actualisatie
                        kostentoedeling Waterschap Zuiderzeeland, methode Oldambt” kenmerk
                        110302/OF2/481/000880/LB.</al></divisie><divisie><kop><titel><cursief>Gevolgde methode</cursief></titel></kop><al>Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van de methode Oldambt. De methode
                        Oldambt is een landelijk aanvaarde en toepasbare methode voor waterschappen.
                        De methode staat bekend als de methode van “Separable Costs-Remaining
                        Benefits”. De praktische uitwerking en toepassing bij de waterschappen staat
                        bekend als de methode “Oldambt” genoemd naar het waterschap waar deze
                        methode voor het eerst is toegepast. </al><al>In de toepassing wordt allereerst het kostenaandeel per belangencategorie
                        bepaald. Vervolgens wordt in een volgende stap bezien of verschillen in
                        hoedanigheid of ligging binnen een categorie leiden tot onevenredig voor- of
                        nadeel voor de betrokken omslagplichtigen. Op basis van genormeerde kosten
                        worden de kosten per potentiële omslagklasse berekend. De uitkomst van deze
                        berekening wordt weergegeven in factoren die tot doel hebben de omslag per
                        hectare te corrigeren.</al></divisie><divisie><kop><titel><cursief>Mate van onevenredigheid</cursief></titel></kop><al>Volgens landelijke richtlijnen geldt dat er pas sprake is van onevenredig
                        voor- of nadeel indien er aanmerkelijke verschillen in belang voorkomen.
                        Deze richtlijnen houden in dat bij afwijkingen van meer dan 50% van het
                        gemiddelde kostenbedrag zeker sprake is van onevenredigheid. Tevens wordt er
                        geconcludeerd dat er bij afwijkingen van minder dan 25% zeker geen
                        onevenredigheid bestaat. Volgens het onderzoek is er in het beheersgebied
                        van Waterschap Zuiderzeeland sprake van onevenredige verschillen (groter dan
                        25%) hetgeen aanleiding geeft omslagklassen in te stellen.</al></divisie><divisie><kop><titel><cursief>Uitkomst van het onderzoek</cursief></titel></kop><al>De uitkomst van het onderzoek is als volgt:</al><table><title>Tabel</title><tgroup cols="3"><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al><vet>Klasse </vet></al></entry><entry><al><vet>Factor</vet></al></entry><entry><al><vet>Oppervlakte</vet></al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>Natte gronden en open water</al></entry><entry><al>0,3</al></entry><entry><al> 6.900 ha</al></entry></row><row><entry><al>Bos- en natuurgebieden</al></entry><entry><al>0,5</al></entry><entry><al>15.930 ha</al></entry></row><row><entry><al>Wateraanvoer Noordoostpolder</al></entry><entry><al>2,0</al></entry><entry><al>11.180 ha</al></entry></row><row><entry><al>Wateraanvoer Oostelijk en Zuidelijk Flevoland</al></entry><entry><al>1,6</al></entry><entry><al> 2.140 ha</al></entry></row><row><entry><al>Overig ongebouwd</al></entry><entry><al>1,0</al></entry><entry><al>93.900 ha</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De omslagklassen en de factoren van de omslagklassen zijn niet gewijzigd ten
                        opzichte van de Omslagklassenverordening 2000. Uit de door Arcadis in 2002
                        uitgevoerde actualisatie van de kostentoedeling Waterschap Zuiderzeeland is
                        gebleken dat de wijzigingen in het gebied niet zodanig zijn dat hierdoor
                        veranderingen in de factoren plaats vinden. Na uitvoerig onderzoek is door
                        de Projectgroep Kostentoedeling in april 2004 aan het college van DenH
                        geadviseerd de omslagklassen zoals ze in 2000 zijn ingesteld te handhaven.
                        Dit alles is verwoord in de notitie uitgangspunten Omslagklassenverordening
                        behandeld in de vergadering van het college van Dijkgraaf en Heemraden op 13
                        april 2004.</al></divisie><divisie><kop><titel><cursief>Toelichting per omslagklasse</cursief></titel></kop><al><cursief>I. Natte gronden en open water</cursief></al><al>Onder deze klasse zijn begrepen aaneengesloten natte, niet gedraineerde of
                        anderszins op detailniveau ontwaterde gronden en open water, met een omvang
                        van ten minste 50 ha. De gebieden dienen een minimale breedte te hebben van
                        25 meter, te meten op de waterlijn en bij het streefpeil zoals dat
                        vastgelegd is in de Waterbeheersplannen. Voor open water geldt dat slechts
                        als aaneengesloten gebieden worden aangemerkt, die gebieden waar één peil
                        wordt gehandhaafd. Open water dat gescheiden wordt door bijvoorbeeld een
                        stuw, wordt niet als aaneengesloten beschouwd. De ondergrenzen zijn met name
                        ingegeven door efficiency overwegingen. Aanleiding voor het instellen van
                        een aparte omslagklasse is de lage afvoerfactor waardoor een lager
                        voorzieningenniveau nodig is.</al><al><cursief>II. Bos en natuurgebieden</cursief></al><al>Als bos en natuurterrein worden in het kader van de kostentoedeling
                        aangemerkt aaneengesloten percelen van ten minste 100 ha met een minimale
                        breedte van 400 m. Onder “aaneengesloten percelen” worden verstaan percelen
                        die direct aan elkaar grenzen, waarbij infrastructurele voorzieningen, met
                        uitzondering van waterkeringen, niet als scheidende elementen worden
                        beschouwd. De genoemde minimale omvang is gesteld omdat verondersteld wordt
                        dat een op het gebruik aangepaste vorm van waterbeheer bij deze omvang uit
                        doelmatigheids- en kostenoverwegingen nog in beginsel mogelijk is. Ook bij
                        deze klasse speelt de lage afvoerfactor een rol. </al><al><cursief>III. Wateraanvoer Noordoostpolder</cursief></al><al>Wateraanvoer wordt als een basisvoorziening aangemerkt, dus als een
                        waterschapstaak. Deze basisvoorziening geschiedt gebiedsgewijs.</al><al>Dit is met name het geval wanneer aan wateraanvoer behoefte bestaat voor het
                        creëren of herstellen van een op de gebruiksbestemming van gronden afgestemd
                        waterpeil.</al><al>Dit belang is gerelateerd aan de beschikbaarheid van het aangevoerde water
                        en de mogelijkheid tot peilregulatie. Daarbij geldt als uitgangspunt dat
                        kadastrale percelen die voor een deel van een hoger peil kunnen worden
                        voorzien geheel tot deze klasse worden gerekend omdat het water ten behoeve
                        van het gehele perceel kan worden aangewend. </al><al>Klasse III. betreft de voormalige klassen wateraanvoer en wateraanvoer extra
                        in de Noordoostpolder. Deze klasse onderscheidt zich van de klasse
                        wateraanvoer in Oostelijk en Zuidelijk Flevoland omdat in de Noordoostpolder
                        het voorzieningenniveau hoger ligt. Het water wordt niet alleen op
                        tochtniveau maar ook op kavelniveau aangevoerd.</al><al>De samenvoeging tot één klasse heeft plaatsgevonden omdat in beide situaties
                        sprake is van aanvoer op kavelniveau, zij het dat in de fruitteeltgebieden
                        de taak van het waterschap wat verder gaat. Gelet op de uitkomst van het
                        onderzoek bleek samenvoeging in de rede te liggen. De omvang van de
                        fruitteeltgebieden is dermate beperkt en het verschil in kosten tussen de
                        klassen zo gering dat samenvoeging geboden was</al><al><cursief>IV. Wateraanvoer Oostelijk en Zuidelijk Flevoland</cursief></al><al>Deze omslagklasse komt overeen met de voormalige klasse fruitteelt met
                        wateraanvoer van het voormalige Heemraadschap Fleverwaard, die door de
                        omschrijving in de Omslagklassenverordening van het Heemraadschap
                        Fleverwaard, slechts tijdelijk gold, dat wil zeggen alleen voor de periode
                        dat die verordening van kracht was, gold. Percelen waarop geen fruit meer
                        wordt geteeld, zouden, indien de “oude” definitie zou blijven gehandhaafd,
                        moeten worden beschouwd als “overig ongebouwd”, klasse V. In de verordening
                        van Waterschap Zuiderzeeland is dit tijdelijke karakter niet meer aanwezig
                        en blijft de grond in de klasse Wateraanvoer betrokken, ongeacht het gebruik
                        van de grond. Het betreft gebieden waarvoor ten behoeve van de fruitteelt
                        wateraanvoervoorzieningen zijn getroffen, zodat het niet wenselijk lijkt
                        klassen op individueel niveau vast te stellen. Naarmate namelijk meer
                        individuele percelen zouden worden betrokken in de klasse V, overig
                        ongebouwd, zouden alle overige percelen belast worden met de kosten die ten
                        behoeve van het oorspronkelijke fruitteeltgebied zijn gemaakt. Het feit dat
                        de grond in een aantal gevallen inmiddels een andere bestemming heeft
                        gekregen, hetgeen de beslissing is van de gebruiker van de grond, neemt niet
                        weg dat te allen tijde gebruik gemaakt kan worden van de voorzieningen die
                        ten behoeve van die grond zijn gerealiseerd. Te denken valt bijvoorbeeld aan
                        wateronttrekking t.b.v. beregening. Het voorzieningenniveau verschilt met
                        dat van de wateraanvoervoorzieningen in de Noordoostpolder omdat zoals
                        hierboven is aangegeven het water alleen in de tochten wordt gebracht. Voor
                        de verdere distributie dienen de belanghebbenden zelf voorzieningen te
                        treffen. Wegens de recente datum waarop de investeringen ten behoeve van
                        deze gebieden zijn gedaan, vallen ook percelen waarop vanaf een moment na 1
                        januari 1996 geen fruitteelt meer plaatsvindt, maar die vanaf 1996 wel in de
                        klasse “fruitteelt met wateraanvoer” zijn aangeslagen, in deze klasse. De
                        reden daarvoor is dat gebruik gemaakt kan worden van de voorzieningen,
                        ongeacht de aard van het grondgebruik. Ook voor percelen in klasse IV geldt
                        als uitgangspunt dat kadastrale percelen die voor een deel van een hoger
                        peil kunnen worden voorzien geheel tot deze klasse worden gerekend omdat het
                        water ten behoeve van het gehele perceel kan worden aangewend. </al><al><cursief>V. Overig ongebouwd</cursief></al><al>In deze klasse zijn de ongebouwde onroerende zaken opgenomen die niet in één
                        van de hiervoor genoemde klassen zijn ingedeeld.</al></divisie><divisie><kop><titel><cursief>Omslagklassenkaart</cursief></titel></kop><al>De begrenzing van de omslagklassen is aangegeven op de bij de verordening
                        behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart “Kaart bij de
                        Omslagklassenverordening Waterschap Zuiderzeeland 2005” van het
                        beheersgebied van Waterschap Zuiderzeeland. Deze kaart is de juridische
                        basis van de verordening. De kaart wordt vastgesteld voor de periode die de
                        Omslagklassenverordening beslaat en wordt aan de hand van verzoeken van
                        belanghebbenden jaarlijks bijgesteld.</al><al>Bepaalt de wijze waarop de verordening wordt aangehaald.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>