<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR27056_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de Rekenkamercommissie 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2008, 30</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de Rekenkamercommissie 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 81o</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-10-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-02-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-02-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008/365</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De historie bij ´Het overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen´ is mogelijk niet compleet. Er kunnen wijzigingen ontbreken tussen het ontstaan van de regeling en de eerste opgenomen wijziging daarvan.</al><al>Bij de wijziging van 16-03-2006 is de naam van de verordening veranderd van ´Verordening op de Rekeningcommissie 2002´ in: ´Verordening op de Rekenkamercommissie 2002´</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de Rekenkamercommissie 2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al>gezien het voorstel van het college;</al><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de Verordening op de Rekeningcommissie 2002</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>I.</nr><titel>Algemene bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Instelling.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een vaste commissie ten behoeve van de raad, genaamd de
                                Rekenkamercommissie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie, is belast met de uitoefening van de
                                rekenkamerfunctie als bedoeld in artikel 81o van de Gemeentewet.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Samenstelling.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie bestaat uit tenminste zes leden, waarvan twee
                                niet-raadsleden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadsleden van de commissie worden aan het begin van een nieuwe
                                zittingsperiode van de raad door de raad uit zijn midden benoemd.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De niet-raadsleden in de commissie worden door de raad benoemd voor
                                een periode van vier jaar die niet gelijk loopt met de
                                zittingsperiode van de raad en die door de raad met maximaal één
                                termijn van vier jaar kan worden verlengd. Bij tussentijdse
                                benoemingen treedt het nieuw benoemde lid, voor wat betreft
                                zittingsduur, in de plaats van zijn voorganger. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De benoeming van raadsleden in de commissie geschiedt voor de
                                zittingsperiode gelijk aan die van de leden van de zittende raad.
                                Dit geldt eveneens voor tussentijdse benoemingen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een commissielid kan tussentijds door de raad worden ontslagen.
                            </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Hij die ophoudt lid van de raad te zijn kan geen lid meer van de
                                commissie zijn. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij geeft daarvan
                                schriftelijk kennis aan de voorzitter van de raad. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In tussentijds in de commissie opengevallen plaatsen wordt binnen
                                acht weken voorzien. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorzitter.</titel></kop><al>De raad benoemt een van de twee niet-raadsleden in de commissie tot
                            voorzitter en wijst een tot lid van de commissie benoemd raadslid als
                            plaatsvervangend voorzitter aan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Secretariaat.</titel></kop><al>Het secretariaat van de commissie wordt verzorgd door de griffier of een
                            door deze aangewezen medewerker van de griffie. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>II.</nr><titel>Taak commissie.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Taken commissie.</titel></kop><al>De commissie heeft de volgende taken: </al><lijst><li nr="1."><al>Onderzoek doen naar de jaarrekening. De commissie betrekt
                                    daarbij de door of namens het college met de jaarrekening
                                    verband houdende verstrekte bescheiden. Daaronder zijn in ieder
                                    geval de volgende documenten begrepen: het gemeentelijk
                                    jaarverslag en de jaarverslagen van de diensten met de daarbij
                                    behorende accountantsrapporten en - verklaringen. </al></li><li nr="2."><al>Het onderzoek als bedoeld in het vorig lid richt zich op de
                                    doelmatigheid en de rechtmatigheid van het door het
                                    gemeentebestuur gevoerde bestuur. </al></li><li nr="3."><al>In aanvulling op de raadscommissie kan de commissie ook aspecten
                                    van doeltreffendheid bij haar onderzoek betrekken. </al></li><li nr="4."><al>Onderzoek te doen naar en toe te zien op de adequate uitvoering
                                    van het informatiebeveiligingsbeleid en de privacybescherming en
                                    zondig aanbevelingen terzake te doen aan college en raad. </al></li><li nr="5."><al>Op verzoek van de raad of op eigen initiatief kan de commissie
                                    onderzoek doen naar het gevoerde beleid ten aanzien van nader
                                    door de raad aangegeven aangelegenheden of projecten, waarbij
                                    gemeentefinanciën in het geding zijn.</al></li><li nr="6."><al>Aan de raad en/of aan het college gevraagd en ongevraagd advies
                                    uitbrengen ten aanzien van de financiële administratieve
                                    organisatie en het financiële beheer van de gemeente. </al></li><li nr="7."><al>Het vervullen van het opdrachtgeverschap van de door de raad
                                    aangewezen externe accountant.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beleidsonderzoek.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien op grond van het vijfde lid van het vorige artikel het
                                voornemen bestaat om een dergelijk onderzoek te starten stelt de
                                commissie eerst een onderzoeksplan vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit onderzoeksplan wordt, vergezeld van een opgave van het daarvoor
                                benodigde budget en een dekkingsvoorstel, aan de raad aangeboden.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het onderzoeksplan staat aangegeven of er een hoorzitting wordt
                                gehouden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie kan in het onderzoeksplan een ambtelijk onderzoeksteam,
                                waarin in elk geval de secretaris van de commissie zitting heeft,
                                belasten met een vooronderzoek. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>III.</nr><titel>Werkwijze commissie.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Oproepen / vaststellen agenda.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de commissie vinden plaats op basis van het
                                door de raad vastgestelde vergaderschema, waarin ook het
                                aanvangstijdstip is vermeld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie vergadert daarnaast zo dikwijls als de voorzitter het
                                nodig oordeelt of het door tenminste twee leden schriftelijk met
                                opgave van redenen wordt gevraagd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt, in overleg met de secretaris van de
                                commissie, de voorlopige agenda van de vergadering. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze voorlopige agenda wordt toegezonden aan de leden van de
                                commissie. De overige leden van de raad wordt eveneens een afschrift
                                van de voorlopige agenda toegezonden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter draagt er zorg voor dat plaats, dag en uur van de
                                openbare vergadering alsmede een opgave van de te behandelen
                                agendapunten ter openbare kennis worden gebracht. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie stelt bij het begin van de vergadering de definitieve
                                agenda vast. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een onderwerp, waarvan behandeling blijkens schriftelijk verzoek met
                                opgave van redenen door tenminste twee leden van de commissie wordt
                                gevraagd, wordt door de voorzitter op de voorlopige agenda van de
                                eerstvolgende vergadering van de commissie geplaatst. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In gevallen ter beoordeling van de voorzitter kan de commissie
                                schriftelijk worden geraadpleegd. Indien schriftelijke afdoening bij
                                een of meer leden op bezwaar stuit, geschiedt de behandeling van de
                                desbetreffende aangelegenheid in de eerstvolgende
                                commissievergadering. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bijwonen vergaderingen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad, die geen lid zijn van de commissie, kunnen de
                                vergadering van de commissie bijwonen. Zij mogen aan de
                                beraadslagingen deelnemen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie is bevoegd ambtenaren van de gemeente
                                en externe deskundigen tot het bijwonen van de vergadering uit te
                                nodigen voor het verstrekken van inlichtingen of het geven van
                                adviezen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot zodanige uitnodiging gaat de voorzitter tevens over indien
                                tenminste twee leden van de commissie daarom verzoeken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Openbaarheid vergaderingen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de voorzitter of tenminste twee leden van de commissie van
                                mening zijn dat openbaar of persoonlijke belangen door de
                                openbaarheid kunnen worden geschaad kunnen de deuren van de
                                vergadering worden gesloten. De commissie beslist vervolgens of met
                                gesloten deuren zal worden vergaderd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Quorum.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering vindt geen doorgang indien blijkt dat niet meer dan
                                de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In dat geval kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen,
                                waarbij er slechts vierentwintig uur tussen het verzenden van de
                                kennisgeving en het aanvangsuur aanwezig behoeft te zijn. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Die tweede vergadering vindt doorgang ongeacht het aantal opgekomen
                                leden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de agenda van de tweede vergadering mogen geen nieuwe
                                agendapunten worden toegevoegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Geheimhouding.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Artikel 25 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het opleggen van de voorlopige geheimhouding geschiedt door de
                                voorzitter. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Insprekers.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geheel of gedeeltelijk openbare vergaderingen verleent de
                                voorzitter, nadat de commissie daartoe bij de vaststelling van de
                                agenda heeft besloten, telkens bij de aanvang van de behandeling van
                                een agendapunt, de rondvraag uitgezonderd, aan insprekers het woord
                                om over het aan de orde zijnde agendapunt hun mening te geven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De personen, die van deze mogelijkheid gebruik wensen te maken,
                                moeten daarvan tenminste een volle werkdag voor de aanvang van de
                                vergadering mededeling doen aan de voorzitter van de commissie onder
                                opgave van hun naam en adres en van het agendapunt of de
                                agendapunten, waaromtrent zij het woord verlangen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de spreektijd alsook de volgorde van spreken,
                                indien meer dan een persoon ten aanzien van eenzelfde agendapunt het
                                woord wordt verleend. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degenen die op grond van het vorenstaande gerechtigd zijn hun mening
                                te geven of vragen te stellen moeten de daarbij door de voorzitter
                                in het belang van de vergaderorde gegeven aanwijzingen opvolgen. De
                                voorzitter kan hen het woord ontnemen. De leden van de commissie
                                zijn gerechtigd aan de insprekers toelichtende vragen te stellen
                                over hetgeen door dezen naar voren is gebracht. Hetgeen door de
                                insprekers naar voren wordt gebracht vormt echter geen punt van
                                discussie tussen hen en de leden van de commissie. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In uitzonderlijke gevallen, ter beoordeling van de commissie, kan
                                ook zonder dat het onderwerp op de agenda staat en ook zonder dat
                                daarover vooraf een mededeling is gedaan, door de voorzitter het
                                woord aan insprekers worden verleend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Hoorzitting.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op initiatief van de voorzitter of tenminste een derde deel van het
                                aantal leden van de commissie kan een hoorzitting worden
                                uitgeschreven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter regelt de orde tijdens de hoorzitting. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het horen van ambtenaren of externe deskundigen als bedoeld in
                                artikel 8, lid 2 van deze verordening kan de commissie opdragen aan
                                een ambtelijk onderzoeksteam, waarvan in elk geval de secretaris van
                                de commissie deel uitmaakt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de commissie gebruik maakt van de in het vorige lid
                                beschreven bevoegdheid is de voorzitter van de commissie bij het
                                horen aanwezig indien de te horen persoon daarom verzoekt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verslaglegging.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van ieder besproken onderwerp in een commissievergadering wordt,
                                onder de zorg van de secretaris van de commissie, een verslag
                                opgesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier is verantwoordelijk voor de tijdigheid en de inhoud van
                                het verslag. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verslag bevat een beknopte zakelijke weergave van het
                                besprokene. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie kan bij een afzonderlijk agendapunt besluiten dat een
                                meer uitgebreid verslag moet worden opgesteld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag vermeldt tevens de namen van de aan- en afwezige leden
                                van de commissie en van de overige aanwezigen ter vergadering. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verslag wordt ter vaststelling opgenomen op de voorlopige agenda
                                voor de eerstkomende commissievergadering. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Besluiten.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie neemt besluiten bij meerderheid van stemmen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de stemmen staken beslist de stem van de voorzitter. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Informatieverstrekking.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoeken van de commissie om toezending van onder het college
                                berustende stukken dan wel van (aanvullende) schriftelijke
                                informatie neemt het college binnen drie weken een beslissing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college redenen aanwezig acht om van toezending van
                                documenten of verstrekking van informatie op grond van het vorige
                                lid af te zien, doet het daarvan mededeling aan de voorzitter van de
                                commissie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het verkrijgen van mondelinge informatie kan de commissie leden
                                van het college uitnodigen om ter vergadering te verschijnen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een lid van het college redenen aanwezig acht om niet op een
                                uitnodiging als bedoeld in het vorige lid in te gaan doet hij
                                daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de commissie.
                            </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op
                                andere gemeentelijke bestuursorganen. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>IV.</nr><titel>Rapportage / advies.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Rapportage over rekening.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie stelt, op grond van het gehouden onderzoek, een
                                raadsvoorstel op waarin de bevindingen van het onderzoek zijn
                                opgenomen en voorstellen worden gedaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wordt daarbij de gelegenheid geboden om schriftelijk te
                                reageren op de bevindingen en de voorstellen van de commissie. Deze
                                schriftelijke reactie maakt eveneens onderdeel uit van de
                                beraadslaging in de raad. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie legt het raadsvoorstel voor aan de raad. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Rapportage over beleidsonderzoeken.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie legt de bevindingen van een gehouden onderzoek neer in
                                een ontwerprapport. Daarbij worden nog geen conclusies getrokken dan
                                wel aanbevelingen opgenomen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie legt het ontwerprapport voor aan het college en stelt
                                deze in de gelegenheid daarop binnen een door haar te bepalen
                                redelijke termijn schriftelijk te reageren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na ontvangst van de reactie van het college, respectievelijk bij
                                uitblijven van een reactie na afloop van de gestelde termijn stelt
                                de commissie een eindrapport op waarin tevens conclusies en, indien
                                daarvoor reden aanwezig is, aanbevelingen worden opgenomen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie legt het eindrapport, voorzien van een ontwerpvoorstel
                                en ontwerpbesluit, voor aan de raad. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in dit artikel beschreven procedure geldt eveneens indien het
                                onderzoek betrekking heeft op een aangelegenheid of project van een
                                ander gemeentelijk bestuursorgaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Toelichting tijdens raadsvergadering.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tijdens de raadsvergadering voert de voorzitter van de commissie,
                                namens de commissie, het woord. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie kan in een voorkomend geval een ander lid uit haar
                                midden aanwijzen om in de vergadering van de raad voorstellen of
                                adviezen van de commissie toe te lichten. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>V.</nr><titel>Slotbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Jaarverslag commissie.</titel></kop><al>De commissie stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar
                            werkzaamheden over het voorgaande jaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Uitleg verordening.</titel></kop><al>Bij twijfel over de betekenis of de toepassing van deze verordening en
                            in gevallen, waarin niet in deze verordening is voorzien, beslist de
                            voorzitter van de commissie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Tijdstip inwerkingtreding en citeertitel.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt onmiddellijk na de bekendmaking ervan in
                                    werking. </al></li><li nr="2."><al>Op het tijdstip als bedoeld in het eerste lid vervalt de
                                    "Verordening op de Rekeningcommissie", zoals vastgesteld in de
                                    raadsvergadering van 25 mei 1992 en nadien gewijzigd. </al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening op de
                                    Rekenkamercommissie 2002".</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 december 2002</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>(plv. secretaris)</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>