<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2699_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bezoldigingsverordening gemeente Sint-Michielsgestel 2001</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint-Michielsgestel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint-Michielsgestel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.sint-michielsgestel.nl">Personeelsblad april 2001</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bezoldigingsverordening gemeente Sint-Michielsgestel 2001</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.sint-michielsgestel.nl">CAR/UWO, art. 3:1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-02-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-04-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2001-02-22</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Index 3.016</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>personeel: salaris en loongebouw</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Bezoldigingsverordening 1996</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bezoldigingsverordening gemeente Sint-Michielsgestel 2001</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk I Begripsbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsbepalingen</label></kop><al>ambtenaar: 1. de ambtenaar in de zin van de
                            Arbeidsvoorwaarderegeling</al><al> gemeente Sint-Michielsgestel;</al><al>de werknemer als bedoeld in artikel 2:5:1 van de
                            Arbeidsvoorwaarderegeling gemeente Sint-Michielsgestel;</al><al>salaris: het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder b,
                            van de Arbeidsvoorwaarderegeling van de gemeente
                            Sint-Michielsgestel;</al><al>uurloon: het uurloon als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder o van
                            de</al><al>Arbeidsvoorwaarderegeling van de gemeente Sint-Michielsgestel;</al><al>salarisschaal: de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder a
                            van de</al><al> Arbeidsvoorwaarderegeling gemeente Sint-Michielsgestel, </al><al> opgenomen in bijlage II en IIa van die regeling;</al><al>functionele schaal: salarisschaal behorende bij een organieke functie en
                            als gevolg van functiewaarderingsonderzoek vastgesteld;</al><al>aanloopschaal: de naastgelegen lagere salarisschaal dan de functionele
                            schaal;</al><al>uitloopschaal: de naastgelegen hogere salarisschaal dan de functionele
                            schaal;</al><al>salarisanciënniteit: de tijd die in aanmerking komt voor de vaststelling
                            van het salaris van de ambtenaar op een hoger bedrag dan het voor een
                            volwassene geldende minimumbedrag van de schaal;</al><al>salarisnummer: een aanduiding, bestaande uit een getal of uit een letter
                            en een getal, dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld;</al><al>periodieke verhoging: het verschil tussen twee opeenvolgende bedragen in
                            een schaal;</al><al>maximum salaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal behorend bij
                            een salarisnummer dat slechts uit een getal bestaat, dat kan worden
                            bereikt door opeenvolgende jaarlijkse salarisverhogingen;</al><al>bezoldiging: de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder
                            , van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Sint-Michielsgestel;</al><al>functie: een door de leiding aangegeven geheel van werkzaamheden
                            gebaseerd op het realiseren van organisatiedoelstellingen;</al><al>functiewaarderings-</al><al> onderzoek: het bepalen van de functiewaarde van de aangewezen functies
                            op basis van paarsgewijze vergelijking, zulks onderbouwd door een
                            systeemtechnische score volgens het gemeentelijk
                            functiewaarderingssysteem;</al><al>betrekking: de betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder
                            b, van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Sint-Michielsgestel;</al><al>conversie: de vertaling van de gevonden rangorde naar
                            salarisschalen;</al><al>volledige betrekking: de volledige betrekking als bedoeld in artikel 1:1
                            van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Sint-Michielsgestel;</al><al>overwerk: Het overwerk als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder 1,
                            van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Sint-Michielsgestel;</al><al>beoordeling: een beoordeling op grond van de regeling beoordelings- en
                            functioneringsgesprekken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk II Salaris</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2 Recht op salaris</label></kop><al>Het recht op bezoldiging vangt aan met de dag waarop de aanstelling van
                            de ambtenaar ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van
                            ingang is vermeld, vangt het recht op bezoldiging aan met de dag waarop
                            de ambtenaar feitelijk in dienst is getreden.</al><al>Het recht op bezoldiging eindigt, in geval van ontslag, met ingang van
                            de dag waarop het ontslag ingaat.</al><al>De bezoldiging wordt per maand uitbetaald.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Gebroken tijdvakken</label></kop><al>Wanneer het salaris, een emolument of een toelage moet worden berekend
                            over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld
                            door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die
                            maand.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Onvolledige betrekking</label></kop><al>Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige betrekking wordt
                            vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou
                            gelden bij een volledige betrekking.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Salarisbedragen</label></kop><al>De salarissen van de ambtenaren wier salaris niet bij of krachtens de
                            wet is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de
                            salarisschalen zoals opgenomen in bijlage II of bijlage IIa van de
                            Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Sint-Michielsgestel.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6</label></kop><al>Vanaf 1 april 1996 zijn de bijlagen II of IIa van de
                            Arbeidsvoorwaarderegeling gemeente Sint-Michielsgestel als volgt van
                            toepassing op de ambtenaar:</al><al>bijlage II is per 1 april 1996 van toepassing op die ambtenaar die ook
                            op 31 maart 1996 reeds een salaris genoot op grond van deze bijlage, dan
                            wel in dienst van een andere werkgever een salaris genoot op grond van
                            bijlage II van de Collectieve Arbeidsvoorwaarderegeling, tenzij op grond
                            van het gestelde onder b, tweede gedachtestreepje, bijlage IIa op de
                            ambtenaar van toepassing is;</al><al>bijlage IIa is van toepassing op:</al><al>de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een nieuwe betrekking in de zin
                            van de Arbeidsvoorwaarderegeling gemeente Sint-Michielsgestel aanvaardt
                            zonder direct daaraan voorafgaand een betrekking in de zin van de
                            Collectieve arbeidsvoorwaarderegeling te hebben vervuld, en</al><al>de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een nieuwe betrekking, waarbij
                            een betrekking mede als nieuw wordt aangemerkt ingeval een bestaande
                            aanstelling of arbeidsovereenkomst wordt gewijzigd als gevolg van een
                            wijziging van de uit te voeren taken, in de zin van de
                            Arbeidsvoorwaarderegeling gemeente Sint-Michielsgestel aanvaardt, direct
                            voorafgegaan door een andere betrekking in de zin van de Collectieve
                            arbeidsvoorwaarderegeling, waarbij aan die nieuwe betrekking een beter
                            salarisperspectief is verbonden.</al><al>Vanaf 1 april 1997 geschiedt de overgang van een der schalen uit bijlage
                            II van de Arbeidsvoorwaarderegeling gemeente Sint-Michielsgestel naar
                            een der schalen uit bijlage IIa van de Arbeidsvoorwaarderegeling
                            gemeente Sint-Michielsgestel op de navolgende wijze:</al><al> de ambtenaar met een salaris op grond van een der schalen uit bijlage
                            II en die</al><al>het maximum heeft bereikt van die schaal, gaat met ingang van die datum
                            een salaris ontvangen van het hoogste bedrag van de overeenkomende
                            schaal ingevolge bijlage IIa.</al><al>Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van de resultaten
                            van een functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de vastgestelde
                            conversie de voor de ambtenaar geldende salarisschaal, tenzij zijn wijze
                            van functioneren zich nog daartegen verzet;</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking
                            tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te
                            hanteren methode.</al><al>Anders dan bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in de
                            Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Sint-Michielsgestel, kan zonder
                            voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden
                            met een lager maximumsalaris dan dat de reeds voor hem geldende
                            salarisschaal.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Inschaling</label></kop><al>Bij aanstelling wordt de ambtenaar het salaris toegekend dat in de voor
                            hem geldende salarisschaal is vermeld, achter het salarisnummer 0;</al><al>Van het bepaalde in het vorige lid kan worden afgeweken door het
                            toekennen van een hoger salaris, indien daarvoor aanleiding
                            bestaat;</al><al>Wanneer de ambtenaar niet aan de functie-eisen voldoet of er nog geen
                            juist beeld is van zijn wijze van functioneren, kan hij worden
                            aangesteld in de aanloopschaal.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8</label></kop><al>Een ambtenaar die nieuw in dienst treedt kan worden ingeschaald in de
                            functionele rang als hij voldoet aan de functie-eisen, en naar
                            verwachting de functie volledig en naar voldoening vervult.</al><al>Een medewerker die is aangesteld in de aanlooprang kan worden
                            ingeschaald in de functionele rang wanneer dat hij voldoet aan de
                            functie-eisen en de functie volledig en naar voldoening vervult.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Periodieke verhoging van het salaris</label></kop><al>Het salaris van de ambtenaar die voldoende functioneert, wordt binnen de
                            voor hem geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het naasthogere
                            bedrag.</al><al>De periodieke verhogingen worden toegekend aan de ambtenaar die het
                            maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft
                            bereikt, voor de eerste maal met ingang van 1 januari volgend op de
                            datum van eerste indiensttreding.</al><al>Het tijdstip waarop de ingevolge het vorig lid bedoelde ambtenaar voor
                            de eerste maal een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden
                            vervroegd indien daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                            aanleiding bestaat.</al><al>Het salaris wordt, indien de salarisschaal dit aangeeft en wanneer het
                            maximumsalaris is bereikt, voor de eerste maal na drie jaar en
                            vervolgens om de twee jaar verhoogd tot het naasthogere bedrag;</al><al>Bij het toekennen van de eerste periodieke verhoging aan ambtenaren, die
                            in de loop van het kalenderjaar zijn aangesteld of bevorderd, wordt het
                            tijdvak hetwelk verloopt van de dag, waarop de aanstelling of
                            bevordering is ingegaan tot 1 januari daaraanvolgende, als een vol jaar
                            aangemerkt.</al><al>In geval van overgang naar een functie, gerangschikt in diezelfde
                            schaal, wordt, onverminderd het bepaalde in het tweede en derde lid,
                            voor de vaststelling van de salarisanciënniteit in de nieuwe functie
                            mede rekening gehouden met de in de verlaten functie verworven
                            salarisanciënniteit.</al><al>Bij overgang naar een andere functie wordt het bedrag, waarmede de tot
                            dusver genoten bezoldiging die in de nieuwe functie te genieten
                            bezoldiging te boven mocht gaan, als een toelage toegekend. Latere
                            verhogingen van de bezoldiging, komen in mindering op het bedrag van de
                            in dit lid bedoelde toelage.</al><al>In geval van bevordering wordt de salarisanciënniteit, zodanig
                            vastgesteld, dat het salaris in de nieuwe schaal te allen tijde uitgaat
                            boven het salaris, dat de ambtenaar in de verlaten schaal zou hebben
                            genoten.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Extra periodieke verhoging van het salaris</label></kop><al>Aan de ambtenaar die het maximum van de voor hem geldende salarisschaal
                            nog niet heeft bereikt, kan een extra periodiek salarisverhoging tot een
                            in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande boven het
                            maximumsalaris, worden toegekend op grond van een zeer goede vervulling
                            van de betrekking;</al><al>Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop
                            ingevolge artikel 9 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet,
                            tenzij anders wordt bepaald.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Geen periodieke verhoging</label></kop><al>Indien een ambtenaar onvoldoende functioneert, kan worden bepaald dat
                            voor hem de in artikel 9 bedoelde salarisverhoging achterwege wordt
                            gelaten;</al><al>Nadien kan worden bepaald dat de salarisverhoging, welke met toepassing
                            van het eerste lid achterwege is gelaten, al dan niet terugwerkende
                            kracht alsnog wordt toegekend;</al><al>Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de ambtenaar
                            zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum waarop anders de
                            salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder
                            vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Salaris bij bevordering naar hogere schaal</label></kop><al>Wanneer de ambtenaar wordt bevorderd naar een salarisschaal met een
                            hoger maximumsalaris, wordt:</al><al>voor de ambtenaar als bedoeld in artikel 3:1, derde lid onder a, van de
                            Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Sint-Michielsgestel, het salaris in
                            de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven
                            het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten;</al><al>voor de ambtenaar als bedoeld in artikel 3:1, derde lid onder b, van de
                            Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Sint-Michielsgestel, het salaris in
                            de nieuwe schaal vastgesteld op het eersthogere bedrag in die schaal,
                            waarmee gerealiseerd wordt dat het verschil tussen het nieuwe salaris en
                            het oude salaris van de ambtenaar tenminste 75% bedraagt van het
                            verschil tussen het bedrag dat de ambtenaar laatstelijk genoot en het
                            naasthogere bedrag in die oude schaal, dan wel het naastlagere bedrag in
                            die oude schaal , indien het salaris in de oude schaal reeds overeenkwam
                            met het hoogste bedrag uit die schaal;</al><al>Voor zover nodig, zal - in afwijking van het eerste lid onder a - de
                            vooruitgang in salaris tengevolge van de indeling in de schaal met een
                            hoger maximumsalaris nimmer minder bedragen dan het geval zou zijn bij
                            verhoging ingevolge artikel 9 in de schaal waarin de ambtenaar wordt
                            ingedeeld.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofstuk III Instrumenten van flexibele beloning</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 13 Gratificatie</label></kop><al>Indien een ambtenaar een zeer goede individuele prestatie heeft
                            geleverd, kan aan hem een gratificatie als bedoeld in artikel 15:1:28
                            van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Sint-Michielsgestel worden
                            toegekend;</al><al>De hoogte van de gratificatie bedraagt maximaal € 453,78 netto.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Groepsgratificatie</label></kop><al>Aan een groep ambtenaren die een zeer goede collectieve prestatie hebben
                            geleverd, kan een groepsgratificatie worden toegekend;</al><al>De hoogte van de groepsgratificatie bedraagt per persoon maximaal €
                            453,78 netto.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Tijdelijke persoonlijke toelage</label></kop><al>Aan de ambtenaar die gedurende een tijdvak van 3 jaar zeer goede
                            individuele prestaties heeft geleverd, kan een tijdelijke persoonlijke
                            toelage worden toegekend.</al><al>De in het eerste lid bedoelde toelage bedraagt maximaal het voor de
                            ambtenaar geldende bruto salaris per maand en wordt één keer per jaar
                            uitbetaald gedurende maximaal twee jaren.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16 Persoonlijke toelage na bereiken maximum functionele schaal</label></kop><al>Aan de ambtenaar die het maximum voor de voor hem geldende salarisschaal
                            heeft bereikt, kan een persoonlijke toelage als bedoeld in artikel 3:7:8
                            van de Arbeidsvoorwaarderegeling gemeente Sint-Michielsgestel worden
                            toegekend, indien betrokkene gedurende vijf jaren zeer goed heeft
                            gefunctioneerd;</al><al>De in het eerste lid bedoelde toelage is niet hoger dan 10% van het
                            salaris van de betrokken ambtenaar, met dien verstande dat de som van
                            dat salaris en die toelage van het hoogste bedrag van de naast hogere
                            salarisschaal niet overschrijdt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17 Arbeidsmarkttoelage</label></kop><al>Aan de ambtenaar kan om redenen van werving of behoud een
                            arbeidsmarkttoelage worden toegekend;</al><al>De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend voor een tijdvak
                            dat van tevoren is vastgesteld, met inachtneming van een maximum van
                            drie jaar;</al><al>De hoogte van de toelage als bedoeld in het eerste lid bedraagt maximaal
                            uit het verschil tussen het maximum van de functieschaal en dat van de
                            daaropvolgende schaal;</al><al>De toelage als bedoeld in het eerste lid eindigt op de ingevolge het
                            tweede lid vastgestelde vervaldatum. Wanneer de arbeidsmarkt situatie
                            waarop de toelage is gebaseerd nog steeds bestaat, kan opnieuw een
                            toelage als bedoeld in het eerste lid aan desbetreffende ambtenaar
                            worden toegekend.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18 Inschaling in uitloopschaal</label></kop><al>Een ambtenaar die tenminste 5 jaar de maximale honorering behorende bij
                            zijn functionele schaal ontvangt, wordt in de uitloopschaal ingeschaald,
                            indien er sprake is van een beoordeling van tenminste "goed" gedurende 5
                            jaren.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19 Nadere regels instrumenten flexibele beloning</label></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent de
                            toepassing van de hoogte van instrumenten van flexibele beloning als
                            bedoeld in de artikelen 13 tot en met 17.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20 Geen afbouwregeling</label></kop><al>Bij het beëindigen van de instrumenten van flexibele beloning als
                            bedoeld in de artikelen 13 tot en met 17 wordt geen afbouwregeling
                            toegepast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk IV Overige toelagen en vergoedingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 21 Waarnemingstoelage</label></kop><al>Een waarnemingstoelage wordt toegekend conform hetgeen is geregeld in
                            artikel 3:1:2 van de Arbeidsvoorwaarderegeling gemeente
                            Sint-Michielsgestel.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22 Overwerkvergoeding</label></kop><al>Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met een lager
                            maximumsalaris dan dat van schaal 14, wordt ingeval van overwerk een
                            overwerkvergoeding toegekend conform hetgeen is geregeld in artikel 3:2
                            en 3:2:1 van de Arbeidsvoorwaarderegeling gemeente
                            Sint-Michielsgestel.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 23 Toelage onregelmatige dienst</label></kop><al>Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met een lager
                            maximumsalaris dan dat van schaal uit14 en voor wie werktijden zijn
                            vastgesteld als bedoeld in artikel 3:3 van de Arbeidsvoorwaarderegeling
                            gemeente Sint-Michielsgestel, wordt een toelage toegekend op grond van
                            artikel 3:3 van de Arbeidsvoorwaarderegeling gemeente
                            Sint-Michielsgestel;</al><al>De toelage als bedoeld in het eerst lid bedraagt per gewerkt uur een
                            percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en
                            wel:</al><al>0% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6 en 7:30 uur en
                            tussen 18 en 22 uur;</al><al>40% voor de uren op zaterdag en de uren op maandag tot en met vrijdag
                            tussen 0 en 6 uur en tussen 22 en 24 uur;</al><al>65% voor de uren op zondag en op de feestdagen genoemd in artikel 4:1:1,
                            derde lid van de Arbeidsvoorwaarderegeling gemeente
                            Sint-Michielsgestel;</al><al>met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten
                            hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris behorend
                            bij salaris-nummer 010 van salarisschaal 6 van bijlage II van de
                            Arbeidsvoorwaarderegeling gemeente Sint-Michielsgestel;</al><al>Voor de in het vorige lid onder a genoemde morgen- en avonduren wordt de
                            toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 7 uur,
                            respectievelijk is beëindigd na 19 uur;</al><al>In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen die het
                            bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 24 Inconveniëntentoelage</label></kop><al>Aan de ambtenaar aan wie het verrichten van zware onaangename of
                            gevaarlijke arbeid wordt opgedragen, wordt naar evenredigheid van het
                            aantal uren gedurende welke per kalenderjaar die arbeid is verricht een
                            toelage toegekend;</al><al>De vaststelling van de functies en ambtenaren, die voor toekenning van
                            de in het eerste lid bedoelde toelage in aanmerking komen, en de hoogte
                            van de toelage vindt plaats op grond van de Regeling
                            Inconveniënten-waardering, zoals deze door het college van burgemeester
                            en wethouders is vastgesteld of zal worden gewijzigd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25 Bereikbaarheidsdiensttoelage</label></kop><al>Aan de ambtenaar die zich bereikbaar moet houden voor het verrichten van
                            werkzaamheden, wordt hiervoor een toelage toegekend.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 26 Afbouw toelage</label></kop><al>Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn
                            toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in de
                            artikelen 23, 24 en 25 een blijvende verlaging ondergaat, wordt een
                            aflopende toelage toegekend indien:</al><al>die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van het
                            salaris en de toelagen bedoeld in artikel 18 en</al><al>de ambtenaar de toelage, als bedoeld in artikelen 23, 24 en 25, direct
                            voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of
                            vermindering ervan, gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke
                            onderbreking heeft genoten.</al><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar
                            van 60 jaar of ouder, wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn
                            toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in
                            artikelen 23, 24 en 25, een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende
                            toelage toegekend indien de ambtenaar de toelage als bedoeld in
                            artikelen 23, 24 en 25 direct voorafgaande aan het tijdstip van
                            vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 10
                            jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.</al><al>De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de
                            ambtenaar de leeftijd van 60 jaar bereikt en hij onmiddellijk voor de
                            aanvang van die toelage gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke
                            onderbreking een toelage als bedoeld in artikelen 23, 24 en 25 heeft
                            genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het vorige
                            lid.</al><al>Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke
                            onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.</al><al>Burgemeester en wethouders stellen voor de uitvoering van dit artikel
                            nadere regels vast.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk V Overige bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 27 Onvoorziene gevallen</label></kop><al>Voor gevallen waarin deze verordening niet of niet naar billijkheid
                            voorziet, treffen burgemeester en wethouders een bijzondere
                            regeling.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 28 Overgangsbepalingen</label></kop><al>Voor ambtenaren die op 31 december 1995 aanspraak hadden op basis van de
                            bezoldigingsverordening van de voormalige gemeenten Den Dungen, Berlicum
                            en Sint-Michielsgestel blijven deze aanspraken gelden, indien deze hoger
                            zijn dan de aanspraken welke zij na 31 december 1995 hebben.</al><al>Voor ambtenaren, die op basis van het Sociaal Statuut Stadsgewest
                            ‘s-Hertogenbosch in dienst zijn gekomen van de gemeente
                            Sint-Michielsgestel, en die aanspraak hadden op basis van dit Sociaal
                            Statuut, blijven deze aanspraken gelden, indien deze hoger zijn dan de
                            aanspraken op grond van de bezoldigingsregeling van de gemeente
                            Sint-Michielsgestel.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 29 Slotbepalingen</label></kop><al>De verordening treedt in werking op 1 januari 2001 en kan worden
                            aangehaald als "Bezoldigingsverordening 2001";</al><al>De "Bezoldigingsverordening 1996", zoals vastgesteld op 26 september
                            1996, wordt per 1 januari 2001 ingetrokken.</al><al/><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel in zijn
                        openbare vergadering van 22 februari 2001.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Nota-toelichting</titel></kop><al/><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Als basis voor deze bezoldigingsverordening is de modelverordening van het
                    College voor Arbeidszaken van de VNG genomen. Wijzigingen ten opzichte van die
                    modelverordening zijn gerenvooieerd weergegeven.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Er is bewust voor gekozen om te verwijzen naar bijlagen II en IIa van de
                    Arbeidsvoorwaarderegeling van de gemeente en niet naar bijlagen toegevoegd aan
                    de bezoldigingsverordening. Het voordeel is dat als bijlage II en IIa wijzigen,
                    dit automatisch wordt meegenomen voor de bezoldigingsverordening.</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>In dit artikel wordt de bevorderingssystematiek geregeld. Lid 1, onder a, gaat
                    over de bevordering binnen de oude salarisstructuur (bijlage II van de CAR/UWO).
                    Lid 1, onder b, gaat over de bevordering binnen de nieuwe salarisstructuur
                    (bijlage IIa van de CAR/UWO). Binnen de LOGA-partijen is al in 1995 afgesproken,
                    dat een medewerker bij een bevordering naar een hogere salarisschaal er
                    tenminste 75% op vooruit zou moeten gaan als zou hij binnen de oude
                    salarisschaal één periodiek extra krijgen. Binnen de oude salarisstructuur
                    levert dit geen problemen op. Binnen de nieuwe salarisstructuur wordt de
                    ambtenaar, bij overgang naar een hogere schaal, ingeschaald op het naasthogere
                    bedrag in de nieuwe schaal. Echter, in het geval dat het verschil tussen dit
                    naasthogere bedrag en het oude salaris minder bedraagt 75% van het
                    salarisverschil tussen het bedrag dat de ambtenaar aan salaris zou hebben
                    ontvangen indien hij niet zou zijn overgegaan naar de nieuwe schaal, maar in
                    zijn oude schaal een periodieke verhoging zou hebben gekregen, en het bedrag van
                    zijn oude salaris, wordt de ambtenaar in de nieuwe schaal ingeschaald op het
                    bedrag dat direct volgt op het naasthogere bedrag.</al><al><vet>Artikel 18</vet></al><al>De huidige bezoldigingsverordening kent de mogelijkheid van inschaling in de
                    uitloopschaal voor mensen die langer dan 5 jaar op het maximum van de
                    functieschaal staan. In artikel 18 van de nieuwe bezoldigingsverordening is de
                    concrete uitwerking van deze ‘kan’-bepaling opgenomen. Gedurende 5 jaren moet er
                    sprake zijn van een beoordeling ‘goed’. Dit hoeven geen 5 opeenvolgende jaren te
                    zijn.</al><al><vet>Artikel 26</vet></al><al>In dit artikel wordt de afbouwtoelage voor het wegvallen of verminderen van de
                    toelage onregelmatige dienst, de inconveniëntentoelage en de
                    bereikbaarheidsdiensttoelage geregeld. Er is juist voor gekozen om bij deze
                    toelagen een afbouwregeling toe te kennen, omdat deze toelagen sterk zijn
                    gerelateerd aan de uitoefening van bepaalde functies en het wegvallen of
                    verminderen de betreffende ambtenaar (ervan uitgaande dat het buiten zijn
                    toedoen gebeurt) onevenredig veel schade berokkent. Er is gekozen voor een
                    aflopende afbouwregeling in plaats van een garantieregeling, om ervoor te zorgen
                    dat er geen sprake is van een eindeloze compensatie. Veelal is sprake van een
                    stapsgewijze afbouw in vier jaar: het eerste jaar 75%, het tweede jaar 50%, het
                    derde jaar 25% en het vierde jaar niets meer. Het is de bevoegdheid van het
                    college van burgemeester en wethouders op per geval de aflopende afbouwtoelage
                    vast te stellen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>