<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR26712_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2009, 35</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 216</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 217</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 221</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/396</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2008</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al>gezien het voorstel van het college;</al><al>gelet op de artikelen 216, 217 en 221 van de Gemeentewet;</al><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de "Verordening op de heffing en invordering van de
                        belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2009". </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan
                                    een plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of
                                    permanent gebruik;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in
                                    hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die
                                    dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan
                                    woondoeleinden;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                    woonruimte.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Belastingplicht.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam "belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten"
                                    worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee
                                    directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van
                                            het kalenderjaar een roerende bedrijfsruimte al dan niet
                                            krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                            recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van
                                            het kalenderjaar van een ruimte het genot heeft
                                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een roerende
                                            bedrijfsruimte in gebruik is gegeven, aangemerkt als
                                            gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft
                                            gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een roerende
                                            bedrijfsruimte voor volgtijdig gebruik aangemerkt als
                                            gebruik door degene die die roerende woon- of
                                            bedrijfsruimte ter beschikking heeft gesteld;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in
                                    gebruik heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is
                                    bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie
                                    die ruimte of deel daarvan in gebruik is gegeven of ter
                                    beschikking is gesteld;</al></li><li nr="4."><al>Vervallen.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Belastingobject.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr></kop><al>Als één ruimte wordt aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="b."><al>een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte dat blijkens
                                    zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te
                                    worden gebruikt;</al></li><li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer in onderdeel a bedoelde ruimten
                                    of in onderdeel b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde
                                    persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden
                                    beoordeeld, bij elkaar behoren;</al></li><li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a
                                    bedoelde ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan
                                    of van een in onderdeel c bedoeld samenstel.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Maatstaf van heffing.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De maatstaf van heffing is de waarde die aan de ruimte dient te
                                    worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan
                                    zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de
                                    staat waarin deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang
                                    in gebruik zou kunnen nemen.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van
                                    een bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn
                                    ingeschreven in een van de ingevolge de Monumentenwet 1988
                                    vastgestelde registers van beschermde monumenten, bepaald op de
                                    vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan die
                                    ingevolge het eerste lid. Bij de berekening van de
                                    vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de bestemming van die ruimte;</al></li><li nr="b."><al>de sedert de stichting van de ruimte opgetreden
                                            technische en functionele veroudering waarbij de invloed
                                            van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van
                                    een ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld
                                    in het tweede lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan
                                    een roerende zaak of gedeelte daarvan waarvoor een
                                    bouwvergunning in de zin van de Woningwet is afgegeven en dat
                                    door bouw nog niet geschikt is voor gebruik overeenkomstig de
                                    beoogde bestemming.</al></li><li nr="4."><al>Met betrekking tot een roerende woonruimte die deel uitmaakt van
                                    een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 (Staatsblad 1989,
                                    252) aangewezen landgoed, wordt in afwijking in zoverre van het
                                    eerste lid, de heffingsgrondslag bepaald met inachtneming van
                                    een veronderstelde verplichting om die zaak gedurende 25 jaren
                                    als zodanig in stand te houden en geen opgaand hout te vellen
                                    anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer noodzakelijk
                                    of gebruikelijk is.</al><al>Ruimten die dienstbaar zijn aan de woonruimte worden geacht deel
                                    uit te maken van die woonruimte.</al></li><li nr="5."><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef
                                    en onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel
                                    van de waarde die dient te worden toegekend aan de gehele
                                    ruimte.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Waardepeildatum.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte
                                    op 1 januari 2008 heeft.</al></li><li nr="2."><al>De heffingsmaatstaf vindt toepassing voor kalenderjaar
                                    2009.</al></li><li nr="3."><al>De waarde van de ruimte wordt bepaald naar de staat waarin de
                                    ruimte op de waardepeildatum verkeert.</al></li><li nr="4."><al>Indien een ruimte in het kalenderjaar voorafgaande aan het begin
                                    van het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing,
                                            verbetering, afbraak of vernietiging, hetzij verandering
                                            van bestemming, of</al></li><li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een
                                            andere, specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere
                                            omstandigheid, wordt, in afwijking van het derde lid, de
                                            waarde bepaald naar de staat van die ruimte bij het
                                            begin van het kalenderjaar.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Belastingtarieven.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                    heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,1232%</al></li><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting</al><lijst><li nr="-"><al>voor roerende woonruimten 0,0772%</al></li><li nr="-"><al>voor roerende bedrijfsruimten 0,1552%</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar
                                    beneden afgerond op gehele euro's.</al></li><li nr="3."><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet
                                    opgelegd.</al><al> Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op
                                    een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen roerende
                                    woon- of bedrijfsruimtenbelasting of andere heffingen aangemerkt
                                    als één belastingbedrag.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Vrijstellingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 3 wordt bij het bepalen
                                    van de maatstaf van heffing buiten aanmerking gelaten de waarde
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                            kweek of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond
                                            daarvan bestaat uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt
                                            geëxploiteerd ten behoeve van de land- of bosbouw. Onder
                                            cultuurgrond wordt mede begrepen de open grond, alsmede
                                            de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig
                                            aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen
                                            zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                            gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                            eredienst of voor het houden van openbare
                                            bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard,
                                            een en ander met uitzondering van delen van zodanige
                                            ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
                                            waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
                                            instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                            rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen
                                            van zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                            ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                            instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                            rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen
                                            van zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="e."><al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden
                                            zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen
                                            wordt toegebracht en die niet op zichzelf als ruimte
                                            zijn aan te merken;</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Wijze van heffing.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr></kop><al>De belastingen worden geheven bij wege van aanslag.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Termijnen van betaling.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen
                                    waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand
                                    volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                                    is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de
                                    verschuldigde bedragen door middel van automatische
                                    betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige
                                    kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden
                                    betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn
                                    vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de
                                    maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                    elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens
                                    tussen de 24e en het einde van de maand).</al></li><li nr="3."><al>Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid
                                    tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor
                                    het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische
                                    betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in
                                    het eerste lid.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Nadere regels door het college.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                            invordering van de belastingen op roerende woon- en
                            bedrijfsruimten.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Inwerkingtreding en citeertitel.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van de bekendmaking, doch niet eerder dan 1 januari
                                    2009.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2009.</al></li><li nr="3."><al>De "Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten
                                    2008" van 6 november 2007 wordt ingetrokken met ingang van de in
                                    het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met
                                    dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare
                                    feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                    belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2009".</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 november 2008</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Memorie van toelichting behorende bij de “Verordening belastingen op
                        roerende woon- en bedrijfsruimten 2009”.</titel></kop><tussenkop>Tarieven 2009</tussenkop><al>De tarieven zijn voor 2009 gewijzigd op dezelfde wijze als de tarieven voor de
                    onroerende zaakbelastingen.</al><tussenkop>De opbrengst</tussenkop><al>Voor het belastingjaar 2009 mag worden uitgegaan van een opbrengst van ongeveer
                    € 1.500,00.</al><tussenkop>Kosten van de heffing en de invordering</tussenkop><al>Voor het belastingjaar 2009 mag worden uitgegaan van een bedrag ad € 250,00 aan
                    kosten wegens heffing en invordering van deze belasting.</al><al>De kosten belopen dan ongeveer 17% van de totale bruto opbrengst.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>