<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR269539_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening speelautomaten Gouda 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-03-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Goudse Post, 27 maart
                2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening speelautomaten Gouda 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de kansspelen, art. 30c, tweede lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-05-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>752698</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-16097</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening speelautomaten Gouda 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>de raad van de gemeente Gouda</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. ;</al><al>Gelet op artikel 30c, tweede lid van de Wet op de kansspelen en artikel 149
                        van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende Verordening speelautomaten Gouda 2012</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>beheerder: natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding
                            uitoefent in de hoogdrempelige inrichting of de speelautomatenhal;</al><al>behendigheidsautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van
                            de wet;</al><al>bedrijfsleider: degene die met de algemene leiding in de hoogdrempelige
                            inrichting of de speelautomatenhal is belast;</al><al>exploitant: natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal
                            exploiteert;</al><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder
                            d, van de wet; </al><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de
                            wet; </al><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder
                            e, van de wet;</al><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de wet; </al><al>speelautomatenhal: inrichting bestemd om het publiek gelegenheid te
                            geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld
                            in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet;</al><al>weg: weg als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, alsmede
                            kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig
                            aangeduide parkeerterreinen;</al><al>wet: Wet op de kansspelen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Speelautomatenhal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan voor maximaal één speelautomatenhal vergunning
                                verlenen voor het deel van de gemeente dat op de bij deze
                                verordening behorende kaart is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften en beperkingen
                                verbinden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie de vergunning is verleend, is verplicht de daaraan
                                verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant dient de vergunning aan te vragen onder overlegging
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is
                                        opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond
                                        waarin is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal
                                        en welk aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten worden
                                        opgesteld;</al></li><li nr="b."><al>een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de
                                        ruimte te beschikken;</al></li><li nr="c."><al>een verklaring omtrent het gedrag:</al><lijst><li nr="·"><al>van de exploitant dan wel, indien de exploitant een
                                                rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming
                                                krachtens de statuten vertegenwoordigt(en); en </al></li><li nr="·"><al>van de beheerder(s).</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>het KEMA-keurcertificaat van de speelautomatenhal of een
                                        bewijs waaruit blijkt dat de exploitant voornemens is in het
                                        eerste jaar van de exploitatie van de speelautomatenhal een
                                        KEMA-keur te verkrijgen; </al></li><li nr="e."><al>schriftelijke bewijsstukken waaruit blijkt dat de
                                        bedrijfsleider(s), beheerder(s) en het personeel beschikken
                                        over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het
                                        gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico’s
                                        van gokverslaving;</al></li><li nr="f."><al>een bewijs van lidmaatschap van de VAN
                                        Speelautomatenbranche-organisatie;</al></li><li nr="g."><al>het VAN-certificaat.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan nadere regels vaststellen omtrent de inhoud, de
                                inrichting, vorm en wijze van indiening van de aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden, kan uitsluitend worden gesteld
                                ten name van de exploitant en is niet overdraagbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergunning worden de namen van de beheerders vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen hebben in
                                elk geval betrekking op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de openings- en sluitingstijden van de speelautomatenhal;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het toezicht in de speelautomatenhal;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het aantal en type kansspelautomaten dat mag worden opgesteld;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de exploitatie van de hal;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de legitimatieverplichting voor bezoekers van de inrichting;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>het tegengaan van gokverslaving. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning wordt geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het maximaal aantal af te geven vergunningen voor
                                    speelautomatenhallen is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de weg
                                    voor het publiek toegankelijk is;</al></li><li nr="c."><al>de beheerder(s) of de bedrijfsleider(s) de leeftijd van 21 jaar
                                    nog niet heeft (hebben) bereikt;</al></li><li nr="d."><al>bewind is ingesteld over een of meer aan de exploitant of de
                                    beheerder(s) toebehorende goederen, als bedoeld in Boek 1 titel
                                    19, van het Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="e."><al>door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel
                                    van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste
                                    omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;</al></li><li nr="f."><al>de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd
                                    oplevert met het geldende bestemmingsplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijzigingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een in de vergunning vermelde beheerder de hoedanigheid van
                                beheerder heeft verloren, dient de exploitant onder overlegging van
                                een verklaring omtrent het gedrag van de beoogde nieuwe beheerder
                                een nieuwe vergunning aan te vragen binnen twee weken nadat die
                                verklaring omtrent het gedrag aan hem is verzonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning vervalt indien de beslissing op een aanvraag voor een
                                nieuwe vergunning voor het vestigen of exploiteren van een
                                speelautomatenhal in hetzelfde pand onherroepelijk is geworden dan
                                wel indien geen aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het
                                verlies van de hoedanigheid als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><al>De burgemeester kan de vergunning intrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de
                                    vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie
                                    is ontstaan als bedoeld in artikel 5, onder e.;</al></li><li nr="c."><al>indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden
                                    voorschriften en beperkingen;</al></li><li nr="d."><al>indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode
                                    van langer dan zes maanden wordt onderbroken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijzigingen in exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een exploitant komt te overlijden dient, indien voortzetting
                                van de exploitatie wordt beoogd, binnen twaalf weken een nieuwe
                                vergunning te worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In alle andere gevallen van wisseling van exploitant dient binnen
                                vier weken na overname van de speelautomatenhal een nieuwe
                                vergunning te worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zolang op een tijdig ingediende aanvraag niet is beslist is
                                voortzetting van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van de
                                voorschriften en beperkingen, verbonden aan de van rechtswege
                                vervallen vergunning.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Vergunning voor het aanwezig hebben van kansspelautomaten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan voor de speelautomatenhal als bedoeld in artikel
                                2 vergunning verlenen voor het aanwezig hebben van maximaal 200
                                kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan voor een hoogdrempelige inrichting vergunning
                                verlenen voor het aanwezig hebben van maximaal twee
                                kansspelautomaten. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van artikel 2 van deze verordening en van de aan de in
                            artikel 2 bedoelde vergunning verbonden voorschriften en beperkingen
                            wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete
                            van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bij deze verordening bepaalde
                            zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester en
                            wethouders aan te wijzen ambtenaren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekking en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2012. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verordening Speelautomaten, vastgesteld op 27 april 1987, wordt
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De vergunning die voor de inwerkingtreding van deze verordening is
                            verleend voor het exploiteren van een speelautomatenhal blijft van
                            kracht totdat op een aanvraag, ingevolge artikel 3 van deze verordening,
                            is beslist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening speelautomaten Gouda
                            2012. </al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 mei 2012.</al><al/><al>De raad der gemeente voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>griffier,</ondertekening><ondertekening>voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Gouda/i185566.pdf">bijlage bij de Verordening speelautomaten Gouda 2012</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>A Algemene toelichting</titel></kop><al><vet>1 Wet op de kansspelen; korte inleiding</vet></al><al>Het doel van de Wet op de Kansspelen, Stb. 1964, 483 (hierna: de wet), strekt
                    ter regulering van het beoefenen van een kansspel door middel van spelautomaten,
                    welke uitzicht geven op winst. Daarbij mogen enerzijds de financieel zwakkere
                    groepen in onze samenleving niet door speelautomaten zodanige verliezen leiden
                    dat zij daardoor worden benadeeld, terwijl anderzijds een redelijke exploitatie
                    van de speelautomaten mogelijk moet blijven om een vlucht in de illegaliteit te
                    voorkomen. Gokactiviteiten zijn, vanwege het specifieke karakter ervan, van de
                    werkingssfeer van de Dienstenrichtlijn uitgesloten.</al><al> De wet voorziet in een vergunningstelsel. Zo is vergunning nodig voor het
                    aanwezig hebben van kansspelautomaten in een hoogdrempelige inrichting en in een
                    speelautomatenhal: de “<cursief>aanwezigheidsvergunning</cursief>”. Daarnaast is
                    ook een vergunning noodzakelijk voor de exploitatie van een speelautomatenhal.
                    Beide vergunningen worden verleend door de burgemeester. Voor het exploiteren
                    van speelautomaten is ook een vergunning van de Minister van Economische Zaken
                    nodig. Speelautomaten dienen daarbij te voldoen aan door de minister
                    vastgestelde modeleisen. </al><al/><al><vet>2 Het aantal kansspelautomaten in hoog- en laagdrempelige inrichtingen en
                        de speelautomatenhal</vet></al><al>In het algemeen geldt dat cafés en restaurants als hoogdrempelig worden
                    aangemerkt en snackbars, cafetaria’s, pizzeria’s en broodjeszaken als
                    laagdrempelig. </al><al>Uit de wet vloeit voort dat:</al><lijst><li nr="·"><al>in de gemeentelijke verordening wordt bepaald dat voor hoogdrempelige
                            inrichtingen het aantal kansspelautomaten waarvoor vergunning kan worden
                            verleend op twee wordt bepaald (artikel 30c, tweede lid van de wet).
                        </al></li><li nr="·"><al>voor laagdrempelige inrichtingen géén vergunning voor het aanwezig
                            hebben van kansspelautomaten wordt verleend (artikel 30c, eerste lid van
                            de wet).</al></li></lijst><al>Het is, met andere woorden, wettelijk bepaald dat twee kansspelautomaten in
                    hoogdrempelige inrichtingen <vet>moeten</vet> worden toegestaan indien daarvoor
                    vergunning gevraagd wordt. Het mogen er niet méér zijn dan twee, maar de
                    gemeente heeft op grond van de wet niet de vrijheid er slechts één toe te staan.
                    De gemeentelijke overheid heeft dus geen enkele beleidsvrijheid op het gebied
                    van kansspelautomaten in hoog- en laagdrempelige inrichtingen. </al><al>De speelautomatenhal is een ander type inrichting dan een hoogdrempelige
                    inrichting, immers specifiek ingericht op het gelegenheid geven tot het spelen
                    met kansspelautomaten (artikel 30c, eerste lid onder b. van de wet). Zie voor
                    verder toelichting “<cursief>3</cursief><cursief>De
                        aanwezigheidsvergunning</cursief>” hieronder. Het maximum aantal
                    kansspelautomaten in de hal dient in deze verordening te worden bepaald en is op
                    maximaal twee honderd vastgelegd.</al><al/><al><vet>3 De aanwezigheidsvergunning</vet></al><al>Een aanwezigheidsvergunning is de in artikel 30b, eerste lid van de wet bedoelde
                    vergunning van de burgemeester voor het aanwezig hebben van één of meer
                    kansspelautomaten. </al><al>Met ingang van 1 juli 2010 is de Wet van 20 mei 2010 tot wijziging van het
                    Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met lastenverlichting voor
                    burgers en bedrijfsleven (32 038) in werking getreden. </al><al>Direct gevolg daarvan is dat de aanwezigheidsvergunning voor
                    behendigheidsautomaten is afgeschaft. Daarmee heeft de gemeente geen
                    bevoegdheden meer ten aanzien van het aantal aanwezige behendigheidsautomaten in
                    hoog- of laagdrempelige inrichtingen en speelautomatenhallen.
                    Behendigheidsautomaten, zoals flipperkasten, keren geen geld uit maar kennen
                    verlengde speelduur of het recht op gratis spellen toe als prijs.</al><al>De aanwezigheidsvergunning is daarmee alleen nog een vergunning voor het
                    aanwezig hebben van één of meer kansspelautomaten. Op basis van de wet wordt in
                    deze verordening het aantal kansspelautomaten vastgelegd per inrichting als
                    bedoeld in artikel 30c, tweede lid van de wet. Deze inrichtingen zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>een hoogdrempelige inrichting, zoals een café of restaurant;</al></li><li nr="b."><al>een inrichting, anders dan onder a., bestemd om het publiek de
                            gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te
                            beoefenen (m.a.w. een speelautomatenhal met een
                            exploitatievergunning).</al></li></lijst><al>Aan de aanwezigheidsvergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden
                    verbonden. Artikel 30d, eerste lid van de wet verplicht om in ieder geval aan de
                    vergunning het voorschrift te verbinden dat alleen kansspelautomaten mogen
                    worden opgesteld, welke in eigendom toebehoren aan personen die in het bezit
                    zijn van de in artikel 30h, eerste lid, van de wet bedoelde vergunning. Dit is
                    de vergunning van de Minister van Economische Zaken om een of meer
                    speelautomaten te exploiteren.</al><al/><al><vet>4 De exploitatievergunning speelautomatenhal</vet></al><al>Op basis van artikel 30c, eerste lid onder b van de wet kan een vergunning voor
                    het aanwezig hebben van een of meer speelautomaten in een speelautomatenhal
                    slechts worden verleend <cursief>“indien het houden van een zodanige inrichting
                        krachtens een vergunning van de burgemeester bij gemeentelijke verordening
                        is toegestaan.</cursief>” </al><al>Dit houdt in dat de gemeentelijke wetgever de vrijheid heeft om bij verordening
                    te bepalen of, en zo ja hoeveel, speelautomatenhallen krachtens een vergunning
                    van de burgemeester zijn toegestaan. Indien van deze bevoegdheid geen gebruik
                    wordt gemaakt, heeft dit tot gevolg dat de burgemeester voor de vestiging en
                    exploitatie van een speelautomatenhal geen vergunning kan verlenen en in feite
                    een totaalverbod geldt om speelautomatenhallen in de gemeente te exploiteren. </al><al/><al><vet>5 Rechtsbescherming</vet></al><al>De bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn van toepassing op
                    deze verordening. Specifiek tegen besluiten, die op grond van titel Va van de
                    wet zijn genomen en waardoor men rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen, is
                    ingevolge artikel 30v van de wet beroep opengesteld bij het college van beroep
                    voor het bedrijfsleven (CBB). Ingevolge artikel 7:1 Awb dient degene die van de
                    mogelijkheid gebruik wil maken om tegen het besluit beroep in te stellen bij de
                    administratieve rechter, eerst tegen dat besluit bezwaar te maken.</al><al/><al><vet>6 Bestuursdwang</vet></al><al>De Awb is ook wat betreft het toepassen bestuursdwang van overeenkomstige
                    toepassing. In het kader van de vraag welk orgaan bevoegd is tot het doen
                    uitgaan van een bestuursdwangaanschrijving tot sluiting van een
                    speelautomatenhal en tot het verwijderen van speelautomaten, oordeelde de
                    Afdeling Rechtspraak als volgt: ‘<cursief>Blijkens het bepaalde in artikel 221
                        (oud; tegenwoordig artikel 174) van de Gemeentewet is de burgemeester belast
                        met de zorg voor het toezicht op onder meer alle voor het publiek
                        openstaande gebouwen en samenkomsten alsmede op openbare vermakelijkheden.
                        Bedoeld toezicht strekt zich naar het oordeel van de Afdeling mede uit tot
                        het verrichten van uitvoeringshandelingen die daarmee samenhangen. Tot die
                        uitvoeringshandelingen kan een aanzegging van bestuursdwang als de
                        onderhavige worden gerekend. Dat klemt in dit geval te meer waar ingevolge
                        de Wet op de kansspelen ook de bevoegdheid om vergunningen voor het aanwezig
                        hebben van speelautomaten te verlenen bij de burgemeester is
                        gelegd</cursief>.’ (AR 26 juli 1992, Gst. 6041, nr. 8.) </al><al>Voor dit oordeel vindt de Afdeling tevens steun in de geschiedenis van de
                    totstandkoming van de Wet op de kansspelen. Uit de Memorie van Toelichting
                    (Tweede Kamer, zitting 1980-1981, 16 481, nr. 3) komt naar voren dat ook de
                    wetgever ervan uitgaat dat het tot de taak van de burgemeester behoort op grond
                    van artikel 221 (oud; tegenwoordig artikel 174) van de Gemeentewet toezicht uit
                    te oefenen op plaatsen en gelegenheden waar speelautomaten staan opgesteld.
                    Reeds in twee eerdere uitspraken heeft de Voorzitter van de Afdeling rechtspraak
                    Raad van State deze vraag op gelijke wijze beantwoord (Voorzitter AR, 6 december
                    1988, KG 1989, 119 en Voorzitter AR, 19 december 1988, Gst. 6877 nr.10). Met
                    deze uitspraken zijn de zelfstandige bestuursdwangbevoegdheid en de
                    uitvoeringsbevoegdheid aan elkaar gekoppeld en bij de burgemeester
                    neergelegd.</al><al/><al>Feiten die op grond van strafbaarstelling in de wet of de verordening van belang
                    zijn in verband met de exploitatie van speelautomatenhallen zijn de
                    navolgende:</al><lijst><li nr="·"><al>het exploiteren van een speelautomatenhal is zonder vergunning verboden.
                            Dit heeft ingevolge artikel 30f, eerste lid, onder b. van de wet ook tot
                            gevolg dat de aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten, gesteld dat
                            die is afgegeven, wordt ingetrokken; </al></li><li nr="·"><al>het is de exploitant van een speelautomatenhal verboden jeugdigen onder
                            de 18 jaar toe te laten in het gedeelte van de hal waar
                            kansspelautomaten zijn opgesteld (artikel 30u, tweede lid, van de wet).
                        </al></li></lijst><al>Bij niet naleving van vorenstaande bepalingen en voorschriften is het in
                    beginsel mogelijk bestuursdwang toe te passen en ook tot sluiting van de
                    speelautomatenhal over te gaan, zo nodig naast de strafrechtelijke procedure.
                    Overtreding van artikel 30b van de Wet op de kansspelen is op grond van artikel
                    1, onder 3, van de Wet op de economische delicten een economisch delict.
                    Ingevolge artikel 5 WED mogen er ter zake van economische delicten, buiten de
                    WED, geen andere voorzieningen worden getroffen met de strekking van straf- of
                    tuchtmaatregel. Bestuursdwang kan niet gelijk gesteld worden met een straf- of
                    tuchtmaatregel. Bestuursdwang is een administratieve sanctie die gericht is op
                    een ongedaan maken van een illegale toestand en is niet persoonsgericht, zoals
                    een straf- of tuchtmaatregel als bedoeld in artikel 5 WED. Ook bij overtreding
                    van artikel 30b van de Wet op de kansspelen is het daardoor mogelijk om
                    bestuursdwang toe te passen.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>B. Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>De in artikel 1 gegeven omschrijving van 'weg' is ruimer dan die van de
                        wegenverkeerswetgeving.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Het mogen vestigen en exploiteren van een speelautomatenhal dient bij
                        gemeentelijke verordening te worden toegestaan. Hierbij is een maximum van
                        één hal vastgesteld en tevens het gebied aangewezen waarbinnen de hal
                        gevestigd en geëxploiteerd mag worden. De burgemeester verleent deze
                        exploitatievergunning speelautomatenhal, hij kan daaraan voorschriften en
                        beperkingen verbinden. Het motief dat aan het vergunningvereiste ten
                        grondslag ligt is de openbare orde, meer in het bijzonder de leef- en
                        woonsituatie, te beschermen. Bij de weigeringsgronden wordt hierop nader
                        ingegaan.</al><al>Het gaat dus om twee vergunningen: de exploitatievergunning voor een
                        speelautomatenhal en de aanwezigheidsvergunning voor de aanwezigheid van de
                        kansspelautomaten in de hal. Dit wekt verwarring omdat het onderscheid
                        tussen beide vergunningen in de wet niet erg duidelijk is. De vergunningen
                        kunnen gelijktijdig worden verleend. </al><al>Ten overvloede wordt opgemerkt dat de eigenaar van de automaten ook nog een
                        vergunning nodig heeft van de minister van Economische Zaken, dit voor de
                        exploitatie van de speelautomaten. Tevens kunnen andere gemeentelijke
                        vergunningen noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld een
                        horeca-exploitatievergunning.</al><al/><al>Vijfde lid: lex silencio positivo</al><al/><al>Deze vergunning beoogt met name de bescherming van de openbare orde.
                        Daarnaast speelt het bestrijden van gokverslaving een belangrijke rol. Het
                        is niet wenselijk dat deze vergunning van rechtswege verleend zou kunnen
                        worden vóórdat er een inhoudelijke toets van de aanvraag heeft
                        plaatsgevonden en is voltooid. Een lex silencio positivo is hier dan ook
                        niet wenselijk om dwingende redenen van algemeen belang, zoals de openbare
                        orde en volksgezondheid. Op basis hiervan is paragraaf 4.1.3.3. Awb niet van
                        toepassing verklaard.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>De exploitant kan tevens eigenaar en beheerder zijn, maar het is ook
                        mogelijk dat deze hoedanigheden niet samenvallen. De bescheiden die moeten
                        worden overgelegd zijn afhankelijk van de concrete situatie die zich
                        voordoet. De onder b. bedoelde verklaring kan bij voorbeeld een huurcontract
                        zijn, waaruit de beschikkingsbevoegdheid blijkt. </al><al/><al>Het KEMA-certificaat wordt als voorwaarde verbonden aan het verkrijgen en
                        behouden van de speel-automatenhalvergunning. Het KEMA-certificaat
                        garandeert een minimale kwaliteit op het gebied van onder andere
                        beveiliging, personeel, het houden van toezicht, de keuring van
                        speelautomaten en informatieverstrekking.</al><al/><al>De VAN Speelautomaten Branche-organisatie, kortweg VAN genoemd, is sinds
                        1971 de branche-organisatie voor producenten, groothandelaren en
                        exploitanten van speelautomaten in Nederland. De VAN heeft circa 214 leden.
                        Samen vertegenwoordigen zij ruim 90% van de speelautomaten die in de
                        Nederlandse markt uitstaan. De VAN rekent het tot haar taak om zich met hart
                        en ziel in te zetten om de speelautomatenbranche positief te profileren. </al><al/><al>Een belangrijk hulpmiddel hierbij is het werken aan een economisch en
                        ethisch gezonde bedrijfsvoering van de individuele ondernemingen. De
                        aangesloten exploitanten hanteren de voorschriften en kwaliteitsnormen die
                        door de VAN zijn opgesteld: de VAN Ondernemerscode. Tevens heeft de VAN de
                            “<cursief>Criteria voor amsumentscentra</cursief>” geaccepteerd als
                        voorwaarden voor het verkrijgen van het “Certificaat Amusementscentra”.
                        Gezien het voorgaande verbeteren het lidmaatschap van de VAN en het voldoen
                        aan de eisen van het certificaat de economisch en ethisch gezonde
                        bedrijfsvoering van een speelautomatenhal in Gouda. Dit biedt extra en
                        betere bescherming van de openbare orde. </al><al/><al>Ten opzichte van de oude verordening is het vereiste vervallen dat de
                        exploitant zelf een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en
                        fabrieken bij de vergunningaanvraag moet overleggen. De gemeente zal dit
                        bewijs voortaan zelf online betrekken van de Kamer van Koophandel en de
                        kosten doorberekenen in de leges. </al><al/><al>De verklaring waaruit blijkt dat de exploitant gerechtvaardigd over de
                        ruimte beschikt waarin de speelautomatenhal is gevestigd, is noodzakelijk in
                        verband met de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                        bestuur (Wet Bibob). In dat kader wordt de hele organisatie, dus ook de
                        huisvesting, beoordeeld. De vestigingsruimte speelt hierbij een wezenlijke
                        rol, aangezien hieruit de financiering van de hal kan worden afgeleid.</al><al/><al>Het aangeven van het aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten in de
                        plattegrond, als bedoeld onder a, staat in verband met artikel 13 van het
                        Speelautomatenbesluit. Het staat los van het in artikel 4, derde lid, onder
                        c, van deze verordening bepaalde.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>De vergunning wordt voor bepaalde tijd verleend. Op basis van onderdeel c.
                        van het derde lid kunnen er voorschriften en beperkingen worden verbonden
                        aan het aantal en type kansspelautomaten dat mag worden opgesteld. Bij de
                        vaststelling van het aantal kan gewicht worden toegekend aan de plaats en de
                        wijze van exploitatie. In een speelautomatenhal is het daarbij mogelijk
                        productdifferentiatie in te voeren. Productdifferentiatie wil zeggen dat er
                        andere (afwijkende) kansspelautomaten kunnen worden geplaatst dan in
                        horeca-inrichtingen. De volgende automaten zijn toegestaan: meerspelers,
                        kansspelautomaten met een gekoppeld jackpotsysteem, Pre-Nijpels-automaten,
                        "Nijpels"-automaten. </al><al/><al>Het is de bedoeling dat de aanvrager een evenwichtig en gespreid aanbod van
                        speelautomaten (‘de ideale mix’) opstelt. Het Ministerie van Economische
                        zaken, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn &amp;Sport, de GGZ
                        Nederland, de VNG en de VAN Speelautomaten Brancheorganisatie hebben de
                        volgende richtlijn voor de ideale mix ontwikkeld voor een
                        speelautomatenhal:</al><al/><table><tgroup cols="3" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="32*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="35*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al><vet>amusementscentra &lt; 100 m2</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al><vet>amusementscentra 100 – 200 m2</vet></al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al><vet>amusementscentra &gt; 200 m2</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Eénspeler kansspelautomaten</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Eénspeler kansspelautomaten</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Eénspeler kansspelautomaten</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>1 Meerspeler</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>2 Meerspelers</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>4 Meerspelers</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>Gekoppelde Jackpotsystemen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>Gekoppelde Jackpotsystemen</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>Gekoppelde Jackpotsystemen</al></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de richtlijn voor de “ ideale mix”</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="30*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="70*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Eénspeler kansspelautomaten (ook wel ‘Pre-Nijpels’
                                        kansspelautomaten genoemd)</al></entry><entry colname="col2"><al>Dit zijn de gewone kansspelautomaten die voldoen aan de
                                        (technische) eisen van artikel 13 van het
                                        Speelautomatenbesluit 2000.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Meerspeler automaten</al></entry><entry colname="col2"><al>Dit zijn kansspelautomaten waarop met meer dan één speler
                                        tegelijk kan worden gespeeld. De meerspeler bevordert de
                                        sociale interactie - er wordt overlegd, men wisselt
                                        ervaringen uit - en biedt een langere tijd per spel.
                                        Hierdoor hebben meerspelers een gunstig effect op het
                                        ontstaan van geïsoleerd problematisch speelgedrag. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gekoppelde Jackpotsystemen</al></entry><entry colname="col2"><al>Een voorziening die mag worden toegepast op
                                        kansspelautomaten (inclusief de hiervoor genoemde
                                        meerspelers). Jackpots zijn plotseling uit te keren, extra
                                        hoge geldprijzen. Op een gekoppelde jackpot wordt een groot
                                        aantal éénspelers of meerspelers aangesloten. De gekoppelde
                                        jackpot wordt net als de gewone jackpot op een willekeurig
                                        moment uitgekeerd. Bij de gekoppelde jackpot kunnen de
                                        spelers echter op een display zien welk (groeiend) bedrag
                                        mogelijk te winnen is. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop><vet>Artikel 5</vet></tussenkop><al>Het vereiste onder b. dient om een speelautomatenhal duidelijk van de openbare
                    weg af voor een ieder herkenbaar te maken. Tevens om te voorkomen dat in een
                    achteraf lokaal van een gebouw, waarin bij voorbeeld een horecabedrijf wordt
                    uitgeoefend, een speelautomatenhal wordt geëxploiteerd en deze automatenhal mede
                    of uitsluitend via het andere bedrijf bereikbaar zou zijn. Ten aanzien van het
                    vereiste onder c. is aansluiting gezocht met de regelgeving inzake de leeftijd
                    van de beheerder in de Drank- en Horecawet.</al><al/><al>Het criterium openbare orde is niet opgenomen in de verordening. De wet noemt
                    dit criterium reeds in verband met de weigeringsgronden voor een
                    aanwezigheidsvergunning van kansspelautomaten (artikel 30e van de wet). Ook ten
                    aanzien van het zedelijk gedrag van de vergunningaanvrager, bedrijfsleiders en
                    beheerders zijn bij of krachtens de wet (artikel 30d van de wet juncto artikel 4
                    Speelautomatenbesluit) regels gesteld die worden beoordeeld bij de aanvraag van
                    de aanwezigheidsvergunning voor de aanwezigheid van de speelautomaten in de hal. </al><al/><al>De strekking van de verordening is het afwenden van een ontoelaatbare nadelige
                    beïnvloeding van de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving van de hal. De
                    jurisprudentie met betrekking tot artikel 30 van de wet geeft blijk dat bij de
                    beoordeling van een vergunningaanvraag voor een speelautomatenhal acht mag
                    worden geslagen op de mogelijke gevolgen voor het leefklimaat. In het bepaalde
                    onder e. komt tot uiting dat de vergunning dient te worden geweigerd, wanneer
                    gevreesd moet worden dat de woon- en leefsituatie door de vestiging van (nog)
                    een hal op ontoelaatbare wijze zal worden aangetast. Daarbij wordt rekening
                    gehouden met het karakter van de straat, het winkelniveau aldaar en van de wijk
                    waarin de speelautomatenhal is gelegen of zal komen te liggen. In de beoordeling
                    van de aanvraag wordt de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                    blootstaat of bloot zal komen te staan betrokken.</al><al/><al>Het is ook mogelijk om een vergunning te weigeren, wanneer er sprake is van een
                    op ontoelaatbare wijze aantasten van het karakter van een (deel van)
                    winkelstraat/-buurt/-centrum. Dit kan bij voorbeeld het geval zijn in een
                    winkelstraat met winkels van een 'exclusief' karakter. Door de vestiging van een
                    automatenhal zal er sprake (kunnen) zijn van een ontoelaatbaar spanningsveld,
                    waardoor een te grote inbreuk mag worden gevreesd op de bestaande functie van de
                    winkelstraat.</al><al/><al>Onder f. is als weigeringsgrond opgenomen dat er geen sprake mag zijn van strijd
                    met een geldend bestemmingsplan. Voor de toepassing van deze bepaling wordt
                    handelen op grond van een vrijstelling van het geldende bestemmingsplan
                    beschouwd als handelen in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Doel
                    van dit lid is de koppeling van de vereiste vergunning met het planologisch
                    regime. </al><al>Vereist is dus niet dat de locatie waar vergunning voor wordt gevraagd is
                    aangewezen als speelautomatenhal in het bestemmingsplan, maar dat een
                    bestemmingsplan de vestiging niet mag uitsluiten. Op deze wijze wordt voorkomen
                    dat op basis van deze verordening een vergunning moet worden verleend, terwijl
                    later op grond van strijd met het bestemmingsplan tegen de vestiging moet worden
                    opgetreden. Deze constructie is blijkens het KB van 2 januari 1980, AB 1980,
                    151, mogelijk. Zie ook ARRS 28 oktober 1983, AB 1984, 42.</al><al/><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Indien een exploitant de beheerder verliest, door overlijden of vertrek, behoeft
                    de exploitant de bedrijfsuitoefening niet te staken, indien binnen de aangegeven
                    termijn een nieuwe vergunning wordt aangevraagd. Het vervallen van de bestaande
                    vergunning van rechtswege betekent dat belanghebbenden hiertegen geen bezwaar of
                    beroep kunnen aantekenen, aangezien van een beschikking geen sprake is.</al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Onderbreking van de exploitatie voor een periode langer dan in de bepaling
                    genoemd, behoeft niet in alle gevallen aanleiding te geven om de vergunning in
                    te trekken. Gedacht kan bij voorbeeld worden aan een bijzonder langdurige
                    verbouwing. </al><al/><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Het eerste lid van het artikel heeft tot doel aan de erfgenamen bij overlijden
                    van een exploitant enige tijd te geven om zich te beraden over de al dan niet
                    voortzetting van het bedrijf. Ingevolge het bepaalde in artikel 4, eerste lid,
                    is de vergunning niet overdraagbaar en dient een nieuwe vergunning te worden
                    aangevraagd door degene die de exploitatie voortzet. In afwachting hiervan
                    behoeft de bedrijfsuitoefening niet te worden gestaakt, mits de aard van de
                    inrichting en overige omstandigheden ongewijzigd blijven.</al><al>Bij wisseling van exploitant geldt eveneens dat de bedrijfsuitoefening niet
                    behoeft te worden gestaakt gedurende de beslissingsperiode op een nieuwe
                    aanvraag. Ook hier geldt als voorwaarde, evenals in het eerste lid, voor het
                    voortzetten van de exploitatie dat de aard van de inrichting en de wijze van
                    exploitatie ongewijzigd blijven.</al><al/><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>De burgemeester is bij het verlenen van een aanwezigheidsvergunning aan de in
                    dit artikel gestelde maxima gebonden. Zie voor nadere toelichting “<cursief>2
                        Het aantal kansspelautomaten in hoog- en laagdrempelige inrichtingen en de
                        speelautomatenhal</cursief>” in de Algemene toelichting. </al><al/><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich. Met betrekking tot de aanwezigheidsvergunning
                    staan de strafbepalingen vermeld in artikel 31 van de wet. Dit betreft
                    gedragingen in strijd met voorschriften vastgesteld bij of krachtens artikel
                    30b, eerste lid en 30d, eerste lid, tweede volzin van de wet.</al><al/><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Het college is bevoegd tot aanwijzing van de aanwijzen van toezichthouders. Er
                    is daarbij sprake van:</al><lijst><li nr="a."><al>toezichthouders met betrekking tot de aanwezigheidsvergunning en de
                            daaraan verbonden voorschriften en beperkingen (als vermeld in artikel
                            30b en 30d van de wet); en</al></li><li nr="b."><al>toezichthouders met betrekking tot de exploitatievergunning
                            speelautomatenhal en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen
                            (als vermeld in artikel 2 van deze verordening).</al></li></lijst><al>De aanwijzingsbevoegdheid onder a. rust op artikel 30w, tweede lid van de wet.
                    De aanwijzingsbevoegdheid vermeld onder b. vindt zijn grondslag in artikel 11
                    van deze verordening. </al><al/><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>De verordening Speelautomaten, vastgesteld op 27 april 1987, is inmiddels onder
                    andere als gevolg van gewijzigde landelijke regelgeving op een aantal punten
                    verouderd en dient geactualiseerd te worden.</al><al/><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al/><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>