<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR269622_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Marktverordening 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Huizen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-03-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Huizen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsblad voor Huizen, 11 april 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Marktverordening gemeente Huizen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Marktreglement</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Marktverordening 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Raadsbesluit</al><al>De raad van de gemeente Huizen;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 5
                        februari 2013</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid alsmede artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het wenselijk is tot vaststelling van een nieuwe
                        marktverordening over te gaan;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de navolgende</al><al><vet>Marktverordening 2013</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>markt: de door het college ingestelde warenmarkt;</al></li><li nr="b."><al>standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is
                                    aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;</al></li><li nr="c."><al>vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter
                                    beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;</al></li><li nr="d."><al>dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt
                                    gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste
                                    standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;</al></li><li nr="e."><al>vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is
                                    verleend voor het innemen van een standplaats;</al></li><li nr="f."><al>wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats
                                    in volgorde van datum van binnenkomst van de schriftelijke
                                    aanvraag;</al></li><li nr="g."><al>anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste
                                    standplaats in volgorde van datum van verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="h."><al>marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het
                                    college;</al></li><li nr="i."><al>marktcommissie: de op grond van artikel 84 van de Gemeentewet
                                    ingestelde commissie, die het college adviseert in zaken die
                                    direct betrekking hebben op de markten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Dag, tijd, plaats en inrichting van de markt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt ten aanzien van de markt</al><lijst><li nr="a."><al>de locatie;</al></li><li nr="b."><al>de aanvangs- en sluitingstijd;</al></li><li nr="c."><al>het aantal standplaatsen;</al></li><li nr="d."><al>de afmetingen van de standplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>de opstelling en indeling van de markt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor de markt vaststellen:</al><lijst><li nr="a."><al>een lijst met artikelgroepen of branches;</al></li><li nr="b."><al>een maximum aantal standplaatsen per branche.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan om dringende redenen bepalen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>geen markt wordt gehouden dan wel op een andere dag wordt
                                        gehouden;</al></li><li nr="b."><al>een markt tijdelijk geheel of gedeeltelijk op een andere
                                        locatie wordt gehouden;</al></li><li nr="c."><al>een wijziging wordt aangebracht in het aanvangs- en/of
                                        sluitingsuur van de markt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde
                            in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een
                                krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter
                                bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of
                                ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen in acht te nemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BEPALINGEN OVER VERGUNNINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Standplaatsvergunning</titel></kop><al>Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder
                            vergunning van het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Anciënniteitlijst en wachtlijsten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunninghouders van vaste standplaatsen worden ingeschreven op een
                                doorlopend genummerde anciënniteitenlijst met vermelding van en in
                                volgorde van de datum waarop aan hen een vergunning voor een vaste
                                standplaats is toegewezen. Tevens wordt de soort artikelen die de
                                vergunninghouder mag verhandelen en/of de branche waartoe hij
                                behoort vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belangstellenden voor een standplaats op de markt, die voldoen aan
                                de vereisten van artikel 7, kunnen zich voor een branche inschrijven
                                op een wachtlijst. Het college vermeldt bij de inschrijving in ieder
                                geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres
                                        en de woonplaats van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen;</al></li><li nr="c."><al>de soort artikelen die de aanvrager wil verhandelen of de
                                        branche waartoe hij behoort;</al></li><li nr="d."><al>de kraam of andere verkoopmaterialen die de aanvrager wil
                                        gebruiken. Het college verstrekt de aanvrager een
                                        schriftelijk bewijs van inschrijving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien deze
                                door de ingeschrevene jaarlijks voor 1 januari schriftelijk wordt
                                verlengd en de daarvoor verschuldigde leges is voldaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan bepalen, dat voor een branche geen wachtlijst wordt
                                gehanteerd indien de mate van belangstelling voor die branche en/of
                                het branchepatroon van de markt een registratie van gegadigden niet
                                rechtvaardigt en op een doelmatiger manier tot vergunningverlening
                                kan worden overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De inschrijving op de wachtlijst wordt doorgehaald:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de ingeschrevene zijn inschrijving niet jaarlijks
                                        voor 1 januari heeft verlengd;</al></li><li nr="b."><al>op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene;</al></li><li nr="c."><al>bij overlijden van de ingeschrevene;</al></li><li nr="d."><al>wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste
                                        standplaats is verleend, tenzij hij deze op grond van
                                        bijzondere omstandigheden niet aanvaardt;</al></li><li nr="e."><al>indien niet meer aan de vereisten van artikel 6 wordt
                                        voldaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Wanneer een standplaats vrij komt voor toewijzing aan een nieuwe
                                standplaatshouder, dan wordt aan de standplaatshouders die een vaste
                                standplaats op de markt innemen, in volgorde van vermelding op de
                                anciënniteitenlijst, de mogelijkheid geboden om van standplaats te
                                wisselen om zo tot een standplaats-verbetering te komen. De aldus
                                uiteindelijk vrijkomende standplaats wordt toegewezen aan een nieuwe
                                standplaatshouder in volgorde van inschrijving op de wachtlijst voor
                                de betreffende branche.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vereisten</titel></kop><al>Voor toewijzing van een vaste standplaats komt uitsluitend in
                            aanmerking, een handelingsbekwaam natuurlijke persoon die de leeftijd
                            van 18 jaar heeft bereikt, die schriftelijk een aanvraag voor een
                            vergunning heeft ingediend bij het college </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekking vaste standplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in:</al><lijst><li nr="a."><al>op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van
                                        de nadere regels als bedoeld in artikel 3, de vergunning
                                        wordt overgeschreven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een vaste standplaatsvergunning intrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                        gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in
                                        artikel 7 genoemde vereisten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien degene op wie een vergunning op grond van de nadere regels
                                als bedoeld in artikel 3 is overgeschreven, reeds vergunning heeft
                                voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt
                                laatstgenoemde vergunning ingetrokken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking en schorsing van vaste standplaatsvergunningen</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 8 kan het college een vergunning
                            voor een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan
                            wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen,
                            indien de vergunninghouder, diens vervanger of een persoon die hem
                            bijstaat:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
                                    voorschriften van de vergunning overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;</al></li><li nr="c."><al>niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat
                                    wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="d."><al>de marktmeester belemmert in het uitoefenen van zijn functie dan
                                    wel de door de marktmeester gegeven aanwijzingen niet
                                    opvolgt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitsluiting dagplaatshouder</titel></kop><al>Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats in het uiterste
                            geval een jaar uitsluiten van de toewijzing van een dagplaats, indien
                            deze:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;</al></li><li nr="c."><al>niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat
                                    wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="d."><al>de marktmeester belemmert in het uitoefenen van zijn functie dan
                                    wel de door de marktmeester gegeven aanwijzingen niet
                                    opvolgt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Onmiddellijke verwijdering</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het
                            college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te
                            verwijderen indien hij:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;</al></li><li nr="c."><al>de marktmeester belemmert in het uitoefenen van zijn functie dan
                                    wel de door de marktmeester gegeven aanwijzingen niet
                                    opvolgt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de markt-meesters en de bij besluit van het
                            college aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De marktverordening 2003, vastgesteld op 27 november 2003, wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de
                                marktverordening 2003 gelden als besluiten genomen krachtens deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestaande anciënniteit- en wachtlijsten worden geacht
                                anciënniteit- en wachtlijsten in de zin van deze verordening te
                                zijn. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de marktverordening 2003 is
                                ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening niet definitief op de aanvraag is beslist, wordt daarop
                                deze verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de 8<sup>ste</sup> dag na die
                            waarop zij is bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening gemeente Huizen
                            2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus gewijzigd vastgesteld in de openbare vergadering van 14 februari
                        2013,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Marktverordening gemeente Huizen 2013</titel></kop><al>Deze toelichting is gebaseerd op de toelichting bij de modelverordening zoals
                    die is opgesteld door de VNG in 2008. Waar nodig is deze toelichting aangepast
                    of aangevuld. De verwijzingen naar jurisprudentie zijn, behalve daar waar deze
                    nodig zijn ter verduidelijking, weggelaten.</al><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijving</tussenkop><al>In dit artikel wordt een aantal begrippen dat in de verordening wordt gehanteerd
                    gedefinieerd.</al><tussenkop>Artikel 2 Dag, tijd, plaats en inrichting van de markt</tussenkop><al>In dit artikel is vastgelegd dat het college de locatie, tijden, aantal
                    standplaatsen etc. van de markt kan vaststellen. Tevens heeft het college de
                    bevoegdheid om een branche-indeling of andere indeling op basis van de verkochte
                    producten vast te stellen en te bepalen hoeveel standplaatsen er maximaal per
                    branche worden uitgegeven.</al><al>In het derde lid is vastgelegd dat het college kan bepalen dat de markt om een
                    dringende reden verplaatst kan worden. Dit gaat dan zowel om verplaatsing qua
                    tijdstip als locatie.</al><tussenkop>Artikel 3 Nadere regels</tussenkop><al>Deze verordening bevat de hoofdlijnen die van toepassing zijn voor het regelen
                    van de orde op de markt. Het college is bevoegd om in de nadere regels de
                    uitwerking van deze hoofdlijnen nader vorm te geven.</al><tussenkop>Artikel 4 Voorschriften en beperkingen</tussenkop><al>Door aan een vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen te verbinden,
                    kan een verfijning in de gewenste rechtstoestand worden aangebracht. De in het
                    eerste lid genoemde belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is
                    vereist, zijn de gemeentelijke belangen van openbare orde, zedelijkheid en
                    gezondheid, beperking van overlast, regulering van het woon- en leefklimaat en
                    de (verkeers)veiligheid binnen de gemeente.</al><al>Niet-nakoming van voorschriften die aan een vergunning/ontheffing verbonden
                    zijn, kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning/ontheffing of voor
                    toepassing van andere bestuursrechtelijke sancties.</al><tussenkop>Artikel 5 Standplaatsvergunning</tussenkop><al>De vergunning geeft het recht om een standplaats op de markt in te nemen. De
                    vergunninghouder moet voldoen aan de voorschriften en beperkingen die aan de
                    vergunning zijn verbonden (artikel 4). De vergunning is persoonlijk en niet
                    overdraagbaar.</al><al>De verkoop van waren op een markt dient uitsluitend te geschieden door degenen
                    aan wie door het college vergunning daarvoor is verleend. Iedere andere wijze
                    van verkopen op markten is verboden. Een uitzondering op deze regel kan worden
                    gemaakt voor degenen, die de kooplieden van koffie, soepen en dergelijke
                    voor-zien.</al><tussenkop>Artikel 6 Anciënniteitlijst en wachtlijsten</tussenkop><al>Als aan een marktkoopman voor het eerst een vergunning voor het innemen van een
                    vaste standplaats wordt verleend, wordt hij ingeschreven op de
                    anciënniteitlijst. Op deze lijst worden alle vergunninghouders ingeschreven op
                    volgorde van de datum waarop aan hen een vergunning is verleend. Hierbij staat
                    degene die als eerste een vergunning heeft gehad bovenaan en de meest recent
                    verleende vergunning staat onder aan die lijst.</al><al>Als iemand een vergunning aanvraagt voor het innemen van een standplaats op
                    markt, maar er is geen plaats beschikbaar dan kan die persoon worden
                    ingeschreven op de wachtlijst. Op die lijst wordt – per branche – bijgehouden
                    wie kenbaar heeft gemaakt graag een standplaats te willen innemen op de markt in
                    Huizen. In lid twee van dit artikel zijn de gegevens beschreven die op die lijst
                    opgenomen worden. De ondernemer die zich op de wachtlijst heeft ingeschreven,
                    moet die inschrijving jaarlijks bevestigen. Dit om te voorkomen dat de
                    wachtlijst ‘vervuild’ raakt met inschrijvingen van mensen die geen interesse
                    meer hebben in een stand-plaats op de markt in Huizen. Die jaarlijkse
                    bevestiging van de inschrijving bevat twee vereisten: </al><al>a) de bevestiging moet schriftelijk gebeuren voor 1 januari van het volgende
                    jaar; </al><al>b) de leges voor handhaving op de wachtlijst moeten tijdig betaald worden.</al><al>Als iemand daar niet aan voldoet, wordt zijn inschrijving op de wachtlijst
                    doorgehaald.</al><al>Het college heeft voor de markt een branche-indeling vastgesteld. Niet voor alle
                    branches bestaat evenveel interesse van ondernemers om een standplaats in te
                    nemen, bijvoorbeeld omdat een product niet overal aftrekt vindt,
                    seizoensgebonden is of er weinig ondernemers zijn die dat product verkopen. Het
                    college kan dan ook besluiten dat voor bepaalde branches geen wachtlijst wordt
                    gehanteerd. Het vijfde lid bevat de redenen die aanleiding zijn voor het
                    doorhalen van de inschrijving op de wachtlijst. De redenen spreken voor
                    zich.</al><al>Zoals in lid 1 gesteld, wordt een anciënniteitlijst bijgehouden op basis van de
                    datum van vergunningverlening. Ondernemers op de markt hebben het recht om te
                    streven naar verbetering van hun plaats op de markt. Op het moment dat een
                    standplaats vrijkomt wordt deze allereerst aangeboden aan de bestaande
                    vergunninghouders, rekening houdend met de beperkingen die op die specifieke
                    standplaats gelden. De bestaande vergunninghouders hebben dan de mogelijkheid
                    van standplaats te wisselen. Hierbij is de volgorde op de anciënniteitlijst
                    leidend. De standplaats die uiteindelijk vrij blijft wordt aangeboden aan de
                    ondernemer die als eerste staat ingeschreven op de wachtlijst voor de
                    vrijgekomen branche.</al><tussenkop>Artikel 7 Vereisten</tussenkop><al>In het kader van de lastenverlichting zijn de indieningsvereisten uit de oude
                    marktverordening kritisch bekeken. Er is voor gekozen de vereisten in de
                    verordening tot een minimum te beperken en in het reglement aan te geven welke
                    aanvullende zaken nodig zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen. In plaats
                    daarvan is nu slechts het vereiste van een handelingsbekwaam natuurlijke persoon
                    opgenomen, die de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt. Hiermee is dwingend
                    vastgelegd dat alleen natuurlijke personen tot de markt worden toegelaten en
                    wordt voorkomen dat rechtspersonen een overheersende positie op de markt kunnen
                    innemen. Door de koppeling van de vergunning aan een natuurlijk persoon wordt
                    een zo eerlijk mogelijke verdeling van alle marktstandplaatsen in Nederland
                    bereikt. Uiteraard kan het wel zo zijn dat de natuurlijke persoon een
                    onderneming drijft in de vorm van een rechts-persoon. Ook dan wordt de
                    natuurlijke persoon (de bedrijfsleider) aangemerkt als vergunninghouder. Het is
                    echter niet mogelijk de vergunning op naam van de rechtspersoon te stellen.</al><tussenkop>Artikel 8 Intrekking vaste standplaatsvergunning</tussenkop><al>Als de in het eerste lid genoemde gronden zich voor doen, wordt altijd tot
                    intrekking van de vaste stand-plaatsvergunning overgegaan. In het tweede lid
                    worden intrekkingsbevoegdheden (‘kan’ betekent: is bevoegd, dat wil zeggen is
                    niet verplicht) genoemd ten aanzien van de vergunning. Het college heeft hierbij
                    dus een bepaalde vrijheid om te bepalen of de vergunning wordt ingetrokken of
                    dat een andere sanctie wordt toegepast. </al><al>Bij dagplaatsen ligt intrekking van de vergunning minder voor de hand. Daarom is
                    deze bepaling beperkt tot de vaste standplaatsvergunning. Ten aanzien van
                    dagplaatsen zal echter eerder worden overgegaan tot bestuursdwang of
                    onmiddellijke verwijdering op grond van artikel 11.</al><tussenkop>Artikel 9 Intrekking en schorsing van vaste
                    standplaatsvergunningen</tussenkop><al>In artikel 9 worden de gronden genoemd op basis waarvan een vergunning voor een
                    vaste standplaats kan worden ingetrokken of geschorst. De zinsnede ‘Onverminderd
                    het bepaalde in artikel 8 geeft aan dat ook de intrekking op grond van artikel 8
                    een punitieve sanctie is. </al><al>In het door het college vastgestelde sanctiebeleid is aangegeven hoe het college
                    omgaat met haar bevoegd-heid over te gaan tot schorsing dan wel intrekking van
                    een verleende vergunning. Het artikel heeft een facultatief karakter. Het hangt
                    van de omstandigheden af of tot intrekking of schorsing wordt overgegaan.</al><al>In onderdeel c wordt ervan uitgegaan dat het niet betalen van marktgeld een
                    grond kan zijn voor intrekking of schorsing van een standplaatsvergunning voor
                    de markt. De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
                    van 29 juli 1999 (JG 99.0184 m.nt. M. Geertsema) inzake het hoger beroep van S.
                    Gonesh tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 6 november 1998, vormt
                    naar ons inzicht voldoende basis om deze intrekkings- of schorsingsgrond in het
                    model op te nemen. De Afdeling overwoog in deze zaak dat ingevolge de
                    Verordening op de straathandel van de gemeente Amsterdam een vergunning voor een
                    vaste standplaats kan worden ingetrokken ‘wegens het niet voldoen aan
                    verplichtingen die voor de vergunninghouder voortvloeien uit de voor die markt
                    geldende heffingsverordening’. Het stond tussen partijen vast dat Gonesh ten
                    tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar reeds gedurende langere tijd
                    niet aan zijn uit de geldende heffingsverordening voortvloeiende
                    betalingsverplichtingen had voldaan. Het dagelijks bestuur van het stadsdeel
                    Zuidoost van de gemeente Amsterdam kon de aan Gonesh verleende vergunning
                    derhalve intrekken.</al><al>Het moge duidelijk zijn dat deze intrekkings- of schorsingsgrond niet
                    lichtvaardig mag worden gebruikt. Het kan wel een oplossing bieden voor
                    (notoire) ‘wanbetalers’. Voor alle duidelijkheid wijzen wij erop dat deze
                    uitspraak zich naar ons inzicht alleen uitstrekt tot betalingsverplichtingen op
                    basis van publiekrechtelijke regelingen. De vraag of intrekking of schorsing ook
                    mogelijk is bij het niet nakomen van privaatrechtelijke betalingsverplichtingen
                    (huur of pacht) blijft in deze uitspraak onbeantwoord.</al><tussenkop>Artikel 10 Uitsluiting dagplaatshouder</tussenkop><al>In artikel 8 is de intrekking of schorsing van een vergunning voor een vaste
                    standplaats geregeld. Intrekking of schorsing ligt uiteraard minder voor de hand
                    bij niet-vaste standplaatsen (dagplaatsen), maar in de praktijk is het van
                    belang gebleken om naast de bevoegdheid tot onmiddellijke verwijdering (artikel
                    11) ook een vergun-ninghouder van een dagplaats van de markt te kunnen
                    bestraffen voor overtredingen. In dat geval is uitsluiting van de
                    vergunninghouder voor een bepaalde periode een voor de hand liggende sanctie.
                    Dit kan zich bijvoor-beeld voordoen indien een vergunninghouder van een
                    dagplaats zich niet houdt aan de voorschriften door zijn afval niet op te ruimen
                    of op enige wijze de veiligheid of de orde op de markt in gevaar brengt.</al><al>In dit artikel 10 is dan ook de mogelijkheid opgenomen om in de daarin genoemde
                    gevallen de vergunning-houder uit te sluiten van de toewijzing van een
                    dagplaats. In de beschikking tot uitsluiting moet worden aangegeven voor welke
                    overtreding de uitsluiting wordt opgelegd en om welke periode het gaat, voor hoe
                    lang geldt de uitsluiting. Het in onderdeel d genoemde kan worden opgenomen ter
                    bestraffing van niet-betalende dagplaatshouders. Zie verder de toelichting onder
                    artikel 9, onderdeel c.</al><tussenkop>Artikel 11 Onmiddellijke verwijdering</tussenkop><al>In artikel 125 van de Gemeentewet is bepaald dat ter uitvoering van wetten,
                    algemene maatregelen van bestuur en provinciale en gemeentelijke verordeningen
                    het gemeentebestuur de bevoegdheid heeft om bestuursdwang toe te passen. Dit
                    artikel bevat voor het college de bevoegdheidsgrondslag om bestuurs-dwang toe te
                    passen bij overtreding van de marktverordening en de daarop gebaseerde
                    voorschriften. In de artikelen 5:21 tot en met 5:36 van de Awb worden regels
                    over de besluitvorming omtrent en de toepassing van bestuursdwang (en dwangsom)
                    gegeven. De in artikel 11 geregelde onmiddellijke verwijdering is een vorm van
                    bestuursdwang, waarbij de spoedeisendheid als bedoeld in artikel 5:24, zesde
                    lid, van de Awb wordt verondersteld. Achteraf dient dan het besluit tot het
                    toepassen van bestuursdwang op papier te worden gesteld. Van deze bevoegdheid
                    dient uiteraard alleen in zeer spoedeisende gevallen gebruik te worden gemaakt.
                    Overigens is in artikel 5:23 van de Awb geregeld dat de bepalingen over
                    bestuursdwang niet van toepassing zijn indien wordt opgetreden ter onmiddellijke
                    handhaving van de openbare orde.</al><al>Op grond van artikel 4:8 van de Awb dienen belanghebbenden bij toepassing van
                    artikel 11 in beginsel in de gelegenheid te worden gesteld hun zienswijze
                    (mondeling dan wel schriftelijk) kenbaar te maken. Artikel 4:11 Awb bepaalt dat
                    dit horen niet nodig is in spoedeisende situaties.</al><tussenkop>Artikel 12 Toezichthouders</tussenkop><al>In artikel 5:11 van de Awb wordt aangegeven dat onder toezichthouder wordt
                    verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of krachtens een wettelijk voorschrift
                    is belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                    krachtens enig wettelijk voorschrift. Een persoon die aangewezen is als
                    toezichthouder beschikt in beginsel over alle in afdeling 5.2 van de Awb
                    opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5:14 van de Awb kunnen deze
                    bevoegdheden bij verordening of bij besluit van het college worden beperkt. In
                    dit verband is tevens artikel 5:16a van de Awb van belang. Hierin staat
                    beschreven dat een toezichthouder bevoegd is van personen inzage te vorderen van
                    een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                    identificatieplicht.</al><al>Het ligt voor de hand de marktmeester als toezichthouder aan te wijzen. Door
                    toevoeging van de markt-meester is verzekerd dat deze na beëdiging als
                    opsporingsambtenaar kan fungeren.</al><al>Een bepaling over buitengewone opsporingsambtenaren is overbodig en in strijd
                    met Aanwijzing 92 van de Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving. Immers, in
                    artikel 142, eerste lid, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering,
                    is onder meer bepaald dat met de opsporing van strafbare feiten als
                    buiten-gewoon opsporingsambtenaar zijn belast de personen die
                    bijverordeningen zijn belast met het toezicht op de naleving daarvan,
                    een en ander voor zover het die feiten betreft en de personen zijn beëdigd.
                    Aangezien buitengewone opsporingsambtenaren hun aanwijzing aan het Wetboek van
                    Strafvordering ontlenen, is een nadere regeling niet nodig. De aanwijzing als
                    toezichthouder op grond van artikel 26 is de grondslag voor de aanwijzing als
                    buitengewoon opsporingsambtenaar. De opsporingsbevoegdheid van de buitengewone
                    opsporingsambtenaren beperkt zich tot die zaken waarvoor zij toezichthouder
                    zijn. Zij dienen op grond van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar aan
                    eisen van vakbekwaamheid en betrouwbaarheid te voldoen en te zijn beëdigd door
                    de procureur-generaal.</al><tussenkop>Artikel 13 Intrekken oude regeling</tussenkop><al>De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de verordening in
                    werking treedt.</al><tussenkop>Artikel 14 Overgangsbepaling</tussenkop><al>Een overgangsregeling als hier opgenomen, achten wij noodzakelijk voor de
                    rechtszekerheid van de betrokkenen. Het is van belang oude rechten te
                    eerbiedigen.</al><tussenkop>Artikel 15 Inwerkingtreding</tussenkop><al>In artikel 142 van de Gemeentewet is bepaald dat alle besluiten die algemeen
                    verbindende voorschriften bevatten (waaronder alle verordeningen) in werking
                    treden op de achtste dag na bekendmaking, tenzij een ander tijdstip daarvoor is
                    aangewezen.</al><al>De marktverordening is een besluit van het gemeentebestuur op overtreding
                    waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde wijze
                    bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die algemeen
                    verbindende voorschriften inhouden (artikel 139 Gemeentewet). Wel is van belang
                    dat de gemeente gehouden is dit besluit mee te delen aan het parket van het
                    arrondissement waarin de gemeente is gelegen (artikel 143 Gemeentewet).</al><al>In verband met artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht is het uiteraard niet
                    mogelijk aan de bepalingen van een strafvordering terugwerkende kracht te
                    verlenen.</al><tussenkop>Artikel 16 Citeertitel</tussenkop><al>In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te
                    onderscheiden van de voorgaande regeling.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>