<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR271634_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Omslagklassenverordening waterschap Aa en Maas</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Aa en Maas</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Aa en Maas</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Brabants Dagblad, 02-03-04 (Gebiedsdekkend)</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Omslagklassenverordening waterschap Aa en Maas</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 120, lid 7</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-01-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-03-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2004-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Vergadering Algemeen Bestuur 05-01-2004</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën – belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De onderstaande omslagklassenverordeningen vervallen met ingang van 1 januari 2004, met dien verstande dat zij van toepassing blijven voor de heffing van waterschapsomslagen voor belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan:</al><al>Omslagklassenverordening Waterschap De Aa 1995 zoals vastgesteld door het hoofdbestuur van het Waterschap De Aa op 23 juni 1994;</al><al>Omslagklassenverordening 1995 zoals vastgesteld door de Vergadering van hoofdingelanden van waterschap De Maaskant van 27 oktober 1994 en nadien gewijzigd bij besluit van 14 december 1995.</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 5-1-2004</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Brabants Dagblad, 02-03-04 (Gebiedsdekkend)</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Omslagklassenverordening waterschap Aa en Maas</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen Bestuur van het waterschap Aa en Maas;</al><al>overwegende, </al><al>dat Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant tot de opheffing van
                        het waterschap De Aa te Boxtel en van het waterschap De Maaskant te Oss en
                        tot de oprichting van waterschap Aa en Maas hebben besloten;</al><al>dat het gelet op artikel 120, zevende lid, van de Waterschapswet en het
                        rapport van Tauw bv "Kostentoedeling 2004 waterschap Aa en Maas van 7
                        september 2003" aanbeveling verdient voor het waterschap Aa en Maas een
                        Omslagklassenverordening vast te stellen;</al><al>dat het ontwerp van de Omslagklassenverordening waterschap Aa en Maas, met
                        bijlagen, van 17 november tot en met 15 december 2003 ter inzage heeft
                        gelegen;</al><al>dat tegen het ontwerp een viertal bedenkingen is ingediend;</al><al>gelezen het voorstel van de Voorbereidingscommissie van 17 december 2003,
                        met bijlagen, waarin gemotiveerd wordt voorgesteld de ingebrachte
                        bedenkingen ongegrond te verklaren en het ontwerp van de
                        Omslagklassenverordening waterschap Aa en Maas ongewijzigd vast te
                        stellen;</al><al>B E S L U I T :</al><al>I. met overneming van de overwegingen van de Voorbereidingscommissie de
                        ingebrachte bedenkingen ongegrond te verklaren;</al><al>II. vast te stellen de volgende Omslagklassenverordening waterschap Aa en
                        Maas. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Aanhef</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Verordening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>beheersgebied: het gebied van het waterschap, zoals bedoeld in
                                    artikel 1, eerste lid, van het Reglement voor het waterschap Aa
                                    en Maas; </al></li><li nr="b."><al>taakgebied: een bij waterschapsreglement aangegeven, binnen het
                                    beheersgebied van het waterschap gelegen gebied, waarin één of
                                    meer van de aan het waterschap opgedragen waterschapstaken
                                    worden behartigd; </al></li><li nr="c."><al>ongebouwde onroerende zaak: een ongebouwde onroerende zaak zoals
                                    bedoeld in de van toepassing zijnde verordening op de
                                    waterschapsomslagen; </al></li><li nr="d."><al>gebouwde onroerende zaak: een gebouwde onroerende zaak zoals
                                    bedoeld in de van toepassing zijnde verordening op de
                                    waterschapsomslagen; </al></li><li nr="e."><al>waterkwantiteitsbeheer: het beheer, zoals bedoeld in artikel 2,
                                    tweede lid, onderdeel b, van het Reglement voor het waterschap
                                    Aa en Maas. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling omslagklassen</titel></kop><al>Teneinde te voorkomen dat verschillen in hoedanigheid of ligging van
                            onroerende zaken bij de toepassing van de verordening op de
                            waterschapsomslagen leiden tot onevenredig voor- of nadeel voor de
                            omslagplichtigen, worden in het taakgebied betreffende het
                            waterkwantiteitsbeheer vier omslagklassen ingesteld voor ongebouwde
                            onroerende zaken met de aanduiding 1 tot en met 4.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Indeling omslagklassen</titel></kop><al>De indeling van onroerende zaken in omslagklassen als bedoeld in artikel
                            2 is aangegeven op bij deze verordening behorende kaarten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vermenigvuldigingsfactoren waterkwantiteitsbeheer
                                ongebouwd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26812_0_0_4_1_"> Ter zake van de in de verordening op de
                                waterschapsomslagen bedoelde omslagplichtigen voor de omslagheffing
                                ongebouwd voor het waterkwantiteitsbeheer wordt de op de voet van
                                die verordening vastgestelde heffingsmaatstaf van een ongebouwde
                                onroerende zaak, gecorrigeerd op basis van de volgende
                                vermenigvuldigingsfactoren:</al><table><title> Vermenigvuldigingsfactoren waterkwantiteitsbeheer ongebouwd </title><tgroup cols="2"><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al><vet>Omslagklassen ongebouwd</vet></al></entry><entry><al><vet>Vermenigvuldigingsfactor</vet></al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>1. Gebieden met een hoogste grondwaterstand van
                                                  minder dan 0,8 meter beneden maaiveld
                                                  (laaggelegen) met een door middel van bemaling én
                                                  watervoorziening beheerst peil</al></entry><entry><al>1.0</al></entry></row><row><entry><al>2. Overige gebieden met een hoogste
                                                  grondwaterstand van minder dan 0,8 meter beneden
                                                  maaiveld (laaggelegen) </al></entry><entry><al>0,72</al></entry></row><row><entry><al>3. Gebieden met een hoogste grondwaterstand van
                                                  meer dan 0,8 meter beneden maaiveld
                                                  (hooggelegen)</al></entry><entry><al>0,4</al></entry></row><row><entry><al>4. Gebieden zonder belang bij het
                                                  waterkwantiteitsbeheer</al></entry><entry><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid worden aaneengesloten
                                gebieden met een oppervlakte van minder dan 25 hectare niet
                                afzonderlijk in een omslagklasse ingedeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Intrekking en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26812_0_0_5_2_"> Deze verordening is van toepassing met
                                ingang 1 januari 2004.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26812_0_0_5_3_"> Deze verordening treedt in werking met
                                ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H26812_0_0_5_4_"> De onderstaande
                                omslagklassenverordeningen vervallen met ingang van 1 januari 2004,
                                met dien verstande dat zij van toepassing blijven voor de heffing
                                van waterschapsomslagen voor belastbare feiten die zich voor die
                                datum hebben voorgedaan:</al><lijst><li nr="•"><al>Omslagklassenverordening Waterschap De Aa 1995 zoals
                                        vastgesteld door het hoofdbestuur van het Waterschap De Aa
                                        op 23 juni 1994; </al></li><li nr="•"><al>Omslagklassenverordening 1995 zoals vastgesteld door de
                                        Vergadering van hoofdingelanden van waterschap De Maaskant
                                        van 27 oktober 1994 en nadien gewijzigd bij besluit van 14
                                        december 1995. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Omslagklassenverordening
                            waterschap Aa en Maas.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door het Algemeen bestuur op 5 januari 2004.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de dijkgraaf, </ondertekening><ondertekening>drs. C.J.E. van Vlokhoven drs. L.P.M. van den Berg </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al><cursief>- Wettelijke grondslag</cursief></al><al>Het wettelijk kader om omslagklassen in te stellen is te vinden in
                            artikel 120, zevende lid, van de Waterschapswet. Daarin is geregeld dat
                            met betrekking tot de bepaling van de heffingsmaatstaf voor ongebouwde
                            en gebouwde onroerende zaken het algemeen bestuur van het waterschap een
                            verordening kan vaststellen, waarin omslagklassen voor onroerende zaken
                            worden ingesteld om te voorkomen dat verschillen in hoedanigheid of
                            ligging leiden tot onevenredig voor- of nadeel voor de omslagplichtigen.
                            Voor de ingezetenenomslag kunnen geen omslagklassen worden ingesteld.
                            Artikel 120, zevende lid, van de Waterschapswet beperkt zich namelijk
                            tot de omslag gebouwd en ongebouwd. Bovendien bepaalt artikel 121 van de
                            Waterschapswet dat de ingezetenenomslag wordt vastgesteld op een gelijk
                            bedrag per woonruimte. Het instellen van omslagklassen strookt namelijk
                            niet met het algemeen taakbelang op grond waarvan de ingezetenen omslag
                            betalen.</al><al><cursief>- Omslagklassen</cursief></al><al>Het instellen van omslagklassen kan worden aangemerkt als een
                            differentiatie van de heffingsmaatstaf. Dit betekent dat nadat de kosten
                            zijn toegedeeld aan de belangencategorieën gebouwd en ongebouwd (op
                            basis van de methode Delfland), deze kosten worden omgeslagen over de
                            individuele belastingplichtigen (eigenaren gebouwd en ongebouwd) via de
                            omslagheffing op basis van de heffingsmaatstaven waarde (gebouwd) en
                            oppervlakte (ongebouwd). Deze heffingsmaatstaven moeten echter worden
                            gecorrigeerd middels omslagklassen indien toepassing van die
                            heffingsmaatstaven ertoe leidt dat er door verschillen in hoedanigheid
                            of ligging onevenredig voor- of nadeel voor de omslagplichtigen
                            ontstaat.</al><al><cursief>- Voorwaarden voor het instellen van
                            omslagklassen</cursief></al><al>Artikel 120, zevende lid, van de Waterschapswet noemt twee belangrijke
                            voorwaarden voor het instellen van omslagklassen, namelijk:</al><lijst><li nr="•"><al>er moet sprake zijn van verschillen in hoedanigheid of ligging,
                                    en </al></li><li nr="•"><al>deze verschillen moeten leiden tot onevenredig voor- of nadeel
                                    voor de omslagplichtigen. </al></li></lijst><al>De wetgever heeft bij de verschillen in hoedanigheid of ligging het oog
                            gehad op de fysieke gesteldheid van het waterschapsgebied. De tweede
                            voorwaarde voor het instellen van omslagklassen ligt besloten in de
                            woorden "onevenredig voor- of nadeel". De wetgever heeft hier gekozen
                            voor een negatieve formulering die er op neerkomt dat het niet
                            verdisconteren van bepaalde aan hoedanigheid of ligging verbonden feiten
                            of omstandigheden zal leiden tot een onevenredig voor- of nadeel.</al><al>In artikel 120, zevende lid, Waterschapswet is bepaald dat voorzover
                            verschillen leiden tot verschillen in belang van meer dan 50% of van
                            minder dan 25% dat verschil moet worden aangemerkt als onevenredig
                            respectievelijk niet onevenredig.</al><al><cursief>- Kostentoedelingsonderzoek voor het waterschap Aa en
                                Maas</cursief></al><al>Ter zake van de kostentoedeling is door Tauw bv een
                            kostentoedelingsonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek
                            zijn neergelegd in het rapport “Kostentoedeling 2004 waterschap Aa en
                            Maas” </al><al>(7 september 2003). </al><al>In het kostentoedelingsonderzoek is bekeken of er aanleiding is om de
                            heffingsmaatstaven waarde (gebouwd) en oppervlakte (ongebouwd) te
                            differentiëren via het instellen van omslagklassen. In het
                            kostentoedelingsonderzoek is daartoe onderzocht wat voor het totale
                            grondgebied van waterschap Aa en Maas het best passende
                            omslagklassensysteem zou zijn, waarbij tevens is gekeken naar de
                            mogelijkheden om tot een eenvoudige indeling in omslagklassen te
                            komen.</al><al><cursief>Omslagklassen waterkwantiteitsbeheer</cursief></al><al>Bij het waterkwantiteitsbeheer is er voor het ongebouwd aanleiding tot
                            het instellen van omslagklassen. Daarbij is er allereerst een
                            onderscheid gemaakt tussen hooggelegen gebieden en laaggelegen gebieden.
                            Hooggelegen gebieden hebben een diepe grondwaterstand (hoogste
                            grondwaterstand meer dan 0,8 meter beneden maaiveld) en laaggelegen
                            gebieden een ondiepe grondwaterstand (hoogste grondwaterstand minder dan
                            0,8 meter beneden maaiveld). Vervolgens wordt binnen de laaggelegen
                            gebieden een onderscheid gemaakt tussen gebieden met een door middel van
                            bemaling én watervoorziening beheerst peil en de overige gebieden. Deze
                            indeling in omslagklassen sluit nauw aan bij de kenmerken van het
                            watersysteem en brengt het verschil in voorzieningenniveau en daarmee
                            belang tot uitdrukking. </al><al>Dit resulteert in de volgende vier omslagklassen:</al><table><title>Tabel omslagklassen</title><tgroup cols="2"><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al>Omslagklassen ongebouwd</al></entry><entry><al>Vermenigvuldigingsfactor</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>1. Gebieden met een hoogste grondwaterstand van
                                                minder dan 0,8 meter beneden maaiveld (laaggelegen)
                                                met een door middel van bemaling én </al><al>watervoorziening beheerst peil </al></entry><entry><al>1,0</al></entry></row><row><entry><al>2. Overige gebieden met een hoogste grondwaterstand
                                                van minder dan 0,8 meter beneden maaiveld
                                                (laaggelegen) </al></entry><entry><al>0,72</al></entry></row><row><entry><al>3. Gebieden met een hoogste grondwaterstand van meer
                                                dan 0,8 meter beneden maaiveld (hooggelegen)</al></entry><entry><al>0,4</al></entry></row><row><entry><al>4. Gebieden zonder belang bij het
                                                waterkwantiteitsbeheer</al></entry><entry><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Omslagklassen waterkeringstaak</cursief></al><al>Voor de waterkeringstaak worden geen omslagklassen ingesteld omdat alle
                            binnen het taakgebied gelegen gebouwde en ongebouwde onroerende zaken
                            (hetzelfde) belang hebben bij die taak,</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In onderdeel a wordt het begrip "beheersgebied" gedefinieerd. Het
                            betreft het gebied zoals omschreven in artikel 1, eerste lid, van het
                            Reglement voor het waterschap Aa en Maas. </al><al>In onderdeel b wordt het begrip "taakgebied" gedefinieerd. Het betreft
                            hier een bij waterschapsreglement aangegeven, binnen het beheersgebied
                            van het waterschap gelegen gebied, waarin één of meer van de aan het
                            waterschap opgedragen waterschapstaken worden behartigd. In concreto
                            gaat het hierbij om de taakgebieden waterkeringstaak en
                            waterkwantiteitsbeheer, welke taakgebieden qua begrenzing
                            verschillen.</al><al>In onderdeel c is het begrip "ongebouwde onroerende zaak" omschreven.
                            Verwezen is naar de definities in de verordening op de
                            waterschapsomslagen teneinde te bereiken dat de inhoud van de begrippen
                            in de Omslagklassenverordening en de omslagverordening identiek
                            zijn.</al><al>In onderdeel d is het begrip "gebouwde onroerende zaak" omschreven.
                            Verwezen is naar de definities in de verordening op de
                            waterschapsomslagen teneinde te bereiken dat de inhoud van de begrippen
                            in de Omslagklassenverordening en de omslagverordening identiek
                            zijn.</al><al>In onderdeel e is een definitie opgenomen van "waterkwantiteitsbeheer",
                            omdat dit volgens het Reglement een afzonderlijke taak is en de
                            kostentoedeling en het instellen van omslagklassen daarom voor deze taak
                            afzonderlijk geschiedt. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2 Instelling omslagklassen </titel></kop><al>In dit artikel is aangegeven dat voor ongebouwde onroerende zaken ter
                            zake van het taakgebied waarin het waterschap het waterkwantiteitsbeheer
                            uitvoert omslagklassen worden ingesteld en hoeveel. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3 Indeling omslagklassen</titel></kop><al>De indeling van onroerende zaken in omslagklassen is aangegeven op van
                            de Omslagklassenverordening deel uitmakende kaarten.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4 Vermenigvuldigingsfactoren waterkwantiteitsbeheer
                                ongebouwd</titel></kop><al>In dit artikel zijn ter zake van het waterkwantiteitsbeheer de
                            omslagklassen voor ongebouwde onroerende zaken opgenomen met de
                            bijbehorende vermenigvuldigingsfactoren. Voor een nadere toelichting
                            wordt verwezen naar het onderdeel "Kostentoedelingsonderzoek voor het
                            waterschap Aa en Maas" in het algemene deel van deze toelichting.</al><al>In het tweede lid is geregeld dat bij de indeling van gronden in
                            omslagklassen een ondergrens wordt gehanteerd van 25 hectare. Deze grens
                            is gebaseerd op de minimale oppervlakte ongebouwd die het waterschap
                            onderscheidt bij het ontwerp van waterbeheersingsplannen. In de praktijk
                            komt dit ook overeen met het minimaal vereiste afwaterend oppervlak dat
                            het waterschap hanteert bij het in beheer nemen van watergangen.</al><al>Gebieden kleiner dan 25 hectare worden niet afzonderlijk in een
                            omslagklasse ingedeeld maar worden ingedeeld in de omslagklasse van het
                            gebied waar ze deel van uitmaken.</al><al>Overigens kan één ongebouwde onroerende zaak (kadastraal perceel) best
                            in meer dan één omslagklasse vallen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5 Intrekking en inwerkingtreding</titel></kop><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>In het eerste lid is geregeld dat de verordening van toepassing is met
                            ingang van 1 januari 2004. Hiermee wordt duidelijk op welk moment de
                            nieuwe financiële verplichtingen die aan de omslagplichtigen worden
                            opgelegd, een aanvang nemen (zelfs als op dat moment nog geen
                            goedkeuring is verleend of nog geen bekendmaking heeft
                            plaatsgevonden).</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Het tweede lid regelt de inwerkingtreding. De Omslagklassenverordening
                            kan niet in werking treden voordat zij is bekendgemaakt (artikel 73 van
                            de Waterschapswet). Er is voor gekozen om de inwerkingtreding te stellen
                            op de eerste dag na die van de bekendmaking.</al><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>In het derde lid is bepaald dat de omslagklassenverordeningen van de
                            voormalige waterschappen worden ingetrokken, maar dat de bepalingen van
                            die verordeningen van toepassing blijven voor de jaren waarvoor de
                            verordening heeft gegolden. Dit met het oog op nog op te leggen
                            aanslagen over voorgaande jaren.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6 Citeertitel</titel></kop><al>In artikel 6 wordt de verordening voorzien van een citeertitel.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>