<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR27085_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Rotterdam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-22125.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAlle%26spd%3d20150317%26epd%3d20150317%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dCapelle%2baan%2bden%2bIJssel%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=3&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Rotterdam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003740">Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-03-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging artikel 54, lid 2 bij raadsbesluit van 09-02-2015.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>615810</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>In artikel 56 van deze regeling is bepaald dat de regeling in werking treed op 19 maart 2010.</al><al>De bekendmaking van het besluit van de raad alsmede vindplaats daarvan zijn niet bekend.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Rotterdam</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van
                        de gemeente Capelle aan den IJssel elk voor zover het haar bevoegdheid
                        betreft;</al><al>o v e r w e g e n d e:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>dat de deelnemers deelnemen in de gemeenschappelijke regeling
                                stadsregio Rotterdam van 8 december 1998 (laatst gewijzigd 9 oktober
                                2007);</al></li><li nr="-"><al>dat de gemeenschappelijke regeling een plusregio op basis van
                                hoofdstuk XI van de Wet gemeenschappelijke regelingen is;</al></li><li nr="-"><al>dat de in 2009 gepresenteerde bestuurlijke visie “verbindende
                                kracht” noopt tot wijzigingen in de bestuurlijke structuur en dus de
                                gemeenschappelijke regeling;</al></li></lijst><al>gelet op hoofdstuk XI van de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al><al>gelezen het voorstel van het de regioraad van de Stadsregio Rotterdam d.d.
                        16 december 2009;</al><al>b e s l u i t</al><al>de hierna volgende gewijzigde gemeenschappelijke regeling stadsregio
                        Rotterdam vast te stellen:</al><al><vet><cursief>gemeenschappelijke regeling Stadsregio
                            Rotterdam</cursief></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="b."><al>de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="c."><al>de stadsregio: de stadsregio Rotterdam als bedoeld hoofdstuk XI
                                    van de Wet en in artikel 2 van de regeling;</al></li><li nr="d."><al>de deelnemer: een aan de regeling deelnemende gemeente;</al></li><li nr="e."><al>het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de regeling;</al></li><li nr="f."><al>gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van Zuid-Holland;</al></li><li nr="g."><al>het gebied: het rechtsgebied van de stadsregio;</al></li><li nr="h."><al>locatie van regionaal belang: locatie die door het algemeen
                                    bestuur is aangewezen als een locatie van regionaal belang;</al></li><li nr="i."><al>strategische agenda: de taken en bevoegdheden van hoofdstuk 2 en
                                    3 van deze regeling omvattend programma op hoofdlijnen dat het
                                    bestuur voornemens is in de lopende bestuursperiode uit te
                                    voeren;</al></li><li nr="j."><al>werkplan: een jaarlijks aan de begroting gerelateerd
                                    uitvoeringsprogramma.</al><lijst><li nr="2."><al>Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van
                                            enige andere wet of wettelijke regeling van
                                            overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in
                                            die artikelen in de plaats van de gemeente, de
                                            stadsregio en in plaats van de hieronder genoemde
                                            bestuursorganen de daarachter genoemde
                                            bestuursorganen:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>de gemeenteraad: het algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het college van burgemeester en wethouders: het dagelijks
                                    bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de burgemeester: de voorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al>Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd
                            stadsregio Rotterdam. </al><al>De stadsregio is gevestigd te Rotterdam.</al><al>Het gebied van de stadsregio omvat het grondgebied van de deelnemende
                            gemeenten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bestuursorganen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur van de stadsregio bestaat uit het algemeen bestuur, het
                                dagelijks bestuur en de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is zowel voorzitter van het algemeen bestuur als van
                                het dagelijks bestuur.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>TAKEN, BELANGEN EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Taken en belangen</titel></kop><al>De stadsregio heeft tot taak, met inachtneming van hetgeen bij wet en in
                            deze regeling is bepaald, de bevordering van een evenwichtige
                            ontwikkeling in het gebied. Zij houdt zich daartoe bezig met:</al><lijst><li nr="a."><al>het, voor zover daar in het navolgende niet van wordt afgeweken,
                                    met inachtneming van de autonomie van de deelnemende gemeenten
                                    voorbereiden en ontwikkelen van een gezamenlijk regionaal
                                    beleid, voor zover het betreft de belangen op de volgende
                                    beleidsterreinen:</al><lijst><li nr="§"><al>ruimtelijke ordening en grondbeleid;</al></li><li nr="§"><al>wonen, stedelijke vernieuwing en daaraan gerelateerd
                                            sociaal beleid;</al></li><li nr="§"><al>verkeer en vervoer;</al></li><li nr="§"><al>economische ontwikkeling;</al></li><li nr="§"><al>milieu;</al></li><li nr="§"><al>groen en water;</al></li><li nr="§"><al>jeugdzorg;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>het uitvoeren van de, met betrekking tot de in a genoemde
                                    belangen, rechtstreeks bij of krachtens wetgeving of bij of
                                    krachtens deze regeling aan de stadsregio opgedragen taken en
                                    bevoegdheden;</al></li><li nr="c."><al>het organiseren van overleg en het uitbrengen van advies over
                                    intergemeentelijke aan-gelegen-heden, ook wanneer deze geen
                                    betrekking hebben op de belangen genoemd onder a.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Door gemeenten overgedragen taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het kader van de belangen genoemd in artikel 4 is de stadsregio
                                bevoegd tot uitoefening van gemeentelijke taken en bevoegdheden die
                                bij eensluidend besluit van de deelnemers aan haar zijn
                                overgedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uitoefening van de in het vorige lid genoemde taken en bevoegdheden
                                behoeft de instemming van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de in het eerste lid genoemde taken behoren aan
                                de stadsregio alle aan de gemeenten toekomende bevoegdheden voor
                                zover niet bij deze regeling of wet uitgezonderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt voor zover nodig de verhouding van de op
                                grond van dit artikel toegekende bevoegdheden tot die van de
                                besturen van de deelnemende gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Door provincie overgedragen taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het kader van de belangen genoemd in artikel 4 is de stadsregio
                                bevoegd tot uitoefening van provinciale taken die door de provincie
                                aan haar worden overgedragen voor zover niet bij deze regeling of
                                wet uitgezonderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uitoefening van overgedragen provinciale taken en bevoegdheden
                                behoeft de instemming van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot het eerste lid genoemde taken behoren aan de
                                stadsregio alle aan de provincie toekomende bevoegdheden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt voor zover nodig de verhouding van de op
                                grond van dit artikel toegekende bevoegdheden tot die van de
                                deelnemende gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Dienstverlenende taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De stadsregio is bevoegd tot het verrichten van diensten ten behoeve
                                van een of meer deelnemers, indien deze daarom verzoeken en het
                                algemeen bestuur dat verzoek inwilligt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De stadsregio is bevoegd tot het verrichten van diensten ten behoeve
                                van instellingen of organen waarin zij namens de deelnemers zitting
                                heeft, indien desbetreffende instelling hierom verzoekt en het
                                algemeen bestuur dit verzoek inwilligt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een besluit tot dienstverlening wordt genomen door het algemeen
                                bestuur en vermeldt de wijze van kostenverrekening en overige
                                voorwaarden waaronder tot de gevraagde dienstverlening wordt
                                overgegaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Overige bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De stadsregio komen alle bevoegdheden toe die het openbaar
                                    lichaam van rechtswege bezit om als rechtspersoon aan het
                                    maatschappelijk verkeer deel te nemen.Voor alle van de in
                                    artikel 4 genoemde belangen, taken en bevoegdheden is de
                                    stadsregio bevoegd tot:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>het reageren op rijks- en provinciale nota’s en plannen die voor
                                    het gebied van belang zijn;</al></li><li nr="b."><al>het vertegenwoordigen van de regio in overlegsituaties;</al></li><li nr="c."><al>het organiseren van overleg en het uitbrengen van advies.</al><lijst><li nr="3."><al>Voor zover de in het voorafgaande lid bedoelde
                                            bevoegdheden betrekking hebben op de belangen genoemd in
                                            artikel 4 onder punt a, worden deze bevoegdheden namens
                                            de deelnemers uitgeoefend.</al></li><li nr="4."><al>De stadsregio kan deelnemen aan gemeenschappelijke
                                            regelingen als bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de
                                            Wet.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SPECIFIEKE BEVOEGDHEDEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.1</nr><titel>RUIMTELIJKE ORDENING EN GRONDBELEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Uitvoeringscontracten</titel></kop><al>Het algemeen bestuur is bevoegd om uitvoeringscontracten af te
                                sluiten in het kader van de ruimtelijke ontwikkeling en
                                verstedelijking en deze te hanteren als kader bij de toepassing van
                                de artikelen 10 tot en met 13.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Locaties van regionaal belang</titel></kop><al>Voor de ontwikkeling van locaties van regionaal belang is het
                                algemeen bestuur bevoegd tot het geven van voorschriften van
                                ruimtelijke, organisatorische, programmatische en financiële
                                aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorschriften deelnemers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur is ten aanzien van locaties van regionaal
                                    belang bevoegd voorschriften te geven met betrekking tot het
                                    door de deelnemers verwerven en uitgeven van gronden, de aanleg
                                    van voorzieningen van openbaar nut, het verhaal van de kosten,
                                    alsmede de mate waarin de financiële gevolgen worden verdeeld
                                    over de deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur is bevoegd voorschriften te geven met
                                    betrekking tot onderhoud en beheer van de gronden als bedoeld in
                                    het eerste lid van dit artikel en in artikel 12.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Stadsregionale verwerving en uitgave gronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het bepaalde in het tweede lid van dit artikel wordt door
                                    het algemeen bestuur slechts toepassing gegeven nadat hij heeft
                                    geconstateerd dat over de uitoefening van de in dit lid genoemde
                                    bevoegdheden door de desbetreffende gemeente(n) geen
                                    overeen-stemming met de stadsregio is bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur is bevoegd ten aanzien van locaties van
                                    regio-naal belang te bepalen dat de verwerving, inclusief de
                                    onteigening, en de uitgifte en ontwikkeling van gron-den, de
                                    aanleg van voorzieningen van openbaar nut, alsme-de het verhaal
                                    van de kosten daarvan, uitsluitend door of vanwege de stadsregio
                                    kan plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 48, derde lid, kan het
                                    algemeen bestuur besluiten de kosten in verband met taken
                                    genoemd in het tweede lid te activeren, voorzover
                                    redelij-kerwijs valt aan te nemen dat deze kosten, vermeerderd
                                    met de bijgeschre-ven rente, zullen worden terugontvangen uit de
                                    uitgifte van gron-den en bijdragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Bijdragen voor locaties van regionaal belang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur is, ten behoeve van het verstrekken van
                                    bijdragen in de kosten van te ontwikkelen locaties, bevoegd te
                                    bepalen dat gemeenten, ter zake van de ontwikkeling van locaties
                                    gelegen op hun grondgebied, een bedrag dienen te betalen aan de
                                    stadsregio.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten behoeve van het in het eerste lid genoemde verstrekken van
                                    bijdragen, is het algemeen bestuur bevoegd te bepalen dat de
                                    deelnemers verplicht zijn over de in hun gemeente begonnen of
                                    gerealiseerde woningen en woningequivalenten een door het
                                    algemeen bestuur vast te stellen bijdrage te betalen aan de
                                    stadsregio.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.2</nr><titel>WONEN EN STEDELIJKE VERNIEUWING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wonen en stedelijke vernieuwing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt een regionaal
                                    verstedelijkingsprogramma vast, mede als basis voor de verdeling
                                    over de deelnemers van financiële middelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de hoofdlijnen vast van de
                                    woningdifferentiatie van bouwlocaties van regionaal belang.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt richtlijnen voor de deelnemers vast
                                    voor de wijze waarop de toewijzing van woningen en de
                                    registratie van woningzoekenden dient plaats te vinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Meerjarig programma sociaal beleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan een meerjarig programma vaststellen met
                                    betrekking tot sociaal beleid gerelateerd aan woon- en
                                    leefomgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van dit
                                    programma.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.3</nr><titel>VERKEER EN VERVOER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Hoofdlijnen beleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de hoofdlijnen van het verkeer- en
                                    vervoerbeleid vast in een regionaal verkeer- en vervoerplan
                                    zoals bedoeld in de Planwet verkeer en vervoer, waarin in
                                    samenhang met ruimtelijke en milieuaspecten aandacht wordt
                                    besteed aan:</al><lijst><li nr="§"><al>openbaar vervoer;</al></li><li nr="§"><al>wegverkeer;</al></li><li nr="§"><al>verkeersveiligheid;</al></li><li nr="§"><al>parkeerbeleid;</al></li><li nr="§"><al>mobiliteitsmanagement;</al></li><li nr="§"><al>fietsverkeer;</al></li><li nr="§"><al>het goederenvervoer, waaronder het beleid met betrekking
                                            tot distributie en bevoorrading.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Taken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur voert de taken uit die bij of krachtens de
                                    Wet personenvervoer 2000 aan de stadsregio zijn opgedragen,
                                    waaronder het, al dan niet via aanbesteding, verlenen, wijzigen
                                    en intrekken van concessies tot het verrichten van openbaar
                                    vervoer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur voert de taken uit die bij of krachtens de
                                    Wet Infrastructuurfonds en de Wet Brede Doeluitkering verkeer en
                                    vervoer aan de stadsregio zijn opgedragen, waaronder het
                                    aanvragen van financiële bijdragen voor infrastructuurprojecten
                                    bij de rijksoverheid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.4</nr><titel>MILIEU</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Milieuprogramma</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan een meerjarig milieuprogramma
                                    vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van dit
                                    programma.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.5</nr><titel>GROEN EN WATER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Groen en water</titel></kop><al>Het algemeen bestuur stelt een regionaal groenblauwstructuurplan
                                vast, waarin de hoofdlijnen van het regionale beleid ten aanzien van
                                de groene ruimte zijn vastgelegd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.6</nr><titel>JEUGDZORG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><al>Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur oefenen de aan de
                                stadsregio bij of krachtens de Wet op de jeugdzorg toegekende taken
                                en bevoegdheden uit.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.7</nr><titel>ECONOMIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Ontwikkelingsstrategie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter behartiging van de economische ontwikkeling van de
                                    stadsregio stelt het algemeen bestuur:</al><lijst><li nr="a."><al>periodiek een regionaal-economische
                                            ontwikkelingsstrategie op;</al></li><li nr="b."><al>de hoofdlijnen vast van een regionaal promotie- en
                                            acquisitiebeleid gericht op bedrijfsvestiging en
                                            toerisme.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter behartiging van de economische ontwikkeling van de
                                    stadsregio geeft het algemeen bestuur het beleid aan ter zake
                                    van de uitoefening van zijn bevoegdheden met betrekking tot
                                    bedrijventerreinen, kantoorlocaties en
                                    detailhandelsvoorzieningen die van regionaal belang zijn,
                                    daaronder mede begrepen zee- en luchthavens en de daarbij
                                    behorende bedrijfslocaties.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3.8</nr><titel>BINDENDE ELEMENTEN EN PROCDURES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Opname bindende elementen</titel></kop><al>In de plannen, programma's, richtlijnen, statuten en overige
                                regelingen die in het kader van de sturende en ordenende taken en
                                bevoegdheden door het algemeen bestuur worden vastgesteld, alsmede
                                de besluiten die in dit kader door het algemeen bestuur worden
                                genomen, kunnen voor gemeenten bindende elementen worden
                                opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Bijzondere besluitvormingsprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor alle regelingen die de deelnemers bindende elementen
                                    bevatten, stelt het dagelijks bestuur een ontwerp op, na ter
                                    zake overleg te hebben gevoerd met de colle-ges van
                                    burge-mees-ters en wethou-ders van de deel-ne-mers en met
                                    andere, daarvoor in aanmerking komende bestu-ren, instellin-gen,
                                    diensten en perso-nen, van welk overleg verslag wordt gedaan in
                                    een bijlage bij de ontwerp-regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inspraak over de in het voorgaande lid bedoelde regelingen vindt
                                    plaats volgens de in de desbetreffende gemeenten gebrui-kelijke
                                    regelingen. Afronding van de inspraak-proce-dure vindt plaats
                                    binnen een nader door het dagelijks bestuur te bepalen
                                    termijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt de ontwerp-regeling voorlopig
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp-regeling vervolgens aan
                                    de raden van de deelne-mers, die hun beschouwingen binnen drie
                                    maanden ter kennis van het algemeen bestuur bren-gen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Binnen drie maanden na het verstrijken van de in het vierde lid
                                    genoemde termijn beslist het algemeen bestuur om-trent de
                                    vast-stelling van de regeling.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien en voorzover tegen de ontwerp-regeling bezwaren zijn
                                    ingediend of het algemeen bestuur bij het vaststellen van de
                                    regeling afwijkt van het ontwerp, wordt het besluit tot
                                    vaststel-ling met redenen omkleed.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De regeling wordt terstond na de vaststelling medegedeeld aan de
                                    raden van de deelnemers en aan gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het eerste tot en met het zevende lid van dit artikel zijn van
                                    toepassing voor zover niet in deze regeling of bij wet anders is
                                    voorzien.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BETSUURSORGANEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>4.1</nr><titel>ALGEMEEN BESTUUR</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur bestaat, exclusief voorzitter, uit 30
                                    leden. Gezamenlijk hebben zij 110 stemmen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden worden aangewezen door de raden van de deelnemers uit
                                    de wethouders en de raden van de deelnemers, de voorzitters
                                    inbegrepen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elke deelnemende gemeente wijst twee leden aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het gewicht van de stemmen per lid is als volgt verdeeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de leden van de gemeenten Bernisse, Brielle en
                                            Westvoorne beschikken elk over één stem;</al></li><li nr="b."><al>de leden van de gemeenten Albrandswaard, Hellevoetsluis,
                                            Krimpen aan den IJssel en Maassluis beschikken elk over
                                            twee stemmen;</al></li><li nr="c."><al>de leden van de gemeenten Barendrecht, Lansingerland en
                                            Ridderkerk beschikken elk over drie stemmen;</al></li><li nr="d."><al>de leden van de gemeenten Capelle aan den IJssel,
                                            Schiedam, Spijkenisse en Vlaardingen beschikken elk over
                                            vier stemmen;</al></li><li nr="e."><al>de leden van de gemeente Rotterdam beschikken elk over
                                            19 stemmen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor elke gemeente wordt door de raden van de deelnemende
                                    gemeenten twee plaatsvervangende leden aangewezen uit de raden,
                                    de voorzitters inbegrepen, en de wethouders van de deelnemers.
                                    Elk plaatsvervangend lid kan één lid per vergadering
                                    vervangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Aanwijzing leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raden van de deelnemende gemeenten wijzen in de eerste
                                    vergadering van hun zittings-periode de leden van het algemeen
                                    bestuur aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van
                                    rechtswege, zodra men ophoudt lid of voor-zitter te zijn van de
                                    raad of het college van burgemeester en wethouders waaruit men
                                    krachtens artikel 24 is aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag
                                    nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het
                                    algemeen bestuur, alsmede de voorzitter van de raad die hen
                                    heeft aangewezen, op de hoogte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het aanwijzen ter opvulling van plaatsen die openvallen, vindt
                                    plaats binnen twee maanden nadat die plaatsen zijn
                                    opengevallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Onverenigbaarheden</titel></kop><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de
                                betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van de
                                stadsregio aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden
                                voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die in dienst
                                van de stadsregio op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht
                                werkzaam zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><al>Alle bevoegdheden in het kader van deze regeling, die niet aan een
                                ander orgaan zijn opgedragen, behoren aan het algemeen bestuur. Het
                                algemeen bestuur kan, naar door deze te stellen regelen, het
                                uitoefenen van deze bevoegdheden opdragen aan het dagelijks
                                bestuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en voor zover in
                                    deze regeling niet anders is bepaald heeft het algemeen bestuur
                                    tot taak en / of is hij bevoegd tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het bevorderen van een goede intergemeentelijke
                                            samenwerking;</al></li><li nr="b."><al>het sturen, ordenen en integreren van ontwikkelingen en
                                            het terzake uitoefenen van bevoegd-heden op onderdelen
                                            van de onder punt a van artikel 4 aangeduide
                                            taakvelden;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen van de begroting en het vaststellen van
                                            de rekening;</al></li><li nr="d."><al>het maken van verordeningen binnen het kader van deze
                                            regeling.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Strategische agenda en werkplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het eerste jaar van iedere bestuursperiode stelt het algemeen
                                    bestuur een strategische agenda vast en voorts zo vaak als het
                                    algemeen bestuur dat wenselijk acht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Jaarlijks stelt het algemeen bestuur een werkplan vast voor het
                                    komende kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens tot vaststelling van de onder leden 1 en 2 bedoelde
                                    stukken over te gaan worden de raden van de deelnemende
                                    gemeenten over de ontwerpen hiervan geconsulteerd. Artikel 23 is
                                    niet van toepassing op deze consultatie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt regels over de wijze van
                                    consultatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien en voorzover tegen de ontwerpen bezwaren zijn ingediend
                                    of het algemeen bestuur bij het vaststellen van de stukken
                                    afwijkt van het ontwerp, wordt het besluit tot vaststelling met
                                    redenen omkleed.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het houden en de orde van vergaderingen van het algemeen
                                    bestuur zijn, voor zover daarvan bij de Wet niet is afgeweken,
                                    de artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de
                                    Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste vier maal en
                                    voorts zo vaak als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit
                                    nodig oordeelt, dan wel tenminste een vijfde van de leden dit,
                                    onder op-gaaf van redenen, schriftelijk verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte der
                                    aanwezigen daarom verzoekt of de voorzitter het nodig
                                    oordeelt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren
                                    wordt vergaderd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Wat betreft het opleggen van geheimhouding is artikel 23 van de
                                    Wet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn
                                werkzaamheden.</al><al>Besluiten worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen, tenzij
                                bij deze regeling of bij wet anders is voorzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Geven van inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur geeft aan de raden van de deelnemende
                                    gemeenten ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste
                                    beoordeling van het door het bestuur van de stadsregio gevoerde
                                    en te voeren beleid nodig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur geeft aan de raden van de deelnemende
                                    gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die
                                    raden worden gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze
                                    waarop de in het eerste en tweede lid bedoelde inlichtingen
                                    worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur geeft aan de raad die hem heeft
                                    aangewezen alle inlichtingen die door de raad, of een of meer
                                    leden daarvan, worden verlangd, op de in die gemeente
                                    gebruikelijke wijze.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad die hem heeft
                                    aangewezen, op de in die gemeente gebruikelijke wijze ter
                                    verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen
                                    bestuur gevoerde beleid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De raad die een lid in het algemeen bestuur heeft aangewezen,
                                    kan dit lid ontslaan, indien hij het vertrouwen van deze raad
                                    niet meer bezit. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn
                                    van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in die
                                    artikelen in de plaats van wethouder lid van het algemeen
                                    bestuur komt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>4.2</nr><titel>DAGELIJKS BESTUUR</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit zes leden, te weten de
                                    voorzitter en vijf andere leden. Deze vijf andere leden worden
                                    door en uit het algemeen bestuur aangewezen. In ieder geval één
                                    van de door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen leden is
                                    een lid dat Rotterdam vertegenwoordigt als lid van het algemeen
                                    bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aard van de opgave voor een bepaalde bestuursperiode
                                    of voor een bepaalde portefeuille daar aanleiding toe geeft kan
                                    het algemeen bestuur op voordracht van het dagelijks bestuur één
                                    extra lid aanwijzen. Dit lid kan in verband met de aard van de
                                    portefeuille aangewezen worden op grond van artikel 14 van de
                                    Wet. Een lid dat is aangewezen op grond van artikel 14 van de
                                    Wet heeft in het algemeen bestuur geen stem.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Uitgezonderd de voorzitter, treden de leden van het dagelijks
                                    bestuur af in de eerste vergadering van de zittingsperiode van
                                    het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur in nieuwe samenstelling
                                    worden aangewezen in de in het derde lid bedoelde
                                    vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het aanwijzen van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling
                                    van een plaats die tussentijds openvalt, vindt plaats uiterlijk
                                    twee maanden nadat de plaats is opengevallen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur
                                    worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen
                                    bestuur niet meer bezit. Artikel 49 en 50 van de Gemeentewet
                                    zijn van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit is
                                    artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag
                                    nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen
                                    bestuur. Een lid dat ontslag heeft genomen, blijft niettemin
                                    zijn betrekking waarnemen totdat zijn opvolger die heeft
                                    aanvaard.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Tussentijds verlies van het lidmaatschap van het algemeen
                                    bestuur brengt terstond verlies van het lidmaatschap van het
                                    dagelijks bestuur mee.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het dagelijks bestuur is opgedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur
                                            ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd;</al></li><li nr="b."><al>behoudens het bepaalde in artikel 9, het uitvoeren van
                                            de besluiten van het algemeen bestuur, daaronder tevens
                                            begrepen het sluiten van uitvoeringsovereenkomsten;</al></li><li nr="c."><al>het stimuleren en coördineren van het intergemeentelijk
                                            overleg;</al></li><li nr="d."><al>het beheer van de inkomsten en uitgaven van de
                                            stadsregio;</al></li><li nr="e."><al>de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de
                                            controle op het geldelijke beheer en de
                                            boekhouding;</al></li><li nr="f."><al>het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in
                                            als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is
                                            ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of
                                            bezit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan daarvoor in aanmerking komende
                                    bevoegdheden mandateren aan de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur geeft aan de raden van de deelnemende
                                    gemeenten ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste
                                    beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren
                                    beleid nodig zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur geeft aan de raden van de deelnemende
                                    gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die
                                    raden worden gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder
                                    afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording
                                    verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De leden geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle
                                    inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het
                                    dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig zijn.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen
                                    bestuur, wanneer deze of een of meer van zijn leden hierom
                                    verzoekt, alle gevraagde inlichtingen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze
                                    waarop uitvoering wordt gegeven aan het in het derde tot en met
                                    het zevende lid bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo vaak als de voorzitter dit
                                    nodig oordeelt of tenminste twee andere leden van het dagelijks
                                    bestuur zulks schriftelijk, onder opgave van de te behandelen
                                    onderwerpen, verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur, inclusief de voorzitter,
                                    hebben ieder één stem. Besluiten worden bij gewone meerderheid
                                    van stemmen genomen. Artikel 56 van de Gemeentewet is van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met gesloten
                                    deuren gehouden, voor zover het dagelijks bestuur niet anders
                                    heeft bepaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden
                                    beraadslaagd en besloten, indien meer dan de helft van het
                                    aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de
                                    voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een
                                    vergadering.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het vijfde lid, is het vierde lid
                                    niet van toepassing. Het dagelijks bestuur kan echter over
                                    andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering
                                    was belegd alleen beraadslagen en besluiten, indien meer dan de
                                    helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur kunnen een tegemoetkoming in
                                    de kosten ontvangen. Deze wordt door het algemeen bestuur
                                    vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan in daarvoor in aanmerking komende
                                    gevallen bij verordening een vergoeding vaststellen voor leden
                                    van het dagelijks bestuur.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>4.3</nr><titel>VOORZITTER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester van de gemeente Rotterdam is voorzitter van het
                                    algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. Als voorzitter
                                    heeft hij in het dagelijks bestuur één stem. In het algemeen
                                    bestuur heeft hij geen stem.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van
                                    het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt hij
                                    vervangen door een vice-voorzitter. Het dagelijks bestuur wijst
                                    uit zijn midden één of meerdere vice-voorzitters aan, die geen
                                    wethouder of raadslid zijn van de gemeente Rotterdam.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De stukken die van het algemeen bestuur of van het dagelijks
                                    bestuur uitgaan, worden door de voorzitter ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter vertegenwoordigt het lichaam in en buiten rechte;
                                    hij kan deze vertegenwoordiging aan een door hem schriftelijk
                                    aan te wijzen gemachtigde opdragen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de gemeente Rotterdam partij is in een geding waarbij de
                                    stadsregio is betrokken, oefent een vice-voorzitter de in het
                                    vijfde lid bedoelde bevoegdheid uit.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>PORTEFEUILLEHOUDERSOVERLEG EN BEZWAARSCHRIFTENCOMMISSIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Portefeuillehoudersoverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met betrekking tot de taken en belangen als bedoeld in artikel 4
                                bestaan er overleggen van portefeuillehouders van de deelnemende
                                gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Leden van het portefeuillehoudersoverleg zijn de leden van de
                                Colleges van Burgemeester en Wethouders, tot wiens portefeuille de
                                belangen behoren, waartoe het overleg is ingesteld en hun
                                plaatsvervangers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorzitter van het portefeuillehoudersoverleg is het lid van het
                                dagelijks bestuur dat het werkterrein van dat
                                portefeuillehoudersoverleg in dat bestuur behartigt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het portefeuillehoudersoverleg kan advies uitbrengen aan het
                                dagelijks bestuur. In elk geval adviseert hij over voorstellen van
                                dit bestuur aan het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergadering van een portefeuillehoudersoverleg is openbaar. De
                                deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte der aanwezigen
                                daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het portefeuillehoudersoverleg beslist vervolgens of met gesloten
                                deuren wordt vergaderd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Wat betreft het opleggen van geheimhouding is artikel 23 van de Wet
                                van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>REO</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het portefeuillehoudersoverleg Economie vindt tegelijkertijd met het
                                provinciale Regionaal Economisch Overleg plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 38 vindt dit overleg plaats onder
                                voorzitterschap van de gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland
                                tot wiens portefeuille economie behoort. De portefeuillehouder van
                                de stadsregio Rotterdam tot wiens portefeuille economie behoort is
                                plaatsvervangend voorzitter. Aan dit overleg nemen een
                                vertegenwoordiger van het ministerie van Economische Zaken en een
                                vertegenwoordiger van de Kamer van Koophandel deel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Algemene Bezwaarschriftencommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur benoemt een adviescommissie als bedoeld in
                                artikel 7:5 en 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt een verordening bezwaarschriftencommissie
                                op.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>SECRETARIS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist op voordracht van het dagelijks bestuur
                                omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris. Het
                                dagelijks bestuur oefent de overige bevoegdheden ten aanzien van de
                                secretaris uit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris is secretaris van het algemeen bestuur en van het
                                dagelijks bestuur en heeft de leiding over het ambtelijk
                                apparaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur
                                uitgaan, worden door hem mede-ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en
                                de voorzitter terzijde bij de uitoefening van hun taak.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur regelt bij verhindering of ontstentenis van de
                                secretaris zijn vervanging.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>AMBTELIJK APPARAAT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Organisatie en rechtspositie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het personeel zijn van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>de huidige en toekomstige wettelijke regelingen die het
                                        gemeentebestuur van Rotterdam op grond van de Ambtenarenwet
                                        voor het personeel van de gemeente Rotterdam heeft
                                        vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>de huidige en toekomstige beleidsregels die het
                                        gemeentebestuur van Rotterdam ter uitvoering van de onder a.
                                        bedoelde regelingen heeft vastgesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bevoegdheden ten aanzien van het personeel, met uitzondering van
                                benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris, worden
                                uitgeoefend door het dagelijks bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Formatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De formatie van de ambtelijke organisatie van de stadsregio wordt,
                                binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting,
                                vastgesteld door het dagelijks bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur regelt de organisatie van het ambtelijk
                                apparaat van de stadsregio.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Ambtelijke voorbereiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt, met inachtneming van de door het
                                algemeen bestuur te bepalen prioriteiten, de organisatie van de
                                ambtelijke voorbereiding van voor besluitvor-ming in aanmerking
                                komende onderwerpen vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan deelnemers verzoeken om in aanvulling op
                                het ambtelijk apparaat van de stadsregio gedurende een bepaalde
                                periode of deel van de werktijd ambtelijke bijstand te verlenen. Het
                                dagelijks bestuur regelt de voorwaar-den waaronder de hier bedoelde
                                bijstand wordt verleend en sluit hiertoe een overeenkomst met de
                                betrokken deelnemer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid bedoelde bijstand vindt plaats onder
                                verantwoor-delijkheid van het dagelijks bestuur.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>EXTERN KLACHTENRCHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Aanwijzing ombudsman</titel></kop><al>De ombudsman van de gemeente Rotterdam is bevoegd tot behandeling van
                            verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de
                            Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>ARCHIEF</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Zorg en beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de
                                organen bij deze regeling ingesteld, overeenkomstig een door het
                                algemeen bestuur met inachtneming van de Archiefwet vast te stellen
                                regeling, die aan gedeputeerde staten wordt meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedeputeerde staten oefenen toezicht uit op de krachtens het eerste
                                lid aan het dagelijks bestuur opgedragen zorg voor de
                                archiefbescheiden overeenkomstig het Archiefbesluit, voor zover deze
                                van toepassing is op de organen van gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor
                                zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de
                                archiefbewaarplaats van de gemeente Rotterdam.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De archivaris van de gemeente Rotterdam oefent toezicht uit op het
                                in het derde lid genoemde beheer.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en
                                artikel 13, eerste lid van de Archiefwet over te brengen
                                archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen is
                                aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Rotterdam.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De in het vijfde lid bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door
                                de archivaris van de gemeente Rotterdam.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>10</nr><titel>FINANCI?LE BEPALINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>10.1</nr><titel>FINANCI?LE ADMINISTRATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Financiële verordeningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de
                                    organisatie van de financiële administratie en van de
                                    financieringsfunctie van de stadsregio.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van de controle op het geldelijk beheer en de
                                    boekhouding zijn de artikelen 212, 213, 214 en 215 van de
                                    Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>10.2</nr><titel>BEGROTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Werkwijze en procedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op,
                                    vergezeld van een nota van aan-bieding waarin opgenomen de
                                    voorgenomen activiteiten. De ramingen in de ontwerpbegroting
                                    worden behoorlijk toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ontwerpbegroting wordt uiterlijk acht weken voordat zij aan
                                    het algemeen bestuur wordt aange-boden toegezonden aan de raden
                                    van de deelnemers; artikel 190 van de Gemeentewet is van
                                    over-een-komstige toepassing. De raden van de deelnemers kunnen
                                    omtrent de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur van hun
                                    gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de
                                    commen-taren waarin dit gevoelen is vervat bij de
                                    ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt
                                    aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De lasten van de stadsregio over enig jaar, voor zover niet uit
                                    andere baten gedekt, worden gedragen door de deelnemers en
                                    worden in de begroting voor het jaar waarop de begroting
                                    betrekking heeft vermeld als verschuldigde bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de verdeling over de deelnemers van de in het derde lid
                                    bedoelde bijdrage wordt uitgegaan van het in-wonertal op 1
                                    januari van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage
                                    is verschul-digd. Voor het vaststellen van de aantallen inwoners
                                    worden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek
                                    vastgestelde bevolkingscijfers aangehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De deelnemers betalen jaarlijks voor 16 januari en voor 16 juni
                                    telkens de helft van de bijdrage bedoeld in het derde lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de begroting vast uiterlijk 14 juli
                                    van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet
                                    dienen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Terstond na de vaststelling wordt, met verwijzing naar het
                                    gestelde in artikel 35, vierde lid van de Wet, de begroting in
                                    afschrift toegezonden aan de raden van de deelnemers die het
                                    bedrag, dat in deze begroting voor de gemeente als bijdrage in
                                    de kosten van de stadsregio is geraamd, in hun begroting
                                    opnemen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de begroting na vaststellen binnen
                                    de daarvoor gestelde termijn naar gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Met betrekking tot wijzigingen van de begroting is het bepaalde
                                    in de voorafgaande leden, behalve het zesde lid, van dit artikel
                                    van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De artikelen 192 en 208, 209, 210 en 211 van de Gemeentewet zijn
                                    van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Van het bepaalde in het negende lid kan worden afgeweken ten
                                    aanzien van begrotingswijzigingen die de gemeentelijke bijdragen
                                    niet aantasten, alsmede geen afwijking inhouden van het algemeen
                                    en financieel beleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Nalatigheid deelnemer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer aan het algemeen bestuur blijkt, dat de raad van een
                                    deelnemer niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in
                                    artikel 48, zevende lid, doet het algemeen bestuur aan
                                    gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van
                                    artikel 194 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 195 van de Gemeentewet is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>10.3</nr><titel>REKENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Werkwijze en procedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de rechtmatigheid en doelmatigheid van de baten en lasten
                                    van de stadsregio wordt door het dagelijks bestuur over het
                                    verstreken dienstjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen
                                    bestuur onder overlegging van de door een ambtenaar, aangewezen
                                    bij de regels als bedoeld in artikel 47, overeenkomstig deze
                                    regels aangeboden rekening met de daarbij behorende bescheiden.
                                    Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van het
                                    onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door
                                    de op grond van de in artikel 47, tweede lid, genoemde regels
                                    aangewezen deskundige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur onderzoekt de rekening zonder uitstel en
                                    stelt haar uiterlijk 14 juli vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekening wordt binnen de daarvoor geldende termijn met alle
                                    bijbehorende stukken aan gedeputeerde staten toegezonden. Van de
                                    vaststelling doet het dagelijks bestuur mededeling aan de raden
                                    van de deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot
                                    decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in
                                    geschrifte of andere onregelmatigheden.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>11</nr><titel>TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Toetreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toetreding van gemeenten kan plaatsvinden bij daartoe strekkende
                                besluiten van het algemeen bestuur en de bestuursorganen van de
                                desbetreffende gemeenten en na verkregen verklaringen van geen
                                bezwaar zoals bedoeld in artikel 110, eerste lid van de Wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan besluiten dat aan de toetreding voorwaarden
                                zijn verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toetreding gaat in op een door het algemeen bestuur met
                                inachtneming van artikel 109 van de Wet te bepalen tijdstip.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Uittreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een deelnemer kan uittreden door toezending van de daartoe
                                strekkende besluiten van zijn bestuursorganen aan het algemeen
                                bestuur en na verkregen verklaringen van geen bezwaar zoals bedoeld
                                in artikel 110, eerste lid van de Wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uittreding kan slechts plaatsvinden op 1 januari na de datum,
                                waarop opname in het register als bedoeld in artikel 109 van de Wet
                                heeft plaatsgevonden, tenzij door het algemeen bestuur een later
                                tijdstip is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Wijziging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 110 van de Wet kan de regeling
                                worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van de
                                bestuursorganen van alle deelnemers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wijziging van de regeling treedt in werking op een door het
                                algemeen bestuur met inachtneming van artikel 109 van de Wet te
                                bepalen tijdstip.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Opheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 110 van de Wet kan de regeling
                                worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de
                                bestuursorganen van alle deelnemers. Deze besluiten worden ter
                                kennis gebracht van gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De opheffing wordt van kracht op 1 januari of 1 juli, volgend op de
                                datum waarop de opname in het register van de Minister van
                                Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties, als bedoeld in artikel
                                109 van de Wet, heeft plaatsgevonden, tenzij het algemeen bestuur
                                een later tijdstip heeft bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur
                                tot liquidatie en stelt hij daarvoor de nodige regels. Hierbij kan
                                van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, na raadpleging
                                van de raden van de deelnemers, vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot
                                deelneming in de financiële gevolgen van de beëindiging van de
                                regeling op de wijze de volgens de regelen als in de Wet
                                voorzien.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De organen van de stadsregio blijven, zo nodig, na het tijdstip van
                                de beëindiging in functie totdat de liquidatie is voltooid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Toezending</titel></kop><al>Bij besluiten tot toetreding tot, uittreding uit, wijziging of opheffing
                            van de regeling zendt het dagelijks bestuur van de stadsregio, conform
                            artikel 109 en 110 van de Wet, de regeling aan gedeputeerde staten en de
                            Ministers, wie het aangaat.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>12</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De gewijzigde regeling treedt in werking op 19 maart 2010 of zodra deze
                            is opgenomen in het register als bedoeld in artikel 109 van de wet,
                            indien dat tijdstip later ligt. De besturen van de deelnemers dragen op
                            de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van de regeling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57</nr><titel>Aanhaling</titel></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als "gemeenschappelijke regeling
                            stadsregio Rotterdam".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering op 15/16 februari 2010,</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>Capelle aan den IJssel, 12 januari 2010,</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders,</ondertekening><ondertekening>de secretaris de burgemeester</ondertekening><ondertekening>G.Kruijt J. F. Koen</ondertekening><ondertekening>Capelle aan den IJssel, 12 januari 2010.</ondertekening><ondertekening>De burgemeester, </ondertekening><ondertekening>J. F. Koen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>