<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR26853_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening 2009 op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Enkhuizen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Enkhuizen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Enkhuizen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Drom, 26-09-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Enkhuizen 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 192</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-10-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Aanpassing afschrijvingsperiode voor Riolering: aanleg/ vervanging naar 40 jaar.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financien, financiele, beleid, jaarrekening, programmarekening, programmabegroting,</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening 2009 op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Enkhuizen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Enkhuizen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2008,
                        nummer: 2008082;</al><al>gelet op de artikel 147 en 192 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>1) in te trekken de FINANCIËLE VERORDENING GEMEENTE ENKHUIZEN 2005
                        (raadsbesluit 6 december 2005);</al><al>2) vast te stellen DE VERORDENING 2009 OP DE UITGANGSPUNTEN VOOR HET</al><al>FINANCIEEL BELEID, ALSMEDE VOOR HET FINANCIEEL BEHEER EN VOOR DE</al><al>INRICHTING VAN DE FINANCIËLE ORGANISATIE VAN DE GEMEENTE ENKHUIZEN.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/></kop><artikel><kop><label>Artikel 1. Definities</label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de
                                    gemeentelijke organisatie die als zodanig een eigen
                                    rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college heeft.</al></li><li nr="b."><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van)
                                    de organisatie van de gemeente Enkhuizen en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></li><li nr="c."><al>financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat
                                    omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen
                                    betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Enkhuizen, teneinde te komen tot een
                                    goed inzicht in:</al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="2."><al>het financiële beheer;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="5."><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                            daarover.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische
                                    maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand
                                    houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                                    informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                                    leiding.</al></li><li nr="e."><al>financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht
                                    op het beheer van middelen en het uitoefenen rechten van de
                                    gemeente Enkhuizen.</al></li><li nr="f."><al>rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                                    regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen,
                                    raadsbesluiten en collegebesluiten.</al></li><li nr="g."><al>doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                                    beperkt mogelijke inzet van middelen.</al></li><li nr="h."><al>doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke
                                    effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel 1. Begroting en verantwoording</label></kop><paragraaf><kop><label>Kaderstellen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2. Programmabegroting</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>(Geschrapt)</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt per programma vast:</al><lijst><li nr="a."><al>a. de beoogde maatschappelijke effecten;</al></li><li nr="b."><al>b. de te leveren goederen en diensten;</al></li><li nr="c."><al>c. de baten en lasten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking
                                    tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren
                                    goederen en diensten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid,
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                    gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                    doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                    kunnen worden getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3. Producten</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven
                                    van de toedeling van deproducten uit de productraming aan de
                                    programma’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor
                                    de raadsperiode vast,tenzij er dringende redenen zijn tot
                                    wijzigen. Wijzigingen worden bij de begroting
                                    explicietvermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4. Kaders begroting</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt op het in het spoorboekje genoemde tijdstip de
                                    raad en derekenkamer(functie) een nota aan over de kaders voor
                                    het volgende begrotingsjaar en de drieopvolgende jaren. In deze
                                    nota worden de bevindingen betrokken uit de rapportage van de
                                    begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 7 en de jaarstukken
                                    bedoeld in artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt deze nota in de maand daaropvolgend vast.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Uitvoering</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5. Uitvoering begroting</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                    begroting rechtmatig,doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg
                                    voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                                            eenduidig zijn toegewezen aan deproducten van de
                                            productraming;</al></li><li nr="b."><al>de budgetten uit de productraming en kredieten voor
                                            investeringen passen binnen dekaders zoals geautoriseerd
                                            bij de vaststelling van de begroting;</al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden
                                            overschreden dat de realisatie vanandere producten
                                            binnen hetzelfde programma onder druk komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s
                                    zoals geautoriseerd in de(gewijzigde) begroting niet worden
                                    overschreden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Beheersing en Interne controle</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 6. Interne controle</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                    rechtmatigheid van dejaarrekening zorg voor de jaarlijkse
                                    interne toetsing van de getrouwheid van deinformatieverstrekking
                                    en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij
                                    afwijkingenneemt het college maatregelen tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verricht onderzoek naar de doelmatigheid en
                                    doeltreffendheid van het gevoerdebestuur overeenkomstig de
                                    regels in de “Verordening onderzoeken doelmatigheid
                                    endoeltreffendheid van de gemeente Enkhuizen”.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Rapportage en Verantwoording</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 7. Tussentijdse rapportage en informatie</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                    rapportages over de realisatievan de begroting van de gemeente
                                    over de eerste vier maanden en de eerste acht maandenvan het
                                    lopende boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op het in het
                                    spoorboekje genoemdetijdstip:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorjaarsnota: deze nota informeert de raad over de
                                            realisatie van de begroting van degemeente over de
                                            eerste vier maanden van het lopende boekjaar en verwerkt
                                            in de lopendebegroting de resultaten van de jaarrekening
                                            van het voorgaande jaar, alsmede de inzichtenover het
                                            lopende jaar, inclusief inmiddels genomen
                                            besluiten.</al></li><li nr="b."><al>de najaarsnota: deze nota informeert de raad over de
                                            realisatie van de begroting van degemeente over de
                                            eerste acht maanden van het lopende boekjaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                    programma-indeling van debegroting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
                                    lasten, de geleverde goederenen diensten en indien daar
                                    aanleiding voor is de maatschappelijke effecten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt
                                    pas een besluit, nadat de raadin de gelegenheid is gesteld zijn
                                    wensen en bedenkingen ter kennis van het college tebrengen
                                    bij:</al><lijst><li nr="a."><al>a. investeringen of andere meerjarige verplichtingen met
                                            een jaarlast groter dan € 10.000;</al></li><li nr="b."><al>b. aankoop van goederen en diensten of andere éénmalige
                                            verplichtingen groter dan €25. 000 als door deze
                                            investering of aankoop de begroting wordt
                                            overschreden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>het college informeert de raad in december over substantiële
                                    afwijkingen ten opzichte van debegroting, die bekend geworden
                                    zijn nadat de najaarsnota is samengesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8. Jaarstukken</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                    verantwoording van de dienstennaar de productenrealisatie en
                                    naar de programmaverantwoording.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                    programma’s. In deverantwoording geeft het college aan:</al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt;</al></li><li nr="b."><al>welke goederen en diensten zijn geleverd;</al></li><li nr="c."><al>wat de kosten zijn</al></li><li nr="d."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
                                            gestelde doelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s
                                    of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
                                    bijstelling behoeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders niet in staat zijn geweest om
                                    activiteiten uit te voeren,waarvoor de raad geld beschikbaar
                                    heeft gesteld en de activiteiten worden het volgende
                                    jaaruitgevoerd, dan verantwoorden burgemeester en wethouders de
                                    lasten op het nieuwe jaar.</al><al>De raad wordt hierover geïnformeerd en neemt na de vaststelling
                                    van de jaarrekening eenbesluit over het toevoegen van in het
                                    voorgaande jaar niet bestede budgetten aan debegroting van het
                                    nieuwe jaar.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel 2. Financiële positie</label></kop><paragraaf><kop><label>Kaderstellen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 9. Financiële positie</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de
                                    raad heeft besloten, in deuiteenzetting van de financiële
                                    positie en de meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden
                                    bij de uiteenzetting van definanciële positie expliciet
                                    vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad neemt bij het vaststellen van de begroting een
                                    afzonderlijk besluit overinvesteringskredieten voor het
                                    begrotingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college biedt op de in het spoorboekje genoemde tijdstippen
                                    een rapportage aan over devoortgang van de uitvoering van de
                                    investeringen aan. De raad wordt hierbij, indiennoodzakelijk,
                                    een voorstel voorgelegd over aanpassing van het
                                    investeringskrediet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een investeringskrediet vervalt twee jaar nadat het besluit is
                                    genomen, mits de raad eenafwijkend besluit heeft genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overzicht van afschrijvingstermijnen.</al><al/><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>Materiële vaste activa</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Gronden en terreinen</al></entry><entry><al> Op niet vervuilde grond wordt</al><al>niet afgeschreven; op</al><al>vervuilde grond wordt</al><al>afhankelijk van de urgentie</al><al>afgeschreven</al></entry></row><row><entry><al>Gebouwen (waaronder
                                                  onderwijsaccommodatie)</al></entry><entry><al> 40 jaar</al></entry></row><row><entry><al>Semi-permanente nieuwbouw (waaronder
                                                  onderwijs)</al></entry><entry><al> 15 jaar</al></entry></row><row><entry><al>Eerste inrichting(onderwijsaccommodaties)</al></entry><entry><al> 15 jaar</al></entry></row><row><entry><al>Verbouwingen/renovaties &gt; € 50.000 </al></entry><entry><al>25 jaar</al></entry></row><row><entry><al>Verbouwingen/renovaties &lt; € 50.000</al></entry><entry><al> 15 jaar</al></entry></row><row><entry><al>Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
                                                  infrastructuur</al></entry><entry><al> 40 jaar</al></entry></row><row><entry><al>Grond-, weg- en waterbouwkundige werken &gt; €
                                                  50.000 </al></entry><entry><al>25 jaar</al></entry></row><row><entry><al>Grond-, weg- en waterbouwkundige werken &lt; €
                                                  50.000</al></entry><entry><al> 15 jaar</al></entry></row><row><entry><al>Riolering: aanleg/ vervanging </al></entry><entry><al>40 jaar</al></entry></row><row><entry><al>Bewegwijzering/ verkeersmaatregelen</al></entry><entry><al> 10 jaar</al></entry></row><row><entry><al>Openbare verlichting </al></entry><entry><al>10 jaar</al></entry></row><row><entry><al>Brandweervoertuigen </al></entry><entry><al>Verwachte econ. levensduur</al></entry></row><row><entry><al>Brandweermaterieel </al></entry><entry><al>Verwachte econ. levensduur</al></entry></row><row><entry><al>Automatisering</al></entry><entry><al> 5 jaar</al></entry></row><row><entry><al>Machines/ apparaten/ installaties &gt; €
                                                  50.000 </al></entry><entry><al>Verwachte econ. levensduur</al></entry></row><row><entry><al>Machines/ apparaten/ installaties &lt; €
                                                  50.000 </al></entry><entry><al>Verwachte econ. levensduur</al></entry></row><row><entry><al>Meubilair</al></entry><entry><al> 10 jaar</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als om bepaalde redenen voorbereidingskosten worden gemaakt,
                                    dienen deze in eerste instantie bij het aangevraagde krediet te
                                    worden betrokken. Indien het niet tot een kredietaanvraag komt
                                    worden deze kosten ineens afgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de aanschaf van kapitaalgoederen, kleiner dan € 10.000 per
                                    stuk, komen de totale lasten in het jaar van aanschaf ten laste
                                    van het betreffende programma- en productbudget, uitgezonderd
                                    grond en terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd
                                    geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Hardware en software (automatisering) zijn investeringen met
                                    economisch nut en moetenworden geactiveerd, met in achtneming
                                    van de activeringsgrens. Bij de toepassing van
                                    deactiveringsgrens worden projectmatige investeringen waarvoor
                                    een krediet is gevoteerd,</al><al>opgevat als één geheel. Voor de overige aanschaffingen /
                                    aanpassingen geldt het bedrag per(onderdeel van de)
                                    opdracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals
                                    bedoeld in artikel 35 van hetBesluit begroting en verantwoording
                                    provincies en gemeenten, worden verstaan:</al><al>investeringen in aanleg en onderhoud van (inrichting) wegen,
                                    waterwegen, civielekunstwerken, groen en kunstwerken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                    maatschappelijk nut worden onderaftrek van bijdragen van derden
                                    en bestemmingsreserves ten laste van de exploitatiegebracht.
                                    Hiervan kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In geval van
                                    activering bij</al><al>raadbesluit wordt het actief lineair afgeschreven over de
                                    verwachte levensduur van het actiefof een kortere, door de raad
                                    aan te geven tijdsduur.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij samengestelde investeringen wordt één afschrijvingstermijn
                                    gehanteerd voor allecomponenten met uitzondering van grond,
                                    waarop niet wordt afgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien voor de dekking van de kapitaallasten van een investering
                                    met een economisch nut eenreserve is opgebouwd, dan valt deze
                                    bestemmingsreserve vrij conform de afschrijving van het</al><al>bijbehorend actief via resultaatsbestemming ter dekking van de
                                    kapitaallasten.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Met het afschrijven van een nieuw kapitaalgoed wordt begonnen in
                                    het begrotingsjaar datvolgt op het jaar waarin het gereed komt
                                    c.q. verworven wordt.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij het vaststellen van de afschrijving wordt geen rekening
                                    gehouden met een eventuelerestwaarde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11. Voorziening voor oninbare vorderingen</label></kop><al>Voor vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid
                                gevormd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12. Reserves en voorzieningen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt ééns in de drie jaar de (bijgestelde) nota
                                    reserves en voorzieningen aan.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves
                                            en de voorzieningen, in relatie tot denota
                                            weerstandsvermogen bedoeld in artikel 16.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt jaarlijks gelijktijdig met de in artikel 4
                                    genoemde nota een bijgesteld overzicht van reserves en
                                    voorzieningen aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13. Kostprijsberekening</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en
                                    diensten van de gemeenteEnkhuizen wordt een systeem van
                                    kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekeningworden
                                    naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken,
                                    die rechtstreekssamenhangen met de door de gemeente verleende
                                    diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan
                                    reserves voor de noodzakelijkevervanging van de betrokken
                                    activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en
                                    voor rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de
                                    compensabele BTW.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten
                                    wordt bepaald door hetrentetotaal van de uitstaande leningen en
                                    de bij begroting vastgestelde gecalculeerde renteover het eigen
                                    vermogen en voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij investeringen, waarvan de lasten in een (intern) tarief
                                    worden doorberekend, worden dekapitaallasten toegerekend met als
                                    uitgangspunt dat er wordt afgeschreven op basis van
                                    deannuïteiten en dat een vast rentepercentage geldt. Dit
                                    rentepercentage is de in de begrotingvastgestelde rekenrente
                                    voor nieuwe investeringen. Indien wordt afgeweken wordt
                                    vanvorenstaande dient dit gemotiveerd te worden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in de begroting vastgestelde rekenrente voor nieuwe
                                    investeringen enbouwgrondexploitaties is het gemiddelde
                                    percentage van de voorafgaande zeven jaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij investeringen met een vast rentepercentage wordt het tarief
                                    ééns in de vijf jaar herzien, bijbouwgrondexploitaties ieder
                                    jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14: Financieringsfunctie</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt bij de uitoefening van de
                                    financieringsfunctie zorg voor</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                            uitzetten van overtollige gelden omde programma’s binnen
                                            de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit
                                            te kunnenvoeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                            financieringsfunctie zoals renterisico’s,koersrisico’s
                                            en kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de
                                            leningen en het bereiken van eenvoldoende rendement op
                                            de uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                            kosten bij het beheren van degeldstromen en financiële
                                            posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde
                                    onder het eerste lid en legt deze regels alsmede de regels voor
                                    taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
                                    bijbehorende informatievoorziening vast in een
                                    treasurystatuut.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15. Registratie bezittingen, activa en vermogen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige
                                    registratie van bezittingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                    ontwikkeling van de bezittingen enhet vermogen van de gemeente
                                    systematisch worden gecontroleerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het
                                    college maatregelen voor herstelvan de tekortkomingen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel 3. Paragrafen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 16. Lokale heffingen</label></kop><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf lokale
                            heffingen tenminsteverslag van:</al><lijst><li nr="a."><al>de inkomsten;</al></li><li nr="b."><al>het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht van de heffingen;</al></li><li nr="d."><al>een aanduiding van de lokale lastendruk;</al></li><li nr="e."><al>een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17. Weerstandsvermogen en risicomanagement</label></kop><al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                            begroting en van dejaarstukken de risico’s van materieel belang en een
                            inschatting van de kans dat deze risico’s zichvoordoen. Hierbij wordt in
                            ieder geval aandacht gegeven aan:</al><lijst><li nr="a."><al>een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;</al></li><li nr="b."><al>een inventarisatie van de risico’s</al></li><li nr="c."><al>het beleid ten aanzien van de weerstandscapaciteit en de
                                    risico’s</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een (bijgestelde)
                                nota onderhoudkapitaalgoederen over het beleidskader onderhoud
                                kapitaalgoederen aan ter behandeling envaststelling door de
                                raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                onderhoudkapitaalgoederen verslag over de voortgang van het geplande
                                onderhoud en het eventueleachterstallig onderhoud aan openbaar
                                groen, water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair,riolering, scholen
                                en overige gebouwen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19. Financiering</label></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            financiering in ieder gevalverslag van:</al><lijst><li nr="a."><al> de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="b."><al> de renterisico norm;</al></li><li nr="c."><al> de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende drie jaar;</al></li><li nr="d."><al> de rentevisie en</al></li><li nr="e."><al> de rentekosten en rente opbrengsten verbonden aan de
                                    financieringsfunctie.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20. Bedrijfsvoering</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de bedrijfsvoeringparagraaf in de begroting wordt ingegaan op de
                                tijdelijke en actueleonderwerpen die aandacht behoeven. In de
                                bedrijfsvoeringparagraaf in het jaarverslag wordtgerapporteerd over
                                de bij de begroting bepaalde onderwerpen aangaande de
                                bedrijfsvoeringalsmede over nieuwe ontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringparagraaf van de
                                begroting en jaarstukken overde voortgang van de onderzoeken naar de
                                doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld inartikel 213a
                                Gemeentewet, en de uitputting van de bijbehorende budgetten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt op grond van artikel 212 van de gemeentewet de
                                raad ter vaststelling eennota aan betreffende de bestrijding van
                                misbruik en oneigenlijk (M&amp;O) gebruik van degemeentelijke
                                regelingen. Op grond van artikel 213 van de Gemeentewet voert de
                                accountantnaast de gebruikelijke controle naar getrouwheid van de
                                jaarrekening, een toets uit op derechtmatigheid van de jaarrekening,
                                waarbij het volgen van de kaders uit de nota M&amp;O beleidrelevant
                                is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21. Verbonden partijen</label></kop><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                            partijen in elk geval ingegaanop nieuwe verbonden partijen, het
                            beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen vanbestaande
                            verbonden partijen en eventuele problemen bij bestaande verbonden
                            partijen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22. Grondbeleid</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een (bijgestelde)
                                nota grondbeleid aan terbehandeling en vaststelling door de raad. In
                                deze nota wordt aandacht besteed aan:</al><al>a. de relatie met de programma’s van de begroting;</al><al>b. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                gemeente;</al><al>c. aan te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al><al>d. de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;</al><al>e. de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van
                                erfpachtvergoedingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De raad stelt de nota vast binnen drie maanden nadat de nota is
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken wordt
                                ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de
                                belangrijkste financiële ontwikkelingen
                                zoalsverlies/winstverwachtingen, de verwerving van gronden e.d. en
                                de relaties van het grondbeleidmet de programma’s.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel 4. Financiële organisatie en administratie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 23. Administratie</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de gemeente als geheel en inde afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van activa meteconomisch nut, activa met
                                        maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en
                                        schulden,enzovoorts.;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor
                                        het maken vankostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van hetgevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake
                                        geldendewet- en regelgeving;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en dedoeltreffendheid van het gevoerde bestuur
                                        in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, debegroting en ter
                                        zake geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleendeinformatie alsmede voor de controle
                                        op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 24. Financiële administratie</label></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting enverantwoording provincies en
                                    gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmedeaan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25. Financiële organisatie</label></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van degemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aande eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte
                                    informatieaan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van detoegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van
                                    leveringen tussen de afdelingen van de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoorbeschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van deactiviteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde
                                    beheer van de afdelingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 26. Aanbesteding en inkoop</label></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor deinkoop en aanbesteding van werken en diensten.
                            De regels waarborgen dat wordt gehandeld inovereenstemming met de regels
                            terzake van de Europese Unie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel 5. Slotbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 27. Inwerkingtreding</label></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2009, met dien
                            verstande dat de begroting,meerjarenraming, de jaarstukken, de
                            uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en dedaarbij
                            behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het
                            begrotingsjaar 2009voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 30. Citeertitel</label></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening gemeenteEnkhuizen 2009”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Besloten in de openbare vergaderingvan 2 december 2008</al></slotformulering><ondertekening>
          De griffier, De voorzitter,
        </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>