<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR270888_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Participatie schoolgaande kinderen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeente Heumen Actueel, 26-02-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Participatie schoolgaande kinderen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, art. 8, lid 1, onder g</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-02-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>01.06 B1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Participatie schoolgaande kinderen 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet
                                werk en bijstand (Wwb) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de verordening wordt verstaan onder </al><lijst><li nr="a."><al>de wet: Wwb. </al></li><li nr="b."><al>belanghebbende: de persoon met een hem ten laste komend kind
                                        dat voortgezet onderwijs of een middelbare beroepsopleiding
                                        volgt.</al></li><li nr="c."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Heumen. </al></li><li nr="d."><al>direct beschikbare middelen: middelen in de vorm van contant
                                        geld en direct opeisbare tegoeden op bank- en
                                        spaarrekeningen </al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>Participatievoorzieningen en voorwaarden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Participatievoorzieningen schoolgaande kinderen</titel></kop><al>Een aanvraag kan worden ingediend voor de volgende voorzieningen:</al><lijst><li nr="a."><al>een tegemoetkoming voor indirecte studiekosten en</al></li><li nr="b."><al>een tegemoetkoming in de kosten van de aanschaf van een
                                    computer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Voorwaarden tegemoetkoming indirecte studiekosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belanghebbende heeft recht op een tegemoetkoming indirecte
                                studiekosten indien hij op datum aanvraag: </al><lijst><li nr="·"><al>beschikt over een inkomen niet hoger dan 110% van de voor
                                        hem van toepassing zijnde bijstandsnorm, én </al></li><li nr="·"><al>beschikt over direct beschikbare middelen met een waarde
                                        niet hoger niet hoger dan de toepasselijke vermogensgrens
                                        zoals bedoeld in artikel 34 derde lid van de wet, én </al></li><li nr="·"><al>volgens de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) woont in
                                        de gemeente Heumen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag kan jaarlijks, één keer per schooljaar, dus één keer
                                per 12 maanden, worden ingediend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorwaarden tegemoetkoming in de kosten van aanschaf
                                computer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belanghebbende heeft recht op een tegemoetkoming in de kosten van
                                de aanschaf van een computer indien hij op datum aanvraag: </al><lijst><li nr="·"><al>beschikt over een inkomen niet hoger dan 110% van de voor
                                        hem van toepassing zijnde bijstandsnorm én</al></li><li nr="·"><al>beschikt over direct beschikbare middelen met een waarde
                                        niet hoger dan de toepasselijke vermogensgrens zoals bedoeld
                                        in artikel 34 derde lid van de wet én </al></li><li nr="·"><al>volgens de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) woont in
                                        de gemeente Heumen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er wordt eens per vijf jaar maximaal één computer per gezin
                                verstrekt. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>Bedragen, uitbetaling en overeenkomstige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag dient door de belanghebbende schriftelijk te worden
                            ingediend op een daarvoor ambtelijk vastgesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Bedragen en uitbetaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming voor de indirecte studiekosten is € 200,- per
                                kind. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tegemoetkoming in de kosten van een computer is maximaal € 480,-.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Uitbetaling van de tegemoetkoming voor de aanschaf van een computer
                                vindt plaats op basis van een bewijsstuk, bijvoorbeeld de factuur.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Overeenkomstige bepalingen</titel></kop><al>De artikelen 13, 17, 53a, 54, 58, 59 en 60 van de wet zijn van
                            overeenkomstige toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften en onvoorziene situaties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de uitvoering van deze verordening kan het college nadere
                                uitvoeringsvoorschriften vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In situaties waarin deze verordening niet voorziet, wordt door het
                                college beslist. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college is bevoegd om daar waar toepassing van de verordening tot
                            onbillijke situaties leidt, van de hierboven genoemde bepalingen af te
                            wijken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘De Verordening Participatie
                            schoolgaande kinderen 2013’. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie van dit
                            besluit en vervangt de ‘Verordening Participatie schoolgaande kinderen
                            2012’. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>LH</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Malden, 21 februari 2013</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD;</ondertekening><ondertekening>De raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>L.Bosland.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>P.Mengde.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING </vet></al><al>De gemeenteraad heeft sinds 1 januari 2012 op grond van artikel 8 eerste
                            lid onderdeel g van de Wet werk en bijstand (Wwb) de opdracht bij
                            verordening regels te stellen met betrekking tot participatie van
                            schoolgaande kinderen. Gemeenten krijgen van het Rijk wel de
                            beleidsvrijheid om dit zelf vorm te geven. Deze beleidsvrijheid had de
                            gemeente al voor de wetswijziging ingevuld door beleidsregels te
                            stellen. Met deze verordening wordt het gemeentelijk beleid inzake de
                            participatie van schoolgaande kinderen voortgezet. </al><al>Alle kinderen moeten een goede startpositie krijgen, minimaal een
                            startkwalificatie, en verdienen dezelfde kansen. Hun ontwikkeling mag
                            niet belemmerd worden door de slechte financiële positie van hun ouders.
                            Met name vanaf het voortgezet onderwijs worden de kosten van
                            schoolbezoek hoog. Door de Verordening Participatie schoolgaande
                            kinderen krijgen gezinnen met kinderen in het voortgezet onderwijs een
                            extra impuls. </al><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Hier wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de
                            Wet werk en bijstand (Wwb) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </al><al>De aanvraag kan gedaan worden door een ouder die een ten laste komend
                            kind heeft, die voortgezet onderwijs of een middelbare beroepsopleiding
                            volgt. Dit wil zeggen dat het (pleeg)kind niet ouder kan zijn dan 18
                            jaar. De exacte definitie van een ten laste komend kind is opgenomen in
                            de Wwb.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Participatievoorzieningen schoolgaande kinderen</titel></kop><al>Dit artikel bepaalt welke voorzieningen er ter bevordering van de
                            participatie van schoolgaande kinderen kunnen worden aangevraagd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Voorwaarden tegemoetkoming indirecte studiekosten</titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorwaarden tegemoetkoming in de kosten van aanschaf
                                computer</titel></kop><al>In deze artikelen staan de voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen
                            om in aanmerking te komen voor de vergoedingen. In de kadernota van 25
                            juni 2009 stelde de gemeenteraad de inkomensgrens vast op 110% van de
                            toepasselijke bijstandsnorm. Deze norm blijk nu een landelijke norm die
                            is opgelegd door het Rijk. Bij niet-uitkeringsgerechtigden wordt het
                            inkomen vergeleken met de Wwb-norm welke van toepassing is op de
                            rechthebbende, vermeerderd met een eventuele toeslag en verlaagd met een
                            eventuele verlaging. De vermogensgrenzen uit het gemeentelijk beleid
                            worden toegepast, zoals zijn vastgelegd in het ‘Schulinck Handboek Wwb’.
                            Vanaf 1 januari 2013 gaan wij bij participatieregelingen van onze
                            gemeente bij de vaststelling van het vermogen alleen uit van contant
                            geld en direct opeisbare tegoeden op de bank- en spaarrekeningen. Overig
                            vermogen zoals eigen woning/bedrijf blijft derhalve buiten beschouwing.
                            De direct beschikbare middelen op de bankrekeningen mag de
                            vermogensgrens als genoemd in artikel 34 derde lid van de WWB niet
                            overschrijden. </al><al>De frequentie en wijze van aanvragen zijn ook opgenomen in deze
                            artikelen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De aanvraag.</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Bedragen en uitbetaling</titel></kop><al>In dit artikel is de hoogte van de vergoeding vastgelegd. Bij de
                            vergoeding van de indirecte studiekosten hoeven geen bewijsstukken meer
                            te worden overlegd. Aangenomen wordt dat de extra kosten er zijn; er
                            wordt een forfaitair bedrag verstrekt. Uitbetaling van een vergoeding
                            ten behoeve van de kosten van aanschaf van een computer geschiedt echter
                            op basis van een bewijsstuk, bijvoorbeeld een nota. Hier moet worden
                            aangetoond dat de verstrekte gelden ook daadwerkelijk ten behoeve van de
                            computer zijn besteed. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Overeenkomstige bepalingen</titel></kop><al>De bepalingen van de artikelen 13, 17, 53a, 54, 58, 59 en 60 van de wet
                            zijn van toepassing. Deze bepalingen hebben betrekking op degenen die
                            uitgesloten zijn van het recht op een bijdrage (artikel </al><al>13), de inlichtingenplicht, medewerkingsplicht en
                            identiteitsvaststelling (artikel 17), het inleveren van bewijsstukken
                            (artikel 53a), opschorten van rechten (artikel 54) en terugvordering
                            (artikel 58, 59 en 60). Door in de richtlijn naar deze artikelen te
                            verwijzen is het niet noodzakelijk de tekst van de betreffende artikelen
                            in de richtlijn op te nemen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8, 9, 10 en 11</nr><titel/></kop><al>Deze artikelen spreken voor zich. Hoewel de Awb hierin voorziet, zijn
                            deze regels alsnog opgenomen ten behoeve van de uitvoering.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>