<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR270947_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Weesp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">WeesperNieuws 20-03-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning, art. 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-03-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z.24007/D.14305</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>voorzieningen WMO</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel/></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
                                verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Aanmelding: de mededeling van een belanghebbende aan het
                                        college dat hij beperkingen ondervindt op grond waarvan hij
                                        verzoekt een afspraak te maken voor een gesprek.</al></li><li nr="2."><al>Aanvraag: het verzoek van een belanghebbende om in
                                        aanmerking te komen voor één of meerdere voorzieningen om
                                        een resultaat te bereiken in het kader van deze
                                        verordening.</al></li><li nr="3."><al>Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet
                                        speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook
                                        door anderen gebruikt wordt, algemeen verkrijgbaar is en
                                        niet – aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare
                                        producten.</al></li><li nr="4."><al>Algemene voorziening: een voorliggende voorziening die
                                        weliswaar niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door
                                        alle personen als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de wet,
                                        maar die anderzijds door iedereen waarvoor de voorziening
                                        wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te
                                        gebruiken is, zonder een ingewikkelde
                                        aanvraagprocedure.</al></li><li nr="5."><al>Belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch
                                        psychisch probleem of een psychosociaal probleem die
                                        behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het
                                        bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer
                                        en het zelfstandig functioneren, die voor zichzelf of, met
                                        behulp van een machtiging, door een ander een aanmelding of
                                        een aanvraag doet of laat doen.</al></li><li nr="6."><al>Compenserende maatregel: Een voorziening die het college ten
                                        behoeve van één persoon op basis van artikel 4 van de wet
                                        treft.</al></li><li nr="7."><al>Chronisch psychisch probleem: aanhoudende storende of
                                        bedreigende gevoelens, gedachten, gedragingen en/of
                                        lijden.</al></li><li nr="8."><al>Collectieve voorziening: een voorziening die individueel
                                        wordt verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk
                                        wordt gebruikt, bijvoorbeeld het collectief vraagafhankelijk
                                        vervoer.</al></li><li nr="9."><al>College: College van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="10."><al>Compensatieplicht: De plicht van het College aan personen
                                        met een beperking, een chronisch psychisch of een
                                        psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter
                                        compensatie van hun beperkingen met als doel de
                                        zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie te
                                        vergroten en hen staat te stellen een huishouden te voeren,
                                        zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te
                                        verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en
                                        op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij legt
                                        artikel 4 van de wet het College de plicht op om een
                                        resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en dat
                                        in het individuele geval maatwerk is.</al></li><li nr="11."><al>Eigen aandeel: een door het college vast te stellen
                                        bijdrage, die bij verstrekking van een financiële
                                        tegemoetkoming voor rekening van de belanghebbende
                                        komt.</al></li><li nr="12."><al>Eigen bijdrage: een door het college vast te stellen
                                        bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in
                                        natura en een persoonsgebonden budget voor rekening van de
                                        belanghebbende komt.</al></li><li nr="13."><al>Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet
                                        forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee
                                        aan te schaffen voor het te bereiken resultaat.</al></li><li nr="14."><al>Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren
                                        van het huishouden voor alle meerderjarige leden van een
                                        leefeenheid als algemeen aanvaardbaar beschouwd wordt.</al></li><li nr="15."><al>Gesprek: het eerste contact na een aanmelding waarin met
                                        degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele
                                        situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien van de
                                        beperkingen en de gevolgen daarvan, de te bereiken
                                        resultaten, de eigen oplossingen, oplossingen via het
                                        (sociale) netwerk en eventuele compenserende maatregelen
                                        vanuit de gemeente en/of voorliggende oplossingen.</al></li><li nr="16."><al>Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor
                                        permanente bewoning, waar belanghebbende zijn vaste woon- en
                                        verblijfplaats heeft of zal hebben en op welk adres hij in
                                        de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat of
                                        zal staan, dan wel het feitelijk woonadres indien de
                                        belanghebbende met een briefadres in de gemeentelijke
                                        basisadministratie ingeschreven staat of zal staan.</al></li><li nr="17."><al>Huisgenoot: iedere meerderjarige met wie de belanghebbende
                                        een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voert..</al></li><li nr="18."><al>Individuele voorziening: een voorziening die door het
                                        college ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4
                                        wet wordt verstrekt.</al></li><li nr="19."><al>Mantelzorger: een persoon die mantelzorg in de zin van
                                        artikel 1, lid 1 onder b van de wet biedt.</al></li><li nr="20."><al>Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor
                                        het te bereiken resultaat, als alternatief voor een
                                        voorziening in natura.</al></li><li nr="21."><al>Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van
                                        zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden
                                        tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt
                                        door belemmeringen die iemand ondervindt in zijn relatie met
                                        anderen, met zijn sociale omgeving.</al></li><li nr="22."><al>Sociale Netwerk: een verzamelnaam voor het netwerk van
                                        mensen om een persoon heen dat kan functioneren als
                                        ondersteuningsbron en kan bijdragen aan het eigen welzijn en
                                        welbehagen.</al></li><li nr="23."><al>Voorziening in natura: een voorziening, in te zetten om het
                                        resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in
                                        (bruik)leen, in eigendom, of als persoonlijke
                                        dienstverlening.</al></li><li nr="24."><al>Voorliggende voorziening: een voorziening die voorgaat op
                                        een individuele voorziening op grond van de Wmo en waar
                                        belanghebbende gebruik van kan maken en die leidt tot het
                                        beoogd resultaat.</al></li><li nr="25."><al>Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning.</al></li><li nr=""><al>Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond
                                        van een andere wettelijke bepaling dan de Wet
                                        maatschappelijke ondersteuning en die voor gaat op deze wet,
                                        waar belanghebbende gebruik van kan maken en die leidt tot
                                        het beoogd resultaat.</al></li><li nr=""><al>Besluit maatschappelijke ondersteuning: een algemene
                                        maatregel van bestuur die hoort bij de Wet maatschappelijke
                                        ondersteuning.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Resultaatgerichte compensatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><al>De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet te bereiken resultaten
                                zijn: </al><al>- Het wonen in een schoon en leefbaar huis.</al><al>- Het wonen in een geschikt huis</al><al>- Boodschappen doen en maaltijden aanreiken</al><al>- Het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding</al><al>- Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                behoren.</al><al>- Het zich in en om de woning verplaatsen.</al><al>- Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel.</al><al>- Het ontmoeten van medemensen en het aangaan/onderhouden van
                                sociale verbanden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanspraak op compensatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een compenserende maatregel wordt getroffen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van een compensatienoodzaak,</al></li><li nr="b."><al>belanghebbende niet of niet volledig in staat is om zelf
                                            en/of via het sociale netwerk eigen oplossingen te
                                            realiseren</al></li><li nr="c."><al>de compenserende maatregel voldoende compensatie biedt
                                            en hierbij leidt tot het te bereiken resultaat</al></li><li nr="d."><al>de compenserende maatregel als de
                                            goedkoopst-compenserende voorziening aan te merken
                                            is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college treft op grond van deze verordening geen
                                    compenserende maatregel indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er geen sprake is van een compensatienoodzaak;</al></li><li nr="b."><al>belanghebbende in staat is om eigen compenserende
                                            maatregelen te treffen;</al></li><li nr="c."><al>er sprake is van gebruikelijke zorg;</al></li><li nr="d."><al>de compenserende maatregel, gelet op de persoonlijke
                                            situatie van belanghebbende, als algemeen gebruikelijk
                                            aan te merken is;</al></li><li nr="e."><al>er sprake is van een voorliggende en/of algemene
                                            voorziening die voldoende compensatie biedt en leidt tot
                                            het te bereiken resultaat.</al></li><li nr="f."><al>indien belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente
                                            Weesp en hier geen hoofdverblijf heeft.</al></li><li nr="g."><al>belanghebbende reeds eerder in het kader van enige
                                            wettelijke bepaling of regeling is gecompenseerd met een
                                            voorziening en de normale afschrijvingstermijn van de
                                            voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder
                                            vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan
                                            als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager
                                            zijn toe te rekenen.</al></li><li nr="h."><al>indien het college niet in staat wordt gesteld om op
                                            basis van onderzoek de compensatienoodzaak vast te
                                            stellen.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>De te bereiken resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het wonen in een schoon en leefbaar huis</titel></kop><al>Als het gaat om een schoon en leefbaar huis kan ten aanzien van het
                                hoofdverblijf een compenserende maatregel getroffen worden voor het
                                huishoudelijke werk. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, in
                                gebruik zijnde slaapvertrekken, in gebruik zijnde berging, keuken en
                                sanitaire ruimten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het wonen in een geschikt huis</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Als het gaat om het wonen in een geschikt huis kan ten aanzien
                                    van het hoofdverblijf een compenserende maatregel worden
                                    getroffen omtrent de bereikbaarheid, toegankelijkheid en
                                    bruikbaarheid van de woning. Dit geldt ten aanzien van de
                                    woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging,
                                    tuin of balkon.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de compensatienoodzaak het gevolg van een verhuizing is
                                    en belanghebbende om die reden niet normaal gebruik kan maken
                                    van de woning, kan het college besluiten geen compenserende
                                    maatregelen te treffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Boodschappen doen en maaltijden aanreiken</titel></kop><al>Als het gaat om boodschappen doen en maaltijden aanreiken kan het
                                college een compenserende maatregel treffen ten aanzien van het
                                inkopen van levensmiddelen, schoonmaakmiddelen en toiletartikelen en
                                het bereiden en aanreiken van maaltijden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Het beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                    kleding</titel></kop><al>Als het gaat om het beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                kleding kan een compenserende maatregel worden getroffen ten aanzien
                                van het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse
                                was.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                    behoren</titel></kop><al>Als het gaat om het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het
                                gezin behoren, kan een compenserende maatregel worden getroffen ten
                                aanzien van het – zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van een
                                periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve maatregelen
                                – vervangen van de ouder die in principe voor de kinderen
                                zorgt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Het zich in en om de woning verplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Als het gaat om het zich in en om de woning verplaatsen kan
                                    belanghebbende via een door het college te treffen maatregel
                                    gecompenseerd worden. Het zich in de woning verplaatsen betreft
                                    het in staat zijn de woonkamer, het slaapvertrek en/of de
                                    slaapvertrekken, het toilet en de douche, de berging, de tuin of
                                    het balkon te kunnen bereiken en er zich zodanig kunnen redden
                                    dat normaal functioneren mogelijk is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het zich om de woning verplaatsen kan bestaan uit het kunnen
                                    doen van dagelijkse boodschappen, het bezoeken van personen in
                                    de directe leefomgeving en het doen van overige gewenste
                                    activiteiten binnen de directe leefomgeving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Het zich lokaal verplaaten per vervoermiddel</titel></kop><al>Als het gaat om het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan
                                een compenserende maatregel, al dan niet collectief afgenomen,
                                worden getroffen ten aanzien van verplaatsingen over de korte
                                afstand rond de woning en verplaatsingen over de langere afstand
                                binnen de directe woon en leefomgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Het ontmoeten van medemensen en het aangaan/onderhouden van
                                    sociale verbanden</titel></kop><al>Als het gaat om de mogelijkheid om contacten te hebben met
                                medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                religieuze activiteiten kan een compenserende maatregel worden
                                getroffen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanmelding voor een gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Aan een aanvraag voor een compenserende maatregel ex artikel 1,
                                    lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet gaat een gesprek
                                    vooraf.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aan een gesprek gaat een aanmelding vooraf.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een aanmelding voor een gesprek kan schriftelijk, mondeling of
                                    digitaal worden gedaan bij het Wmo loket van de gemeente
                                    Weesp</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Uiterlijk binnen 10 werkdagen na de aanmelding zal er een
                                    afspraak voor het gesprek zijn gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Nadat er een afspraak is gemaakt voor het voeren van een
                                    gesprek, ontvangt belanghebbende hier een schriftelijke
                                    bevestiging van.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Het gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Aan een aanvraag voor een compenserende maatregel gaat een
                                    gesprek vooraf.</al><lijst><li nr="a."><al>Het gesprek wordt afgestemd op de wensen en behoeften
                                            van belanghebbende.</al></li><li nr="b."><al>Het gesprek wordt gevoerd aan de hand van een lijst met
                                            te bespreken punten, op basis van de International
                                            Classification of Functions, Disabilities and
                                            Impairments.</al></li><li nr="c."><al>Voorafgaand aan het gesprek ontvangt de belanghebbende
                                            de lijst met de te bespreken punten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Het verslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Een omschrijving van de beperking, het chronisch
                                            psychisch probleem en/of het psychosociaal probleem
                                            zoals ervaren door belanghebbende;</al></li><li nr="b."><al>De mogelijkheden die belanghebbende heeft ondanks dit
                                            probleem;</al></li><li nr="c."><al>De problemen die belanghebbende ondervindt op basis van
                                            dit probleem;</al></li><li nr="d."><al>De resultaten die belanghebbende wil bereiken op de in
                                            artikel 4 lid 1 van de wet omschreven terreinen;</al></li><li nr="e."><al>Wat belanghebbende zelf, eventueel met hulp van
                                            anderen/het netwerk kan doen om oplossingen te
                                            bewerkstelligen.</al></li><li nr="f."><al>Wat belanghebbende zelf kan betekenen voor anderen.</al></li><li nr="g."><al>Welke ondersteuning er van
                                            instanties/gemeente/hulpverleners nodig is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Nadat het gesprek heeft plaatsgevonden ontvangt belanghebbende
                                    hier een verslag van.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanvraag voor een compenserende maatregel moet schriftelijk
                                    plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een aanvrager of zijn wettelijke vertegenwoordiger is verplicht
                                    aan het college of de door hen aangewezen adviesinstantie die
                                    gegevens te verschaffen of te doen verschaffen die noodzakelijk
                                    zijn voor het vaststellen van de compensatienoodzaak en de
                                    beoordeling van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Op de aanvraag wordt binnen 8 weken beslist.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In afwijking van lid 3 geldt een beslistermijn van 16 weken met
                                    betrekking tot voorzieningen ten behoeve van de in artikel 5 en
                                    9 genoemde resultaten</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Het maken van een afweging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij het beoordelen van de te treffen compensatie neemt het
                                    college de bevindingen uit het gesprek als uitgangspunt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college gaat uit van de persoonskenmerken en behoeften van
                                    de aanvrager. Hierbij onderzoekt het college de
                                    compensatienoodzaak ten behoeve van het te bereiken resultaat en
                                    de mate waarin belanghebbende zelf in oplossingen kan
                                    voorzien.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In de afweging van de te treffen compenserende maatregel is het
                                    te bereiken resultaat leidend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Advisering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn
                                    voor de vaststelling van de compensatienoodzaak en de
                                    beoordeling van de aanvraag, degene door wie een aanvraag is
                                    ingediend of bij gebruikelijke zorg diens relevante
                                    huisgenoten:</al><lijst><li nr="a."><al>op te roepen in persoon te verschijnen op een door het
                                            college te bepalen plaats en tijdstip en hem te
                                            ondervragen, rekening houdend met de in de persoon
                                            gelegen mogelijkheden en/of beperkingen.</al></li><li nr="b."><al>op een door het college te bepalen plaats en tijdstip
                                            door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen
                                            ondervragen en/of onderzoeken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij het treffen van een compenserende maatregel worden de
                                    volgende onderdelen in ieder geval bij beschikking
                                    vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>De belangrijkste conclusies uit het gesprek</al></li><li nr="b."><al>Het te bereiken resultaat.</al></li><li nr="c."><al>De eigen oplossingen van belanghebbende om het resultaat
                                            te bereiken.</al></li><li nr="d."><al>Welke compenserende maatregelen het college treft om het
                                            resultaat te bereiken en de omvang daarvan.</al></li><li nr="e."><al>In welke vorm de compensatie plaatsvindt: in natura, als
                                            persoonsgebonden budget of als financiële
                                            tegemoetkoming.</al></li><li nr="f."><al>Per wanneer de compensatie ingaat en de duur
                                            daarvan.</al></li><li nr="g."><al>Bij ondersteuning in natura: welke organisatie de
                                            ondersteuning levert.</al></li><li nr="h."><al>De voorwaarden waaronder de compensatie plaatsvindt</al></li><li nr="i."><al>De regels die gelden ten aanzien van de verantwoording
                                            van het pgb/de financiële tegemoetkoming,</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Bepalingen ten aanzien van de te treffen compenserende
                                maatregelen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Vorm van de compensatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De compenserende maatregelen kunnen in natura, als financiële
                                    tegemoetkoming en als persoonsgebonden budget worden
                                    verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien tegen het compenseren via een persoonsgebonden budget
                                    overwegende bezwaren bestaan zal het college geen
                                    persoonsgebonden budget verstrekken. Het college kan hierover
                                    nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college controleert steekproefsgewijs of en in hoeverre het
                                    persoonsgebonden budget/de financiële tegemoetkoming rechtmatig
                                    besteed is.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Belanghebbende is verplicht gedurende een periode van vijf jaar
                                    alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de
                                    compensatie beschikbaar te houden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Eigen bijdrage en eigen aandeel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij het treffen van een compenserende maatregel als individuele
                                    voorziening op grond van de wet, is de aanvrager een eigen
                                    bijdrage of eigen aandeel verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De omvang van de verschuldigde eigen bijdrage wordt vastgesteld
                                    op de maximale eigen bijdrage binnen de kaders van artikel 4.1
                                    en 4.2 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De omvang van het eigen aandeel in de kosten bij de toekenning
                                    van een financiële tegemoetkoming wordt vastgesteld op het
                                    maximale eigen aandeel binnen de kaders van artikel 4.1 en 4.2
                                    van het Besluit maatschappelijke ondersteuning.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Procedurele bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Wijziging situatie</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een compenserende
                                maatregel is verstrekt, is verplicht direct aan het college
                                mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan
                                redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn
                                de op de compensatienoodzaak en/of de aanspraak op
                                ondersteuning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Heronderzoek</titel></kop><al>Het college kan een heronderzoek instellen naar de aanwezigheid van
                                een compensatienoodzaak en de mate waarin belanghebbende in eigen
                                oplossingen kan voorzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan een besluit, genomen op grond van deze
                                    verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden
                                            gesteld bij of krachtens deze verordening,</al></li><li nr="b."><al>Indien de compenserende maatregel niet binnen een
                                            termijn van maximaal zes maanden is aangeschaft en/of in
                                            gebruik is genomen.</al></li><li nr="c."><al>op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de
                                            gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste
                                            gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn
                                            genomen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien het recht op een compenserende maatregel is ingetrokken
                                    kan op basis daarvan een reeds uitbetaalde financiële
                                    tegemoetkoming of persoonsgebonden budget worden
                                    teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ingeval het recht op een compenserende maatregel is ingetrokken
                                    kan deze worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend
                                    op basis van onjuiste gegevens.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                                afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing
                                van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                                leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Nadere regels en indexering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het
                                    bepaalde in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                                    verordening en de op deze verordening berustende nadere regels
                                    geldende bedragen verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen
                                    van de prijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek
                                    en de NEA-index.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Inwerkingtredeing en overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na
                                    bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                    Voorzieningenverordening maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                    Weesp 2006.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een besluit, genomen op grond van de Voorzieningenverordening
                                    maatschappelijke ondersteuning gemeente Weesp 2006, blijft na
                                    inwerkingtreding van deze verordening, voor de duur van dat
                                    besluit van kracht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Op aanvragen en bezwaarschriften, ingediend vóór de
                                    inwerkingtreding van deze verordening, waarop nog geen besluit
                                    is genomen, is deze verordening direct van toepassing.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Wet
                                maatschappelijke ondersteuning 2013”.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 maart 2013,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mw. M. Walrave B. Horseling</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>op de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2013</titel></kop><al/><al>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</al><al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</al><al>Lid 1. Aanmelding: Het proces van vraag naar ondersteuning begint met een
                    gesprek tussen belanghebbende en een Wmo consulent. Belanghebbende moet zich
                    voor dit gesprek aanmelden. Dit gebeurt bij voorkeur via een contactformulier.
                    Dit contactformulier is ook digitaal (als e-formulier) beschikbaar op de website
                    van de gemeente Weesp. Aanmelding voor het gesprek kan ook mondeling of per
                    e-mail.</al><al>Lid 2. Aanvraag: Na het gesprek met een Wmo consulent kan belanghebbende
                    schriftelijk een aanvraag voor ondersteuning doen. De aanvraag moet schriftelijk
                    ingediend worden. Er is geen gesprek nodig als de situatie van belanghebbende
                    volstrekt helder is en belanghebbende goed bekend is bij de gemeente.
                    Bijvoorbeeld als gaat om vervanging van voorzieningen wegens het bereiken van de
                    afschrijvingstermijn, of als een goed bekende aanvrager een nieuwe aanvraag
                    doet.</al><al>Lid 3. Algemeen gebruikelijke voorziening: Een voorziening is algemeen
                    gebruikelijk als deze niet speciaal bedoeld is voor mensen met een handicap. Een
                    algemeen gebruikelijke voorziening wordt ook op grote schaal door
                    niet-gehandicapten gebruikt, is in een normale winkel te koop (niet in
                    speciaalzaken of soortgelijke winkels) en is niet aanzienlijk duurder dan
                    vergelijkbare producten. Dit blijkt uit de jurisprudentie van de Centrale Raad
                    van Beroep. De Centrale Raad van Beroep heeft aangegeven dat er een uitzondering
                    moet worden gemaakt als belanghebbende een inkomen heeft dat door de totale
                    onvermijdbare kosten die hij maakt vanwege zijn handicap onder de bijstandsnorm
                    komt.</al><al>Lid 4. Algemene voorzieningen: Dit zijn voorzieningen die niet voor iedereen
                    bedoeld zijn, maar door degene voor wie ze wél bedoeld zijn op eenvoudige wijze,
                    zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure, te verkrijgen of te gebruiken zijn.
                    Bij algemene voorzieningen gaat het om ondersteuning die in ieder geval:</al><al>• betrekking heeft op lichte, niet complexe ondersteuning;</al><al>• ingezet wordt voor een incidentele ondersteuningsbehoefte.</al><al>Voorbeelden zijn:</al><al> De dagrecreatie voor ouderen. </al><al> De boodschappenbus, de supermarktservice, de vrijwillige boodschaphulp.</al><al> De maaltijdservice en het eetcafé.</al><al> Klusjesdiensten om kleine woningaanpassingen te realiseren zoals de
                    buurtconciërge, klussendienst, 55+service, thuiszorgservice.</al><al> De (ramen)wasservice. </al><al>Een algemene voorziening is geen individuele voorziening en de Wmo regels rond
                    eigen bijdragen/eigen aandeel gelden niet. Ook aan ondersteuning via algemene
                    voorzieningen kan een gesprek voorafgaan.</al><al>Lid 5. Belanghebbende: Het begrip ‘belanghebbende’ kan ruimer zijn dan alleen
                    degene met de beperking zelf. Binnen de Wmo vormen mantelzorgers en
                    vrijwilligers een bijzondere groep doordat in de wet gesproken wordt over
                    mantelzorgers en vrijwilligers als doelgroepen die onder de compensatieplicht
                    vallen. De werking van prestatieveld 6 is op mantelzorgers en vrijwilligers van
                    toepassing. Artikel 4 van de Wmo maakt duidelijk dat de mantelzorger geen
                    zelfstandig recht op individuele Wmo voorzieningen heeft, maar dat de
                    voorzieningen die worden toegekend aan degene met de beperking, ook tot doel
                    hebben de taak van de mantelzorger te ondersteunen. In de uitvoering betekent
                    dit dat mantelzorgers zo veel mogelijk moeten worden betrokken bij het gesprek
                    en bij het inzetten van compenserende maatregelen bij degene aan wie zij
                    mantelzorg verlenen. De behoeften van de verzorgde en die van de mantelzorger
                    worden integraal aan de orde gebracht en bij het uiteindelijke besluit
                    meegenomen. In de in hoofdstuk 4 omschreven afwegingskaders komt dit
                    uitgangspunt per resultaat tot uiting. Per resultaat wordt er rekening gehouden
                    met de belangen van de mantelzorger en het eventuele geval van dreigende
                    overbelasting.</al><al>Lid 6: Chronisch psychisch probleem: Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al>Lid 7. Collectieve voorziening: Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al>Lid 8. College: Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al>Lid 9. Compensatieplicht: De omschrijving van het cruciale begrip
                    ’compensatieplicht’ is ontleend aan de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep
                    van 10 december 2008. In deze uitspraak wordt voor het eerst een fundamenteel
                    standpunt gegeven over de Wmo. Het letterlijke citaat luidt:</al><al>“4.2.2. Artikel 4 van de Wmo verplicht het College aan de in dat artikel
                    genoemde personen voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op
                    het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in
                    staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de
                    woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten
                    en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Dit artikel brengt mee dat de
                    zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie van deze personen de
                    doeleinden zijn waarop de compensatieplicht van het College gericht moet zijn.
                    Het is - gelet op de artikelen 3 en 5 van de Wmo - in beginsel aan de
                    gemeenteraad en - gelet op artikel 4 van de Wmo - aan het College om te bepalen
                    op welke wijze invulling wordt gegeven aan de in artikel 4 van de Wmo bedoelde
                    compensatieplicht. De rechter dient de keuze(n) die de gemeenteraad en het
                    College daarbij hebben gemaakt in beginsel te respecteren, onverminderd de
                    rechtsplicht van het College om in elk concreet geval een voorziening te treffen
                    die zich kwalificeert als compensatie van beperkingen op het gebied van
                    zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Artikel 4 van de Wmo legt het
                    College, wat dat aangaat, de plicht op om een resultaat te bereiken dat als
                    compensatie mag gelden. De Raad heeft noch in de wet, noch in de
                    wetsgeschiedenis aanknopingspunten gevonden voor een terughoudende beoordeling
                    van een ter uitvoering van artikel 4 van de Wmo genomen besluit. Wel heeft hij
                    daarin aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat een dergelijk besluit in
                    het individuele geval maatwerk dient te zijn. Onder omstandigheden kan dit
                    leiden tot het oordeel dat algemene keuzen die de gemeenteraad en het College
                    bij de uitvoering van de artikelen 3, 4, 5 en 6 van de Wmo hebben gemaakt in het
                    concrete, individuele geval niet kunnen worden toegepast wegens strijd met de in
                    artikel 4 van de Wmo bedoelde compensatieplicht. De Raad vindt hiervoor steun in
                    de parlementaire geschiedenis, meer in het bijzonder in het verslag van het
                    wetgevingsoverleg (Tweede Kamer 2005-2006, 30 131, nr. 98, p. 58 en 61), de
                    brief van de staatssecretaris van 30 oktober 2006 (Tweede Kamer 2006-2007, 30
                    131, nr. 122, p. 6), de memorie van antwoord (Eerste Kamer 2005-2006, 30131, C,
                    p. 7, 9, 10 en 57), de nadere memorie van antwoord (Eerste Kamer 2005-2006, 30
                    131, E, p. 19 en 25) en de Handelingen (Eerste Kamer 27 juni 2006, p. 34-1645).”
                    Uit dit citaat zijn de belangrijkste bestanddelen samengevoegd tot de volgende
                    begripsomschrijving: “Compensatieplicht: De plicht van het College van
                    burgemeester en wethouders aan personen met een beperking, een chronisch
                    psychisch of een psychosociaal probleem, voorzieningen te bieden ter compensatie
                    van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke
                    participatie te vergroten ten aanzien van het voeren van een huishouden, het
                    zich te in en om de woning verplaatsen, het zich lokaal te verplaatsen per
                    vervoermiddel en het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale
                    verbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de Wmo het College de plicht
                    op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het
                    individuele geval maatwerk is”</al><al>De compensatieplicht houdt een plicht voor het college in. Die plicht geldt in
                    ieder geval ten aanzien van personen met een beperking, een chronisch psychisch
                    of een psychosociaal probleem. Hieronder kunnen ook ouderen vallen. De persoon
                    moet beperkingen ondervinden op het gebied van de zelfredzaamheid en de
                    maatschappelijke participatie. Het doel van een compenserende maatregel is dan
                    ook om belanghebbende in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te
                    verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en
                    om medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te
                    gaan.</al><al>Het college is verplicht om maatwerk te bieden, op basis van de
                    persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager. Algemene maatregelen/primaten
                    zijn toegestaan maar alleen als ze leiden tot maatwerk. De Centrale Raad van
                    Beroep heeft hierover gezegd: ”Onder omstandigheden kan dit (maatwerk) leiden
                    tot het oordeel dat algemene keuzen die de gemeenteraad en het College bij de
                    uitvoering van de artikelen 3, 4, 5 en 6 van de Wmo hebben gemaakt in het
                    concrete, individuele geval niet kunnen worden toegepast wegens strijd met de in
                    artikel 4 van de Wmo bedoelde compensatieplicht.”</al><al>Lid 10. Eigen aandeel: Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al>Lid 11. Eigen bijdrage: Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al>Lid 12. Financiële tegemoetkoming: Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al>Lid 13. Gebruikelijke zorg: Als in een huishouden meerdere meerderjarige
                    personen wonen, dragen zij gezamenlijk de verantwoordelijkheid om het zich
                    voordoende huishoudelijke werk te verrichten. Zij zijn verplicht om het
                    huishoudelijke werk onderling te verdelen.</al><al>Lid 14. Gesprek: Onder ’het gesprek’ wordt de situatie verstaan waarbij degene
                    die beperkingen ondervindt in zijn zelfredzaamheid en/of maatschappelijke
                    participatie, een gesprek voert met een vertegenwoordiger van het college.
                    Tijdens het gesprek wordt samen (eventueel met aanwezige mantelzorger(s))
                    geïnventariseerd waar betrokkene en zijn mantelzorger(s) beperkingen ondervinden
                    in de zelfredzaamheid en/of maatschappelijke participatie. Om vanuit een
                    integrale benadering met de hulpvraag van belanghebbende om te gaan en optimaal
                    maatwerk te kunnen leveren, gaat dit gesprek in op meerdere levensdomeinen.
                    Bekeken wordt wat belanghebbende zonder gemeentelijke ondersteuning kan doen om
                    het resultaat/de resultaten te bereiken. Ook wordt bekeken wat het sociale
                    netwerk voor belanghebbende kan betekenen om het resultaat/de resultaten te
                    bereiken.</al><al>Lid 15. Hoofdverblijf: Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al>Lid 16. Huisgenoot: Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al>Lid 17. Individuele voorziening: Een individuele voorziening is niet voor
                    iedereen beschikbaar, maar uitsluitend voor diegenen die onder artikel 4 van de
                    wet vallen. Er wordt individueel onderzoek gedaan naar de noodzaak van deze
                    voorziening, de voorziening wordt bij beschikking toegekend en er staat bezwaar
                    en beroep open. Verder zijn alle regels van de Wmo van toepassing, zoals die
                    rond eigen bijdragen en eigen aandeel.</al><al>Lid 18. Mantelzorger: Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al>Lid 19. Persoonsgebonden budget: Deze bepaling spreekt voor zich. In deze
                    toelichting wordt verder de afkorting pgb gebruikt.</al><al>Lid 20. Psychosociaal probleem: Het begrip psychosociaal probleem is vanuit de
                    Awbz in de Wmo opgenomen, maar inmiddels als ’grondslag’ uit de Awbz geschrapt.
                    Dit is gebeurd omdat gebleken is dat deze grondslag in de Awbz financieel
                    moeilijk te beheersen was. In de Wmo heeft - volgens de parlementaire
                    behandeling - dit begrip een heel specifieke betekenis. Deze betekenis wordt
                    hier als begripsomschrijving gehanteerd en is overgenomen uit een uitspraak van
                    de Centrale Raad van Beroep (CRvB 29-04-2009. LJN: BI6832). Het betreft met name
                    een verlies van zelfstandigheid of deelname aan het maatschappelijk
                    verkeer.</al><al>Lid 21. Sociale netwerk: Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al>Lid 22. Voorziening in natura: Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al>Lid 23. Voorliggende voorziening: Eén soort voorliggende voorzieningen is de
                    wettelijk voorliggende voorzieningen (zie lid 25). Andere voorliggende
                    voorzieningen zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen
                    en collectieve voorzieningen. Als voorliggende voorzieningen voldoende
                    compensatie bieden en leiden tot het beoogde resultaat, dan gaan deze
                    voorzieningen voor op individuele voorzieningen en vindt er geen compensatie via
                    individuele voorzieningen plaats.</al><al>Lid 24. Wet: Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al>Lid 25. Wettelijk voorliggende voorziening</al><al>De wettelijk voorliggende voorzieningen zijn die voorzieningen in wetgeving en
                    in regelgeving vastgelegd, die op basis van artikel 2 van de wet voorgaan op de
                    Wmo. Te denken valt hierbij aan de Zorgverzekeringswet, de Algemene Wet
                    Bijzondere Ziektekosten, de Wet op de kinderopvang, de verschillende
                    arbeidsongeschiktheidswetten. Als een wettelijk voorliggende voorziening het
                    probleem kan oplossen/voldoende compensatie biedt, is er geen aanspraak op
                    maatschappelijke ondersteuning op grond van de Wmo, zo is in artikel 2 Wmo
                    bepaald.</al><al>Hoofdstuk 2. Resultaatgerichte compensatie</al><al>Artikel 2. De te bereiken resultaten</al><al>Artikel 2 beschrijft de acht te bereiken resultaten, die afgeleid zijn uit de in
                    artikel 4 van de Wmo genoemde doelstellingen van de compensatieplicht. </al><al>a. Het wonen in een schoon en leefbaar huis.</al><al>b. Het wonen in een geschikt huis.</al><al>c. Boodschappen doen en maaltijden aanreiken.</al><al>d. Het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding.</al><al>e. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren.</al><al>f. Het zich in en om de woning verplaatsen.</al><al>g. Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. </al><al>h. Het ontmoeten van medemensen en het aangaan/onderhouden van sociale
                    verbanden. </al><al>Op deze terreinen heeft het college een resultaatverplichting. Wanneer
                    belanghebbende niet of niet volledig in staat is om eigen oplossingen te
                    realiseren, treft het college compenserende maatregelen om het beoogde resultaat
                    te bereiken.</al><al>Artikel 3. Aanspraak op compensatie</al><al>Lid 1 onder a bepaalt dat het noodzakelijk is dat er sprake is van een
                    compensatienoodzaak op basis waarvan het college compenserende maatregelen
                    treft. Alleen de aanwezigheid van een compensatienoodzaak vormt voor het college
                    een grondslag om compenserende maatregelen te treffen.</al><al>Lid 1 onder b bepaalt dat het college alleen compenserende maatregelen treft
                    wanneer belanghebbende niet of niet volledig in staat is om, eventueel samen met
                    het sociale netwerk, in eigen oplossingen te voorzien. Daar waar belanghebbende
                    ondersteuning nodig heeft bij het zelf organiseren van oplossingen, ondersteunt
                    het college hierbij.</al><al>Lid 1 onder c bepaalt dat het noodzakelijk is dat een voorziening leidt tot het
                    te bereiken resultaat en hierbij de nodige compensatie biedt.</al><al>Lid 1 onder d bepaalt dat de voorziening de goedkoopst-compenserende voorziening
                    moet zijn. Het gaat hierbij in de eerste plaats om een voorziening die de
                    effecten van de beperkingen op de zelfredzaamheid/maatschappelijke participatie
                    wegneemt. De te treffen voorziening moet leiden tot het vastgestelde resultaat.
                    Wanneer er meerdere voorzieningen compenserend zijn, mag volstaan worden met de
                    goedkoopste voorziening.</al><al>Lid 2 onder a bepaalt dat het college geen compenserende maatregelen treft
                    wanneer er geen compensatienoodzaak is.</al><al>Lid 2 onder b bepaalt dat het college geen compenserende maatregelen treft als
                    belanghebbende zelf (eventueel met hulp van het sociale netwerk) in eigen
                    oplossingen kan voorzien. De compensatienoodzaak is dan niet aanwezig, omdat
                    belanghebbende de problemen zelf op kan lossen of opgelost heeft.</al><al>Lid 2 onder c bepaalt dat het college geen voorziening treft wanneer er sprake
                    is van gebruikelijke zorg. Dit is het geval als er een huisgenoot aanwezig is
                    die in staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder
                    huisgenoot wordt verstaan: een persoon die - ofwel op basis van een familieband,
                    ofwel op basis van een bewuste keuze - één huishouden vormt met de persoon die
                    beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, maar
                    kunnen ook inwonende ouders zijn. Of iemand inwonend is wordt naar de concrete
                    feitelijke situatie beoordeeld. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van
                    een volledig eigen en zelfstandige huishouding, met een eigen huisnummer, eigen
                    nutsvoorzieningen, een eigen voordeur e.d. Alle huisgenoten die ouder zijn dan
                    18 jaar zijn verplicht om huishoudelijke zorg te bieden. Vanaf 18 jaar wordt men
                    verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen draaien. Tot 18 jaar wordt van
                    huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren. Dit kunnen zij bijvoorbeeld
                    doen door hun eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en spandiensten te
                    verrichten, zoals het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas.
                    Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een
                    volledige baan een huishouden te kunnen runnen. Alleen bij afwezigheid van de
                    huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten kunnen de niet-uitstelbare
                    taken overgenomen worden. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het
                    veelal om taken die kunnen worden uitgesteld. Alleen als schoonmaken niet kan
                    worden uitgesteld moet dat direct gebeuren. Voor die situaties kan het zijn dat,
                    ondanks het aanwezig zijn van gebruikelijke zorg, de gemeente compenserende
                    maatregelen treft om het resultaat te bereiken.</al><al>Lid 2 onder d bepaalt dat er geen voorziening wordt toegekend als de benodigde
                    voorziening als algemeen gebruikelijk aangemerkt kan worden. Wanneer het gaat om
                    algemeen gebruikelijke voorzieningen, wordt de leefsituatie van belanghebbende
                    goed onderzocht voordat bepaald kan worden dat een benodigde voorziening
                    algemeen gebruikelijk is voor belanghebbende.</al><al>Lid 2 onder e bepaalt dat het college geen compenserende maatregelen treft als
                    algemene en/of voorliggende voorzieningen voldoende compensatie bieden en leiden
                    tot het te bereiken resultaat. De aanspraak op individuele voorzieningen vervalt
                    bij de aanwezigheid van compenserende algemene/voorliggende voorzieningen.</al><al>Lid 2 onder f bepaalt dat er alleen voorzieningen worden verstrekt aan personen
                    die in de gemeente Weesp wonen en hier ook een hoofdverblijf hebben. Dit is
                    nodig omdat in de wet geen specifieke bepaling is opgenomen waaruit blijkt dat
                    de compensatieplicht zich beperkt tot in de gemeente woonachtige personen,
                    hoewel artikel 11 van de wet spreekt over ingezetenen.</al><al>Lid 2 onder g geeft aan dat er geen compensatie geboden wordt wanneer er al op
                    grond van de Wmo of een andere wettelijke regeling compensatie heeft
                    plaatsgevonden en het belanghebbende verwijtbaar is dat de ondersteuning (het
                    middel) verloren is gegaan, bijvoorbeeld door roekeloosheid of verwijtbare
                    onachtzaamheid. Dit geldt niet wanneer de aanvrager geen schuld treft.</al><al>Lid 2 onder h bepaalt dat het college, voordat het treffen van compenserende
                    maatregelen, goed onderzoek moet kunnen verrichten naar de persoonlijke situatie
                    van belanghebbende. Dit is onder andere nodig om de compensatienoodzaak vast te
                    stellen. Het college heeft bij wet de plicht om volgens het principe van
                    maatwerk met de hulpvraag van belanghebbende om te gaan. Hiervoor is het nodig
                    om de persoonskenmerken van belanghebbende te kennen.</al><al>Hoofdstuk 3. De te bereiken resultaten</al><al>Artikel 4. Het wonen in een schoon en leefbaar huis</al><al>In dit artikel wordt geschetst wat het te bereiken resultaat inhoudt. Dit
                    resultaat houdt in dat iedereen moet kunnen wonen in een huis dat schoon is
                    volgens de aanvaardde maatschappelijke normen. Die normen zijn ontleend aan
                    gangbare ideeën die bestaan in de maatschappij. Wanneer het noodzakelijk is dat
                    het college compenseert, zet het college ondersteuning in om het huis schoon en
                    leefbaar te krijgen/houden. Bij dit compenseren worden de huishoudelijke taken
                    in minuten berekend, met als richtlijn hoofdstukken 5 en 6 uit het document:
                    ’Richtlijn Indicatieadvisering Hulp bij het Huishouden (MO-Zaak, 2011)’ (zie
                    bijlage 3 bij de beleidsregels). Deze richtlijnen gelden slechts als
                    afwegingskader voor het bepalen van het volume. De ondersteuning wordt op basis
                    van de persoonlijke situatie van belanghebbende ingezet.</al><al>Ten aanzien van de omvang van de woning bestaan er beperkingen, zoals het aantal
                    kamers en de oppervlakte van de kamers. De omvang van een nieuwe woning binnen
                    de sociale woningbouw is het uitgangspunt. Dit niveau is vastgesteld in het
                    Bouwbesluit 2012. Dit uitgangspunt is niet star: om maatwerk te kunnen leveren
                    wordt, als dit nodig is, van dit standpunt afgeweken. De ruimten die onder dit
                    principe vallen zijn: een woonkamer, de aanwezige en gebruikte slaapkamers, de
                    keuken en de sanitaire ruimten. Ook een eventuele berging die daadwerkelijk in
                    gebruik is, wordt meegenomen. In de beleidsregels staat nader omschreven welke
                    taken en activiteiten er onder dit resultaat vallen.</al><al>In artikel 4 wordt geschetst welke compenserende maatregelen getroffen kunnen
                    worden om het resultaat te bereiken. Dat gaat allereerst via licht en zwaar
                    huishoudelijk werk, d.w.z. om het droog en nat schoon en stofvrij maken en
                    houden van de woning. Het reinigen van de ramen aan de buitenkant valt in de
                    regel niet onder de compensatieplicht, omdat daarvoor een algemeen gebruikelijke
                    voorziening bestaat: de glazenwasser. De tijd die nodig is om de nodige
                    activiteiten uit te voeren wordt berekend aan de hand van hoofdstukken 5 en 6
                    uit het document: ’Richtlijn Indicatieadvisering Hulp bij het Huishouden
                    (MO-Zaak, 2011)'. De hier genoemde hoofdstukken zijn als bijlage 3 bij de
                    beleidsregels opgenomen. Dit document is in samenwerking met verschillende
                    aanbieders van hulp bij het huishouden opgesteld. Het is in de jurisprudentie
                    van de Centrale Raad van Beroep geaccepteerd als een redelijk uitgangspunt voor
                    de bepaling van de omvang van de ondersteuning. Als er in de toekomst nieuwe
                    richtlijnen ontwikkeld worden, moeten deze ertoe leiden dat het resultaat
                    bereikt wordt en maatschappelijk aanvaardbaar zijn.</al><al>Artikel 5. Het wonen in een geschikt huis</al><al>Uitgangspunt is dat belanghebbende zelf al beschikt of zal beschikken over een
                    woning. De woning zelf wordt niet door het college verzorgd, dat is de
                    verantwoordelijkheid van belanghebbende. Het college kan wel ondersteunen of
                    bemiddelen bij het zoeken naar een (geschikte) woning. Daarbij is uitgangspunt
                    dat iedereen altijd zoekt naar een voor hem op dat moment meest geschikte
                    beschikbare woning, uiteraard passend bij het bestedingspatroon. Heeft iemand
                    een woning, dan houdt de compensatieplicht in dat eventuele problemen met het
                    normale gebruik van de woning opgelost worden. Daarbij kan veelal gekozen worden
                    uit meerdere mogelijke oplossingen.</al><al>De compensatieplicht van het college betreft het uitrustingsniveau van de
                    sociale woningbouw, zoals vastgesteld in het Bouwbesluit 2012. Ook ten aanzien
                    van de te hanteren afschrijftermijnen wordt aangesloten bij het niveau van de
                    sociale woningbouw. Woonvoorzieningen op het uitrustingsniveau van de sociale
                    woningbouw zijn van voldoende kwaliteit; duurdere of andere voorzieningen hoeven
                    niet te worden verstrekt. Tenzij er in de situatie van belanghebbende sprake is
                    van een compensatienoodzaak en de Wmo consulent van deze regel moet afwijken om
                    belanghebbende voldoende te kunnen compenseren. De compensatieplicht geldt voor
                    de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten. </al><al>Als het gaat om een geschikte woning zijn er verschillende manieren van
                    compensatie mogelijk. Het kan mogelijk zijn de woning aan te passen, maar ook
                    kan het mogelijk zijn dat er een andere woning beschikbaar is die geschikt is,
                    of een woning die makkelijker geschikt te maken is. Er moet een afweging worden
                    gemaakt van de diverse mogelijkheden. Uitgangspunt daarbij zijn de persoonlijke
                    behoeften en mogelijkheden van belanghebbende. Aan de andere kant wordt hierbij
                    goed rekening gehouden met de noodzaak om tot een doelmatige besteding van
                    gemeenschapsgelden te komen en het principe van de goedkoopst-compenserende
                    oplossing.</al><al>Of de woning aangepast moet worden of dat het plaatsen van een herplaatsbare
                    woonunit ook een oplossing kan zijn, hangt af van hoe lang de voorziening kan
                    worden gebruikt en of de voorziening later hergebruikt kan worden. Een aanbouw
                    wordt alleen dan gerealiseerd als vastgelegd kan worden dat deze aanpassing
                    tijdens de gehele looptijd van de aanbouw beschikbaar kan blijven voor
                    belanghebbende. In andere situaties wordt zo mogelijk gekozen voor het plaatsen
                    van een losse woonunit.</al><al>Verhuizing naar een geschikte woning of een makkelijker geschikt te maken woning
                    kan een snelle(re) oplossing bieden dan het aanpassen van een woning. Bovendien
                    komt het voor dat woningen zich niet lenen voor aanpassing. Om tot het te
                    bereiken resultaat te komen wordt er goed onderzoek verricht naar mogelijkheden
                    en alternatieven. Hierbij wordt rekening gehouden met de behoeften en
                    mogelijkheden van belanghebbende. In de afweging wordt meegenomen hoe de
                    behoeften van belanghebbende zich verhouden tot de (financiële) belangen van het
                    college. Wanneer er voorliggende oplossingen/voorzieningen zijn of alternatieve
                    voorzieningen zijn die goedkoper zijn, wordt er eerst beoordeeld in hoeverre
                    deze oplossingen leiden tot het te bereiken resultaat.</al><al>In Lid 2 van artikel 5 is bepaald dat het college kan besluiten geen
                    compenserende maatregelen te treffen wanneer de compensatienoodzaak het gevolg
                    van een verhuizing is en belanghebbende niet in staat is om de nieuwe woning
                    normaal te gebruiken. Niet de ondervonden beperking, maar de verhuizing naar een
                    niet geschikte woning is dan de voornaamste oorzaak van de ondervonden
                    problemen. Deze bepaling geldt voornamelijk als belanghebbende zonder specifieke
                    reden verhuist.</al><al>Artikel 6. Boodschappen doen en maaltijden aanreiken</al><al>Lid 1 van artikel 6 beschrijft wat verstaan wordt onder het resultaat
                    ‘boodschappen doen en maaltijden aanreiken’. Bij boodschappen doen gaat het om
                    het kunnen beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften. Dit betekent
                    dat de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere
                    momenten waarop iets genuttigd wordt beschikbaar moet zijn. Hetzelfde geldt voor
                    toiletartikelen en schoonmaakmiddelen. Deze dagelijkse benodigdheden kunnen op
                    vele manieren in huis komen. Compensatie op grond van de Wmo houdt in dat het
                    belanghebbende mogelijk wordt gemaakt om boodschappen in huis te halen. De
                    compensatieplicht van het college gaat niet over het financieel in staat stellen
                    van belanghebbende om boodschappen te doen. Ook hoeft belanghebbende niet per se
                    zelf boodschappen te doen. Er wordt altijd gezocht naar een passende en
                    compenserende oplossing waarmee het resultaat bereikt wordt. Te denken valt aan
                    een boodschappenservice, waarbij wel opgelet wordt dat de supermarkt qua
                    prijsniveau past bij het bestedingspatroon van belanghebbende. Daar waar het
                    college compenserende maatregelen treft, wordt ten aanzien van dit resultaat bij
                    de berekening van de omvang van de ondersteuning zo veel mogelijk aansluiting
                    gezocht bij het normenkader zoals omschreven is in hoofdstukken 5 en 6 uit het
                    document: ’Richtlijn Indicatieadvisering Hulp bij het Huishouden (MO-Zaak,
                    2011)’ (zie bijlage 3 bij de beleidsregels).</al><al>Het omschreven resultaat gaat niet alleen om het aanschaffen van ingrediënten
                    maar ook om de maaltijden zelf. Het college kan compenserende maatregelen
                    treffen om te realiseren dat belanghebbende beschikt over de verschillende
                    maaltijden door de dag heen. Hierbij moet rekening worden gehouden met medische
                    geïndiceerde diëten. Ook kan rekening worden gehouden met de wensen van de
                    aanvrager. Het te bereiken doel kan behaald worden via een maaltijdservice, via
                    het gebruik maken van gezamenlijke maaltijden of via het - met behulp van een
                    vrijwilliger of anderszins - zelf bereiden van maaltijden. Als de persoonlijke
                    situatie van belanghebbende dit vereist, kan het bereiden van maaltijden worden
                    overgenomen. Hierbij is het principe van goedkoopst-compenserend leidraad. Ook
                    hierbij geldt dat het te bereiken resultaat het belangrijkste is. De manier
                    waarop daaraan voldaan wordt, is van ondergeschikt belang.</al><al>Artikel 7. Het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding</al><al>Lid 1 van artikel 7 bepaalt dat wanneer het gaat om het beschikken over schone
                    draagbare en doelmatige kleding dat beperkt is tot het verzorgen van kleding, of
                    begeleiding bij het aanschaffen van kleding. Het gaat dus niet om het bieden van
                    financiële ondersteuning voor het aanschaffen van kleding. Wat doelmatige
                    kleding is verschilt van situatie tot situatie. Het gaat in ieder geval om
                    dagelijkse kleding.</al><al>Eén manier om het resultaat te bereiken, is begeleiding bieden bij het kopen van
                    kleding, bijvoorbeeld met inschakeling van vrijwilligers. Het resultaat kan ook
                    worden bereikt door met behulp van anderen (bijvoorbeeld personen uit het
                    sociale netwerk) de kleding aan te schaffen. Het is niet een vereiste dat
                    belanghebbende zelf, of samen met anderen, de kleding aanschaft. Wanneer
                    belanghebbende mobiliteitsbeperkingen heeft, kan het resultaat worden bereikt
                    door te compenseren via een vervoersvoorziening.</al><al>Als belanghebbende moet beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding
                    betekent dat dat er gewassen, gestreken en eventueel gerepareerd moet kunnen
                    worden, voor zover belanghebbende daartoe niet in staat is. Het wassen zal
                    veelal gebeuren met de algemeen gebruikelijke wasmachine. Het drogen van de was
                    vindt zo mogelijk plaats met een wasdroger. Het college kan voor het wassen,
                    drogen, strijken en eventueel repareren van kleding compenserende maatregelen
                    treffen. Hierbij geldt dat er goed onderzoek wordt verricht naar de eigen
                    mogelijkheden van belanghebbende en dat er wordt gekeken naar wat
                    maatschappelijk gangbaar is. Met maatwerk als uitgangspunt wordt onderzocht in
                    hoeverre er voorliggende, algemene, collectieve of algemeen gebruikelijke
                    voorzieningen zijn, die tot het te bereiken resultaat kunnen leiden. Wanneer
                    dergelijke voorzieningen aanwezig zijn en voldoende compensatie bieden, wordt er
                    niet via een individuele voorziening gecompenseerd. Daar waar het college
                    compenserende maatregelen treft, wordt bij de berekening van de omvang van de
                    ondersteuning zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij het normenkader dat
                    omschreven is in hoofdstukken 5 en 6 uit het document: ’Richtlijn
                    Indicatieadvisering Hulp bij het Huishouden (MO-Zaak, 2011)’ (zie bijlage 3 bij
                    de beleidsregels).</al><al>Artikel 8. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren</al><al>Artikel 8 spreekt over de dagelijkse zorg van kinderen die tot het gezin
                    behoren. Als een ouder met beperkingen dat zelf niet kan, is compensatie bedoeld
                    als ondersteuning. Er is nooit sprake van een volledige overname. Vanuit de Wmo
                    worden de acute problemen opgelost zodat er gezocht kan worden naar een
                    permanente oplossing. Het college compenseert alleen wanneer een van de/beide
                    ouders/verzorgers zich met een hulpvraag bij het college meldt/melden.</al><al>Het thuis verzorgen van kinderen die tot het gezin behoren is veelal van kortere
                    duur. De compensatie van het niet zelf verzorgen (en opvoeden) van tot het gezin
                    behorende kinderen wordt bij een langere duur opgelost via algemeen
                    gebruikelijke, voorliggende en algemene voorzieningen. Soms is tijdelijke
                    compensatie van belang om de ouder(s) de gelegenheid te geven een definitieve
                    oplossing te zoeken. Voorliggende voorzieningen spelen dan een grote rol. Te
                    denken valt aan kinderopvang, gastouders en grootouders. Voor-, tussen- en
                    naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden die in de
                    individuele situatie van de aanvrager kunnen leiden tot het te bereiken
                    resultaat kunnen het verstrekken van een individuele voorziening onnodig maken.
                    Er wordt dus altijd eerst beoordeeld of er dit soort oplossingen mogelijk zijn.
                    Daar waar het college compenserende maatregelen treft, wordt bij de berekening
                    van de omvang van de ondersteuning zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij het
                    normenkader dat omschreven is in hoofdstukken 5 en 6 uit het document:
                    ’Richtlijn Indicatieadvisering Hulp bij het Huishouden (MO-Zaak, 2011)’ (zie
                    bijlage 3 bij de beleidsregels).</al><al>Artikel 9. Het zich in en om de woning verplaatsen</al><al>Lid 1. Belanghebbende moet zich in en om de woning kunnen verplaatsen. Korte
                    verplaatsingen om de woning (zoals het posten van een brief, op bezoek bij de
                    buren, het maken van een ommetje) vallen onder lid 2, maar kunnen ook onder
                    artikel 10 vallen: het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Dit is
                    afhankelijk van de vervoersbehoefte en de mobiliteit van belanghebbende.</al><al>Bij verplaatsingen in de woning horen ook de verplaatsing naar een centrale hal
                    in een flat, waar veelal de brievenbussen zijn, of het bereiken van een balkon
                    of tuin. Belanghebbende moet de woonkamer, het slaapvertrek en/of de
                    slaapvertrekken, het toilet en de douche, de berging, de tuin of het balkon
                    kunnen bereiken. Belanghebbende moet zich daar zodanig kunnen redden dat normaal
                    functioneren mogelijk is.</al><al>Om dit resultaat te bereiken kunnen (nieuwe of gebruikte) voorzieningen worden
                    ingezet. Het kan zijn dat één voorziening niet alleen tot dit resultaat leidt,
                    maar ook leidt tot het resultaat: `het wonen in een geschikt huis´.</al><al>Lid 2. Wanneer belanghebbende ondersteuning nodig heeft bij verplaatsingen om de
                    woning, bijvoorbeeld voor het kunnen doen van dagelijkse boodschappen, het
                    kunnen bezoeken van personen in de directe leefomgeving en het doen van gewenste
                    activiteiten, alles binnen de directe leefomgeving, kan er via een
                    hulpmiddel/rolstoel (voor dagelijks zittend gebruik) gecompenseerd worden.</al><al>Artikel 10. Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</al><al>Als het gaat om het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een
                    individuele voorziening, al dan niet collectief afgenomen, worden
                    getroffen.</al><al>Belanghebbende moet zich met een vervoermiddel kunnen verplaatsen over een
                    afstand binnen een straal van 5 vervoerszones vanaf het woonadres. Hieronder
                    valt het vervoer naar bestemmingen met een sociaal recreatief karakter. Het gaat
                    hierbij om vervoer in de vrije tijd, dus niet naar werk, school of dagbesteding.
                    Reizen in de vrije tijd is bijvoorbeeld een rit naar de supermarkt, naar de
                    sportclub of naar familie. Compensatie binnen dit resultaat behartigt niet enkel
                    een mobiliteitsvraagstuk, maar dient ook een sociale behoefte. Voor reizen naar
                    het werk, een opleiding of naar dagbesteding bestaan aparte regelingen. Het
                    vervoer voor verplaatsingen van meer dan 5 vervoerszones (bovenregionaal
                    vervoer) wordt uitgevoerd door Valys in opdracht van het ministerie van
                    VWS.</al><al>Belanghebbende krijgt over het algemeen maximaal 2500 kilometer (500
                    vervoerszones) gecompenseerd. Het aantal toe te kennen vervoerszones wordt
                    aangepast aan de vervoersbehoefte van belanghebbende en de mate waarin
                    belanghebbende in eigen oplossingen kan voorzien. Dit betekent dat het maximale
                    aantal toe te kennen vervoerszones, afhankelijk van de persoonlijke situatie van
                    belanghebbende, naar boven/beneden kan worden bijgesteld.</al><al>Artikel 11. Het ontmoeten van medemensen en het aangaan/onderhouden van sociale
                    verbanden</al><al>Lid 1. Belanghebbende moet gewenste bezoeken kunnen afleggen en kunnen deelnemen
                    aan gewenste recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten. Het kan
                    gaan om familiebezoek, het bezoeken van bijeenkomsten of kerkdiensten, het
                    deelnemen aan het verenigingsleven, maar ook het volgen van cursussen om de
                    vrije tijd op een aangename wijze te kunnen invullen. Voorwaarden hiervoor zijn
                    bijvoorbeeld het zich kunnen verplaatsen naar deze bestemmingen.</al><al>Hoofdstuk 4. Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</al><al>Artikel 12. Aanmelding voor een gesprek</al><al>Artikel 12 bepaalt in lid 1 dat er aan een aanvraag een gesprek voorafgaat (zie
                    voor een nadere omschrijving van het gesprek de toelichting op artikel 13).</al><al>In lid 2 wordt bepaald dat aan het gesprek een aanmelding voorafgaat.</al><al>Lid 3 van artikel 12 omschrijft de wijzen waarop de aanmelding kan plaatsvinden.
                    De aanmelding kan schriftelijk plaatsvinden via een contactformulier. Dit
                    formulier is digitaal (als e-formulier) op de website van de gemeente Weesp
                    beschikbaar. Ook is een mondelinge aanmelding of een aanmelding per e-mail
                    mogelijk.</al><al>Lid 4 stelt vast dat de afspraak voor het gesprek binnen 10 dagen na de
                    aanmelding wordt gemaakt, in noodsituaties eerder. Hierdoor hebben beide
                    partijen de gelegenheid zich op het gesprek voor te bereiden. Belanghebbende
                    ontvangt nadat de afspraak gemaakt is een (vragen)lijst waarin de te bespreken
                    onderwerpen/vragen staan. Het gesprek zelf volgt zo spoedig mogelijk.</al><al>In lid 5 wordt bepaalt dat belanghebbende, nadat de afspraak is gemaakt, hier
                    een schriftelijke bevestiging van ontvangt.</al><al>Artikel 13. Het gesprek</al><al>Dit artikel bepaalt dat er een scheiding wordt aangebracht tussen een aanmelding
                    en een aanvraag. Wanneer belanghebbende zich tot het college wendt met een
                    hulpvraag, wordt in eerste instantie een gesprek gevoerd met een Wmo consulent.
                    De Wmo consulent is werkzaam bij het Wmo loket en is door het college aangewezen
                    om invulling te geven aan het proces van vraag naar ondersteuning. Het doel van
                    het gesprek is het vaststellen van de ondersteuningsbehoefte. Gekeken wordt naar
                    een of meer te bereiken resultaten en de oplossingen die daarbij passen,
                    inclusief de eigen mogelijkheden. Dit alles binnen het kader van de
                    compensatieplicht. Het gesprek gaat in op de knelpunten die belanghebbende
                    ondervindt bij zijn zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Hierbij
                    staan de mogelijkheden die belanghebbende heeft ondanks zijn beperkingen
                    centraal. De eigen oplossingen die belanghebbende, eventueel samen met het
                    sociale netwerk kan organiseren, nemen een sterke positie in tijdens het
                    gesprek.</al><al>Onderdeel a van artikel 13 geeft aan dat het gesprek volledig wordt afgestemd op
                    de wensen en behoeften van belanghebbende. Hoe breed het gesprek over de
                    ondersteuningsbehoefte is verschilt van situatie tot situatie. Het algemene
                    uitgangspunt is dat het gesprek met de Wmo consulent bij belanghebbende thuis
                    wordt gevoerd. Als belanghebbende dit wenst kan het gesprek ook op het
                    gemeentehuis van de gemeente Blatricum plaatsvinden. Het staat belanghebbende
                    vrij om voor hem/haar relevante personen bij het gesprek aanwezig te laten
                    zijn.</al><al>Onderdeel b van artikel 13 gaat in op de lijst met te bespreken levensdomeinen.
                    Deze lijst is gebaseerd op de International Classification of Functions,
                    Disabilities and Impairments (ICF). De ICF biedt voor de gemeentelijke
                    uitvoeringspraktijk een uniform begrippenkader dat als grondslag dient om de
                    behoefte aan voorzieningen in individuele gevallen vast te stellen. De te
                    bespreken levensdomeinen zijn in ieder geval:</al><al>- daginvulling (de tijd tussen opstaan en naar bed gaan)</al><al>- wonen (verblijf en onderdak)</al><al>- huishouding (wassen, koken, schoonmaken, boodschappen doen)</al><al>- vrijetijdsbesteding (plezier van een hobby, liefhebberij of bezigheid)</al><al>- inkomsten en uitgaven (over geld dat binnenkomt en weer uit gaat)</al><al>- sociale contacten (de omgang met familie, vrienden, kennissen)</al><al>- (verder) leren (een opleiding of cursus nodig hebben of erbij willen
                    doen)</al><al>- vervoer en mobiliteit (verplaatsingen van A naar B)</al><al>- zelfverzorging (de dagelijkse verzorging)</al><al>- zorg voor een ander (dagelijkse verzorging van anderen)</al><al>- administratie (persoonlijke boekhouding bijhouden en papieren bewaren)</al><al>Tijdens het gesprek is belanghebbende altijd vrij om andere onderwerpen te
                    bespreken. Het gesprek gaat per levensdomein in op in ieder geval de volgende
                    vragen:</al><al>- Of belanghebbende belemmeringen ondervindt op het betreffende levensdomein en
                    zo ja, welke.</al><al>- Of belanghebbende wenst dat er iets aan de belemmeringen wordt gedaan.</al><al>- Welke oplossingen volgens belanghebbende de belemmeringen weg zouden kunnen
                    nemen.</al><al>- Wat belanghebbende zelf, eventueel in samenwerking met het sociale netwerk,
                    kan doen om de belemmeringen weg te nemen.</al><al>- Waar belanghebbende hulp van anderen, bijvoorbeeld de gemeente, hulpverleners,
                    instanties, nodig heeft.</al><al>Belanghebbende kan zelf ook kwaliteiten hebben die hij graag voor anderen inzet.
                    In het gesprek wordt daarom stilgestaan bij de vraag wat belanghebbende zelf
                    voor anderen kan betekenen (wederkerigheid). Ook de inzet van
                    ervaringsdeskundigheid en kennis wordt benut, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen
                    van beleid en de kwaliteit van de Wmo uitvoering.</al><al>Onderdeel c van artikel 13 bepaalt dat de hierboven genoemde levensdomeinen en
                    de daaraan gekoppelde vragen voorafgaand aan het gesprek schriftelijk naar
                    belanghebbende worden toegezonden.</al><al>Op basis van de Algemene Wet Bestuursrecht hebben belanghebbenden altijd het
                    recht om een aanvraag in te dienen bij een bestuursorgaan. In strikt formele zin
                    is een aanvraag het verzoek om een besluit te nemen. Zoals in artikel 3.2 onder
                    h van de verordening vermeld staat, moet het college voordat er compenserende
                    maatregelen getroffen kunnen worden, gedegen onderzoek kunnen verrichten naar de
                    persoonlijke situatie van belanghebbende. Dit om de compensatienoodzaak vast te
                    kunnen stellen en omdat het college de plicht heeft om volgens het principe van
                    maatwerk met de hulpvraag van belanghebbende om te gaan. Alleen een aanvraag
                    voor een Wmo voorziening is daarom onvoldoende om een besluit te nemen.</al><al>Artikel 14. Het verslag</al><al>Artikel 14 bepaalt in lid 1 dat het gesprek wordt vastgelegd in een verslag. In
                    het verslag wordt het zwaartepunt gelegd op de formulering van het te bereiken
                    resultaat, de daarbij horende oplossing en de manier waarop de oplossing
                    gerealiseerd wordt. Wanneer belanghebbende na een gesprek een aanvraag voor een
                    individuele voorziening indient, speelt het verslag een rol in de eventuele
                    verdere procedure. Het verslag bevat in ieder geval:</al><al>a. Een omschrijving van de beperking, het chronisch psychisch probleem en/of het
                    psychosociaal probleem zoals ervaren door belanghebbende.</al><al>b. De mogelijkheden die belanghebbende heeft ondanks dit probleem.</al><al>c. De problemen die belanghebbende ondervindt op basis van dit probleem.</al><al>d. De resultaten die belanghebbende wil bereiken op de in artikel 4 lid 1 Wmo
                    omschreven terreinen.</al><al>e. Wat belanghebbende zelf, eventueel met hulp van anderen/het sociale netwerk,
                    kan doen om oplossingen te bewerkstelligen.</al><al>f. Wat belanghebbende zelf kan betekenen voor anderen.</al><al>g. Welke ondersteuning er van instanties/gemeente/hulpverleners nodig is.</al><al>Lid 2 geeft aan dat belanghebbende na het gesprek hier een verslag van ontvangt.
                    Hoe uitgebreid het verslag is kan met belanghebbende worden afgestemd. Vaak
                    voldoet een (beknopte) terugkoppeling van de belangrijkste conclusies uit het
                    gesprek.</al><al>Artikel 15. De aanvraag</al><al>In lid 1 is geregeld dat een aanvraag van een individuele voorziening altijd
                    schriftelijk moet worden gedaan, waarbij digitaal een vorm van schriftelijk is.
                    Dit is een verplichting op grond van artikel 4.1 van de Algemene wet
                    bestuursrecht. Hierin is bepaald dat, tenzij bij wettelijk voorschrift anders
                    bepaald, een aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk moet worden
                    ingediend.</al><al>Lid 2 bepaalt dat belanghebbende of zijn wettelijke vertegenwoordiger verplicht
                    is aan het college of de door hen aangewezen adviesinstantie die gegevens te
                    (laten) verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
                    Mocht voor de vaststelling van de compensatienoodzaak en/of de
                    compensatiebehoefte medisch onderzoek moeten worden verricht, dan wint het
                    college zo nodig medisch advies in om tot een weloverwogen en juist besluit te
                    komen. Uit de jurisprudentie blijkt dat als een aanvrager geen medewerking
                    verleent de aanvraag afgewezen mag worden omdat het dan niet mogelijk is om
                    voldoende onderzoek te doen. Dit geldt uiteraard alleen als zonder het medisch
                    onderzoek de compensatienoodzaak niet is vast te stellen. De Wmo consulent
                    beoordeelt altijd of de compensatienoodzaak en -behoefte op een andere wijze
                    (dan via het medisch onderzoek) vast te stellen is.</al><al>In navolging van de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht wordt in lid 3
                    bepaald dat het college, nadat er een aanvraag is ingediend, binnen 8 weken een
                    besluit neemt. Mocht dit door omstandigheden niet haalbaar zijn, dan wordt
                    belanghebbende hiervan op de hoogte gebracht. De Algemene wet bestuursrecht
                    voorziet in dit zogenoemde verdagings(verlenings)recht.</al><al>Omdat het proces van vraag naar ondersteuning bij een aantal voorzieningen
                    (procedureel) meer tijd kost, wordt in lid 4 een afwijkend beslistermijn van 16
                    weken opgenomen. Deze afwijking geldt vooral voor woonvoorzieningen waarbij
                    voorafgaand aan het besluit offertes opgevraagd moeten worden en/of een
                    vergunning nodig is.</al><al>Artikel 16. Het maken van een afweging</al><al>In lid 1 van artikel 16 is vastgelegd dat het college de bevindingen uit het
                    gesprek als uitgangspunt neemt bij de beoordeling van de aanvraag. Dit omdat het
                    gesprek ingaat op de persoonlijke situatie van belanghebbende, maatwerk mogelijk
                    maakt en in het verslag wordt vastgesteld. In artikel 14 wordt bepaald wat
                    minimaal in het verslag opgenomen wordt.</al><al>In lid 2 is vastgesteld dat het college bij het maken van een afweging uitgaat
                    van de persoonskenmerken en behoeften van belanghebbende, zoals artikel 4 Wmo
                    voorschrijft. ‘Uitgaan van’ betekent dat het college die persoonskenmerken en
                    behoeften als vertrekpunt van het onderzoek en de afweging neemt. Bij het
                    onderzoek wordt het gesprek als vertrekpunt genomen. Er wordt gekeken naar welk
                    resultaat belanghebbende wenst te bereiken en in hoeverre er sprake is van een
                    compensatienoodzaak. Ook wordt er uitvoerig stilgestaan bij de mogelijkheden die
                    belanghebbende heeft om zelf oplossingen te realiseren.</al><al>Lid 3 bepaalt dat bij het treffen van compenserende maatregelen alles in het
                    teken van het te bereiken resultaat staat. De wijze waarop het resultaat bereikt
                    wordt (= via welke voorzieningen) is ondergeschikt aan het resultaat zelf.</al><al>Artikel 17. Advisering</al><al>Artikel 17 bepaalt dat om de compensatienoodzaak te kunnen beoordelen het
                    mogelijk is om een beroep te doen op een (medisch) adviseur. Het college heeft
                    twee mogelijkheden. Ten eerste kan het college belanghebbende oproepen op een
                    bepaalde plaats en tijd te verschijnen om daar vragen te beantwoorden die nodig
                    zijn om tot een zorgvuldig besluit te komen. Uiteraard wordt hierbij rekening
                    gehouden met de in de persoon gelegen mogelijkheden en/of beperkingen. De tweede
                    mogelijkheid is uitgebreider: het inwinnen van een (extern) medisch advies.
                    Wanneer het college op medische gronden een besluit neemt ten aanzien van het
                    wel/niet treffen van een voorziening, ligt hier een medisch advies/medische
                    onderbouwing aan ten grondslag. Hier is vaak een medisch advies voor nodig. Het
                    opvragen van medische gegevens gebeurt uitsluitend met toestemming van
                    belanghebbende.</al><al>Als er medisch onderzoek wordt verricht, geeft de Wmo consulent eerst aan om
                    welke stoornissen het gaat. Hierbij wordt uitgegaan van de ICF die is gericht op
                    functiestoornissen. Het gaat daarbij met name om de zogenoemde classificatie op
                    het tweede niveau en dan met name in de vorm van de op het tweede niveau
                    aangegeven functies (zie bijlage 1 bij deze toelichting). Het medisch advies
                    binnen de kaders van de Wmo richt zicht op problemen met functies die leiden tot
                    stoornissen bij activiteiten en participatie. De compensatieplicht van het
                    college heeft vooral betrekking op functies op dit niveau. Ook bij de vermelding
                    van deze stoornissen in ’activiteiten en participatie’ wordt bij het medisch
                    onderzoek gebruikgemaakt van het begrippenkader van de ICF. De indeling van
                    activiteiten en participatie is als bijlage 2 bij deze toelichting
                    opgenomen.</al><al>Als belanghebbende geen medewerking verleent kan de aanvraag buiten behandeling
                    worden geplaatst, omdat het college zo niet in staat wordt gesteld om (op basis
                    van gedegen onderzoek) een besluit te nemen. Dit principe staat tevens verwoord
                    in artikel 3 van de verordening. Als dit aan de orde is, wordt altijd onderzocht
                    of de compensatienoodzaak op andere manieren vast te stellen is.</al><al>Artikel 18. De inhoud van de beschikking</al><al>Dit artikel bepaalt welke aspecten bij het verstrekken van een voorziening
                    minimaal in de beschikking vastgelegd moeten worden:</al><al>a. De belangrijkste conclusies uit het gesprek.</al><al>b. Het te bereiken resultaat.</al><al>c. De eigen oplossingen van belanghebbende om het resultaat te bereiken.</al><al>d. Welke compenserende maatregelen het college treft om het resultaat te
                    bereiken en de omvang daarvan.</al><al>e. In welke vorm de compensatie plaatsvindt: in natura, als pgb of als
                    financiële tegemoetkoming.</al><al>f. Per wanneer de compensatie ingaat en de duur daarvan.</al><al>g. Bij ondersteuning in natura: welke organisatie de ondersteuning levert.</al><al>h. De voorwaarden waaronder de compensatie plaatsvindt.</al><al>i. De regels die gelden ten aanzien van de verantwoording van het pgb/de
                    financiële tegemoetkoming,</al><al>Andere relevante aspecten die te maken hebben met het te bereiken resultaat en
                    de compenserende en/of eigen maatregelen hierbinnen worden ook in de beschikking
                    opgenomen.</al><al>Hoofdstuk 5. Bepalingen ten aanzien van de te treffen compenserende
                    maatregelen</al><al>Artikel 19. Vorm van de resultaatgerichte compensatie</al><al>In dit artikel wordt eerst behandeld in welke vormen compensatie plaats kan
                    vinden. Artikel 6 van de Wmo bepaalt in lid 1 het volgende: </al><al>“Het college van burgemeester en wethouders biedt personen die aanspraak hebben
                    op een individuele voorziening de keuze tussen het ontvangen van een voorziening
                    in natura of het ontvangen van een hiermee vergelijkbaar en toereikend
                    persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een arbeidsverhouding als
                    bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij
                    hiertegen overwegende bezwaren bestaan.”</al><al>Door deze bepaling zijn er in de Wmo drie vormen van compensatie mogelijk om het
                    resultaat te bereiken. De eerste vorm is compensatie in natura. Daarmee wordt
                    bedoeld dat het college een voorziening toekent, die belanghebbende
                    kant-en-klaar ontvangt. De tweede mogelijkheid is een te ontvangen geldbedrag,
                    het pgb. Belanghebbende kan een programma van eisen ontvangen op basis waarvan
                    hij de ondersteuning aanschaft/inkoopt. De derde vorm van compensatie is de
                    financiële tegemoetkoming, zo blijkt uit artikel 7, lid 2 Wmo: ‘Een
                    persoonsgebonden budget en een financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of
                    woontechnische ingreep in of aan een woonruimte wordt verleend aan de eigenaar
                    van de woonruimte. Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing’. Een financiële
                    tegemoetkoming en een pgb voor een bouwkundige aanpassing aan een woning wordt
                    ingevolge artikel 7 lid 2 Wmo door het college uitbetaald aan de eigenaar van de
                    woning. Hier betaalt belanghebbende een eigen aandeel/eigen bijdrage voor.</al><al>Lid 2 van artikel 19 bepaalt dat in bepaalde situaties, wanneer er sprake is van
                    zogenoemde ´overwegende bezwaren´ er geen compensatie via een pgb plaatsvindt.
                    Dit is vooral het geval wanneer personen van wie verwacht kan worden dat zij
                    niet met het beschikbare geld om kunnen gaan een pgb aanvragen. Als dit het
                    geval is, is het verstrekken van een pgb niet het meest effectief om het
                    vastgestelde resultaat te bereiken. Uiteraard geldt hierbij dat er sprake moet
                    zijn van zorgvuldig onderzoek en een goede onderbouwing. Hoewel het niet
                    zelfstandig kunnen beheren van het budget een hoofdgrond vormt voor het bestaan
                    van ‘overwegende bezwaren’, kan het college, eventueel in specifieke gevallen,
                    hierover nadere regels stellen.</al><al>Lid 3 van dit artikel bepaalt dat het college steekproefsgewijs controleert of
                    en in hoeverre belanghebbende het pgb rechtmatig heeft besteed en in hoeverre
                    het pgb geleid heeft tot het te bereiken resultaat. Hierbij wordt willekeurig
                    een aantal belanghebbenden geselecteerd die een aantal voor het onderzoek
                    relevante documenten moeten aanleveren (zie hieronder). Als een belanghebbende
                    geselecteerd wordt, dan moet hij de administratie binnen vier weken nadat het
                    college hierom gevraagd heeft overleggen. Belanghebbenden aan wie een pgb is
                    verstrekt moeten in ieder geval de volgende stukken bewaren:</al><al>Pgb voor de inkoop van diensten</al><al>- een overzicht van de loonadministratie met bewijsmiddelen (declaraties van de
                    persoon of instantie bij wie belanghebbende de ondersteuning betrekt en
                    bewijsstukken van betalingen aan de persoon of instantie bij wie belanghebbende
                    de ondersteuning betrekt);</al><al>- de overeenkomst met de persoon of instantie bij wie belanghebbende de
                    ondersteuning betrekt.</al><al>Pgb voor de inkoop van goederen</al><al>- de originele nota/factuur van de aangeschafte voorziening;</al><al>- het betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening.</al><al>Ook ten aanzien van een financiële tegemoetkoming kan het college
                    steekproefsgewijs een controle kan uitvoeren naar de rechtmatige besteding.
                    Hierbij gelden dezelfde regels als voor een controle van een rechtmatige
                    besteding van het pgb, Belanghebbende moet dezelfde stukken binnen dezelfde
                    termijn kunnen overleggen.</al><al>Lid 4 regelt dat het college, tot vijf jaar nadat het pgb/financiële
                    tegemoetkoming is toegekend, de gegevens kan opvragen en controleren.
                    Belanghebbende moet daarom de administratie voor een looptijd van minimaal vijf
                    jaar bewaren. Is het pgb/de financiële tegemoetkoming anders besteed dan
                    bedoeld, of kan belanghebbende de benodigde stukken niet overleggen, dan kan het
                    college overwegen het pgb/de financiële tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk
                    terug te vorderen. Daarbij is leidend of er sprake was van opzet of
                    onwetendheid. Bij opzet moet afgewogen worden of terugvordering in verhouding
                    staat tot wat er bewust onjuist is gedaan.</al><al>Artikel 20. Eigen bijdrage en eigen aandeel</al><al>Dit artikel bepaalt in het eerste lid dat belanghebbende voor een voorziening in
                    natura of als pgb een eigen bijdrage moet betalen. Wanneer belanghebbende met
                    een financiële tegemoetkoming ondersteund wordt is er een eigen aandeel
                    verschuldigd. De Wmo heeft bepaald dat wanneer belanghebbende een rolstoel
                    krijgt, hier geen eigen bijdrage voor geldt. Er is ook geen eigen bijdrage voor
                    alle individuele voorzieningen voor kinderen onder de 18 jaar.</al><al>Wanneer belanghebbende via het collectief vraagafhankelijk vervoer gecompenseerd
                    wordt voor mobiliteitsbeperkingen dan is er geen sprake van een
                    inkomensafhankelijke eigen bijdrage, maar van een reizigersbijdrage (per zone)
                    dat gelijk staat aan de geldende tarieven van het reguliere OV. Belanghebbende
                    betaalt deze eigen bijdrage direct na het reizen aan de chauffeur, of laat de
                    kosten door de vervoerder automatisch afschrijven.</al><al>Lid 2 stelt vast dat de omvang van de eigen bijdrage wordt vastgesteld op de
                    maximale eigen bijdrage binnen de kaders van artikel 4.1 en artikel 4.2 van het
                    Besluit maatschappelijke ondersteuning. De eigen bijdrage wordt vastgesteld en
                    geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). De eigen bijdrage wordt
                    vastgesteld en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). De hoogte
                    van de eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen en eventuele vermogen. De
                    maximale periodebijdrage wordt berekend met het verzamelinkomen van twee jaar
                    geleden. In 2013 doet men aangifte over 2012, dus dat jaar is nog niet bekend.
                    Vandaar dat het verzamelinkomen over 2011 in 2013 gebruikt wordt. Wanneer
                    belanghebbende belastingaangifte doet en vermogen heeft in box 3 telt 8% van de
                    “grondslag sparen en beleggen” mee bij de berekening van de eigen bijdrage. De
                    “grondslag sparen en beleggen” is het deel van het vermogen boven het
                    heffingvrije vermogen.</al><al>Een eigen bijdrage mag elke 4 weken gevraagd worden, maar nooit hoger zijn dan
                    de grens die in het besluit is vastgelegd. Ook mag de eigen bijdrage niet hoger
                    zijn dan de kostprijs van de voorziening. Wordt een pgb verstrekt voor een
                    voorziening in eigendom van belanghebbende, dan mag de eigen bijdrage niet meer
                    dan 39 perioden van 4 weken worden gevraagd. Gaat het om een pgb voor een
                    doorlopende zaak die niet in eigendom wordt verstrekt (in bruikleen), dan mag de
                    eigen bijdrage, met inachtneming van de kostprijs, worden gevraagd zo lang als
                    de voorziening wordt gebruikt.</al><al>Lid 3 bepaalt dat de omvang van het eigen aandeel in de kosten bij de toekenning
                    van een financiële tegemoetkoming wordt vastgesteld op basis van het maximale
                    eigen aandeel binnen de kaders van artikel 4.1 en artikel 4.2 van het Besluit
                    maatschappelijke ondersteuning. Het eigen aandeel wordt vastgesteld en geïnd
                    door het CAK. Dit vindt volgens dezelfde systematiek als die van de eigen
                    bijdrage (zie toelichting op lid 2) plaats. Het eigen aandeel wordt in mindering
                    gebracht op de door het college te verstrekken tegemoetkoming in de kosten.</al><al>Hoofdstuk 6. Procedurele bepalingen</al><al>Artikel 21. Wijziging situatie</al><al>Belanghebbende is verplicht om het college direct op de hoogte te stellen van
                    een wijziging in zijn situatie waarvan hij vermoedt dat deze invloed kan hebben
                    op het bereiken van het vastgesteld resultaat en/of de ingezette compenserende
                    maatregel(en).</al><al>Artikel 22. Heronderzoek</al><al>Het college kan een heronderzoek instellen naar de aanwezigheid van een
                    compensatienoodzaak en de mate waarin belanghebbende in eigen oplossingen kan
                    voorzien. Tijdens het heronderzoek wordt gekeken naar in hoeverre het
                    vastgesteld resultaat bereikt is en in hoeverre het noodzakelijk is om
                    aanvullende afspraken te maken om tot het te bereiken resultaat te komen.
                    Hierbij wordt de individuele situatie van belanghebbende als uitgangspunt
                    genomen en staat het principe van maatwerk centraal.</al><al>Artikel 23. Intrekking</al><al>Een besluit, genomen op basis van deze verordening, kan in bepaalde
                    omstandigheden geheel of gedeeltelijk ingetrokken worden. Dit gebeurt wanneer de
                    compensatie niet leidt tot het te bereiken resultaat of wanneer de compensatie
                    niet gebruikt wordt om het resultaat te bereiken. Wanneer er bij het inzetten
                    van de compenserende maatregel voorwaarden zijn gesteld en daar op enig moment
                    niet of niet meer aan is voldaan, kan dit reden zijn om de compensatie in te
                    trekken. Hierbij is terugvordering mogelijk. Belanghebbende is verplicht
                    gedurende een periode van vijf jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met
                    betrekking tot de compensatie beschikbaar te houden.</al><al>Wanneer het college op basis van onjuist verstrekte gegevens een compenserende
                    maatregel heeft ingezet, kan het college besluiten een genomen beschikking
                    geheel of ten dele in te trekken. Ook in deze situatie is terugvordering
                    mogelijk.</al><al>Compenserende maatregelen hebben als doel één of meerdere resultaat/resultaten
                    te bereiken. Daar waar het college een pgb of een financiële tegemoetkoming
                    beschikbaar stelt om ondersteuning in te kopen en belanghebbende zich
                    onvoldoende inzet om dit binnen 6 maanden te doen, dan kan dit voor het college
                    aanleiding zijn om de compensatie deels of volledig in te trekken.</al><al>Artikel 24. Terugvordering</al><al>Lid 1: Als een besluit voor compensatie in natura, als pgb of financiële
                    tegemoetkoming is ingetrokken (en ook alleen maar in die situatie) kan eventueel
                    tot terugvordering worden overgegaan. Voorwaarde is dat de compensatienoodzaak
                    niet aanwezig is. Hierbij geldt een privaatrechtelijke procedure.</al><al>Lid 2 bepaalt dat het verstrekken van onjuiste gegevens een grond tot het
                    intrekken van het besluit en het terugvorderen van de voorziening kan zijn.</al><al>Hoofdstuk 7. Slotbepalingen</al><al>Artikel 25. Hardheidsclausule</al><al>Besluiten van het college mogen niet leiden tot onbillijkheden. Die komen weinig
                    voor omdat bij de afwegingen er altijd sprake is van een individueel maatwerk,
                    een zeer persoonlijke beoordeling. Mocht er toch nog sprake zijn van een niet
                    billijke situatie, dan is de hardheidsclausule een vangnet. Belanghebbende kan
                    ook een beroep doen op deze clausule.</al><al>Artikel 26. Nadere regels en indexering</al><al>Lid 1 bepaalt dat het college bevoegd is om nadere regels te stellen ten aanzien
                    van de kaders die de verordening geschetst heeft. Deze nadere regels zijn
                    algemeen verbindende voorschriften en kunnen leiden tot burgerbindende
                    bepalingen.</al><al>Lid 2: Bepaalde bedragen worden jaarlijks aangepast. Bedragen voor de eigen
                    bijdrage en het eigen aandeel worden door het Ministerie van Volksgezondheid,
                    Welzijn en Sport jaarlijks aangepast. Op basis van artikel 26 is het college
                    bevoegd om de bedragen voor de compenserende maatregelen, voor zover deze bekend
                    zijn, aan te passen. Hierbij wordt uitgegaan van de ontwikkelingen conform de
                    prijsindex volgens het Centraal Bureau van de Statistiek en de NEA-index.</al><al>Artikel 27. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen.</al><al>Lid 1: Dit lid regelt de inwerkingtreding van deze verordening. Nadat de
                    gemeenteraad van de gemeente Weesp de verordening heeft vastgesteld, wordt de
                    verordening, ingevolge van artikel 139 van de Gemeentewet gepubliceerd. Op de
                    achtste dag na bekendmaking treedt de Verordening Wet maatschappelijke
                    ondersteuning 2013 in werking.</al><al>Lid 2 bepaalt dat met ingang van de Verordening Wet maatschappelijke
                    ondersteuning 2013 de Voorzieningenverordening maatschappelijke ondersteuning
                    gemeente Weesp 2006 wordt ingetrokken.</al><al>In lid 3 staat vast dat elk besluit dat op grond van de Voorzieningenverordening
                    maatschappelijke ondersteuning gemeente Weesp 2006, van kracht blijft tot de
                    verloopdatum van de aan belanghebbende afgegeven beschikking. Dit betekent dat
                    belanghebbenden ook na ingang van de Verordening Wet maatschappelijke
                    ondersteuning 2013, rechten kunnen ontlenen aan besluiten die op grond van de
                    Voorzieningenverordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Weesp 2006
                    genomen zijn.</al><al>Lid 4: Regelt de grondslag voor besluiten die per de inwerkingtreding van deze
                    verordening nog niet genomen zijn. Wanneer er aanvragen en/of bezwaarschriften
                    zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog geen
                    besluit genomen is, geldt dat de besluiten op grond van de Verordening Wet
                    maatschappelijke ondersteuning 2013 genomen worden.</al><al>Artikel 28. Citeertitel</al><al>In artikel 28 is bepaald dat deze verordening kan worden aangehaald als:
                    ’Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2013’.</al><al/><al/><al/><al/><al>Bijlage 1: De ICF: FUNCTIES (bron: http://www.rivm.nl/who-fic/ICD-O-3.htm)</al><al>Hoofdstuk 1 Mentale functies.</al><al>Algemene mentale functies.</al><al>Bewustzijn</al><al>Oriëntatie</al><al>Intellectuele functies</al><al>Globale psychosociale functies</al><al>Temperament en persoonlijkheid</al><al>Energie en driften</al><al>Slaap</al><al>Algemene mentale functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Specifieke mentale functies.</al><al>Aandacht</al><al>Geheugen</al><al>Psychomotorische functies</al><al>Stemming</al><al>Perceptie</al><al>Denken</al><al>Hogere cognitieve functies</al><al>Mentale functies gerelateerd aan taal</al><al>Mentale functies gerelateerd aan rekenen</al><al>Bepalen sequentie bij complexe bewegingen</al><al>Ervaren van zelf en tijd</al><al>Specifieke mentale functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Mentale functies, anders gespecificeerd</al><al>Mentale functies, niet gespecificeerd</al><al>Hoofdstuk 2 Sensorische functies en pijn</al><al>Visuele en verwante functies.</al><al>Visuele functies</al><al>Functies van aan oog verwante structuren</al><al>Gewaarwordingen van oog en verwante structuren</al><al>Visuele en verwante functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Hoorfuncties en vestibulaire functies</al><al>Hoorfuncties</al><al>Vestibulaire functies</al><al>Gewaarwordingen gepaard gaande met hoorfuncties en vestibulaire functies</al><al>Hoorfuncties vestibulaire functies, anders gespecificeerd en niet
                    gespecificeerd</al><al>Andere sensorische functies</al><al>Smaak</al><al>Reuk</al><al>Propriocepsis</al><al>Tast</al><al>Sensorische functies verwant aan temperatuur en andere stimuli</al><al>Andere sensorische functies, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Pijn</al><al>Pijngewaarwording</al><al>Pijngewaarwording, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Sensorische functies en pijn, anders gespecificeerd</al><al>Sensorische functies en pijn, niet gespecificeerd. Hoofdstuk 3 Stem en
                    spraak</al><al>Stem</al><al>Articulatie</al><al>Vloeiendheid en ritme van spreken</al><al>Alternatieve vormen van stemgebruik</al><al>Stem en spraak, anders gespecificeerd</al><al>Stem en spraak, niet gespecificeerd</al><al>Hoofdstuk 4 Functies van hart en bloedvatenstelsel. Hematologisch systeem,
                    afweersysteem en ademhalingsstelsel</al><al>Functies van hart en bloedvatenstelsel</al><al>Hartfuncties</al><al>Functies van bloedvaten</al><al>Bloeddruk</al><al>Functies van hart en bloedvatenstelsel, anders gespecificeerd en niet
                    gespecificeerd</al><al>Functies van hematologisch systeem en afweersysteem</al><al>Functies van hematologisch systeem</al><al>Functies van afweersysteem</al><al>Functies van hematologisch systeem en afweersysteem, anders gespecificeerd en
                    niet gespecificeerd</al><al>Functies van ademhalingsstelsel</al><al>Ademhaling</al><al>Functies van ademhalingsspieren</al><al>Functies van ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd en niet
                    gespecificeerd</al><al>Andere functies en gewaarwordingen van hart en bloedvatenstelsel en
                    ademhalingsstelsel</al><al>Andere ademhalingsfuncties</al><al>Inspanningstolerantie</al><al>Gewaarwordingen gepaard gaande met cardiovasculaire en respiratoire
                    functies</al><al>Andere functies en gewaarwordingen van hart en bloedvatenstelsel en
                    ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Functies van hart en bloedvatenstelsel, hematologisch systeem, afweersysteem en
                    ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd</al><al>Functies van hart en bloedvatenstelsel, hematologisch systeem, afweersysteem en
                    ademhalingsstelsel, niet gespecificeerd</al><al>Hoofdstuk 5 Functies van spijsverteringsstelsel, metabool stelsel en
                    hormoonstelsel</al><al>Opname van voedsel</al><al>Vertering</al><al>Assimilatie</al><al>Defecatie</al><al>Handhaving lichaamsgewicht</al><al>Gewaarwordingen verband houdend met spijsverteringsstelsel</al><al>Functies van spijsverteringsstelsel, anders gespecificeerd en niet
                    gespecificeerd</al><al>Functies van metabool stelsel en hormoonstelsel</al><al>Algemene metabole functies</al><al>Water-, mineraal- en elektrolytenbalans</al><al>Thermoregulatoire functies</al><al>Functies van endocriene klieren</al><al>Functies van metabool stelsel en hormoonstelsel, anders gespecificeerd en niet
                    gespecificeerd</al><al>Functies van spijsverteringsstelsel, metabool stelsel en hormoonstelsel, anders
                    gespecificeerd</al><al>Functies van spijsverteringsstelsel, metabool stelsel en hormoonstelsel, niet
                    gespecificeerd</al><al>Hoofdstuk 6 Functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies</al><al>Functies gerelateerd aan urine</al><al>Productie en opslag van urine</al><al>Functies gerelateerd aan urinelozing</al><al>Gewaarwordingen gepaard gaande met urinelozing</al><al>Functies gerelateerd aan urine, anders gespecificeerd en niet
                    gespecificeerd</al><al>Genitale en reproductieve functies</al><al>Seksuele functies</al><al>Functies gerelateerd aan menstruatie</al><al>Functies gerelateerd aan voortplanting</al><al>Gewaarwordingen gepaard gaande met genitale en reproductieve functies</al><al>Genitale en reproductieve functies, anders gespecificeerd en niet
                    gespecificeerd</al><al>Functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies, anders
                    gespecificeerd</al><al>Functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies, niet
                    gespecificeerd</al><al>Hoofdstuk 7 Functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functies</al><al>Functies van gewrichten en botten</al><al>Mobiliteit van gewrichten</al><al>Stabiliteit van gewrichten</al><al>Mobiliteit van botten</al><al>Functies van gewrichten en botten, anders gespecificeerd en niet
                    gespecificeerd</al><al>Spierfuncties</al><al>Spiersterkte</al><al>Spiertonus</al><al>Spieruithoudingsvermogen</al><al>Spierfuncties, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Bewegingsfuncties</al><al>Motorische reflexfuncties</al><al>Onwillekeurige bewegingsreacties</al><al>Controle van willekeurige bewegingen</al><al>Onwillekeurige bewegingen</al><al>Gangpatroon</al><al>Gewaarwordingen verband houdend met spieren en bewegingsfuncties</al><al>Bewegingsfuncties, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functies, anders
                    gespecificeerd</al><al>Functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functies, niet
                    gespecificeerd</al><al>Hoofdstuk 8 Functies van huid en verwante structuren</al><al>Functies van de huid</al><al>Beschermende functies van huid</al><al>Herstelfuncties van huid</al><al>Andere functies van huid</al><al>Gewaarwording verband houdend met huid</al><al>Functies van huid, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Functies van haren en nagels</al><al>Functies van haar</al><al>Functies van nagels</al><al>Functies van haren en nagels, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Functies van huid en verwante structuren, anders gespecificeerd</al><al>Functies van huid en verwante structuren, niet gespecificeerd</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>Bijlage 2: De ICF: ACTIVITEITEN EN PARTICIPATIE</al><al>(bron: http://www.rivm.nl/who-fic/ICD-O-3.htm)</al><al>Hoofdstuk 1 Leren en toepassen van kennis</al><al>Doelbewust gebruiken van zintuigen</al><al>Gadeslaan</al><al>Luisteren</al><al>Doelbewust gebruiken van andere zintuigen</al><al>Doelbewust gebruiken van zintuigen, anders gespecificeerd en niet
                    gespecificeerd</al><al>Basaal leren</al><al>Nadoen</al><al>Herhalen</al><al>Leren lezen</al><al>Leren schrijven</al><al>Leren rekenen</al><al>Ontwikkelen van vaardigheden</al><al>Basaal leren, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Toepassen van kennis</al><al>Richten van aandacht</al><al>Denken</al><al>Lezen</al><al>Schrijven</al><al>Rekenen</al><al>Oplossen van problemen</al><al>Besluiten nemen</al><al>Toepassen van kennis, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Leren en toepassen van kennis, anders gespecificeerd</al><al>Leren en toepassen van kennis, niet gespecificeerd</al><al>Hoofdstuk 2 Algemene taken en eisen</al><al>Ondernemen van enkelvoudige taak</al><al>Ondernemen van meervoudige taken</al><al>Uitvoeren van dagelijkse routinehandelingen</al><al>Omgaan met stress en andere mentale eisen</al><al>Algemene taken en eisen, anders gespecificeerd</al><al>Algemene taken en eisen, niet gespecificeerd</al><al>Hoofdstuk 3 Communicatie</al><al>Communiceren - begrijpen</al><al>Begrijpen van gesproken boodschappen</al><al>Begrijpen van non-verbale boodschappen</al><al>Begrijpen van formele gebarentaal</al><al>Begrijpen van geschreven boodschappen</al><al>Communiceren - begrijpen, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Communiceren – zich uiten</al><al>Spreken</al><al>Zich non-verbaal uiten</al><al>Zich uiten via formele gebarentaal</al><al>Schrijven van boodschappen</al><al>Communiceren - zich uiten, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Conversatie en gebruik van communicatie-apparatuur en -technieken</al><al>Converseren</al><al>Bespreken</al><al>Huishoudelijke taken</al><al>Bereiden van maaltijden</al><al>Huishoudelijke taken, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Huishouden doen</al><al>Verzorgen van wat bij huishouden behoort en assisteren van andere personen</al><al>Verzorgen van wat bij huishouden behoort</al><al>Assisteren van andere personen</al><al>Verzorgen van wat bij huishouden behoort en assisteren van andere personen,
                    anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Huishouden, anders gespecificeerd</al><al>Huishouden, niet gespecificeerd</al><al>Hoofdstuk 7 Tussenmenselijke interacties en relaties</al><al>Algemene tussenmenselijke interacties</al><al>Basale tussenmenselijke interacties</al><al>Complexe tussenmenselijke interacties</al><al>Omgaan met onbekenden</al><al>Formele relaties</al><al>Informele sociale relaties</al><al>Familierelaties</al><al>Intieme relaties</al><al>Bijzondere tussenmenselijke relaties, anders gespecificeerd en niet
                    gespecificeerd</al><al>Tussenmenselijke interacties en relaties, anders gespecificeerd</al><al>Tussenmenselijke interacties en relaties, niet gespecificeerd</al><al>Hoofdstuk 8 Belangrijke levensgebieden</al><al>Informele opleiding</al><al>Voorschoolse opleiding</al><al>Schoolse opleiding</al><al>Beroepsopleiding</al><al>Hogere opleiding</al><al>Opleiding, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Beroep en werk</al><al>Werkend leren</al><al>Verwerven, behouden en beëindigen van werk</al><al>Betaald werk</al><al>Onbetaald werk</al><al>Beroep en werk, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Economisch leven</al><al>Basale financiële transacties</al><al>Complexe financiële transacties</al><al>Economische zelfstandigheid</al><al>Economische leven, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Belangrijke levensgebieden, anders gespecificeerd</al><al>Belangrijke levensgebieden, niet gespecificeerd</al><al>Gebruiken van communicatieapparatuur en -technieken</al><al>Communicatie, anders gespecificeerd</al><al>Communicatie, niet gespecificeerd</al><al>Hoofdstuk 4 Mobiliteit</al><al>Veranderen en handhaven van lichaamshouding</al><al>Veranderen van basale lichaamshouding</al><al>Handhaven van lichaamshouding</al><al>Uitvoeren van transfers</al><al>Veranderen en handhaven van lichaamshouding, anders gespecificeerd en niet
                    gespecificeerd</al><al>Dragen, verplaatsen en manipuleren van iets of iemand</al><al>Optillen en meenemen</al><al>Verplaatsen van iets of iemand met onderste extremiteiten</al><al>Nauwkeurig gebruiken van hand</al><al>Gebruiken van hand en arm</al><al>Dragen, verplaatsen en manipuleren van iets of iemand, anders gespecificeerd en
                    niet gespecificeerd</al><al>Lopen en zich verplaatsen</al><al>Lopen</al><al>Zich verplaatsen</al><al>Zich verplaatsen tussen verschillende locaties</al><al>Zich verplaatsen met speciale middelen</al><al>Lopen en zich verplaatsen, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Zich verplaatsen per vervoermiddel</al><al>Gebruiken van vervoermiddel</al><al>Besturen</al><al>Rijden op dieren als vervoermiddel</al><al>Zich verplaatsen per vervoermiddel, anders gespecificeerd en niet
                    gespecificeerd</al><al>Mobiliteit, anders gespecificeerd</al><al>Mobiliteit, niet gespecificeerd</al><al>Hoofdstuk 5 Zelfverzorging</al><al>Zich wassen</al><al>Verzorgen van lichaamsdelen</al><al>Zorgdragen voor toiletgang</al><al>Zich kleden</al><al>Eten</al><al>Drinken</al><al>Zorgdragen voor eigen gezondheid</al><al>Zelfverzorging, anders gespecificeerd</al><al>Zelfverzorging, niet gespecificeerd</al><al>Hoofdstuk 6 Huishouden</al><al>Verwerven van benodigdheden</al><al>Verwerven van woonruimte</al><al>Verwerven van goederen en diensten</al><al>Verwerven van benodigdheden, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al/><al>Hoofdstuk 9 Maatschappelijk, sociaal en burgerlijk leven</al><al>Maatschappelijk leven</al><al>Recreatie en vrije tijd</al><al>Religie en spiritualiteit</al><al>Mensenrechten</al><al>Politiek en burgerschap</al><al>Maatschappelijk, sociaal en burgerlijk leven, anders gespecificeerd</al><al>Maatschappelijk, sociaal en burgerlijk leven, niet gespecificeerd.</al><al/></nota-toelichting><bijlage><al>Inhoudsopgave</al><al>Hoofdstuk 1. Algemene
                    bepalingen......................................................................................
                    4</al><al>Artikel 1. Begripsbepalingen………………………………………………………………… 4</al><al>Hoofdstuk 2. Resultaatgerichte compensatie…………………………………………………... 6</al><al>Artikel 2. De te bereiken resultaten…… …………………………………………………… 6</al><al>Artikel 3. Aanspraak op compensatie……………………………………………………… 6</al><al>Hoofdstuk 3. De te bereiken resultaten…………………………………………………………. 6</al><al>Artikel 4. Het wonen in een schoon en leefbaar huis………………………………………6</al><al>Artikel 5. Het wonen in een geschikt huis………………………………………………… 6</al><al>Artikel 6. Boodschappen doen en maaltijden aanreiken…………………………………. 7</al><al>Artikel 7. Het beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                    kleding…………..… 7</al><al>Artikel 8. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                    behoren…………… 7</al><al>Artikel 9. Het zich in en om de woning verplaatsen……………………………………….. 7</al><al>Artikel 10. Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel………………………………….
                    7</al><al>Artikel 11. Het ontmoeten van medemensen en het aangaan/onderhouden van
                    sociale verbanden…………………………………………………………………………… 7</al><al>Hoofdstuk 4. Hoe te komen tot de te bereiken resultaten……………………………………..
                    7</al><al>Artikel 12. Aanmelding voor een gesprek………………….………………………………… 7</al><al>Artikel 13. Het gesprek………………………………………………………………………….7</al><al>Artikel 14. Het verslag………………………………………………………………………….. 8</al><al>Artikel 15. De aanvraag……………………………………………………………………….. 8</al><al>Artikel 16. Het maken van een afweging…………………………………………………….. 8</al><al>Artikel 17. Advisering……………..……………………………………………………………. 8</al><al>Artikel 18. De inhoud van de beschikking……………………………………………………. 8</al><al>Hoofdstuk 5. Bepalingen ten aanzien van de te treffen compenserende
                    maatregelen …….9</al><al>Artikel 19. Vorm van de compensatie……………………………………………................ 9</al><al>Artikel 20. Eigen bijdrage en eigen aandeel…………………………………………………. 9</al><al>Hoofdstuk 6. Procedurele bepalingen………………………………………………………….. 9</al><al>Artikel 21. Wijziging situatie…………………………………………………………………… 9</al><al>Artikel 22. Heronderzoek……………………………………………………………………… 9</al><al>Artikel 23. Intrekking……………………………………………………………………………. 9</al><al>Artikel 24. Terugvordering…………………………………………………………………….. 9</al><al>Hoofdstuk 7. Slotbepalingen……………………………………………………………………… 10</al><al>Artikel 25. Hardheidsclausule…………………………………………………………………. 10</al><al>Artikel 26. Nadere regels en indexering……………………………………………………… 10</al><al>Artikel 27. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen………………………………….……10</al><al>Artikel 28. Citeertitel……………………………………………………………………………. 10</al></bijlage></regeling></body></cvdr>