<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR271364_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Controleverordening van Hoogheemraadschap van Rijnland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Rijnland</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Hoogheemraadschap van Rijnland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Witte weekblad </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Controleverordening van het hoogheemraadschap van Rijnland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Waterschapswet">Waterschapswet, 109</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-11-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08.26178</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën – belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Op grond van artikel 109 van de Waterschapswet moet ieder algemeen bestuur een ‘controleverordening’ vaststellen. Het algemeen bestuur stelt bij die verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst.</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 5-11-2008</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Witte weekblad</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Controleverordening van Hoogheemraadschap van Rijnland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap van Rijnland besluit,</al><al>gelet op artikel 109 van de Waterschapswet en hoofdstuk 5 van het
                        Waterschapsbesluit,</al><al>vast te stellen:</al><al>de Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting
                        van de financiële organisatie van het Hoogheemraadschap van Rijnland.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>(definities)</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>3. accountantscontrole: </al><al> de in artikel 109 van de Waterschapswet bedoelde controle uitgevoerd
                            door de door het algemeen bestuur benoemde accountant van:</al><lijst><li nr="•"><al>het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde
                                    baten en lasten alsmede grootte en samenstelling van het
                                    vermogen;</al></li><li nr="•"><al>de rechtmatigheid van de totstandkoming van de baten en lasten,
                                    alsmede de balansmutaties;</al></li><li nr="•"><al>het in overeenstemming zijn van de door het dagelijks bestuur
                                    opgestelde jaarrekening met de bij of krachtens algemene
                                    maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in artikel 98a
                                    van de Waterschapswet;</al></li><li nr="•"><al>het verenigbaar zijn van het jaarverslag met de
                                    jaarrekening;</al></li><li nr="•"><al>de inrichting van het financieel beheer en de financiële
                                    organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en
                                    rechtmatige verantwoording mogelijk maken;</al></li></lijst><al>waarbij de nadere regels in hoofdstuk 5 van het Waterschapsbesluit in
                            acht worden genomen;</al><al>b. accountant: </al><al> de door het algemeen bestuur benoemde accountant die voldoet aan het in
                            artikel 109, tweede lid van de Waterschapswet opgenomen criterium en die
                            is belast met de zojuist onder a omschreven accountantscontrole;</al><al>c. administratie: </al><al> het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens
                            alsmede het verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                            functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van
                            het waterschap en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet
                            worden afgelegd;</al><al>f. financieel beheer: </al><al> het totaal van de activiteiten die er voor zorgen dat de uitvoering van
                            het in de begroting opgenomen, vastgestelde beleid volgens de gestelde
                            plannen en doelen en binnen de gestelde kaders plaatsvindt en dat de
                            financiële positie daarmee in overeenstemming is;</al><al>g. rechtmatigheid </al><al> de mate waarin in overeenstemming met geldende wet- en regelgeving,
                            waaronder waterschapsverordeningen alsmede besluiten van algemeen en
                            dagelijks bestuur, wordt gehandeld;</al><al>h. rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole (synoniem:
                            financiële rechtmatigheid): </al><al> de mate waarin het tot stand komen van de financiële beheershandelingen
                            en de vastlegging daarvan en voor zover deze beheershandelingen leiden
                            tot baten, lasten en balansmutaties die in de jaarrekening worden
                            verantwoord in overeenstemming zijn met de relevante wet- en
                            regelgeving, zoals bedoeld in het Waterschapsbesluit;</al><al>i. deelverantwoording: </al><al> een in opdracht van het algemeen bestuur opgestelde verantwoording van
                            een deel van de organisatie van het waterschap.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>(verbijzonderde interne controle)</titel></kop><al>1. Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat ten behoeve van het getrouwe
                            beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de daarin opgenomen
                            baten, lasten en balansmutaties een jaarlijkse interne toetsing
                            plaatsvindt.</al><al>2. Bij afwijkingen die tijdens de in het eerste lid bedoelde toetsing
                            worden gevonden neemt het dagelijks bestuur tijdig maatregelen tot
                            herstel.</al><al>3. Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat de registratie en de
                            ontwikkeling van de bezittingen, schulden en het vermogen van het
                            waterschap systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                            waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                            (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en de
                            (crediteuren-)schulden jaarlijks worden gecontroleerd en
                            registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 3
                            jaar.</al><al>4. Bij afwijkingen in de registratie zoals bedoeld in het derde lid
                            neemt het dagelijks bestuur tijdig maatregelen voor herstel van de
                            tekortkomingen.</al><al>5. De resultaten van de controle en eventuele maatregelen tot herstel
                            zoals bedoeld in het voorgaande deel van dit artikel worden ter
                            kennisneming aan het algemeen bestuur aangeboden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>(aanbesteding accountantscontrole)</titel></kop><al>1. De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door het algemeen
                            bestuur te benoemen accountant.</al><al>2. Het dagelijks bestuur bereidt in overleg met het algemeen bestuur de
                            aanbesteding van de accountantscontrole voor.</al><al>3. Het algemeen bestuur stelt voor de aanbesteding van de
                            accountantscontrole het programma van eisen vast. In het programma van
                            eisen worden voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>de toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende
                                    rapporteringstoleranties) bij de controle van de
                                    jaarrekening;</al></li><li nr="b."><al>de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe
                                    te passen omvangsbases en goedkeuringstoleranties (en afwijkende
                                    rapporteringstoleranties);</al></li><li nr="c."><al>de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen;</al></li><li nr="d."><al>de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse
                                    controles;</al></li><li nr="e."><al>de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende
                                    tussentijdse rapportering.</al></li></lijst><al>4. In geval van aanbesteding van de accountantscontrole op grond van
                            Europese of Nederlandse wetgeving stelt het algemeen bestuur voor de
                            selectie van de accountant de selectiecriteria en per selectiecriterium
                            de bijbehorende weging vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>(protocol accountantscontrole)</titel></kop><al>1. Voorafgaande aan de accountantscontrole van de jaarrekening legt het
                            algemeen bestuur in het ‘controleprotocol’ in ieder geval vast wat de
                            reikwijdte van het interne rechtmatigheidtraject is en wat de rol van de
                            accountant ten aanzien van rechtmatigheid is.</al><al>2. Het controleprotocol bevat in ieder geval:</al><al>1. de regelgeving die in het kader van het rechtmatigheidtraject in
                            beschouwing moet worden genomen (het normenkader);</al><al>2. de rechtmatigheidcriteria die in beschouwing worden genomen;</al><al>3. de aspecten die binnen het voorwaardencriterium in beschouwing worden
                            genomen;</al><al>4. de goedkeuringstoleranties die worden gehanteerd;</al><al>5. de rapporteringstoleranties die worden gehanteerd;</al><al>6. de looptijd van het controleprotocol;</al><al>7. de eventuele posten van de jaarrekening, posten van
                            deelverantwoordingen en programma’s, waaraan de accountant bij zijn
                            controle specifiek aandacht dient te besteden.</al><al>3. In die gevallen waarin de interne wet- en regelgeving, zoals die is
                            opgenomen in het normenkader niet voorziet, dan wel
                            (interpretatie)ruimte laat, is het dagelijks bestuur bevoegd om
                            beslissingen te nemen. Wanneer het dagelijks bestuur van deze
                            bevoegdheid gebruik maakt legt het hierover verantwoording af in het
                            jaarverslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>(informatieverstrekking door het dagelijks
                                bestuur)</titel></kop><al>1. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de samenstelling van
                            de jaarrekening conform de geldende interne en externe wet- en
                            regelgeving en overlegt deze aan de accountant voor controle.</al><al>2. Het dagelijks bestuur zorgt er voor dat alle aan de jaarrekening ten
                            grondslag liggende verordeningen, nota’s, besluiten,
                            deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten,
                            berekeningen e.d. voor de accountant ter inzage liggen en goed
                            toegankelijk zijn.</al><al>3. Het dagelijks bestuur overlegt de gecontroleerde jaarrekening
                            overeenkomstig het daarover bepaalde in de ‘Verordening beleids- en
                            verantwoordingsfunctie Hoogheemraadschap van Rijnland aan het algemeen
                            bestuur.</al><al>4. Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor
                            behandeling van de jaarrekening in het algemeen bestuur beschikbaar komt
                            en die van invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt
                            terstond door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur en de
                            accountant gemeld.</al><al>5. Bij de jaarrekening bevestigt het dagelijks bestuur schriftelijk aan
                            de accountant, dat alle hem bekende informatie van belang voor de
                            oordeelsvorming van de accountant is ver-strekt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>(inrichting accountantscontrole)</titel></kop><al>1. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de
                            wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en
                            de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.</al><al>2. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de
                            frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de
                            controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren.</al><al>3. Ter bevordering van een doelmatige en doeltreffende
                            accountantscontrole vindt periodiek (minimaal twee keer per jaar)
                            (afstemmings)overleg plaats tussen de accountant en vertegenwoordigers
                            van het algemeen en dagelijks bestuur alsmede van de organisatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>(toegang tot informatie)</titel></kop><al>1. De accountant is bevoegd tot het opnemen van alle kassen,
                            waardepapieren en voorraden en het inzien van alle boeken, notulen,
                            brieven, computerbestanden en overige bescheiden, waarvan hij inzage
                            voor de accountantscontrole nodig oordeelt. Het dagelijks bestuur zorgt
                            er voor dat de accountant voor de uitvoering van zijn
                            controlewerkzaamheden een onbelemmerde toegang heeft tot alle kantoren,
                            magazijnen, werkplaatsen, terreinen en informatiedragers van
                            Rijnland.</al><al>2. De accountant is bevoegd om van alle bestuurders en ambtenaren
                            mondelinge en schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen
                            die hij voor de uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het
                            dagelijks bestuur zorgt er voor dat de desbetreffende ambtenaren hieraan
                            hun medewerking verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>(overige controles en opdrachten)</titel></kop><al>1. Het dagelijks bestuur kan de door het algemeen bestuur benoemde
                            accountant opdracht geven tot het uitvoeren van specifieke werkzaamheden
                            met betrekking tot de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                            doeltreffendheid voor zover de onafhankelijkheid van de accountant
                            daarmee niet in het geding komt. Het dagelijks bestuur informeert het
                            algemeen bestuur vooraf over deze aan de accountant te verstrekken
                            opdrachten.</al><al>2. Het dagelijks bestuur is voor de controle van de rechtmatige
                            besteding van subsidies bevoegd de opdracht te verlenen aan een andere
                            dan de door het algemeen bestuur benoemde accountant, indien dit in het
                            belang van het waterschap is.</al><al>3. Indien een deel van de eisen die gelden voor de controle van de
                            verantwoording aan derden moet worden uitgevoerd door een accountant, is
                            het dagelijks bestuur bevoegd hiervoor de opdracht verlenen aan een
                            andere dan de door het algemeen bestuur benoemde accountant, indien dit
                            in het belang van Rijnland is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>(rapportering)</titel></kop><al>1. Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die
                            leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij
                            deze terstond schriftelijk aan het dagelijks bestuur en vraagt hij het
                            dagelijks bestuur daarop te reageren. Indien de accountant na het
                            overleg met het dagelijks bestuur daarover de mening blijft toegedaan
                            dat de geconstateerde afwijkingen leiden tot het niet afgeven van een
                            goedkeurende verklaring, meldt hij dit aan het algemeen bestuur en
                            vermeldt hij daarbij de reactie van het dagelijks bestuur.</al><al>2. In aanvulling op het in de Waterschapswet voorgeschreven verslag van
                            bevindingen brengt de accountant over de door hem uitgevoerde
                            (deel)controles verslag uit aan de directie over zijn bevindingen die
                            niet van bestuurlijk belang zijn.</al><al>3. De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen worden voor
                            verzending aan het algemeen bestuur door de accountant aan het dagelijks
                            bestuur voorgelegd, waarbij het dagelijks bestuur de mogelijkheid heeft
                            om op deze stukken te reageren.</al><al>4. De accountant zendt zijn verklaring bij de jaarrekening en zijn
                            verslag van bevindingen aan het algemeen bestuur.</al><al>5. De accountant bespreekt voorafgaand aan de behandeling door het
                            algemeen bestuur van de jaarverslaggeving de accountantsverklaring en
                            het verslag van bevindingen met (een voor dit doel door het algemeen
                            bestuur ingestelde vertegenwoordiging van) het algemeen bestuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>(inwerkingtreding)</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van het begrotingsjaar
                            2009, met dien verstande dat zij van toepassing is op de
                            accountantscontrole van de jaarrekening (en deelverantwoordingen) vanaf
                            het begrotingsjaar 2009.</al><al>2. De controleverordening (vorige verordening ex artikel 109), die is
                            vastgesteld bij besluit van 23 maart 2005 vervalt, met dien verstande
                            dat zij van kracht blijft ten aanzien van de begrotingsjaren tot en met
                            2008.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>(citeertitel)</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Controleverordening
                            Hoogheemraadschap van Rijnland’.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur op 5
                            november 2008.</ondertekening><ondertekening>De Verenigde Vergadering voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de voorzitter, G.J. Doornbos </ondertekening><ondertekening>de secretaris, Ir. A. Haitjema</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting verordening artikel 109 Waterschapswet</titel></kop><divisie><kop><titel>Algemeen</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>1. Kader en opbouw van het algemeen deel van deze
                                    toelichting</titel></kop><al>Op grond van artikel 109 van de Waterschapswet moet ieder algemeen
                                bestuur een ‘controleverordening’ vaststellen die voldoet aan de
                                eisen die dat artikel stelt. Het artikel luidt:</al><al>1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de
                                controle op het financiële beheer en op de inrichting van de
                                financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de
                                rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de
                                financiële organisatie wordt getoetst.</al><al>2. Het algemeen bestuur wijst een of meer accountants aan als
                                bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk
                                Wetboek, belast met de controle van de in artikel 103 bedoelde
                                jaarrekening en het daarbij verstrekken van een
                                accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van
                                bevindingen.</al><al>3. De accountantsverklaring geeft op grond van de uitgevoerde
                                controle aan of:</al><lijst><li nr="a."><al>de jaarrekening een getrouw beeld geeft van zowel de baten
                                        en lasten als de grootte en samenstelling van het
                                        vermogen;</al></li><li nr="b."><al>de baten en lasten, alsmede de balansmutaties rechtmatig tot
                                        stand zijn gekomen;</al></li><li nr="c."><al>de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bij
                                        of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen
                                        regels, bedoeld in artikel 98a, en </al></li><li nr="d."><al>het jaarverslag met de jaarrekening verenigbaar is. </al></li></lijst><al>4. Het verslag van bevindingen bevat in ieder geval bevindingen
                                over:</al><lijst><li nr="a."><al>de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van
                                        de financiële organisatie een getrouwe en rechtmatige
                                        verantwoording mogelijk maken, en</al></li><li nr="b."><al>onrechtmatigheden in de jaarrekening. </al></li></lijst><al>5. De accountant zendt de accountantsverklaring en het verslag van
                                bevindingen aan het algemeen bestuur en een afschrift daarvan aan
                                het dagelijks bestuur.</al><al>6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
                                gesteld met betrekking tot de reikwijdte van en de verslaglegging
                                omtrent de accountantscontrole, bedoeld in het tweede lid.</al><al>De Wet modernisering waterschapsbestel brengt een wat scherpere
                                scheiding aan in de rolverdeling tussen het algemeen bestuur en het
                                dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur stelt kaders en het beleid
                                vast, het dagelijks bestuur voert het beleid uit en het algemeen
                                bestuur controleert de beleidsuitvoering door het dagelijks bestuur.
                                Ter ondersteuning van het algemeen bestuur bij het uitoefenen van
                                zijn controlerende taak is een aantal bepalingen in de wet rond de
                                opdracht aan de accountant aangescherpt. De belangrijkste
                                verandering is dat de accountantsverklaring niet langer meer alleen
                                een oordeel over het getrouwe beeld bevat, maar een oordeel over het
                                getrouwe beeld en de rechtmatigheid samen. Bovendien is nu veel
                                explicieter bepaald dat de opdracht voor de accountantscontrole
                                wordt verstrekt door het algemeen bestuur en niet meer door het
                                dagelijks bestuur. Het artikel benadrukt dat het algemeen bestuur de
                                accountant aanwijst; dit kan niet worden gedelegeerd aan het
                                dagelijks bestuur. Een andere verandering is dat in het vijfde lid
                                van artikel 109 expliciet is opgenomen dat de accountantsverklaring
                                en het verslag van bevindingen direct door de controlerend
                                accountant aan het algemeen bestuur worden aangeboden. Voorts is het
                                het algemeen bestuur dat, binnen de wettelijke kaders, bepaalt wat
                                de opdracht aan de accountant is. Dit is nader geregeld in het
                                Waterschapsbesluit.</al><al>Een laatste verandering is dat de controle van de doelmatigheid geen
                                onderdeel meer uitmaakt van de accountantscontrole. Opmerkingen en
                                constateringen ter zake hoeven niet meer in het rapport van
                                bevindingen te worden opgenomen, zoals in de oude situatie nog wel
                                het geval was. De controle op doelmatigheid is dan ook geen taak
                                meer van de accountant, maar wordt door het algemeen bestuur zelf
                                uitgevoerd, mede op basis van de interne onderzoeken naar
                                doelmatigheid en doeltreffendheid van het dagelijks bestuur (op
                                grond van het nieuwe artikel 109a) en eventueel het onderzoek door
                                de rekenkamer(functie).</al><al>Vanaf het verslagjaar 2009 bevat de accountantsverklaring dus een
                                oordeel over het getrouwe beeld én de rechtmatigheid. Een
                                getrouwbeeldverklaring houdt in dat wordt aangegeven in hoeverre de
                                uitkomsten van het gevoerde financieel beheer getrouw in de
                                jaarrekening zijn weergegeven, waarbij rekening wordt gehouden met
                                het doel waarvoor de verantwoording is opgesteld. De doelstellingen
                                moeten worden afgestemd op de belanghebbenden, in dit geval het
                                algemeen bestuur. Een getrouw beeld impliceert dat de jaarrekening
                                geen zodanige fouten en/of onzekerheden bevat dat het oordeel van de
                                gebruiker beïnvloed wordt. Het begrip ‘getrouw beeld’ komt uit Boek
                                2 van het Burgerlijk Wetboek titel 9, waarin de wettelijke vereisten
                                zijn opgenomen die aan een jaarrekening worden gesteld. Daarbij
                                wordt gerefereerd aan het getrouwe beeld van vermogen en resultaat.
                                In het Waterschapsbesluit is dit begrip gekoppeld aan de financiële
                                positie alsmede de baten, lasten en balansmutaties. Een
                                getrouwbeeldverklaring is niet nieuw en daarom wordt hierop in deze
                                toelichting niet verder ingegaan.</al><al>Het begrip controle is het centrale begrip van artikel 109 en dus
                                ook van de verordening die dit artikel verder invult voor
                                individuele waterschappen. Het gaat hierbij niet alleen om de
                                externe controle door de accountant, maar zeker ook om de interne
                                controle binnen de eigen organisatie. Deze interne controle kan weer
                                worden onderscheiden in de controle die een onlosmakelijk onderdeel
                                is van de administratieve organisatie en de verbijzonderde interne
                                controle. Deze laatste vorm van controle bestaat uit specifieke
                                onderzoeken, vaak uitgevoerd door specifieke interne
                                controlemedewerkers of auditoren, waarin wordt nagegaan of de
                                administratieve organisatie en de daarvan uitmakende, reguliere
                                interne controlemaatregelen goed werken en goed worden nageleefd. In
                                paragraaf 2 van deze toelichting wordt nader op het begrip controle
                                ingegaan</al><al>Het tweede deel van het eerste lid van artikel 109 geeft aan dat de
                                toetsing van de rechtmatigheid, oftewel van het voldoen aan externe
                                en interne regels, een belangrijk aspect van de controle is. Eén van
                                de twaalf wijzigingen op het terrein van de transparantie en
                                verantwoording die de Wet modernisering waterschapsbestel in de
                                Waterschapswet aanbrengt heeft betrekking op de extra aandacht die
                                de wet vraagt voor deze rechtmatigheid. Als gevolg van deze
                                wijziging dienen zowel Rijnland zelf als zijn accountant zich
                                intensiever te richten op rechtmatigheid. In de eerste plaats zal
                                Rijnland zelf intern meer waarborgen moeten treffen dat rechtmatig
                                wordt gehandeld. In de tweede plaats gaat de accountant, als
                                onderdeel van zijn verklaring bij de jaarrekening, een
                                gekwantificeerd oordeel over de rechtmatigheid geven. Vanaf
                                verslagjaar 2009 bevat de accountantsverklaring dan ook een oordeel
                                over het getrouwe beeld én over de rechtmatigheid. Rechtmatigheid
                                als onderdeel van de accountantsverklaring is nieuw en anders dan
                                het oordeel over het getrouwe beeld. Overigens werd de
                                rechtmatigheid ook al vóór de ‘wet modernisering’ gecontroleerd,
                                maar de accountant ging daarop alleen in het verslag van bevindingen
                                in. In paragraaf 3 van deze toelichting wordt nader op
                                rechtmatigheid ingegaan. Daarbij wordt ook ingegaan op de
                                verantwoordelijkheden van de diverse betrokken partijen. In
                                hoofdlijnen komt de verantwoordelijkheidsverdeling neer op het
                                volgende:</al><lijst><li nr="•"><al>het algemeen bestuur stelt de kaders voor de rechtmatigheid
                                        en de controle daarop. Voorts stelt dit bestuur zelf regels
                                        op basis van zijn verordenende bevoegdheid. Het algemeen
                                        bestuur formuleert de opdracht aan de accountant en kan
                                        aanvullende controle-eisen stellen (aanvullend op de
                                        wettelijke minimumeisen). Als opdrachtgever ontvangt het
                                        algemeen bestuur de rapportage van de accountant aan het
                                        algemeen bestuur;</al></li><li nr="•"><al>het dagelijks bestuur is, op grond van zijn bevoegdheid om
                                        het beleid van het algemeen bestuur uit te voeren, primair
                                        verantwoordelijk voor de naleving van relevante wet- en
                                        regelgeving;</al></li><li nr="•"><al>de accountant is verantwoordelijk voor de uitvoering van de
                                        controle in overeenstemming met de vaktechnische
                                        randvoorwaarden. De accountant zal toetsen of wet- en
                                        regelgeving door het waterschap in acht zijn genomen en
                                        hierover aan het algemeen bestuur rapporteren.</al></li></lijst><al>Het voldoen aan de rechtmatigheidsbepalingen van de wet zal een
                                grote inspanning van Rijnland vragen, terwijl er een afbreukrisico
                                in de vorm van niet-goedkeurende accountantsverklaringen en
                                negatieve publiciteit is.</al><al>In het Waterschapsbesluit zijn de minimumeisen vastgelegd, waarbij
                                belangrijke begrippen zijn ‘goedkeuringstoleranties’ en
                                ‘rapporteringstoleranties’. In paragraaf 4 worden deze begrippen
                                uitgelegd.</al><al>Het is belangrijk dat expliciet wordt gemaakt welke opdracht het
                                algemeen bestuur aan de accountant geeft. In paragraaf 6wordt
                                ingegaan op het onderscheid tussen de controleverordening en de
                                opdracht aan de accountant. Voorts wordt ingegaan op het tot stand
                                brengen van de overeenkomst met een accountant. In de meeste
                                waterschappen wordt de overeenkomst voor enkele jaren aangegaan en
                                wordt de dienst aanbesteed.</al></divisie><divisie><kop><titel>2. Controle</titel></kop><al>Zoals al eerder is aangegeven, is het begrip controle het
                                    centrale begrip van deze verordening. Een algemene omschrijving
                                    hiervan is: 'het deskundig en kritisch toetsen van
                                    verschijnselen aan gestelde normen, waarbij beoordeeld wordt in
                                    hoeverre de getoetste verschijnselen aan deze normen voldoen'.
                                    Het is van belang op voorhand te stellen dat controle niet
                                    primair plaatsvindt uit wantrouwen ten opzichte van de
                                    gecontroleerde, maar juist om hem èn degene voor wie de controle
                                    wordt uitgevoerd een waarborg te verschaffen dat het
                                    gecontroleerde voldoet aan de gestelde normen. Bij Rijnland is
                                    controle op het financieel beheer extra belangrijk, omdat zij
                                    omgaan met gemeenschapsgeld dat belastingplichtigen in goed
                                    vertrouwen aan hen beschikbaar hebben gesteld.</al><al>Er kan onderscheid worden gemaakt in interne en externe
                                    controle.</al><al id="anker-H78642_0_1_2_1_">Interne controle</al><al>Controle is één van de rollen die het algemeen bestuur binnen
                                    het waterschap in de praktijk brengt. Het algemeen bestuur ziet
                                    toe op de beleidsuitvoering en gaat na of het dagelijks bestuur
                                    hierbij voldoende doeltreffend, doelmatig en rechtmatig is
                                    geweest. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de
                                    beleidsuitvoering en zal er door middel van het tot stand
                                    brengen van een goede organisatie en een daarbinnen aangebrachte
                                    adequate administratieve organisatie voor moeten zorgen dat bij
                                    de beleidsuitvoering doeltreffend, doelmatig en rechtmatig wordt
                                    gewerkt.</al><al>Bij Rijnland wordt onder interne controle verstaan: de controle
                                    die in opdracht en ten dienste van het dagelijks bestuur door
                                    eigen functionarissen van Rijnland gebeurt om de verantwoording
                                    voor de beleidsuitvoering en de administratieve verwerking
                                    daarvan overeenkomstig de doelstellingen en regels te kunnen
                                    dragen. Het doel van de interne controle is het verkrijgen van
                                    zekerheid over de rechtmatigheid, doeltreffendheid en
                                    doelmatigheid van handelingen en werkzaamheden. Met de interne
                                    controle zal het dagelijks bestuur de kans op ondoeltreffend-,
                                    ondoelmatig- en onrechtmatigheden moeten beperken. Een goede
                                    interne controle wordt vooral tot stand gebracht door een goede
                                    organisatie en daarbinnen een juiste regeling van de
                                    administratieve organisatie van het financieel beheer. De
                                    interne controle is er dan vooral op gericht om in elke
                                    handeling of werkzaamheid een controlerend element te leggen,
                                    zodat daarmee direct of indirect controle wordt uitgeoefend. De
                                    uitoefening van deze controle verzekert een juiste
                                    verslaglegging in de administratie en een objectieve
                                    berichtgeving. De basisgegevens in de administratie en de
                                    verwerking daarvan vormen het uitgangspunt voor het nemen van
                                    veel beslissingen en voor het uitoefenen van controle op het
                                    waterschapsgebeuren. Gelet hierop moet de interne controle in
                                    beginsel overal aanwezig zijn, niet zozeer in de vorm van een
                                    speciaal daarvoor aangewezen functionaris die op elke handeling
                                    toeziet, maar juist in de handeling zelf.</al><al>De basis voor deze vorm van interne controle, als onlosmakelijk
                                    onderdeel van de administratieve organisatie dus, ligt niet in
                                    deze verordening vast, maar in de verordening die het waterschap
                                    op grond van artikel 108 van de Waterschapswet moet vaststellen.
                                    Maatregelen die op grond van deze verordening genomen worden
                                    teneinde een gedegen interne controle tot stand te brengen zijn
                                    onder andere:</al><lijst><li nr="•"><al>functiescheiding tussen het beheer, de administratie en
                                            de bewaring van gelden;</al></li><li nr="•"><al>verantwoord ontworpen procedures;</al></li><li nr="•"><al>duidelijke en vastgelegde afspraken over het mogen
                                            aangaan van verplichtingen ten laste van toegekende
                                            budgetten en investeringskredieten;</al></li><li nr="•"><al>maatregelen ter voorkoming en bestrijding van misbruik
                                            en oneigenlijk gebruik van financiële mogelijkheden die
                                            het waterschap biedt.</al></li></lijst><al>Naast de interne controle die een onlosmakelijk onderdeel is van
                                    de administratieve organisatie, bestaat er de zogenaamde
                                    verbijzonderde interne controle. Deze vorm van controle bestaat
                                    uit specifieke onderzoeken, vaak uitgevoerd door specifieke
                                    interne controlemedewerkers of auditoren, waarmee wordt nagegaan
                                    of de administratieve organisatie en de daarvan uitmakende,
                                    reguliere interne controlemaatregelen goed werken en goed worden
                                    nageleefd. De verbijzonderde interne controle komt wel in deze
                                    verordening aan de orde, conform de eis die het eerste lid van
                                    artikel 109 van de Waterschapswet stelt.</al><al>Een goede ´totale interne controle´ is een voorwaarde voor de
                                    uitoefening van de externe controle.</al><al id="anker-H78642_0_1_2_2_">Externe controle</al><al>Deze verordening is met name gericht op de externe controle. Het
                                    begrip 'externe controle' wordt wel omschreven als: het
                                    zelfstandig, onafhankelijk van de te controleren personen en
                                    organen, door een deskundige onderzoeken van de formele en
                                    materiële juistheid van het financieel beheer. De externe
                                    controle heeft twee functies, namelijk een signalerende en een
                                    certificerende functie.</al><al>De signalerende functie van de externe controle betreft het
                                    opsporen en aangeven van onjuistheden, onvolkomenheden en
                                    ontwikkelingen in het financieel beheer. Het doel van deze
                                    functie is uiteindelijk het aanbrengen van bijsturing en (waar
                                    nodig) verbetering van het financieel beheer.</al><al>De certificerende functie (certificeren = officieel, op ambtseed
                                    verklaren) omvat de oordeelsvorming omtrent de getrouwheid en de
                                    rechtmatigheid van de verantwoording. Deze mondt uit in de
                                    accountantsverklaring, die aangeeft of de in de verantwoording
                                    (jaarrekening) vervatte informatie juist, volledig en geschikt
                                    tot oordeelsvorming is en of de beheershandelingen die ten
                                    grondslag liggen aan de financiële feiten uit de verslaggeving
                                    in overeenstemming met de daarvoor geldende regelgeving tot
                                    stand zijn gekomen. De accountantsverklaring is niet alleen
                                    binnen de organisatie van belang maar ook naar buiten toe, met
                                    name tegenover allen die belang hebben bij het beheer van de
                                    betreffende organisatie. De certificerende functie van de
                                    externe controle is dan ook voor een deel van maatschappelijke
                                    aard.</al><al>De inhoud en het doel van de externe controle brengen met zich
                                    mee dat dit zelfstandig en onafhankelijk van te controleren
                                    huishouding en haar organen, en derhalve door externe
                                    controleurs, gebeurt. Uiteraard dienen de externe controleurs
                                    aan bepaalde eisen van deskundigheid te voldoen. In artikel 109
                                    van de Waterschapswet wordt bepaald dat de externe controle bij
                                    waterschappen slechts door accountants mogen worden uitgevoerd
                                    die voldoen aan datgene wat artikel 393, eerste lid, van Boek 2
                                    van het Burgerlijk Wetboek vereist. Deze bepaling waarborgt de
                                    deskundigheid van de externe controleur(s).</al><al>Relevant is nog dat gedeputeerde staten krachtens artikel 109c
                                    van de Waterschapswet de bevoegdheid hebben om, naast de externe
                                    controle door de accountant van het waterschap, in daartoe
                                    aanleiding gevende gevallen zelf een onderzoek naar het beheer
                                    en de inrichting van de financiële organisatie in te stellen.
                                    Gedeputeerde Staten zouden bijvoorbeeld van deze bevoegdheid
                                    gebruik kunnen maken bij het klaarblijkelijk falen van de
                                    externe controle of in het geval van vermoedens van fraude. Het
                                    spreekt voor zich dat gedeputeerde staten slechts in
                                    uitzonderingsgevallen van deze bevoegdheid gebruik zullen
                                    maken.</al></divisie><divisie><kop><titel>3. Rechtmatigheid</titel></kop><al>Het extra accent op rechtmatigheid en de controle daarvan dat de
                                    nieuwe Waterschapswet legt, uit zich in de eerste plaats in
                                    artikel 108. Nieuw is dat het algemeen bestuur via de in dit
                                    artikel genoemde verordening moet regelen dat er in het beleid,
                                    in het beheer en in de inrichting van de (administratieve)
                                    organisatie waarborgen worden opgenomen die zorgen dat aan de
                                    eisen van rechtmatigheid wordt voldaan. Met deze wijziging wordt
                                    nadrukkelijker aangegeven dat rechtmatigheid eerst en vooral de
                                    eigen verantwoordelijkheid van Rijnland is. Ook artikel 109 gaat
                                    in op de rechtmatigheid en bepaalt allereerst dat
                                    rechtmatigheidcontrole een plaats moet krijgen in de
                                    verbijzonderde interne controle. Vervolgens geeft dit artikel
                                    het kader voor de opname van de rechtmatigheidcontrole in het
                                    werk van de accountant, hetgeen uiteindelijk leidt tot een
                                    oordeel over dit aspect in de accountantsverklaring bij de
                                    jaarrekening.</al><al>In deze paragraaf wordt een nadere toelichting gegeven op het
                                    begrip rechtmatigheid en de wijze waarop invulling kan worden
                                    gegeven aan de rechtmatigheideisen uit de wet.</al><al id="anker-H78642_0_1_3_3_">Begrippen</al><al>De definitie van het begrip rechtmatigheid is: ‘voldoen aan
                                    wettelijke kaders en regelgeving’. Hierbij gaat het niet alleen
                                    om zogenaamde externe regelgeving, zoals Europese en nationale
                                    wetgeving, maar ook om de eigen regels en kaders van het
                                    waterschap. Tot deze laatste groep behoren naast verordeningen,
                                    beleidsregels, interne afspraken e.d. ook zaken zoals de
                                    vastgestelde begroting en formele wijzigingen daarvan.</al><al>Rechtmatigheid is dus een breed begrip, dat alle regels omvat
                                    waaraan Rijnland zich moet houden. De Waterschapswet legt een
                                    specifiek accent bij een onderdeel van rechtmatigheid, namelijk
                                    ‘financiële rechtmatigheid’. Dit begrip omvat de vraag of de
                                    baten, lasten en de balansmutaties, zoals opgenomen in de
                                    jaarrekening, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Bij deze
                                    rechtmatigheid bestaat met name een sterke relatie met het
                                    financieel beheer alsmede de naleving van de
                                    verslaggevingsvoorschriften en de verordeningen op basis van de
                                    artikelen 108 en 109 van de Waterschapswet. Ook besluiten van
                                    het algemeen bestuur die dit orgaan uit hoofde van zijn
                                    kaderstellende rol neemt en die invloed hebben op financiële
                                    beheershandelingen vallen onder financiële rechtmatigheid. Het
                                    gaat immers om de rechtmatigheid van posten uit de jaarrekening.
                                    Het begrip ‘financiële rechtmatigheid’ wordt ook wel
                                    ‘rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole’
                                    genoemd.</al><al>Onrechtmatigheid is geen synoniem van fraude. Bij fraude wordt
                                    met opzet niet voldaan aan wetten en regels met doorgaans als
                                    doel er zelf beter van te worden. Onrechtmatigheid komt vaak
                                    voort uit onzorgvuldigheid, gebrek aan prioriteit of
                                    onwetendheid, waarbij er geen sprake is van er zelf van beter
                                    van worden. In het geval van fraude is altijd sprake van
                                    onrechtmatig handelen, terwijl onrechtmatigheid niet per
                                    definitie is gelijk te stellen aan fraude. </al><al id="anker-H78642_0_1_3_4_">Verantwoordelijkheden met betrekking
                                    tot rechtmatigheid</al><al>Binnen de rol die het algemeen bestuur van Rijnland vervult, kan
                                    onderscheid gemaakt worden in de aspecten beleidsbepaling,
                                    kaderstelling, controle, vertegenwoordiging en verantwoording.
                                    Het algemeen bestuur stelt het beleid vast en stelt kaders
                                    waarbinnen dit moet worden uitgevoerd. Het dagelijks bestuur
                                    voert het beleid uit en legt daarover verantwoording af aan het
                                    algemeen bestuur. Op basis van deze verantwoording kan het
                                    algemeen bestuur zijn controlerende taak uitoefenen. De
                                    mogelijkheden tot versterking van de controlerende taak van het
                                    algemeen bestuur komen op diverse plaatsen tot uiting in de
                                    nieuwe Waterschapswet. Zeker bij een veranderde rolverdeling
                                    tussen algemeen en dagelijks bestuur is het van belang dat er,
                                    mede met betrekking tot de rechtmatigheid, duidelijkheid is over
                                    de positie van de accountantscontrole in relatie tot elk van
                                    beide bestuursorganen. Een waterschap zou dit als volgt verder
                                    kunnen invullen.</al><al id="anker-H78642_0_1_3_5_">Algemeen bestuur</al><al>De wijzigingen van de Wet modernisering waterschapsbestel die
                                    betrekking hebben op de accountantscontrole, zijn mede met het
                                    oog op de versterking van de kaderstellende en controlerende
                                    rollen van het algemeen bestuur getroffen. Het algemeen bestuur
                                    is opdrachtgever voor de accountantscontrole en kan via de
                                    verordening op basis van artikel 109 de kaders voor de interne
                                    en externe controle bepalen. Het Waterschapsbesluit geeft op een
                                    aantal punten nadrukkelijk aan waar het algemeen bestuur extra
                                    eisen aan de accountantscontrole kan stellen (artikelen 5.2 en
                                    5.5). Het aspect ‘versterking van de controlerende rol van het
                                    algemeen bestuur’ wordt onder meer tot uitdrukking gebracht
                                    doordat de Waterschapswet bepaalt dat de accountant de
                                    accountantsverklaring en het verslag van bevindingen direct naar
                                    het algemeen bestuur in plaats van naar het dagelijks bestuur
                                    stuurt.</al><al id="anker-H78642_0_1_3_6_">Dagelijks bestuur</al><al>Het dagelijks bestuur is er primair verantwoordelijk voor dat
                                    bij de beleidsuitvoering relevante wet- en regelgeving wordt
                                    nageleefd, zodat onder andere de besteding en inning van het
                                    publieke geld waarmee Rijnland werkt rechtmatig gebeurt. Door
                                    middel van goede interne beheersmaatregelen zal het dagelijks
                                    bestuur de kans op onrechtmatigheden moeten beperken. Hieronder
                                    valt ook een toereikend beleid ter voorkoming en bestrijding van
                                    misbruik en oneigenlijk gebruik van financiële mogelijkheden die
                                    Rijnland biedt. De bedoelde interne beheersingsmaatregelen
                                    omvatten (aanpassingen van) de administratieve organisatie en
                                    daarin opgenomen maatregelen van interne controle (AO en IC).
                                    Wat betreft AO/IC zal het dagelijks bestuur zijn
                                    verantwoordelijkheid moeten nemen en het is dus niet zo dat dit
                                    bestuur er vanuit mag gaan dat de accountant de rechtmatigheid
                                    met zijn controle wel zal ‘afdekken’. In de praktijk is het
                                    gebruikelijk dat het dagelijks bestuur (of het management namens
                                    het dagelijks bestuur) door de accountant gevraagd wordt een
                                    schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening te verstrekken,
                                    waarin het dagelijks bestuur verklaart dat de baten, lasten en
                                    balansmutaties uit de jaarrekening rechtmatig tot stand zijn
                                    gekomen en getrouw zijn verantwoord alsmede dat alle relevante
                                    informatie aan de accountant is verstrekt. Hiermee bevestigt het
                                    dagelijks bestuur zijn verantwoordelijkheid voor de
                                    rechtmatigheid van de uitvoering en voor de getrouwheid van de
                                    verantwoording. Mochten er posten in de jaarrekening zijn die
                                    niet rechtmatig tot stand zijn gekomen, dan verdient het
                                    aanbeveling dat het dagelijks bestuur dit toelicht.</al><al id="anker-H78642_0_1_3_7_">De accountant</al><al>De zojuist genoemde bevestiging van het dagelijks bestuur doet
                                    niets af aan de verantwoordelijkheid van de accountant voor de
                                    uitvoering van de controle. De accountant zal toch met eigen
                                    ogen moeten controleren of ook naar zijn oordeel de
                                    beheershandelingen en transacties die ten grondslag liggen aan
                                    de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en
                                    balansmutaties rechtmatig zijn geweest en of de verantwoording
                                    getrouw is. De accountant verricht zijn werkzaamheden binnen het
                                    wettelijk kader van de Waterschapswet en het Waterschapsbesluit,
                                    in overeenstemming met de vaktechnische randvoorwaarden en
                                    binnen het kader van de opdracht die het algemeen bestuur hem
                                    heeft verleend.</al><al>Met een adequate AO/IC wordt ook de accountant geholpen om te
                                    komen tot zijn oordeel. In het algemeen kunnen in dat geval de
                                    aanvullende controlewerkzaamheden van de accountant worden
                                    beperkt. De accountantscontrole richt zich op de beoordeling van
                                    de opzet, het bestaan en de werking van het systeem van
                                    kwaliteitsborging ter uitvoering van de wet- en regelgeving,
                                    aangevuld met deelwaarnemingen (steekproeven). Hiermee zal de
                                    accountant toetsen of de wet- en regelgeving door het waterschap
                                    in acht is genomen. De verantwoordelijkheid van de accountant
                                    voor de controle veronderstelt dat hij algemene kennis van de
                                    van toepassing zijnde wet- en regelgeving heeft. De accountant
                                    is verantwoordelijk voor een degelijke en begrijpelijke
                                    onderbouwing van zijn oordeel over de jaarrekening in het
                                    verslag van bevindingen. Ook als hij een goedkeurende verklaring
                                    afgeeft, zal hij de zaken die hem zijn opgevallen en die hij van
                                    belang acht melden in het verslag van bevindingen aan het
                                    algemeen bestuur.</al><al id="anker-H78642_0_1_3_8_">Nadere uitwerking financiële
                                    rechtmatigheid</al><al>Zoals al aangegeven heeft het begrip ‘financiële rechtmatigheid’
                                    een beperktere strekking dan het juridische begrip
                                    rechtmatigheid en gaat het hierbij om de vraag of de baten,
                                    lasten en balansmutaties die in de jaarrekening zijn opgenomen
                                    rechtmatig tot stand zijn gekomen. Aangezien deze baten, lasten
                                    en balansmutaties een optelsom zijn van diverse financiële
                                    beheershandelingen (zoals het beslissen tot het toekennen van
                                    een subsidie, het betalen van rekeningen, het opleggen van een
                                    belastingaanslag, etc.) staan deze handelingen centraal bij de
                                    maatregelen die het waterschap treft en de toets die de
                                    accountant verricht; de handelingen moeten gebeuren volgens de
                                    regels die gelden. Een voorbeeld: subsidie mag alleen worden
                                    toegekend als er een subsidieregeling is en als de aanvrager
                                    voldoet aan de eisen die in deze regeling worden gesteld. Verder
                                    moeten alle financiële beheershandelingen niet alleen voldoen
                                    aan specifieke regels (bijvoorbeeld de subsidievoorschriften),
                                    maar moeten ze ook in overeenstemming zijn met ‘financiële
                                    regels’, zoals de verordeningen van het waterschap op basis van
                                    de artikelen 108 en 109 van de Waterschapswet. Tevens moet
                                    worden voldaan aan de Waterschapswet en de Bepalingen
                                    Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen uit het
                                    Waterschapsbesluit (BBVW). Een andere eis is dat alle uitkomsten
                                    van de handelingen van het financieel beheer worden vastgelegd
                                    in de administratie; het moet traceerbaar zijn welke subsidies
                                    zijn toegekend, wanneer betalingen hebben plaatsgevonden
                                    enzovoorts.</al><al id="anker-H78642_0_1_3_9_">Toetsing van de financiële
                                    rechtmatigheid</al><al>Er zijn negen criteria die een rol spelen bij de beoordeling van
                                    de vraag of de financiële beheershandelingen voldoen aan de van
                                    toepassing zijnde wettelijke regelingen, namelijk:</al><lijst><li nr="•"><al>calculatiecriterium: is het bedrag van de financiële
                                            stroom, gelet op de bepalingen van de regelgeving, juist
                                            vastgesteld?;</al></li><li nr="•"><al> valuteringscriterium: heeft de verantwoording op het
                                            juiste tijdstip plaatsgevonden?;</al></li><li nr="•"><al>volledigheidsciterium: zijn de inkomende financiële
                                            stromen (opbrengsten etc.) volledig?;</al></li><li nr="•"><al>adresseringscriterium: is de financiële stroom richting
                                            de juiste persoon/instantie gegaan?;</al></li><li nr="•"><al>aanvaardbaarheidscriterium: past een financiële
                                            beheershandeling binnen het kader van de activiteiten
                                            van een waterschap en is in relatie tot de prijs een
                                            aanvaardbare tegenprestatie overeengekomen?;</al></li><li nr="•"><al>leveringscriterium: is de overeengekomen tegenprestatie
                                            ontvangen?;</al></li><li nr="•"><al>voorwaardencriterium: wordt aan de voorwaarden uit wet-
                                            en regelgeving voldaan?;</al></li><li nr="•"><al>misbruik- en oneigenlijkgebruikscriterium: wordt geen
                                            misbruik en oneigenlijk gebruik van financiële
                                            mogelijkheden gemaakt?</al></li><li nr="•"><al>begrotingscriterium: passen de lasten, baten en
                                            balansmutaties binnen de door het algemeen bestuur
                                            vastgestelde begrotingskaders?;</al></li></lijst><al>De eerste zes criteria vallen al van oudsher onder de controle
                                    van het getrouwe beeld van de jaarrekening door de accountant.
                                    Nieuw is dat ook de laatste drie criteria gaan worden meegenomen
                                    in het gekwantificeerde oordeel dat de accountant gaat geven
                                    over de rechtmatigheid van de in de jaarrekening opgenomen
                                    kosten, opbrengsten en balansmutaties. De accountant gaat dus
                                    voortaan in zijn oordeel ook meewegen of met betrekking tot
                                    financiële beheershandelingen wordt voldaan aan in regelgeving
                                    vastgelegde voorwaarden voor het verkrijgen of verstrekken van
                                    gelden, of deze handelingen tot stand zijn gekomen binnen de
                                    geautoriseerde begroting en of door belanghebbenden verstrekte
                                    gegevens wel juist, tijdig en volledig zijn. De rechtmatigheid
                                    is dus uitgebreider dan de getrouwheid.</al><al id="anker-H78642_0_1_3_10_">Regelgeving die onder de
                                    rechtmatigheidcontrole valt</al><al>De wet- en regelgeving waaraan Rijnland moet voldoen kan worden
                                    onderscheiden in externe regelgeving, die voor het waterschap
                                    een gegeven is, en regels die het waterschap zelf heeft
                                    gesteld.</al><al>De externe regelgeving die tot het rechtmatigheidtraject van de
                                    nieuwe Waterschapswet moet worden gerekend is die regelgeving
                                    waarin eisen worden gesteld aan financiële beheershandelingen
                                    die leiden tot baten, lasten en balansmutaties.</al><al>De regelgeving van het waterschap zelf die tot het
                                    rechtmatigheidtraject moet worden gerekend omvat het
                                    volgende.</al><al>a. De eigen verordeningen en de kaderstellende besluiten van het
                                    algemeen bestuur die bepalingen bevatten die invloed hebben op
                                    financiële beheershandelingen. </al><al>De verordeningen mogen op zich niet buiten beschouwing worden
                                    gelaten bij de rechtmatigheidcontrole, maar het algemeen bestuur
                                    kan besluiten om bepaalde formele aspecten die wel zijn
                                    voorgeschreven, maar in de praktijk niet worden gebruikt, buiten
                                    de reikwijdte van de rechtmatigheidcontrole te houden. Het gaat
                                    dan om voorschriften die niet onmisbaar zijn voor een
                                    controleerbare rechtmatige afhandeling van financiële
                                    beheershandelingen, maar bijvoorbeeld wel nuttig zijn voor een
                                    efficiënte afhandeling. Voorbeelden zijn termijnen van orde en
                                    te gebruiken formulieren. De aspecten die buiten de
                                    rechtmatigheidcontrole worden gehouden moeten specifiek benoemd
                                    zijn en hierover moet een expliciet besluit door het algemeen
                                    bestuur worden genomen. </al><al>Kaderstellende bestuursbesluiten zijn alle besluiten die een
                                    uitwerking zijn van hogere regelgeving (extern en eigen
                                    verordeningen).</al><al>b. Overige procedures en richtlijnen waarvan het algemeen
                                    bestuur bepaalt dat zij als onderdeel van het traject moeten
                                    worden meegenomen.</al><al>Ten aanzien van besluiten van het dagelijks bestuur geldt als
                                    vuistregel dat ze in ieder geval in de controle van de
                                    rechtmatigheid worden betrokken voor zover ze een noodzakelijke
                                    (verplichte) uitwerking zijn van rijksregels of van regelgeving
                                    van het waterschap zelf die door het algemeen bestuur is
                                    vastgesteld; met andere woorden de eerder genoemde
                                    kaderstellende besluiten, maar nu die van het dagelijks bestuur.
                                    Indien in deze regelgeving de verplichting tot het opstellen en
                                    nemen van een besluit is opgenomen, zal de accountant alleen
                                    onderzoeken of dit besluit ook daadwerkelijk door het dagelijks
                                    bestuur is vastgesteld. Indien ook eisen aan de inhoud van het
                                    besluit zijn opgenomen wordt ook (alleen) gecontroleerd of het
                                    besluit van het dagelijks bestuur die bepalingen bevat.</al><al>Controle van de naleving van de kaderstellende besluiten van het
                                    dagelijks bestuur hoort dus niet standaard onder de
                                    accountantscontrole, maar hierop geldt wel een uitzondering voor
                                    wettelijk verplichte kaderstellende besluiten van het dagelijks
                                    bestuur waarbij is voorgeschreven dat een rechtmatigheidtoets
                                    moet worden uitgevoerd. Dit doet zich voor bij specifieke
                                        subsidies<cursief>.</cursief></al><al>Ook voorschriften die het dagelijks bestuur uitvaardigt en
                                    betrekking hebben op de relatie van dit bestuur met de
                                    medewerkers vallen niet direct onder het rechtmatigheidoordeel.
                                    Dit laat onverlet dat sommige besluiten, vooral betreffende
                                    delegatie en mandaat, invloed hebben op het financieel beheer.
                                    Deze besluiten kunnen daarom wel gevolgen hebben voor het
                                    getrouwe beeld. In die zin worden deze besluiten wel meegenomen
                                    met de accountantscontrole ten behoeve van de getrouwheid. Ook
                                    uitvoerende besluiten van het dagelijks bestuur vallen voor
                                    zover deze betrekking hebben op baten, lasten dan wel
                                    balansmutaties al onder de getrouwheidscontrole.</al><al>Het voorgaande geeft aan dat het algemeen bestuur bij het
                                    vaststellen van regelgeving ook mede de zwaarte van de interne
                                    borging van de rechtmatigheid en als afgeleide daarvan de
                                    reikwijdte van de rechtmatigheidcontrole door de accountant
                                    beïnvloedt. Bij het vaststellen van nieuwe regelgeving is van
                                    belang dat de afweging plaatsvindt of de regelgeving
                                    handhaafbaar en op doelmatige wijze controleerbaar is.
                                    Belangrijk is dat doeltreffendheid, doelmatigheid en naleving
                                    van de regelgeving in de organisatie kan worden geborgd. Door
                                    terughoudend om te gaan met het formuleren van nieuwe regels en
                                    met het verbinden van financiële consequenties aan het niet
                                    naleven ervan wordt de lastendruk van wet- en regelgeving
                                    verlicht. De komst van de rechtmatigheidcontrole heeft er bij
                                    gemeenten en provincies toe geleid dat veel organisaties hun
                                    regelgeving kritisch tegen het licht hebben gehouden. Hierbij
                                    kwam men nogal eens tot de conclusie dat er te veel geregeld
                                    was, waarna deregulerende maatregelen zijn genomen.</al><al>Met het voorgaande is op hoofdlijnen geschetst wat de nieuwe
                                    rechtmatigheideisen voor een waterschap betekenen. </al></divisie><divisie><kop><titel>4. Minimumeisen accountantscontrole</titel></kop><al>Theoretisch zou een accountant iedere financiële handeling die
                                    binnen een waterschap wordt verricht kunnen controleren, maar
                                    dan zouden de kosten van de accountantscontrole buitensporig
                                    hoog zijn. Daarom is de controle gericht op het ontdekken van
                                    belangrijke fouten. De accountant maakt hiervoor bij zijn
                                    controle onder meer gebruik van toleranties, risicoanalyse en
                                    statistische berekeningen. Daarmee wordt de kans beperkt dat de
                                    jaarrekening de gebruiker, met name het algemeen bestuur, op het
                                    verkeerde been zet en blijven tevens de controlewerkzaamheden
                                    betaalbaar. In het Waterschapsbesluit zijn de minimum eisen aan
                                    de accountantscontrole opgenomen. Daarbij wordt onderscheid
                                    gemaakt in twee begrippen die de marge voor controle en
                                    rapportering aangeven: de goedkeuringstolerantie en de
                                    rapporteringstolerantie. Deze toleranties gelden zowel voor het
                                    getrouwe beeld als voor de rechtmatigheid.</al><al id="anker-H78642_0_1_4_11_">Goedkeuringstolerantie</al><al>Een goedkeurende verklaring van de accountant geeft aan dat de
                                    jaarrekening geen fouten van materieel belang bevat. Dat
                                    betekent niet dat er in de verantwoording in het geheel geen
                                    afwijkingen van de gestelde eisen zijn. Deze afwijkingen kunnen
                                    echter slechts van gering belang zijn. Om dit oordeel te kunnen
                                    geven dient de accountant uit te gaan van een zogenaamde
                                    goedkeuringstolerantie, de fouten- en onzekerheidsmarge die de
                                    accountant hanteert.</al><al>De goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de som van de fouten
                                    c.q. onzekerheden aangeeft, die maximaal in een verantwoording
                                    mogen voorkomen, zonder dat de bruikbaarheid ervan voor de
                                    oordeelsvorming door de gebruikers wordt aangetast. In het
                                    verleden maakte een waterschap en zijn accountant bilateraal of
                                    geen afspraken over de hoogte van goedkeuringstolerantie. De
                                    beroeps- en/of kantoorregels van de accountant waren daarbij
                                    vaak leidend. Het Waterschapsbesluit garandeert nu een algemeen
                                    minimumniveau voor de controle. De bovengrens voor de
                                    goedkeuringstoleranties is gesteld op 1% van de totale lasten.
                                    Dit is een kwantitatief criterium, dat betrekking heeft op zowel
                                    getrouwheid als rechtmatigheid. Als de goedkeuringstoleranties
                                    niet worden overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende
                                    accountantsverklaring afgegeven. Als één der of beide
                                    goedkeuringstolerantie(s) worden overschreden zal geen
                                    goedkeurende accountantsverklaring, maar één van de drie andere
                                    hieronder aangegeven oordelen worden verstrekt door de
                                    accountant.</al><table><title>goedkeuringstolerantie accountants verklaring</title><tgroup cols="5"><colspec colname="C5" colnum="5"/><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><thead><row><entry><al><vet>Soort verklaring</vet></al></entry><entry><al><vet>goedkeurend</vet></al></entry><entry><al><vet>met beperking</vet></al></entry><entry><al><vet>oordeelonthouding</vet></al></entry><entry><al><vet>afkeurend</vet></al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al><vet>Fouten in de jaarrekening</vet></al><al><vet>(% van bruto-lasten)</vet></al></entry><entry><al>&lt;= 1%</al></entry><entry><al>&gt; 1% &lt; 3%</al></entry><entry><al>–</al></entry><entry><al>&gt;= 3%</al></entry></row><row><entry><al><vet>Onzekerheden in de controle</vet></al><al><vet>(% van bruto-lasten)</vet></al></entry><entry><al>&lt;= 3%</al></entry><entry><al>&gt; 3% &lt; 10%</al></entry><entry><al>&gt; = 10%</al></entry><entry><al>–</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De toleranties gelden voor het getrouwe beeld en de
                                    rechtmatigheid samen. Er is daarom sprake van één oordeel over
                                    twee aspecten. Een groot deel van de fouten en/of
                                    onrechtmatigheden hebben zowel invloed op de rechtmatigheid als
                                    op het getrouwe beeld: alle getrouwheidsfouten of onzekerheden
                                    zijn ook rechtmatigheidfouten of -onzekerheden. Echter niet alle
                                    rechtmatigheidfouten of onzekerheden zijn ook van invloed op het
                                    getrouwe beeld. Zo kan een opdracht verstrekt zijn die
                                    niet-Europees is aanbesteed terwijl dit wel had gemoeten. Dit is
                                    een fout in de rechtmatigheid. Indien in de jaarrekening wordt
                                    vermeld dat de procedure niet is gevolgd en de consequenties,
                                    als die er zijn, zijn vermeld, beïnvloedt deze fout het getrouwe
                                    beeld niet. Doordat niet alle rechtmatigheidfouten of
                                    onzekerheden het getrouwe beeld beïnvloeden, wordt in de
                                    accountantsverklaring afzonderlijk op de aspecten rechtmatigheid
                                    en getrouwheid ingegaan (bijvoorbeeld: goedkeurend voor getrouw
                                    beeld, maar met beperking voor de rechtmatigheid).</al><al>In artikel 5.3 van het Waterschapsbesluit is opgenomen dat de
                                    accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook kan besluiten
                                    dat er kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de
                                    goedkeuring wordt onthouden.</al><al>De accountantsverklaring is belangrijk voor het algemeen
                                    bestuur, omdat deze een rol speelt bij het oordeel over de wijze
                                    waarop het dagelijks bestuur het beleid en het daarmee
                                    samenhangende financieel beheer heeft uitgevoerd. De
                                    accountantsverklaring is vooral belangrijk voor het verlenen van
                                    décharge aan het dagelijks bestuur en voor het eventueel starten
                                    van een indemniteitsprocedure (zie daarvoor artikel 104 van de
                                    Waterschapswet).</al><al id="anker-H78642_0_1_4_12_">Rapporteringstolerantie</al><al>In de Waterschapswet staat dat de accountant behalve de
                                    accountantsverklaring ook een verslag van bevindingen opstelt.
                                    In dit verslag moet de accountant onder meer fouten in de
                                    jaarrekening en onzekerheden in de controle opnemen die geen
                                    invloed hebben op de strekking van de accountantsverklaring,
                                    maar die wel van zodanig belang zijn dat deze aan het algemeen
                                    bestuur moeten worden gerapporteerd. De marge die hierbij wordt
                                    gehanteerd wordt de ‘rapporteringstolerantie’ genoemd. Artikel
                                    5.5 van het Waterschapsbesluit geeft aan dat de
                                    rapporteringstolerantie maximaal de goedkeuringstolerantie is,
                                    maar dat het algemeen bestuur een strengere norm kan bepalen.
                                    Fouten of onzekerheden die de accountant constateert en die
                                    boven het bedrag van de rapporteringstolerantie liggen komen dan
                                    in het verslag van bevindingen. Een strengere norm heeft niet
                                    tot gevolg dat de accountant meer werkzaamheden gaat verrichten.
                                    Omdat bij een strengere norm meer zaken gerapporteerd worden dan
                                    die welke invloed hebben op een andere dan goedkeurende
                                    strekking van de accountantsverklaring en er daardoor meer zicht
                                    ontstaat op rechtmatigheid( en getrouwheid-)fouten, kan
                                    overwogen worden hiertoe over te gaan. Het algemeen bestuur zou
                                    hierover een expliciet besluit kunnen nemen. Een strengere
                                    rapporteringstolerantie hoeft niet voor de totale jaarrekening
                                    te worden bepaald, maar kan ook voor bepaalde onderdelen van de
                                    jaarrekening worden gekozen. Dit is in het bijzonder een optie
                                    als het algemeen bestuur aan bepaalde onderdelen meer belang
                                    hecht, bijvoorbeeld bestuurlijk gevoelige programma’s. Het
                                    verslag van bevindingen bevat dan naast bevindingen die van
                                    invloed zijn op de accountantsverklaring ook bevindingen die het
                                    oordeel niet hebben beïnvloed. </al></divisie><divisie><kop><titel>5. De opdracht aan de accountant</titel></kop><al>Het is belangrijk dat expliciet wordt gemaakt welke opdracht het
                                algemeen bestuur aan de accountant geeft, zeker als wordt besloten
                                tot afwijkende goedkeuringstolerantie(s) en/of specifieke
                                rapporteringstoleranties. </al><al>De opdracht aan de accountant staat los van de regels in de
                                controleverordening. De opdracht is namelijk een privaatrechtelijke
                                overeenkomst. De verordening artikel 109 behelst publiek recht en
                                bevat regels die het algemeen bestuur stelt voor het dagelijks
                                bestuur. In de verordening artikel 109 kan het algemeen bestuur
                                regels neerleggen voor de verplichtingen die het dagelijks bestuur
                                heeft ten opzichte van de accountant tijdens de accountantscontrole
                                en over de verplichtingen die het dagelijks bestuur heeft ten
                                opzichte van het algemeen bestuur over de accountantscontrole.
                                Daarnaast kan het algemeen bestuur in de verordening gedragsregels
                                voor zichzelf opnemen, zodat de verordening zekerheid voor het
                                dagelijks bestuur schept over datgene wat hij van het algemeen
                                bestuur mag verwachten.</al><al>De overeenkomst met de accountant wordt voor meerdere jaren
                                aangegaan. De dienst zal moeten worden aanbesteed en zal er vooraf
                                een programma van eisen moeten worden ontwikkeld. Hoewel de
                                aanwijzing van de accountant door het algemeen bestuur moet
                                gebeuren, zullen de werkzaamheden voor de aanbesteding worden
                                verricht door de medewerkers van het waterschap. De
                                controleverordening zal dan ook regels voor de aanbesteding moeten
                                bevatten. Gewaarborgd moet worden dat het algemeen bestuur de
                                goedkeuringstoleranties en rapporteringstoleranties voor het
                                programma van eisen vaststelt. Bij een aanbesteding op basis van
                                Europese of nationale wetgeving moet worden geregeld dat het
                                algemeen bestuur de selectiecriteria voor de keuze van de accountant
                                vaststelt.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de artikelen</titel></kop><divisie><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>Verschillende begrippen die in deze verordening zijn opgenomen, worden
                            ook gebruikt in de Waterschapswet en het Waterschapsbesluit. Uiteraard
                            zijn de definities die in die regelgeving zijn opgenomen ook van
                            toepassing op de begrippen uit dit besluit. Belangrijke andere begrippen
                            uit deze verordening worden in dit artikel van een definitie
                            voorzien.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Zoals al in het algemeen deel van deze toelichting is aangegeven, wordt
                            de interne controle vooral vormgegeven als onderdeel van de
                            administratieve organisatie. Voor een goede interne controle zijn echter
                            aanvullende onderzoeken nodig. In dit artikel legt het algemeen bestuur
                            daarom ‘bovenop’ de reguliere interne controle enkele basiscondities
                            vast voor de verbijzonderde interne controle. Daarmee verkrijgt het
                            algemeen bestuur een extra zekerheid dat het dagelijks bestuur aan de
                            eisen van getrouwheid en rechtmatigheid zal kunnen voldoen.</al><al>Voor een goed beeld van de financiële positie is een volledige
                            registratie van de bezittingen van Rijnland onontbeerlijk. Om te
                            garanderen dat de registratie actueel en juist is, wordt in het derde
                            lid het dagelijks bestuur opgedragen periodiek de registratie te
                            controleren en bij afwijkingen maatregelen tot herstel te treffen.
                            Daarbij wordt aangegeven met welke frequentie deze onderzoeken moeten
                            worden uitgevoerd Wat betreft de in het derde lid genoemde controle van
                            de registergoederen en bedrijfsmiddelen geldt dat in de praktijk
                            gebruikelijk is dat een roulerend controleschema wordt gehanteerd dat er
                            op is gebaseerd dat ieder goed c.q. bedrijfsmiddel eenmaal in de 3 jaar
                            wordt gecontroleerd. </al><al>Het tweede en vierde lid regelen dat het dagelijks bestuur op grond van
                            de uitkomsten van de onderzoeken bij tekortkomingen maatregelen tot
                            herstel treft. Het vijfde lid bepaalt dat het algemeen bestuur over de
                            uitkomsten van de onderzoeken en de eventuele maatregelen tot herstel op
                            de hoogte wordt gebracht. De onderzoeken die in dit artikel worden
                            bedoeld omvatten niet de interne onderzoeken van het dagelijks bestuur
                            naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur.
                            Regels voor deze interne onderzoeken kunnen worden opgenomen in de
                            verordening ex artikel 109a Waterschapswet. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Artikel 3 van de verordening regelt de opdrachtverlening van de
                            accountantscontrole van de jaarrekening van het waterschap. Na afloop
                            van ieder begrotingsjaar moet het dagelijks bestuur verantwoording
                            afleggen aan het algemeen bestuur over het gevoerde bestuur door
                            overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag. Voordat deze stukken
                            worden aangeboden, moet de jaarrekening door een bevoegd accountant[1]
                            zijn gecontroleerd. De accountant controleert de jaarrekening in
                            opdracht van het algemeen bestuur. Het is dan ook het algemeen bestuur
                            dat de accountant aanwijst. </al><al>Het tweede lid regelt dat het dagelijks bestuur verantwoordelijk is voor
                            de uitvoering van de aanbesteding van de accountantscontrole van de
                            jaarrekening, maar dat er vooraf overleg met het algemeen bestuur is
                            over de eisen waaraan de controle moet voldoen die dit bestuur stelt.
                            Het algemeen bestuur zou kunnen besluiten dat bij de voorbereiding en
                            uitvoering van de aanbesteding niet het gehele, maar een delegatie van
                            het algemeen bestuur betrokken is.</al><al>De eisen van het algemeen bestuur worden opgenomen in het programma van
                            eisen dat in het derde lid aan de orde komt. De kaders voor deze eisen
                            liggen vast in het onderdeel ‘accountantscontrole’ van het
                            Waterschapsbesluit, dat krachtens het zesde lid van artikel 109
                            Waterschapswet is vastgesteld. Zo bevat dit besluit onder andere regels
                            voor de goedkeuringstolerantie voor de accountantsverklaring en de
                            rapporteringstolerantie voor het verslag van bevindingen. Voor de
                            begrippen goedkeuringstolerantie en rapporteringstolerantie en de
                            mogelijkheden die het algemeen bestuur heeft, wordt verwezen naar de
                            algemene toelichting van deze verordening. In het derde lid wordt
                            invulling gegeven aan het gebruik van de mogelijkheden van het algemeen
                            bestuur tot de nadere bepaling van de toleranties. Ze moeten al bij de
                            aanbesteding van de accountantscontrole worden bepaald en zodoende
                            worden opgenomen in het programma van eisen. Daarnaast zijn onder dit
                            lid aanvullende zaken opgenomen over eisen die het algemeen bestuur kan
                            stellen aan de werkzaamheden van de accountant, zoals aanvullende
                            inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen en aanvullende extra
                            rapportages en controles.</al><al>Het kan voorkomen dat het bedrag dat is gemoeid met de
                            accountantscontrole van de jaarrekening zo hoog is, dat deze controle
                            conform de nationale en/of Europese aanbestedingsregels moet worden
                            aanbesteed. Dit hangt natuurlijk ook af van de contractsduur die met de
                            accountant wordt aangegaan. Bij een langere contractsduur zal de prijs
                            van het contract eveneens hoger zijn. Bij een aanbesteding zijn het de
                            selectiecriteria en de bijbehorende wegingsfactoren, die uiteindelijk de
                            selectie van de accountant voor de controle van jaarrekening bepalen.
                            Het algemeen bestuur is het bestuursorgaan dat de accountant aanwijst en
                            dat dus de selectiecriteria en de bijbehorende wegingsfactoren moet
                            vaststellen. Dit wordt geregeld in het vierde lid van artikel 3.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>In artikel 3 is de algemene opdracht aan de accountant aan de orde
                            geweest die bij het aangaan van het contract wordt overeengekomen. Omdat
                            er ieder jaar specifieke omstandigheden zullen zijn, wordt er daarnaast
                            in de regel, vlak voor het daadwerkelijk van start gaan van de
                            accountantscontrole, een aparte opdracht gegeven. Dit gebeurt door
                            middel van het ‘controleprotocol’. Dit is een document waarin het
                            algemeen bestuur niet alleen aangeeft wat de rol van de accountant
                            wordt, maar ook wat de reikwijdte van het interne rechtmatigheidtraject
                            is. Wat betreft het laatste kan het protocol zich bijvoorbeeld baseren
                            op de keuzes die zijn gemaakt om focus aan te brengen in het
                            rechtmatigheidtraject. Dan zouden hierin de volgende aspecten kunnen
                            worden opgenomen:</al><lijst><li nr="•"><al>normenkader beperkt zich wat de interne regelgeving betreft tot
                                    de door het algemeen bestuur vastgestelde verordeningen en
                                    daarin voorgeschreven nadere besluiten door algemeen en
                                    dagelijks bestuur, en waarbij voor besluiten van het dagelijks
                                    bestuur geldt dat alleen wordt getoetst of deze genomen zijn en
                                    of het besluit aan de eventueel daaraan gestelde nadere eisen
                                    voldoet; </al></li><li nr="•"><al>in het rechtmatigheidtraject krijgen alleen de drie nieuwe
                                    criteria expliciete aandacht: begrotingscriterium,
                                    voorwaardencriterium en misbruik- en
                                    oneigenlijkgebruikscriterium; </al></li><li nr="•"><al>de aspecten die binnen het voorwaardencriterium in beschouwing
                                    worden genomen worden beperkt tot hoogte, recht en duur; </al></li><li nr="•"><al>hanteren van de goedkeuringstolerantie die in het
                                    Waterschapsbesluit is opgenomen en niet over te gaan tot het
                                    zelf aanleggen van een strengere norm. </al></li></lijst><al>Het protocol is ook het aangewezen instrument als het algemeen bestuur
                            de behoefte heeft van jaar op jaar te willen vaststellen voor welke
                            onderdelen van de jaarrekening, onderdelen van deelverantwoordingen en
                            organisatie-onderdelen afwijkende eisen gelden.</al><al>In het controleprotocol kunnen ook de kaders worden vastgelegd voor de
                            beoordeling van de begrotingsrechtmatigheid en voor misbruik en
                            oneigenlijk gebruik. Ook afspraken over het verloop van de
                            accountantscontrole en eventueel uit te brengen tussentijdse rapportages
                            kunnen een plaats in het protocol krijgen. Het controleprotocol kan op
                            één jaar of op meerdere jaren betrekking hebben.</al><al>Het verdient aanbeveling dat het voorstel voor het controleprotocol,
                            voordat dit de bestuurlijke besluitvorming in gaat, wordt besproken met
                            de accountant. Omdat het algemeen bestuur opdrachtgever van de
                            accountantscontrole is, zal uiteindelijk dit orgaan het protocol moeten
                            vaststellen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de samenstelling van de
                            jaarrekening en het jaarverslag, alsmede van eventuele door het algemeen
                            bestuur geëiste deelverantwoordingen. Artikel 5 van de verordening
                            regelt de verplichtingen van het dagelijks bestuur voor de verstrekking
                            van de achterliggende informatie aan de accountant.</al><al>Voor de controle van de jaarrekening doet de accountant onderzoek naar
                            de achterliggende bescheiden. Het tweede lid draagt aan het dagelijks
                            bestuur op deze achterliggende bescheiden goed toegankelijk voor de
                            accountant te maken.</al><al>In het derde lid wordt verwezen naar de datum uit de door het algemeen
                            bestuur vastgestelde beleids- en verantwoordingscyclus waarop het
                            algemeen bestuur de gecontroleerde jaarrekening moet aanbieden. De
                            jaarrekening moet binnen twee weken na vaststelling, maar in elk geval
                            voor 15 juli worden toegezonden aan gedeputeerde staten. Voor deze datum
                            moet de jaarrekening door het algemeen bestuur zijn behandeld, moet een
                            eventuele erop volgende indemniteitsprocedure zijn doorlopen en de
                            jaarrekening wel of niet zijn vastgesteld.</al><al>De accountant verzendt de accountantsverklaring en het verslag van
                            bevindingen rechtstreeks aan het algemeen bestuur. Het tweede lid van
                            artikel 101 Waterschapwet bepaalt echter dat het dagelijks bestuur bij
                            de overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag aan het algemeen
                            bestuur daarbij de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen
                            moet voegen.</al><al>Het vierde lid van het artikel verplicht het dagelijks bestuur alle
                            informatie die van invloed is op het beeld van de jaarrekening en pas na
                            de afgifte van de accountantsverklaring, maar voor de vaststelling van
                            de jaarrekening door het algemeen bestuur bekend is geworden, direct te
                            melden aan het algemeen bestuur en de accountant. Dit sluit verrassingen
                            tijdens de behandeling van de jaarverslaggeving uit.</al><al>Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de beleidsuitvoering en
                            de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid daarvan en legt
                            daarover verantwoording af met het jaarverslag en jaarrekening. Het
                            dagelijks bestuur is daarmee ook verantwoordelijk voor de juistheid en
                            volledigheid van de jaarrekening. De accountant vraagt het dagelijks
                            bestuur (of het management namens het dagelijks bestuur) deze
                            verantwoordelijkheid te bevestigen. Dit gebeurt door het tekenen van een
                            schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening (letter of representation:
                            LOR) waarin wordt verklaard dat de baten, lasten en balansmutaties uit
                            de jaarrekening rechtmatig tot stand zijn gekomen en getrouw zijn
                            verantwoord alsmede dat alle relevante informatie aan de accountant is
                            verstrekt. Indien er posten in de jaarrekening voorkomen die niet
                            rechtmatig tot stand zijn gekomen, dan kan het dagelijks bestuur dat op
                            dat moment bij de bevestiging aangeven.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>Artikel 6van de verordening regelt de bevoegdheidsverdeling tussen de
                            accountant en het dagelijks bestuur ten aanzien van de inrichting van de
                            accountantscontrole. De accountant is leidend ten aanzien van de
                            inrichting van de accountantscontrole. Hij mag zelfs onaangekondigd
                            controles uitvoeren. Het dagelijks bestuur is hierin volgend. Wel
                            verdient het aanbeveling dat er ter bevordering van een soepele
                            accountantscontrole periodiek overleg wordt gevoerd tussen de accountant
                            en de verschillende vertegenwoordigers van Rijnland. Ook is uitwisseling
                            van informatie gewenst over specifieke aandachtsgebieden bij de
                            accountantscontrole. Hiervoor zal periodiek overleg (minimaal 2 keer per
                            jaar) plaatsvinden tussen accountant en vertegenwoordigers van het
                            algemeen en dagelijks bestuur alsmede van de organisatie. </al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>In het vorige artikel hebben we gezien dat de accountant leidend is voor
                            wat betreft de inrichting van de accountantscontrole. Om een goede
                            controle uit te voeren moet hij echter ook onbelemmerd onderzoek kunnen
                            doen. Artikel 7 van de verordening kent hem deze bevoegdheid toe. Dit
                            natuurlijk met in acht name van de afspraken met het algemeen bestuur
                            zoals neergelegd in het programma van eisen bij de aanbesteding en het
                            controleprotocol. Het artikel legt aan het dagelijks bestuur de plicht
                            op om er voor te zorgen, dat de accountant binnen Rijnland onbelemmerde
                            toegang heeft en dat de ambtenaren en bestuurders van het Rijnland
                            volledig meewerken aan de accountantscontrole.</al><al>Het is goed op te merken dat het tweede lid ook betekent dat de
                            accountant derden die namens het waterschap werken of werkzaam zijn
                            geweest (zoals uitzendkrachten, aannemers en adviesbureaus) om
                            inlichtingen en verklaringen kan vragen. In principe wordt deze
                            informatie altijd via een bestuurder of medewerker van het Rijnland
                            opgevraagd en niet rechtstreeks bij de derde.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur kan behoefte hebben aan of wettelijk verplicht
                            zijn tot het inschakelen van een accountant.</al><al>Dit artikel biedt het dagelijks bestuur de mogelijkheid een andere dan
                            de door het algemeen bestuur benoemde accountant in te schakelen voor
                            het uitvoeren van specifieke werkzaamheden. Een afgeleide vraag hierbij
                            is of de werkzaamheden de onafhankelijkheid van de accountant bij de
                            jaarrekeningcontrole niet in gevaar brengen (belangenverstrengeling
                            tussen dagelijks en algemeen bestuur). Het dagelijks bestuur heeft
                            daarbij de informatieplicht aan het algemeen bestuur, indien hij er voor
                            kiest een andere accountant in te schakelen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><al>Naast de uiteindelijke eindcontrole van de jaarrekening verricht de
                            accountant meestal meerdere controles. Dit kunnen door het algemeen
                            bestuur in het programma van eisen van de aanbesteding en/of
                            controleprotocol opgenomen tussentijdse controles (interim-controles)
                            zijn. Het eerste lid van artikel 9 regelt, dat het dagelijks bestuur in
                            elk geval in kennis wordt gesteld indien de accountant afwijkingen
                            constateert die bij het niet tijdig herstellen tot het niet afgeven van
                            een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening zouden leiden. Dit opdat
                            het dagelijks bestuur (in overleg met het algemeen bestuur en de
                            accountant) mogelijk nog tijdig maatregelen tot herstel kan
                            treffen.</al><al>Het tweede lid van artikel 9 regelt dat het management een rapportage
                            krijgt van de door de accountant uitgevoerde (deel)controles. In deze
                            rapportage worden kleine afwijkingen en tekortkomingen die niet leiden
                            tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring en niet van
                            bestuurlijk belang zijn, aan het management meegedeeld. Het gaat hierbij
                            om bijvoorbeeld opmerkingen over (kleine) rubriceringfouten en (kleine)
                            onvolkomenheden in de administratieve organisatie, die eenvoudig in
                            onderling overleg met het management van het Rijnland kunnen worden
                            opgelost. Het management kan op grond van de rapportage actie ondernemen
                            voor herstel van de afwijkingen en onvolkomenheden.</al><al>Net zoals in het eerste lid is ook in net derde lid een procedure van
                            hoor en wederhoor opgenomen. De constateringen in het verslag van
                            bevindingen worden voorafgaand aan verzending van de
                            accountantsverklaring en het verslag van bevindingen aan het algemeen
                            bestuur door de accountant besproken met het dagelijks bestuur. Het
                            geeft dit orgaan de mogelijkheid kanttekeningen te plaatsen bij de
                            constateringen in het (concept-)verslag van bevindingen.</al><al>Tot slot is in het laatste lid van dit artikel opgenomen dat de
                            accountant zijn verslag van bevindingen mondeling aan het algemeen
                            bestuur of een delegatie daarvan toelicht.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><al>Deze verordening treedt in de plaats van de vorige verordening die op
                            grond van artikel 109 Waterschapswet (oud) was vastgesteld. De wetgever
                            heeft bepaald dat het nieuwe artikel 109 bij alle waterschappen op het
                            verslagjaar 2009 van toepassing is. De oude verordening blijft dus nog
                            van kracht op de jaarrekening van 2008, ondanks dat deze in 2009 wordt
                            opgesteld, gecontroleerd en behandeld.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al> In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in stukken naar deze
                            verordening kan worden verwezen. </al></divisie><divisie><kop><titel/></kop><al>[1] Een bevoegd accountant voor de controle van de jaarrekening
                                is een registeraccountant, een accountant-administratieconsulent met
                                een aantekening in het inschrijvingsregister als bedoeld in het
                                derde lid van artikel 36 Wet op de
                                Accountant-Administratieconsulenten of een organisatie waarin voor
                                de accountantscontrole bevoegde accountants samenwerken.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>