<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR270517_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Smallingerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Smallingerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-143570.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAlle%26spd%3d20161020%26epd%3d20161020%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dSmallingerland%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=2&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, 20-10-2016, nr. 143570</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-06-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-10-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-07-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging art. 2:25</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>21-06-2016, volgnr. 6</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al><extref doc="1.1:CVDR58617_1">Aanwijzingsbesluit verboden drankgebruik</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR85247_1">Beleidsregels voor het beoordelen van een aanvraag voor het kappen van houtopstanden</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR364978_1">Aanwijzingsbesluit uitrengebieden</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR349205_1">Aanwijzingsbesluit messenverbod</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR325417_1">Uitvoeringsbesluit opruimmiddel hondenpoep</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR409361_1">Werkafspraken bijtincidenten honden</extref></al><al><extref doc="1.1:CVDR420111_1">Aanwijzingsbesluit vergunningvrije evenementen</extref></al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-47691</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-47692</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING SMALLINGERLAND 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr></kop><structuurtekst><al><vet><cursief>Algemene bepalingen</cursief></vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr></kop><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="4" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="38*"/><colspec colname="col3" colwidth="3*"/><colspec colname="col4" colwidth="55*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>a.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>openbare plaats</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                                manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>b.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>weg</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                                van de Wegenverkeerswet 1994;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>c.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>openbaar water</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere
                                                wijze toegankelijk zijn</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>d.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>bebouwde kom</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                                staten, respectievelijk de raad, de grenzen hebben
                                                vastgesteld overeenkomstig artikel 8 van de
                                                Wegenverkeerswet (oud) en artikel 20a van de
                                                Wegenverkeerswet 1994</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>e.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>rechthebbende</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens
                                                een zakelijk of persoonlijk recht;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>f.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>bouwwerk</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                                Bouwverordening Smallingerland;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>g.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>gebouw</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
                                                c, van de Woningwet;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>h.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>handelsreclame</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                                diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een
                                                commercieel belang te dienen;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>i.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>college</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>het college van burgemeester en wethouders;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>j.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>bevoegd gezag</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                                lid, van de Wet algemene bepalingen </al><al>omgevingsrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>k.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>vaartuigen</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>alle vaartuigen, waaronder mede begrepen drijvende
                                                werktuigen, alsmede glijboten, ponten, een vaartuig
                                                zonder water-verplaatsing, een vaartuig in aanbouw
                                                en een vaartuig, dat de geschiktheid tot het drijven
                                                of varen heeft verloren;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>l.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>beroepsvaartuig</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>een vaartuig ingericht of bestemd om voor de
                                                uitoefening van een beroep of bedrijf te worden
                                                gebruikt en overeenkomstig die inrichting of
                                                bestemming wordt gebruikt;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>m</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>woonschip</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt
                                                gebezigd als, of te beoordelen naar zijn constructie
                                                of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is
                                                tot dag- of nachtverblijf van één of meer
                                                personen;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>n.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>aanleggen</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>het afmeren en vervolgens doen of laten liggen van
                                                een vaartuig aan of op een oever aan de
                                                oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of voor
                                                dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander
                                                vaartuig, gedurende de tijd die daadwerkelijk
                                                gebruikt wordt voor een recreatief verblijf op of in
                                                de omgeving van het vaartuig;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>o.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>ligplaats innemen</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>het afmeren en vervolgens doen of laten liggen van
                                                een vaartuig aan of op de oever, aan de
                                                oeverbescherming, aan of op een natuurlijke voor dat
                                                doel aangebrachte voorziening, of aan een ander
                                                vaartuig, anders dan voor het aanleggen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr></kop><al><vet>Beslistermijn</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                    vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van
                                    ontvangst van de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                    verlengen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr></kop><al><vet>Indiening aanvraag</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                    ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                    aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                    bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></li><li nr="2."><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
                                    vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
                                    termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr></kop><al><vet>Voorschriften en beperkingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en
                                    beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen
                                    strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen
                                    in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                    verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na
                                    te komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr></kop><al><vet>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</vet></al><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr></kop><al><vet>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</vet></al><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr></kop><al><vet>Termijnen</vet></al><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr></kop><al><vet>Weigeringsgronden</vet></al><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegde gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="1."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="2."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="3."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="4."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr></kop><al><vet>Vergunning van rechtswege</vet></al><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr></kop><al><vet>Geen vergunning van rechtswege</vet></al><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:11</nr></kop><al><vet>Vervanging vergunning door melding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college c.q. de burgemeester kan - ieder voor zover het de
                                    eigen bevoegdheid betreft - nadere regels vaststellen voor
                                    daarbij aan te wijzen categorieën activiteiten.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in deze verordening is geen
                                    vergunning vereist voor een activiteit, die voldoet aan de
                                    daarvoor vastgestelde nadere regels, mits:</al><lijst><li nr="a."><al> het voornemen tot het houden van de activiteit
                                            schriftelijk bij het bevoegde bestuursorgaan is gemeld
                                            en</al></li><li nr="b."><al>het bevoegde bestuursorgaan binnen twee weken na de dag
                                            waarop de melding is ontvangen de melding heeft
                                            geaccepteerd, dan wel deze termijn ongebruikt heeft
                                            laten verstrijken. </al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr></kop><structuurtekst><al><vet><cursief>Openbare orde</cursief></vet></al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Bestrijding van ongeregeldheden</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr></kop><al><vet>Samenscholing en ongeregeldheden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft
                                                tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing;</al></li></lijst></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                verwijderen.</al><lijst><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                        openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd
                                        bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing
                                        op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1A</nr></kop><al><vet>Verblijfsverbod</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is degene aan wie dit door de burgemeester in het belang
                                        van de openbare orde is bekendgemaakt, verboden zich anders
                                        dan in een openbaar middel van vervoer te bevinden op of aan
                                        de in de bekendmaking aangewezen wegen en plaatsen gedurende
                                        de uren daarin genoemd.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt gedurende de in
                                        de bekendmaking genoemde periode van ten hoogste twaalf
                                        weken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1B</nr></kop><al><vet>Messen en andere voorwerpen als steekwapen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door de burgemeester aangewezen openbare
                                            plaatsen<vet>, </vet>met inbegrip van daarin gelegen
                                        voor het publiek toegankelijke gebouwen en de daarbij
                                        behorende erven, messen of andere voorwerpen die als
                                        steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor voorwerpen die
                                        zodanig zijn ingepakt dat deze niet voor dadelijk gebruik
                                        kunnen worden aangewend als steekwapen. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voor zover in
                                        het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of
                                        krachtens de Wet wapens en munitie.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Betoging</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr></kop><al><vet>Optochten</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr></kop><al><vet>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare
                                        aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt
                                        gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:</al></li><li nr="3."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="4."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="5."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip
                                        van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="6."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                        plaats van beëindiging;</al></li><li nr="7."><al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;</al></li><li nr="8."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om
                                        een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li><li nr="9."><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></li><li nr="10."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt
                                        op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                        algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                        uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                        voorafgaande werkdag.</al></li><li nr="11."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                        eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                        kennisgeving in behandeling nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr></kop><al><vet>Afwijking termijn</vet></al><al>[Vervallen; opgenomen in artikel 2:3]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr></kop><al><vet>Te verstrekken gegevens</vet></al><al>[Vervallen; opgenomen in artikel 2:3]</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Verspreiden van gedrukte stukken</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr></kop><al><vet>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of </vet></al><al><vet>gedrukte stukken of afbeeldingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                        afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                        aan te bieden op door het college aangewezen openbare
                                        plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of
                                        het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                        afbeeldingen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Vertoningen e.d. op de weg</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr></kop><al><vet>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr></kop><al><vet>Dienstverlening</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr></kop><al><vet>Straatartiest</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                        straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te
                                        treden op door de burgemeester in het belang van de openbare
                                        orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het
                                        milieu aangewezen openbare plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>5</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10A</nr></kop><al><vet>(Omgevings)vergunning voor het plaatsen van
                                    voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke
                                    functie van de weg</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of
                                        een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de
                                        publieke functie daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegde gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor
                                        het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                        activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid,
                                        onder j. of k. van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                                weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de
                                                weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                                dan wel een belemmering kan vormen voor het
                                                doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf,
                                                hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                overlast voor gebruikers van de in de nabijheid
                                                gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10B</nr></kop><al><vet>Uitzonderingen en afbakeningsbepalingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                        niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:28;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                        tevens niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of
                                        gevoelens worden geopenbaard.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het vorige artikel geldt niet voor wat
                                        betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>het eerste lid voor zover in het daarin geregelde
                                                onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                                rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                                wegenreglement;</al></li><li nr="b."><al>de weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, voor
                                                zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                                voorzien door artikel 5 van de
                                                Wegenverkeerswet;</al></li><li nr="c."><al>de weigeringsgrond van het tweede lid, onder b geldt
                                                niet voor bouwwerken;</al></li><li nr="d."><al>de weigeringsgrond van het tweede lid onder c geldt
                                                niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                                voorzien door de Wet milieubeheer. terrassen als
                                                bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10C</nr></kop><al><vet>Vrij te stellen categorieën</vet></al><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het
                                verbod in het eerste lid van artikel 2:10A niet geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr></kop><al><vet>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen,
                                    beschadigen </vet></al><al><vet>en veranderen van een weg</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken,
                                        in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                        wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                        brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegde gezag,
                                                indien de activiteiten zijn verboden bij een
                                                bestemmingsplan, beheersverordening of
                                                voorbereidingsbesluit; of</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij
                                        het uitvoeren van hun publieke taak.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin
                                        geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                        Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het
                                        Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                                        Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening.</al></li><li nr="5."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr></kop><al><vet>Maken, veranderen van een uitweg</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd
                                        gezag:</al></li><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                        uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                        weg.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daar
                                        onder verstaat, alsmede alle niet-openbare ontsluitingswegen
                                        van gebouwen.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd in het belang van:</al></li><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                        omgeving;</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                                        Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="5."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>6</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Veiligheid op de weg</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr></kop><al><vet>Veroorzaken van gladheid</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr></kop><al><vet>Winkelwagentjes</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                        beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                        winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de
                                        naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in
                                        de omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare
                                        plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen
                                        of te doen verwijderen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr></kop><al><vet>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</vet></al><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr></kop><al><vet>Openen straatkolken e.d.</vet></al><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr></kop><al><vet>Kelderingangen e.d.</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr></kop><al><vet>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden
                                        dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig
                                        meter daarvan gedurende een door het college aangewezen
                                        periode.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel
                                        in duingebieden of binnen een afstand van honderd meter
                                        daarvan, voor zover het de open lucht betreft, brandende of
                                        smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te
                                        laten liggen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                        voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                        zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                        erven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr></kop><al><vet>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                        (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                        prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                        voorwerpen aan te brengen of te hebben hangenlager dan 2,20
                                        meter boven dat gedeelte van de weg.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad,
                                        puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere
                                        afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op van
                                        de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn
                                        aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan
                                        wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                        verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van
                                        de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr></kop><al><vet>Vallende voorwerpen</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr></kop><al><vet>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of
                                        voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare
                                        verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                        verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                        Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr></kop><al><vet>Objecten onder hoogspanningslijn</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
                                        weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van
                                        bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand
                                        houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken
                                        als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                        bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                        objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr></kop><al><vet>Veiligheid op het ijs</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                        verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                        andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                        geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen,
                                        weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het
                                        gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li><li nr="2."><al>Een ieder is verplicht op eerste vordering van een ambtenaar
                                        van politie onmiddellijk het ijs te verlaten ter voorkoming
                                        van gevaar voor personen of goederen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of
                                        de Provinciale vaarwegenverordening.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>7</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Evenementen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr></kop><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                        uitzondering van:</al></li><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                        de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet
                                        gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de
                                        Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                        verordening.</al></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel
                                        2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                        weg;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr></kop><al><vet>Evenement</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        van de burgemeester een evenement te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:3, tweede lid kan
                                        de burgemeester de indieningstermijn zoals genoemd in
                                        artikel 1:3, eerste lid voor een evenementenvergunning,
                                        verlengen tot ten hoogste twaalf weken.</al></li><li nr="3."><al>De vergunning wordt verleend voor de duur van het
                                        evenement.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor door de
                                        burgemeester aangewezen categorieën evenementen.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van artikel 1:11 geldt er geen meldingsplicht
                                        voor door burgemeester aangewezen categorieën evenementen,
                                        zoals bedoeld in het vierde lid.</al></li><li nr="6."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd
                                        op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt
                                        voorzien door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerwet
                                        1994.</al></li><li nr="7."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr></kop><al><vet>Ordeverstoring</vet></al><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>8</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Toezicht op horecabedrijven</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr></kop><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al>horecabedrijf</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                                  ruimte </al><al>waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                                  bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of
                                                  dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen
                                                  voor directe consumptie worden bereid of
                                                  verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in ieder
                                                  geval verstaan: een hotel, restaurant, pension,
                                                  café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis
                                                  of clubhuis. Onder horecabedrijf wordt tevens
                                                  verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en
                                                  andere aanhorigheden;</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>droog horecabedrijf</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>horecabedrijf zoals omschreven onder a, waarbij
                                                  de </al><al>houder van het horecabedrijf tevens houder is
                                                  van de vergunning die de burgemeester op grond van
                                                  de Drank- en horecaverordening Smallingerland
                                                  verleend, om in een inrichting bedrijfsmatig
                                                  uitsluitend alcoholvrije drank voor het gebruik
                                                  ter plaatse te verstrekken;</al></entry></row><row><entry><al>c.</al></entry><entry><al>paracommercieel</al><al>horecabedrijf</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>paracommerciële rechtspersoon zoals omschreven
                                                  in artikel 1, eerste lid van de Drank- en
                                                  Horecawet;</al></entry></row><row><entry><al>d.</al></entry><entry><al>terras</al></entry><entry><al>:</al></entry><entry><al>een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                                  liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of
                                                  zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                                  vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                                  spijzen voor directe consumptie kunnen worden
                                                  bereid of verstrekt. </al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr></kop><al><vet>Exploitatievergunning horecabedrijf</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een horecabedrijf en terras te exploiteren
                                        zonder vergunning van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in
                                                strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                                beheersverordening, exploitatieplan of
                                                voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>er voor de exploitatie van het horecabedrijf tevens
                                                een vergunning is vereist op grond van de Drank- en
                                                Horecawet of de Drank- en horecaverordening
                                                Smallingerland en deze vergunning is geweigerd.
                                            </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de
                                        vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
                                        oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie
                                        in de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde op
                                        ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in de leden 2 en 3 kan de
                                        burgemeester de vergunning voor het terras weigeren indien
                                        het beoogde gebruik:</al></li><li nr="-"><al>schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de
                                        bruikbaarheid van de weg of voor het veilig en doelmatig
                                        gebruik ervan;</al></li><li nr="-"><al>een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                        onderhoud van de weg.</al></li><li nr="5."><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde
                                        weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het
                                        karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf
                                        is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het
                                        horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter
                                        plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                        exploitatie.</al></li><li nr="6."><al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een
                                        winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor
                                        zover de horeca een nevenactiviteit is van de
                                        winkelactiviteit;</al></li><li nr="7."><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                        handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf
                                        enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                        overdraagt.</al></li><li nr="8."><al>Voorts geldt het eerste lid niet voor een of meer door de
                                        burgemeester aan te wijzen soorten horecabedrijven in de
                                        gehele gemeente of gedeelten daarvan.</al></li><li nr="9."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr></kop><al><vet>Sluitingstijd</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in een horecabedrijf in categorie I, zoals
                                        bedoeld in het geldende bestemmingsplan, bezoekers toe te
                                        laten en te laten verblijven tussen 23.00 uur en 08.00
                                        uur.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in een horecabedrijf in categorie II, zoals
                                        bedoeld in het geldende bestemmingsplan dat gevestigd is in
                                        het horecaconcentratiegebied De Kaden, bezoekers toe te
                                        laten en te laten verblijven op:</al><al>- maandagmorgen tot en met donderdagmorgen tussen 00.00 uur
                                        en 08.00 uur;</al><al>- vrijdagmorgen tot en met zondagmorgen tussen 02.00 uur en
                                        08.00 uur.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden in een horecabedrijf in categorie II, zoals
                                        bedoeld in het geldende bestemmingsplan dat niet gevestigd
                                        is in het horecaconcentratiegebied De Kaden, bezoekers toe
                                        te laten en te laten verblijven op:</al><al>- maandagmorgen tot en met donderdagmorgen tussen 01.00 uur
                                        en 08.00 uur;</al><al>- vrijdagmorgen tussen 02.00 uur en 08.00 uur;</al><al>- zaterdagmorgen tot en met zondagmorgen tussen 03.00 uur en
                                        08.00 uur.</al><al/></li><li nr="4."><al>Het is verboden in een horecabedrijf in categorie III, zoals
                                        bedoeld in het geldende bestemmingsplan, bezoekers toe te
                                        laten en te laten verblijven op: </al><al>- maandagmorgen tot en met donderdagmorgen tussen 02.00 uur
                                        en 08.00 uur;</al><al>- vrijdagmorgen tot en met zondagmorgen tussen 05.00 uur en
                                        08.00 uur.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het bepaalde in het vierde lid, is het
                                        verboden in een horecabedrijf in categorie III, zoals
                                        bedoeld in het geldende bestemmingsplan, bezoekers toe te
                                        laten op vrijdagmorgen tot en met zondagmorgen tussen 03.00
                                        uur en 08.00 uur.</al></li><li nr="6."><al>In afwijking van het bepaalde in het vierde en vijfde lid,
                                        is het verboden in een droog horecabedrijf in categorie III,
                                        zoals bedoeld in het geldende bestemmingsplan, bezoekers in
                                        de inrichting toe te laten op vrijdagmorgen tot en met
                                        zondagmorgen tussen 05.00 uur en 08.00 uur en te laten
                                        verblijven tussen 05.30 uur en 08.00 uur.</al></li><li nr="7."><al>In afwijking van het in de vorige leden bepaalde, is het
                                        verboden in een droog horecabedrijf dat niet gevestigd is in
                                        het horecaconcentratiegebied De Kaden, bezoekers toe te
                                        laten en te laten verblijven tussen 00.00 uur en 08.00
                                        uur.</al></li><li nr="8."><al>In afwijking van het in de vorige leden bepaalde, is het
                                        verboden in een paracommercieel horecabedrijf bezoekers in
                                        de inrichting toe te laten en te laten verblijven tussen
                                        00.00 uur en 08.00 uur.</al></li><li nr="9."><al>Onverminderd het in de vorige leden bepaalde, is het
                                        verboden een terras geopend te hebben dan wel bezoekers
                                        daarop te laten verblijven tussen 01.00 uur en 08.00 uur.
                                    </al></li><li nr="10."><al>In afwijking van het negende lid, is het in het
                                        horecaconcentratiegebied De Kaden gedurende de maanden juni,
                                        juli en augustus toegestaan een terras in de nacht van
                                        zaterdag op zondag tot 02.00 uur geopend te hebben </al></li><li nr="11."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                        sluitingstijd.</al></li><li nr="12."><al>Het in het eerste tot en met het tiende lid bepaalde geldt
                                        niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                        voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                        voorschriften.</al></li><li nr="13."><al>Op de ontheffing bedoeld in het elfde lid, is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr></kop><al><vet>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                        tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                        sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                        bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
                                        van de Opiumwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr></kop><al><vet>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</vet></al><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
                                ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr></kop><al><vet>Handel in horecabedrijven</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                        als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van
                                        bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
                                        Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                        handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf
                                        enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                        overdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr></kop><al><vet>Ordeverstoring</vet></al><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr></kop><al><vet>Het college als bevoegd bestuursorgaan</vet></al><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                2:31</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>9</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen
                                    vannachtverblijf</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr></kop><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr></kop><al><vet>Kennisgeving exploitatie</vet></al><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr></kop><al><vet>Nachtregister</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr></kop><al><vet>Verschaffing gegevens nachtregister</vet></al><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>10</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Toezicht op speelgelegenheden</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr></kop><al><vet>Speelgelegenheden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                        publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                        geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                        inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                        verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op:</al></li><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                        eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning
                                        is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de
                                        Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                        kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                        kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                        bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                        handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op
                                        de kansspelen te verrichten.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al></li><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon
                                        en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                        openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden
                                        beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is
                                        met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening,
                                        exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.</al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr></kop><al><vet>Kansspelautomaten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                        c, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                        30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                        30, onder e, van de Wet.</al></li><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                        kansspelautomaten toegestaan.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                        toegestaan</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>11</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr></kop><al><vet>Betreden gesloten woning of lokaal</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                        krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning,
                                        een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die
                                        woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                        krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een
                                        niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die
                                        woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek
                                        toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                        betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                        de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                        is.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr></kop><al><vet>Plakken en kladden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te
                                        bekrassen of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al></li><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                        aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                        wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                        afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                        doen aanbrengen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr></kop><al><vet>Vervoer plakgereedschap e.d.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of
                                        bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk,
                                        teer, kleur of verfstof of verfgereedschap. </al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                        materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn
                                        bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr></kop><al><vet>Vervoer inbrekerswerktuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats tussen 22.00 en 6.00
                                        uur inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde
                                        werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich
                                        onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te
                                        verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te
                                        verbreken, diefstal door middel van braak te
                                        vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44A</nr></kop><al><vet>Verbod op het vervoeren van geprepareerde voorwerpen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te
                                        vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er
                                        kennelijk toe is uitgerust om het plegen van
                                        (winkel)diefstal te vergemakkelijken.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan
                                        worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde voorwerp niet
                                        bestemd is voor de in het eerst lid bedoelde
                                        handelingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr></kop><al><vet>Betreden van plantsoenen e.d.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden
                                        zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op
                                        bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                        plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                        gelegen wegen of paden.</al></li><li nr="2."><al>Het college is bevoegd ter voorkoming of opheffing van
                                        overlast of schade, tijden vast te stellen, waarbinnen het
                                        verboden is zich in daartoe door het college aangewezen
                                        parken of plantsoenen te begeven of te bevinden.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste en
                                        tweede lid gestelde verbod.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr></kop><al><vet>Rijden over bermen e.d.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                        rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de
                                        zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden
                                        redelijkerwijs wordt vereist.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                        wegenreglement.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr></kop><al><vet>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
                                                monument, overkapping, constructie, openbare
                                                toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                                afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet
                                                bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere
                                                gebruikers of aan bewoners van nabij de openbare
                                                plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder
                                                berokkent.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door artikel 424, 426bis, of 431 van het Wetboek
                                        van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                        1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47a</nr></kop><al><vet>Verplichte route</vet></al><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr></kop><al><vet>Verboden drankgebruik</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar
                                        hebben bereikt, verboden op een openbare plaats, die deel
                                        uitmaakt van een door het college aangewezen gebied,
                                        alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen,
                                        blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al></li><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder
                                        a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de
                                        Drank en Horecawet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr></kop><al><vet>Verboden gedrag bij of in gebouwen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                        houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                        drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                        flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke
                                        meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek
                                        toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te
                                        bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
                                        ruimte van zo'n gebouw.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr></kop><al><vet>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</vet></al><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr></kop><al><vet>Neerzetten van fietsen e.d.</vet></al><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr></kop><al><vet>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</vet></al><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr></kop><al><vet>Bespieden van personen</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr></kop><al><vet>Bewakingsapparatuur</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr></kop><al><vet>Nodeloos alarmeren</vet></al><al>Het is verboden zonder dat daartoe redelijkerwijs aanleiding
                                bestaat, politie, brandweer of enig andere overheidsinstelling op
                                welke wijze dan ook, te alarmeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr></kop><al><vet>Alarminstallaties</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr></kop><al><vet>Loslopende honden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen: </al><lijst><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                                als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                                speelweide of op een andere door het college
                                                aangewezen plaats; </al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet
                                                is aangelijnd; of</al></li><li nr="c."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een
                                                halsband of een ander identificatiemerk dat de
                                                eigenaar of houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid aanhef en onder b is niet van
                                        toepassing op door het college aangewezen plaatsen. </al></li><li nr="3."><al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn
                                        niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: </al><al>a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                        sociale hulphond laat begeleiden; of </al><al>b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                        geleidehond of socialehulphond. </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr></kop><al><vet>Verontreiniging door honden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft
                                        is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die
                                        hond onmiddellijk worden verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft
                                        is voorts verplicht om:</al></li><li nr="a."><al>een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt
                                        is voor het verwijderen van de uitwerpselen van die hond
                                        en</al></li><li nr="b."><al>dit hulpmiddel op eerste vordering te laten zien aan een
                                        toezichthouder.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan de eisen vaststellen waaraan een
                                        doeltreffend hulpmiddel, zoals bedoeld in het tweede lid,
                                        voldoet.</al></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van
                                        toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich
                                        vanwege zijn handicap, door een geleidehond of sociale
                                        hulphond laat begeleiden of die vanwege gebondenheid aan een
                                        rolstoel, scootmobiel of soortgelijk voertuig, zelf niet in
                                        staat is voor het verwijderen van de uitwerpselen zorg te
                                        dragen. </al></li><li nr="5."><al> Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van
                                        toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr></kop><al><vet>Gevaarlijke honden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                        gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder
                                        van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en
                                        muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of
                                        loopt op een openbare plaats of op het terrein van een
                                        ander.</al></li><li nr="2."><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met
                                        een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste
                                        1,50 meter.</al></li><li nr="3."><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf
                                        die: </al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig
                                                leer of van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond
                                                de hals is aangebracht dat verwijdering zonder
                                                toedoen van de mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten,
                                                dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe
                                                opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen
                                                binnen de korf aanwezig zijn.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder
                                        c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te
                                        zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt
                                        uniek identificatienummer door middel van een microchip die
                                        met een chipreader afleesbaar is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60A</nr></kop><lid><lidnr/><al><vet>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</vet></al></lid><lid><lidnr/><al>1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college gestelderegels; </al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven; of</al></li><li nr="d."><al>te voeren.</al><al/></li><li nr="2."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                            gelegen binnen een plaats die krachtens het eerst lid is
                                            aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden
                                            bedoeld in het eerste lid. </al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene
                                            wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
                                            niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:60B </label></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr=""><al><vet>Hinder door dieren</vet></al><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                            milieubeheer de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen
                                            dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving
                                            hinder veroorzaakt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr></kop><al><vet>Wilde dieren</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr></kop><al><vet>Loslopend vee</vet></al><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr></kop><al><vet>Duiven</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr></kop><al><vet>Bijen</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr></kop><al><vet>Bedelarij</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>12</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel 2:66 </label></kop><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:67</label></kop><al><vet>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</vet></al><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie werkdagen schriftelijk in kennis
                                        te stellen:</al><lijst><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1 bedoelde
                                                adressen;</al></li><li nr="3."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van zijn onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="c."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        werkdagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>13</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Vuurwerk</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr></kop><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr></kop><al><vet>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk </vet></al><al><vet>tijdens de verkoopdagen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                        nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen
                                        dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden,
                                        zonder een vergunning van het college.</al></li><li nr="2."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr></kop><al><vet>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door
                                        het college in het belang van de voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats
                                        te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                        veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De verboden bedoeld in het eerste of tweede lid zijn niet
                                        van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                                        artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73a</nr></kop><al><vet>Bezigen van carbid</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden acetyleen afkomstig van een reactie tussen
                                        calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsel met
                                        vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te
                                        verbranden op zodanige wijze dat gevaar, schade of hinder
                                        voor de omgeving kan worden veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod gestelde in het eerste lid geldt niet
                                        indien:</al></li><li nr="a."><al>gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of dergelijke
                                        voorwerpen met een maximale inhoud van 50 liter, met
                                        gebruikmaking van acetyleengas afkomstig van een reactie
                                        tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met
                                        vergelijkbare eigenschappen; en </al></li><li nr="b."><al>het gebruik plaatsvindt op 31 december van 10.00 uur tot 1
                                        januari 02.00 uur; en</al></li><li nr="c."><al>hiervan tenminste 14 dagen voorafgaand aan de datum van
                                        gebruik melding is gedaan aan het college van burgemeester
                                        en wethouders; en</al></li><li nr="d."><al>de melding is vergezeld van een schriftelijke toestemming
                                        van de eigenaar van het terrein van waaraf geschoten wordt;
                                        en</al></li><li nr="e."><al>de melding tevens is voorzien van een kaart waarop de
                                        betreffende locatie is ingetekend en waarop de
                                        schootsrichting is aangegeven; en</al></li><li nr="f."><al>de plaats vanwaar geschoten ligt is gelegen op een afstand
                                        van 75 meter van woonbebouwing; en</al></li><li nr="g."><al>op een afstand van tenminste 300 meter van in gebruik zijnde
                                        voorzieningen voor het houden van dieren is verboden
                                        consumentenvuurwerk op een openbare plaats te bezigen als
                                        dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het daarin
                                        geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer,
                                        de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen,
                                        de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van
                                        Strafrecht van toepassing is.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>14</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Drugsoverlast</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr></kop><al><vet>Drugshandel op straat</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>15</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden</vet></al><al><vet>encameratoezicht op openbare plaatsen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr></kop><al><vet>Bestuurlijke ophouding</vet></al><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr></kop><al><vet>Veiligheidsrisicogebieden</vet></al><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr></kop><al><vet>Cameratoezicht op openbare plaatsen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                        Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                        een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een
                                        openbare plaats.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het
                                        eerste lid eveneens ten aanzien van andere openbare
                                        plaatsen:</al></li><li nr="-"><al>parkeerterreinen;</al></li><li nr="-"><al>bedrijfsterreinen;</al></li><li nr="-"><al>winkelcentra;</al></li><li nr="-"><al>busstations.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr></kop><structuurtekst><al><vet><cursief>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie
                                    e.d.</cursief></vet></al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr></kop><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="38*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="3*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="55*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>prostitutie</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                                  van seksuele handelingen met een ander tegen
                                                  vergoeding;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>prostituee</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                                  verrichten van seksuele handelingen met een ander
                                                  tegen vergoeding;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>seksinrichting</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                                  ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                                  zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden
                                                  verricht, of vertoningen van
                                                  erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder
                                                  een seksinrichting worden in elk geval verstaan:
                                                  een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater,
                                                  een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder
                                                  tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan
                                                  niet in combinatie met elkaar;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>escortbedrijf</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                                  rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang
                                                  alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt
                                                  die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte
                                                  wordt uitgeoefend;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>sekswinkel</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                                  ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                                  erotisch-pornografische aard aan particulieren
                                                  plegen te worden verkocht of verhuurd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>exploitant</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>de natuurlijke persoon of personen of
                                                  rechtspersoon of rechtspersonen die een
                                                  seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan
                                                  wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van
                                                  die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde
                                                  natuurlijke persoon of personen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>beheerder:</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>de natuurlijke persoon of personen die de
                                                  onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan
                                                  wel uitoefenen in een seksinrichting of
                                                  escortbedrijf;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>bezoeker</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>degene die aanwezig is in een seksinrichting,
                                                  met uitzondering van:</al><al>-de exploitant;</al><al>-de beheerder;</al><al>-de prostituee;</al><al>-het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                  is;</al><al>-toezichthouders die zijn aangewezen op grond
                                                  van artikel 6.2 van deze verordening;</al><al>-andere personen wier aanwezigheid in de
                                                  seksinrichting wegens dringende redenen
                                                  noodzakelijk is.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr></kop><al><vet>Bevoegd bestuursorgaan</vet></al><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr></kop><al><vet>Nadere regels</vet></al><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels
                                    endergelijke</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr></kop><al><vet>Seksinrichtingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                        exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                        bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                        ieder geval vermeld:</al></li><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li><li nr="3."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr></kop><al><vet>Gedragseisen exploitant en beheerder</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al></li><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt. </al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de
                                        exploitant en de beheerder niet:</al></li><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                        Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met
                                        toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht
                                        ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot
                                        een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
                                        door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare
                                        lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en
                                        Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een
                                        misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot
                                        voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van
                                        het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                        uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
                                        onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een
                                        andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                        onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede
                                        wegens overtreding van:</al></li><li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet,
                                        de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                        vreemdelingen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                        249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                        417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                        Strafrecht;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                        artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                        1994;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de
                                        Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                        gelijk gesteld:</al></li><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
                                        74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of
                                        artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake
                                        rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro
                                        bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                        straf.</al></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                        wordt:</al></li><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                        geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting
                                        of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het
                                        bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de
                                        vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, is
                                        ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen
                                        verwijt treft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr></kop><al><vet>Sluitingstijden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                        verblijven:</al></li><li nr="a."><al>op maandag tot en met donderdag tussen 01.00 en 08.00
                                        uur;</al></li><li nr="b."><al>op vrijdag tussen 02.00 en 08.00 uur</al></li><li nr="c."><al>op zaterdag en zondag tussen 03.00 en 08.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een
                                        voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een
                                        afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden
                                        vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin
                                        te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting
                                        krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens
                                        artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                        voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door de op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                        voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr></kop><al><vet>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                        belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in
                                        dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al></li><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                        tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk
                                        de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene
                                        wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in
                                        het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend
                                        overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr></kop><al><vet>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                beheerder</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                        vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting
                                        aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat
                                        in de seksinrichting:</al></li><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval
                                        de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de
                                        zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid),
                                        XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
                                        Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet
                                        en in de Wet wapens en munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr></kop><al><vet>Straatprostitutie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of
                                        op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit
                                        te nodigen dan wel aan te lokken.</al></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
                                        gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden
                                        gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                        verwijderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr></kop><al><vet>Sekswinkels</vet></al><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr></kop><al><vet>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                        gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                        erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen,
                                        aan te bieden of aan te brengen:</al></li><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                        bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                        aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en
                                        leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan
                                        in het belang van de openbare orde of de woon- en
                                        leefomgeving gestelde regels.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                        opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken
                                        dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                        gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr></kop><al><vet>Beslissingstermijn</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag
                                        om vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen
                                        twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                        twaalf weken verdagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr></kop><al><vet>Weigeringsgronden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                        geweigerd indien:</al></li><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel
                                        3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                        beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit,
                                        stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                        strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li><li nr="2."><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde
                                        escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel
                                        1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid,
                                        worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                        bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege gelaten, in
                                        het belang van:</al></li><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                        leefklimaat;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="d."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="e."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="f."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr></kop><structuurtekst><al><vet>BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr></kop><al><vet>Beëindiging exploitatie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                        vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                        seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                        beëindigd.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                        exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis
                                        aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr></kop><al><vet>Wijziging beheer</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g,
                                        het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                        feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan
                                        binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                        schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                        indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de
                                        exploitant heeft besloten de verleende vergunning
                                        overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het
                                        bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is
                                        van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan
                                        het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder
                                        zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede
                                        lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                                        besloten.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING 5</label></kop><structuurtekst><al>OVERGANGSBEPALING</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel 3:16 </label></kop><al>Overgangsbepaling</al><al>[vervallen]</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg
                                            voor hetuiterlijk aanzien van de
                                            gemeente</vet></al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Geluidhinder en verlichting</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr></kop><al><vet>Begripsbepalingen</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="38*"/><colspec colname="col3" colwidth="3*"/><colspec colname="col4" colwidth="55*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>Besluit</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                                  milieubeheer;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>inrichting</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                                  Besluit;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>houder van een inrichting</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>degene die als eigenaar, bedrijfsleider,
                                                  beheerder of anderszins een inrichting
                                                  drijft;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>collectieve festiviteit</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>festiviteit die niet specifiek aan één of een
                                                  klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>incidentele festiviteit</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>festiviteit of activiteit die gebonden is aan
                                                  één of een klein aantal inrichtingen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>geluidsgevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>woningen en gebouwen die op grond van artikel 1
                                                  van de Wet Geluidhinder worden aangemerkt als
                                                  geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van
                                                  gebouwen behorende bij de betreffende
                                                  inrichting;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>geluidsgevoelige terreinen</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet
                                                  geluidhinder worden aangemerkt als
                                                  geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van
                                                  terreinen behorende bij de betreffende
                                                  inrichting;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>onversterkte muziek</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>muziek die niet elektronisch is versterkt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>landelijke vrije dag</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>zaterdag, zondag en een algemeen erkende
                                                  feestdag als bedoeld in de Algemene
                                                  termijnenwet;</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr></kop><al><vet>Aanwijzing collectieve festiviteiten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2:19 en
                                        2.20 van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                        kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                        gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></li><li nr="2."><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
                                        van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel
                                        4.113, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het
                                        college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                        festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                        dagdelen.</al></li><li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid,
                                        kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldig is
                                        in één of meer delen van de gemeente.</al></li><li nr="4."><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor
                                        het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan, wanneer een collectieve festiviteit
                                        redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
                                        terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het
                                        eerste lid aanwijzen.</al></li><li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de
                                        inrichting, bedraagt op de gevel van een gevoelig gebouw en
                                        op de perceelsgrens van een gevoelig terrein niet meer
                                        dan:</al></li><li nr="a."><al>75 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur (dagperiode), gemeten op
                                        1,5 meter hoogte,</al></li><li nr="b."><al>75 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur (avondperiode), gemeten
                                        op 5,0 meter hoogte,</al></li><li nr="c."><al>50 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur (nachtperiode), gemeten
                                        op 5,0 meter hoogte.</al></li><li nr="7."><al>In afwijking van lid 6 gaat op dagen voorafgaand aan een
                                        landelijke vrije dag de nachtperiode in om 01.00 uur.</al></li><li nr="8."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is exclusief
                                        10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. De
                                        bedrijfsduurcorrectie wordt buiten beschouwing gelaten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr></kop><al><vet>Kennisgeving incidentele festiviteiten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                        festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                        geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                        van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                        toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                        twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                        daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                        incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting
                                        langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten
                                        waarbij artikel 4.113 , eerste lid, van het Besluit niet van
                                        toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste
                                        tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het
                                        college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                        kennisgeving.</al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                        formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                        ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer
                                        het college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                        incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                        was, terstond toestaat.</al></li><li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                        inrichting bedraagt op de gevel van geluidgevoelig gebouw en
                                        op de perceelsgrens van een gevoelig terrein niet meer
                                        dan:</al></li><li nr="a."><al>75 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur (dagperiode), gemeten op
                                        1,5 meter hoogte,</al></li><li nr="b."><al>75 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur (avondperiode), gemeten
                                        op 5,0 meter hoogte,</al></li><li nr="c."><al>50 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur (nachtperiode), gemeten
                                        op 5,0 meter hoogte.*</al></li><li nr="7."><al>In afwijking van lid 6 gaat op de dagen voorafgaand aan een
                                        landelijke vrije dag de nachtperiode pas in om 01.00
                                        uur.</al></li><li nr="8."><al>De geluidswaarde is exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege
                                        muziekcorrectie. De bedrijfsduurcorrectie wordt buiten
                                        beschouwing gelaten.</al></li><li nr="9."><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                        deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten
                                        van personen of goederen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr></kop><al><vet>Verboden incidentele festiviteiten</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr></kop><al><vet>Onversterkte muziek</vet></al><al>[gerserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr></kop><al><vet>Overige geluidhinder</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze
                                        toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of
                                        handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de
                                        omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                        openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de
                                        Provinciale milieuverordening.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr></kop><al><vet>Straatvegen</vet></al><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr></kop><al><vet>Natuurlijke behoefte doen</vet></al><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr></kop><al><vet>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                                    riolen</vet></al><al><vet>en putten buiten gebouwen</vet></al><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Het bewaren van houtopstanden</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10A</nr></kop><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas; </al></li><li nr="b."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></li><li nr="c."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op
                                        de stronk uitlopen;</al></li><li nr="d."><al>houtwal: een afscheiding in het landschap, die wordt gevormd
                                        door een, al dan niet verhoogde, smalle strook grond met
                                        daarop volgroeide beplanting in de vorm van bomen, hakhout
                                        en struiken;</al></li><li nr="e."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                        ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;</al></li><li nr="f."><al>boomwaarde: De financiële waarde van een boom zoals
                                        getaxeerd volgend de meest recente richtlijnen van de
                                        Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;</al></li><li nr="g."><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                        Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi
                                        (Buism.) C. Moreau);</al></li><li nr="h."><al>iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
                                        behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus
                                        multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus;</al></li><li nr="i."><al>vruchtbomen: bomen die aantoonbaar in hoofdzaak uit
                                        economische motieven omwille van de vruchten worden
                                        geteeld.</al></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien,
                                        met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
                                        handelingen die de dood of ernstige beschadiging of
                                        ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10B</nr></kop><al><vet>Omgevingsvergunning voor het vellen van
                                    houtopstanden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                        houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor:</al></li><li nr="a."><al>een boom met stamomtrek van minder dan 63 cm gemeten op 1,3
                                        meter hoogte boven het maaiveld, tenzij het een boom betreft
                                        die ter herdenking aan een bepaalde persoon of gebeurtenis
                                        is geplant of een boom die is geplant in het kader van een
                                        herplantplicht. In geval van meerstammigheid geldt de
                                        dwarsdoorsnede van de dikste stam;</al></li><li nr="b."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
                                        landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren
                                        of wilgen, tenzij deze zijn geknot;</al></li><li nr="c."><al>fruitbomen, voor zover economisch benut, en windschermen om
                                        boomgaarden;</al></li><li nr="d."><al>fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen
                                        als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder
                                        bestemde terreinen;</al></li><li nr="e."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="f."><al>een houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het
                                        Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is
                                        buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
                                        zelfstandige eenheid vormt die: </al></li><li nr="-"><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;</al></li><li nr="-"><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen,
                                        gerekend over het totale aantal rijen;</al></li><li nr="g."><al>een houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van
                                        het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel
                                        4.10G.</al></li><li nr="3."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10C</nr></kop><al><vet>Kennisgeving Boswet</vet></al><al>Wanneer een afschrift is ontvangen van de bevestiging van ontvangst
                                van de kennisgeving als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                                beschouwt het bevoegd gezag dit afschrift als een melding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10D</nr></kop><al><vet>Weigeringsgronden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning kan in ieder geval worden geweigerd op grond
                                        van:</al></li><li nr="a."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                        dorpsschoon;</al></li><li nr="c."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="d."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of onder voorwaarden
                                        verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als
                                        motivering hanteren. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10E</nr></kop><al><vet>Gevaar of spoedeisend belang</vet></al><al>Het bevoegd gezag kan toestemming geven tot het direct vellen,
                                indien sprake is van groot gevaar of vergelijkbaar spoedeisend
                                belang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10F</nr></kop><al><vet>Bijzondere vergunningsvoorschriften</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan
                                        behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                        overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven
                                        aanwijzingen moet worden herplant.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven,
                                        dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn
                                        na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde
                                        beplanting moet worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan
                                        behoren het voorschrift dat de vergunning een
                                        geldigheidsduur heeft van één jaar na het onherroepelijk
                                        worden van de vergunning.</al></li><li nr="4."><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                        het voorschrift dat van de vergunning feitelijk geen gebruik
                                        mag worden gemaakt totdat op een met de vergunning voor het
                                        vellen van een houtopstand samenhangende aanvraag voor een
                                        vergunning of ontheffing voor activiteiten genoemd in
                                        artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht, positief is beslist. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10G</nr></kop><al><vet>Herplant-/instandhoudingsplicht</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als
                                        bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder
                                        vergunning van het bevoegd gezag is geveld dan wel op andere
                                        wijze tenietgegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                        gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond
                                        dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen
                                        van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                        herbeplanten overeenkomstig de door hem te geven
                                        aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid
                                        opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke
                                        termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde
                                        beplanting moet worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld
                                        in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het
                                        voortbestaan wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de
                                        zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand
                                        bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het
                                        treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting
                                        opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen
                                        binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te
                                        treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.</al></li><li nr="4."><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste
                                        tot en met derde lid is opgelegd, alsmede zijn
                                        rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10H</nr></kop><al><vet>Bestrijding (iep)ziekte</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die
                                        naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor
                                        verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
                                        iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe
                                        door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij
                                        de aanschrijving vast te stellen termijn:</al></li><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen
                                        of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte
                                        wordt voorkomen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met
                                        uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout
                                        met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in
                                        voorraad te hebben of te vervoeren. Het college kan
                                        ontheffing verlenen van dit verbod.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het in de leden 1 en 2 van dit artikel
                                        bepaalde, het bepaalde bij of krachtens de Plantenziektenwet
                                        en het bepaalde in artikel 4.10G kan aan degene die
                                        krachtens zakelijk of persoonlijk recht of krachtens
                                        publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is te beschikken
                                        over een houtopstand, en welke houtopstand door het college
                                        is aangewezen als ziek en naar hun oordeel gevaar oplevert
                                        voor de verspreiding van die ziekte, door het college de
                                        verplichting worden opgelegd die houtopstand te vellen of op
                                        een andere door het college te bepalen wijze te behandelen,
                                        een en ander overeenkomstig de door hen te geven
                                        aanwijzingen en binnen een door hen te bepalen termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11</nr></kop><al><vet>Afstand heesters, heggen en bomen tot de
                                erfgrenslijn</vet></al><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt
                                vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heggen en
                                heesters.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr></kop><al><vet>Schadevergoeding</vet></al><al>(gereserveerd)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr></kop><al><vet>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                enz.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
                                        openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een
                                        inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                        openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen
                                        op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:</al></li><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                        voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                        daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                        geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                        commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil,
                                        een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                        landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels
                                        stellen.</al></li><li nr="3."><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                        krachtens de Provinciale Milieuverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr></kop><al><vet>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr></kop><al><vet>Ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclame
                                e.d.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op
                                        of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te
                                        voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of
                                        afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar
                                        is. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte: </al></li><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig
                                        gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht
                                        zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; </al></li><li nr="b."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken,
                                        daartoe aangewezen door de overheid; </al></li><li nr="c."><al>opschriften of aankondigingen op of aan een <vet>onroerende
                                            zaak</vet>, mits deze <vet>gezamenlijk </vet>geen
                                        grotere oppervlakte hebben dan 0,50 m2 en de langste zijde
                                        korter is dan 1,00 meter, waarbij de opschriften of
                                        aankondigingen betrekking hebben op: </al></li><li nr="-"><al>een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop,
                                        verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor
                                        zolang zij feitelijke betekenis hebben of</al></li><li nr="-"><al>het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de
                                        onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is
                                        bestemd.</al></li><li nr="d."><al>opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in
                                        uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die
                                        bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken
                                        zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij
                                        of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor
                                        zolang zij feitelijke betekenis hebben; </al></li><li nr="e."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken
                                        dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn
                                        aangebracht ten dienste van dat vervoer. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of
                                        aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang
                                        zij feitelijke betekenis hebben, mits: </al></li><li nr="a."><al>van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving
                                        is gedaan aan het college; </al></li><li nr="b."><al>het college niet binnen twee weken na ontvangst van die
                                        kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken; </al></li><li nr="c."><al>deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen
                                        weken op de onroerende zaak aanwezig zijn. </al></li><li nr="4."><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of
                                        afbeelding als bedoeld in het tweede en derde lid de
                                        veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige
                                        hinder voor de omgeving te veroorzaken. </al></li><li nr="5."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd: </al></li><li nr="a."><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                        verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast
                                        voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende
                                        zaak;</al></li><li nr="6."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door de Wet milieubeheer.</al></li><li nr="7."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover:</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van bouwen en daarvoor een
                                                omgevingsvergunning </al><al>nodig is in de zin van de Wet algemene bepalingen
                                                omgevingsrechtof</al></li><li nr="b."><al>in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                                door de Provinciale landschapsverordening.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr></kop><al><vet>Vergunningsplicht lichtreclame</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>5</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Kamperen buiten kampeerterreinen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr></kop><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr></kop><al><vet>Recreatief nachtverblijf buiten
                                    kampeerterreinen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                        kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten
                                        een kampeerplaats dat als zodanig in een geldend
                                        bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                        voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. </al></li><li nr="2."><al>Met uitzondering van door het college aangewezen plaatsen
                                        geldt het verbod op kamperen niet voor het gedurende een
                                        korte periode plaatsen en geplaatst houden van een eenvoudig
                                        (nachtelijk) onderkomen van maximaal 7 m2 voor het gebruik
                                        door sportvissers tijdens de uitoefening van de
                                        hengelsport.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                        worden geweigerd in het belang van:</al></li><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing zoals bedoeld in het vierde lid, is
                                        paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                        niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr></kop><al><vet>Aanwijzing kampeerplaatsen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van
                                        toepassing op door het college aangewezen plaatsen. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang
                                        van de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr></kop><structuurtekst><al><vet><cursief>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                                    gemeente</cursief></vet></al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Parkeerexcessen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr></kop><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="4" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="38*"/><colspec colname="col3" colwidth="3*"/><colspec colname="col4" colwidth="55*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>a.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>voertuigen</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                                  van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                                  (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens
                                                  zoals: kruiwagens, kinderwagens en
                                                  rolstoelen;</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>b.</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>parkeren</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>:</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                                  het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                                  (RVV 1990).</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr></kop><al><vet>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                        verstaan:</al></li><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                        lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                        personen tegen betaling.</al></li><li nr="2."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                        gerekend:</al></li><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                        worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen,
                                        en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor
                                        deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                        bedoelde persoon.</al></li><li nr="3."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></li><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                        toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met
                                        een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze
                                        voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr></kop><al><vet>Te koop aanbieden van voertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                        voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan
                                        te bieden of te verhandelen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing zoals bedoeld in het vierde lid, is
                                        paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                        niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr></kop><al><vet>Defecte voertuigen</vet></al><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr></kop><al><vet>Voertuigwrakken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                        staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                        toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr></kop><al><vet>Kampeermiddelen, aanhangwagens e.a.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, camper, caravan
                                        of een ander dergelijk voertuig langer dan zeven
                                        achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen
                                        of ander dergelijk voertuig langer dan drie
                                        achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te
                                        hebben.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid
                                        en tweede lid gestelde verboden</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                        Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                        landschapsverordening.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing zoals bedoeld in het vierde lid, is
                                        paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                        niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr></kop><al><vet>Parkeren van reclamevoertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                        aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het
                                        kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing zoals bedoeld in het vierde lid, is
                                        paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                        van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr></kop><al><vet>Parkeren van grote voertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte
                                        van meer dan 2,4 meter te parkeren buiten een door het
                                        college aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is en
                                        gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor
                                        de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk
                                        is.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verboden
                                        ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr></kop><al><vet>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading,
                                        een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                        dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning
                                        of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze
                                        dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit
                                        dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun
                                        anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                        gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor
                                        de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr></kop><al><vet>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                stoffen</vet></al><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr></kop><al><vet>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te
                                        doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                        gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                        vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                        terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr></kop><al><vet>Overlast van fiets of bromfiets</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de
                                        openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of
                                        bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                        plaatsen te laten staan.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in
                                        onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde
                                        toestand verkeren, op een openbare plaats te laten
                                        staan.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Collecteren</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr></kop><al><vet>Inzameling van geld of goederen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten
                                        kring gehouden wordt.</al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Venten</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr></kop><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                        uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden,
                                        verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te
                                        bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of
                                        aan huis.</al></li><li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene
                                        die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten
                                        als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                        Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel
                                        5:22;</al></li><li nr="3."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als
                                        bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr></kop><al><vet>Ventverbod</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                        wethouders in de uitoefening van de handel op of aan de weg
                                        of aan een openbaar water, aan een huis dan wel op een
                                        andere - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                                        toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats goederen te
                                        koop aan te bieden, te verkopen of af te geven dan wel
                                        diensten aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:</al></li><li nr="a."><al>voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van
                                        goederen door - of door huisgenoten of personeel van - hem
                                        die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel, bedoeld
                                        in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen op de
                                        plaats die is aangewezen voor het houden van een door de
                                        gemeenteraad ingestelde markt, zulks gedurende de tijden
                                        waarop die markt gehouden wordt;</al></li><li nr="3."><al>Naast de gronden genoemd in artikel 1:8 kan de vergunning
                                        worden geweigerd wanneer als gevolg van bijzondere
                                        omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente
                                        redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de
                                        vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de
                                        consumenten ter plaatse in gevaar komt.</al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr></kop><al><vet>Venten met gedrukte stukken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt
                                        niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin
                                        gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                        artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het
                                        venten van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten
                                        en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7,
                                        eerste lid van de Grondwet verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen;
                                                of</al></li><li nr="b."><al>op door het college aangewezen dagen en uren.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Standplaatsen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr></kop><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                        een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                        plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke
                                        middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                        artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                        Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                        2:24.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr></kop><al><vet>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        standplaats in te nemen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                        of voorbereidingsbesluit. </al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                        worden geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband
                                        met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke
                                        welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                        gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te
                                        verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor
                                        een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk
                                        verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
                                        komt.</al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr></kop><al><vet>Toestemming rechthebbende</vet></al><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr></kop><al><vet>Afbakeningsbepalingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor
                                        zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                        wegenreglement.</al></li><li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a,
                                        geldt niet voor bouwwerken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr></kop><al><vet>Aanhoudingsplicht</vet></al><al>(vervallen)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>5</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Snuffelmarkten</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr></kop><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een
                                        markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar
                                        hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden
                                        verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een
                                        standplaats.</al></li><li nr="2."><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste
                                        lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr></kop><al><vet>Organiseren van een snuffelmarkt</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        snuffelmarkt te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                        nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in
                                        de zin van de Winkeltijdenwet.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                        of voorbereidingsbesluit. </al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>6</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Openbaar water</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr></kop><al><vet>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                        verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of
                                        boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te
                                        hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving,
                                        constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor
                                        de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
                                        openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een
                                        ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
                                        openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee
                                        weken tevoren een melding aan het college.</al></li><li nr="3."><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en
                                        contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de
                                        aard en omvang van het voorwerp. </al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de
                                        daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek
                                        van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening,
                                        de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr></kop><al><vet>Innemen ligplaats</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen
                                        of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig
                                        beschikbaar te stellen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het innemen van een ligplaats met een vaartuig aan een
                                        aangewezen ligoever of een bij een geldend bestemmingsplan,
                                        beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit
                                        aangewezen ligoever, haven of andere gelegenheid die bestemd
                                        is om schepen onder te brengen.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan (categorieën) vaartuigen aanwijzen waarop
                                        het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing
                                        is.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                        verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25A</nr></kop><al><vet>Aanleggen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een vaartuig langer dan gedurende ten
                                        hoogste drie dagen achtereenvolgende dagen of gedeelten
                                        daarvan aan dezelfde plaats aan te leggen.</al></li><li nr="2."><al>Een vaartuig wordt geacht gedurende drie achtereenvolgende
                                        dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats te hebben
                                        gelegen, indien dat vaartuig op die plaats wordt
                                        aangetroffen op enig tijdstip van de eerste van de drie
                                        dagen en op enig tijdstip van de eerste dag na die drie
                                        dagen.</al></li><li nr="3."><al>Het vaartuig wordt geacht op dezelfde plaats te zijn
                                        gebleven indien het vaartuig binnen een straal van 500 meter
                                        gerekend vanaf de in lid 1 bedoelde aanlegplaats wordt
                                        aangetroffen.</al></li><li nr="4."><al>Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden, met enig
                                        vaartuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst op de in
                                        lid 1 bedoelde plaats opnieuw aan te leggen.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                        verlenen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr></kop><al><vet>Aanwijzingen ligplaats</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                        bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een
                                        vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen,
                                        veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de
                                        openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne
                                        en het aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                        vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot
                                        het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                        volgen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor
                                        zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                        het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                        of de Provinciale landschapsverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr></kop><al><vet>Verbod innemen ligplaats</vet></al><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27A</nr></kop><al><vet>Procedure voor de aanwijzing van ligoevers</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd ligoevers aan te wijzen als bedoeld
                                        in artikel 5:25, lid 2.</al></li><li nr="2."><al>Bij de aanwijzing kan worden bepaald, dat deze slechts
                                        gedurende een bepaalde periode van kracht is en/of slechts
                                        voor één of meer categorieën vaartuigen zal gelden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr></kop><al><vet>Beschadigen van waterstaatswerken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen
                                        aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer
                                        zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden,
                                        trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten,
                                        duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen,
                                        stootpalen, bakens of sluizen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                                        het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr></kop><al><vet>Reddingsmiddelen</vet></al><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr></kop><al><vet>Veiligheid op het water</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                        openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen
                                        dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                        ondervinden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr></kop><al><vet>Overlast aan vaartuigen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan
                                        een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich
                                        daarop of daarin te begeven of te bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                        vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                        maken.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>6A</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Industriehaven</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31A</nr></kop><al><vet>Verblijf in industriehaven</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een beroepsvaartuig langer dan 6 weken
                                        (inclusief onderbreking(en) van minder dan 1 week) achtereen
                                        ligplaats in te nemen aan een bij de gemeente in beheer en
                                        onderhoud zijnde kade of wal in de industriehaven.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden met een vaartuig, niet zijnde een
                                        beroepsvaartuig, ligplaats in te nemen aan een bij de
                                        gemeente in beheer en onderhoud zijnde kade of wal in de
                                        industriehaven.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden met een vaartuig op meer dan drie
                                        achtereenvolgende dagen aan te leggen aan een bij de
                                        gemeente in beheer en onderhoud zijnde kade of wal in de
                                        industriehaven.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de
                                        in de leden 1, 2 en 3 gestelde verboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31AA</nr></kop><al><vet>Gebruik walstroom door binnenschepen</vet></al><al>Het is verboden om aan boord van een binnenschip een generator voor
                                het opwekken van elektriciteit te gebruiken indien het schip direct
                                of indirect een ligplaats heeft ingenomen aan een bij de gemeente in
                                beheer en onderhoud zijnde kade of wal in de industriehaven en waar
                                walstroomaansluitkasten, ten behoeve van dat binnenschip, met een
                                maximale leveringscapaciteit van 63 Ampère en 400 Volt beschikbaar
                                zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31B</nr></kop><al><vet>Ligplaats aan laad- of losplaats</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden aan een bij de gemeente in beheer en
                                        onderhoud zijnde laad- en losplaats met een vaartuig
                                        ligplaats in te nemen anders dan ter onmiddellijke lading of
                                        lossing.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het in het eerste lid vervatte verbod.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31C</nr></kop><al><vet>Laad- en losplaats</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een gemeentelijke laad- en
                                        losplaats:</al></li><li nr="a."><al>andere goederen aanwezig te hebben dan die, welke bestemd
                                        zijn voor inladen in een vaartuig of welke aldaar uit een
                                        vaartuig gelost zijn;</al></li><li nr="b."><al>levende dieren langer dan een uur en goederen en stoffen
                                        langer dan vierentwintig uren te doen verblijven;</al></li><li nr="c."><al>goederen, die niet voor onmiddellijk inladen bestemd zijn,
                                        op te slaan binnen een afstand van twee meter uit de
                                        waterkant;</al></li><li nr="d."><al>goederen zodanig aanwezig te hebben dat deze het laden of
                                        lossen van andere goederen belemmeren;</al></li><li nr="e."><al>agressieve stoffen zoals onverpakte kunstmest en dergelijke
                                        te laden of te lossen;</al></li><li nr="f."><al>langer dan twee etmalen aaneengesloten te laden of te
                                        lossen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de
                                        in het eerste lid vervatte verboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31D</nr></kop><al><vet>Hinder of gevaar door laden of lossen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer naar het oordeel van burgemeester en wethouders door
                                        het laden of lossen van een vaartuig schade, hinder of
                                        verontreiniging voor de omgeving wordt veroorzaakt of kan
                                        worden veroorzaakt, kunnen burgemeester en wethouders
                                        schriftelijk te kennen geven dat het laden of lossen dient
                                        te worden stopgezet dan wel voorschriften aangeven waaronder
                                        deze werkzaamheden dienen plaats te vinden. In spoedeisende
                                        gevallen kan de schriftelijke mededeling worden voorafgegaan
                                        door een mondelinge, die dezelfde kracht heeft.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in strijd te handelen met een in het eerste
                                        lid bedoelde mededeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31E</nr></kop><al><vet>Ligplaats met gevaarlijke of hinderlijke stoffen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in een water binnen de bebouwde kom
                                        ligplaats in te nemen of aan te leggen met een vaartuig,
                                        waarvan de lading naar het oordeel van burgemeester en
                                        wethouders gevaar, schade, hinder of verontreiniging voor de
                                        omgeving veroorzaakt of kan veroorzaken.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid vervatte verbod lijdt slechts
                                        uitzondering indien en zolang door slechte
                                        weersomstandigheden, een calamiteit of door andere oorzaken
                                        de gevaren door de verplaatsing zouden worden vergroot.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>6B</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Woonschepenhaven</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31F</nr></kop><al><vet>Ligplaatsverbod buiten woonschepenhaven</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een woonschip een ligplaats in te nemen
                                        of een ligplaats voor een woonschip beschikbaar te stellen
                                        buiten de door de gemeenteraad aangewezen gedeelten van het
                                        openbaar water (woonschepenhaven) in de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                        woonschip dat op doorreis is en/of niet langer dan zeven
                                        dagen binnen de gemeente ligplaats inneemt op een door of
                                        namens het college daartoe aangewezen plaats. De periode van
                                        zeven dagen wordt verlengd met het aantal dagen waarop
                                        wegens de toestand van het vaarwater of van het weer de reis
                                        niet kan worden voortgezet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31G</nr></kop><al><vet>Ligplaatsvergunning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Op de op grond van artikel 5.31F, eerste lid, aangewezen
                                        plaatsen mag een woonschip ligplaats innemen en hebben, mits
                                        de eigenaar van het woonschip beschikt over een
                                        ligplaatsvergunningvan het college van burgemeester en
                                        wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Een ligplaatsvergunning wordt in ieder geval geweigerd
                                        indien:</al></li><li nr="a."><al>de eigenaar al een ligplaatsvergunning op naam heeft;</al></li><li nr="b."><al>voor de ligplaats al vergunning is verleend;</al></li><li nr="c."><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het woonschip niet
                                        wordt gebruikt voor permanente bewoning;</al></li><li nr="d."><al>het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen vier weken
                                        na het indienen van de aanvraag met het woonschip de plaats
                                        waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan
                                        innemen;</al></li><li nr="3."><al>De eigenaar dient het schip zelf permanent te bewonen en op
                                        grond daarvan ook ingeschreven te staan in de Gemeentelijke
                                        basisadministratie.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aan de ligplaatsvergunning voorschriften en
                                        beperkingen verbinden, alsmede nadere regels stellen met
                                        betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                                        ligplaats in het belang van de openbare orde, de
                                        volksgezondheid en de veiligheid.</al></li><li nr="5."><al>De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar
                                        en vermeld de plaatsaanduiding van de desbetreffende
                                        ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van
                                        het woonschip.</al></li><li nr="6."><al>Het bepaalde in lid 2 sub a is niet van toepassing indien
                                        het een aanvraag betreft voor een woonschip, waarvan het
                                        eigendom is verkregen via vererving. </al></li><li nr="7."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het lid 2 en 3
                                        bepaalde. Het college kan aan de ontheffing voorschriften en
                                        beperkingen verbinden.</al></li><li nr="8."><al>Op de ligplaatsvergunning en de ontheffing is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31H</nr></kop><al><vet>Overdragen ligplaatsvergunning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergunninghouder kan de ligplaatsvergunning niet
                                        overdragen aan een opvolgend eigenaar.</al></li><li nr="2."><al>Op aanvraag van de vergunninghouder en van de
                                        rechtverkrijgende schrijft het college de vergunning over op
                                        de naam van de opvolgend eigenaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31I</nr></kop><al><vet>Verandering, verbouwing, vervanging – wijziging
                                    ligplaatsvergunning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de eigenaar voornemens is het woonschip te vervangen
                                        dan wel het woonschip uitwendig te veranderen of bouwsels of
                                        opbouwen aan te brengen, dient vooraf bij het college een
                                        aanvraag tot wijziging van de ligplaatsvergunning te worden
                                        ingediend.</al></li><li nr="2."><al>De vergunninghouder is verplicht op eerste aanzegging door
                                        het college, de veranderingen, die zonder of in strijd met
                                        de ligplaatsvergunning zijn aangebracht te verwijderen en
                                        het woonschip in oorspronkelijke staat te herstellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31</nr><titel>J</titel></kop><al><vet>Aansluiting aan drinkwaterleiding</vet></al><al>De vergunninghouder is verplicht ervoor te zorgen dat het woonschip
                                is aangesloten aan het distributienet van de openbare
                                waterleiding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31K</nr></kop><al><vet>Aansluiting aan de riolering</vet></al><al>De vergunninghouder is verplicht ervoor te zorgen dat het woonschip
                                is aangesloten aan een openbaar riool.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31L</nr></kop><al><vet>Intrekken ligplaatsvergunning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan de ligplaatsvergunning intrekken
                                        indien:</al></li><li nr="a."><al>de ligplaatsvergunning ten gevolge van onjuiste opgaven of
                                        informatie is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer
                                        overeenstemmen met de werkelijke situatie;</al></li><li nr="c."><al>niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening
                                        gegeven voorschriften;</al></li><li nr="d."><al>het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft afbreuk
                                        doet aan het aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft niet
                                        voldoet aan eisen van veiligheid en gezondheid;</al></li><li nr="f."><al>het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft zonder
                                        toestemming van het college gedurende een langere periode
                                        dan 8 aaneengesloten weken niet op de vergunde ligplaats is
                                        gelegen;</al></li><li nr="g."><al>op de ligplaats voorzieningen aanwezig zijn die niet zijn
                                        vermeld op de ligplaatsvergunning.</al></li><li nr="h."><al>de boot wordt verhuurd en de eigenaar niet zelf op het
                                        woonschip woont. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31M</nr></kop><al><vet>Tijdelijke ontheffing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan voor het innemen of hebben van een ligplaats
                                        buiten de woonschepenhaven slechts een tijdelijke ontheffing
                                        verlenen ten behoeve van:</al></li><li nr="a."><al>een woonschip waarvan de gebruiker een functie vervult bij
                                        de uitvoering van werken van tijdelijke aard in de gemeente,
                                        mits de gebruiker voor de aanvang van het werk geen inwoner
                                        was van de gemeente Smallingerland;</al></li><li nr="b."><al>een woonschip waarvan naar het oordeel van het college
                                        genoegzaam is aangetoond dat het bestemd is ter vervanging
                                        van een woonschip waarvoor op grond van artikel 5:31G een
                                        vergunning is verleend.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in artikel 5:31G, lid 4, is van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>7</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Crossterreinen en gemotoriseerd verkeer</vet></al><al><vet>en ruiterverkeer innatuurgebieden</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr></kop><al><vet>Crossterreinen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een
                                        wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een
                                        trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel
                                        daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een
                                        bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
                                        het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij
                                        regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                        overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien
                                        van de omgeving en ter bescherming van andere
                                        milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in
                                        het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                        publiek.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit geluidproductie
                                        sportmotoren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr></kop><al><vet>Beperking verkeer in natuurgebieden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden
                                        met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z,
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of
                                        een paard.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
                                        het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij
                                        regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het
                                        belang van: </al></li><li nr="a."><al>het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                        motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders
                                        van paarden:</al></li><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                        hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                        lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de
                                        minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                        hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                        exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                        bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                        wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                        percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                        eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging
                                        van de onder d bedoelde personen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
                                        niet:</al></li><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van
                                        de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                        'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                        motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                        aangewezen als "toestel".</al></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig
                                        beslissen) niet van toepassing. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>8</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Verbod vuur te stoken</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr></kop><al><vet>Verbod afvalstoffen te verbranden</vet></al><al><vet>buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben,
                                        waarbij in de openlucht afvalstoffen worden verbrand.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van
                                        het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                        milieuverordening.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>AFDELING</label><nr>9</nr></kop><structuurtekst><al><vet>verstrooiing van as</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr></kop><al><vet>Begripsbepaling</vet></al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr></kop><al><vet>Verboden plaatsen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></li><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                        termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in
                                        het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg
                                        draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden
                                        ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid,
                                        behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en
                                        crematoriumterreinen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig
                                        beslissen) van toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr></kop><al><vet>Hinder of overlast</vet></al><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr></kop><structuurtekst><al><vet><cursief>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</cursief></vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr></kop><al><vet>Strafbepaling</vet></al><al>Overtreding van enig artikel van deze verordening en van de bij of
                            krachtens enig artikel van deze verordening gegeven voorschriften en
                            beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of
                            geldboete van de tweede categorie en kan bovendien gestraft worden met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr></kop><al><vet>Toezichthouders</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast: </al></li><li nr="a."><al>de medewerkers, krachtens de Wet milieubeheer belast met het
                                    toezicht op de naleving van voorschriften gegeven krachtens de
                                    Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>de parkeercontroleurs/handhavers publiek domein;</al></li><li nr="c."><al>de opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141 van het
                                    Wetboek van Strafvordering;</al></li><li nr="d."><al>de surveillanten, die zijn aangesteld bij de Stichting
                                    Veiligheidszorg Smallingerland.</al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                                    of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het
                                    college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr></kop><al><vet>Binnentreden woningen</vet></al><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr></kop><al><vet>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente
                                    Smallingerland 2010 wordt ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij
                                    is bekendgemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr></kop><al><vet>Overgangsbepaling</vet></al><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr></kop><al><vet>Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Smallingerland 2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>in zijn vergadering van 5 maart 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. Frans van der Heide drs. Tjeerd van Bekkum </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Smallingerland/i260618.pdf">Toelichting APV 2013</extref></al></nota-toelichting><bijlage><kop><titel>Inhoudsopgave</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Smallingerland/i260664.pdf">Inhoudsopgave</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>