<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR267307_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Vlagtwedde 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlagtwedde</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlagtwedde</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">TAC</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Vlagtwedde 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>TAC</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Vlagtwedde 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>No. .</al><al>De raad van de gemeente Vlagtwedde;</al><al>op voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. ,
                        no.ZA.12-19292/DV.12-144[DecosDocument.Kenmerk] , afdeling M&amp;A;</al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;;</al><al>besluit :</al><al>vast te stellen de:</al><al>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN
                        2013</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 1 - Belastingplicht</onderstreept></titel></kop><al>1. Onder de naam "onroerende-zaakbelastingen" worden terzake van binnen de
                        gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al><al>a. een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar
                        een onroerende zaak al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                        persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;</al><al>b. een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar
                        van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
                        recht, verder te noemen: eigenarenbelasting.</al><al>2. Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><al>a. gebruik door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door een
                        door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde
                        gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden;</al><al>b. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik
                        is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft
                        gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de
                        belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
                        gegeven;</al><al>c. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig
                        gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter
                        beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking
                        heeft gesteld, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan
                        wie die zaak ter beschikking is gesteld.</al><al>3. Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                        begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                        vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
                        eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 2 - Belastingobject</onderstreept></titel></kop><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                        hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 3 - Maatstaf van heffing</onderstreept></titel></kop><al>1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                        waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor
                        het tijdvak waarbinnen het in artikel 1 bedoelde kalenderjaar valt.</al><al>2. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                        op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de
                        heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                        toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                        tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 4 - Vrijstellingen</onderstreept></titel></kop><al>1. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                        heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is
                        geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde
                        van:</al><al>a. ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                        cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond
                        van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt
                        van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                        gebruiken;</al><al>b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt
                        van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a
                        bedoelde grond;</al><al>c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst
                        of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                        levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van
                        zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al><al>d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de
                        Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1,
                        derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering
                        van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;</al><al>e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
                        zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met
                        volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend
                        het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;</al><al>f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, één
                        en ander met inbegrip van kunstwerken;</al><al>g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door
                        organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met
                        uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;</al><al>h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater
                        en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van
                        publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van
                        zodanige werken die dienen als woning;</al><al>i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder
                        dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die
                        niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al><al>j onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de
                        publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige
                        onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                        onderwijs;</al><al>k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen -
                        niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van
                        het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente,
                        zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,
                        fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;</al><al>l. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn
                        of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
                        recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen
                        als woning;</al><al>m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen
                        van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.</al><al>2. De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid
                        bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover
                        de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of
                        beperkt recht.</al><al>3. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                        heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de
                        waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning
                        dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 5 - Belastingtarieven</onderstreept></titel></kop><al>1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                        heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><al>a. de gebruikersbelasting: 0,0632 %</al><al>b. de eigenarenbelasting 0,0926 %</al><al>2. Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                        afgerond op gehele euro’s.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 6 - Wijze van heffing</onderstreept></titel></kop><al>De belastingen worden geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 7 - Termijnen van
                            betaling</onderstreept></titel></kop><al>1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de in Invorderingswet 1990
                        moeten de aanslagen die worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij
                        betrekking hebben, worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste
                        termijn vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet, de
                        tweede vier maanden na de dagtekening.</al><al>2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                        leden gestelde termijnen.</al><al>3. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                        bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                        afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel mogelijke
                        termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog
                        maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen zijn opgelegd overblijven,
                        met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste zeven en ten hoogste
                        tien bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                        aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al><al>4. Andere aanslagen dan die genoemd in het eerste lid, moeten worden betaald
                        uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 8 - Nadere regels door het college van
                                burgemeester en wethouders</onderstreept></titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de
                        onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 9 - Inwerkingtreding en
                                citeertitel</onderstreept></titel></kop><al>1. De "Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Vlagtwedde 2012",
                        vastgesteld bij raadsbesluit van 13 december 2011, no.11, en zoals nadien
                        gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                        datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                        blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan.</al><al>2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                        van de bekendmaking.</al><al>3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al><al>4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                        onroerende-zaakbelastingen gemeente Vlagtwedde 2013".</al><al>.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van datum.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>mevrouw L.A.M. Kompier,</ondertekening><ondertekening>voorzitter griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>