<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2693_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening adviescommissie bezwaarschriften tegen raadsbesluiten gemeente Nijkerk 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nijkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nijkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Stad Nijkerk, 19-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening adviescommissie bezwaarschriften raad Nijkerk 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=84&amp;g=2014-11-12">Gemeentewet, art. 84</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-07-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 4, 7, 17, 19, toelichting</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012-092</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening adviescommissie bezwaarschriften tegen raadsbesluiten gemeente Nijkerk
            2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><cursief>(geconsolideerde versie, geldend vanaf 23 december
                        2004.)</cursief></al><al>De raad van de gemeente Nijkerk;</al><al>gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 84 van
                        de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de Verordening adviescommissie bezwaarschriften
                        tegen raadsbesluiten gemeente Nijkerk 2004.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>commissie:</cursief> de commissie voor de advisering
                                    over bezwaarschriften;</al></li><li nr="b."><al><cursief>indiener:</cursief> degene die een bezwaarschrift heeft
                                    ingediend bij de raad;</al></li><li nr="c."><al><cursief>bezwaarschrift:</cursief> elk geschrift, waarmee
                                    bezwaar wordt gemaakt in het kader van de Algemene wet
                                    bestuursrecht;</al></li><li nr="d."><al><cursief>wet:</cursief> de Algemene wet bestuursrecht (Stb.
                                    1999, 214).</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr><titel>DE COMMISSIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>instelling commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie voor het uitbrengen van advies voor de
                                voorbereiding van beslissingen op gemaakte bezwaren als bedoeld in
                                artikel 1:5 van de wet tegen besluiten van de raad </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in lid 1 bedoelde commissie brengt geen advies uit over besluiten
                                op het gebied van personeelsaangelegenheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>samenstelling van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit maximaal zes leden, waaronder de
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden maken geen deel uit van een gemeentelijk bestuursorgaan van
                                de gemeente Nijkerk en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid
                                van een gemeentelijk bestuursorgaan van de gemeente Nijkerk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter en de leden worden benoemd, geschorst en ontslagen
                                door de raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Uit de leden benoemt de voorzitter twee plaatsvervangende
                                voorzitters.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>zittingsduur van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de leden worden benoemd voor een periode van 5
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter of een lid kan herbenoemd worden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter en de leden kunnen op ieder moment ontslag nemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aftredende leden blijven hun functie vervullen totdat in hun
                                opvolging is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>secretaris van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In overleg tussen de raad en het college van burgemeester en
                                wethouders worden ambtenaren aangewezen als secretaris en
                                plaatsvervangend secretaris van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris mag niet betrokken zijn geweest bij de voorbereiding
                                van het bestreden besluit.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr><titel>BEVOEGDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>registratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bezwaarschriften worden centraal geregistreerd en getoetst door de
                                griffier in overleg met de secretaris van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bezwaarschriften worden ter advisering aan de commissie voorgelegd
                                tenzij het bevoegde bestuursorgaan concludeert dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is of</al></li><li nr="b."><al>het bezwaarschrift kennelijk ongegrond is of</al></li><li nr="c."><al>aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere
                                        belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden
                                        geschaad.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>uitoefening wettelijke bevoegdheden</titel></kop><al>De commissie is voor de advisering over bezwaarschriften bevoegd namens
                            de raad de bevoegdheden volgens de onderstaande artikelen van de wet uit
                            te oefenen:</al><lijst><li nr="a."><al>Artikel 2:1, tweede lid (verlangen van een schriftelijke
                                    machtiging);</al></li><li nr="b."><al>Artikel 6:6, voor wat betreft de indiener in de gelegenheid te
                                    stellen, binnen een nader te stellen termijn een verzuim te
                                    herstellen;</al></li><li nr="c."><al>Artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken over de
                                    behandeling door de commissie aan de gemachtigde betreft;</al></li><li nr="d."><al>Artikel 7:4, tweede lid (ter inzage leggen stukken voorafgaand
                                    aan het horen);</al></li><li nr="e."><al>Artikel 7:6, vierde lid (geheimhouden verslag hoorzitting bij
                                    het niet tegelijkertijd horen van belanghebbenden);</al></li><li nr="f."><al>Artikel 7:3 (afzien van het horen van belanghebbenden).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>taken voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de plaats en het tijdstip van de hoorzitting
                                waarin belanghebbenden, de raad en de indiener van het raadsvoorstel
                                in de gelegenheid worden gesteld zich in persoon of door hun
                                gemachtigde door de commissie te laten horen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter zit de hoorzitting over het bezwaarschrift voor.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter ondertekent het verslag van de hoorzitting en het
                                advies van de commissie op het bezwaarschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>taken secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris draagt zorg voor de ter inzagelegging van de stukken,
                                die tijdens de hoorzitting aan de orde komen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris treedt op als juridisch adviseur van de
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris nodigt namens de commissie de indiener van het
                                bezwaarschrift, de raad, de indiener van het betreffende
                                raadsvoorstel en eventueel overige belanghebbenden uit voor de
                                hoorzitting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de
                                hoorzitting.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De secretaris ondertekent het verslag van de hoorzitting en het
                                advies van de commissie op het bezwaarschrift.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>DE PROCEDURE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>ingediende bezwaarschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bezwaarschrift en de daarbij overlegde stukken worden zo spoedig
                                mogelijk in handen gesteld van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het bericht van ontvangst zoals bedoeld in artikel 6:14 van de
                                wet wordt vermeld dat een commissie over het bezwaar zal
                                adviseren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling
                                van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste
                                inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie kan bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en
                                deze uitnodigen daarvoor in de commissie te verschijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>uitnodiging hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris deelt belanghebbenden, de raad en de indiener van het
                                raadsvoorstel ten minste één week voor de zitting schriftelijk mee,
                                dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens
                                de zitting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een belanghebbende, de raad of de indiener van het raadsvoorstel
                                wijziging wenst van het tijdstip van de zitting, wordt dit binnen
                                drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling, onder opgaaf
                                van redenen verzocht aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter, op een verzoek als bedoeld in het
                                tweede lid, wordt zo spoedig mogelijk meegedeeld aan belanghebbenden
                                en de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>aanwezige leden tijdens een zitting</titel></kop><al>Bij een zitting bedoeld in artikel 12 zijn drie leden, waaronder in
                            ieder geval de voorzitter dan wel zijn plaatsvervanger aanwezig.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De leden nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift in de
                            commissie, als hun onpartijdigheid daarbij in het geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>openbaarheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingen van de commissie zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deuren worden gesloten als de voorzitter of een van de aanwezige
                                leden dat nodig vindt of een belanghebbende daarom verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de zitting wordt voortgezet beslist de commissie of de
                                zitting achter gesloten deuren wordt voortgezet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen
                                van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun
                                hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag bevat een korte vermelding van hetgeen over en weer is
                                gezegd en overigens op de zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren heeft
                                plaatsgevonden, of als belanghebbenden of hun gemachtigden niet in
                                elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan
                                melding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de in de zitting overgelegde stukken, die
                                bij het verslag kunnen worden gevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als na afloop van de zitting maar voordat het advies is opgesteld,
                                een nader onderzoek wenselijk blijkt, kan de commissie dit onderzoek
                                instellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan
                                de leden van de commissie, de raad en de belanghebbenden
                                toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie, de raad en de belanghebbenden kunnen
                                binnen een week na verzending van de in het eerste lid bedoelde
                                nadere informatie aan de commissie een verzoek richten tot het
                                beleggen van een nieuwe hoorzitting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de
                                bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de
                                hoorzitting, zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>beraadslagingen en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                                door haar uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een minderheidsstandpunt wordt in het advies melding gemaakt
                                indien het betreffende commissielid dit wenst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                                beslissing op het bezwaarschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>uitbrengen van het advies</titel></kop><lid><lidnr/><al>Het advies en het verslag als bedoeld in artikel 18 en eventueel
                                door de commissie ontvangen nadere informatie worden tijdig, onder
                                gelijktijdige toezending aan belanghebbenden en de indiener van het
                                raadsvoorstel, uitgebracht aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het advies aan de raad voegt de commissie zo mogelijk een
                                ontwerp-beslissing op het bezwaarschrift.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voorstel aan de raad om te beslissen op het bezwaarschrift wordt
                                voorbereid door de indiener(s) van het oorspronkelijke
                                raadsvoorstel, tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad zendt een kopie van de genomen beslissing aan de
                                commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>intrekking</titel></kop><al>De Verordening behandeling van bezwaar- en beroepschriften gemeente
                            Nijkerk 2000 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening adviescommissie
                            bezwaarschriften raad Nijkerk 2004.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</al><al>van de raad van de gemeente Nijkerk d.d.</al><al>4 maart 2004,</al></slotformulering><ondertekening><functie>de griffier</functie><naam><voornaam>F.E.</voornaam><achternaam>CONTANT</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>de voorzitter</functie><naam><voornaam>B.</voornaam><achternaam>VRIES</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn onder andere regels gesteld ten
                    aanzien van de behandeling van bezwaar- en beroepschriften. Hiermee is een
                    duidelijke systematiek in de opbouw van de rechtsbescherming in Nederland tot
                    stand gebracht. </al><al>Op grond van artikel 8:1 van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit
                    beroep instellen bij de rechtbank. Alvorens beroep kan worden ingesteld moet een
                    belanghebbende, behoudens een aantal met name genoemde uitzonderingen, eerst
                    tegen een besluit bezwaar aantekenen bij het bestuursorgaan dat het besluit
                    heeft genomen (artikel 7:1 Awb). Tot slot staat tegen de uitspraak van de
                    rechtbank hoger beroep open bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
                    State. </al><al>Ten behoeve van de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten van de raad
                    zijn in het kader van de Awb regels opgesteld. In de regeling is met name de
                    instelling, samenstelling en werkwijze van de gemeentelijke commissie voor de
                    advisering over bezwaarschriften geregeld. </al><al>De commissie is onder andere belast met het horen van belanghebbenden, de raad
                    en de indiener van het raadsvoorstel in het kader van een tegen een besluit van
                    de raad ingediend bezwaar. De commissie adviseert vervolgens de raad ten aanzien
                    van de beslissing, die op het bezwaar moet worden genomen. </al><al>Hieronder zal een korte artikelsgewijze toelichting op de verordening worden
                    gegeven. Met name wordt aandacht geschonken aan de in verschillende artikelen
                    opgenomen verwijzingen naar de Awb. </al><tussenkop>Artikel 1 begripsbepalingen</tussenkop><al>De verwijzing naar de Algemene wet bestuursrecht is uitgebreid geformuleerd om
                    hierbij een zo duidelijk mogelijke en eenduidige basis voor deze regeling te
                    hebben. Hiermee wordt voorkomen dat na die datum in werking tredende wijzigingen
                    onbedoeld van toepassing worden op deze regeling. </al><tussenkop>Artikel 2 instelling commissie</tussenkop><al>In artikel 1:5 van de Awb wordt bepaald wat verstaan wordt onder het maken van
                    bezwaar.</al><al>Het maken van bezwaar is hierbij; “het gebruik maken van de ingevolge een
                    wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid, voorziening tegen een besluit te
                    vragen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.” </al><al>Voor de advisering over bezwaren in het kader van personeelsaangelegenheden
                    geldt dat hiervoor een aparte regeling van toepassing is, waarvoor een aparte
                    adviescommissie in het leven wordt geroepen bestaande uit een vertegenwoordiging
                    van werkgevers- en werknemerszijde en een onafhankelijk voorzitter. </al><tussenkop>Artikel 3 samenstelling van de commissie</tussenkop><al>De bepalingen in dit artikel zijn zodanig geformuleerd dat de commissie voldoet
                    aan de minimumvereisten zoals genoemd in artikel 7:13 van de Awb. In artikel
                    7:13 Awb is bepaald dat de commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste
                    twee leden. Verder schrijft artikel 7:13 Awb voor dat de voorzitter van de
                    commissie geen deel uit maakt van of is werkzaam onder de verantwoordelijkheid
                    van het gemeentelijk bestuursorgaan. </al><tussenkop>Artikel 5 secretaris van de commissie</tussenkop><al>Door vast te leggen dat de (ambtelijk) secretaris niet betrokken is bij de
                    voorbereiding van het bestreden besluit wordt ook van deze zijde de
                    onafhankelijkheid van de commissie zoveel als mogelijk gewaarborgd.</al><tussenkop>Artikel 6 registratie</tussenkop><al-groep><al>Om een eenduidige behandeling van bezwaarschriften te garanderen, komen de
                        bezwaarschriften op één plek binnen en worden zij centraal geregistreerd.
                        Hierbij wordt getoetst of het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk dan
                        wel kennelijk ongegrond is. Voor de eerste categorie valt te denken aan
                        termijnoverschrijdingen en bezwaarschriften van personen of instellingen,
                        die zondermeer buiten de categorie van direct belanghebbenden vallen. Bij
                        kennelijk ongegrond valt te denken aan bezwaren tegen privaatrechtelijke
                        beslissingen. In deze gevallen wordt het bezwaarschrift niet voorgelegd aan
                        de commissie maar wordt door de griffier in overleg met de secretaris van de
                        commissie rechtstreeks een advies aan de raad uitgebracht. Achterliggende
                        gedachte is om de behandeling van de bezwaarschriften zo efficiënt mogelijk
                        te laten verlopen.</al><al>Mede op basis van de reactie van de indiener zal in dat geval een
                        (rechtstreeks) advies worden uitgebracht.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 8 taken voorzitter</tussenkop><al>Naast de belanghebbenden en de raad wordt ook de indiener van het raadsvoorstel
                    uitgenodigd voor de hoorzitting. Dit kan het college van burgemeester en
                    wethouders zijn, maar bijvoorbeeld ook een commissie uit de raad of een
                    raadslid. Reden hiervoor is, dat de indiener van het raadsvoorstel bekend is met
                    de achterliggende motivering van het voorstel en bovendien ook het voorstel voor
                    de beslissing op het bezwaarschrift dient voor te bereiden.</al><al>Het ligt voor de hand om als vertegenwoordiger van de raad de voorzitter van de
                    commissie, waarin het oorspronkelijke voorstel is besproken, aan te wijzen. </al><tussenkop>Artikel 9 uitoefening wettelijke bevoegdheden</tussenkop><al>Voor een praktische uitvoering van taken door de commissie is de commissie
                    bevoegd namens de raad een aantal taken uit te oefenen. </al><al>In artikel 2:1, tweede lid van de Awb is geregeld dat het bestuursorgaan van een
                    gemachtigde een schriftelijke machtiging kan verlangen.</al><al>In artikel 6:6 Awb is geregeld dat de indiener in de gelegenheid wordt gesteld
                    een verzuim ten aanzien van artikel 6:5 Awb of enig ander wettelijk voorschrift
                    binnen een nader te stellen termijn te herstellen. Pas na het verstrijken van
                    deze termijn kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard. In artikel 6:5
                    Awb is geregeld dat het bezwaarschrift ondertekend dient te zijn, de naam en het
                    adres van de indiener en een dagtekening dient te bevatten, alsmede een
                    omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van
                    het bezwaar.</al><al>De artikelen 7:4, lid 2 en 7:18, lid 2 Awb hebben betrekking op de ter
                    inzagelegging voor belanghebbenden van het bezwaarschrift en alle verdere op de
                    zaak betrekking hebbende stukken gedurende tenminste een week voorafgaande aan
                    de hoorzitting. </al><al>De artikelen 7:6, lid 4, 7:18, lid 6 en 7:20, lid 4 Awb hebben betrekking op
                    besluiten tot eventuele geheimhouding van stukken of het verhandelde tijdens het
                    afzonderlijk horen van belanghebbenden. </al><al>De artikelen 7:3 en 7:17 van de Awb hebben betrekking op de mogelijkheid om af
                    te zien van het houden van een hoorzitting. Redenen hiervoor kunnen zijn: als
                    het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is, kennelijk ongegrond is, de
                    belanghebbenden hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht om
                    te worden gehoord, of aan het bezwaar volledig tegemoet kan worden gekomen
                    zonder dat andere belanghebbenden daardoor in hun belangen kunnen worden
                    geschaad. Wanneer zich één van deze omstandigheden voordoet, ligt het in de rede
                    om naast het bestuursorgaan de commissie de bevoegdheid te geven af te zien van
                    het houden van een hoorzitting.</al><tussenkop>Artikel 16 verslaglegging</tussenkop><al>In de artikelen 7:7 en 7:21 van de Awb is slechts opgenomen dat van de
                    hoorzitting een verslag wordt gemaakt. In dit artikel van de verordening zijn
                    daarop aanvullende elementen opgenomen waaraan het verslag van de hoorzitting
                    dient te voldoen. </al><tussenkop>Artikel 17 nader onderzoek</tussenkop><al>Hiermee wordt geregeld dat alle bij het bezwaar betrokkenen kennis kunnen nemen
                    van de nader verkregen informatie. Mocht deze informatie voor één van de
                    betrokkenen aanleiding geven voor een nieuwe hoorzitting dan kan hij de
                    commissie daarom verzoeken. </al><tussenkop>Artikel 19 uitbrengen van het advies</tussenkop><al>[vervallen]</al><tussenkop>Artikel 20 beslissing</tussenkop><al-groep><al>Om de behandeling van het bezwaarschrift te bespoedigen voegt de commissie
                        zo mogelijk een ontwerpbeslissing bij haar advies. Dit kan in ieder geval
                        wanneer de commissie het advies geeft om het bezwaar ongegrond of
                        niet-ontvankelijk te verklaren. </al><al>Op basis van het advies van de commissie wordt een voorstel aan de raad
                        voorbereid tot heroverweging van het besluit en beslissing op het
                        bezwaarschrift. Er is voor gekozen deze taak in de regel op te dragen aan de
                        indieners van het raadsvoorstel dat tot het bestreden besluit heeft geleid.
                        Dat is vaak het college, maar soms ook een raadscommissie, agendacommissie
                        of fractievoorzittersoverleg. De raad kan voor een andere
                        voorbereidingsprocedure kiezen.</al></al-groep></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>