<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR271629_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inspraak en bekendmakingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Dagblad Flevoland, Flevopost, Noordoostpolder, Dagblad Almere, Groene Weekblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening inspraak en bekendmakingen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 79</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-01-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-02-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2000-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-03-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>ZZL99.836</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur – waterschappen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 3-1-2000</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Dagblad Flevoland, Flevopost, Noordoostpolder, Dagblad Almere, Groene Weekblad</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inspraak en bekendmakingen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Waterschap</vet><vet>Zuiderzeeland </vet></al><al><vet>Verordening inspraak en bekendmakingen</vet></al><al>De voorlopige algemene vergadering van het Waterschap Zuiderzeeland;</al><al>gelezen het voorstel van het voorlopig college van dijkgraaf en
                        heemraden;</al><al>B E S L U I T :</al><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al><vet>Verordening inspraak en bekendmakingen.</vet></al><al><vet><cursief>Begripsomschrijvingen</cursief></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>1. Waterschap: het Waterschap Zuiderzeeland.</al><al>2. Algemene Vergadering: de Algemene Vergadering van het Waterschap
                            Zuiderzeeland.</al><al>3. Voorlopig college van dijkgraaf en heemraden : het college van
                            dijkgraaf en heemraden van het Waterschap Zuiderzeeland.</al><al>4. Personen: natuurlijke personen en rechtspersonen.</al><al><vet><cursief>Inspraak</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder het begrip inspraak: een door of namens
                            het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden geboden gelegenheid
                            voor ingezetenen en in het gebied van het waterschap belanghebbende
                            personen om hun mening omtrent door een bestuursorgaan van het
                            waterschap te nemen besluiten, kenbaar te maken.</al><al><vet><cursief>Bekendmakingen</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26686_0_0_3_1_"> Onverminderd het bepaalde in wet,
                                algemene maatregel van bestuur of provinciale verordening,
                                geschieden alle bekendmakingen als volgt:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H26686_0_0_3_1_1_"> aanplakking op het kantoor van
                                        het waterschap;</al></li><li nr="b."><al> aanplakking op de gemeentehuizen van Almere, Brederwiede,
                                        Dronten, Lelystad, Lemsterland, </al><al> Noordoostpolder, Urk, IJsselham en Zeewolde;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H26686_0_0_3_1_3_"> publicatie in door het
                                        voorlopig college van dijkgraaf en heemraden aan te wijzen
                                        dag- en nieuwsbladen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26686_0_0_3_2_"> Indien het onderwerp van de bekendmaking
                                betrekking heeft op slechts een deel van het gebied van het
                                waterschap, kan in afwijking van het eerste lid onder b en c, worden
                                volstaan met aanplakking op de gemeentehuizen van de in het
                                betreffende deel van het gebied gelegen gemeenten en publicatie in
                                dag- en nieuwsbladen die in het betreffende deel van het gebied
                                verschijnen.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet><cursief>Terinzagelegging</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26686_0_0_4_3_"> Onverminderd het bepaalde in wet,
                                algemene maatregel van bestuur of provinciale verordening worden
                                stukken ter inzage gelegd in het kantoor en de regiokantoren van het
                                waterschap en in de gemeentehuizen van Almere, Brederwiede, Dronten,
                                Lelystad, Lemsterland, Noordoostpolder, Urk, IJsselham en
                                Zeewolde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26686_0_0_4_4_"> Indien het onderwerp van de stukken
                                betrekking heeft op slechts een deel van het gebied van het
                                waterschap, kan in afwijking van het eerste lid worden volstaan met
                                terinzagelegging op het kantoor van het waterschap en de
                                gemeentehuizen van de in het betreffende deel van het gebied gelegen
                                gemeenten.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet><cursief>Voorbereidingsprocedure van
                                        ontwerp-besluiten</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26686_0_0_5_5_"> Onverminderd het bepaalde in wet,
                                algemene maatregel van bestuur en provinciale verordening wordt bij
                                de totstandkoming van:</al><lijst><li nr="a."><al> verordeningen, die algemeen verbindende voorschriften
                                        inhouden met uitzondering van </al><al> belastingverordeningen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H26686_0_0_5_5_5_"> besluiten inzake de handhaving
                                        van waterstanden;</al></li><li nr="c."><al> besluiten inzake de aanleg of verbetering van
                                        waterstaatswerken, tenzij het werken betreft waarvan naar
                                        het </al><al> oordeel van het voorlopig college van dijkgraaf en
                                        heemraden niet in betekenende </al><al> mate een wijziging van de bestaande situatie of van de
                                        hoogte van de te heffen belastingen is te </al><al> verwachten;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H26686_0_0_5_5_7_"> de legger;</al></li><li nr="e."><al> overige besluiten, die daarvoor naar het oordeel van het
                                        voorlopig college van dijkgraaf en heemraden </al><al> in aanmerking komen;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H26686_0_0_5_5_9_"> de procedure gevolgd die
                                        geregeld is in de artikelen 6 tot en met 10. </al></li><li nr=""><al id="anker-H26686_0_0_5_5_10_"><vet><cursief>Bekendmaking
                                                ontwerp-besluiten</cursief></vet></al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26686_0_0_6_6_"> Een ontwerp van een in artikel 5 genoemd
                                besluit wordt bekend gemaakt op de in artikel 3 bepaalde wijze en
                                wordt gedurende 4 weken ter inzage gelegd op de in artikel 4
                                bepaalde wijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26686_0_0_6_7_"> In de bekendmaking, zoals bedoeld in het
                                eerste lid, wordt vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H26686_0_0_6_7_11_"> een samenvatting van het
                                        ontwerp-besluit;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H26686_0_0_6_7_12_"> de plaatsen en tijdstippen
                                        waarop het ontwerp-besluit ter inzage ligt;</al></li><li nr="c."><al> de wijze waarop ingezetenen en in het gebied belanghebbende
                                        personen overeenkomstig het bepaalde in </al><al> artikel 8 hun opvattingen over het te nemen besluit kenbaar
                                        kunnen maken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H26686_0_0_6_8_"> Indien het ontwerp-besluit betrekking
                                heeft op een door het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden
                                te nemen besluit, kan het voorlopig college van dijkgraaf en
                                heemraden besluiten dat de in het eerste lid voorgeschreven
                                bekendmaking achterwege wordt gelaten.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet><cursief>Toezending ontwerp-besluiten</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>Aan personen die daarvoor naar het oordeel van het voorlopig college van
                            dijkgraaf en heemraden in aanmerking komen, wordt een ontwerp van een in
                            artikel 5 genoemd besluit toegezonden.</al><al><vet><cursief>Indienen zienswijzen</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26686_0_0_8_9_"> Ingezetenen en in het gebied
                                belanghebbende personen kunnen gedurende de termijn van 4 weken hun
                                gemotiveerde opvatting omtrent het te nemen besluit schriftelijk
                                kenbaar maken aan het voorlopig college van dijkgraaf en
                                heemraden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26686_0_0_8_10_"> Degenen die daarom in hun schriftelijke
                                reactie hebben verzocht worden door het voorlopig college van
                                dijkgraaf en heemraden in de gelegenheid gesteld hun reactie
                                mondeling toe te lichten, tenzij een dergelijk verzoek kennelijk
                                onredelijk is.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet><cursief>Behandeling zienswijzen</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><al>In voorstellen aan de Algemene Vergadering tot vaststelling van een
                            besluit wordt melding gemaakt van de schriftelijke en mondelinge
                            reacties op een ontwerp-besluit en van de beschouwingen van het
                            voorlopig college van dijkgraaf en heemraden over deze reacties.</al><al><vet><cursief>Verzending besluit</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><al>Een in artikel 5 genoemd besluit wordt tezamen met de beschouwingen van
                            het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden over de reacties op het
                            ontwerp-besluit gezonden naar degenen die binnen de gestelde termijn hun
                            mening over het besluit kenbaar hebben gemaakt en naar personen die naar
                            het oordeel van het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden als
                            belanghebbend kunnen worden beschouwd.</al><al><vet><cursief>Afwijkende voorbereidingsprocedure
                                    ontwerp-besluiten</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 </titel></kop><al>In dringende gevallen kan het voorlopig college van dijkgraaf en
                            heemraden besluiten dat wordt afgeweken van de in de artikelen 6 tot en
                            met 10 geregelde procedure.</al><al><vet><cursief>Bekendmaking vergaderingen Algemene
                                Vergadering</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><al>De vergaderingen van de Algemene Vergadering worden voorzover zij
                            openbaar zijn, minimaal 7 dagen voor de datum van de vergadering bekend
                            gemaakt. In de bekendmaking worden vermeld de plaats en het tijdstip van
                            de vergadering en de belangrijkste onderdelen van de agenda; tevens
                            wordt vermeld dat de vergadering openbaar is, dat de agenda en
                            vergaderstukken ter inzage worden gelegd op de in artikel 4 bepaalde
                            wijze en wordt melding gemaakt van de regeling van het spreekrecht.</al><al><vet><cursief>Klachten</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H26686_0_0_13_11_"> Ingezetenen en in het gebied
                                belanghebbende personen kunnen omtrent de uitvoering van deze
                                verordening bij het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden een
                                schriftelijke klacht indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H26686_0_0_13_12_"> Een klacht, gericht tegen het niet
                                verlenen van inspraak op een ontwerp-besluit dient te worden
                                ingediend uiterlijk 2 weken na het moment waarop de klager
                                redelijkerwijs kan weten dat hem geen inspraak is verleend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H26686_0_0_13_13_"> Een klacht, gericht tegen de
                                uitvoering van de inspraakprocedure, dient te worden ingediend
                                uiterlijk 2 weken:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H26686_0_0_13_13_14_"> na afloop van de termijn
                                        waarbinnen het ontwerp-besluit ter inzage ligt, dan
                                        wel;</al></li><li nr="b."><al> nadat degenen die daarom hadden verzocht in de gelegenheid
                                        zijn gesteld hun reactie mondeling </al><al> toe te lichten, dan wel;</al></li><li nr="c."><al> nadat de beslissing van het voorlopig college van dijkgraaf
                                        en heemraden dat een verzoek om </al><al> mondelinge toelichting kennelijk onredelijk is aan de
                                        indiener van de reactie bekend is gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H26686_0_0_13_14_"> Het voorlopig college van dijkgraaf en
                                heemraden beslist, gehoord een door de Algemene Vergadering
                                ingestelde commissie van drie leden, binnen dertig dagen na
                                ontvangst van het klaagschrift. Het kan deze termijn met ten hoogste
                                dertig dagen verlengen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al id="anker-H26686_0_0_13_15_"> Het voorlopig college van dijkgraaf en
                                heemraden brengt de beslissing omtrent het klaagschrift ter kennis
                                van de klager, de in het vierde lid genoemde commissie en de
                                Algemene Vergadering.</al></lid><lid><lidnr/><al><vet><cursief>Inwerkingtreding</cursief></vet></al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2000.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de voorlopige algemene vergadering </ondertekening><ondertekening>van het Waterschap Zuiderzeeland</ondertekening><ondertekening>d.d. 3 januari 2000.</ondertekening><ondertekening>de secretaris-directeur, </ondertekening><ondertekening>mr. B. van den Elsaker </ondertekening><ondertekening>de dijkgraaf,</ondertekening><ondertekening>mr. ing. H.L. Tiesinga.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>bij de Verordeing inspraak en bekendmakingen</al><al><vet><cursief>Algemeen</cursief></vet></al><al>Artikel 79 van de Waterschapswet verplicht de waterschappen tot het vaststellen
                    van een inspraakverordening die van toepassing is op door de voorlopige algemene
                    vergadering te nemen besluiten.</al><al>De verordening heeft een aanvullende werking. In diverse wetten en verordeningen
                    is de wijze van inspraak en bekendmaking al geregeld. Gewezen kan worden op de
                    regelingen in de Algemene wet bestuursrecht, de Waterschapswet, de Wet op de
                    waterhuishouding, de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging
                    oppervlaktewateren, het Reglement voor het Waterschap Zuiderzeeland, de
                    Verordening waterhuishouding Flevoland en de Aansluitverordening van het
                    waterschap.</al><al>Door inspraak wordt aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden hun mening over
                    een ontwerp-besluit kenbaar te maken. Ook is inspraak voor het waterschap van
                    belang voor een evenwichtige belangenafweging bij de besluitvorming.</al><al>Inspraak heeft slechts zin wanneer er voor het bestuur van het waterschap een
                    keuzemogelijkheid is. Als het waterschap geen keuze heeft -zoals bij een besluit
                    dat voortvloeit uit een voorschrift van hoger gezag- kan het ook geen rekening
                    houden met de mening van belanghebbenden. In deze situatie moet het hoger gezag
                    inspraak verlenen ten aanzien van zijn voorschrift. Inspraak komt het best tot
                    haar recht als het beleidsvoornemen en de praktische gevolgen van de
                    keuzemogelijkheden zo concreet mogelijk aangegeven zijn. Dit betekent dat
                    ambtelijke en bestuurlijke gedachtenvorming omtrent het te nemen besluit moet
                    hebben plaatsgevonden en dat eventuele keuzemogelijkheden voor de insprekers
                    duidelijk zijn aangegeven.</al><al>Overigens is het in veel gevallen zinvol in een eerder stadium, bijvoorbeeld bij
                    de ambtelijke voorbereiding, voorlichting te geven over het beleidsvoornemen en
                    daarover overleg te voeren met degenen die daarbij het meest belang hebben. Op
                    die wijze kunnen belanghebbenden al in een vroeg stadium kennis nemen van
                    voornemens van het waterschap en er -met name door het geven van informatie- aan
                    bijdragen dat het ontwerp-besluit dat in de inspraak wordt gebracht, zo goed
                    mogelijk inzicht geeft in de diverse aspecten.</al><al>Voor bepaalde projecten is zowel een besluit van het waterschap als van andere
                    overheden nodig (bijvoorbeeld een dijkverzwaring in combinatie met een
                    bestemmingsplanwijziging). In dergelijke gevallen kunnen de inspraakprocedures
                    gecoördineerd worden, bijvoorbeeld door gelijktijdige terinzagelegging,
                    gezamenlijke publicatie, gezamenlijke hoorzitting etc.</al><al><vet>Artikelsgewijs</vet></al><al><cursief>Artikel 1 Het begrip "personen" is gedefinieerd als natuurlijke
                        personen en rechtspersonen. Rechtspersonen zijn zowel</cursief>
                    privaatrechtelijke rechtspersonen (vennootschappen, verenigingen, stichtingen)
                    als publiekrechtelijke rechtspersonen (de Staat, provincies, gemeenten,
                    waterschappen en lichamen waaraan de wet publiekrechtelijke
                    rechtspersoonlijkheid heeft toegekend zoals productschappen, bedrijfschappen en
                    de Kamers van Koophandel en Fabrieken).</al><al><cursief>Artikel 2</cursief> De omschrijving van het begrip "inspraak" is
                    ontleend aan artikel 79 van de Waterschapswet. </al><al>De verantwoordelijkheid van de inspraak is gelegd bij het voorlopig college van
                    dijkgraaf en heemraden.</al><al>Onder "ingezetenen" kunnen worden verstaan degenen die blijkens het
                    persoonsregister van de gemeente behoudens tegenbewijs geacht kunnen worden hun
                    werkelijke woonplaats in het gebied van het waterschap te hebben (vergelijk
                    artikel 21 van de Waterschapswet).</al><al>Onder "in het gebied van het waterschap belanghebbende personen" vallen in de
                    eerste plaats alle natuurlijke personen en rechtspersonen die (voorzover ze al
                    niet vallen onder het begrip ingezetenen) in het gebied van het waterschap
                    gebouwd of ongebouwd onroerend goed in eigendom hebben, pachter zijn of
                    gebruiker van bedrijfsgebouwen.</al><al>Het kan daarnaast wenselijk zijn organisaties die collectieve belangen
                    behartigen, zoals milieu-organisaties, te betrekken bij de inspraak. In de
                    rechtspraak zijn dergelijke organisaties in het algemeen als belanghebbenden
                    erkend.</al><al>In artikel 5.4, vierde lid van de Waterschapswet (waar het gaat om beroep tegen
                    besluiten van gedeputeerde staten tot goedkeuring of onthouding van goedkeuring
                    van waterschapsbesluiten) zijn dergelijke organisaties uitdrukkelijk als
                    belanghebbenden aangemerkt.</al><al><cursief>Artikel 3</cursief> Op grond van het eerste lid onder c. zal door het
                    voorlopig college van dijkgraaf en heemraden een lijst moeten worden gemaakt van
                    dag- en nieuwsbladen waarin publicaties zullen worden geplaatst. Het is minder
                    gewenst in de verordening zelf aan te geven in welke bladen gepubliceerd moet
                    worden; dit zou immers tot gevolg hebben dat bij opheffing, samenvoeging of
                    naamswijziging van bladen een wijziging van de verordening nodig is.</al><al>Afhankelijk van het onderwerp van de bekendmaking, kan het gewenst zijn ook in
                    andere bladen dan de aangewezen dag- en nieuwsbladen te publiceren (bijvoorbeeld
                    in vakbladen voor de agrarische sector).</al><al>Het tweede lid geeft de mogelijkheid met een beperkte publicatie te volstaan.
                    Hiervan kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt bij een peilregeling die
                    betrekking heeft op slechts een deel van het gebied. Soms blijkt al uit de
                    wettelijke regeling dat beperkte publicatie voldoende is; dit geldt bijvoorbeeld
                    voor besluiten met betrekking tot vergunningen waarbij de publicatieplicht is
                    geregeld in de Wet milieubeheer juncto de Algemene wet bestuursrecht.</al><al><cursief>Artikel 4</cursief> In diverse regelingen wordt terinzagelegging van
                    stukken voorgeschreven. Niet altijd is daarbij bepaald op welke plaats dit moet
                    gebeuren. Het verdient aanbeveling ter vergroting van de toegankelijkheid voor
                    het publiek, ten minste ter inzage te leggen in het kantoor van het waterschap
                    en de gemeentehuizen. Het is mogelijk dat een regeling ook terinzagelegging op
                    een andere plaats (bijvoorbeeld het kantoor van de Kamer van Koophandel)
                    voorschrijft.</al><al>Het tweede lid geeft de mogelijkheid te volstaan met een beperkte
                    terinzagelegging. Zie hiervoor de toelichting op het tweede lid van artikel
                    3.</al><al><cursief>Artikel 5</cursief> In dit artikel worden de besluiten genoemd waarop
                    de inspraakprocedure van deze verordening van toepassing is (voorzover de
                    inspraakprocedure niet reeds elders geregeld is). De besluiten genoemd onder a.
                    tot en met d. zijn ontleend aan artikel 79 van de Waterschapswet. Met
                    "verordeningen" worden bedoeld regelingen die algemeen verbindende voorschriften
                    inhouden.</al><al>Hieronder vallen dus geen reglementen van orde of rechtspositieregels voor leden
                    van het bestuur en het personeel van het waterschap.</al><al>Bovendien zijn belastingverordeningen uitgezonderd op grond van genoemd artikel
                    van de Waterschapswet. Het tarief vloeit immers voort uit de begroting -waarvoor
                    een eigen procedure van voorbereiding en openbare behandeling geldt- en uit de
                    Kostentoedelingsverordening, waarop de inspraakprocedure van de artikelen 6 tot
                    en met 10 wel van toepassing is.</al><al>Het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden kan andere dan de onder a. tot
                    en met d. genoemde besluiten onder de werking van de inspraakprocedure brengen.
                    Dit kunnen zowel besluiten van de Algemene Vergadering als besluiten van het
                    voorlopig college van dijkgraaf en heemraden zijn. Het voorlopig college van
                    dijkgraaf en heemraden heeft hierin een grote mate van beleidsvrijheid.
                    Besluiten die bepalend zijn voor de omslag en belangrijke besluiten op het
                    gebied van het operationeel waterstaatkundig beheer moeten in elk geval de
                    inspraakprocedure ondergaan (vergelijk de memorie van toelichting en de memorie
                    van antwoord bij artikel 79 van de Waterschapswet). Een uitzondering kan worden
                    gemaakt voor besluiten die rechtstreeks voortvloeien uit voorschriften van hoger
                    gezag, waarbij er voor het waterschap geen keuze is. Voorts is een algemene
                    inspraakprocedure niet noodzakelijk voor besluiten die slechts één of een
                    beperkte groep belanghebbenden treffen.</al><al>Bij besluiten van het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden zal er niet
                    vaak aanleiding zijn de inspraakprocedure die in deze verordening wordt
                    geregeld, toe te passen. In vergelijking tot de besluiten van de Algemene
                    Vergadering gaat het bij de besluiten van het voorlopig college van dijkgraaf en
                    heemraden om een groot aantal besluiten, met een vaak beperkte reikwijdte,
                    terwijl ook het aantal soorten/categorieën van besluiten veel groter is. Voorts
                    is bij deze besluiten vaak een snelle besluitvorming nodig. Dit brengt mee, dat
                    voor de besluiten van dit college een uitgebreide inspraakprocedure minder
                    noodzakelijk en minder gewenst is.</al><al>Het is mogelijk dat het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden een lijst
                    opstelt van (categorieën van) besluiten die onder de werking van de
                    inspraakprocedure vallen, voorzover een dergelijk besluit naar het oordeel van
                    dit college daarvoor in aanmerking komt. Dit laatste betekent, dat het college
                    een individueel besluit dat onder één van de aangewezen categorieën valt toch
                    buiten de inspraakprocedure kan houden, omdat het besluit bijvoorbeeld slechts
                    een gering belang heeft of spoedeisend is.</al><al>Bij aanwijzing van categorieën besluiten kan worden gedacht aan besluiten die
                    worden genomen op basis van door de Algemene Vergadering aan het voorlopig
                    college van dijkgraaf en heemraden gedelegeerde bevoegdheden, alsmede besluiten
                    inzake het al dan niet verlenen van bepaalde vergunningen op grond van de Wet op
                    de waterhuishouding of de Keur van het waterschap (voorzover daarbij een grote
                    groep belanghebbenden betrokken is).</al><al>Voor andere vergunningen is de inspraak geregeld in de Algemene wet
                    bestuursrecht, de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en
                    de Aansluitverordening.</al><al><cursief>Artikel 6</cursief> Voor de meeste algemeen verbindende voorschriften
                    die het waterschap kan vaststellen is reeds elders voorgeschreven dat het
                    ontwerp-besluit openbaar bekend gemaakt moet worden en ter inzage moet worden
                    gelegd. In aanvulling op andere regelingen wordt in dit artikel de bekendmaking
                    en terinzagelegging van de in artikel 5 genoemde ontwerp-besluiten
                    voorgeschreven.</al><al>Zoals in de toelichting bij artikel 5 is vermeld kan bij besluiten van het
                    voorlopig college van dijkgraaf en heemraden die onder de werking van de
                    inspraakprocedure zijn gebracht, een minder uitgebreide procedure voldoende
                    zijn. Hiervan is vooral sprake als het aantal belanghebbenden beperkt is. In
                    dergelijke gevallen kan volgens het derde lid het voorlopig college van
                    dijkgraaf en heemraden afzien van (kostbare) openbare bekendmaking. Volstaan kan
                    dan worden met toezending van het ontwerp-besluit aan belanghebbenden
                    overeenkomstig artikel 7. In die gevallen zal tevens moeten worden meegedeeld op
                    welke wijze en gedurende welke termijn belanghebbenden hun mening over het
                    ontwerp-besluit kenbaar kunnen maken.</al><al><cursief>Artikel 7</cursief> Dit artikel biedt het voorlopig college van
                    dijkgraaf en heemraden de mogelijkheid een ontwerp-besluit te sturen naar
                    personen (zoals gedefinieerd in artikel 1) van wie het college van oordeel is
                    dat het van belang is dat zij voorafgaand aan de beslissing kennis nemen van de
                    inhoud van het besluit en daarover eventueel hun mening kenbaar maken.</al><al><cursief>Artikel 8</cursief> In het eerste lid is de termijn waarbinnen
                    schriftelijke reacties kunnen worden ingediend gesteld op één maand. Indien
                    terinzagelegging van het besluit is voorgeschreven zal deze termijn gelijk zijn
                    aan de termijn van terinzagelegging.</al><al>Een openbare zitting waarin belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld hun
                    schriftelijke bezwaren mondeling toe te lichten is in de meeste gevallen niet
                    noodzakelijk. Het tweede lid van dit artikel bepaalt daarom dat het voorlopig
                    college van dijkgraaf en heemraden degenen die om een mondelinge toelichting
                    vragen daartoe de gelegenheid moet geven, tenzij dat verzoek kennelijk
                    onredelijk is. Indien het college het verzoek afwijst, kan op grond van artikel
                    13 een klacht worden ingediend.</al><al><cursief>Artikel 9</cursief> In dit artikel is bepaald dat van de
                    inspraakprocedure en de beschouwingen van het voorlopig college van dijkgraaf en
                    heemraden over de ingekomen reacties, melding wordt gemaakt in het voorstel aan
                    de Algemene Vergadering . Het is uiteraard van belang dat degenen die een
                    schriftelijke reactie hebben ingediend van deze rapportage kennis kunnen nemen.
                    In de bekendmaking die in artikel 6, tweede lid is voorgeschreven, zou kunnen
                    worden vermeld op welke wijze betrokkenen van de rapportage kennis kunnen nemen.
                    Omdat volgens artikel 12 de vergaderstukken van de Algemene Vergadering vooraf
                    ter inzage moeten worden gelegd, bestaat in elk geval de gelegenheid op deze
                    wijze van de rapportage kennis te nemen.</al><al><cursief>Artikel 10</cursief> In dit artikel wordt toezending van het besluit
                    aan degenen die bezwaren hebben ingediend en aan belanghebbenden
                    voorgeschreven.</al><al>Voor besluiten die algemeen verbindende voorschriften inhouden kan worden
                    gewezen op artikel 73 van de Waterschapswet, waarin openbare bekendmaking is
                    voorgeschreven.</al><al><cursief>Artikel 11</cursief> Van de in dit artikel geregelde mogelijkheid tot
                    afwijking van de inspraakprocedure zal slechts in uitzonderingsgevallen gebruik
                    gemaakt mogen worden.</al><al><cursief>Artikel 12</cursief> Volgens artikel 35, eerste lid van de
                    Waterschapswet zijn de vergaderingen van de Algemene Vergadering openbaar. Het
                    is echter mogelijk dat besloten wordt vergaderd (zie de overige leden van
                    artikel 35 van de Waterschapswet).</al><al>In de termijn van 7 dagen worden zondagen en algemeen erkende feestdagen niet
                    meegeteld. Dit betekent, dat de aankondiging altijd eerder dan 7 kalenderdagen
                    voor de datum van de vergadering in de dag- en nieuwsbladen zal
                    verschijnen.</al><al><cursief>Artikel 13</cursief> Artikel 79 van de Waterschapswet schrijft voor dat
                    een regeling wordt getroffen voor de wijze waarop belanghebbenden in de
                    gelegenheid worden gesteld beklag te doen over de wijze van uitvoering van de
                    verordening.</al><al>De regeling in artikel 13 heeft zowel betrekking op het niet verlenen van
                    inspraak als op de uitvoering van de verordening.</al><al>De verantwoordelijkheid voor de beslissing op een klaagschrift ligt primair bij
                    het voorlopig college van dijkgraaf en heemraden. Aangezien echter dit college
                    al verantwoordelijk is voor de uitvoering van de verordening is het gewenst dat
                    een door de Algemene Vergadering benoemde adviescommissie wordt betrokken bij de
                    beslissing over het klaagschrift. In deze commissie kunnen leden van de Algemene
                    Vergadering of anderen zitting hebben.</al><al>Indien daartoe aanleiding is of als de klager daarom heeft verzocht kan de
                    klager in de gelegenheid worden gesteld zijn klacht mondeling toe te lichten.
                    Tegen de beslissing op het klaagschrift kan een bezwaarschrift en vervolgens een
                    beroepschrift worden ingediend, waarop de hoofdstukken 6, 7 en 8 van de Algemene
                    wet bestuursrecht van t</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>