<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR271416_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van sluisgelden van Waterschap Rivierenland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Rivierenland</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Rivierenland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier=""> Zakengids, 05-01-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en invordering van sluisgelden van Waterschap Rivierenland 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, art. 56, 78, 115 lid 1 sub a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-01-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2005-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2004-16454</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur – waterschappen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>1) Advertentie in diverse huis-aan-huis-bladen in het hele gebied van het waterschap in week 1, 2005, oa. in Zakengids, 05-01-2005.</al><al>2) Een verordening treedt pas 8 dagen na bekendmaking in werking. Deze verordening werkt echter terug tot 01-01-2005.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>
       Verordening op de heffing en invordering van sluisgelden Waterschap Rivierenland 2005
    </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van Waterschap Rivierenland </al><al>gezien het voorstel van college van dijkgraaf en heemraden van 9 december 2004; </al><al>gelet op artikel 115, lid 1 onder a van de Waterschapswet; </al><al>BESLUIT: </al><al>vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van sluisgelden van Waterschap Rivierenland.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepaling </titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder vaartuig: alle soorten drijvende lichamen, die wegens hun drijfvermogen worden gebruikt, dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen en/of zaken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Belastbaar feit </titel></kop><al>Onder de naam sluisgeld wordt een recht geheven voor het varen met een vaartuig door de schutsluis te Hardinxveld-Giessendam (Damsluis) en de schutsluis te Alblasserdam (Middelkade).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Belastingplicht </titel></kop><al>De in artikel 2 bedoelde sluisgelden worden geheven van de gezagvoerder of de schipper van het vaartuig, of bij gebreke van die van de eigenaar of beheerder van het vaartuig.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Wijze van heffen </titel></kop><al>Het sluisgeld wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Tijdstip van betaling </titel></kop><al>Het sluisgeld moet worden voldaan op het tijdstip waarop de in artikel 2 genoemde sluis is binnengevaren.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Heffingsgrondslag en tarief </titel></kop><al>Het sluisgeld bedraagt € 2,00 per vaartuig. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H13329_0_0_7_1_"> Sluisgeld wordt niet geheven ter zake van:</al><lijst><li nr="a."><al>een ongeladen vaartuig dat aan een vaartuig is vastgemaakt en naar de omstandigheden beoordeeld daarbij behoort;</al></li><li nr="b."><al>vaartuigen van de Rijkspolitie te water.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H13329_0_0_7_2_"> Sluisgeld wordt niet geheven bij de schutsluis te Hardinxveld-Giessendam (Damsluis) ter zake van vaartuigen met een geldige vaarontheffing voor de Lage Boezem van de Nederwaard. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Overdracht van bevoegdheden </titel></kop><al>Het dagelijks bestuur kan één of meer ambtenaren van het waterschap aanwijzen die in zijn plaats treedt of treden met betrekking tot de heffing en invordering van de in artikel 2 genoemde rechten. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Nakoming van verplichtingen</titel></kop><al>De verplichtingen als bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in de artikelen 58 en 60 van de Invorderingswet 1990 dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 126a Waterschapswet, gelden mede jegens de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar van het waterschap.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H13329_0_0_10_3_"> Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2005.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H13329_0_0_10_4_"> Met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze verordening zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel, vervalt de Verordening op de heffing en invordering van sluisgelden van het   hoogheemraadschap van de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden 1997.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H13329_0_0_10_5_"> Deze verordening kan worden aangehaald als de Verordening op de heffing en invordering van sluisgelden Waterschap Rivierenland 2005.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van Waterschap Rivierenland van 3 januari 2005.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris-directeur, drs. H.C. Jongmans.  </ondertekening><ondertekening>de dijkgraaf, ir. G.N. Kok.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Artikelsgewijze toelichting
</label><nr/><titel/></kop><al><vet>Artikel 2
</vet></al><al>De artikel geeft de aard van de heffing en het belastbare feit aan.</al><al/><al><vet>Artikel 3
</vet></al><al>Dit  artikel bepaalt wie de belastingplichtige is. Onder eigenaar/schipper  wordt verstaan degene die een schip voert, den wel degene die de leiding  heeft over een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting.</al><al/><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Overeenkomstig  de bij heffing van sluisgelden gangbare praktijk is in deze verordening  gekozen voor het heffen op "andere wijze". Volledigheidshalve is nog  opgemerkt dat voor toepassing van de Algemene Wet inzake de  Rijksbelas­ting de op "andere wijze" geheven belastingen worden  aangemerkt als bij wijze van aanslag geheven.</al><al/><al><vet>Artikel 7
</vet></al><al>De  sluiting van de sluis op de Dam in Alblasserdam en de bouw van een  nieuwe sluis in de Middelkade te Alblasserdam, betekent dat  vaarvergunninghouders uit het Nederwaard-gebied nu 30 kilometer moeten  varen om het buitenwater te bereiken. Ook moeten er in de nieuwe  situatie drie sluizen (inclusief rijkssluis) gepasseerd worden in plaats  van één om het buitenwater te bereiken. Om deze reden is het redelijk  vaarvergunninghouders uit het Nederwaard-gebied vrij te stellen van het  betalen van sluisgeld voor de sluis te Hardinxveld-Giessendam  (Damsluis). </al><al/><al><vet>Artikel 8
</vet></al><al>Ingevolge  de Waterschapswet (artikel 124) kan het dagelijks bestuur één of meer  ambtenaren aanwijzen, die in hun plaats treden met betrekking tot de  uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing en  invordering van waterschapsbelastingen. Uit praktische overwegingen  dient een daartoe strekkende bepaling in de desbetreffende verordening  te worden opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 9
</vet></al><al>De  Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en de Invorderingswet  verlenen de inspecteur c.q. de ontvanger vergaande bevoegdheden op grond  waarvan hij van belastingplichtigen c.q. belastingschuldigen nakoming  van aan hen opgelegde verplichtingen kan afdwingen. Het hoeft geen  betoog dat voor een goede uitvoering van de heffings- en  invorderingstaak de ambtenaren van het heffings- en invorderingsapparaat  over dezelfde bevoegdheden als die van de betrokken functionarissen  moeten kunnen beschikken. Artikel 56 van de AWR en artikel 63a van de  Invorderingswet 1990 bepalen in verband hiermee dat enige met name  genoemde verplichtingen die tegenover de inspecteur of de ontvanger  moeten worden nagekomen, eveneens moeten worden nagekomen ten aanzien  van iedere door of vanwege de Minister van Financiën aangewezen andere  ambtenaar van de rijksbelastingdienst.</al><al>  Op grond van artikel 123, derde lid, aanhef en onderdeel a van de  Waterschaps­wet -de zogenaamde vertalingsbepaling- wordt in de  bevoegdheden die in de AWR en de Invorderingswet 1990 aan de minister  worden toegekend, uitgeoefend door het algemeen bestuur, tenzij dat  orgaan het dagelijks bestuur heeft aangewezen. Gebruik makend van deze  bevoegdheid wordt in artikel 9 bepaald dat het dagelijks bestuur bevoegd  is ambtenaren van het waterschap aan te wijzen tegenover wie de ten  aanzien van het dagelijks bestuur geldende verplichtingen mede moeten  worden nagekomen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>