<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR26676_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Telecommunicatieverordening Tilburg 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-07-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2009, 24</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Telecommunicatieverordening Tilburg 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Telecommunicatiewet, art. 5.4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-07-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-07-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/243</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Telecommunicatieverordening Tilburg</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Telecommunicatieverordening Tilburg 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De Raad van de gemeente Tilburg;</al><lijst><li nr="-"><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
                            </al></li><li nr="-"><al>gelet op artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet;</al></li></lijst><al>Besluit:</al><al>de hierna volgende “Telecommunicatieverordening Tilburg 2009” vast te
                        stellen:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>wet:</cursief> Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="b."><al><cursief>openbaar elektronisch communicatienetwerk</cursief>:
                                telecommunicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de
                                wet;</al></li><li nr="c."><al><cursief>kabels</cursief>: kabels als bedoeld in artikel 1.1, sub z
                                van de wet;</al></li><li nr="d."><al><cursief>voorzieningen</cursief>: ondergrondse ondersteuningswerken
                                als bedoeld in artikel 5.15 van de wet en kabels;</al></li><li nr="e."><al><cursief>openbare gronden</cursief>: openbare wegen en wateren als
                                bedoeld in artikel 1.1 sub aa van de wet;</al></li><li nr="f."><al><cursief>aanbieder</cursief>: aanbieder van een openbaar
                                elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 5.1 lid 1
                                van de wet;</al></li><li nr="g."><al><cursief>werkzaamheden</cursief>: werkzaamheden in verband met de
                                aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een
                                openbaar elektronisch communicatienetwerk in of op openbare
                                gronden;</al></li><li nr="h."><al><cursief>gedoogplichtige</cursief>: degene op wie een gedoogplicht
                                rust als bedoeld in artikel 5.2 lid 1 van de wet;</al></li><li nr="i."><al><cursief>college</cursief>: college van burgemeester en
                                wethouders;</al></li><li nr="j."><al><cursief>melding</cursief>: melding als bedoeld in artikel 5.4, lid
                                1 sub a van de wet;</al></li><li nr="k."><al><cursief>instemmingsbesluit</cursief>: besluit van het college als
                                bedoeld in artikel 5.4 lid 1 sub b van de wet;</al></li><li nr="l."><al><cursief>huisaansluiting:</cursief> het gedeelte van een kabel van
                                minder dan 15 strekkende meter in openbare gronden dat een openbaar
                                elektronisch communicatienetwerk verbindt met een
                                netwerkaansluitpunt als bedoeld onder artikel 1.1 sub k van de
                                wet;</al></li><li nr="m."><al><cursief>werkzaamheden van niet ingrijpende aard</cursief>: &gt; het
                                aanbrengen of verwijderen van kabels in reeds aangebrachte
                                voorzieningen; &gt; werkzaamheden aan het openbare elektronische
                                communicatienetwerk met een tracélengte van minder dan 25 m.,
                                uitgezonderd handholes en niet vallend onder artikel 3 eerste lid;
                                &gt; het maken van huisaansluitingen;</al></li><li nr="n."><al><cursief>spoedeisende werkzaamheden:</cursief> dringende
                                reparatiewerkzaamheden aan bestaande kabels en leidingen waarvoor de
                                openbare weg binnen twee werkdagen moet worden opgebroken waarvoor
                                een melding zoals bedoeld in artikel 2 niet haalbaar is;</al></li><li nr="o."><al><cursief>Handboek: </cursief>door het college vastgesteld Handboek
                                Kabels en Leidingen ofwel Standaardvoorwaarden voor het opnemen van
                                sleufverharding, het graven, aanvullen en verdichten van sleuven en
                                het leggen etc. van kabels en leidingen in gronden die eigendom zijn
                                van of in beheer zijn bij de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt dit voornemen ten
                            minste acht weken voor de aanvang aan het college met een door het
                            college vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg
                            voeren met het college teneinde de melding, bedoeld in lid 1 van dit
                            artikel voor te bereiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere
                            gedoogplichtige dan de gemeente, wordt het college uiterlijk vier weken
                            na ontvangst van de melding in het eerste lid schriftelijk in kennis
                            gesteld van de resultaten van het overleg tussen de aanbieder en de
                            andere gedoogplichtige.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard kan de
                            aanbieder volstaan met een melding aan het college minimaal twee dagen
                            voorafgaande aan de werkzaamheden met een daarvoor door het college
                            vastgesteld formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Ernstige belemmeringen en storingen </titel></kop><al>Ingeval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van ernstige belemmering
                        of storing van de communicatie in de zin van artikel 5.6 lid 2 van de wet
                        volstaat de aanbieder met een melding voorafgaand aan de start van de
                        werkzaamheden. De aanbieder maakt achteraf zo spoedig mogelijk melding van
                        de werkzaamheden via een door de burgemeester vast te stellen formulier aan
                        de burgemeester of een daartoe gemachtigde ambtenaar</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de melding als bedoeld in artikel 2 lid 1 van deze verordening
                            verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, (e-mail)adres en telefoon- en faxnummer van degene die de
                                    kabel of het netwerk in eigendom heeft, beheert of
                                    exploiteert.</al></li><li nr="b."><al>een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct met
                                    kabels wordt gevuld of ingeblazen en een opgave van het aantal
                                    buizen dat leeg wordt aangebracht;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van belanghebbenden en instanties die vooraf in
                                    kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang,
                                    beëindiging en de aard van de werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>een bewijs dat hij zorg draagt voor een voldoende registratie
                                    bij het Kadaster van zijn te leggen kabel(s) overeenkomstig zijn
                                    verplichtingen als netbeheerder o.g.v. de Wet
                                    Informatieuitwisseling Ondergrondse Netwerken (ofwel
                                    Grondroerdersregeling);</al></li><li nr="e."><al>een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:</al><al>1: - een opgave van het gewenste tracé met daarbij duidelijke
                                    (digitale) tekeningen en daarop aangegeven wat de te verbinden
                                    locaties zijn;</al><al> 2: - een opgave van de objecten die ten tijde van de
                                    werkzaamheden worden geplaatst, alsmede van de gewenste
                                    situering daarvan;</al><al> 3: - een omschrijving van de opbrekingen van de
                                    verharding;</al><al> 4: - de doorsnede van de kabel en indien van toepassing de
                                    kabelgoot;</al><al> 5: - de opgave van ondergrondse (handholes en dergelijke) of
                                    bovengrondse kasten waarvoor geen bouwvergunning noodzakelijk
                                    is, alsmede de situering en afmetingen daarvan;</al><al> 6: - naam, (e-mail)adres, telefoon- en faxnummer van de
                                    contactpersoon, aannemers of onderaannemers die belast zijn met
                                    de werkzaamheden en van een door hen aangewezen contactpersoon
                                    die ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden
                                    vierentwintig uur per dag bereikbaar is in verband met mogelijke
                                    calamiteiten;</al><al> 7: - de lengte en breedte van de kabelsleuf;</al><al> 8: - voorgenomen datum en tijdstip van aanvang en beëindiging
                                    van de werkzaamheden;</al><al> 9 de maatregelen die de bereikbaarheid van de in de openbare
                                    grond aanwezige kabels en leidingen waarborgen;</al><al> 10: de bereikbaarheid van percelen en opstallen in de nabijheid
                                    van de uit te voeren werkzaamheden;</al><al> 11: alle overige van belang zijnde feiten en omstandigheden
                                    gelet op de in artikel 5.4 lid 2 en 3 van de wet genoemde
                                    belangen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen aan de gegevens die bij de melding
                            worden verstrekt alsook over de wijze waarop deze gegevens worden
                            verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Aanvullende verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanbieder is verplicht omwonenden en bedrijven ter plaatse van de uit
                            te voeren werkzaamheden op de hoogte te stellen overeenkomstig de in het
                            Handboek opgenomen wijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanbieder stelt het college indien zij daarom verzoekt, in de
                            gelegenheid de gelegde kabels te doen inmeten ter controle of de kabels
                            zijn gelegd overeenkomstig het instemmingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op het moment van de oplevering van de werkzaamheden is de aanbieder op
                            verzoek van het college verplicht gegevens omtrent de ligging van zijn
                            kabels te verstrekken en een overzicht te geven van de niet in gebruik
                            zijnde kabels. Het college geeft daarbij aan op welke wijze en in welke
                            vorm deze liggingsgegevens aan haar dienen te worden verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Beslistermijn en aanhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een beslissing op een melding als bedoeld in artikel 2 lid 1van deze
                            verordening wordt genomen uiterlijk acht weken na ontvangst van de
                            melding. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden
                            gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het
                            daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan
                            worden gezien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel houdt het college
                            de beslissing aan, indien er in verband met werkzaamheden ten behoeve
                            van het openbare elektronisch communicatienetwerk een vergunning als
                            bedoeld in de Woningwet, de Wet milieubeheer of een kapvergunning is
                            vereist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in lid 2 genoemde aanhouding eindigt na afgifte van genoemde
                            vergunning(en) dan wel na afloop van de bezwarentermijn, tenzij er
                            bezwaren zijn ingebracht en tevens is verzocht om een voorlopige
                            voorziening ex art. 8:81 AWB. In dat geval eindigt de aanhouding met
                            ingang van de dag nadat op dat verzoek is beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het instemmingsbesluit heeft een maximale werkingsduur van zes maanden,
                            tenzij het instemmingsbesluit een andere werkingsduur aangeeft. De
                            werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na aanvang van de
                            werkzaamheden, tenzij in het instemmingsbesluit anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in het instemmingsbesluit om redenen van openbare orde,
                            veiligheid, voorkomen of beperken overlast, bereikbaarheid van gronden
                            en gebouwen of ondergrondse ordening voorschriften opnemen over plaats,
                            tijdstip, wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
                            opruiming van kabels, het bevorderen van medegebruik van voorzieningen
                            en het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van
                            overige in de grond aanwezige werken. De voorschriften kunnen ook gaan
                            over de afmeting, vormgeving en situering van kasten, handholes en
                            andere toebehoren, behorende bij een openbaar elektronisch
                            communicatienetwerk. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien binnen twee jaar na groot onderhoud of herinrichting van de
                            openbare gronden de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren, kan het
                            college bijzondere voorwaarden stellen aan het herstel. De hiermee
                            gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de aanbieder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan herstel van bijzondere bestrating kan het college nadere voorwaarden
                            stellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming
                            van kabels en medegebruik van voorzieningen geschiedt conform het
                            Handboek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van kabels in openbare
                            gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij
                            door andere aanbieders dan wel door of in opdracht van het college
                            aangelegde voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het vooroverleg als bedoeld in artikel 2 lid 2 van deze verordening, dan
                            wel een door het college geëntameerd overleg naar aanleiding van een
                            melding als bedoeld in artikel 2 lid 1 van deze verordening is er mede
                            op gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé
                            gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in
                            het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de aanbieder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te maken
                            van de vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of
                            kabel- en leidingentunnels, is de aanbieder verplicht om voor de aanleg
                            of uitbreiding van zijn netwerk van deze voorzieningen gebruik te
                            maken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de openbare gronden op basis van de in het Handboek vastgestelde
                            standaardprofielen geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels,
                            dient de aanbieder een alternatief tracé te kiezen, of aan andere
                            aanbieders een billijk verzoek tot medegebruik van kabels te doen op
                            grond van artikel 5.12 van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Melding wijziging voorzieningen.</titel></kop><al>De aanbieder stelt het college onverwijld schriftelijk in kennis van het
                        feit dat de eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel verandert of
                        dat de kabel niet langer ten dienste staat van een openbaar elektronisch
                        telecommunicatienetwerk in of op openbare gronden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Toezichthouders.</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen
                        personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De op 21 juni 1999 vastgestelde "Telecommunicatieverordening gemeente
                        Tilburg" wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 11 genoemde verordening blijft van kracht op meldingen
                            waarop reeds krachtens diezelfde verordening is beslist, maar waarvan de
                            uitvoering op het moment van inwerkingtreding van de onderhavige
                            verordening nog niet is gerealiseerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige
                            verordening een melding is gedaan op grond van de in artikel 10 bedoelde
                            verordening maar waarop nog niet is beslist, wordt daarop de onderhavige
                            verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de bekendmaking van
                        dit besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Telecommunicatieverordening Tilburg
                        2009.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING bij Telecommunicatieverordening Tilburg 2009.</titel></kop><tussenkop>A. ALGEMEEN. </tussenkop><tussenkop>1. Inleiding</tussenkop><al>In 2007 is m.n. hoofdstuk 5 van de Telecommunicatiewet (TW) gewijzigd. Dat
                    hoofdstuk gaat over de aanleg, instandhouding en opruiming van telecom-kabels.
                    Daarin is o.a. de gedoogplicht van de gemeente voor telecomkabels in de openbare
                    gronden geregeld en ook het adagium ‘liggen om niet, verleggen om niet’. De
                    wetswijziging is er mede op gericht de belangen van enerzijds gemeenten als
                    beheerders van het openbaar gebied en anderzijds de telecombedrijven meer in
                    evenwicht te brengen. Hieronder wordt kort ingegaan op belangrijkste wijzigingen
                    in hoofdstuk 5 TW.</al><tussenkop>2. Lege buizen</tussenkop><al>Er is een technisch-juridische fout hersteld. Daardoor vallen lege buizen die
                    bestemd zijn voor telecomkabels, alsnog onder hetzelfde juridische regime als
                    'gevulde' buizen. Dit betekent dat ook het verplaatsen van de lege buizen bij de
                    uitvoering van werken of de oprichting van gebouwen op kosten van het
                    telecombedrijf moet gebeuren. </al><tussenkop>3. Gedoogplicht openbare gronden </tussenkop><al>Artikel 5.2, lid 1 TW bepaalt dat de gedoogplicht geldt voor openbare gronden in
                    de gemeente. Als door een bestemmingswijziging de grond zijn openbaarheid
                    verliest vervalt de gedoogplicht, ook al blijft de grond daarbij in eigendom van
                    de gedoogplichtige (meestal de gemeente). Een voorbeeld: een woonwijk wordt
                    helemaal opnieuw ingericht, waardoor de telecomkabels in tuinen van nieuw te
                    bouwen woningen komen te liggen. De gedoogplicht vervalt dan enkel omdat de
                    grond niet meer openbaar is. Het is dan niet vereist dat er sprake is van
                    uitvoering van werken of de oprichting van gebouwen op die locatie. Hoe dit in
                    de praktijk gaat werken is nog onduidelijk. Zo is het de vraag of de kabel echt
                    verwijderd moet worden als deze geen hinder oplevert. </al><tussenkop>4. Aanbieder netwerk. </tussenkop><al>Artikel 5.1 breidt het begrip 'aanbieder netwerk' uit tot een aanlegger van een
                    netwerk die dit niet zelf gaat exploiteren. Dat is bijvoorbeeld een aannemer die
                    voor eigen rekening en risico een telecomnetwerk aanlegt om het te verkopen of
                    te verhuren. Dat netwerk dient wel binnen 10 jaar feitelijk in gebruik te zijn
                    genomen als openbaar electronisch communicatienetwerk.</al><tussenkop>5. Medegebruik </tussenkop><al>Volgens artikel 5.2 lid 7 TW dient het telecombedrijf op verzoek van de
                    gedoogplichtige gebruik te maken van reeds aanwezige mantelbuizen indien deze
                    tegen een marktconforme prijs ter beschikking worden gesteld. Die mantelbuizen
                    kunnen zijn aangelegd door de gemeente zelf of door een ander telecombedrijf.
                    Doel hiervan is te voorkomen dat er overbodig wordt gegraven in gemeentegrond.
                    De minister van EZ kan in verband met het medegebruik aanvullende voorwaarden
                    stellen bij de aanleg van netwerken. De verplichting totmedegebruik wordt
                    in voorkomend geval opgelegd in het instemmingsbesluit.</al><tussenkop>6. Gedoogplicht lege buizen 10 jaar. </tussenkop><al>Op grond van artikel 5.2 lid 8 TW dienen lege buizen binnen 10 jaar in gebruik
                    te zijn genomen voor openbare telecommunicatiediensten. Het telecombedrijf moet
                    het in gebruik nemen schriftelijk melden aan de gemeente. Heeft deze dit binnen
                    genoemde periode niet gedaan, dan is de gedoogplicht vervallen en kan de
                    gemeente de verwijdering van de lege buizen op kosten van het telecombedrijf
                    vorderen of precariobelasting heffen. </al><al>Voor reeds liggende lege buizen geldt op basis van art. 20.5 lid 2 TW een
                    overgangsmaatregel. Tot 1 januari 2018 moeten deze worden gedoogd, tenzij deze
                    gevaar of ernstige hinder opleveren. De telecombedrijven zijn verplicht de lege
                    buizen schriftelijk aan de gemeente te melden. </al><tussenkop>7. Instemmingsbesluit.</tussenkop><al>Artikel 5.4 TW gaat in op de procedure over het instemmingsbesluit (te
                    vergelijken met vergunning). Er is meer rekening gehouden met de belangen van de
                    gedoogplichtige gemeente. Zo moet het tijdstip van start van de werkzaamheden
                    aan de kabel(s) liggen binnen 12 maanden na datum van het instemmingsbesluit,
                    tenzij er zwaarwichtige redenen van publiek belang zijn om de werkzaamheden
                    later te starten.</al><tussenkop>8. Herstraten. </tussenkop><al>Artikel 5.7 TW bepaalt dat de aanlegger na beëindiging van de
                    kabelwerkzaam-heden dient te zorgen voor herstrating van het openbaar gebied,
                    tenzij de gemeente aangeeft dat zelf te willen doen. De gemeente mag hiervoor
                    dan marktconforme tarieven in rekening brengen. </al><tussenkop>9. Liggen om niet, verleggen om niet. </tussenkop><lijst><li nr="-"><al>Artikel 5.8 TW geeft een uitbreiding van het motto "liggen om niet,
                            verleggen om niet". Dit motto houdt in dat telecomaanbieders op eigen
                            kosten kabels moeten verleggen indien verleggen noodzakelijk is voor de
                            uitvoering van werken of de oprichting van gebouwen door of in opdracht
                            van de gemeente. Deze verplichting geldt nu ook als de gemeente op basis
                            van b.v. een overeenkomst met een projectontwikkelaar, de plicht heeft
                            de grond te leveren zonder gehinderd te worden door telecomkabels in
                            verband met de oprichting van gebouwen door deze
                            projectontwikkelaar.</al></li><li nr="-"><al>Nieuw is ook dat als de gemeente een verzoek tot verleggen doet binnen
                            vijf jaar nadat de kabels al eerder waren verlegd, de kosten daarvan dan
                            voor rekening van de gemeente komen.</al></li><li nr="-"><al>Als de gemeente verzoekt om verlegging, dan dient het telecombedrijf die
                            verlegging zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen 12 weken na het
                            beschikbaar komen van een alternatief tracé uit te voeren. Indien de
                            gemeente en een telecombedrijf het niets eens zijn over de vraag wie de
                            verplaatsingskosten moet betalen, kan dit geschil door een van de
                            partijen worden voorgelegd aan de OPTA, die binnen acht weken uitspraak
                            doet. De verplichting voor het telecombedrijf om te verleggen wordt
                            daardoor overigens niet opgeschort.</al></li></lijst><tussenkop>10. Telecomkabels versus andere (nuts)leidingen. </tussenkop><al>Artikel 5.9 TW bepaalt dat de aanleg, instandhouding of opruiming van
                    telecomkabels de aanwezige andere (nuts)leidingen of andere telecomkabels zo min
                    mogelijk mag hinderen of in gevaar brengen. Gebeurt dat toch dat is het
                    telecombedrijf verplicht op zijn kosten aan deze hinder of gevaar een einde te
                    maken. Geschillen hierover kunnen worden voorgelegd aan de OPTA. </al><tussenkop>B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING.</tussenkop><tussenkop>Artikel 1: Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>De begrippen sluiten zoveel mogelijk aan bij de omschrijvingen in de TW. Bij
                    enkele begrippen wordt een kanttekening gemaakt:<cursief>&gt;
                        Openbaar elektronisch communicatienetwerk</cursief>:</al><al>De gedoogplicht van de gemeente geldt slechts voor <cursief>openbare</cursief>
                    elektronische communicatienetwerken, in artikel 1.1 sub h TW gedefinieerd als
                    een ‘elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt
                    om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede
                    begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van programma’s voor zover
                    dit aan het publiek geschiedt'.</al><tussenkop>&gt; Kabels en ondersteuningswerken:</tussenkop><al>Onder kabels verstaat de TW het geheel van voorzieningen ten behoeve van een
                    openbaar elektronisch communicatienetwerk, dus de ondersteuningswerken (buizen),
                    maar ook de benodigde kasten en dergelijke.</al><tussenkop>&gt; Spoedeisende werkzaamheden: </tussenkop><al>Omdat dit uiteraard uitzondering moet blijven is het nodig om een definitie te
                    geven van wat hieronder wordt verstaan.</al><tussenkop>&gt; Werkzaamheden van niet-ingrijpende aard.</tussenkop><al>Met het apart definiëren van dergelijke werkzaamheden wordt gevolg gegeven aan
                    artikel 5.4, lid 5 TW. Binnen de begripsbepaling zijn enige voorbeelden
                    opgenomen van niet ingrijpende werkzaamheden. Het staat de gemeente vrij de
                    omschrijving van werkzaamheden van niet ingrijpende aard zelf anders in te
                    vullen. Dergelijke werkzaamheden hoeven niet o.g.v. artikel 4 van de verordening
                    minimaal 8 weken vooraf gemeld te worden, maar dan kan volstaan worden met een
                    melding minimaal 2 dagen vooraf middels een formulier.</al><tussenkop>&gt; Handboek Kabels en Leidingen:</tussenkop><al>Hierin zijn de voornamelijk technische voorschriften opgenomen over de wijze van
                    uitvoering van werkzaamheden aan kabels en leidingen in de openbare ruimte. Het
                    voordeel is dat deze voorschriften dan niet in ieder instemmingsbesluit
                    opgenomen hoeven te worden, maar dat in dat besluit naar dat Handboek kan worden
                    verwezen. Het Handboek geldt voor werkzaamheden aan alle kabels en leidingen in
                    gemeentegrond, dus niet alleen voor telecomkabels. De bevoegdheid om het
                    Handboek vast te stellen, te wijzigen e.d. is door het college gemandateerd,
                    zodat snel en flexibel kan worden ingespeeld op b.v. technische ontwikkelingen
                    en praktische behoeften.</al><tussenkop>Artikel 2: Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden.</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>De melding voor de uitvoering van werkzaamheden dient te geschieden 8
                            weken voor de aanvang van de werkzaamheden. Deze termijn sluit aan bij
                            de termijn van artikel 6 lid 1 dat bepaalt dat het instemmingsbesluit in
                            principe binnen 8 weken na de melding moet worden genomen. Deze termijn
                            is in overeenstemming met de beslistermijn van de Algemene Wet
                            Bestuursrecht.</al></li><li nr="-"><al>In lid 2 is uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om voor de melding
                            overleg te voeren. In dit overleg kan onder meer aan de orde komen het
                            mogelijk medegebruik van voorzieningen en het splitsen van de
                            werkzaamheden bij omvangrijke projecten. Dit vooroverleg kan er ook toe
                            bijdragen dat termijn van 8 weken ook werkelijk kan worden gehaald.</al></li><li nr="-"><al>Op grond van lid 4 kan voor werkzaamheden van niet-ingrijpende aard (zie
                            ook bij art. 1) worden volstaan met een melding van twee dagen voor de
                            aanvang van de werkzaamheden aan de hand van een nader vast te stellen
                            formulier.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3: Ernstige belemmering of storing van de communicatie. </tussenkop><al>-In dit artikel wordt voldaan aan artikel 5.4 lid 4 sub f en 5.6 TW. Bij de
                    bedoelde spoedeisende werkzaamheden kan worden volstaan aan een melding aan de
                    burgemeester of een door hem of haar aan te stellen ambtenaar. Ernstige
                    belemmering of storing van de communicatie is niet nader omschreven, wel wordt
                    in de toelichting op de wet als voorbeeld gegeven de situatie van een
                    kabelbreuk. Het gemeentebestuur zal moeten beoordelen of een ernstige
                    belemmering of storing in de communicatie voor één individuele aansluiting
                    voldoende reden is om als spoedeisend te worden aangemerkt. Om onduidelijkheid
                    te voorkomen is het raadzaam dat de gemeente haar besluit daarover kenbaar maakt
                    aan de in haar gemeente opererende telecombedrijven.</al><tussenkop>Artikel 4: Gegevensverstrekking.</tussenkop><al>Dit artikel is een uitwerking van artikel 5.4 lid 4 TW.</al><tussenkop>Artikel 5: Aanvullende verplichtingen.</tussenkop><al>-Lid 1 wijst er op dat de aanbieder verplicht is omwonenden en bedrijven ter
                    plaatse van de werkzaamheden te informeren overeenkomstig de wijze zoals die is
                    opgenomen in het Handboek. - Lid 2 geeft het college het recht te controleren of
                    de kabels zijn gelegd overeenkomstig het afgegeven instemmingsbesluit. Dit kan
                    van belang zijn voor de gemeente omdat het steeds drukker wordt in de ondergrond
                    en de gemeente daar de regie wil bijven voeren. Voor de gemeente is het zaak om
                    tijdig met de aanbieder af te spreken dat de inmeting of controle plaatsvindt
                    vóórdat de sleuf wordt dichtgemaakt. - Lid 3 verplicht de aanbieder op verzoek
                    van het college de ligginggegevens van de kabel te verstrekken, waarbij de
                    gemeente aangeeft hoe dat moet plaatsvinden. Dat kan bijvoorbeeld digitaal,
                    waarmee wordt ingespeeld op de Wet Informatieuitwisseling Ondergrondse
                    Netwerken.</al><tussenkop>Artikel 6: Beslistermijn en samenloop.</tussenkop><al>-Zoals al aangegeven bij art. 2 lid 1 sluit de beslistermijn aan bij de termijn
                    van de Algemene Wet Bestuursrecht. Als de termijn niet haalbaar is kan het
                    college gemotiveerd van die termijn afwijken en een andere redelijke termijn
                    noemen waarbinnen wordt beslist. - Lid 2 en lid 3 gaan over aanhouding van de
                    beslissing indien er een andere vergunning van een al dan niet ander
                    bestuursorgaan nodig is op grond van de Woningwet (bouwvergunning) en/of Wet
                    Milieubeheer of een kapvergunning. Deze vergunningen kunnen noodzakelijk zijn
                    indien b.v. “kasten” een dergelijke omvang hebben dat een bouwvergunning is
                    vereist en/of een milieuvergunning nodig is vanwege het geluid van de
                    ventilatieapparatuur in de kast. Ook kan het nodig zijn een boom te kappen
                    waarvoor het nodig kan zijn een kapvergunning te verlenen. Artikel 5.5 TW
                    bepaalt dat het college zorgdraagt voor inhoudelijke afstemming tussen de
                    betrokken bestuursorganen.</al><tussenkop>Artikel 7: Voorschriften en beperkingen bij instemming.</tussenkop><al> - Lid 1 beperkt de werkingsduur van het instemmingsbesluit om te voorkomen dat
                    een aanbieder daarvan nog gebruik maakt geruime tijd na afgifte. In die
                    tussentijd kan immers het gebruik van de openbare ruimte (ingrijpend) gewijzigd
                    zijn zodat b.v. het aanleggen van een telecomkabel onwenselijk is geworden. -
                    Lid 2 sluit aan bij artikel 5.4 lid 2 en 3 TW. Het college dient hiermee
                    rekening te houden bij het verbinden van voorschriften aan het
                    instemmingbesluit. Hierbij moet worden bedacht dat het instemmingsbesluit een
                    beschikking is in het kader van de Algemene Wet Bestuursrecht en de aanbieder,
                    indien hij het niet eens is de voorschriften, daartegen bezwaar en beroep
                    indienen bij de OPTA en vervolgens bij de Rechtbank en het College van Beroep
                    voor het bedrijfsleven (art. 12.2 en 17.1 TW). Ook voorschriften over afmeting,
                    vormgeving en situering van van voorzieningen als kasten handholes e.d. zijn
                    mogelijk. - Lid 3 en 4: Om te werken aan (telecom)kabels is het vrijwel altijd
                    nodig dat verharding wordt opgebroken. De veroorzaker dient dat weer te
                    herstellen. Het college kan in deze gevallen bijzondere voorwaarden stellen aan
                    het herstel.</al><tussenkop>Artikel 8: (Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg.</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>Voorschriften o.g.v. art. 7 kunnen gaan over het bevorderen van
                            medegebruik van voorzieningen. Als van reeds bestaande voorzieningen
                            gebruik wordt gemaakt hoeft er minder te worden gegraven in openbaar
                            gebied, waarbij de gemeente en de burger belang heeft (minder schade,
                            overlast, verkeershinder e.d.). Het medegebruik kan aan de orde komen in
                            het vooroverleg over het af te geven instemmingsbesluit. - Lid 3
                            verplicht de aanbieder van voorzieningen gebruik te maken indien daartoe
                            een redelijk aanbod wordt gedaan. Voor beantwoording van de vraag wat
                            een redelijk aanbod is kan als uitgangspunt worden genomen dat de
                            aanwezige voorziening zowel kwalitatief als qua kosten een volwaardig
                            alternatief is voor de voorziening die de aanbieder o.g.v. zijn
                            graafrecht zou mogen aanleggen.</al></li><li nr="-"><al>Lid 4 gaat over de situatie dat de openbare ondergrond geen ruimte biedt
                            voor de aanleg van kabels volgens de gemeentelijke standaard-profielen,
                            wat het geval zal zijn als de ondergrond vol ligt met kabels en
                            leidingen. De aanbieder dient dan een alternatief tracé te kiezen of
                            gebruik te maken van art. 5.12 TW dat bepaalt dat aanbieders van
                            telecomnetwerken over en weer verplicht zijn te voldoen aan redelijke
                            verzoeken tot medegebruik van elkaars voorzieningen. De gemeente staat
                            buiten de toepassing van dit artikel.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 9: Melding wijziging voorzieningen.</tussenkop><al>De Wet Informatieuitwisseling Ondergrondse Netwerken voorziet erin dat de
                    gemeente op verzoek via het Kadaster geïnformeerd wordt over in het openbaar
                    gebied liggende (telecom)kabels. De meerwaarde van artikel 9 is dat de gemeente
                    direct geïnformeerd wordt door telecombedrijven over wijziging van hun
                    voorzieningen, welke informatie de gemeente kan gebruiken voor overleg over
                    medegebruik van voorzieningen. </al><tussenkop>Artikel 10: Toezichthouders.</tussenkop><al>Toezichthouder zijn personen die bij of krachtens wettelijk voorschrift belast
                    zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig
                    wettelijk voorschrift, zo zegt art. 5:11 Algemene Wet Bestuursrecht. In een
                    verordening dient geregeld te zijn wie bevoegd is de toezichthouders aan te
                    wijzen. De bevoegdheden van toezichthouders zijn geregeld in de artikelen 5:15
                    tot en met 5:19 Algemene Wet Bestuursrecht. </al><tussenkop>Artikel 11: Intrekking oude verordening.</tussenkop><al>De oude in 1999 vastgestelde verordening moet worden ingetrokken zodat de nieuwe
                    verordening in werking kan treden. </al><tussenkop>Artikel 12: Overgangsrecht.</tussenkop><al>Het moment van afgeven van het instemmingsbesluit bepaalt of de oude of nieuwe
                    verordening van kracht is op de (voorgenomen) graafwerkzaamheden. </al><tussenkop>Artikel 13: Inwerkingtreding.</tussenkop><al>Tenzij de gemeenteraad anders besluit treedt de verordening geheel
                    overeenkomstig de Gemeentewet in werking met ingang van de achtste dag na
                    publicatie. Op hetzelfde tijdstip dient de oude telecommunicatieverordening te
                    worden ingetrokken. De nog lopende instemmingbesluiten voor kabel(s) die nog
                    niet of niet volledig zijn aangelegd blijven van kracht met dien verstande dat
                    deze vallen onder de nieuwe verordening.</al><tussenkop>Artikel 14: Citeerartikel.</tussenkop><al>Door toevoeging van de naam van de gemeente aan de citeertitel is het voor
                    eenieder die de verordening opvraagt duidelijk dat dit de verordening betreft
                    van onze gemeente.</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 13 juli 2009</al><al/><al>de griffier, </al><al/><al>de voorzitter,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>