<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR26660_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Lozingsverordening riolering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zoeterwoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-05-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zoeterwoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Leids Nieuwsblad, 04-05-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Lozingsverordening riolering 1991</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=168">Gemeentewet, art. 168</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0013385">Wet verontreiniging oppervlaktewateren</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-04-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-05-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-02-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>og/91-227a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Besluit vrijstelling van de kennisgevingsplichkt op grond van de Lozingsverordening riolering van burgemeester en wethouders van Zoeterwoude van 4 februari 1992.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Lozingsverordening riolering 1988.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-65342</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-65343</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-65344</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-65345</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-65346</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-65347</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-65348</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-65349</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Lozingsverordening riolering</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. og/91-227b</al><al/><al>De raad der gemeente Zoeterwoude ;</al><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 maart 1991, nr.
                        og/91-227a;</al><al/><al>Overwegende:</al><al>Dat het in verband met het tegengaan en het voorkomen van verontreiniging
                        van oppervlaktewateren krachtens artikel 1, tweede lid, juncto het eerste
                        lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren verboden is zonder
                        vergunning met behulp van de gemeentelijke riolering afvalstoffen,
                        verontreinigende of schadelijke stoffen in oppervlaktewateren te brengen,
                        tenzij de voorschriften die zijn gesteld door de beheerder van het
                        oppervlaktewater dan wel de beheerder van een
                        rioolwaterzuiveringsinstallatie of enige ander werk, waarop de riolering is
                        aangesloten, worden nageleefd, welke uitzondering overigens weer niet geldt
                        voor bij AMvB aangewezen soorten van inrichtingen en stoffen;</al><al>Dat het, teneinde de naleving van deze aan de gemeente gestelde
                        voorschriften te kunnen verzekeren, wenselijk is ook met het oog daarop
                        regels te stellen;</al><al/><al>Dat het voorts ter bescherming van de riolering en de goede werking daarvan,
                        van de belangen van derden tegen nadelen welke hieruit kunnen voortvloeien,
                        alsmede ter bescherming van de kwaliteit van het rioolslib, wenselijk is
                        regels te stellen omtrent het lozen van afvalwater op de gemeentelijke
                        riolering;</al><al/><al>Gelet op artikel 168 van de gemeentewet en mede in beschouwing genomen de
                        Wet verontreiniging oppervlaktewateren;</al><al/><al>Besluit :</al><al>Vast te stellen de navolgende <vet>Lozingsverordening riolering</vet>.</al><al/><al><vet>[In deze verordeningtekst zijn opgenomen de wijzigingen op grond
                            van:</vet></al><lijst><li nr="-"><al><vet>Verordening tot wijziging van de Lozingenverordening riolering,
                                    raadsbesluit </vet><vet>og</vet><vet>/93-1967b, d.d. 25 november
                                    1993</vet></al></li><li nr="-"><al><vet>Verordening tot wijziging van de Lozingenverordening riolering,
                                    raadsbesluit </vet><vet>og</vet><vet>/95-74b, d.d. 30 maart
                                    1995]</vet></al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>afvalwater</vet>: te lozen water, waarin al dan niet
                                    afvalstoffen als bedoeld onder d voorkomen;</al></li><li nr="b."><al><vet>riolering:</vet> het gemeentelijk rioolstelsel, met
                                    inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen en persleidingen
                                    en andere openbare werken en installaties van overeenkomstige
                                    aard;</al></li><li nr="c."><al><vet>waterbeheerder:</vet> de beheerder van een
                                    rioolwaterzuiveringsinstallatie of enig ander werk waarop de
                                    riolering is aangesloten, dan wel het gezag dat bevoegd is tot
                                    het verlenen, weigeren, wijzigen of intrekken van een vergunning
                                    als bedoeld in artikel 1 van de Wet verontreiniging
                                    oppervlaktewateren, tot het brengen van afvalstoffen,
                                    verontreinigde of schadelijke stoffen in het oppervlaktewater
                                    waarop de riolering uitkomt;</al></li><li nr="d."><al><vet>afvalstoffen</vet><vet>:</vet> afvalstoffen, verontreinigde
                                    of schadelijke stoffen, in welke vorm dan ook, als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;</al></li><li nr="e."><al><vet>werk</vet><vet>:</vet> vast aanwezige voorziening, waarmee
                                    stoffen direct of indirect in de riolering kunnen worden
                                    gebracht.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Bepalingen ter uitvoering van de door de waterbeheerder aan de
                            gemeente gegeven voorschriften.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Verbod zonder vergunning door middel van een werk afvalstoffen te
                                lozen vanuit nader genoemde bedrijven of instellingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                    door middel van een werk in de riolering afvalstoffen te lozen
                                    vanuit een bedrijf of instelling genoemd in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde bedrijven of instellingen
                                    zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>grafische bedrijven, met uitzondering van
                                            diepdrukkerijen met eigen cylindervervaardiging en
                                            zeefdrukkerijen;</al></li><li nr="b."><al>fotografische bedrijven die laboratoria hebben met een
                                            produktie capaciteit van ten hoogste 20.000 m2 papier
                                            per jaar, uitgaande van 2.500 bedrijfsuren per
                                            jaar;</al></li><li nr="c."><al>laboratoria, met uitzondering van geïntegreerde
                                            laboratoria die meer dan 10.000 m3 afvalwater per jaar
                                            lozen en analytische laboratoria;</al></li><li nr="d."><al>textielfabrieken, met uitzondering van
                                            textielveredelingsbedrijven;</al></li><li nr="e."><al>psychiatrische ziekenhuizen, inrichtingen voor
                                            zwakzinnigen en verpleegtehuizen;</al></li><li nr="f."><al>accufabrieken;</al></li><li nr="g."><al>bedrijven die in verhouding tot de totale lozing op de
                                            gemeentelijke riolering veel zuurstofbindende stoffen
                                            lozen;</al></li><li nr="h."><al>champignonkwekerijen;</al></li><li nr="i."><al>chemicaliëngroothandels en –verwerkers;</al></li><li nr="j."><al>bedrijven die jaarlijks niet meer dan 1.000 auto’s
                                            deconserveren;</al></li><li nr="k."><al>lijmfabrieken;</al></li><li nr="l."><al>optische bedrijven;</al></li><li nr="m."><al>poetsdoekwasserijen;</al></li><li nr="n."><al>tectyleerbedrijven;</al></li><li nr="o."><al>(verf)spuitinrichtingen;</al></li><li nr="p."><al>vulkaniseerbedrijven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover de Wet
                                    verontreiniging oppervlaktewateren van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht betreffende
                                    de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen, is
                                    hier niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bepalingen betreffende lozingen door middel van een werk vanuit
                                overige bedrijven of instellingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Kennisgevingsplicht.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die voornemens is door middel van een werk afvalstoffen
                                    in de riolering te lozen vanuit andere bedrijven of instellingen
                                    dan genoemd in artikel 2, tweede lid, moet hiervan acht weken
                                    voordat de lozing zal aanvangen aan burgemeester en wethouders
                                    schriftelijk kennis geven met inachtneming van hetgeen hierna
                                    daaromtrent bepaald is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing
                                    op een reeds aangevangen, ongemelde lozing of op een voornemen
                                    tot wijziging van de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid
                                    van de te lozen afvalstoffen, dan wel van een wijziging van de
                                    tijdsduur van de lozing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt
                                    ondertekend en ingediend door degene die het werk feitelijk zal
                                    gebruiken of gebruikt, dan wel degene die de lozing laat
                                    plaatshebben. In het geval waarin een gemachtigde optreedt dient
                                    bij de kennisgeving een machtiging te worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Kennisgevingen als bedoeld in het eerste en tweede lid worden
                                    schriftelijk ingediend in tweevoud en bevatten in elk
                                    geval:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die het werk feitelijk zal
                                            gebruiken; of gebruikt dan wel degene die de lozing laat
                                            plaatshebben;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de wijze van lozen, alsmede een
                                            nauwkeurige karakterisering van de te lozen afvalstoffen
                                            naar samenstelling, eigenschappen en hoeveelheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De wijze van kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede
                                    lid geschiedt overeenkomstig de modelformulieren uit de bijlagen
                                    2 en 3. De voorgeschreven kennisgeving wordt pas geacht te zijn
                                    gedaan, zodra het formulier volledig en naar waarheid is
                                    ingevuld en tijdig is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in overleg met de
                                    waterbeheerder bij openbaar bekend te maken besluit categorieën
                                    van bedrijven of instellingen vrijstellen van het bepaalde in
                                    het eerste en tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor zover
                                    de Wet verontreiniging oppervlaktewateren van toepassing
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Algemene voorschriften.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor bedrijven en instellingen waarvoor een kennisgevingsplicht
                                    als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, geldt en die
                                    bovendien genoemd zijn in het derde lid, is het toegestaan door
                                    middel van een werk afvalstoffen in de riolering te lozen met
                                    inachtneming van de in het tweede lid genoemde algemene
                                    voorschriften voor zover deze in het derde lid op de daarin
                                    genoemde bedrijven en instellingen van toepassing zijn
                                    verklaard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De algemene voorschriften luiden als volgt:</al><lijst><li nr="a."><al>Het gehalte aan minerale olie in het te lozen afvalwater
                                            mag niet meer bedragen dan 200 mg/l, bepaald volgens NEN
                                            6675.</al></li><li nr="b."><al>Vloeistoffen op basis van minerale olie, zoals
                                            afgewerkte olie, alsmede smeer- en systeemoliën, die
                                            vrijkomen bij het onderhouden, herstellen en/of reinigen
                                            van voertuigen of onderdelen daarvan en accuzuur mogen
                                            niet worden geloosd.</al></li><li nr="c."><al>Het gehalte aan plantaardige oliën en dierlijke wetten
                                            in het te lozen afvalwater mag niet meer dan 200mg/l
                                            bedragen, bepaald volgens NEN3235.9.2.1 dan wel NEN
                                            3235.9.2.2.</al></li><li nr="d."><al>Grove afvalstoffen, zoals groentesnippers en
                                            etensresten, alsmede snel bezinkende stoffen mogen niet
                                            worden geloosd.</al></li><li nr="e."><al>Grove afvalstoffen, zoals darmen en vetstukken, haren,
                                            veren, schubben, graten en der gelijke mogen niet worden
                                            geloosd. </al></li><li nr="f."><al>Bloed mag niet worden geloosd.</al></li><li nr="g."><al>Grove afvalstoffen, zoals koppen en staarten, schubben
                                            en graten en dergelijke mogen niet worden geloosd.</al></li><li nr="h."><al>Verfresten en oplosmiddelen mogen niet worden
                                            geloosd.</al></li><li nr="i."><al>Gier en mest mogen niet worden geloosd.</al></li><li nr="k."><al>Reinigingsmiddelen voor textiel, alsmede het residu dat
                                            ontstaat bij het terugwinnen (destilleren) daarvan mogen
                                            niet worden geloosd.</al></li><li nr="l."><al>De spui van het koelwatersysteem mag niet worden geloosd
                                            indien aan het koelwater stoffen zijn toegevoegd.</al></li><li nr="m."><al>Textielvezels en dergelijke mogen niet worden
                                            geloosd.</al></li><li nr="n."><al>De temperatuur van het te lozen afvalwater mag ten
                                            hoogste 30 graden Celsius zijn.</al></li><li nr="o."><al>Ten behoeve van controle op lozingen dienen een of meer
                                            doelmatige controleputten te zijn aangebracht.</al></li><li nr="p."><al>De lozing van amalgaamresten dient zoveel als technisch
                                            mogelijk te worden beperkt, met inachtneming van de ten
                                            aanzien van tandartspraktijken bepaalde voorzieningen in
                                            bijlage 5.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bedrijven en instellingen en de daarop van toepassing
                                    verklaarde algemene voorschriften zijn de volgende:
                                            <vet>(<onderstreept>Bedrijven en
                                            instellingen</onderstreept> + </vet><vet>Van toepassing
                                        verklaarde algemene Voorschriften)</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Herstel- en onderhoudsplaatsen voor voertuigen en
                                            machinerieën, met uitzondering van bedrijven voor
                                            anti-carrosiebehandeling; tankstations voor
                                            motorbrandstoffen met daaraan verbonden service-stations
                                            + <vet>A,B</vet><vet>,G.</vet><vet>O</vet></al></li><li nr="b."><al>Tankstations voor motorbrandstoffen +
                                                <vet>A,B</vet><vet>,O</vet></al></li><li nr="c."><al>Wasplaatsen voor het uitwendig reinigen van voertuigen;
                                            op- en overslagbedrijven voor vloeibare brandstoffen,
                                            minerale oliën en vetten +
                                            <vet>A,B,N</vet><vet>,O</vet></al></li><li nr="d."><al>Op- en overslagplaatsen voor plantaardige en/of
                                            dierlijke oliën en vetten + <vet>C.N.O</vet></al></li><li nr="e."><al>Keukens voor bedrijfsmatige bereiding van warme spijzen
                                            + <vet>C.D.N.O</vet></al></li><li nr="f."><al>Werkplaatsen voor het wassen en/of planklaar maken van
                                            groenten en aardappelen + <vet>D.O</vet></al></li><li nr="g."><al>Slagerijen, met inbegrip van die waarin geslacht wordt,
                                            en poelierderijen, worstmakerijen, vleeswarenbereiding
                                            en werkplaatsen voor de bereiding van kleine spijzen
                                            waarin vlees en vleeswaren verwerkt zijn +
                                                <vet>C,E,H,N</vet><vet>,O</vet></al></li><li nr="h."><al>Werkplaatsen voor de bewerking van vis +
                                                <vet>C,F,N</vet><vet>,O</vet></al></li><li nr="i."><al>Schilderswerkplaatsen + <vet>G.O</vet>.</al></li><li nr="j."><al>Veeteeltbedrijven en maneges + <vet>H.O</vet></al></li><li nr="k."><al>Chemische wasserijen, met uitzondering van
                                            poetsdoekwasserijen + <vet>K.N.O</vet></al></li><li nr="l."><al>Bedrijven en instellingen die koelwater op de riolering
                                            lozen + <vet>L.O</vet>.</al></li><li nr="m."><al>Natwasserijen + <vet>M,N</vet><vet>,O</vet></al></li><li nr="n."><al>Tandartspraktijken + <vet>P</vet></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval een bedrijf of instelling als bedoeld in het derde lid
                                    geen zelfstandige eenheid vormt, maar deel uitmaakt van een
                                    groter geheel, zijn de in dat lid voor de desbetreffende
                                    categorie gestelde regels uitsluitend op dat onderdeel van
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Teneinde aan de lozingsvoorschriften van dit artikel te kunnen
                                    voldoen zijn de bedrijven en instellingen van de in lid 3
                                    genoemde categorie verplicht de voorzieningen te treffen die in
                                    Bijlage 1 van deze verordening zijn opgenomen, welke bijlage
                                    integraal deel uitmaakt van deze verordening. De voorzieningen
                                    dienen te worden gebruikt op de in de Bijlage 1 aangegeven
                                    wijze.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek van het bedrijf of
                                    de instelling ontheffing verlenen van een of meer van de in
                                    Bijlage 1 opgenomen voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Nadere voorschriften.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot een lozing
                                    als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, nadere
                                    voorschriften opleggen ter uitvoering van de door de
                                    waterbeheerder aan de gemeente gegeven voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 4 blijft, voor zover van toepassing
                                    onverminderd gelden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een lozing als bedoeld in
                                    artikel 3, eerste en tweede lid, verbieden indien nadere
                                    voorschriften redelijkerwijze de uitvoering van de door de
                                    waterbeheerder aan de gemeente gegeven voorschriften niet kunnen
                                    waarborgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Verbodsbepalingen.</titel></kop><al>Het is degene bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, verboden
                                door middel van een werk afvalstoffen op de riolering te lozen
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de kennisgeving daarvan niet overeenkomstig artikel 3 is
                                        gedaan;</al></li><li nr="b."><al>gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die bij deze
                                        kennisgeving verstrekt zijn;</al></li><li nr="c."><al>de algemene voorschriften die krachtens artikel 4 van
                                        toepassing zijn niet worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>de nadere voorschriften die burgemeester en wethouders
                                        krachtens artikel 5 opgelegd hebben, niet worden
                                        nagekomen;</al></li><li nr="e."><al>burgemeester en wethouders de lozing verboden hebben
                                        krachtens artikel 5, derde lid.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Overige bepalingen ter uitvoering van de door de waterbeheerder
                                aan de gemeente gegeven voorschriften.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 6 is het
                                    verboden op de riolering op enigerlei wijze afvalstoffen te
                                    lozen die door samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid:</al><lijst><li nr="a."><al>gevaar, schade of hinder kunnen opleveren voor de
                                            rioolwaterzuiveringsinstallatie of enig ander werk dat
                                            de waterbeheerder in beheer heeft en waarop de riolering
                                            is aangesloten of voor de goede werking daarvan;</al></li><li nr="b."><al>schadelijk of verontreinigd kunnen zijn voor het
                                            ontvangende oppervlaktewater.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het lozen van afvalstoffen in het kader van het normale
                                            huishoudelijke gebruik dat van een woonruimte wordt
                                            gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>het lozen van afvalstoffen van normaal huishoudelijke
                                            aard vanuit mobiele lozingsbronnen zoals
                                            toiletwagens.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Bepalingen ter bescherming van de riolering en de goede werking
                            daarvan.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 7 is het
                                verboden op de riolering op enigerlei wijze afvalwater te lozen dat
                                door de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid:</al><lijst><li nr="a."><al>gevaar, schade of hinder kan opleveren voor de riolering,
                                        dan wel de goede werking daarvan, of voor de daarop
                                        aangeslotenen;</al></li><li nr="b."><al>een nadelige invloed kan hebben op de verwerking van het uit
                                        het riool te verwijderen slib.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is in het bijzonder verboden op de riolering afvalwater te
                                lozen:</al><lijst><li nr="a."><al>met een temperatuur van mdeer dan 30 graden Celsius;</al></li><li nr="b."><al>met een pH lager dan 6,5 of hoger dan 8,5 bij een zogenaamd
                                        etmaalmonster, respectievelijk 20 bij een zogenaamd
                                        steekmonster (piekwaarde), alsmede zuren en basen die niet
                                        in water zijn opgelost;</al></li><li nr="c."><al>met een sulfaatgehalte van meer dan 300 mg per liter;</al></li><li nr="d."><al>met stoffen die verstopping of beschadiging van de riolering
                                        of daarmee verbonden installaties kunnen veroorzaken;</al></li><li nr="e."><al>met stoffen die worden versneden door middel van
                                        versnijdende apparatuur, tenzij het stoffen betreft die ook
                                        zonder te zijn versneden geloosd mogen worden;</al></li><li nr="f."><al>met stoffen die brand- of explosiegevaar kunnen
                                        veroorzaken;</al></li><li nr="g."><al>met stoffen die stankoverlast kunnen veroorzaken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 7 is het
                                verboden op de riolering op zodanige wijze afvalwater te lozen dat
                                daardoor de goede werking van de riolering kan worden
                                belemmerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten behoeve van controle op lozingen dienen een of meer doelmatige
                                controleputten te zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet
                                voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het lozen van afvalstoffen in het kader van het normale
                                        huishoudelijke gebruik dat van een woonruimte wordt
                                        gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>het lozen van afvalstoffen van normaal huishoudelijke aard
                                        vanuit mobiele lozingsbronnen zoals toiletwagens.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere voorschriften opleggen ter
                                bescherming van de riolering en de goede werking daarvan.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het is verboden afvalwater op de riolering te lozen in strijd met
                                nadere voorschriften als bedoeld in het zesde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8a.</nr></kop><al>Het is verboden op het regenwaterriool op enigerlei wijze ander
                            afvalwater te lozen dan niet-verontreinigd regenwater en bij
                            uitzondering drainagewater en niet-verontreinigd koelwater.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Algemene bepalingen betreffende vergunning en nadere
                            voorschriften.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr></kop><al>Is vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Is vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overleg met de waterbeheerder over de
                                vergunningsaanvraag.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij burgemeester en wethouders reeds bij een eerste beoordeling
                                van de aanvraag menen dat de vergunning behoort te worden geweigerd,
                                treden zij over de aanvraag binnen vier weken na de dag waarop de
                                aanvraag is ontvangen, in overleg met de waterbeheerder onder
                                overlegging van de aanvraag en alle daarop betrekking hebbende
                                bescheiden. Artikel 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met het oog op het geheel of gedeeltelijk inwilligen van de
                                aanvraag een wijziging of aanvulling van de aan de gemeente gegeven
                                voorschriften voor het brengen van het rioolwater in
                                oppervlaktewater of naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie of enig
                                ander werk waarop de riolering is aangesloten noodzakelijk is,
                                dienen burgemeester en wethouders binnen vier weken na de dag waarop
                                de aanvraag is ontvangen een daartoe strekkend verzoek schriftelijk
                                in bij de waterbeheerder. Artikel 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de indiening als bedoeld in het tweede lid doen zij mededeling
                                aan de aanvrager van de vergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Beslissingstermijn vergunning.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen omtrent een aanvraag om
                                vergunning binnen zestien weken na de dag waarop de aanvraag
                                ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid beslissen
                                burgemeester en wethouders binnen vier weken na het van kracht
                                worden van de beslissing van de beheerder als bedoeld in artikel 11,
                                tweede lid, of van een daarvoor in de plaats getreden beslissing in
                                beroep, indien deze beslissing genomen wordt later dan twaalf weken
                                na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing voor ten hoogste
                                acht weken verdagen. Het besluit tot verdaging wordt vóór de afloop
                                van de in het eerste en tweede lid bedoelde termijn bekendgemaakt
                                aan de aanvrager en de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Toezending beschikking.</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van de beslissing aan de
                            waterbeheerder en de regionale inspecteur van het staatstoezicht op de
                            volksgezondheid, belast met het toezicht op de hygiëne van het
                            milieu.</al><al>Indien de vergunning wordt verleend, wordt bij de beschikking een
                            gewaarmerkt exemplaar van de op de vergunning betrekking hebbende
                            tekeningen en bescheiden gevoegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Is vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Is vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Anticipatie op toekomstige ontwikkelingen.</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders houden bij hun beslissing op de aanvraag om
                            vergunning rekening met de te verwachten ontwikkelingen in de lozingen
                            op de riolering die van belang zijn met het oog op de uitvoering van de
                            voorschriften van de waterbeheerder aan de gemeenten onderscheidenlijk
                            de bescherming van de in artikel 7, eerste lid, genoemde belangen, en in
                            het bijzonder met die welke veroorzaakt kunnen worden door:</al><lijst><li nr="a."><al>redelijkerwijze binnen afzienbare tijd te verwachten wijzigingen
                                    in de lozing waarvoor vergunning wordt gevraagd;</al></li><li nr="b."><al>voorgenomen lozingen van derden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij vergunning.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning kunnen
                                voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en
                                beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of
                                de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning is
                                verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en
                                beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Tijdsduur vergunning.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning kan voor een bepaalde termijn worden verleend
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de lozing een tijdelijk karakter zal hebben;</al></li><li nr="b."><al>een aan de gemeente verleende vergunning voor het brengen
                                        van het rioolwater in oppervlaktewater of naar een
                                        rioolwaterzuiveringsinstallatie of enig ander werk waarop de
                                        riolering is aangesloten, tot het verlenen van een
                                        vergunning voor een bepaalde termijn noopt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het verstrijken van de termijn als bedoeld in het eerste lid
                                blijft de vergunning van kracht zo lang op een tijdig ingediende
                                aanvraag om verlenging niet is beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Zakelijk karakter vergunning.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning geldt zowel voor de aanvrager als voor zijn
                                rechtsverkrijgende.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van de rechtsovergang geeft de rechtsverkrijgende schriftelijk
                                kennis aan burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Weigering vergunning.</titel></kop><al>De vergunning wordt in ieder geval geweigerd indien het verlenen van de
                            vergunning in strijd zou zijn met de voorschriften welke door de
                            waterbeheerder aan de gemeente zijn gegeven, een verzoek van de gemeente
                            tot wijziging van deze voorschriften is afgewezen en die afwijzing
                            onherroepelijk is geworden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                        gegevens blijken te zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                        inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning,
                                        moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt
                                        gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                        waarvan de vergunning is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning verbonden voorschriften niet
                                        zijn of worden nagekomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning vervalt:</al><lijst><li nr="a."><al>indien met de lozing binnen een jaar na datum van afgifte
                                        van de vergunning geen begin is gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>indien er langer dan een jaar geen lozing heeft
                                        plaatsgehad;</al></li><li nr="c."><al>wanneer de houder van de vergunning schriftelijk heeft
                                        verklaard van de vergunning geen gebruik te maken c.q. te
                                        zullen maken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Bepalingen betreffende nadere voorschriften.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere voorschriften als bedoeld
                                in artikelen 5, vijfde lid, als dan niet voor een bepaalde termijn
                                opleggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in de artikelen 13, 16, 19 en 21 is op nadere
                                voorschriften van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Termijnen.</titel></kop><al>Met betrekking tot de in deze verordening genoemde termijnen is het
                            bepaalde in de Algemene termijnenwet van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Verstrekken van inlichtingen e.d.</titel></kop><al>Een ieder is verplicht aan de ambtenaren belast met de zorg voor de
                            naleving van één of meer bepalingen van deze verordening alle
                            medewerking te verlenen en op eerste vordering alle inlichtingen te
                            verstrekken, inzage te verschaffen in bescheiden en hen in de
                            gelegenheid te stellen daarvan afschrift te nemen, een en ander voor
                            zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Kennisgeving van bijzondere omstandigheden.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien wordt vastgesteld of het vermoeden bestaat dat door
                                bijzondere omstandigheden zoals storing in het produktieproces
                                afvalwater wordt geloosd of zal worden geloosd die door
                                samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid:</al><lijst><li nr="a."><al>gevaar, schade of hinder oplevert voor de
                                        rioolwaterzuiveringsinstallatie of enig werk waarop de
                                        riolering is aangesloten of voor de goede werking
                                        daarvan;</al></li><li nr="b."><al>schadelijk of verontreinigd is voor het ontvangende
                                        oppervlaktewater;</al></li><li nr="c."><al>gevaar, schade of hinder oplevert voor de riolering, dan wel
                                        de goede werking daarvan of voor de daarop
                                        aangeslotenen;</al></li><li nr="d."><al>een nadelige invloed heeft op de verwerking van het uit de
                                        riolering verwijderde slib, is degene die afvalwater op de
                                        riolering loost verplicht kennis te geven aan burgemeester
                                        en wethouders of een daartoe door hen aangewezen ambtenaar
                                        en onmiddellijk alle maatregelen te nemen die gevaar, schade
                                        of hinder kunnen beperken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders dan wel de krachtens het eerste lid
                                aangewezen ambtenaar doen van de in dat lid bedoelde kennisgeving
                                terstond melding aan de waterbeheerder, indien de bijzondere
                                omstandigheden, als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, gevaar,
                                schade of hinder kunnen opleveren van de rioolzuiveringsinstallatie
                                of het ontvangende oppervlaktewater.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Strafbepaling.</titel></kop><al>Overtreding van de volgende artikelen en de krachtens deze artikelen
                            gegeven voorschriften wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee
                            maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden
                            gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: artikel 8,
                            eerste, tweede, derde, vierde en zevende lid, artikel 8a en artikel 24,
                            voor zover betreft het toezicht op naleving van artikel 8 en 8a, en
                            artikel 25, eerste lid, onder c en d.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Opsporingsambtenaren.</titel></kop><al>De opsporing van de in artikel 23 strafbaar gestelde feiten is, naast de
                            in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, opgedragen aanhen die door burgemeester en
                            wethouders met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn
                            belast, ieder voor zover het de feiten betreft, die in de aanwijzing
                            zijn vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Het binnentreden in woningen zonder toestemming van de
                                bewoner.</titel></kop><al>Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van de bij of krachtens
                            deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van
                            de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de
                            gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning
                            zonder toestemming van de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Nemen van monsters.</titel></kop><al>De in artikel 27 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd de lozing van
                            afvalwater in de riolering te meten, alsmede monsters daarvan te nemen,
                            een en ander voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun
                            taak nodig is. De resultaten van de metingen, alsmede de uitslag van het
                            onderzoek van de monsters worden ten spoedigste ter kennis van de
                            betrokken lozers gebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Inwerkingtreding.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die waarop zij
                                is bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip vervalt de Lozingsverordening riolering 1988,
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 24 november 1988, met inbegrip van
                                latere besluiten tot wijzigingen van die verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Overgangsbepaling.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen – hoe ook genaamd – verleend krachtens
                                de Lozingsverordening riolering van 1988 blijven – voor zover het
                                gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft,
                                ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn
                                vervallen of ingetrokken – na de inwerkingtreding van deze
                                verordening van kracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de
                                Lozingsverordening riolering van 1988 blijven, voor zover de
                                bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn
                                opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken, na de inwerkingtreding van
                                deze verordening van kracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene bedoeld als in artikel 3, lid 1, van deze verordening is
                                vrijgesteld van de in lid 1 en lid 2 van dat artikel vervatte
                                verplichting tot schriftelijke kennisgeving, voor zover voor de
                                onderwerpelijke lozingen vergunning of ontheffing is verleend
                                krachtens de Lozingsverordening riolering van 1988.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van Inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing – hoe dan genaamd – op
                                grond van de Lozingsverordening riolering van 1988 is ingediend en
                                voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet
                                op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling
                                van deze verordening toegepast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning, ontheffing, voorschrift of beperking, bedoeld in het
                                eerste of tweede lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel
                                30, tweede lid, is ingekomen binnen de voordien geldende beroeps-
                                termijn wordt beslist met toepassing van de Lozingsverordening
                                riolering van 1988.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergunning, ontheffing of het voorschrift of de beperking,
                                bedoeld in het eerste of tweede lid blijft, onverminderd het in het
                                eerste en tweede lid blijft, onverminderd het in het eerste of
                                tweede lid bepaalde, van kracht totdat onherroepelijk is beslist op
                                een beroep- of bezwaarschrift, bedoeld in het vijfde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Aanhalingstitel.</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder titel “Lozingsverordening
                            riolering 1991”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad, gehouden op 27 maart 1991.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris, </ondertekening><ondertekening>J.W. Kliffen, loco</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Ing. A.J.M. Houdijk</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlagen</label></kop><tussenkop><vet>Bijlagen Lozingsverordening riolering als
                                pdf-document:</vet></tussenkop><al><extref doc="/cvdr/images/Zoeterwoude/i1993.pdf">Bijlage 1: als bedoeld in artikel 4, lid 5, van de Lozingsverordening riolering, houdende voorschriften inzake te treffen voorzieningen en wijzen van gebruik.</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Zoeterwoude/i1994.pdf">Bijlage 2: Lozingsverordening riolering kennisgeving</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Zoeterwoude/i3219.pdf">Bijlage 3 Kennisgevingsformulier</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Zoeterwoude/i3221.pdf">Bijlage 4 Aanvraagformulier</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Zoeterwoude/i1995.pdf">Bijlage 4a Lozingsverodening riolering toelichting bij aanvraag vergunning</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Zoeterwoude/i1996.pdf">Bijlage 5 bepalingen lozingen amalgaamresten</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Zoeterwoude/i3222.pdf">Bijlage 6 Beschikking</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Zoeterwoude/i3223.pdf">Bijlage 7 Lozingsvoorschriften</extref></al><tussenkop><vet>Bijlage: Vrijstelling van de kennisgevingsplicht op grond van
                                de Lozingsverordening riolering</vet></tussenkop><al/><al>Nr. og/91-1622</al><al/><al>Onderwerp: Vrijstelling van de kennisgevingsplicht op grond van de
                        Lozingsverordening riolering.</al><al/><al>Burgemeester en wethouders van Zoeterwoude;</al><al/><al>Overwegende, dat op grond van artikel 3, lid 1, van de Lozingsverordening
                        riolering, degene die voornemens is door middel van een werk afvalstoffen in
                        de riolering te lozen vanuit een niet-vergunningplichtig(e) bedrijf of
                        instelling, hiervan twee maanden voordat de lozing zal aanvangen
                        schriftelijk kennis moet geven aan hun college;</al><al/><al>Dat hun college ingevolge artikel 3, lid 6, van genoemde verordening
                        categorieën van bedrijven of instellingen vrijstelling kan verlenen van deze
                        kennisgevingsplicht;</al><al/><al>Dat het, naar de mening van hun college niet noodzakelijk is, dat bedrijven
                        of instellingen die, net als woonruimten, alleen huishoudelijk afvalwater in
                        kleine hoeveelheden lozen, een kennisgeving indienen;</al><al>Dat hun college voor bedoelde bedrijven en instellingen van de
                        vrijstellingsmogelijkheid uit voornoemd artikel 3, lid 6, gebruik wil
                        maken;</al><al/><al>Dat hun college, zoals vereist, overleg heeft gevoerd met de waterbeheerder
                        over het voornemen, van de vrijstellingsmogelijkheid gebruik te maken’</al><al/><al>Dat het Hoogheemraadschap van Rijnland op 15 januari 1992 medegedeeld heeft,
                        akkoord te gaan met het voornemen;</al><al>Gelet op artikel 3 van de Lozingsverordening riolering:</al><al/><al>B e s l u i t e n :</al><lijst><li nr="Ia."><al>aan te wijzen als categorie van bedrijven of instellingen die geen
                                kennisgeving van het lozen van afvalstoffen in de riolering hoeven
                                te doen, die bedrijven of instellingen, die, evenals woonruimten,
                                slechts “huishoudelijk” afvalwater in geringe hoeveelheden
                                lozen:</al></li></lijst><lijst><li nr="Ib."><al>onder “huishoudelijk afvalwater in geringe hoeveelheden” zoals
                                bedoeld onder a., te verstaan dat afvalwater, dat de grens van 10
                                inwoner-equivalent niet overschrijdt.</al></li><li nr="II."><al>onderhavig besluit openbaar bekend te maken.</al></li></lijst><al/><al>Zoeterwoude, 4 februari 1992</al><al>Burgemeester en wethouders van Zoeterwoude,</al><al/><al>De secretaris, </al><al>L.Kruithof</al><al/><al>de burgemeester,</al><al>ing. A.J.M. Houdijk</al></bijlage></regeling></body></cvdr>