<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR271631_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening schadevergoeding van Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Noordoostpolder, Flevopost, Almere vandaag, 28-01-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening schadevergoeding</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 78, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-01-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-01-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>ZZL03.1363</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur – waterschappen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit:</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: -</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>verordening schadevergoeding van Waterschap Zuiderzeeland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Waterschap</vet><vet>Zuiderzeeland</vet></al><al><vet>Verordening schadevergoeding </vet></al><al>De Algemene Vergadering van Waterschap Zuiderzeeland;</al><al>gelezen het voorstel van het college van Dijkgraaf en Heemraden, gelet op
                        artikel 78, lid 1 van de Waterschapswet;</al><al>B E S L U I T :</al><al>vast te stellen de volgende verordening: Verordening schadevergoeding.</al><al><vet><cursief>Begripsomschrijvingen</cursief></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 </titel></kop><lid><lidnr/><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_1_1_"> Algemeen bestuur : de Algemene
                                Vergadering van Waterschap Zuiderzeeland;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_1_2_"> Dagelijks bestuur : het college van
                                Dijkgraaf en Heemraden van Waterschap Zuiderzeeland;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_1_3_"> Commissie : de adviescommissie als
                                bedoeld in artikel 6;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_1_4_"> Aanvraag : een aanvraag om
                                schadevergoeding als bedoeld in artikel 2;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_1_5_"> Schade: het negatieve verschil in de
                                omvang van het vermogen zoals dat op een bepaald moment wordt
                                vastgesteld en de omvang welke dit vermogen op datzelfde tijdstip
                                zou hebben gehad indien de schadeveroorzakende gebeurtenis niet zou
                                zijn ingetreden;</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al><vet><cursief>Aanvraag tot schadevergoeding</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lid><lidnr/><al>Een belanghebbende die schade lijdt of zal lijden als gevolg van:
                            </al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_2_7_"> het nemen, intrekken en/ of wijzigen van
                                een besluit; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_2_8_"> het aanleggen, wijzigen of buitengewoon
                                onderhouden van waterstaatswerken kan bij het waterschap een
                                aanvraag tot verlening van een schadevergoeding indienen.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet><cursief>Informatieplicht</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Indien door het dagelijks bestuur redelijkerwijze kan worden voorzien
                            dat iemand schade lijdt of zal lijden als gevolg van de in artikel 2
                            genoemde besluiten of handelingen van het water­schap, informeert het
                            dagelijks bestuur deze belanghebbende omtrent deze
                            schadevergoe­dingsverordening en de mogelijkheid om een aanvraag tot
                            schadevergoeding in te dienen.</al><al><vet><cursief>Indiening van een aanvraag</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een aanvraag als bedoeld in artikel 2 wordt ingediend bij het
                                dagelijks bestuur. </al><al> De aanvraag kan worden ingediend bij het dagelijks bestuur
                                gedurende een termijn van uiterlijk zes weken, te rekenen vanaf het </al><al> moment dat:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H26734_0_0_4_9_1_"> het besluit als bedoeld in
                                        artikel 2, aanhef en onder 1, onherroepelijk is geworden, of
                                    </al></li><li nr="b."><al id="anker-H26734_0_0_4_9_2_"> de werkzaamheden als bedoeld
                                        in artikel 2, aanhef en onder 2, zijn uitgevoerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_4_10_"> Indien de schade zich niet binnen de in
                                het eerste lid genoemde termijn manifesteert, kan de aanvraag worden
                                ingediend gedurende een termijn van uiterlijk zes weken nadat de
                                aanvrager het ontstaan van de schade redelijkerwijze heeft kunnen
                                constateren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_4_11_"> De aanvraag bevat een opgave van de
                                aard en omvang van de schade en een specificatie van het bedrag van
                                de schade. Tevens bevat de aanvraag een opgave van de feiten die tot
                                het ontstaan van de schade aanleiding hebben gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_4_12_"> Het dagelijks bestuur bevestigt
                                schriftelijk de ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al><vet><cursief>Kennelijke ongegrondheid van de
                                    aanvraag</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>Indien naar het oordeel van het dagelijks bestuur een aanvraag als
                            bedoeld in artikel 2 kennelijk ongegrond is, kan het dagelijks bestuur
                            daaromtrent beslissen, zonder zich te laten adviseren door de commissie
                            als bedoeld in artikel 6. In dat geval zijn de artikelen 6 tot en met 11
                            niet van toepassing. In andere gevallen beslist het dagelijks bestuur na
                            advies te hebben ingewonnen van de commissie als bedoeld in artikel
                            6.</al><al><vet><cursief>De commissie</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_6_14_"> Er is een commissie voor de advisering
                                op een aanvraag om schadevergoeding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_6_15_"> Het algemeen bestuur benoemt de
                                commissie en wijst tevens de voorzitter aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_6_16_"> De commissie bestaat uit drie
                                deskundigen, die geen deel uitmaken van de bestuurlijke en
                                ambtelijke organisatie van het waterschap.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet><cursief>Advisering over de aanvraag door de
                                        commissie</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_7_17_"> Indien geen toepassing is gegeven aan
                                het bepaalde in artikel 5, stelt het dagelijks bestuur de aanvraag
                                in handen van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_7_18_"> De aanvrager wordt schriftelijk door
                                het dagelijks bestuur in kennis gesteld van het feit dat de
                                commissie over de aanvraag zal adviseren.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al><vet><cursief>Vereisten voor de vervulling van de
                                        adviestaak</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_8_20_"> Het dagelijks bestuur stelt de
                                commissie, al dan niet op aanvraag, de gegevens ter beschikking die
                                nodig zijn voor een goede vervulling van de adviestaak.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_8_21_"> De aanvrager stelt de commissie ter
                                beschikking alle gegevens waarover hij rede­lijkerwijs de
                                beschikking kan krijgen en die nodig zijn voor een goede vervulling
                                van de adviestaak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_8_22_"> De commissie is bevoegd de voor de
                                behandeling van de aanvraag benodigde inlichtingen en adviezen van
                                deskundigen, al of niet ambtenaren van het waterschap zijnde, in te
                                winnen. Indien aan het inwinnen van advies kosten zijn verbonden, is
                                daarvoor vooraf machtiging van de secretaris van het waterschap
                                vereist.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_8_23_"> De door de commissie naar het oordeel
                                van de secretaris van het waterschap noodzakelijk te maken kosten
                                worden door het waterschap vergoed.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al><vet><cursief>Horen van de aanvrager</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_9_25_"> De commissie stelt het dagelijks
                                bestuur en de aanvrager en/ of diens gemachtigden in de gelegenheid
                                te worden gehoord.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_9_26_"> De voorzitter van de commissie bepaalt
                                plaats en tijdstip van de hoorzitting. Hij deelt het dagelijks
                                bestuur en de aanvrager tenminste drie weken voor de zitting
                                schriftelijk mede, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te
                                doen horen tijdens de zitting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_9_27_"> Indien een belanghebbende of het
                                bestuursorgaan wijziging wenst van het tijdstip van de zitting,
                                dient zulks binnen vier dagen na de verzending van de in het tweede
                                lid bedoelde mededeling onder opgaaf van redenen te worden verzocht
                                aan de voorzitter van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_9_28_"> De beslissing van de voorzitter op een
                                aanvraag als bedoeld in lid 3 wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk
                                aan de belanghebbenden en het dagelijks bestuur medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_9_29_"> Op aanvraag van het dagelijks bestuur
                                en/ of aanvrager kunnen door hem mee­gebrachte deskundigen worden
                                gehoord.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_9_30_"> Indien de aanvrager gebruikmaakt van
                                deskundigen, zijn de daaraan verbonden kosten voor zijn
                                rekening.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_9_31_"> Van hetgeen tijdens de hoorzitting naar
                                voren is gebracht wordt een verslag gemaakt. Het verslag maakt deel
                                uit van het advies van de commissie.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al><vet><cursief>Behandeling door commissie</cursief></vet></al></lid><lid><lidnr/><al>Artikel 10</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De commissie adviseert het dagelijks bestuur over de op de aanvraag
                                te nemen beslissing. </al><al> De commissie stelt daartoe een onderzoek in naar:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H26734_0_0_9_33_3_"> de vraag of er schade
                                        is;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H26734_0_0_9_33_4_"> de vraag of de schade een
                                        gevolg is van de taakvervulling door het waterschap;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H26734_0_0_9_33_5_"> de vraag of de schade
                                        redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van de
                                        benadeelde hoort te blijven;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H26734_0_0_9_33_6_"> de vraag of de vergoeding van
                                        de schade niet of onvoldoende anderszins is verzekerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_9_34_"> De commissie rapporteert over haar
                                bevindingen en geeft advies over de hoogte van de uit te keren
                                schadevergoeding en/ of te nemen maatregelen of te treffen
                                voorzieningen waardoor de schade, anders dan door een vergoeding in
                                geld, kan worden beperkt of ongedaan gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_9_35_"> De commissie stelt binnen tien weken
                                nadat de aanvraag haar ter hand is gesteld een schriftelijk advies
                                op. Dit advies wordt zowel het waterschap als de aanvrager
                                toe­gezonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_9_36_"> Indien daartoe aanleiding bestaat kan
                                het dagelijks bestuur op aanvraag van de com­missie de termijn voor
                                advisering verdagen. De aanvrager wordt hiervan door het dage­lijks
                                bestuur schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid><lid><lidnr/><al id="anker-H26734_0_0_9_38_"><vet><cursief>Beslissing op de aanvraag
                                        tot schadevergoeding</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur beslist binnen zes weken na ontvangst van het
                            advies van de commis­sie op de aanvraag tot schadevergoeding. Het
                            dagelijks bestuur kan deze beslistermijn ver­dagen. Het stelt de
                            aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte.</al><al><vet><cursief>Schadevergoeding</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_11_39_"> Aan de aanvrager die schade lijdt als
                                gevolg van rechtmatige besluiten of handelingen van het waterschap
                                als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 1 en 2, wordt een
                                schadevergoeding verstrekt, indien die schade redelijkerwijze niet
                                of niet geheel ten laste van belanghebbende behoort te blijven en de
                                vergoeding van die schade niet anderszins is verzekerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_11_40_"> De schadevergoeding wordt voldaan in
                                geld of in een andere vorm dan betaling van een geldsom.</al></lid><lid><lidnr/><al/><al><vet><cursief> Gederfde rente</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><al>Van de schadevergoeding maakt deel uit een vergoeding van gederfde en/
                            of betaalde rente.</al><al><vet><cursief>Voordeelstoerekening</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><al>Indien het betrokken besluit of de betrokken handeling voor de aanvrager
                            naast de schade tevens voordeel oplevert, wordt dit voordeel bij de
                            vaststelling van de te vergoeden schade verrekend.</al><al><vet><cursief>Inwerkingtreding en citeertitel</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_14_42_"> Deze verordening treedt in werking met
                                ingang van de eerste dag na bekendmaking daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26734_0_0_14_43_"> Deze verordening kan worden aangehaald
                                als de verordening schadevergoeding van Waterschap
                                Zuiderzeeland.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de Algemene Vergadering </ondertekening><ondertekening>van Waterschap Zuiderzeeland,</ondertekening><ondertekening>d.d. 20 januari 2004,</ondertekening><ondertekening>de secretaris-directeur a.i., </ondertekening><ondertekening>E.P. Schuringa</ondertekening><ondertekening>de dijkgraaf,</ondertekening><ondertekening>mr. ing. H.L. Tiesinga</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>bij de Verordening schadevergoeding</al><al><vet><cursief>Algemeen</cursief></vet></al><al><vet><cursief>Schadeverordening </cursief></vet></al><al>Met de verordening wordt beoogd een regeling tot stand te brengen die gebaseerd
                    is op vergelijkbare verordeningen (ook genaamd nadeelcompensatieregelingen) en
                    waarbij de basis van de artikelen/ bepalingen ligt in het algemene bestuursrecht
                    (zoals ook wettelijk vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht [AWB]). </al><al><vet><cursief>Onrechtmatig overheidsoptreden</cursief></vet></al><al>Aan ieder overheidsoptreden (besluiten en feitelijk handelen) dient een
                    zorgvuldige afweging van alle rechtstreeks betrokken belangen vooraf te gaan. De
                    nadelige gevolgen van het overheidsoptreden mogen niet onevenredig zijn in
                    verhouding tot de met dat optreden te dienen belangen. De eventuele aantasting
                    van belangen van derden moet zo gering mogelijk zijn. Indien aan deze vereisten
                    niet is voldaan, is het overheidsoptreden onrechtmatig. Het mag dan geen
                    doorgang vinden. Gebeurt dit wel dan is de overheid wegens het onrecht­matige
                    karakter van het optreden gehouden de schade die daarvan eventueel het gevolg is
                    aan de getroffenen te vergoeden.</al><al><vet><cursief>Rechtmatig overheidsoptreden</cursief></vet></al><al>Een op zichzelf rechtmatig overheidsoptreden kan evenwel een niet te voorkomen
                    benade­ling van derden tot gevolg hebben. Het optreden is dan op zich rechtmatig
                    maar niet zonder meer aanvaardbaar.</al><al>Afgewogen moet worden of er sprake is van nadelige gevolgen die redelijkerwijze
                    niet ten laste van belanghebbende behoren te blijven; ook als niet bij
                    wettelijke regeling is voorzien in vergoeding van schade. Zo een wettelijke
                    regeling is bijvoorbeeld artikel 9 Wet veront­reiniging oppervlaktewateren
                    (WVO), alsmede de artikelen 40 en 41 Wet op de waterhuis­houding (WWH).</al><al><vet><cursief>Doel van een schadevergoedingsverordening</cursief></vet></al><al>Doel van een wettelijke regeling van de vergoeding van schade veroorzaakt door
                    rechtmatig overheidsoptreden is om deze kwestie als zodanig niet langer
                    onderdeel te laten zijn van de totale belangenafweging die aan het
                    overheidsoptreden vooraf dient te gaan, maar tot een zelfstandige vraag te
                    maken. Deze vraag komt pas aan de orde, op het moment dat het overheidsoptreden
                    zelf onaantastbaar is geworden en de rechtmatigheid daarvan derhalve
                    vaststaat.</al><al>Voor een omvangrijk scala van optreden van waterschappen is niet voorzien in een
                    wettelijke schadevergoedingsregeling.</al><al>Anders dan in het geval waarin een schadevergoedingsregeling van toepassing is,
                    betrekt de rechter het schadevergoedingsaspect van het overheidsoptreden bij de
                    toetsing van het op­treden zelf. Na te hebben getoetst of het optreden op zich
                    rechtmatig is, komt het schade­vergoedingsaspect aan de orde. Komt de rechter
                    tot de conclusie dat het op zich rechtmatige optreden schade veroorzaakt die
                    redelijkerwijze niet of niet geheel ten laste van de bena­deelde behoort te
                    blijven, terwijl niet in vergoeding van deze schade is voorzien, dan zal het
                    optreden zijn 'rechtmatigheid' verliezen.</al><al>Op deze wijze ontstaat zowel voor de overheid als voor de benadeelde een
                    ongewenste situatie. De benadeelde is niet uit op een veroordeling van het
                    betrokken optreden zelf, maar wil een vergoeding voor de door hem geleden
                    schade. De rechter kan weliswaar in geval van vernietiging van een besluit een
                    schadevergoeding toekennen maar van die bevoegdheid wordt sporadisch gebruik
                    gemaakt. Veelal zal het betrokken overheidsorgaan opnieuw over de zaak moeten
                    beslissen met inachtneming van de rechterlijke uitspraak. Voor de overheid heeft
                    de rechterlijke uitspraak tot gevolg dat een besluit vooralsnog niet kan worden
                    uitge­voerd, uitsluitend vanwege het feit dat geen beslissing is genomen omtrent
                    de schade­aspecten.</al><al>Met de onderhavige schadevergoedingsverordening wordt beoogd een, zowel voor de
                    be­nadeelde als voor het waterschap, eenvoudiger en efficiëntere gang van zaken
                    te bewerk­stelligen. Degene die meent schade te leiden door overheidsoptreden
                    als omschreven in deze verordening, behoeft niet langer het betreffende optreden
                    zelf aan te vechten, teneinde zijn schade vergoed te kunnen krijgen. De
                    onderhavige verordening voorziet in een met waarborgen omklede procedure voor de
                    behandeling van een aanvraag tot schade­vergoeding.</al><al>Door het schadevergoedingsaspect in een aparte procedure te bezien en als het
                    ware van het overheidsoptreden los te koppelen kan de overheidstaak efficiënter
                    worden uitgevoerd. Doordat de verordening aangeeft op welke wijze en in welk
                    geval een aanvraag tot schade­vergoeding kan worden gedaan staat het waterschap
                    niet voor de veelal onmogelijke taak reeds bij de voorbereiding van zijn
                    optreden vast te stellen welke schadetoebrenging het op­treden in het concrete
                    geval tot gevolg zal kunnen hebben.</al><al><vet>Artikelsgewijs</vet></al><al><vet><cursief>Begripsomschrijvingen</cursief></vet></al><al><cursief>Artikel 1</cursief> In dit artikel worden de bestuursorganen en een
                    aantal in de verordening te hanteren begrip­pen aangeduid. </al><al>In de definiëring (artikel 1, lid 5) is de schade gerelateerd aan het begrip
                    vermogen. Bedoeld wordt niet alleen het vermogen in vermogensrechtelijke sfeer
                    (eigendom/ bezit), maar ook andere activa-bestanddelen (bijvoorbeeld
                    teeltplanschade en bedrijfsschade) worden hieronder begrepen.</al><al>Voor wat betreft voorzienbare schade geldt dat dergelijke schade al bij de
                    besluitvorming zelf betrokken dient te worden. De verordening beoogt ook regels
                    te geven hoe om te gaan met claims die betrekking hebben op onvoorzienbare
                    schade (schade die geruime tijd na de besluitvorming c.q. de uitvoering van
                    werken optreedt). </al><al><vet><cursief>Aanvraag tot schadevergoeding</cursief></vet></al><al><cursief>Artikel 2</cursief> Aangegeven wordt wie in welk geval op grond van
                    deze verordening een verzoek om ver­goeding van schade kunnen indienen.</al><al>Onder een belanghebbende wordt ingevolge artikel 1:2, eerste lid, Algemene wet
                    bestuurs­recht (AWB) verstaan: 'degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit
                    is betrokken'. Voor de toepassing van de onderhavige verordening dient onder een
                    belanghebbende tevens te worden verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij
                    het feitelijk handelen als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 2, is
                    betrokken.</al><al>Indiening van een aanvraag tot schadevergoeding is mogelijk in geval van het
                    nemen, intrek­ken of wijzigen van een besluit. Onder een besluit wordt ingevolge
                    artikel 1:3, eerste lid, AWB verstaan: 'een schriftelijke beslissing van een
                    bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling'. Een aanvraag
                    tot schadevergoeding is evenzeer mogelijk indien een belanghebbende meent schade
                    te leiden door het aanleggen, wijzigen of buiten­gewoon onderhouden van
                    waterschapswerken. Normaal onderhoud valt derhalve niet onder de
                    verordening.</al><al>De onderhavige regeling treedt niet in plaats van schadebepalingen opgenomen in
                    bestaan­de wettelijke regelingen, zoals in artikel 9, WVO en artikel 40 en 41
                    WWH. Deze wettelijke regelingen gaan boven de onderhavige regeling. In de
                    onderhavige regeling wordt een voor­ziening gegeven voor die gevallen waarin een
                    wettelijke schaderegeling ontbreekt.</al><al>De in de onderhavige regeling opgenomen procedurevoorschriften kunnen echter
                    tevens worden toegepast in de gevallen waarin een wettelijke schaderegeling is
                    voorzien, voorzover een hogere wettelijke regeling niet in
                    procedurevoorschriften voorziet.</al><al><vet><cursief>Informatieplicht</cursief></vet></al><al><cursief>Artikel 3</cursief> Deze bepaling geeft invulling aan in de
                    jurisprudentie gestelde eisen aan overheidsoptreden. Voorafgaande aan het
                    schade-veroorzakende optreden informeert het waterschap belang­hebbenden over
                    deze verordening. </al><al><vet><cursief>Indiening van een aanvraag</cursief></vet></al><al><cursief>Artikel 4</cursief> Het is niet mogelijk voor alle gevallen een vaste
                    termijn te bepalen waarbinnen de aanvraag tot schadevergoeding moet zijn
                    ingediend. Soms zal schade zich pas na langere tijd voor­doen, bijvoorbeeld in
                    geval van zettingsschade. Indien een vaste termijn voor indiening van de
                    aanvraag zou worden bepaald, zou dat als onredelijk gevolg hebben dat velen niet
                    op basis van deze verordening een aanvraag zouden kunnen indienen. In geval dat
                    al direct bij het betreffende optreden blijkt dat schade wordt toegebracht is
                    het niet redelijk dat langer dan nodig met het indienen van de aanvraag wordt
                    gewacht. Naast de in het derde lid ge­noemde vereisten waaraan het verzoek om
                    schadevergoeding moet voldoen stelt artikel 4:2 AWB eisen aan het indienen van
                    de aanvraag. De aanvraag bevat ten minste:</al><al>- de naam en het adres van de aanvrager;</al><al>- de dagtekening;</al><al>- een aanduiding van hetgeen wordt gevraagd.</al><al>In de aanvraag moet worden aangegeven wat de aard en omvang is van geleden
                    schade. Indien mogelijk moet een gespecificeerde opgave van de schade worden
                    overlegd.</al><al>Indien niet is voldaan aan eisen voor het in behandeling nemen van de aanvraag
                    of indien de verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van de
                    aanvraag kan ingevolge artikel 4:5 AWB worden besloten de aanvraag niet in
                    behandeling te nemen, mits de aan­vrager in de gelegenheid is gesteld binnen een
                    door het bestuursorgaan te bepalen termijn het verzoek aan te vullen.</al><al>De ontvangst van de aanvraag wordt schriftelijk door het dagelijks bestuur
                    bevestigd. Dit ge­schiedt in beginsel in de vorm van een afzonderlijke
                    schriftelijke kennisgeving. Indien het dagelijks bestuur de aanvraag in handen
                    stelt van de adviescommissie wordt de schriftelijke kennisgeving daarvan
                    (artikel 7, tweede lid) tevens als een voldoende bevestiging van ont­vangst van
                    de aanvraag aangemerkt.</al><al><vet><cursief>Kennelijke ongegrondheid van de aanvraag</cursief></vet></al><al><cursief>Artikel 5</cursief> Indien reeds na summier onderzoek blijkt dat de
                    aanvraag niet kan worden gehonoreerd, is sprake van kennelijke ongegrondheid van
                    de aanvraag. De kennelijke ongegrondheid van de aanvraag moet duidelijk zijn
                    zonder dat nader op de inhoudelijke merites van de zaak behoeft te worden
                    ingegaan. In die gevallen kan het dagelijks bestuur de aanvraag afdoen (tegen
                    het afwijzingsbesluit staat bezwaar en beroep open). In alle andere gevallen
                    wordt advies van de commissie ingewonnen.</al><al><vet><cursief>De commissie</cursief></vet></al><al><cursief>Artikel 6 en 7</cursief> Indien de aanvraag niet kennelijk ongegrond is
                    wordt deze in handen gesteld van een ad­viescommissie. De keuze om, alvorens het
                    dagelijks bestuur beslist op de aanvraag, een onafhankelijke commissie te laten
                    adviseren is ingegeven door de wens de legitimiteit van de besluitvorming zo
                    goed mogelijk te waarborgen.</al><al><vet><cursief>Advisering door de Commissie</cursief></vet></al><al><cursief>Artikel 8</cursief> De gegevensverstrekking door het waterschap aan de
                    adviescommissie is geregeld in artikel 3:7 AWB. Het eerste lid van dit artikel
                    bepaalt dat het bestuursorgaan waaraan advies wordt uitgebracht, al dan niet op
                    verzoek van de adviseur, de gegevens ter beschikking stelt die nodig zijn voor
                    een goede vervulling van diens taak. Het tweede lid van dit artikel verklaart
                    artikel 4 Wet openbaarheid van bestuur (stb. 1978, 581) van overeenkomstige
                    toepassing.</al><al>Het inwinnen van advies bij externe deskundigen brengt uitgaven met zich mee die
                    ten laste van het waterschap komen. Het dagelijks bestuur is belast met de
                    uitvoering van de begro­ting, zodat het aan dit bestuursorgaan is om te bepalen
                    of deze uitgaven gedaan kunnen worden. Om praktische redenen is ervoor gekozen
                    om dit aan de secretaris van het water­schap over te laten; voor een en ander
                    zal aansluiting worden gezocht bij de budgethouders- en mandaatregeling. </al><al><vet><cursief>Horen van de aanvrager</cursief></vet></al><al><cursief>Artikel 9</cursief> In aansluiting van de bepalingen van de AWB (over
                    het horen) zijn omtrent het horen gelijkluidende bepalingen opgenomen.</al><al>Indien de commissie nadere gegevens verzoekt aan de belanghebbende, komen de
                    daar­voor door de belanghebbende in redelijkheid gemaakte kosten voor rekening
                    van het water­schap. </al><al><vet><cursief>Behandeling door commissie</cursief></vet></al><al><cursief>Artikel 10 </cursief>Aan de adviescommissie kan de opdracht worden
                    gegeven rekening te houden met het ter zake door het Rijk, de provincie of het
                    waterschap gevoerde beleid, mits een zorgvuldig onderzoek daardoor niet wordt
                    belemmerd.</al><al>Indien de adviescommissie concludeert dat er sprake is van schade welke op grond
                    van deze verordening voor vergoeding in aanmerking komt, adviseert zij zowel
                    over de omvang als over de meest gerede vorm van vergoeding.</al><al>Het dagelijks bestuur kan de adviestermijn verlengen teneinde te voorkomen dat
                    de advies­commissie in de problemen zou geraken indien de voorliggende zaak erg
                    gecompliceerd is en een zorgvuldige advisering meer tijd vergt dan er ingevolge
                    de daarvoor gestelde termijn beschikbaar is.</al><al><vet><cursief>Beslissing op de aanvraag tot
                    schadevergoeding</cursief></vet></al><al><cursief>Artikel 11</cursief> Alvorens op de aanvraag te beslissen vormt het
                    dagelijks bestuur zich een zelfstandig oor­deel omtrent alle van belang zijnde
                    aspecten van de zaak. Artikel 3:9 AWB bepaalt hierover dat indien een besluit
                    berust op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is
                    verricht, het bestuursorgaan zich ervan moet vergewissen dat dit onderzoek op
                    zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. In het onderhavige geval is sprake van
                    een zoge­naamd deskundigenadvies, zodat de vereiste toetsing daarvan door het
                    dagelijks bestuur zich zal kunnen beperken tot een marginale
                    deugdelijkheidstoets. Voor een volledige toetsing door het dagelijks bestuur
                    ontbreekt immers de deskundigheid.</al><al><vet><cursief>Schadevergoeding</cursief></vet></al><al><cursief>Artikel 12</cursief> Ingeval van rechtmatig overheidsoptreden bestaat
                    slechts een beperkte aansprakelijkheid van het waterschap. Het waterschap is
                    slechts gehouden tot vergoeding van schade veroor­zaakt door zijn rechtmatig
                    overheidsoptreden, voor zover die schade redelijkerwijze niet of niet geheel ten
                    laste van de benadeelde behoort te blijven.</al><al>Het waterschap kan aansprakelijk zijn indien tenminste aan de volgende
                    voorwaarden is voldaan:</al><al>1. <cursief>Het betreffende overheidsoptreden moet rechtmatig
                    zijn.</cursief></al><al>Het rechtmatigheidsvereiste impliceert dat als onoordeelkundig of onzorgvuldig
                    wordt opgetreden de daardoor ontstane schade niet kan worden aangemerkt als het
                    gevolg van een rechtmatig handelen. Er is dan sprake van onrechtmatig handelen,
                    in welk geval de benadeelde recht heeft op 'volledige' schadevergoeding.</al><al>2<cursief>. Er moet schade zijn.</cursief></al><al>3. <cursief>De schade moet veroorzaakt zijn door het rechtmatige optreden.
                    </cursief></al><al>Tenminste moet sprake zijn van een oorzakelijk verband in de zin van een
                    conditio sine qua non tussen het rechtmatige optreden van het waterschap en het
                    gestelde nadeel. </al><al>Gelijktijdig kunnen buiten het overheidsoptreden gelegen factoren van invloed
                    zijn op de oorspronkelijke situatie. Deze invloed kan dermate groot zijn dat het
                    ontstane nadeel geacht moet worden geheel te zijn veroorzaakt door (een van)
                    deze factoren. Zonder het overheidsoptreden zou de schade ook zijn
                    veroorzaakt.</al><al>Is aan deze drie voorwaarden voldaan, dan staat daarmee nog niet de
                    aansprakelijkheid van het waterschap vast. Aan de drie voorwaarden moet
                    noodzakelijkerwijze zijn voldaan voor het vestigen van aansprakelijkheid. Indien
                    aan een van de voorwaarden niet is voldaan komt men aan de vraag of de schade
                    redelijkerwijze niet ten laste van belanghebbende behoort te blijven niet meer
                    toe.</al><al>Is wel aan bovengenoemde voorwaarden voldaan dan dient onderzocht te worden of
                    de schade redelijkerwijze niet ten laste van de benadeelde behoort te blijven.
                    De aansprakelijk­heid van het waterschap is immers beperkt tot vergoeding van
                    schade die redelijkerwijze niet ten laste van belanghebbende behoort te blijven.
                    In de jurisprudentie is deze formule nader geconcretiseerd.</al><al>4. <cursief> Het schade-veroorzakend optreden mag niet in de lijn der
                        verwachtingen liggen.</cursief></al><al>Schade voortvloeiende uit zodanig optreden komt in beginsel niet voor vergoeding
                    in aanmerking. Of een bepaald optreden in de lijn der verwachtingen ligt kan
                    afhankelijk zijn van bijvoorbeeld de planologische ontwikkelingen in een bepaald
                    gebied, maat­schappelijke ontwikkelingen, het (waterhuishoudkundig) beleid van
                    de overheid. Zo liggen reconstructiewerkzaamheden, het afsluiten of verleggen
                    van wegen, het uit­baggeren van wateren, de bouw van vaste oeververbindingen,
                    het versterken van dijken en dergelijke in beginsel in de lijn der
                    verwachtingen. Zij zijn immers niet meer dan een logisch gevolg van
                    maatschappelijke ontwikkelingen en derhalve voor een ieder kenbaar. </al><al>Indien echter een benadeelde abnormale schade leidt kan dit reden tot vergoeding
                    van schade zijn. Veelal zullen nadelige ontwikkelingen tot op zekere hoogte in
                    de lijn der verwachtingen liggen. Dan zal slechts een deel van de schade voor
                    rekening van de benadeelde behoren te blijven.</al><al>Er zijn echter situaties denkbaar waarin weliswaar het schadeveroorzakend
                    optreden in de lijn der verwachtingen ligt, doch belanghebbende desondanks
                    geacht moet worden er geen rekening mee te hebben kunnen houden. Deze situatie
                    zal zich voordoen indien het optreden van een abnormale omvang is, een sterk
                    afwijkende reikwijdte heeft of qua gevolgen bijzon-der ingrijpend is. Tot deze
                    categorie van gevallen kan onder bepaalde omstandigheden wor-den gerekend de
                    schade voortvloeiende uit de op grond van artikel 11, eerste lid,
                    Water-staatswet 1900 rustende ontvangst- (en verspreidings)plicht van de
                    aangeland voor bij het onderhoud aan wateren vrijkomende specie. In bijzondere
                    omstandigheden kan het voorko-men dat zodanig grote hoeveelheden specie
                    vrijkomen dat het handhaven van de ontvangst- (en verspreidingsplicht) niet
                    zonder meer aanvaardbaar is. In dat geval kan het redelijk zijn dat het
                    waterschap de betreffende aangeland een schadevergoeding toekent.</al><al>5. <cursief>Eigen schuld, risicoaanvaarding en dergelijke. </cursief></al><al>Voorts kan het schadetoebrengende optreden niet of slechts ten dele niet in de
                    lijn der verwachtingen liggen, maar had de benadeelde er in het concrete geval
                    toch rekening mee kunnen en behoren te houden. Eigen schuld, risicoaanvaarding
                    en dergelijke bepalen in hoeverre benadeelde nog rekening kon en behoorde te
                    houden met het schadeveroorzakende optreden.</al><al>Er is sprake van eigen schuld, in de betekenis dat de benadeelde onredelijk/
                    onzorgvuldig handelt met het oog op zijn eigen belangen, wanneer de schade
                    behalve aan het overheids­optreden mede te wijten is aan een omstandigheid die
                    aan de benadeelde kan worden toe­gerekend, dan wel die omstandigheid tot zijn
                    risicosfeer behoort. Onredelijk handelen van de belanghebbende is aanleiding om
                    de schade voortvloeiende uit het rechtmatig overheidsop­treden geheel of
                    gedeeltelijk voor rekening van de benadeelde te laten. Eigen schuld leidt er
                    derhalve toe dat een gedeelte, maar vaak ook de gehele schade voor rekening van
                    de bena­deelde blijft.</al><al>Indien de schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde
                    kan worden toegerekend, wordt de vergoedingsplicht verminderd door de schade
                    over de bena­deelde en de vergoedingsplichtige te verdelen in evenredigheid met
                    de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden aan de schade hebben
                    bijgedragen.</al><al>Van eigen schuld van de benadeelde is sprake indien de benadeelde geacht kan
                    worden vooraf kennis te hebben gehad van het toekomstig schadeveroorzakend
                    optreden.</al><al>Degene die bijvoorbeeld een kabel of leiding onder een weg of in een dijk heeft
                    op basis van een opzegbare vergunning, maar zelfs ook op basis van een voor
                    onbepaalde tijd verleende vergunning, kan geacht worden kennis te hebben van het
                    feit dat na verloop van tijd zodanige werkzaamheden aan de weg of de dijk moeten
                    worden verricht dat de kabels of leidingen (tijdelijk) verwijderd moeten
                    worden.</al><al>In hoeverre de schade als gevolg de opzegging of wijziging van een voor
                    onbepaalde tijd verleende vergunning het gevolg is van omstandigheden die aan de
                    vergunninghouder kun­nen worden toegerekend, wordt ondermeer bepaald door de
                    volgende factoren.</al><al><cursief> 1.</cursief><cursief> De te verwachten ongestoorde
                        liggingsduur.</cursief></al><al>In Nederland moet er bijvoorbeeld van uit worden gegaan dat primaire
                    waterkeringen met enige regelmaat moeten worden versterkt. Zo is het een
                    ervaringsfeit dat vergun­ningplichtige werken gemiddeld eens in de 20 jaar
                    moeten wijken voor het dijkbe­lang, indien het betreft primaire waterkeringen. </al><al> Ten aanzien van de primaire waterkeringen kan aansluiting worden gezocht bij de
                    Na-deelcompensatieregeling 1991 voor het verleggen van kabels en leidingen in
                    Rijkswater-staatswerken, Staatscourant van maandag 23 december 1991, 249. </al><al> Vindt opzegging of wijziging van een vergunning plaats na verloop van de te
                    ver­wachten ongestoorde liggingsduur, dan is de schade die de vergunninghouder
                    daardoor lijdt het gevolg van een omstandigheid die volledig aan de
                    vergunning­houder kan worden toegerekend. </al><al> Vindt de opzegging plaats binnen de te verwachten ongestoorde liggingsduur dan
                    is, afhankelijk van het tijdsverloop tussen de verlening van de vergunning en
                    het op­zeggen daarvan en het al dan niet tijdelijke karakter van de vergunning,
                    schade die de vergunninghouder daar door lijdt in mindere mate het gevolg van
                    een omstandig­heid die aan de vergunninghouder kan worden toegerekend. </al><al><cursief> 2.</cursief><cursief> Extra kwetsbaarheid door het doen van
                        buitengewoon hoge investeringen op een be­paald onderdeel.</cursief></al><al>Men aanvaardt daarmee de kwade kans dat van bepaalde wijzigingen in de
                    be­staande situatie een onevenredig grote schade het gevolg is, zodat die
                    onevenredige schade het gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde
                    kan worden toegerekend.</al><al><cursief> 3.</cursief><cursief> Het maken van een specifieke keuze uitsluitend
                        in verband met het kostenaspect. </cursief></al><al>Bijvoorbeeld door te kiezen voor het leggen van kabels en leidingen in
                    waterkeringen en niet in de aangrenzende aanzienlijk minder risicodragende
                    particuliere gronden, uitsluitend omdat dan geen hoge vergoedingen aan
                    particuliere grondeigenaren behoeven te worden betaald.</al><al><cursief> 4. Het door de benadeelde aannemen van een afwachtende, berustende
                        houding.</cursief></al><al>Een (potentieel) benadeelde moet alle maatregelen nemen ter beperking of
                    voor­koming van de schade voortvloeiende uit rechtmatig overheidsoptreden,
                    voorzover dat voor hem mogelijk is en redelijkerwijze van hem kan worden
                    gevergd. Indien niet aan de verplichting tot schadebeperking wordt voldaan is er
                    geen aansprakelijkheid voor de meerdere schade die daarvan het gevolg is. Kosten
                    gemaakt ter beperking of voorkoming van de schade komen volledig voor vergoeding
                    in aanmerking, mits sprake is van een redelijk handelen. Beslissend is daarbij
                    wat op het moment van het nemen van de maatregel redelijk was.</al><al>Naast de eigen schuld speelt de risicoaanvaarding bij het vaststellen van de
                    aansprakelijk­heid een bescheiden rol. Er is ondermeer sprake van
                    risicoaanvaarding indien de benadeel­de heeft ingestemd met de uitsluiting van
                    de aansprakelijkheid of als deze willens en wetens het risico heeft aanvaard van
                    op korte termijn intredende, nadelige gebeurtenissen.</al><al>Bij risicoaanvaarding is het gevolg anders dan bij eigen schuld. Bij eigen
                    schuld wordt in be­ginsel de schade over beide partijen verdeeld. Bij
                    risicoaanvaarding vervalt daarentegen de mogelijkheid van een aanspraak op
                    schadevergoeding.</al><al><cursief> 5. Bagatelschade.</cursief></al><al>Toepassing van de formule 'schade welke redelijkerwijze niet ten laste van
                    be­langhebbende behoort te blijven' brengt mee dat ook de omvang van de door de
                    benadeelde geleden of te lijden schade van belang is voor de aansprakelijkheid.
                    Bagatelschade komt niet voor vergoeding in aanmerking. Slechts vergoed wordt
                    schade die qua aard en omvang van enige betekenis is. </al><al>Indien de schade qua aard en omvang gering is wordt die geacht te behoren tot
                    het normale maatschappelijke risico of bedrijfsrisico dat voor rekening van de
                    benadeelde komt.</al><al><vet><cursief>Gederfde rente</cursief></vet></al><al><cursief>Artikel 13</cursief> In het bijzonder bij besluiten omtrent het
                    verlenen van schadevergoeding kan de beslis­termijn soms erg lang zijn zonder
                    direct als onredelijk lang bestempeld te kunnen worden. Bij gecompliceerde zaken
                    is een beslistermijn variërend van een half jaar tot een jaar niet ongewoon. Het
                    is in beginsel niet redelijk de gedurende de beslistermijn door de benadeelde
                    gederfde of betaalde rente voor zijn rekening te laten. De benadeelde maakt in
                    beginsel aanspraak op vergoeding van gederfde of betaalde interesse vanaf het
                    moment waarop de schade zich voordoet tot het moment van het toekenningsbesluit,
                    (gerekend met de op het moment van schade of besluit van toekenning geldende
                    rente) waarna direct betaling van de schadevergoeding volgt. De interessen maken
                    deel uit van de totale schadevergoeding zodat slechts de over het uit te betalen
                    schadebedrag gederfde of betaalde reële rente wordt vergoed.</al><al><vet><cursief>Voordeelstoerekening</cursief></vet></al><al>Artikel 14</al><al><cursief>Voordeelstoerekening wordt beschouwd als een ongeschreven rechtsregel
                        van ons recht. Indien eenzelfde gebeurtenis voor de benadeelde tevens
                        voordeel oplevert, wordt dit voor­deel voorzover redelijk bij de
                        vaststelling van de schade verrekend.</cursief></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>