<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR271571_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening subsidiëring activiteiten van derden Waterschap Rijn en IJssel 2001</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Rijn en IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-10-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Rijn en IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Publicatieblad, 2000, 04</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening subsidiëring activiteiten van derden Waterschap Rijn en IJssel 2001</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-12-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-12-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur – waterschappen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de nota subsidiëring activiteiten van derden van 11-09-1997.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening subsidiëring activiteiten van derden Waterschap Rijn en IJssel 2001</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Volledige tekst Verordening subsidiëring activiteiten van derden
                            Waterschap Rijn en IJssel 2001</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>- Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel/></kop><lid><lidnr/><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H21350_0_1_1_1_"> algemeen bestuur: het algemeen bestuur
                                van Waterschap Rijn en IJssel;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H21350_0_1_1_2_"> college van dijkgraaf en heemraden: het
                                college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rijn en
                                IJssel;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H21350_0_1_1_3_"> de wet: de Algemene wet
                                bestuursrecht;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel/></kop><al>Jaarlijks vermeldt het algemeen bestuur op de begroting het bedrag dat
                            het beschikbaar stelt voor subsidieverlening. Dit bedrag geldt als het
                            subsidieplafond, bedoeld in artikel 4:22 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel/></kop><al>De verdeling van de subsidiegelden vindt plaats in de volgorde van
                            ontvangst van de aanvragen. Alleen volledig ingediende subsidieaanvragen
                            worden in de hierboven genoemde volgorde opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H21350_0_1_4_4_"> Subsidieverlening vindt plaats aan
                                rechtspersonen die werkzaam zijn op het gebied van natuur en milieu.
                                Rechtspersonen met een op het maken van winst gerichte doelstelling,
                                komen niet voor subsidie in aanmerking;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H21350_0_1_4_5_"> Het college van dijkgraaf en heemraden
                                kan bepalen dat subsidie wordt verstrekt aan andere personen dan
                                genoemd in het eerste lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel/></kop><lid><lidnr/><al>De subsidie kan worden verleend voor activiteiten die, naar het
                                oordeel van het college van dijkgraaf en heemraden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H21350_0_1_5_6_"> duidelijk verband houden met het beheer
                                en de bescherming van oppervlaktewateren of het (water)milieu en met
                                het beheer van waterkeringen of vaarwegenzorg; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H21350_0_1_5_7_"> geheel of grotendeels gerealiseerd
                                worden binnen, of in het belang zijn voor het beheersgebied van het
                                waterschap; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H21350_0_1_5_8_"> passen binnen het beleid van het
                                waterschap.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>- De aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H21350_0_2_6_9_"> Een aanvraag voor een subsidie wordt
                                ingediend tenminste dertien weken voordat met de uitvoering van de
                                activiteiten een begin wordt gemaakt, tenzij het college van
                                dijkgraaf en heemraden een andere termijn heeft aangegeven. Het
                                college van dijkgraaf en heemraden kan besluiten, aanvragen die
                                buiten de in de vorige volzin bedoelde termijn zijn ingediend, niet
                                te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H21350_0_2_6_10_"> Bij de aanvraag verstrekt de
                                subsidieaanvrager in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H21350_0_2_6_10_1_"> een beschrijving van de aard
                                        en omvang van de activiteiten en de daarmee beoogde
                                        doelstellingen;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H21350_0_2_6_10_2_"> een begroting van de aan de
                                        activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven van de
                                        aanvrager, voorzien van een toelichting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H21350_0_2_6_11_"> Indien voor dezelfde activiteiten
                                tevens subsidie is aangevraagd bij een of meer andere
                                bestuursorganen, deelt de aanvrager dat mee in de aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel/></kop><al>Het college van dijkgraaf en heemraden zendt de aanvrager zo spoedig
                            mogelijk na ontvangst van de aanvraag van de subsidie een
                            ontvangstbevestiging, waarin de ontvangstdatum is vermeld.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>- De beslissing op de aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel/></kop><al>Het college van dijkgraaf en heemraden geeft een beschikking tot
                            subsidievaststelling. Artikel 4:35, eerste lid, van de wet is van
                            overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel/></kop><al>Het college van dijkgraaf en heemraden beslist binnen acht weken na
                            ontvangst op de aanvraag. De beslissing op de aanvraag kan één keer voor
                            ten hoogste acht weken worden uitgesteld. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>-De betaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel/></kop><al>De betaling van de subsidie vindt niet in termijnen plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel/></kop><al>Het college van dijkgraaf en heemraden verleent geen voorschotten op
                            verleende subsidies. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>- Intrekking en wijziging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel/></kop><lid><lidnr/><al>Het college van dijkgraaf en heemraden kan de beschikking tot de
                                subsidievaststelling intrekken of wijzigen indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al id="anker-H21350_0_5_12_12_"> conservatoir beslag is gelegd op het
                                vermogen of deel van het vermogen van de subsidieontvanger;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al id="anker-H21350_0_5_12_13_"> de subsidieontvanger surcéance van
                                betaling is verleend;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al id="anker-H21350_0_5_12_14_"> de subsidieontvanger in staat van
                                faillissement is verklaard.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>- Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H21350_0_6_13_15_"> Deze verordening wordt aangehaald als:
                                'Verordening subsidiëring activiteiten van derden Waterschap Rijn en
                                IJssel 2001'.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H21350_0_6_13_16_"> De 'Nota Subsidiëring activiteiten van
                                derden' van 11 september 1997 vervalt op het tijdstip dat de in het
                                eerste lid genoemde verordening in werking treedt, met dien
                                verstande dat de daarin neergelegde bepalingen van kracht blijven
                                ten aanzien van subsidies die voor dit tijdstip zijn verstrekt.</al></lid></artikel></paragraaf></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Verordening subsidiëring activiteiten van derden
                        Waterschap Rijn en IJssel 2001</titel></kop><divisie><kop><titel>1. Inleiding</titel></kop><al>Op 1 januari 1994 zijn de eerste en de tweede tranche van de Algemene wet
                        bestuursrecht (hierna te noemen de Awb) in werking getreden. Op 1 januari
                        1998 trad de derde tranche van de Awb in werking. </al><al>De derde tranche bevat onder andere een – uitvoerige – regeling van het
                        onderwerp subsidiëring. In deze regeling (titel 4.2 Awb) heeft de wetgever
                        regels die in de jurisprudentie met betrekking tot subsidiëring zijn
                        gegroeid, gecodificeerd. Tevens heeft de wetgever de talloze wettelijke
                        regelingen op dit gebied in overeenstemming met elkaar gebracht.</al><al>Volgens de Memorie van Toelichting zijn de doelstellingen van titel 4.2 van
                        de Awb: </al><al>1. het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies; </al><al>2. het verschaffen van voldoende rechtszekerheid aan subsidieontvangers; en </al><al>3. beheersbaarheid van de overheidsuitgaven.</al><al>Het hoofdstuk subsidiëring in de Awb bouwt, conform de systematiek van de
                        Awb, voort op de algemene regelingen van de vorige tranches. Voor de eisen
                        waaraan een beschikking tot een subsidieverstrekking moet voldoen moet men
                        niet alleen de bepalingen in titel 4.2 Awb raadplegen, maar ook titel 4.1
                        Awb (algemene bepalingen over beschikkingen), afdeling 3.2 Awb
                        (zorgvuldigheid en belangenafweging) en afdeling 3.6 Awb (bekendmaking en
                        mededeling van besluiten).</al><al>Titel 4.2 Awb bevat vooral procedurele-bepalingen, die aansluiten bij de,
                        ook binnen ons waterschap bestaande, subsidiepraktijk. Inhoudelijk treden er
                        geen grote veranderingen op. Hieronder worden een aantal vermeldenswaardige
                        nieuwe elementen genoemd. </al><al>In artikel 4:21 Awb staat de volgende definitie van het begrip subsidie: </al><al><cursief>De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan
                            verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders
                            dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen en
                            diensten. </cursief></al><al>Deze definitie geeft aan de subsidietitel een ruim bereik. Als de door de
                        overheid verstrekte kredieten en garanties 'met het oog op bepaalde
                        activiteiten' zijn verstrekt, zijn de regels van titel 4.2 Awb van
                        toepassing. </al><al>In de Awb wordt de verplichting genoemd voor elke subsidiëring een
                        wettelijke grondslag vast te stellen, afgezien van eventuele uitzonderingen.
                        Hierdoor ontstaat duidelijkheid over de rechten en plichten van de
                        subsidieverstrekker en de subsidieontvanger. Tegelijkertijd wordt de
                        subsidieverstrekkende overheid gedwongen zich goed af te vragen welke doelen
                        met de subsidie worden nagestreefd en welke voorschriften en bevoegdheden
                        noodzakelijk zijn om die doelen te bereiken. </al><al>Doelstelling drie bepaalt dat de overheidsuitgaven beheersbaar moeten
                        blijven, hierdoor kunnen de subsidies alleen nog maar voor een bepaalde tijd
                        verleend worden. De subsidieverstrekker wordt op deze manier gedwongen bij
                        afloop van de termijn stil te staan bij de wenselijkheid van voorzetting van
                        de subsidie. </al><al>De mogelijkheid tot vaststelling van een subsidieplafond is in de wet
                        opgenomen. Dit middel geeft de overheid, samen met het aloude middel van het
                        begrotingsvoorbehoud, de mogelijkheid om de uitgaven voor subsidiëring,
                        binnen de begrote posten te houden. Is er voor een subsidieregeling geen
                        plafond vastgesteld, dan heeft zij een open einde en kan een tekort van de
                        beschikbare middelen niet als afwijzingsgrond dienen.</al><al>De derde tranche van de Awb verplicht het bestuur tot een periodieke
                        evaluatie van en rapportage over de doeltreffendheid en effecten van de op
                        een wettelijk voorschrift berustende subsidies. Deze verplichting is
                        afgeleid van de derde doelstelling. </al></divisie><divisie><kop><titel>2. Interne regelgeving</titel></kop><al>De invoering van de derde tranche van de Awb maakt het noodzakelijk dat de
                        'Nota subsidiëring activiteiten van derden' van het Waterschap Rijn en
                        IJssel van 11 september 1997 wordt aangepast. </al><al>De voorwaarden waaronder het waterschap subsidie verstrekt, zijn in de
                        voorliggende ontwerp-Verordening subsidiëring activiteiten van derden
                        Waterschap Rijn en IJssel 2001 (hierna te noemen de ontwerp-verordening),
                        aangepast aan de derde tranche van de Awb. Zo sluit de ontwerpverordening
                        aan op de indeling en systematiek van titel 4.2 Awb. </al><al>In de ontwerp-verordening zijn een aantal bepalingen over onderwerpen die in
                        de Awb zijn geregeld niet opgenomen omdat het niet is toegestaan om in de
                        waterschapsverordening onderwerpen te regelen waarin een hogere regelgeving
                        al voorziet. </al><al>In een aantal bepalingen van titel 4.2 Awb wordt aan de lagere wetgever,
                        zoals het waterschap, de keuzevrijheid gegeven aanvullende regels te
                        stellen. Op grond van deze bevoegdheid bevat de ontwerpverordening algemene
                        bepalingen voor subsidies die door het waterschap worden verstrekt, voor
                        zover de algemene bepalingen van de wet daarin niet al voorzien. Verder
                        bevat de ontwerp-verordening bepalingen over onderwerpen, die volgens de wet
                        bij of krachtens wettelijk voorschrift moeten worden geregeld. </al></divisie><divisie><kop><titel>Considerans</titel></kop><al>De wettelijke grondslag van de verordening wordt gevormd door zowel de
                        Waterschapswet als de Algemene wet bestuursrecht, (hierna te noemen de Awb).
                        Anders dan de geldende interne regeling is de ontwerp-Verordening
                        subsidiëring activiteiten van derden Waterschap Rijn en IJssel 2001, (hierna
                        te noemen de ontwerp-verordening), in belangrijke mate een complementaire
                        regeling: aanvullend aan hetgeen al in de Awb, met name titel 4.2 Awb is
                        geregeld. De nieuwe regeling moet dus in nauwe samenhang met de Awb worden
                        gelezen. In de toelichting op de bepalingen in de ontwerp-verordening wordt
                        daarom steeds naar de betreffende artikelen in de Awb verwezen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Paragraaf 1 - Algemene bepalingen</titel></kop><al><vet>Artikel 1.2 </vet></al><al>Artikel 4:22 en 4:25 Awb bieden een bestuursorgaan de mogelijkheid om bij
                        wettelijk voorschrift een subsidieplafond vast te stellen voor subsidies die
                        krachtens een subsidieregeling worden verstrekt. Artikel 1.3 van de
                        ontwerp-verordening bepaalt dat het algemeen bestuur jaarlijks een
                        subsidieplafond vaststelt. Hierdoor voorkomt men open-einde regelingen
                        waardoor de beheersbaarheid van subsidie-uitgaven door het waterschap
                        gewaarborgd wordt. </al><al><vet>Artikel 1.3 </vet></al><al>Op grond van artikel 4:26 Awb moet de wijze van verdeling van het
                        beschikbare subsidiebedrag worden geregeld bij wettelijk voorschrift of door
                        het bestuursorgaan dat de bevoegdheid daartoe aan een wettelijk voorschrift
                        ontleent. </al><al>Het waterschap heeft gekozen voor een systeem van ‘wie het eerst komt, wie
                        het eerst maalt’. Bij het waterschap worden het hele jaar door, voor
                        uiteenlopende activiteiten, subsidieverzoeken ingediend. Hierdoor is het
                        niet mogelijk een prioriteitsvolgorde naar aard of soort in de
                        subsidieverzoeken aan te brengen. </al><al><vet>Artikel 1.4 </vet></al><al>Natuurlijke personen komen in principe niet voor een subsidie in aanmerking.
                        In uitzonderingsgevallen kan het college van dijkgraaf en heemraden bepalen
                        dat wel een subsidie wordt verstrekt. Het is dan redelijk dat waarborgen
                        worden gevraagd met het oog op het juiste gebruik van het subsidiegeld.</al><al><vet>Artikel 1.5 </vet></al><al>Het wel of niet toekennen van subsidies behoort tot de beleidsvrijheid van
                        het college van dijkgraaf en heemraden. De mogelijkheid van
                        subsidietoekenning houdt in het algemeen verband met de taakstelling van het
                        waterschap (beheer en bescherming van de oppervlaktewateren en het
                        (water)milieu, het beheer van waterkeringen en de vaarwegenzorg).
                        Activiteiten die verband houden met de taakstelling van het waterschap komen
                        voor subsidie in aanmerking. Als zodanig kunnen onder andere worden
                        aangemerkt: </al><al>- activiteiten die een bijdrage leveren aan het verbeteren van het
                        milieubesef op het terrein van het oppervlaktewater en de
                        waterkeringen;</al><al>- activiteiten die zijn gericht op bewustwording en mentaliteitsverandering
                        van de bevolking ten aanzien van de (water)milieuproblematiek en
                        waterkeringszorg;</al><al>- activiteiten die milieuvriendelijk gedrag stimuleren of van belang zijn
                        voor herstel, behoud en/of bescherming van het (water)milieu en van
                        waardevolle elementen nabij dijken;</al><al>- activiteiten die het maatschappelijk draagvlak voor het waterschap
                        vergroten;</al><al>- activiteiten die ten goede komen aan de kennis over of de interesse voor
                        ‘ecologisch’ waterbeheer en dijkbeheer. </al></divisie><divisie><kop><titel>Paragraaf 2 - De aanvraag</titel></kop><al><vet>Artikel 2.1</vet></al><al>De termijn van dertien weken die genoemd wordt, komt overeen met de in
                        artikel 4:60 Awb geldende termijn voor boekjaarsubsidies. </al><al>Artikel 4:5 Awb geeft het college van dijkgraaf en heemraden de mogelijkheid
                        te besluiten om subsidieaanvragen die niet op tijd zijn ingediend niet te
                        behandelen. </al><al>In artikel 4:37, eerste lid, onderdeel c, Awb wordt het bestuursorgaan de
                        mogelijkheid geboden om aan de subsidieontvanger verplichtingen op te leggen
                        met betrekking tot het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens
                        en bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie. In
                        artikel 2.1, tweede lid, ontwerp-verordening wordt vermeld welke gegevens
                        bij de aanvraag verstrekt moeten worden. </al></divisie><divisie><kop><titel>Paragraaf 3 - De beslissing op de aanvraag</titel></kop><al><vet>Artikel 3.1</vet></al><al>Het algemeen bestuur maakt de verordeningen (waaronder de Verordening
                        subsidiëring activiteiten van derden Waterschap Rijn en IJssel 2001) die het
                        nodig oordeelt voor de behartiging van de taken die het waterschap zijn
                        opgedragen. In artikel 84, derde lid, Waterschapswet staat dat het college
                        van dijkgraaf en heemraden belast is met de uitvoering van de besluiten van
                        het algemeen bestuur. Het college van dijkgraaf en heemraden is dus het
                        orgaan dat bevoegd is beslissingen te nemen omtrent de subsidieverstrekking. </al><al>Subsidies kunnen via een eentrapssysteem maar ook via een tweetrapssysteem
                        worden verstrekt. In deze ontwerp-verordening is bepaald dat een subsidie
                        door het waterschap volgens het eentrapssysteem wordt verstrekt. Dit houdt
                        in dat er niet met voorlopige beschikkingen wordt gewerkt en dat er op een
                        subsidieaanvraag een beschikking tot vaststelling van de subsidie volgt.
                        Deze manier van subsidieverlening sluit het best aan bij de hoogte van het
                        te verstrekken subsidiebedrag, de doelgroep, het doel dat met de
                        subsidieverstrekking wordt nagestreefd en de wenselijk geachte
                        controle-intensiteit. </al><al><vet>Artikel 3.2</vet></al><al>In artikel 4:13 Awb wordt vermeld dat een beschikking dient te worden
                        gegeven binnen de in de ontwerp-verordening bepaalde termijn of, bij het
                        ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst
                        van de aanvraag. In het tweede lid van dit artikel wordt onder redelijke
                        termijn een termijn van acht weken verstaan. </al><al>In artikel 4:15 Awb wordt bepaald dat indien de aanvraag niet compleet is de
                        beslistermijn van acht weken kan worden opgeschort totdat de aanvraag is
                        aangevuld. </al></divisie><divisie><kop><titel>Paragraaf 4 - De betaling</titel></kop><al><vet>Artikel 4.1</vet></al><al>De betaling van het subsidiebedrag is geregeld in afdeling 4.2.7 Awb. In
                        artikel 4:52 Awb is bepaald dat het subsidiebedrag betaald wordt binnen vier
                        weken na subsidievaststelling. In de ontwerp-verordening heeft het
                        waterschap niet anders bepaald, de betaling moet dus binnen vier weken
                        plaatsvinden. </al><al>In artikel 4:53 Awb wordt het waterschap de mogelijkheid gelaten om het
                        subsidiebedrag in gedeelten te voldoen. In de ontwerp-verordening maakt het
                        waterschap geen gebruik van deze mogelijkheid omdat de te betalen
                        subsidiebedragen niet groot zijn. Het waterschap betaalt het subsidiebedrag
                        dus in één keer uit. </al><al><vet>Artikel 4.2</vet></al><al>In artikel 4:54, eerste lid, Awb staat dat het waterschap in de
                        ontwerp-verordening kan bepalen dat het aan de subsidieontvanger
                        voorschotten verleent. Met het verlenen van voorschotten kan vooruit gelopen
                        worden op de betaling van het subsidiebedrag zelf. In de ontwerp-verordening
                        is van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. </al></divisie><divisie><kop><titel>Paragraaf 5 - Intrekking en wijziging</titel></kop><al><vet>Artikel 5.1</vet></al><al>De met name in artikel 4:49 Awb genoemde intrekkings- en wijzigingsgronden
                        kunnen op grond van artikel 4:50, eerste lid, onderdeel c, Awb bij wettelijk
                        voorschrift worden aangevuld. In artikel 5.1 van de ontwerp-verordening zijn
                        dan ook een aantal aanvullende intrekkings- en wijzigingsgronden opgenomen.
                    </al></divisie><divisie><kop><titel>Paragraaf 6 - Slotbepalingen</titel></kop><al><vet>Artikel 6.1</vet></al><al>De Verordening subsidiëring activiteiten van derden Waterschap Rijn en
                        IJssel 2001, is van toepassing op alle subsidies die worden verstrekt na de
                        inwerkingtreding van deze verordening. De 'Nota subsidiëring activiteiten
                        van derden' blijft van toepassing op de voor de inwerkingtreding van de
                        Verordening subsidiëring activiteiten van derden Waterschap Rijn en IJssel
                        2001, verstrekte subsidies. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>