<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR26710_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2010, 70</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 216</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 217</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 221</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/331</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><cursief>De raad van de gemeente Tilburg;</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>gezien het voorstel van het college;</al></li><li nr="-"><al>gelet op de artikelen 216, 217, en 221 van de Gemeentewet;</al></li></lijst><al><cursief>Besluit:</cursief></al><al>vast te stellen de</al><al>“Verordening op de heffing en invordering van de belastingen op roerende
                        woon- en bedrijfsruimten 2010”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan een
                                plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of permanent
                                gebruik;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in hoofdzaak
                                kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten" worden
                            terzake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen
                            geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een roerende bedrijfsruimte al dan niet krachtens
                                    eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                                    gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een roerende
                                    bedrijfsruimte in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik
                                    door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een roerende bedrijfsruimte voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                    roerende woon- of bedrijfsruimte ter beschikking heeft
                                    gesteld;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik
                            heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting
                            als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of deel daarvan in
                            gebruik is gegeven of ter beschikking is gesteld;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>Als één ruimte wordt aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="b."><al>een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte dat blijkens
                                zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                gebruikt;</al></li><li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer in onderdeel a bedoelde ruimten of in
                                onderdeel b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in
                                gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar
                                behoren;</al></li><li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a bedoelde
                                ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan of van een
                                in onderdeel c bedoeld samenstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatstaf van heffing is de waarde die aan de ruimte dient te worden
                            toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen
                            worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin deze
                            zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen
                            nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                            bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven in
                            een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers van
                            beschermde monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt
                            tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid. Bij de
                            berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de bestemming van die ruimte;</al></li><li nr="b."><al>de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische en
                                    functionele veroudering waarbij de invloed van latere
                                    wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                            ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het tweede
                            lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende zaak of
                            gedeelte daarvan waarvoor een bouwvergunning in de zin van de Woningwet
                            is afgegeven en dat door bouw nog niet geschikt is voor gebruik
                            overeenkomstig de beoogde bestemming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met betrekking tot een roerende woonruimte die deel uitmaakt van een op
                            de voet van de Natuurschoonwet 1928 (Staatsblad 1989, 252) aangewezen
                            landgoed, wordt in afwijking in zoverre van het eerste lid, de
                            heffingsgrondslag bepaald met inachtneming van een veronderstelde
                            verplichting om die zaak gedurende 25 jaren als zodanig in stand te
                            houden en geen opgaand hout te vellen anders dan volgens de regels van
                            normaal bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is.</al><al> Ruimten die dienstbaar zijn aan de woonruimte worden geacht deel uit te
                            maken van die woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en
                            onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de waarde
                            die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Waardepeildatum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op 1
                            januari 2009 heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf vindt toepassing voor kalenderjaar 2010.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De waarde van de ruimte wordt bepaald naar de staat waarin de ruimte op
                            de waardepeildatum verkeert.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een ruimte in het kalenderjaar voorafgaande aan het begin van het
                            kalenderjaar waarvoor de waarde wordt vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of</al></li><li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering,
                                    afbraak of vernietiging, hetzij verandering van bestemming,
                                    of</al></li><li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een andere,
                                    specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere
                                    omstandigheid,</al><al> wordt, in afwijking van het derde lid, de waarde bepaald naar
                                    de staat van die ruimte bij het begin van het kalenderjaar.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,1229%</al></li><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting</al><lijst><li nr="-"><al>voor roerende woonruimten 0,0767%</al></li><li nr="-"><al>voor roerende bedrijfsuimten 0,1548%</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                            afgerond op gehele euro's.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd.</al><al> Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen roerende woon- of
                            bedrijfsruimtenbelasting of andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 3 wordt bij het bepalen van de
                            maatstaf van heffing buiten aanmerking gelaten de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat
                                    uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd ten
                                    behoeve van de land- of bosbouw. Onder cultuurgrond wordt mede
                                    begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden,
                                    die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                    gewassen zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                    gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst
                                    of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                                    levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                    delen van zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
                                    waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
                                    instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,
                                    een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                    dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, een en ander met
                                    uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als
                                    woning;</al></li><li nr="e."><al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden zonder
                                    dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt
                                    toegebracht en die niet op zichzelf als ruimte zijn aan te
                                    merken;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                            tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de
                            verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van
                            de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven,
                            dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan
                            de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand
                            volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later
                            (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal
                            achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende
                            aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en
                            gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                        invordering van de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking, doch niet eerder dan 1 januari 2010.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></li><li nr="3."><al>De "Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten
                                2009" van 11 november 2008 wordt ingetrokken met ingang van de in
                                het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                                verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                                zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening belastingen
                                op roerende woon- en bedrijfsruimten 2010".</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9, 12 en 13 november
                        2009</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Memorie van toelichting behorende bij de “Verordening belastingen op
                        roerende woon- en bedrijfsruimten 2010”.</titel></kop><tussenkop>Opbrengsten</tussenkop><al>Voor het belastingjaar 2010 wordt uitgegaan van een opbrengst van circa €
                    1.500,00.</al><tussenkop>Kosten heffing en invordering</tussenkop><al>Voor het belastingjaar 2010 wordt uitgegaan van een bedrag ad. € 250,00 aan
                    kosten wegens heffing en invordering van deze belasting. De kosten belopen dan
                    circa 17% van de totale opbrengst. </al><tussenkop>Tarieven </tussenkop><al>De tarieven voor 2010 zijn conform de tarieven voor de onroerende
                    zaakbelastingen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>