<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR271530_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Aansluitverordening Rijn en IJssel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Rijn en IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Rijn en IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2015-6150.html">Elektronisch Waterschapsblad, 03-08-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Aansluitverordening Rijn en IJssel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0002682">Wet verontreiniging oppervlaktewateren</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-08-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 2, 5, 14, toelichting</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>milieu – water</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Aansluitverordening Rijn en IJssel
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label/>
            <nr/>
            <titel>Volledige tekst Aansluitverordening Rijn en IJssel</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>PARAGRAAF</label>
              <nr>I</nr>
              <titel>- Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_1_1_1_"> bestuursorgaan: het dagelijks
                                    bestuur van het waterschap;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_1_1_2_"> afvalwater: alle water en/of
                                    afvalstoffen waarvan de houder zich - met het oog op de
                                    verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of
                                    zich moet ontdoen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_1_1_3_"> afvalstoffen: afvalstoffen,
                                    verontreinigende of schadelijke stoffen, in welke vorm ook, als
                                    bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de Waterwet;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_1_1_4_"> zuiveringstechnische werken: werken
                                    die zijn ingericht en/of worden aangewend voor transport en/of
                                    behandeling van afvalwater, die in beheer zijn bij het
                                    waterschap of waarvan de exploitatiekosten geheel of
                                    gedeeltelijk voor rekening van het waterschap komen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_1_1_5_"> openbaar riool: voorziening voor de
                                    inzameling en het transport van afvalwater, als bedoeld in
                                    artikel 10.33, eerste lid van de Wet milieubeheer die wordt of
                                    is aangesloten op een zuiveringstechnisch werk;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>f.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_1_1_6_"> riool: voorziening voor de
                                    inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een
                                    openbaar riool;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>g.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_1_1_7_"> vervuilingseenheid (v.e.):</al>
                <lijst>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_1_1_7_1_"> voor zuurstofbindende
                                            stoffen: een inwoner-equivalent, vertegenwoordigend het
                                            verbruik van 150 gram zuurstof per etmaal;</al></li>
                  <li nr="-"><al> voor andere stoffen: - elke in het heffingsjaar
                                            geloosde kilogram van de stoffen chroom, koper, lood,
                                            nikkel, zilver en zink; </al><al> - elke in het heffingsjaar geloosde 100 gram van de
                                            stoffen arseen, cadmium en kwik.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>PARAGRAAF</label>
              <nr>II</nr>
              <titel>- Aansluitvergunning</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_2_2_8_"> Het is verboden zonder vergunning
                                    een openbaar riool aan te sluiten op een zuiveringstechnisch
                                    werk en/of afvalwater vanuit het openbaar riool in dit werk te
                                    brengen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_2_2_9_"> Het bestuursorgaan kan de in het
                                    eerste lid bedoelde vergunning - hierna te noemen
                                    aansluitvergunning - verlenen, weigeren, wijzigen of
                                    intrekken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_2_2_10_"> Aan de aansluitvergunning kunnen
                                    voorschriften worden verbonden. Deze voorschriften kunnen
                                    uitsluitend strekken:</al>
                <lijst>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_2_2_10_3_"> tot bescherming van de
                                            zuiveringstechnische werken en tot verzekering van de
                                            doelmatige werking daarvan;-</al></li>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_2_2_10_4_"> tot het tegengaan en het
                                            voorkomen van verontreiniging van het oppervlaktewater
                                            waarin met behulp van het in het eerste lid bedoelde
                                            zuiveringstechnische werk afvalwater wordt
                                            gebracht.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_2_2_11_"> In de aansluitvergunning kan worden
                                    bepaald dat zij slechts geldt voor een daarbij vast te stellen
                                    termijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet indien met
                                    degene die een in het eerste verbod bedoelde handeling wil
                                    uitvoeren, een afvalwaterakkoord van kracht is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>In een afvalwaterakkoord dienen ten minste de volgende
                                    onderwerpen te worden geregeld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Doelmatig(e) inzameling, transport en zuivering van
                                            afvalwater</al></li>
                  <li nr="b."><al>Kwaliteitseisen afvalwater bij overnamepunt</al></li>
                  <li nr="c."><al>Voorkomen verontreiniging door diffuse bronnen</al></li>
                  <li nr="d."><al>Kenmerken overnamepunt(en) en aansluitpunten </al></li>
                  <li nr="e."><al>Structureel overleg</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>PARAGRAAF</label>
              <nr>III</nr>
              <titel>- Gegevensverstrekking</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_3_3_12_"> Bij de aanvraag tot verlening of
                                    wijziging van een aansluitvergunning kan de aanvrager in ieder
                                    geval worden verplicht de volgende gegevens te verstrekken:</al>
                <lijst>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_3_3_12_5_"> de technische gegevens
                                            van het openbaar riool, waaronder mede begrepen de
                                            verschillende aansluitpunten en een overzichtstekening
                                            van het rioleringsgebied;</al></li>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_3_3_12_6_"> het aantal particuliere
                                            huishoudens per aansluitpunt dat is en zal worden
                                            aangesloten op het openbaar riool;</al></li>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_3_3_12_7_"> het aantal en de aard van
                                            de bedrijven per aansluitpunt die zijn en zullen worden
                                            aangesloten op het openbaar riool, met uitzondering van
                                            de categorieën van bedrijven die zijn aangewezen bij
                                            besluit van 4 november 1983, Stb. 577;</al></li>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_3_3_12_8_"> een raming van de per
                                            aansluitpunt te lozen hoeveelheid afvalwater uitgedrukt
                                            in m³/h, gedifferentieerd naar hoeveelheden
                                            droogweerafvoer en regenweerafvoer alsmede gegevens over
                                            de pompovercapaciteit uitgedrukt in m³/h;</al></li>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_3_3_12_9_"> een raming van de per
                                            aansluitpunt te lozen hoeveelheden afvalstoffen per
                                            aansluitpunt, uitgedrukt in v.e. en gedifferentieerd
                                            naar inwoners en bedrijven;</al></li>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_3_3_12_10_"> per aansluitpunt het
                                            aantal hectare verhard oppervlak waarvan het afvloeiend
                                            hemelwater wordt afgevoerd via het openbaar riool;</al></li>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_3_3_12_11_"> gegevens over de in het
                                            kader van beheer en onderhoud van het openbaar riool te
                                            ondernemen activiteiten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_3_3_13_"> De aanvraag om de
                                    aansluitvergunning maakt deel uit van de vergunning, voor zover
                                    dat in de vergunning is aangegeven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_3_3_14_"> De aanvraag alsmede de in het
                                    eerste lid bedoelde gegevens worden in zevenvoud verstrekt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_3_4_15_"> Op verzoek van het bestuursorgaan
                                    verstrekt de houder van een aansluitvergunning aan het
                                    bestuursorgaan alle hem ter beschikking staande informatie voor
                                    zover deze van belang kan worden geacht voor de bescherming van
                                    de in artikel 2, derde lid, genoemde belangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_3_4_16_"> Indien door de samenstelling en/of
                                    hoeveelheid van het afvalwater, dat vanuit het openbaar riool in
                                    het zuiveringstechnische werk wordt gebracht, een verstoring van
                                    de doelmatige werking van het betreffende zuiveringstechnische
                                    werk optreedt of dreigt op te treden en/of nadelige gevolgen
                                    voor de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater ontstaan
                                    of dreigen te ontstaan, is de houder van de aansluitvergunning
                                    verplicht het bestuursorgaan op diens verzoek onverwijld de
                                    gegevens te verstrekken die het nodig heeft om inzicht te
                                    krijgen in de aard en omvang hiervan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_3_4_17_"> In gevallen, als bedoeld in het
                                    tweede lid, kan het bestuursorgaan de houder van de
                                    aansluitvergunning in ieder geval opdracht geven opgave te doen
                                    van hetzij direct hetzij indirect op het openbaar riool
                                    aangesloten bedrijven en instellingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_3_4_18_"> De in het derde lid bedoelde opgave
                                    kan de volgende gegevens betreffen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_3_4_18_12_"> naam en adres van de
                                            bedrijven of instellingen;</al></li>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_3_4_18_13_"> aard en omvang van elk
                                            bedrijf of instelling afzonderlijk;</al></li>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_3_4_18_14_"> vermelding van de aard
                                            en samenstelling van het afvalwater en een raming van de
                                            jaarlijks te lozen hoeveelheden afvalstoffen;</al></li>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_3_4_18_15_"> afschrift van reeds
                                            verleende vergunningen of ontheffingen krachtens de Wet
                                            milieubeheer dan wel afschrift van een melding als
                                            bedoeld in artikel 8.41 van de Wet milieubeheer voor
                                            zover deze (mede) betrekking hebben op het lozen van
                                            afvalwater op het openbaar riool;</al></li>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_3_4_18_16_"> aanduiding van de
                                            aansluiting(en) per bedrijf of instelling op een
                                            rioleringskaart.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>PARAGRAAF</label>
              <nr>IV</nr>
              <titel>- Doorvertaling van voorschriften</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_4_5_19_"> Onverminderd het bepaalde in
                                    artikel 2, derde lid, kunnen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_4_5_19_17_"> ter verzekering van de
                                            nakoming van voorschriften, die in een vergunning op
                                            grond van artikel 6.1, eerste lid, van de Waterwet zijn
                                            gesteld voor het brengen van afvalwater vanuit het
                                            zuiveringstechnische werk op oppervlaktewater;</al></li>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_4_5_19_18_"> ter bescherming van de
                                            doelmatige werking van de zuiveringstechnische werken;
                                            en</al></li>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_4_5_19_19_"> met het oog op de
                                            realisering van de op het ontvangende oppervlaktewater
                                            van toepassing zijnde kwaliteitsdoelstellingen;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al id="anker-H21281_0_4_5_20_"> in de aansluitvergunning
                                    voorschriften worden gesteld ten aanzien van het brengen van
                                    afvalstoffen vanuit het openbaar riool op het
                                    zuiveringstechnische werk. Deze voorschriften kunnen in ieder
                                    geval betrekking hebben op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_4_5_20_20_"> het stellen van
                                            emissiegrenswaarden voor daarbij aan te wijzen
                                            stoffen;</al></li>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_4_5_20_21_"> het stellen van
                                            signaleringswaarden voor daarbij aan te wijzen
                                            stoffen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_4_5_21_"> Bij het stellen van voorschriften
                                    en nadere eisen krachtens de Wet milieubeheer houdt de houder
                                    van de aansluitvergunning in ieder geval rekening met de
                                    grenswaarden en signaleringswaarden, als bedoeld in het eerste
                                    lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_4_6_22_"> Indien bij het brengen van
                                    afvalwater vanuit het openbaar riool op het zuiveringstechnisch
                                    werk een in de aansluitvergunning opgenomen grenswaarde en/of
                                    signaleringswaarde als bedoeld in artikel 5, eerste lid,
                                    stelselmatig wordt overschreden, doet het bestuursorgaan hiervan
                                    schriftelijk melding aan de houder van de
                                    aansluitvergunning.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_4_6_23_"> Indien door het bestuursorgaan een
                                    melding, als bedoeld in het eerste lid, is gedaan, kan aan de
                                    houder van de aansluitvergunning in ieder geval de verplichting
                                    worden opgelegd om door middel van het stellen van voorschriften
                                    en/of nadere eisen ten aanzien van nieuw aan te sluiten lozingen
                                    op het openbaar riool of ten aanzien van wijzigingen van
                                    bestaande lozingen, een toename van de geconstateerde
                                    overschrijding van de betreffende grenswaarde en/of
                                    signaleringswaarde te voorkomen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>PARAGRAAF</label>
              <nr>V</nr>
              <titel>- Onderzoeksverplichting</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_5_7_24_"> In gevallen als bedoeld in artikel
                                    6, eerste lid, kan aan de houder van de aansluitvergunning de
                                    verplichting worden opgelegd om onderzoek te verrichten naar de
                                    oorzaken van de overschrijdingen en naar de mogelijkheden om de
                                    overschrijdingen te voorkomen, te beperken of ongedaan te
                                    maken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_5_7_25_"> In de aansluitvergunning kunnen met
                                    betrekking tot daarbij aan te geven grenswaarden,
                                    signaleringswaarden en afvalstoffen voorschriften worden gesteld
                                    ten aanzien van het onderzoek als bedoeld in het eerste lid.
                                    Daarbij kan worden bepaald dat het bestuursorgaan nadere eisen
                                    kan stellen met betrekking tot:</al>
                <lijst>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_5_7_25_22_"> de termijn waarbinnen en
                                            de wijze waarop het onderzoek dient te worden
                                            uitgevoerd;</al></li>
                  <li nr="-"><al id="anker-H21281_0_5_7_25_23_"> de termijn waarbinnen en
                                            de wijze waarop de resultaten van het onderzoek aan het
                                            bestuursorgaan dienen te worden overgelegd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_5_7_26_"> De houder van de aansluitvergunning
                                    is verplicht op basis van de resultaten van het onderzoek
                                    maatregelen te treffen teneinde de overschrijdingen, als bedoeld
                                    in het eerste lid, ongedaan te maken, te beperken of te
                                    voorkomen. In de aansluitvergunning kunnen voorschriften worden
                                    gesteld met betrekking tot de wijze waarop en de termijn
                                    waarbinnen bedoelde maatregelen dienen te worden
                                    uitgevoerd.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>PARAGRAAF</label>
              <nr>VI</nr>
              <titel>- Voorbereidingsprocedure</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr/>
                <al>Het bestuursorgaan stelt in ieder geval de navolgende
                                    overheidsorganen in de gelegenheid hem van advies te dienen met
                                    betrekking tot het ontwerp van de beschikking op een aanvraag
                                    tot verlening of wijziging van een aansluitvergunning alsmede
                                    met betrekking tot het voornemen tot het ambtshalve verlenen,
                                    wijzigen of intrekken van een aansluitvergunning:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>-</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_6_8_27_"> de ter plaatse bevoegde Inspecteur
                                    van het staatstoezicht op de Volksgezondheid belast met het
                                    toezicht op de hygiëne van het milieu;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>-</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_6_8_28_"> indien vanuit het
                                    zuiveringstechnische werk waarop is of wordt aangesloten
                                    afvalwater wordt gebracht op een oppervlaktewater ten aanzien
                                    waarvan het waterschap niet is belast met de zorg voor het
                                    waterkwaliteitsbeheer, het openbaar lichaam dat met dit beheer
                                    is belast;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>-</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_6_8_29_"> indien op het zuiveringstechnische
                                    werk waarop is of wordt aangesloten afvalwater wordt gebracht
                                    met behulp van een riool, burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente waarin het bedrijf van waaruit de lozing plaatsvindt of
                                    zal plaatsvinden, geheel of in hoofdzaak is gelegen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_6_9_30_"> Het bestuursorgaan neemt het
                                    besluit op de aanvraag zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk zes
                                    maanden na ontvangst van de aanvraag.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_6_9_31_"> Indien de aanvraag een zeer
                                    ingewikkeld of omstreden onderwerp betreft, kan het
                                    bestuursorgaan, binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag,
                                    de in het eerste lid genoemde termijn met een door hem te
                                    bepalen redelijke termijn verlengen. Voordat het een zodanige
                                    beslissing neemt, stelt het de aanvrager in de gelegenheid zijn
                                    zienswijze daarover naar voren te brengen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_6_9_32_"> De beschikking tot verlenging en
                                    die tot verlening, wijziging of intrekking van een
                                    aansluitvergunning of tot weigering daarvan wordt schriftelijk
                                    medegedeeld aan de Inspecteur van het staatstoezicht op de
                                    Volksgezondheid belast met het toezicht op de hygiëne van het
                                    milieu, het openbaar lichaam als bedoeld, en burgemeester van de
                                    gemeente als bedoeld in artikel 8.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>PARAGRAAF</label>
              <nr>VII</nr>
              <titel>- Schadevergoeding</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_7_10_33_"> Indien en voor zover blijkt dat
                                    een houder van een aansluitvergunning door een wijziging of
                                    intrekking daarvan schade lijdt, die redelijkerwijs niet of niet
                                    geheel te zijnen laste behoort te komen, zal hem een naar
                                    billijkheid te bepalen schadevergoeding worden toegekend. Het
                                    besluit inzake de toekenning van een schadevergoeding wordt
                                    genomen bij afzonderlijke beschikking.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_7_10_34_"> Een schadevergoeding als bedoeld
                                    in het eerste lid wordt niet toegekend indien de wijziging of
                                    intrekking van de vergunning voortvloeit uit voorschriften van
                                    het Rijk aan het waterschap.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>PARAGRAAF</label>
              <nr>VIII</nr>
              <titel>- Toezicht en strafbepaling</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>11</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_8_11_35_"> De door het bestuursorgaan
                                    aangewezen ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving
                                    van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, zijn
                                    bevoegd, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van
                                    hun taak noodzakelijk is:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al id="anker-H21281_0_8_11_35_24_"> het afvalwater dat in
                                            een openbaar riool wordt getransporteerd direct
                                            voorafgaande aan het brengen van dit afvalwater op een
                                            zuiveringstechnisch werk te meten alsmede monsters
                                            daarvan te nemen;</al></li>
                  <li nr="b."><al id="anker-H21281_0_8_11_35_25_"> zich te doen
                                            vergezellen door personen, die daartoe door hen zijn
                                            aangewezen alsmede de benodigde apparatuur mede te
                                            brengen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_8_11_36_"> De houder van de
                                    aansluitvergunning is verplicht aan voornoemde ambtenaren alle
                                    medewerking te verlenen die deze met het oog op de vervulling
                                    van hun taak behoeven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_8_12_37_"> Overtreding van bij of krachtens
                                    deze verordening gestelde voorschriften wordt gestraft met
                                    hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete tot ten
                                    hoogste het bedrag van de tweede categorie als genoemd in
                                    artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht, al dan niet met
                                    openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al id="anker-H21281_0_8_12_38_"> Indien ten tijde van het plegen
                                    van de in het eerste lid genoemde overtreding nog geen jaar is
                                    verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige
                                    wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan
                                    hechtenis tot het dubbele van het gestelde maximum worden
                                    opgelegd.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>PARAGRAAF</label>
              <nr>IX</nr>
              <titel>- Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een aansluitvergunning, verleend vóór het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening, wordt voor de toepassing van
                                deze verordening beschouwd als een aansluitvergunning in de zin van
                                deze verordening.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>PARAGRAAF</label>
              <nr>X</nr>
              <titel>- Aansluitingen en/of lozingen anders dan vanuit een openbaar
                                riool</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>14</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een aansluitvergunning, verleend vóór 1 april 2015 voor het
                                aansluiten van een riool op een zuiveringstechnisch werk en/of het
                                vanuit het riool brengen van afvalwater in dit werk, wordt geacht te
                                zijn verleend op grond van artikel 6.2, tweede lid, van de
                                Waterwet.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label/>
          <nr/>
          <titel>Toelichting op de Aansluitverordening Rijn en IJssel</titel>
        </kop>
        <al>Het waterschap is belast met de zorg voor het zuiveren van afvalwater op de voet
                    van artikel 3.4 van de Waterwet. Zuivering van stedelijk afvalwater gebracht in
                    een openbaar vuilwaterriool geschiedt in een daartoe bestemde inrichting onder
                    de zorg van een waterschap dan wel van een gemeente, indien doelmatig. </al>
        <al/>
        <al>De gemeenten zijn belast met de zorg voor de openbare vuilwaterriolen op voet
                    van artikel 10.33 van de Wet milieubeheer: de gemeenteraad of burgemeester en
                    wethouders dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk
                    afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen
                    percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als
                    bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/BWBR0025458/Hoofdstuk3/1/Artikel34/geldigheidsdatum_24-02-2015">artikel 3.4 van de Waterwet</extref>.</al>
        <al/>
        <al>Het waterschap heeft er belang bij dat het afvalwater dat op een
                    zuiveringstechnisch werk wordt geloosd, kwalitatief en kwantitatief aan bepaalde
                    eisen voldoet. De Aansluitverordening bevat daarom een vergunningstelsel voor
                    aansluitingen en lozingen op een zuiveringstechnisch werk van het waterschap. </al>
        <al/>
        <al>De Aansluitverordening ziet primair toe op lozingen die worden gedaan via het
                    openbaar vuilwaterriool van een gemeente. De Aansluitverordening laat echter ook
                    de ruimte om een aansluitvergunning te verlenen aan bedrijven en huishoudens.
                    Hierbij moet men denken aan bedrijven of huishoudens die direct op een
                    zuiveringstechnisch werk zijn aangesloten, er is hier geen tussenkomst van een
                    openbaar vuilwaterriool.</al>
        <al/>
        <al>De Aansluitverordening Rijn en IJssel gaf bij de inwerkingtreding op 1 mei 1999
                    mede uitvoering aan bepalingen in de Wet verontreiniging oppervlaktewateren,
                    hierna: de Wvo. Met ingang van de inwerkingtreding van de Waterwet op 22
                    december 2009 is de Wvo ingetrokken. De voor de aansluitverordening relevante
                    bepalingen van de Wvo zijn opgegaan in de Waterwet, hierna: Wtw.</al>
        <al/>
        <al>Ingevolge artikel 6.2, tweede lid, Wtw is het verboden zonder vergunning met
                    behulp van een werk, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool, afvalstoffen,
                    verontreinigende of schadelijke stoffen, in welke vorm ook, op een
                    zuiveringstechnisch werk te brengen. Bedrijven en huishoudens hebben dus een
                    vergunning nodig voor directe lozingen op een zuiveringstechnisch werk. Dit kan
                    een vergunning zijn op grond van artikel 6.2, tweede lid, Wtw. Een vergunning op
                    grond van een aansluitverordening voldoet echter ook aan artikel 6.2, tweede
                    lid, Wtw. Artikel 6.2, tweede lid, onder a. Wtw bepaalt dat: </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Het is verboden met behulp van een werk, niet zijnde een openbaar
                        vuilwaterriool, water of stoffen te brengen op een zuiveringstechnisch werk,
                        tenzij: a. een daartoe strekkende vergunning is verleend door het bestuur
                        van het in artikel 3.4 bedoelde waterschap.</cursief>
        </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>In de memorie van toelichting bij de Waterwet wordt toegelicht dat deze bepaling
                    is opgenomen met het doel te voldoen aan de wens van richtlijn nr. 91/271/EEG
                    van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1991 betreffende de
                    behandeling van stedelijk afvalwater (PbEG L 135). Hieruit kan worden opgemaakt
                    dat een aansluitvergunning ook aan de verplichting voldoet van art 6.2 lid 2 sub
                    a Wtw. De aansluitvergunning is namelijk te kwalificeren als een ‘daartoe
                    strekkende vergunning’.</al>
        <al/>
        <al>De aansluitvergunning voor het lozen van afvalwater vanuit de riolering op de
                    waterzuivering kent zijn grondslag in de Waterschapswet. Voor het aansluiten van
                    een openbaar vuilwaterriool op een zuiveringstechnisch werk bevat de Waterwet
                    geen vergunningplicht. Wel geeft de Waterwet de waterschappen de ruimte om een
                    vergunning voor te schrijven. Was de aansluitverordening nog een essentieel
                    onderdeel van het wettelijke stelsel bij de invoering van de Wvo, onder de
                    Waterwet is de aansluitverordening niet meer vanzelfsprekend. </al>
        <al> Bij de invoering van de Waterwet hebben de koepelorganisaties VNG, IPO en UvW
                    in het Bestuurs Akkoord Water 2011 afgesproken dat de aansluitverordening op
                    termijn moet plaats maken voor afvalwaterakkoorden tussen de waterschappen en
                    gemeenten. De eenzijdige regulering door het waterschap wordt gezien als
                    onbalans in het systeem. In de wetsgeschiedenis van de Waterwet schetst de
                    wetgever het toekomstbeeld dat waterschappen en gemeenten samenwerken in de
                    afvalwaterketen. Dat doen ze door het sluiten van afvalwaterakkoorden. In een
                    afvalwaterakkoord worden afspraken opgenomen met betrekking tot de
                    afvalwaterketen. De gedachte achter de Waterwet is onder andere dat bestuurlijke
                    samenwerking een positief effect heeft op de prestaties van de deelnemende
                    partijen. In het Bestuurs Akkoord Water 2011 volgen de koepelorganisaties deze
                    lijn. </al>
        <al/>
        <al>Het sluiten van afvalwaterakkoorden is niet verplicht. Noch de Waterwet, noch
                    het Bestuursakkoord Water 2011 verplicht de waterschappen de aansluitverordening
                    in te trekken. </al>
        <al/>
        <al>Het Waterschap Rijn en IJssel heeft met zeven van de 22 gemeenten in het
                    werkgebied afvalwaterakkoorden gesloten. Naar mate het waterschap met meer
                    gemeenten afval-waterakkoorden sluit, wordt het doel van het Bestuurs Akkoord
                    Water 2011 beter benaderd. Als met alle gemeenten een afvalwaterakkoord is
                    gesloten, geldt de vergunningplicht ingevolge de aansluitverordening alleen nog
                    voor burgers en bedrijven. Dan kan worden overwogen de aansluitverordening in te
                    trekken en vergunningen aan burgers en bedrijven voortaan te verstrekken
                    rechtstreeks op grond van artikel 6.2, tweede lid, Wtw. </al>
        <al/>
        <al>In de aansluitvergunning worden primair eisen gesteld aan de hoeveelheid en
                    samenstelling van het afvalwater dat op een zuiveringstechnisch werk wordt
                    gebracht. De verordening voorziet in de mogelijkheid om in de aansluitvergunning
                    - naast eventuele grenswaarden - signaleringswaarden vast te stellen. In geval
                    van overschrijding van signaleringswaarden kan de houder van de
                    aansluitvergunning worden verplicht om onderzoek te verrichten naar de oorzaken
                    van de overschrijdingen en naar de mogelijkheden om de overschrijdingen te
                    voor­komen, te beperken of ongedaan te maken (zie artikel 7 van de verordening). </al>
        <al/>
        <al>Procedurebepalingen zijn thans opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht,
                    hierna: Awb. De mogelijkheid bestaat een specifieke procedure van toepassing te
                    verklaren op de aansluitvergunning. Voor het opnemen van dergelijke bepalingen
                    inzake vergunningverlening wordt geen aanleiding gezien. In de
                    aansluitverordening is derhalve niet aangegeven wèlke procedure uit de Awb van
                    toepassing is. Gelet op het feit dat normaliter niet of nauwelijks sprake zal
                    zijn van derde-belanghebbenden, wordt namelijk de 'korte procedure' van afdeling
                    4.1.2. van de Awb toepasbaar geacht. De Awb bevat regels inzake de aanvraag tot
                    het verlenen van de aansluitvergunning, de voorbereiding van de beslissing op de
                    aanvraag, de beslistermijn en de motivering van de beslissing. Aangezien in deze
                    sprake is van dwingend recht, behoeven de betreffende be­palingen uit de Awb
                    niet in de verordening te worden vermeld. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikelsgewijze toelichting</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Considerans</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al>De huidige wetgevingssystematiek biedt niet de mogelijkheid om de houder van de
                    aansluitvergunning te verplichten om bepaalde voorschriften of eisen 'één op
                    één' door te vertalen naar individuele bedrijven of huishoudens, die op de
                    riolering zijn aangesloten. </al>
        <al> Het bevoegd gezag ingevolge de Wet milieubeheer, hierna: Wm, zal de regulering
                    van indirecte lozingen, die onder de werkingssfeer van de Wm vallen, autonoom,
                    op basis van het beoordelingskader van de Wm, gestalte moeten geven. In dit
                    kader zal het Wm-gezag ook het belang van de bescherming van de kwaliteit van
                    oppervlaktewater, alsmede het belang van de doelmatige werking van
                    zuiveringstechnische werken kunnen èn moeten behartigen. Bij het stellen van
                    voorschriften (in de Wm-vergunning of in het kader van nadere eisen bij algemene
                    regels ingevolge de Wm) zal het Wm-gezag het waterkwaliteitsbeleid in het
                    algemeen en de concrete omstandigheden van de betrokken zuiveringstechnische
                    werken en de kwaliteitseisen van het ontvangende oppervlaktewater in het
                    bijzonder mede als uitgangspunt moeten nemen. </al>
        <al>De aansluitvergunning bevat in feite de eisen en voorschriften, die voortvloeien
                    uit de con­crete, bijzondere omstandigheden. In de overwegingen is aangegeven
                    dat de houder van de aansluitvergunning gehouden is om in aanvulling op de
                    wettelijke bepalingen en eisen ter zake (ingevolge de Wm) bij het stellen van
                    voorschriften rekening te houden met de inhoud van de aansluitvergunning. </al>
        <al/>
        <al>Met andere woorden, de gemeente wordt verplicht om met behoud van eigen
                    ver­antwoordelijkheden en met behulp van het instrumentarium van de Wm zo veel
                    mogelijk de aan haar zelf in de aansluitvergunning opgelegde eisen te betrekken
                    bij de regulering van indirecte lozingen. </al>
        <al/>
        <al>De waterschappen ontlenen de wettelijke basis voor het opstellen van een
                    aansluitverordening aan artikel 78 van de Waterschapswet en artikel 6.2, tweede
                    lid, van de Waterwet. Gelet op het feit dat de aansluitverordening tevens
                    onderwerpen regelt waaromtrent bepalingen zijn opgenomen in (onder meer)
                    hoofdstuk 10 van de Wm, is ook artikel 21.7 van de Wm in dit kader relevant. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Artikel 1</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al>In dit artikel is een aantal begripsomschrijvingen opgenomen. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Artikel 2</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al>Artikel 2, eerste lid, van de verordening bepaalt dat voor het aansluiten van
                    een openbaar riool op een zuiveringstechnisch werk van een waterschap alsmede
                    voor het brengen van afvalwater in een zuiveringstechnisch werk een vergunning
                    is vereist. Deze bepaling vormt in wezen de kern van de verordening. </al>
        <al/>
        <al>Het tweede lid van artikel 2 verleent het waterschap expliciet de bevoegdheid
                    een aansluitvergunning te weigeren, te wijzigen of in te trekken. De bevoegdheid
                    tot wijziging maakt in beginsel een actief vergunningenbeleid mogelijk.
                    Vanzelfsprekend kunnen wijzigingen in bestaande lozingen en aanvragen voor
                    nieuwe lozingen door stadsuitbreiding en nieuwe bedrijfsactiviteit ertoe leiden
                    dat wijziging van de aansluitvergunning noodzakelijk zal zijn. Tevens speelt een
                    rol, dat met name waar het lozingen van een stedelijk gebied betreft, het totaal
                    van de gegevens nodig om op verantwoorde wijze de aan een aansluitvergunning te
                    verbinden voorschriften te kunnen formuleren, niet direct voorhanden zal zijn.
                    De voorschriften van een aansluitvergunning zullen dan door middel van een
                    proces van wijzigingen en aanvulling tot stand moeten komen. </al>
        <al/>
        <al>Een reden om de voorschriften aan te vullen of te wijzigen, kan voorts liggen in
                    een verandering van de inzichten of omstandigheden opgetreden na de verlening
                    van de aansluitvergunning. Gedacht kan worden aan aangescherpte eisen in de
                    Watervergunning, ontwikkelingen op Europeesrechtelijk niveau of in andere
                    oorzaken die bij een behoorlijk en zorgvuldig kwalitatief oppervlaktewaterbeheer
                    niet kunnen worden veronachtzaamd. Mede met het oog hierop bestaat ook de
                    mogelijkheid de aansluitvergunning in eerste instantie tijdelijk te verlenen
                    (artikel 2, vierde lid). </al>
        <al/>
        <al>Het derde lid van artikel 2 bepaalt dat de aansluitvergunning onder beperkingen
                    kan worden verleend. Hierbij moet uiteraard in de eerste plaats worden gedacht
                    aan voorschriften op het terrein van de kwantiteit en kwaliteit van het
                    afvalwater. Verwezen wordt naar het gestelde onder artikel 6. Daarnaast worden
                    in artikel 2, derde lid, de belangen genoemd ter bescher­ming waarvan de aan een
                    aansluitvergunning te verbinden voorschriften moeten dienen. Dit zijn
                    achtereenvolgens de doelmatige werking van de zuiveringstechnische werken
                    (alsmede de bescherming van deze werken zelf) en de kwaliteit van het
                    oppervlaktewater, waarop het effluent van het zuiveringstechnisch werk wordt
                    geloosd. </al>
        <al/>
        <al>Gezien de onvermijdelijke restvervuiling van het op het zuiveringstechnisch werk
                    behandelde rioolwater is het van belang om de vervuilingswaarde van het
                    aangeboden rioolwater tot een uit een oogpunt van waterkwaliteitsbeleid
                    aanvaardbaar niveau terug te dringen. Hiertoe kunnen in het kader van de
                    sanering van een afvalwatersituatie voorschriften aan een aansluitvergunning dan
                    wel een afvalwaterakkoord worden gekoppeld. Overbelasting van een
                    zuiveringsinstallatie en de als gevolg daarvan optredende verminderde
                    zuiveringsgraad kan daardoor worden vermeden; tevens kan de aldus vrijkomende
                    zuiveringscapaciteit voor aansluiting van andere lozingen worden benut. </al>
        <al/>
        <al>Het waterschap als eigenaar van een zuiveringstechnisch werk kan in aanvulling
                    op of in plaats van de in dit lid bedoelde vergunningvoorschriften
                    aansluitvoorwaarden verbinden aan het recht om op het zuiveringstechnisch werk
                    aan te sluiten. Aansluitvoorwaarden hebben een privaatrechtelijke grondslag. Ze
                    kunnen worden gebruikt zowel in aanvulling op een aansluitvergunning als in
                    aanvulling op een afvalwaterakkoord als bedoeld in het vijfde lid. </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>De bescherming van de zuiveringstechnische werken omvat met name de bescherming
                    tegen feitelijke aantasting van transportleidingen, gemalen en onderdelen van de
                    zuiveringsinstallatie zelf. Een bekend voorbeeld vormt in dit verband de
                    aantasting van leidingen door te hoge concentraties sulfaat in het afvalwater. </al>
        <al/>
        <al>Het begrip 'doelmatige werking' moet ruim worden opgevat. 'Doelmatige werking'
                    omvat niet slechts een optimaal, efficiënt zuiveringsproces in technische zin.
                    Onder dit criterium vallen ook aspecten als het voorkomen van stank en hinder op
                    de rioolwaterzuiveringsinstallatie en het tegengaan en voorkomen van
                    verontreiniging van zuiveringsslib. Het criterium heeft tevens een zekere
                    bedrijfseconomische betekenis: ook de doelmatige exploitatie van de
                    rioolwaterzuiveringsinstallatie, dat wil zeggen de optimale werking en benutting
                    van de aanwezige capaciteit, wordt er onder begrepen. </al>
        <al/>
        <al>Het vijfde lid van artikel 2 bepaalt dat de vergunningplicht niet geldt, als met
                    degene die een in het eerste verbod bedoelde handeling wil uitvoeren, een
                    afvalwaterakkoord van kracht is. De vergunningplicht vervalt op het moment dat
                    een afvalwaterakkoord in werking treedt en herleeft als het afvalwaterakkoord
                    wordt beëindigd zonder dat er een ander afvalwaterakkoord voor in de plaats
                    treedt. </al>
        <al>Het zesde lid noemt de onderwerpen die ten minste in een afvalwaterakkoord
                    dienen te worden geregeld. Beoogd wordt dat het afvalwaterakkoord een
                    volwaardige vervanging is voor de aansluitvergunning. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Artikelen 3 en 4</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al>De eisen inzake de bij de aanvraag te overleggen gegevens zijn beperkt. Voorheen
                    diende een gemeente standaard bepaalde gegevens te verstrekken over àlle
                    bedrijven of instellingen, die behoorden tot een aantal nader omschreven
                    categorieën. De ervaring leert echter dat lang niet alle overgelegde gegevens
                    daadwerkelijk relevant zijn voor het beoordelen van de vergunningaanvraag en/of
                    voor het bepalen van de kwantiteit en hoedanigheid van het op het
                    zuiveringstechnisch werk te lozen afvalwater.</al>
        <al/>
        <al>Vandaar dat in de voorliggende verordening in de eerste plaats onderscheid wordt
                    gemaakt tussen de eisen inzake de bij de aanvraag te overleggen gegevens
                    (artikel 3) en eventueel nadien - los van de vergunningaanvraag - op te leggen
                    informatieplichten (artikel 4). In de tweede plaats is in artikel 3, eerste lid,
                    weliswaar niet limitatief een groot aantal onderwerpen opgenomen, waarover
                    gegevens kunnen worden geëist, maar is tevens aan de vergunningverlener de
                    bevoegdheid verleend om hiervan af te wijken (dit blijkt uit de formulering: de
                    aanvrager kan worden verplicht).</al>
        <al/>
        <al>De gedachte hierachter is dat een waterschap in voorkomende gevallen reeds
                    beschikt over een deel van de gegevens die bij de beoordeling van de aanvraag
                    moeten worden betrokken. In dat geval kan de vergunningaanvrager desgewenst
                    worden toegestaan om slechts de resterende gegevens aan te leveren. Voor alle
                    duidelijkheid wordt opgemerkt dat een dergelijke benadering mogelijk is, omdat
                    in de verordening niet de openbare procedure van de Awb van toepassing is
                    verklaard. Terinzagelegging van een (volledige) aanvrage is daarom niet vereist.
                    Indien echter afdeling 3.4 van de Awb van toepassing zou worden verklaard op de
                    voorbereiding van een aansluitvergunning, zou ten behoeve van derden een
                    volledige, eventueel door het waterschap te completeren, aanvraag ter inzage
                    moeten worden gelegd. </al>
        <al/>
        <al>In artikel 3, eerste lid, zijn, zoals reeds vermeld, niet-limitatief aspecten en
                    onderwerpen opgesomd waarover in beginsel gegevens dienen te worden verstrekt.
                    Waar relevant is tot uitdrukking gebracht dat naast de actuele lozingssituatie
                    ook gegevens over voorzienbare, toekomstige wijzigingen kunnen worden geëist. In
                    dit verband kan onder meer worden gedacht aan gegevens inzake (gefaseerd uit te
                    voeren) saneringsmaatregelen en inzake het afkoppelen van niet verontreinigd
                    hemelwater, koelwater, grondwater, etc. </al>
        <al/>
        <al>De aangegeven aspecten en onderwerpen spreken grotendeels voor zich en kunnen in
                    een (model-)aanvraagformulier nader worden uitgewerkt. </al>
        <al/>
        <al>Overigens zullen uiteraard de gegevens, die in het kader van het ingevolge
                    artikel 4.22 van de Wm verplicht op te stellen gemeentelijk rioleringsplan zijn
                    verzameld, normaliter mede als basis kunnen dienen voor de gegevens die bij de
                    aanvraag om een aansluitvergunning moeten worden overgelegd. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 4, eerste lid, voorziet vervolgens in een algemene
                    informatieverplichting. De gemeente is ingevolge deze bepaling gehouden om op
                    verzoek informatie te verstrekken. De te verstrekken informatie dient uiteraard
                    verband te houden met het belangenkader van de aansluit verordening.</al>
        <al>Overigens zal ook het waterschap zichzelf verplicht achten om een gemeente
                    informatie te verstrekken die verband houdt met de aanleg en het beheer van
                    rioleringssystemen.</al>
        <al/>
        <al>Op grond van artikel 4, tweede lid, kan het waterschap de gemeente verplichten
                    om onverwijld de gegevens te verstrekken die nodig zijn om oorzaken te
                    achterhalen van een ongewone samenstelling of hoeveelheid van het aangeboden
                    afvalwater. Voorwaarde hierbij is dat deze afwijkingen in de samenstelling van
                    en/of hoeveelheid afvalwater leiden tot of dreigen te leiden tot een verstoring
                    van de doelmatige werking van de zuiveringsinstallatie en/of tot (onnodige)
                    aantasting van de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater. </al>
        <al/>
        <al>Het derde en het vierde lid van artikel 4 bevatten een concrete uitwerking van
                    de informatieplicht die het waterschap in dit verband in ieder geval kan
                    opleggen. Uitgangspunt hierbij is dat, afhankelijk van de geconstateerde
                    afwijkingen, zo gericht mogelijk wordt gezocht naar potentiële oorzaken. De
                    verplicht te verstrekken informatie zal moeten worden gerelateerd aan de
                    mogelijke oorzaken. De categorieën van bedrijven en instellingen, waarover
                    informatie moet (kunnen) worden verstrekt, zijn uiteraard die categorieën die
                    onder de werkingssfeer van de Wm vallen. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Artikel 5</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al>Artikel 5, eerste lid, vormt in feite een nadere uitwerking van artikel 2, derde
                    lid. Voor alle duidelijkheid wordt aangegeven dat in een aansluitvergunning -
                    naast de gebruikelijke eisen ten aanzien van kwantiteit en kwaliteit - in ieder
                    geval ook specifieke grenswaarden en signaleringswaarden voor nader aan te
                    wijzen stoffen kunnen worden gesteld. De reikwijdte van de voorschriften wordt
                    begrensd door het belangenkader van de aansluitverordening. Uiteindelijk zullen
                    voorschriften moeten kunnen worden gerelateerd aan: </al>
        <lijst>
          <li nr="•"><al>de inhoud van de watervergunning die voor de lozing van het effluent van
                            de zuiveringsinstallatie is verleend;</al></li>
          <li nr="•"><al>de bescherming van de doelmatige werking van de zuiveringstechnische
                            werken; </al></li>
          <li nr="•"><al>de geldende waterkwaliteitseisen voor het ontvangende
                            oppervlaktewater.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al/>
        <al>Artikel 5, tweede lid, voorziet in een concretisering van de 'indirecte
                    doorvertaling' zoals hierboven beschreven. Aangegeven wordt dat de houder van de
                    aansluitvergunning zich in ieder geval rekenschap behoort te geven van gestelde
                    grens- en signaleringswaarden. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Artikelen 6 en 7</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al>Artikel 6 ziet op de situatie dat het afvalwater op het aansluitpunt niet
                    voldoet aan de in de aansluitvergunning gestelde eisen. Mogelijk is sprake van
                    een situatie als bedoeld in artikel 4, tweede lid, en treden
                    informatieverplichtingen in werking. Artikel 6 ziet specifiek op de situatie dat
                    een gestelde grenswaarde of signaleringswaarde wordt overschreden. Uiteraard
                    betreft dit niet een enkel steekmonster, maar dient sprake te zijn van een reeks
                    van geconstateerde overschrijdingen die gedurende langere tijd optreden. In dat
                    geval is het waterschap gehouden de houder van de aansluitvergunning hiervan
                    schriftelijk melding te doen. Deze melding kan vervol­gens leiden tot twee
                    verplichtingen voor de betreffende gemeente:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>de gemeente kan ingevolge artikel 6, tweede lid, worden verplicht om een
                            toename van de geconstateerde overschrijding als gevolg van nieuwe
                            lozingen op het openbaar riool te voorkomen; en </al></li>
          <li nr="2."><al>de gemeente kan ingevolge artikel 7 worden verplicht om onderzoek te
                            verrichten naar de oorzaken van de overschrijdingen en naar de
                            mogelijkheden om de overschrijdingen ongedaan te maken. </al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>In de aansluitvergunning of krachtens de aansluitvergunning kan het waterschap
                    terzake tevens nadere voorschriften uitvaardigen. Als eigenaar van het
                    zuiveringstechnisch werk kan het waterschap ook in de aansluitvoorwaarden
                    voorschriften opnemen.</al>
        <al/>
        <al>Uitgangspunt is dat het onderzoek als bedoeld in artikel 7 van de verordening zo
                    veel mogelijk in overleg en samenwerking met de waterkwaliteitsbeheerder en de
                    overige bij de regulering van indirecte lozingen betrokken overheden wordt
                    uitgevoerd. Verwezen wordt naar het gestelde in het algemeen deel van deze
                    toelichting.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Artikelen 8 en 9</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al>Op de voorbereiding van een beschikking op een aanvraag tot verlening of
                    wijziging van een aansluitvergunning alsmede van een beschikking tot ambtshalve
                    verlening, wijziging of intrekking zijn (automatisch) de bepalingen van dwingend
                    recht van hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing.</al>
        <al/>
        <al>In aanvulling op de procedurebepalingen in de Awb bevatten de artikelen 8 en 9
                    bepalingen inzake advisering met betrekking tot de ontwerp-beschikking en
                    toezending van de (definitieve) beschikking. Verwezen wordt naar het gestelde in
                    het algemeen deel van deze toelichting.</al>
        <al/>
        <al>In artikel 9 is rekening gehouden met de mogelijkheid van verlenging van de
                    beslissingstermijn op de aanvraag om een aansluitvergunning in bijzondere
                    gevallen. </al>
        <al/>
        <al/>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Artikel 10</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al>Analoog aan het bepaalde in artikel 7.14 van de Waterwet voorziet artikel 10 van
                    de verordening in de mogelijkheid schadevergoeding toe te kennen aan de houder
                    van de aansluitvergunning, indien deze als gevolg van een ambtshalve wijziging
                    of intrekking van de aansluitvergunning schade lijdt die redelijkerwijs niet of
                    niet geheel te zijner laste behoort te komen. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Artikel 11</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al>Artikel 11 bevat een opsomming van bevoegdheden die aan een toezichthoudend
                    ambtenaar van de waterkwaliteitsbeheerder worden toegekend bij het uitvoeren van
                    toezicht op de naleving van bij of krachtens de aansluitverordening gestelde
                    voorschriften. De bevoegdheden zijn enerzijds beperkt van omvang. Anderzijds is
                    een beperking aangebracht ten aanzien van de plaatsen waarop de bevoegdheden
                    mogen worden uitgeoefend. Zo zijn meting en bemonstering slechts voorzien op die
                    gedeelten van het openbaar riool die gelegen zijn vóór het afgiftepunt via welke
                    het afvalwater op een zuiveringstechnisch werk wordt gebracht.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Artikel 12</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al>In artikel 81 van de Waterschapswet is bepaald welke maximumstraf op overtreding
                    van een verordening (keur) kan worden gesteld. Aangenomen wordt dat de
                    strafrechtelijke handhaving van bij of krachtens de aansluitverordening gestelde
                    voorschriften minder voor de hand zal liggen. Voor het geval dit in voorkomende
                    gevallen tòch opportuun is, is een strafbepaling in artikel 12 opgenomen. </al>
        <al/>
        <al>Uiteraard is het bestuur van het waterschap bevoegd om bestuurlijke en/of
                    bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten in te zetten in geval van
                    overtreding van voorschriften.</al>
        <al/>
        <al>Bestuursdwang (artikel 61 van de Waterschapswet) en dwangsomoplegging (artikel
                    5:32 van de Algemene wet bestuursrecht) vormen in dit kader de belangrijkste
                    instrumenten. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Artikel 13</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al>De inhoud van artikel 13, eerste lid, spreekt voor zich. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>
            <cursief>Artikel 14</cursief>
          </vet>
        </al>
        <al>Naast lozingen vanuit een openbaar vuilwaterriool kan een zuiveringstechnisch
                    werk ook directe lozingen ontvangen van bedrijven of particuliere huishoudens.
                    Voor dergelijke directe lozingen bevatte de Aansluitverordening Rijn en IJssel
                    sinds de inwerkingtreding in 1999 een vergunningplicht. </al>
        <al/>
        <al>Sinds de invoering van de Waterwet heeft het waterschap de mogelijkheid
                    rechtstreeks op grond van de Waterwet vergunning te verlenen voor directe
                    lozingen. Ingevolge artikel 6.2, tweede lid, van de Waterwet is het verboden met
                    behulp van een werk, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool, water of stoffen
                    te brengen op een zuiveringtechnisch werk, tenzij een daartoe strekkende
                    vergunning is verleend door het waterschapsbestuur.</al>
        <al/>
        <al>De inwerkingtreding van de vergunningplicht op grond van artikel 6.2, tweede
                    lid, van de Waterwet heeft niet geleid tot het van rechtswege vervallen van de
                    vergunningplicht ingevolge de Aansluitverordening. Een vergunning op grond van
                    de Aansluitverordening is immers een “daartoe strekkende” vergunning als bedoeld
                    in artikel 6.2, tweede lid, van de Waterwet. Met de inwerkingtreding van artikel
                    6.2, tweede lid, van de Waterwet zijn zo twee mogelijkheden ontstaan voor het
                    verlenen van een vergunning voor directe lozingen: een vergunning op grond van
                    de Aansluitverordening of een vergunning rechtstreeks op grond van de Waterwet. </al>
        <al/>
        <al>Het waterschapsbestuur heeft ervoor gekozen de vergunningplicht voor directe
                    lozingen in de Aansluitverordening laten vervallen. Vergunningen voor directe
                    lozingen van bedrijven of particuliere huishoudens worden voortaan rechtstreeks
                    op grond van de Waterwet verleend.</al>
        <al>Het waterschapsbestuur, tevens bevoegd gezag voor het verlenen van vergunningen
                    op grond van artikel 6.2, tweede lid, van de Waterwet, heeft als overgangsrecht
                    bepaald dat de op grond van de Aansluitverordening aan bedrijven en
                    particulieren verleende aansluitvergunningen worden geacht te zijn verleend op
                    grond van artikel 6.2, tweede lid, van de Waterwet.</al>
        <al/>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>