<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:sch="http://www.ascc.net/xml/schematron" xmlns:xopus="http://www.xopus.com/xmlns/xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>26607_16</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Noordwijk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-01-23T15:27:58Z</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Noordwijk</dcterms:alternative><dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><dcterms:issued>2013-04-23</dcterms:issued><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Witte Weekblad,
                13-11-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:publisher scheme="overheid:Gemeente">Noordwijk</dcterms:publisher><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-03-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Zesde wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Besluit van de raad van de gemeente Noordwijk van 31 januari 2007 (De Zeekant
                    van 7 februari 2007). met daarin verwerkt de wijzigingen zoals vervat in de 1e
                    wijziging van 30 september 2009, de 2 e wijziging d.d. 17 december 2009, de 3e
                    wijziging d.d. 1 juli 2010, de 4e wijziging d.d. 29 september 2010, de 5e
                    wijziging d.d. 29 februari 2012 en de 6e wijziging d.d. 29 mei 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><officiele-inhoudsopgave><al>INHOUD</al><al></al><al>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</al><al></al><al>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 1.2 Beslistermijn</al><al>Artikel 1.3 Indiening aanvraag</al><al>Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1.7 Weigeren van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1.8 Geldingsduur van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1.9 Lex silencio positivo</al><al></al><al>HOOFDSTUK 2 OPENBARE ORDE</al><al></al><al>Afdeling 1 Orde en veiligheid op het publiek terrein en het openbaar water</al><al>Paragraaf 1 Bestrijding van ongeregeldheden</al><al>Artikel 2.1.1.1 Samenscholing en ongeregeldheden</al><al></al><al>Paragraaf 2 Betoging</al><al>Artikel 2.1.2.1 Optochten</al><al>Artikel 2.1.2.2 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2.1.2.3 Afwijking termijn</al><al>Artikel 2.1.2.4 Te verstrekken gegevens</al><al></al><al>Paragraaf 3 Verspreiden van gedrukte stukken of goederen</al><al>Artikel 2.1.3.1 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken,
                    afbeeldingen of goederen</al><al></al><al>Paragraaf 4 Vertoningen e.d. op het publiek terrein</al><al>Artikel 2.1.4.1 Feest, muziek en wedstrijd e.d.</al><al>Artikel 2.1.4.2 Dienstverlening</al><al>Artikel 2.1.4.3 Straatartiest e.d.</al><al></al><al>Paragraaf 5 Bruikbaarheid en aanzien van het publiek terrein</al><al>Artikel 2.1.5.1 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven het publiek terrein</al><al>Artikel 2.1.5.2 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</al><al>Artikel 2.1.5.3 Maken, veranderen van een uitweg</al><al>Artikel 2.1.5.4 Vrijhouden van de weg voor werkzaamheden</al><al></al><al>Paragraaf 6 Veiligheid op het publiek terrein</al><al>Artikel 2.1.6.1 Veroorzaken van gladheid</al><al>Artikel 2.1.6.2 Winkelwagentjes</al><al>Artikel 2.1.6.3 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</al><al>Artikel 2.1.6.4 Openen straatkolken e.d.</al><al>Artikel 2.1.6.5 Kelderingangen e.d.</al><al>Artikel 2.1.6.6 Rookverbod in bossen en duingebieden</al><al>Artikel 2.1.6.7 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</al><al>Artikel 2.1.6.8 Vallende voorwerpen</al><al>Artikel 2.1.6.9 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><al>Artikel 2.1.6.10 Objecten onder hoogspanningslijn</al><al>Artikel 2.1.6.11 Veiligheid op het ijs</al><al></al><al>Afdeling 2 Evenementen</al><al>Artikel 2.2.1 Begripsomschrijving</al><al>Artikel 2.2.2 Evenement</al><al>Artikel 2.2.3 Ordeverstoring</al><al>Artikel 2.2.4 Meldingsregeling voor evenementen tussen 09.00 en 21.00 uur</al><al>Afdeling 3 Toezicht op openbare inrichtingen</al><al>Paragraaf 1 Toezicht op horecabedrijven</al><al>Artikel 2.3.1.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 2.3.1.2 Exploitatievergunning horecabedrijf</al><al>Artikel 2.3.1.3 Van kracht worden vergunningplicht</al><al>Artikel 2.3.1.4 Sluitingstijden</al><al>Artikel 2.3.1.4a Incidentele afwijking sluitingstijden</al><al>Artikel 2.3.1.5 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2.3.1.6 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</al><al>Artikel 2.3.1.7 Ordeverstoring</al><al>Artikel 2.3.1.7a Zwarte lijst</al><al>Artikel 2.3.1.8 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al></al><al>Paragraaf 2 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf</al><al>Artikel 2.3.2.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 2.3.2.2 Kennisgeving exploitatie</al><al>Artikel 2.3.2.3 Nachtregister</al><al>Artikel 2.3.2.4 Verschaffing gegevens nachtregister</al><al></al><al>Paragraaf 3 Toezicht op speelgelegenheden</al><al>Artikel 2.3.3.1 Speelgelegenheden</al><al>Artikel 2.3.3.2 Speelautomaten</al><al></al><al>Paragraaf 4 Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank-
                    en horecawet</al><al>Artikel 2.3.4.1 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2.3.4.2 Regulering paracommerciële rechtspersonen</al><al></al><al>Afdeling 4 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</al><al>Artikel 2.4.1 Betreden gesloten woning of lokaal</al><al>Artikel 2.4.2 Plakken en kladden</al><al>Artikel 2.4.3 Vervoer plakgereedschap e.d.</al><al>Artikel 2.4.4 Vervoer inbrekerswerktuigen</al><al>Artikel 2.4.5 Betreden van plantsoenen e.d.</al><al>Artikel 2.4.6 Rijden over bermen e.d.</al><al>Artikel 2.4.7 Hinderlijk gedrag op het publiek terrein</al><al>Artikel 2.4.8 Drankgebruik op het publiek terrein</al><al>Artikel 2.4.9 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2.4.10 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</al><al>Artikel 2.4.11 Neerzetten van fietsen e.d.</al><al>Artikel 2.4.12 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                    e.d.</al><al>Artikel 2.4.13 Bespieden van personen</al><al>Artikel 2.4.16 Alarminstallaties</al><al>Artikel 2.4.17 Honden</al><al>Artikel 2.4.18 Verontreiniging door honden</al><al>Artikel 2.4.19 Gevaarlijke honden</al><al>Artikel 2.4.20 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al><al>Artikel 2.4.22 Loslopend vee</al><al>Artikel 2.4.23 Duiven</al><al>Artikel 2.4.24 Bijen</al><al>Artikel 2.4.25 Bedelarij</al><al></al><al>Afdeling 5 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</al><al>Artikel 2.5.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 2.5.2 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</al><al>Artikel 2.5.3 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste lid, van het
                    Wetboek van Strafrecht</al><al>Artikel 2.5.4 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</al><al>Artikel 2.5.5 Handel in horecabedrijven</al><al></al><al> Afdeling 6 Vuurwerk</al><al>Artikel 2.6.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 2.6.2 Verkoop van consumentenvuurwerk</al><al>Artikel 2.6.3 Bezigen van consumentenvuurwerk</al><al>Artikel 2.6.4 Bezigen van vuurwerk door professionele toepassers</al><al></al><al>Afdeling 7 Drugsoverlast</al><al>Artikel 2.7.1 Drugshandel op straat</al><al></al><al>Afdeling 8 Bestuurlijke ophouding</al><al>Artikel 2.8.1 Bestuurlijke ophouding</al><al></al><al>Afdeling 9 Veiligheidsrisicogebieden</al><al>Artikel 2.9.1 Veiligheidsrisicogebieden</al><al></al><al>Afdeling 10 Cameratoezicht op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2.10.1 Cameratoezicht op openbare plaatsen</al><al></al><al>Afdeling 11 Nadere regels het strand en de zee betreffende</al><al>Artikel 2.11.1 Activiteiten en voorwerpen op het strand</al><al>Artikel 2.11.2 Geen glas op het strand</al><al>Artikel 2.11.3 Varen/beoefenen watersport</al><al>Artikel 2.11.4 Naaktrecreatie op het strand, in de duinen en in zee</al><al>Artikel 2.11.5 Paarden op het strand</al><al>Artikel 2.11.6 Vrijhouden van het strand voor redding en hulpverlening </al><al>Artikel 2.11.7 Hulpdiensten en werkverkeer</al><al>Artikel 2.11.8 Deltavliegen en/of parapenten (Duinsoaren)</al><al></al><al></al><al>HOOFDSTUK 3 SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</al><al></al><al>Afdeling 1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 3.1.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 3.1.2 Bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 3.1.3 Nadere regels</al><al></al><al>Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke</al><al>Artikel 3.2.1. Seksinrichtingen</al><al>Artikel 3.2.2. Gedragseisen exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3.2.3 Sluitingstijden </al><al>Artikel 3.2.4. Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting</al><al>Artikel 3.2.5 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3.2.6 Straatprostitutie</al><al>Artikel 3.2.7 Sekswinkels</al><al>Artikel 3.2.8 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</al><al></al><al>Afdeling 3 Beslissingstermijn; weigeringsgronden</al><al>Artikel 3.3.1 Beslissingstermijn</al><al>Artikel 3.3.2 Weigeringsgronden</al><al></al><al>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</al><al>Artikel 3.4.1 Beëindiging exploitatie</al><al>Artikel 3.4.2 Wijziging beheer</al><al></al><al>HOOFDSTUK 4 BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                    UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</al><al></al><al>Afdeling 1 Geluid-, licht- en stofhinder</al><al>Artikel 4.1.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 4.1.2 Aanwijzing en kennisgeving collectieve festiviteiten</al><al>Artikel 4.1.3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4.1.4 Verboden festiviteiten</al><al>Artikel 4.1.5 Overige geluidhinder</al><al>Artikel 4.1.6 Lichthinder</al><al>Artikel 4.1.7 Stofhinder</al><al></al><al>Afdeling 2 Natuurlijke behoefte, wildplassen</al><al>Artikel 4.2.1 (blanco)</al><al>Artikel 4.2.2 Natuurlijke behoefte doen</al><al></al><al>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden</al><al>Artikel 4.3.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 4.3.2 Kapverbod</al><al>Artikel 4.3.3 Aanvraag vergunning</al><al>Artikel 4.3.3a Weigeringsgronden</al><al>Artikel 4.3.4 Vergunning ex lege </al><al>Artikel 4.3.5 Bijzondere vergunningsvoorschriften</al><al>Artikel 4.3.5a Vervallen vergunning</al><al>Artikel 4.3.6 Herplant /instandhoudingsplicht</al><al>Artikel 4.3.7 Schadevergoeding</al><al>Artikel 4.3.8 Bestrijding iepziekte</al><al>Artikel 4.3.9 Bestrijding bacterievuur </al><al></al><al>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</al><al>Artikel 4.4.1 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen e.d.</al><al>Artikel 4.4.1a Stankoverlast door gebruik van meststoffen</al><al>Artikel 4.4.2 Vergunningsplicht handelsreclame.</al><al></al><al>HOOFDSTUK 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</al><al></al><al>Afdeling 1 Parkeerexcessen</al><al>Artikel 5.1.1 Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 5.1.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5.1.2a Te koop aanbieden van voertuigen</al><al>Artikel 5.1.3 Defecte voertuigen</al><al>Artikel 5.1.4 Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5.1.5 Caravans e.d.</al><al>Artikel 5.1.6 Parkeren van reclamevoertuigen</al><al>Artikel 5.1.7 Parkeren van grote voertuigen</al><al>Artikel 5.1.8 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</al><al>Artikel 5.1.9 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen</al><al>Artikel 5.1.10 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5.1.11 Overlast van fiets of bromfiets</al><al></al><al>Afdeling 2 Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten</al><al>Artikel 5.2.1 Inzameling van geld of goed</al><al>Artikel 5.2.2 Venten e.d.</al><al>Artikel 5.2.3 Standplaatsen</al><al>Artikel 5.2.4 Snuffelmarkten e.d. binnen een gebouw of plaats</al><al></al><al>Afdeling 3 Openbaar water</al><al>Artikel 5.3.1 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al><al>Artikel 5.3.2 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</al><al>Artikel 5.3.3 Aanwijzingen ligplaats</al><al>Artikel 5.3.4 Verbod innemen ligplaats</al><al>Artikel 5.3.5 Beschadigen van waterstaatswerken</al><al>Artikel 5.3.6 Reddingsmiddelen</al><al>Artikel 5.3.7 Veiligheid op het water</al><al>Artikel 5.3.8 Overlast aan vaartuigen</al><al>Artikel 5.3.9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
                    putten </al><al> buiten gebouwen </al><al></al><al>Afdeling 4 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                    natuurgebieden</al><al>Artikel 5.4.1 Crossterreinen</al><al>Artikel 5.4.2 Beperking verkeer in natuurgebieden</al><al></al><al>Afdeling 5 Verbod vuur te stoken</al><al>Artikel 5.5.1 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                    anderszins vuur te stoken</al><al>Artikel 5.5.2 Verbod op het gebruik van wensballonen</al><al></al><al>Afdeling 6 Verstrooiing van as </al><al>Artikel 5.6.1 Begripsomschrijving</al><al>Artikel 5.6.2 Verboden plaatsen</al><al>Artikel 5.6.3 Hinder of overlast</al><al></al><al>Afdeling 7 Overnachten</al><al>Artikel 5.7.1 Overnachten op het publiek terrein</al><al></al><al>HOOFDSTUK 6 STRAF , OVERGANGS EN SLOTBEPALINGEN</al><al></al><al>Artikel 6.1 Strafbepaling</al><al>Artikel 6.2 Toezichthouders</al><al>Artikel 6.3 Binnentreden woningen</al><al>Artikel 6.4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</al><al>Artikel 6.5 Overgangsbepaling</al><al>Artikel 6.6 Citeertitel</al></officiele-inhoudsopgave><aanhef><preambule><al>Besluit van de raad van de gemeente Noordwijk van 31 januari 2007 (De
                        Zeekant van 7 februari 2007). </al><al></al><al>met daarin verwerkt de wijzigingen zoals vervat in de 1e wijziging van 30
                        september 2009, de 2 e wijziging d.d. 17 december 2009, de 3e wijziging d.d.
                        1 juli 2010, de 4e wijziging d.d. 29 september 2010, de 5e wijziging d.d. 29
                        februari 2012 en de 6e wijziging d.d. 29 mei 2013.</al><al></al><al>De raad der gemeente Noordwijk;</al><al></al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 januari 2007, nr.
                        8;</al><al></al><al>besluit:</al><al></al><al>vast te stellen de navolgende ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING
                        NOORDWIJK</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><enig-artikel><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</al><al></al><al>Artikel 1.1* Begripsomschrijvingen </al><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Publiek terrein: </al><lijst><li nr="1."><al>de weg; </al></li><li nr="2."><al>de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                                        toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen,
                                        speelweiden, strand (inclusief de op- en afritten), bossen,
                                        duinen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en
                                        aanlegsteigers voor vaartuigen; </al></li><li nr="3."><al>de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
                                        portieken, gangen, passages en galerijen, die uitsluitend
                                        tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en
                                        niet afsluitbaar zijn; </al></li><li nr="4."><al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
                                        afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en
                                        galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij
                                        niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk
                                        recht bevoegd is, zijn afgesloten;</al></li><li nr="5."><al>de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                                        toegankelijke gebouwen en de daarbij behorende erven zoals
                                        bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, waaronder
                                        horecabedrijven en de daarbij behorende terrassen. </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Openbaar water: alle wateren die - al dan niet met enige beperking -
                                voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn. </al></li><li nr="c."><al>De weg: de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan liggende en als zodanig
                                aangeduide parkeerterreinen.</al></li><li nr="d."><al>Bebouwde kom: de bebouwde kom zoals bedoeld in de Wegenverkeerswet
                                en zoals vastgesteld bij besluiten van respectievelijk gedeputeerde
                                staten van Zuid-Holland en de gemeenteraad van Noordwijk.</al></li><li nr="e."><al>Rechthebbende: eenieder die over enige zaak enige zeggenschap heeft
                                krachtens een zakelijk of persoonlijk recht. </al></li><li nr="f."><al>Voertuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, onder a en
                                onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,
                                met uitzondering van: </al><lijst><li nr="1."><al>treinen en trams; </al></li><li nr="2."><al>kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen.
                                    </al></li></lijst></li><li nr="g."><al>Vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende
                                werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten. </al></li><li nr="h."><al>Woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
                                gebezigd of tot woning bestemd. </al></li><li nr="i."><al>Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal
                                of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of
                                indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun
                                vindt in of op de grond. </al></li><li nr="j."><al>Gebouw: elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke overdekte,
                                geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. </al></li><li nr="k."><al>Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te
                                dienen. </al></li><li nr="l."><al>Strand: de zone tussen de duinvoet en de gemiddelde laagwaterlijn
                                met inbegrip van de daarop aanwezige voor het publiek toegankelijke
                                gebouwen en terrassen en met inbegrip van de op- en afritten.</al></li><li nr="m."><al>Het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                Noordwijk.</al></li><li nr="n."><al>Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 1.2 Beslistermijn </al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag. </al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien beslist
                                wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.2.
                                van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 1.3* Indiening aanvraag </al><lijst><li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan acht weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen. </al></li><li nr="2."><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn van acht
                                weken worden verlengd tot dertien weken. </al></li><li nr="3."><al>Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien de
                                aanvraag een verzoek om een omgevingsvergunning betreft als bedoeld
                                in artikel 2.2. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 1.4* Voorschriften en beperkingen </al><lijst><li nr="1."><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist. </al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen. </al></li><li nr="3."><al>Aan een krachtens deze verordening opgesteld aanwijzings- of
                                uitwerkingsbesluit, kunnen voorschriften en beperkingen worden
                                verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee het
                                artikel waarop het aanwijzings- of uitwerkingsbesluit is gebaseerd,
                                in deze verordening is opgenomen. Het in het tweede lid bepaalde is
                                van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 1.5* Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden tenzij in de vergunning of
                        ontheffing anders is bepaald.</al><al></al><al>Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing </al><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: </al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens
                                zijn verstrekt; </al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt
                                gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de
                                vergunning of ontheffing is vereist; </al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en
                                beperkingen niet zijn of worden nagekomen; </al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
                                binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een
                                dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; </al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 1.7* Weigeren van vergunning of ontheffing</al><al>De vergunning of ontheffing kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien bij het verzoek ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel
                                onvolledige gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de bescherming van het woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de gezondheid en zedelijkheid;</al></li><li nr="e."><al>indien moet worden aangenomen dat weigering wordt gevorderd door het
                                belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                ontheffing is vereist;</al></li><li nr="f."><al>op nader in deze verordening aangegeven gronden.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 1.8* Geldingsduur van vergunning of ontheffing</al><al>In een vergunning of ontheffing kan worden bepaald dat zij slechts geldt
                        voor een daarbij vast te stellen termijn indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteit waarvoor vergunning of ontheffing wordt gevraagd naar
                                haar aard tijdelijk is;</al></li><li nr="b."><al>uit de aanvraag blijkt dat de vergunning of ontheffing slechts voor
                                een daarbij aangegeven termijn wordt gevraagd;</al></li><li nr="c."><al>dat nodig is in verband met het ontwikkelen van een beter inzicht in
                                de gevolgen van de activiteiten waar vergunning of ontheffing voor
                                wordt verleend;</al></li><li nr="d."><al>dat nodig is in verband met mogelijke, doch inhoudelijk
                                onvoorspelbare wijzigingen van omstandigheden of inzichten waardoor
                                een beperking van de geldingsduur van de vergunning of ontheffing
                                wordt gevorderd in het belang ter bescherming waarvan de vergunning
                                of ontheffing is vereist.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 1.9* Lex silencio positivo</al><lijst><li nr="1."><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van
                                toepassing op de artikelen 2.1.4.3, 2.3.1.2, 2.3.1.9, 2.3.3.1,
                                4.4.2, 5.2.2. en 5.2.4.</al></li><li nr="2."><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                toepassing op de artikelen 2.2.2 en 3.1.1.</al></li></lijst><al></al><al>Hoofdstuk 2 Openbare orde</al><al></al><al>Afdeling 1: Orde en veiligheid op het publiek terrein en het openbaar
                        water</al><al></al><al>Paragraaf 1: Bestrijding van ongeregeldheden </al><al></al><al>Artikel 2.1.1.1* Samenscholing en ongeregeldheden </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of langs het publiek terrein deel te nemen aan
                                een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                aanleiding te geven tot wanordelijkheden. </al></li><li nr="2."><al>Eenieder, die op het publiek terrein aanwezig is bij enig voorval
                                waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor
                                er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich
                                bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op een
                                daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
                            </al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op terreinen, wegen
                                of weggedeelten die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in
                                het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                wanordelijkheden zijn afgezet. </al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                gestelde verbod. </al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten
                                als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. </al></li></lijst><al></al><al>Paragraaf 2: Betoging </al><al></al><al>Artikel 2.1.2.1* Optochten </al><al>(Blanco. Zie artikel 2.2.1.)</al><al></al><al>Artikel 2.1.2.2* Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen </al><lijst><li nr="1."><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                te houden, moet daarvan voor de openbare aankondiging ervan en ten
                                minste 48 uur voordat de betoging zal worden gehouden, schriftelijk
                                kennis geven aan de burgemeester, met inachtneming van wat in
                                artikel 2.1.2.4, eerste lid, hierover is bepaald. </al></li><li nr="2."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving door
                                terugrekening valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een
                                zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt dit tijdstip geacht
                                te vallen op 12.00 uur op de voorgelegen dag, die geen zaterdag,
                                zondag of algemeen erkende feestdag is. </al></li><li nr="3."><al>Onder openbare plaats wordt verstaan: een plaats als bedoeld in
                                artikel 1, eerste lid, juncto tweede lid, van de Wet openbare
                                manifestaties. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.1.2.3* Afwijking termijn </al><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in artikel 2.1.2.2,
                        eerste lid, genoemde termijn van 48 uur verkorten en een mondelinge
                        kennisgeving in behandeling nemen.</al><al></al><al>Artikel 2.1.2.4 Te verstrekken gegevens </al><lijst><li nr="1."><al>De kennisgeving bevat: </al></li><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt; </al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging; </al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van
                                aanvang en van beëindiging; </al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van
                                beëindiging; </al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; </al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een
                                regelmatig verloop te bevorderen. </al></li><li nr="2."><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. </al></li></lijst><al></al><al>Paragraaf 3: Verspreiden van gedrukte stukken of goederen</al><al></al><al>Artikel 2.1.3.1* Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                        stukken, </al><al> afbeeldingen of goederen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken, afbeeldingen of
                                goederen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te
                                bieden, aan te bevelen of bekend te maken op of aan door het college
                                aangewezen delen van het publiek terrein.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan
                                huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken, afbeeldingen en
                                goederen. </al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod. </al></li></lijst><al></al><al>Paragraaf 4: Vertoningen e.d. op het publiek terrein </al><al></al><al>Artikel 2.1.4.1 Feest, muziek en wedstrijd e.d.</al><al>(Vervallen)</al><al></al><al>Artikel 2.1.4.2* Dienstverlening </al><al>(Blanco) </al><al></al><al>Artikel 2.1.4.3* Straatartiest e.d. </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, tekenaar
                                of gids op te treden op of aan door de burgemeester aangewezen delen
                                van het publiek terrein. </al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek op het publiek terrein op te
                                treden als straatfotograaf.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de in het eerste en
                                derde lid gestelde verboden. </al></li><li nr="5."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor
                                zover de bedoelde activiteiten deel uitmaken van een evenement zoals
                                bedoeld in artikel 2.2.1.</al></li></lijst><al></al><al>Paragraaf 5: Bruikbaarheid en aanzien van het publiek terrein </al><al></al><al>Artikel 2.1.5.1* Voorwerpen of stoffen op, aan of boven het publiek terrein </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning:</al></li><li nr="a."><al>op of langs het publiek terrein een automatisch verkooptoestel te
                                plaatsen;</al></li><li nr="b."><al>hekken, linten of andere afzetmiddelen op de weg te plaatsen met als
                                doel de weg of een gedeelte daarvan voor het verkeer of een deel
                                daarvan af te sluiten;</al></li><li nr="c."><al>op, aan of boven het publiek terrein op hinderlijke wijze
                                afzettingen te maken, lijnen te spannen of het verkeer op andere
                                wijze in enig opzicht te belemmeren;</al></li><li nr="d."><al>op het publiek terrein bouw- of bestratingsmaterialen te plaatsen
                                anders dan strikt noodzakelijk in het kader van het uitvoeren van
                                werkzaamheden aan de weg;</al></li><li nr="e."><al>op het publiek terrein een bouwkeet of bouwwerktuig te
                                plaatsen;</al></li><li nr="f."><al>op het publiek terrein een met hekken of op andere wijze afgezet
                                werkterrein in te richten;</al></li><li nr="g."><al>op het publiek terrein een (zee-) container, opslagkrat, opslagkist
                                of silo te plaatsen;</al></li><li nr="h."><al>op, aan of boven het publiek terrein vlaggen, wimpels of
                                vlaggenstokken te plaatsen indien daardoor gevaar of hinder kan
                                ontstaan of indien die materialen worden gebruikt voor commerciële
                                doeleinden;</al></li><li nr="i."><al>boven of langs het publiek terrein een spandoek op te hangen;</al></li><li nr="j."><al>op het publiek terrein een terras in te richten of op andere wijze
                                meubilair op het publiek terrein te plaatsen</al></li><li nr="k."><al>op het publiek terrein uitstallingen te plaatsen zoals
                                sandwichborden, reclameborden, aankondigingsborden, menuborden,
                                kledingrekken, stellages, bloembakken, parasols en dergelijke;</al></li><li nr="l."><al>op, aan of boven het publiek terrein voorwerpen of stoffen aan te
                                brengen of te plaatsen die niet passen binnen de gangbare functie
                                van het publiek terrein.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan vergunning verlenen voor het in het eerste lid
                                bedoelde gebruik.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in
                                het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit
                                betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k.
                                van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden: </al></li><li nr="a."><al>op, aan, over of boven het publiek terrein een voorwerp of stof
                                waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                brengen of te hebben, indien: </al></li><li nr="b."><al>1°. deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                bevestiging schade toebrengt aan het publiek terrein, of </al></li><li nr="c."><al>2°. daardoor een beperking ontstaat ten aanzien van het doelmatig en
                                veilig gebruik van het publiek terrein, of </al></li><li nr="d."><al>3°. deze een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                onderhoud van het publiek terrein. </al></li><li nr="e."><al>een zonnescherm aan te brengen op een verticale afstand van minder
                                dan 2,2 meter boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van het
                                publiek terrein, danwel op een horizontale afstand van minder dan
                                0,5 van het voor rijverkeer bestemde gedeelte van de weg.</al></li><li nr="5."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: </al></li><li nr="a."><al>de plaatsing van bouwvergunningsplichtige bouwwerken;</al></li><li nr="b."><al>de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op het
                                publiek terrein gebracht worden in verband met het onmiddellijk
                                laden of lossen ervan en die onmiddellijk na het beëindigen daarvan,
                                doch in elk geval voor zonsondergang, van het publiek terrein
                                verwijderd zijn; </al></li><li nr="c."><al>tweewielige voertuigen en uitsluitend via luchtbanden op de grond
                                rustende voertuigen op meer dan twee wielen; </al></li><li nr="d."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden
                                geopenbaard; </al></li><li nr="e."><al>voorwerpen of stoffen die worden geplaatst of aangebracht in het
                                kader van evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1; </al></li><li nr="f."><al>voorwerpen behorende tot een bij een horecabedrijf behorend terras
                                als bedoeld in artikel 2.3.1.9; </al></li><li nr="g."><al>voorwerpen behorende tot een standplaats als bedoeld in artikel
                                5.2.3.;</al></li><li nr="h."><al>het door een huurder van een strandgedeelte op dat strandgedeelte
                                plaatsen van stoelen en schermen;</al></li><li nr="i."><al>het voor persoonlijk gebruik tijdelijk - namelijk voor zover dat
                                voor het daadwerkelijk gebruik noodzakelijk is - op het strand
                                plaatsen van stoelen, zonneschermen en windschermen voor zover dat
                                niet plaatsvindt op een deel van het strand dat door de
                                rechthebbende is verhuurd aan een derde.</al></li><li nr="6."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
                            </al></li><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan het publiek terrein,
                                gevaar oplevert voor de bruikbaarheid of het doelmatig en veilig
                                gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het
                                doelmatig beheer en onderhoud van het publiek terrein en voor zover
                                hierin niet wordt voorzien door artikel 5 van de
                                Wegenverkeerswet.</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik geen betrekking heeft op het oprichten
                                van een bouwwerk en dat gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                welstand; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak, voor
                                zover hierin niet wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li><li nr="7."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Zuid-Holland. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.1.5.2* (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en </al><al> veranderen van een weg </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg
                                aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te
                                graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
                                veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
                                aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt verleend: </al></li><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het Rijk, de provincie, de gemeente of
                                het waterschap bij het uitvoeren van zijn/haar publiekrechtelijke
                                taak. </al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                beheer rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening Zuid-Holland, de
                                Keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland, de Telecomwet, de
                                Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                Telecommunicatieverordening gemeente Noordwijk.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.1.5.3* Maken, veranderen van een uitweg </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: </al></li><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg; </al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; </al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. </al></li><li nr="2."><al>(Blanco)</al></li><li nr="3."><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: </al></li><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg; </al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg; </al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; </al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente</al></li><li nr="e."><al>de voorkoming van strijd met het ter plaatse vigerend
                                bestemmingsplan. </al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                Rijkswaterstaatswerken, de Keur van het Hoogheem-raadschap van
                                Rijnland of de Wegenverordening Zuid-Holland. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.1.5.4* Vrijhouden van de weg voor werkzaamheden</al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een weggedeelte aanwijzen dat gedurende een daarbij
                                aan te geven periode moet worden vrijgehouden ter uitvoering van
                                onderhouds-, reinigings- of beheerswerkzaamheden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                plaatsen op het door het college aangewezen weggedeelte zoals
                                bedoeld in het eerste lid.</al></li></lijst><al></al><al>Paragraaf 6: Veiligheid op het publiek terrein </al><al></al><al>Artikel 2.1.6.1* Veroorzaken van gladheid </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op het publiek
                                terrein te werpen, uit te storten of te laten lopen. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 4e, van het Wetboek
                                van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.1.6.2* Winkelwagentjes </al><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking
                                stelt, mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren over het
                                publiek terrein, is verplicht ze te voorzien van de naam van het
                                bedrijf of een ander herkenningsteken en de in de omgeving van dat
                                bedrijf door het publiek op het publiek terrein achtergelaten
                                winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen verwijderen.
                            </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.1.6.3 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</al><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op
                        zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of
                        daaraan op andere wijze hinder of gevaar oplevert. </al><al></al><al>Artikel 2.1.6.4 Openen straatkolken e.d.</al><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk,
                        rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting die behoort tot een
                        openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te
                        dekken.</al><al></al><al>Artikel 2.1.6.5 Kelderingangen e.d. </al><lijst><li nr="1."><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                veiligheid van de weggebruikers opleveren. </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder
                                1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.1.6.6* Rookverbod in bossen en duingebieden </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te roken in bossen en duingebieden of binnen een
                                afstand van dertig meter daarvan gedurende de door het college
                                aangewezen periode. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in bossen en duingebieden of binnen een afstand van
                                honderd meter daarvan, voor zover het de open lucht betreft,
                                brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of
                                te laten liggen. </al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel
                                429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. </al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover
                                het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende, als tuin
                                ingerichte, erven. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.1.6.7* Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen
                                aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat
                                gedeelte van de weg. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of
                                andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de
                                uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een
                                afscheiding zijn aangebracht. </al></li><li nr="3."><al>(Blanco)</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                Wegenverkeerswet 1994. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.1.6.8* Vallende voorwerpen </al><al>Het is verboden aan of boven een weg of aan enig deel van een bouwwerk een
                        voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen neervallen op het
                        publiek terrein.</al><al></al><al>Artikel 2.1.6.9 Voorzieningen voor verkeer en verlichting </al><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of
                                aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het
                                college, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het
                                openbaar verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht,
                                onderhouden, gewijzigd of verwijderd. </al></li><li nr="2."><al>Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende als bedoeld in
                                het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan tot het doen
                                aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als
                                bedoeld in het eerste lid. </al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.1.6.10* Objecten onder hoogspanningslijn </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Artikel 2.1.6.11* Veiligheid op het ijs </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden: </al></li><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere
                                wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; </al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst
                                op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te
                                beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te
                                verijdelen of te belemmeren. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                Vaarwegenverordening Zuid-Holland. </al></li></lijst><al></al><al>Afdeling 2: Evenementen</al><al></al><al>Artikel 2.2.1* Begripsomschrijving </al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek
                                toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: </al></li><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen; </al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                Gemeentewet en artikel 5.2.4 van deze verordening; </al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; </al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet
                                gelegenheid geven tot dansen; </al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet
                                openbare manifestaties; </al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.4.3 (straatartiest) en
                                2.3.3.1 (speelgelegenheid) van deze verordening. </al></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al></li><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid; </al></li><li nr="b."><al>een braderie; </al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel
                                2.1.2.2, op de weg; </al></li><li nr="d."><al>een feest of wedstrijd (al dan niet voor publiek toegankelijk) op of
                                langs het publiek terrein, tenzij het een activiteit en locatie
                                betreft zoals bedoeld onder d van het voorgaande lid. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.2.2* Evenement </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement
                                te organiseren. </al></li><li nr="2."><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: </al></li><li nr="a."><al>de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast; </al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen;
                            </al></li><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid. </al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door hem aan te
                                wijzen categorieën evenementen. </al></li><li nr="4."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor de in het tweede lid,
                                onder d, van artikel 2.2.1 voorziene gevallen, voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto
                                artikel 148 Wegenverkeerswet 1994. </al></li><li nr="5."><al>De in het eerste lid bedoelde vergunning kan tevens betrekking
                                hebben op activiteiten als bedoeld in de artikelen 2.1.4.3
                                (straatartiest), 2.1.5.1 (voorwerpen op publiek terrein), 2.6.4
                                (bezigen van vuurwerk door professionele toepassers), 2.11.1
                                (activiteiten op het strand), 2.11.5 (paarden op het strand), 4.1.5
                                (geluidhinder) en 5.2.3 (innemen van een standplaats).</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.2.3 Ordeverstoring </al><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al><al></al><al>Artikel 2.2.4* Meldingsregeling voor evenementen tussen 09.00 en 21.00
                        uur</al><lijst><li nr="1."><al>Het in artikel 2.2.2 bedoelde verbod geldt niet indien:</al></li><li nr="a."><al>het evenement geheel plaatsvindt tussen 09.00 uur en 21.00 uur
                                en</al></li><li nr="b."><al>het voorgenomen evenement ten minste vijf werkdagen van te voren bij
                                de burgemeester is gemeld op een door de burgemeester te bepalen
                                wijze en</al></li><li nr="c."><al>het evenement niet of slechts in zeer ondergeschikte mate een
                                commerciële doelstelling heeft en wordt voldaan aan de door de
                                burgemeester vastgestelde standaardvoorwaarden en
                                standaardvoorschriften.</al></li><li nr="2."><al>In een specifiek geval kan de burgemeester de werking van het eerste
                                lid geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen indien en voor
                                zover dat noodzakelijk is in het belang van:</al></li><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li></lijst><al></al><al>Afdeling 3: Toezicht op openbare inrichtingen </al><al></al><al>Paragraaf 1: Toezicht op horecabedrijven</al><al></al><al>Artikel 2.3.1.1* Begripsomschrijvingen </al><lijst><li nr="1."><al>Onder horecabedrijf wordt in deze paragraaf verstaan: de voor het
                                publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in
                                een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of
                                dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf
                                worden in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant,
                                strandpaviljoen, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                buurthuis of clubhuis. </al></li><li nr="2."><al>Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
                                aanhorigheden. </al></li><li nr="3."><al>Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de besloten
                                ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar
                                sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie
                                kunnen worden bereid of verstrekt. </al></li><li nr="4."><al>Onder houder wordt in deze paragraaf verstaan: degene die een
                                horecabedrijf exploiteert. </al></li><li nr="5."><al>Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers: </al></li><li nr="a."><al>de gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders wonende bloed en
                                aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met
                                de derde graad; </al></li><li nr="b."><al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438
                                van het Wetboek van Strafrecht (nachtregister), alsmede personen
                                bedoeld in artikel 438, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
                            </al></li><li nr="c."><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende
                                redenen noodzakelijk is. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.3.1.2* Exploitatievergunning horecabedrijf </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning
                                van de burgemeester. </al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                indien de vestiging of de exploitatie van het horecabedrijf in
                                strijd is met een geldend bestemmingsplan. </al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden
                                aangenomen dat de woon en leefsituatie in de omgeving van het
                                horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig
                                wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf. </al></li><li nr="4."><al>Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond
                                houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de
                                wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de
                                aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu
                                ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                exploitatie van het horecabedrijf. </al></li><li nr="5."><al>(Blanco)</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.3.1.3* Van kracht worden vergunningplicht </al><lijst><li nr="1."><al>Het gestelde in artikel 2.3.1.2 is niet eerder van kracht dan nadat
                                de burgemeester daartoe heeft besloten, waarbij het van kracht
                                worden kan worden beperkt tot één of meer in dat besluit aangeduide
                                soorten horecabedrijven in de gehele gemeente dan wel in één of meer
                                daarin aangewezen gedeelten van de gemeente. </al></li><li nr="2."><al>De exploitatie van een horecabedrijf moet zodanig geschieden dat
                                daardoor de woon- en leefsituatie in de omgeving van het
                                horecabedrijf of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze
                                nadelig worden beïnvloed. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.3.1.4* Sluitingstijden </al><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden dit voor bezoekers
                                geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten
                                verblijven tussen 00.00 uur en 06.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>In aanvulling op het in het eerste lid gestelde verbod is het
                                verboden om een terras te exploiteren tussen 23.00 uur en 09.00
                                uur</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan een incidentele of algemene ontheffing verlenen
                                van de in het eerste en het tweede lid vervatte verbodsbepalingen.
                            </al></li><li nr="4."><al>In de aanvraag voor een ontheffing zoals bedoeld in het derde lid
                                moet de aanvrager aangeven welke maatregelen hij heeft genomen of
                                nog zal nemen ter voorkoming en of beperking van overlast en ter
                                voorkoming van verstoring van de openbare orde, die door bezoekers
                                aan zijn inrichting veroorzaakt zou kunnen worden.</al></li><li nr="5."><al>Een ontheffing als bedoeld in het derde lid kan geheel of
                                gedeeltelijk worden geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>indien de aanvraag naar het oordeel van de burgemeester onvoldoende
                                waarborgen bevat betreffende het voorkomen danwel beperken van
                                overlast of verstoring van de openbare orde.</al></li><li nr="6."><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere
                                sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf of
                                een daartoe behorend terras. </al></li><li nr="7."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet milieubeheer
                                gebaseerde voorschriften. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.3.1.5 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting </al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                                zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere
                                omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer
                                horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2.3.1.4
                                geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
                            </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.
                            </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.3.1.6 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf </al><al>Het is bezoekers van een horecabedrijf verboden gedurende de tijd dat dit
                        bedrijf krachtens artikel 2.3.1.4 of ingevolge een op grond van artikel
                        2.3.1.5 genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te
                        bevinden. </al><al></al><al>Artikel 2.3.1.7 Ordeverstoring </al><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al><al></al><al>Artikel 2.3.1.7a* Zwarte lijst</al><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 2.3.1.1,
                                eerste lid, verboden een bezoeker in die inrichting toe te laten of
                                te laten verblijven die, naar het oordeel van de burgemeester,
                                misbruik van alcoholhoudende drank pleegt te maken en wiens naam als
                                zodanig schriftelijk door de burgemeester aan de bedoelde houder is
                                opgegeven.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan een persoon wiens naam ingevolge het bepaalde in het
                                eerste lid door de burgemeester aan de houders van inrichtingen als
                                bedoeld in artikel 2.3.1.1., eerste lid, is opgegeven, verboden zich
                                in een dergelijke inrichting te bevinden nadat hij schriftelijk door
                                de burgemeester van dit verbod in kennis is gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid bedoelde verbod geldt voor de in de
                                schriftelijke kennisgeving aan te geven periode, welke niet langer
                                is dan één jaar.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.3.1.8 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al>Indien een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1 geen inrichting is
                        in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt niet de burgemeester,
                        maar het college op als bevoegd bestuursorgaan ten behoeve van artikel
                        2.3.1.2 tot en met 2.3.1.5. </al><al></al><al>Artikel 2.3.1.9* Terrasvergunning</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bij een
                                horecabedrijf behorend terras te exploiteren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod als gesteld in het eerste lid is niet van toepassing
                                indien voor het betreffende terras een exploitatievergunning op
                                grond van artikel 2.3.1.2 is verleend.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan de in het eerste lid bedoelde vergunning geheel
                                of gedeeltelijk weigeren:</al></li><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan het publiek terrein,
                                dan wel gevaar oplevert voor het doelmatig en (brand-) veilig
                                gebruik daarvan;</al></li><li nr="b."><al>indien dat gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig
                                beheer en onderhoud van het publiek terrein;</al></li><li nr="c."><al>ter bescherming van het woon- en leefklimaat in de nabije omgeving
                                van het terras;</al></li><li nr="d."><al>indien de exploitatie van het beoogde terras in strijd zou zijn met
                                een geldend bestemmingsplan. </al></li></lijst><al></al><al>Paragraaf 2: Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf </al><al></al><al>Artikel 2.3.2.1 Begripsomschrijvingen </al><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="1."><al>inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de
                                uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van
                                nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft; </al></li><li nr="2."><al>houder: degene die een inrichting exploiteert dan wel daarin de
                                feitelijke leiding heeft. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.3.2.2* Kennisgeving exploitatie </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Artikel 2.3.2.3* Nachtregister </al><al>De houder van een inrichting is verplicht een register, als bedoeld in
                        artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden.</al><al></al><al>Artikel 2.3.2.4* Verschaffing gegevens nachtregister </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Paragraaf 3: Toezicht op speelgelegenheden </al><al></al><al>Artikel 2.3.3.1* Speelgelegenheden </al><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek
                                toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te
                                beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen
                                worden gewonnen of verloren. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod
                                is niet van toepassing op: </al></li><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid,
                                onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; </al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van
                                Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen; </al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine
                                kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te
                                beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30
                                van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel
                                1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten. </al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning: </al></li><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare
                                orde op ontoelaatbare wijze nadelig zouden worden beïnvloed door de
                                exploitatie van de speelgelegenheid; </al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd zou zijn
                                met een geldend bestemmingsplan. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.3.3.2* Speelautomaten </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Paragraaf 4*: Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                        Drank- en horecawet</al><al></al><al>Artikel 2.3.4.1* Begripsbepaling</al><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><al>- alcoholhoudende drank en</al><al>- paracommerciële rechtspersoon,</al><al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.</al><al></al><al>Artikel 2.3.4.2 Regulering paracommerciële rechtspersonen</al><lijst><li nr="1."><al>Een paracommercieel rechtspersoon kan onverminderd artikel 2.3.1.4
                                alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf 2 uren voor
                                aanvang en tot uiterlijk 3 uren na afloop van een activiteit die
                                wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de
                                rechtspersoon.</al></li><li nr="2."><al>Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende
                                drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten
                                die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de
                                activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken
                                zijn.</al></li></lijst><al></al><al>Afdeling 4: Maatregelen tegen overlast en baldadigheid </al><al></al><al>Artikel 2.4.1 Betreden gesloten woning of lokaal </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een
                                bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten
                                voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                betreden. </al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is. </al></li><li nr="4."><al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid
                                bedoelde verboden ontheffing te verlenen. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.4.2* Plakken en kladden </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden het publiek terrein of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te
                                bekladden. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een onroerende zaak
                                dat vanaf de weg zichtbaar is: </al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                        aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                        wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; </al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof enige
                                        afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                        doen aanbrengen. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                                gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. </al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen. </al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. </al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben
                                op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen. </al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens
                                eerste vordering terstond ter inzage af te geven. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.4.3* Vervoer plakgereedschap e.d. </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op het publiek terrein of
                                openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig
                                aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of
                                verfgereedschap. </al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of
                                gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                handelingen als verboden in artikel 2.4.2. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.4.4* Vervoer inbrekerswerktuigen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op het publiek terrein te vervoeren of bij zich te
                                hebben: lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander
                                gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich
                                onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen,
                                onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door
                                middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                voorkomen. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde gereedschappen,
                                voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                de in het eerste lid bedoelde handelingen. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.4.5* Betreden van plantsoenen e.d. </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Artikel 2.4.6* Rijden over bermen e.d. </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Artikel 2.4.7* Hinderlijk gedrag op het publiek terrein </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden: </al></li><li nr="a."><al>op of langs het publiek terrein te klimmen of zich te bevinden op
                                een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair; </al></li><li nr="b."><al>zich op of langs het publiek terrein zodanig op te houden dat aan
                                weggebruikers of bewoners van nabij gelegen woningen onnodig
                                overlast of hinder wordt veroorzaakt. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van
                                Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.4.8* Drankgebruik op het publiek terrein </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op het publiek terrein, dat deel uitmaakt van een
                                door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                alcoholhoudende drank bij zich te hebben. </al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: </al></li><li nr="a."><al>een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1 en een daarbij
                                behorend terras; </al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a,
                                waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en
                                Horecawet.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.4.9 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden: </al></li><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;
                            </al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel
                                van een gebouw te zitten of te liggen. </al></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder
                                redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik
                                bestemde ruimte van zo'n gebouw. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.4.10 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</al><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke
                        wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal,
                        telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar-vervoermiddel, parkeergarage,
                        rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke
                        ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan
                        waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.</al><al></al><al>Artikel 2.4.11* Neerzetten van fietsen e.d.</al><al>Het is verboden op het publiek terrein een fiets of een bromfiets te
                        plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de
                        gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien: </al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                gebruiker van dat gebouw of dat portiek; </al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.4.12* Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                        e.d. </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Artikel 2.4.13 Bespieden van personen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te bespieden. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of woonschip
                                bevindende persoon te bespieden. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.4.16* Alarminstallaties </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Artikel 2.4.17* Honden</al><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen: </al></li><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide; </al></li><li nr="b."><al>op het strand tussen rijksstrandpaal 83.000 (bij afrit 2) en
                                rijksstrandpaal 80.750 (afrit 21) (zijnde globaal genomen het strand
                                gelegen voor de boulevards) gedurende de periode 1 juni tot en met
                                31 augustus;</al></li><li nr="c."><al>op het binnen de gemeente Noordwijk gelegen terrein van de
                                Gemeente-waterleidingen Amsterdam (ten noorden en zuiden van de
                                Langevelderslag en ten westen dan wel noorden van de Vogelaardreef
                                tot aan de grens met de gemeenten Noordwijkerhout en
                                Zandvoort);</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het verbod zoals gesteld in het eerste lid is het de
                                eigenaar of houder van een hond verboden die hond los (niet
                                aangelijnd) te laten lopen: </al></li><li nr="a."><al>op het publiek terrein binnen de bebouwde kom;</al></li><li nr="b."><al>op het strandgedeelte dat op grond van artikel 2.11.4 is aangewezen
                                als locatie waar naaktrecreatie is toegestaan</al></li><li nr="c."><al>op het strandgedeelte tussen de rijksstrandpalen 80.750 (afrit 21)
                                en 80.500, tussen de rijksstrandpalen 78.000 en 77.500 (afrit 24) en
                                tussen de rijksstrandpalen 75.000 en 74.500 (afrit 27) gedurende de
                                periode van 1 juni tot en met 31 augustus.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het gestelde in het tweede lid, is het de eigenaar of
                                houder van een hond verboden die hond los (niet aangelijnd) te laten
                                lopen zonder dat die hond is voorzien van een hondenpenning of ander
                                identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet
                                kennen.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op
                                door het college aangewezen plaatsen en/of perioden. </al></li><li nr="5."><al>De verboden genoemd in het eerste en tweede lid gelden niet voor
                                zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap
                                door een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig
                                aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of houder van
                                een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.
                            </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.4.18* Verontreiniging door honden </al><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat
                                die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: </al></li><li nr="a."><al>op een gedeelte van het binnen de bebouwde kom gelegen publiek
                                terrein dat bestemd is of mede bestemd is voor het verkeer van
                                voetgangers; </al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op het strand tussen rijksstrandpaal 83.000 (afrit 2) en
                                rijksstrandpaal 80.750 (afrit 21) (zijnde globaal genomen het strand
                                gelegen voor de boulevards) gedurende de periode van 1 september tot
                                en met 31 mei.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid, onder a is niet van toepassing op
                                door het college aangewezen plaatsen. </al></li><li nr="3."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de
                                hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden
                                verwijderd. </al></li><li nr="4."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht om, wanneer hij zich
                                met de hond op het publiek terrein bevindt, een doeltreffend
                                hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor verwijdering van
                                uitwerpselen. Het college stelt hiervoor geschikte hulpmiddelen
                                vast, wil het doeltreffend zijn.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.4.19* Gevaarlijke honden </al><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen op het publiek terrein of op het
                                terrein van een ander: </al></li><li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of de
                                houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond
                                noodzakelijk vindt; </al></li><li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het
                                college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn- en muilkorfgebod
                                in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt. </al></li><li nr="2."><al>In aanvulling op het bepaalde in het derde lid van artikel 2.4.17,
                                kan het college aanvullend op de maatregelen zoals bedoeld in lid 1
                                onder a en b, de eigenaar of houder van een hond verplichten die
                                hond te voorzien van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                identificatiekenmerk in het oor of de buikwand. </al></li><li nr="3."><al>In het eerste lid wordt verstaan onder: </al></li><li nr="a."><al>muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof, of van
                                stevig leer of van beide stoffen, die door middel van een stevige
                                leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat verwijdering
                                zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en die zodanig is
                                ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de
                                afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek
                                toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.</al></li><li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte,
                                gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter.
                            </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.4.20 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van
                                overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen,
                                buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat
                                aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: </al></li><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                college gestelde regels; </al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is
                                aangegeven; of </al></li><li nr="d."><al>te voeren. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats
                                een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide dieren aanwezig te
                                hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van
                                de door het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben tot
                                een groter aantal dan door het college is aangegeven. </al></li><li nr="3."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                verbod. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.4.22* Loslopend vee </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Artikel 2.4.23* Duiven </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Artikel 2.4.24* Bijen </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Artikel 2.4.25* Bedelarij </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Afdeling 5: Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</al><al></al><al>Artikel 2.5.1 Begripsomschrijvingen </al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene
                                maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
                                Wetboek van Strafrecht; </al></li><li nr="b."><al>verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of op
                                andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde goederen
                                door de handelaar. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.5.2 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister </al><lijst><li nr="1."><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte
                                of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze
                                overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester
                                gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld: </al></li><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; </al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed; </al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover dat
                                mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed; </al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. </al></li><li nr="2."><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                verplichtingen. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.5.3 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van
                        het </al><al> Wetboek van Strafrecht </al><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: </al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437 ter, tweede
                                lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester of de door deze
                                aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in kennis stelt dat hij van
                                het opkopen een beroep of gewoonte maakt, daarbij tevens
                                schriftelijk opgave te doen van zijn woonadres en van het volledig
                                adres van elke lokaliteit door hem ten behoeve van zijn onderneming
                                in gebruik genomen; </al></li><li nr="b."><al>de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
                                register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen,
                                schriftelijk in kennis te stellen van een verandering van zijn
                                woonadres, zomede van het adres of de adressen van een bij hem ten
                                behoeve van zijn onderneming in gebruik zijnde lokaliteit; </al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de
                                onderneming duidelijk zichtbaar voorkomen; </al></li><li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen waarvan
                                redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van misdrijf afkomstig is
                                of voor de rechthebbende verloren is gegaan, hiervan onverwijld
                                kennis te geven aan de onder a bedoelde functionaris; </al></li><li nr="e."><al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven aan de
                                burgemeester of een daartoe door de burgemeester aangewezen
                                ambtenaar; </al></li><li nr="f."><al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of gewoonte
                                te maken, onderscheidenlijk het beroep van handelaar niet langer
                                uitoefent, de onder a bedoelde functionaris hiervan onverwijld doch
                                in ieder geval binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.
                            </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.5.4 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen </al><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig door
                        opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het onder zijn
                        berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging aan te brengen tenzij
                        deze wijziging van geen invloed is op de herkenbaarheid van het goed. </al><al></al><al>Artikel 2.5.5 Handel in horecabedrijven </al><lijst><li nr="1."><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden toe te laten dat een
                                handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig
                                voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.
                            </al></li><li nr="2."><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al></li><li nr="a."><al>horecabedrijf: het bedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1, eerste en
                                tweede lid; </al></li><li nr="b."><al>houder: de houder als bedoeld in artikel 2.3.1.1, vierde lid. </al></li></lijst><al></al><al>Afdeling 6: Vuurwerk </al><al></al><al>Artikel 2.6.1 Begripsomschrijvingen</al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                        consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe
                        regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk
                        (Vuurwerkbesluit) van toepassing is. </al><al></al><al>Artikel 2.6.2* Verkoop van consumentenvuurwerk </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk te verkopen dan wel voor de verkoop aanwezig te
                                houden, zonder een vergunning van het college van de gemeente waar
                                het bedrijf is of zal worden gevestigd. </al></li><li nr="2."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in
                                het belang van de openbare orde en in het belang van het voorkomen
                                of beperken van overlast. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.6.3* Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                overlast aangewezen plaats. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op het publiek terrein te
                                bezigen indien zulks gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
                            </al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor
                                zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel
                                429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht. </al></li><li nr="4."><al>(Blanco)</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.6.4* Bezigen van vuurwerk door professionele toepassers</al><lijst><li nr="1."><al>Ter voorkoming dan wel beperking van geluidhinder is het, buiten de
                                periode zoals bedoeld in artikel 2.6.3, verboden vuurwerk af te
                                steken tussen 23.00 uur en 07.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien de
                                activiteit deel uitmaakt een evenement zoals bedoeld in artikel
                                2.2.1 en voor zover in de verleende vergunning expliciet aandacht is
                                besteed aan het afsteken van vuurwerk.</al></li></lijst><al></al><al>Afdeling 7: Drugsoverlast </al><al></al><al>Artikel 2.7.1* Drugshandel op straat</al><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of langs het
                        publiek terrein post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                        op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of
                        rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2
                        en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling
                        af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of
                        daarin te bemiddelen.</al><al></al><al>Afdeling 8: Bestuurlijke ophouding</al><al></al><al>Artikel 2.8.1* Bestuurlijke ophouding</al><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten
                        tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen
                        op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in de
                        artikelen 2.1.1.1, 2.1.2.1, 2.1.5.1, 2.1.5.2, 2.1.6.4, 2.1.6.7, 2.4.7,
                        2.4.8, 2.4.9, 2.4.10, 2.6.3 en 5.5.1. van deze verordening groepsgewijs niet
                        naleven. </al><al></al><al>Afdeling 9: Veiligheidsrisicogebieden </al><al></al><al>Artikel 2.9.1 Veiligheidsrisicogebieden </al><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij
                        verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij
                        ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de
                        daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende
                        erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. </al><al></al><al>Afdeling 10: Cameratoezicht op openbare plaatsen </al><al></al><al>Artikel 2.10.1* Cameratoezicht op openbare plaatsen </al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats zoals bedoeld in
                                de Wet openbare manifestaties. </al></li><li nr="2."><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid
                                eveneens ten aanzien van de volgende voor eenieder toegankelijke
                                plaatsen: </al><lijst><li nr="o"><al>parkeerterreinen;</al></li><li nr="o"><al>parkeergarages;</al></li><li nr="o"><al>terrassen. </al></li></lijst></li></lijst><al></al><al>Afdeling 11: Nadere regels het strand en de zee betreffende</al><al></al><al>Artikel 2.11.1* Activiteiten en voorwerpen op het strand </al><lijst><li nr="1."><al>In aanvulling op het in deze verordening ten aanzien van het publiek
                                terrein gestelde, is het verboden:</al></li><li nr="a."><al>op het strand tenten, tafels, banken, kisten, palen of andere
                                voorwerpen te plaatsen, te laten liggen of te laten staan;</al></li><li nr="b."><al>op het strand een spel te beoefenen indien daardoor hinder
                                veroorzaakt wordt;</al></li><li nr="c."><al>op het strand met motorvoertuigen en (brom-)fietsen te rijden;</al></li><li nr="d."><al>op het strand een sulky of een andere vorm van aanspanning te hebben
                                of daarmee op het strand te rijden;</al></li><li nr="e."><al>op het strand een zeilwagen te hebben of daarmee op het strand te
                                rijden;</al></li><li nr="f."><al>op het strand een motorvaartuig te hebben, (aan land) te brengen of
                                daarmee zee te kiezen;</al></li><li nr="g."><al>op het strand een surfplank te hebben of daarmee zee te kiezen;</al></li><li nr="h."><al>op het strand een kitesurfboard te hebben of daarmee zee te
                                kiezen;</al></li><li nr="i."><al>op het strand een door middel van twee of meer lijnen bestuurbare
                                vlieger, met inbegrip van een voor kitesurfing te gebruiken kite, op
                                te laten;</al></li><li nr="j."><al>op het strand een barbecue te houden, waaronder wordt verstaan: het
                                in de open lucht grillen of opwarmen van etenswaren, ongeacht de
                                wijze van verhitting en ongeacht de brandstof waarmee dat
                                gebeurt;</al></li><li nr="k."><al>op het strand met delta’s en/of paragliders te duinsoaren.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van de in het eerste lid gestelde verboden
                                ontheffing verlenen en/of gebieden aanwijzen waar (enkele van) die
                                verboden niet van toepassing zijn. Deze bevoegdheid geldt voor wat
                                betreft het onder sub f gestelde verbod niet voor jetski´s.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid onder a en b gestelde verboden gelden niet voor
                                zover de bedoelde activiteiten deel uitmaken van een evenement zoals
                                bedoeld in artikel 2.2.1 waarvoor op grond van artikel 2.2.2
                                vergunning is verleend.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.11.2* Geen glas op het strand</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op het strand drank te verkopen in glazen of flessen
                                van glas.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op het strand in de uitoefening van handel drank te
                                schenken in glazen drinkgerei van welke vorm of uitvoering dan
                                ook.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor
                                het verkopen en schenken van drank in glas indien dat geschiedt
                                binnen de begrenzing van een horecabedrijf zoals bedoeld in artikel
                                2.3.1.1 of binnen een andere inrichting zoals bedoeld in de Wet
                                milieubeheer en de bedoelde drank ter plaatse wordt genuttigd.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden het strand door onachtzaamheid of opzettelijk
                                handelen te verontreinigen met glas in welke vorm of op welke wijze
                                dan ook.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.11.3* Varen/beoefenen watersport </al><al>Het is verboden op zee te varen, zich te laten voortbewegen door een
                        vaartuig of enige andere vorm van watersport te beoefenen op een zodanige
                        wijze dat daardoor gevaar of hinder voor anderen kan ontstaan.</al><al></al><al>Artikel 2.11.4* Naaktrecreatie op het strand, in de duinen en in zee</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op het strand, in de duinen of in de zee naakt te
                                recreëren of anderszins naakt op het strand, in de duinen of in de
                                zee aanwezig te zijn.</al></li><li nr="2."><al>Het in het voorgaande lid gestelde verbod geldt niet op de volgende
                                strand- en zeegedeelten:</al></li><li nr="a."><al>het strand tussen de rijksstrandpalen 79.500 en 78.000 (zijnde
                                globaal genomen het strand tussen afrit 22 en 500 m ten zuiden van
                                de Duindamseslag) en het daarvoor gelegen gedeelte van de zee;</al></li><li nr="b."><al>het strand tussen de rijksstrandpalen 74.000 en 73.000 en het
                                daarvoor gelegen gedeelte van de zee.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.11.5* Paarden op het strand </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich met een rij- of trekdier op te houden op door
                                het college aangewezen delen van het strand.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                perioden.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></li><li nr="4."><al>De in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de
                                bedoelde activiteit deel uitmaakt van een evenement zoals bedoeld in
                                artikel 2.2.1 en waarvoor op grond van artikel 2.2.2. vergunning is
                                verleend.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.11.6* Vrijhouden van het strand voor redding en hulpverlening </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enigerlei wijze de vrije doorgang te beperken op
                                de strandop- en afritten.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden de bereikbaarheid van de strandposten van de politie
                                en de Noordwijkse Reddingsbrigade onnodig te beperken.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden op enigerlei wijze de uitrukmogelijkheden en
                                uitruksnelheid van politie en hulpdiensten onnodig nadelig te
                                beïnvloeden.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 2.11.7* Hulpdiensten en werkverkeer</al><al>De in de artikelen 2.11.1 en 2.11.5 opgenomen verboden gelden niet voor
                        bestuurders van motorvoertuigen of vaartuigen danwel berijders van paarden
                        ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van
                        andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en
                        verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                        hulpverleningsdiensten. </al><al></al><al>Artikel 2.11.8* Deltavliegen en/of parapenten (Duinsoaren)</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om op het strand met delta’s en/of paragliders te
                                duinsoaren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de KNVvL-soarstek bij
                                de Langevelderslag.</al></li></lijst><al></al><al></al><al></al><al></al><al>Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</al><al></al><al>Afdeling 1: Begripsomschrijvingen </al><al></al><al>Artikel 3.1.1 Begripsomschrijvingen </al><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; </al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van
                                seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; </al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van
                                erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting
                                worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder
                                tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in
                                combinatie met elkaar; </al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan
                                in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; </al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan
                                particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd; </al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of
                                rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert
                                en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                bevoegde natuurlijke persoon of personen; </al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke
                                feitelijke leiding uitoefent in een seksinrichting of escortbedrijf;
                            </al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                uitzondering van: </al></li><li nr="1."><al>de exploitant; </al></li><li nr="2."><al>de beheerder; </al></li><li nr="3."><al>de prostituee; </al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; </al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2; </al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens
                                dringende redenen noodzakelijk is. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 3.1.2 Bevoegd bestuursorgaan </al><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college
                        of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
                        behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de
                        burgemeester. </al><al></al><al>Artikel 3.1.3* Nadere regels</al><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2 genoemde belangen, kan het bevoegd
                        bestuursorgaan over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk
                        nadere regels vaststellen.</al><al></al><al></al><al></al><al></al><al></al><al>Afdeling 2: Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                        dergelijke</al><al></al><al>Artikel 3.2.1* Seksinrichtingen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren
                                of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.
                            </al></li><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning worden in ieder
                                geval vermeld: </al></li><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant; </al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en </al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 3.2.2 Gedragseisen exploitant en beheerder </al><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder: </al></li><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke macht
                                of de voogdij; </al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en </al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt. </al></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de
                                beheerder niet: </al></li><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in
                                een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel
                                37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld; </al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door
                                een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten; </al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
                                uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: </al><lijst><li nr="1."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet,
                                        de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                        vreemdelingen; </al></li><li nr="2."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                        249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                        417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                        Strafrecht; </al></li><li nr="3."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                        artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                        1994; </al></li><li nr="4."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de
                                        Wet op de kansspelen; </al></li><li nr="5."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; </al></li><li nr="6."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                gesteld: </al></li><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt; </al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. </al></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: </al></li><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van
                                beslissing op de aanvraag van de vergunning; </al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                van de intrekking van deze vergunning. </al></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen
                                exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                artikel 3.2.1, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat
                                hem ter zake geen verwijt treft. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 3.2.3* Sluitingstijden </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben
                                en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 00.00
                                uur en 09.00 uur. </al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld
                                in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere
                                sluitingstijden vaststellen. </al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.2.4, eerste
                                lid, gesloten dient te zijn. </al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor
                                zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op
                                de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 3.2.4 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting </al><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde belangen of
                                in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het
                                bevoegd bestuursorgaan: </al></li><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.2.3, eerste of tweede
                                lid, geldende sluitingsuren vaststellen; </al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen. </al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste
                                lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42
                                Algemene wet bestuursrecht. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 3.2.5 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben,
                                zonder dat de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning vermelde
                                exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is. </al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de
                                seksinrichting: </al></li><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII
                                (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII
                                (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en </al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het
                                bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                bepaalde. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 3.2.6* Straatprostitutie </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                andere wijze, passanten tot betaalde sex te bewegen, uit te nodigen
                                dan wel aan te lokken: </al></li><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden;
                            </al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden. </al></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. </al></li><li nr="3."><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde belangen
                                kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                wegen en tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven
                                zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. </al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid,
                                genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is
                                gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit verbieden zich
                                gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van
                                vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in
                                het eerste lid. </al></li><li nr="5."><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod indien
                                dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene
                                noodzakelijk is. </al></li><li nr="6."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 3.2.7 Sekswinkels </al><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                        sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare
                        orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de
                        gemeente.</al><al></al><al>Artikel 3.2.8 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-</al><al> pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke </al><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of
                                daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven
                                stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard
                                openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: </al></li><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in
                                gevaar brengt; </al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het
                                belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde
                                regels. </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het
                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften,
                                aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen,
                                die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld
                                in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. </al></li></lijst><al></al><al>Afdeling 3: Beslissingstermijn; weigeringsgronden </al><al></al><al>Artikel 3.3.1* Beslissingstermijn </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Artikel 3.3.2 Weigeringsgronden </al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, wordt geweigerd
                                indien: </al></li><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.2.2
                                gestelde eisen; </al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                stadsvernieuwingsplan of leefmilieu-verordening; </al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273a van
                                het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. </al></li><li nr="2."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, dan wel de
                                aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3.2.6, eerste lid, kan
                                worden geweigerd: </al></li><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de
                                woon- en leefklimaat; </al></li><li nr="d."><al>in het belang van de veiligheid van personen of goederen; </al></li><li nr="e."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid; </al></li><li nr="f."><al>in het belang van de gezondheid of zedelijkheid; </al></li><li nr="g."><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de prostituee. </al></li></lijst><al></al><al></al><al></al><al>Afdeling 4: Beëindiging exploitatie; wijziging beheer </al><al></al><al>Artikel 3.4.1 Beëindiging exploitatie </al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.2.1 op de
                                vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting
                                of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd. </al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 3.4.2 Wijziging beheer </al><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.2.1, tweede lid, onder
                                b, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk
                                heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het
                                bevoegd bestuursorgaan. </al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien
                                het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft
                                besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het
                                beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3.3.2, eerste lid,
                                aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing. </al></li><li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                ingediend, totdat over de aanvraag is besloten. </al></li></lijst><al></al><al></al><al>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het </al><al> uiterlijk aanzien van de gemeente </al><al></al><al>Afdeling 1: Geluid- , licht- en stofhinder </al><al></al><al>Artikel 4.1.1 Begripsomschrijvingen </al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer;
                            </al></li><li nr="b."><al>inrichting: een inrichting als bedoeld in het Besluit; </al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider,
                                beheerder of anderszins een inrichting drijft; </al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of
                                een klein aantal inrichtingen is verbonden; </al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is
                                aan één of een klein aantal inrichtingen. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 4.1.2* Aanwijzing en kennisgeving collectieve festiviteiten </al><lijst><li nr="1."><al>De artikelen 2.17, 2.19, 2.20 en 4.113 van het Besluit gelden niet
                                voor collectieve festiviteiten op de volgende dagen:</al><lijst><li nr="-"><al>de zaterdag voor Aswoensdag (carnaval);</al></li><li nr="-"><al>Koninginnedag;</al></li><li nr="-"><al>Bevrijdingsdag (5 mei);</al></li><li nr="-"><al>Oudejaarsdag (31 december).</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs
                                niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve
                                festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. </al></li><li nr="3."><al>De exploitant van een inrichting mag slechts deelnemen aan een
                                collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid, indien deze
                                ten minste twee weken voor aanvang van de onderhavige festiviteit
                                het college daarvan in kennis heeft gesteld. Deze bepaling geldt
                                niet indien het een op grond van lid 2 aangewezen festiviteit
                                betreft.</al></li><li nr="4."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                kennisgeving. </al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer het
                                formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd
                                op de plaats zoals op dat formulier is vermeld. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 4.1.3* Kennisgeving incidentele festiviteiten </al><lijst><li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 8 incidentele
                                festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de artikelen 2.17,
                                2.19, 2.20 en 4.113 van het Besluit niet van toepassing zijn mits de
                                houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van
                                de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. </al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het vorige lid is het aantal toegestane incidentele
                                festiviteiten voor de inrichtingen gelegen aan De Grent of gelegen
                                op het strand, beperkt tot maximaal 3 per jaar.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                kennisgeving. </al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer het
                                formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd
                                op de plaats op dat formulier vermeld. </al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele
                                festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond
                                toestaat. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 4.1.4* Verboden festiviteiten </al><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan een incidentele festiviteit of (de deelname aan)
                                een collectieve festiviteit verbieden indien daardoor naar zijn
                                oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de betrokken
                                inrichting(en) of de openbare orde op ontoelaatbare wijze zou worden
                                beïnvloed.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een collectieve festiviteit danwel een incidentele
                                festiviteit te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of
                                daaraan deel te nemen indien de burgemeester het organiseren van die
                                festiviteit verboden heeft.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 4.1.5* Overige geluidhinder </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of
                                handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een
                                omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt
                                veroorzaakt. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, het
                                Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland.
                            </al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de
                                bedoelde activiteiten deel uitmaken van een evenement als bedoeld in
                                artikel 2.2.1.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 4.1.6* Lichthinder </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden lichthinder te veroorzaken door het direct
                                aanschijnen van lichtdoorlatende gevel- of dakgedeelten van woningen
                                van derden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet milieubeheer. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 4.1.7* Stofhinder</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bij het uitvoeren van activiteiten of als gevolg van
                                de opslag danwel het transport van goederen van welke aard dan ook,
                                stofhinder te veroorzaken.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet indien en voor zover alle redelijkerwijs te
                                vergen maatregelen en voorzieningen zijn genomen danwel zijn
                                getroffen om stofhinder te beperken.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet milieubeheer. </al></li></lijst><al></al><al></al><al></al><al></al><al>Afdeling 2: Natuurlijke behoefte, wildplassen</al><al></al><al>Artikel 4.2.1*</al><al>(Blanco, vernummerd tot 2.1.5.4.)</al><al></al><al>Artikel 4.2.2* Natuurlijke behoefte doen </al><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of langs het publiek terrein zijn
                        of haar natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                        of plaats.</al><al></al><al>Artikel 4.2.3*</al><al>(Blanco, vernummerd tot 5.3.9.)</al><al></al><al> Afdeling 3: Het bewaren van houtopstanden </al><al></al><al>Artikel 4.3.1 Begripsomschrijvingen </al><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al></li><li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; </al></li><li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de
                                stronk uitlopen; </al></li><li nr="c."><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                houtopstand; </al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge
                                artikel 1, vijfde lid, van de Boswet; </al></li><li nr="e."><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi
                                (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); </al></li><li nr="f."><al>iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende
                                tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus
                                (Marsh) en Scolytus pygmaeus;</al></li><li nr="g."><al>bacterievuur: ziekte, ook bekend onder de naam perenvuur (Erwinia
                                amylovora).</al></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die
                                de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten
                                gevolge kunnen hebben. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 4.3.2* Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden. </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand
                                te vellen of te doen vellen. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor: </al></li><li nr="a."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouw
                                gronden, beide voor zover bestaande uit niet-geknotte populieren of
                                wilgen; </al></li><li nr="b."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; </al></li><li nr="c."><al>fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als
                                kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde
                                terreinen; </al></li><li nr="d."><al>kweekgoed; </al></li><li nr="e."><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; </al></li><li nr="f."><al>houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                                geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een
                                bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt
                                die: ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; ofwel
                                bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over
                                het totale aantal rijen; </al></li><li nr="g."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of
                                krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks
                                onverminderd het bepaalde in artikel 4.3.6;</al></li><li nr="h."><al>door het college aangewezen categorieën van houtopstand. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 4.3.3 Aanvraag vergunning </al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met
                                toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene
                                die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de
                                houtopstand te beschikken. </al></li><li nr="2."><al>Wanneer de Dienst Regelingen (voorheen het bureau LASER) aan het
                                bevoegd gezag een afschrift heeft toegezonden van de
                                ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                                beschouwt het bevoegd gezag dit afschrift mede als een
                                vergunningaanvraag. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 4.3.3a Weigeringsgronden </al><al>De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van: </al><al>a. de natuurwaarde van de houtopstand; </al><al>b. de landschappelijke waarde van de houtopstand; </al><al>c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; </al><al>d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; </al><al>e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; </al><al>f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. </al><al></al><al>Artikel 4.3.4* Vergunning ex lege</al><al>(Vervallen)</al><al></al><al>Artikel 4.3.5 Bijzondere vergunningsvoorschriften </al><lijst><li nr="1."><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                                voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                                door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.
                            </al></li><li nr="2."><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan
                                daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                worden vervangen. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 4.3.5 a* Vervallen vergunning</al><al>(Vervallen)</al><al></al><al>Artikel 4.3.6* Herplant-/instandhoudingsplicht </al><lijst><li nr="1."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het bevoegd
                                gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de
                                houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het
                                treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                herbeplanten overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven
                                aanwijzingen binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn.
                            </al></li><li nr="2."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
                                kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting
                                en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
                            </al></li><li nr="3."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt
                                bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
                                grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit
                                anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                verplichting opleggen om overeenkomstig de door het bevoegd gezag te
                                geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn
                                voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
                            </al></li><li nr="4."><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met
                                derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolgers, zijn verplicht
                                daaraan te voldoen. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 4.3.7 Schadevergoeding </al><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door de toepassing van
                        artikel 4.3.2, artikel 4.3.5 of artikel 4.3.6, schade lijdt of zal lijden,
                        die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en
                        waarvan de vergoeding niet anderszins is verzekerd, kent het college hem op
                        zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al><al></al><al>Artikel 4.3.8 Bestrijding iepziekte </al><lijst><li nr="1."><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het
                                oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de
                                iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is de
                                rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven,
                                verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn:
                            </al></li><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; </al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen; </al></li><li nr="c."><al>of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of
                                zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt
                                voorkomen. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering van
                                geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede kleiner
                                dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. Het
                                college kan ontheffing verlenen van dit verbod. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 4.3.9 Bestrijding bacterievuur </al><lijst><li nr="1."><al>Indien zich op een terrein één of meer cotoneasters (dwergmispels),
                                meidoorns, appelbomen, perenbomen, vuurdoorns of lijsterbessen
                                bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor
                                verspreiding van bacterievuur, is de rechthebbende, indien hij
                                daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij
                                de aanschrijving vast te stellen termijn de besmette bomen en
                                struiken te vellen en te vernietigen alsmede het daarbij gebruikte
                                gereedschap direct na gebruik te ontsmetten. </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden met bacterievuur besmette gevelde bomen, planten of
                                delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren.
                                Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod. </al></li></lijst><al></al><al>Afdeling 4: Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast </al><al></al><al>Artikel 4.4.1* Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen e.d. </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast
                                dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer,
                                in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen
                                op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: </al></li><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer-
                                of vaartuigen of onderdelen daarvan; </al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; </al></li><li nr="c."><al>caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere dergelijke,
                                gewoonlijk voor recreatieve doeleinden gebezigde voorwerpen, indien
                                het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of
                                verhuur of anderszins voor een commercieel doel; </al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. </al></li><li nr="2."><al>(Blanco)</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een door
                                hen aangeduid voorwerp of stof: </al></li><li nr="a."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben; </al></li><li nr="b."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders dan met
                                inachtneming van de door hen gestelde regels. </al></li><li nr="4."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de Ruimtelijke
                                Ordening of de Verordening Bescherming Landschap en Natuur
                                Zuid-Holland. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 4.4.1a* Stankoverlast door gebruik van meststoffen </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Artikel 4.4.2* Vergunningsplicht handelsreclame </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of aan
                                een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp
                                van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook,
                                die vanaf het publiek terrein zichtbaar is. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte: </al></li><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte
                                van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op
                                zichtbaarheid vanaf het publiek terrein; </al></li><li nr="b."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe
                                aangewezen door de overheid; </al></li><li nr="c."><al>opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de langste
                                zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op: </al></li><li nr="d."><al> een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of
                                verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij
                                feitelijke betekenis hebben; </al></li><li nr="e."><al> het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende
                                zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd; </al></li><li nr="f."><al>opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in
                                uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het
                                ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze
                                opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering
                                zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                                hebben; </al></li><li nr="g."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar
                                aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste
                                van dat vervoer. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of
                                aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij
                                feitelijke betekenis hebben, mits: </al></li><li nr="a."><al>van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving is gedaan
                                aan het college; </al></li><li nr="b."><al>het college niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving
                                van enig bezwaar heeft doen blijken; </al></li><li nr="c."><al>deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen weken op de
                                onroerende zaak aanwezig zijn. </al></li><li nr="4."><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als
                                bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het verkeer in
                                gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te
                                veroorzaken. </al></li><li nr="5."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
                            </al></li><li nr="a."><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met
                                de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor
                                gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. </al></li><li nr="6."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                landschapsverordening; </al></li><li nr="7."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a, geldt niet voor
                                bouwwerken; </al></li><li nr="8."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet voor
                                zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                milieubeheer. </al></li></lijst><al></al><al>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente </al><al></al><al>Afdeling 1: Parkeerexcessen </al><al></al><al>Artikel 5.1.1* Begripsomschrijvingen </al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>(Blanco)</al></li><li nr="b."><al>voertuigen: de voertuigen zoals bedoeld in artikel 1.1 met
                                uitzondering van: </al><lijst><li nr="1."><al>tweewielige fietsen en tweewielige bromfietsen; </al></li><li nr="2."><al>gehandicaptenvoertuigen in de zin van het Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende
                                de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in-
                                of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of
                                lossen van goederen. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.1.2* Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. </al><lijst><li nr="1."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte
                                van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te
                                verhuren of te verhandelen, verboden: </al></li><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op
                                de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 30 meter met
                                als middelpunt een dezer voertuigen; dan wel </al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. </al></li><li nr="2."><al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan:
                            </al></li><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; </al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen
                                betaling. </al></li><li nr="3."><al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet gerekend:
                            </al></li><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende
                                de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;
                            </al></li><li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het eerste
                                lid genoemde persoon. </al></li><li nr="4."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.1.2a* Te koop aanbieden van voertuigen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op wegen of weggedeelten gelegen binnen de bebouwde
                                kom een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan
                                te bieden of te verhandelen. </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het door een
                                particulier te koop aanbieden van maximaal één voertuig
                                tegelijkertijd voor zover dat voertuig is geparkeerd in de directe
                                nabijheid van de woning van die particulier.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.1.3* Defecte voertuigen </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Artikel 5.1.4 Voertuigwrakken </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te hebben.
                            </al></li><li nr="2."><al>Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch in
                                onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk
                                verwaarloosde toestand verkeert. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet milieubeheer. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.1.5* Caravans e.d. </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper,
                                magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig
                                dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor
                                andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd: </al></li><li nr="a."><al>langer dan op zeven achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben
                                op een binnen de bebouwde kom gelegen weg; </al></li><li nr="b."><al>langer dan op zeven achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben
                                op een buiten de bebouwde kom gelegen weg indien daardoor het
                                uiterlijk aanzien van de gemeente wordt geschaad of daardoor gevaar
                                of hinder kan worden veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid
                                gestelde verboden. </al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het
                                daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal
                                wegenreglement Zuid-Holland of de Provinciale landschapsverordening.
                            </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.1.6 Parkeren van reclamevoertuigen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                                handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om
                                daarmee handelsreclame te maken. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.1.7* Parkeren van grote voertuigen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg een voertuig dat, met inbegrip van de
                                lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                dan 2,4 meter te parkeren. </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:</al></li><li nr="a."><al>op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot
                                18.00 uur gedurende ten hoogste één uur;</al></li><li nr="b."><al>gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het
                                uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid ter plaatse
                                noodzakelijk is;</al></li><li nr="c."><al>op de daartoe door het college aangewezen parkeergelegenheden.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.1.8* Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen </al><al>(Blanco)</al><al></al><al>Artikel 5.1.9 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar te
                                parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of
                                terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door de Wet milieubeheer. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.1.10* Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig, fiets, bromfiets of
                                gehandicaptenvoertuig te laten rijden door dan wel deze te doen of
                                te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege
                                aangelegde beplanting of groenstrook. </al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al></li><li nr="a."><al>op de weg; </al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter uitvoering van
                                werkzaamheden door of vanwege de overheid; </al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                terreinen die mede of uitsluitend voor dit doel zijn bestemd. </al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></li></lijst><al></al><al></al><al>Artikel 5.1.11* Overlast van fiets of bromfiets </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast,
                                of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                ruimten of plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op door het college aangewezen ruimten of plaatsen
                                fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde
                                periode onafgebroken te laten staan.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden fietsen en bromfietsen die rijtechnisch in
                                onvoldoende staat van onderhoud en in verwaarloosde toestand
                                verkeren op de weg te laten staan.</al></li></lijst><al></al><al>Afdeling 2: Collecteren, venten, standplaatsen en snuffelmarkten </al><al></al><al>Artikel 5.2.1 Inzameling van geld of goederen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                intekenlijst aan te bieden. </al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het
                                bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen
                                wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of
                                ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                gehouden wordt. </al></li><li nr="4."><al>Het college kan onder door hem te stellen voorschriften vrijstelling
                                verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod voor inzamelingen
                                die gehouden worden door daarbij aangewezen instellingen. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.2.2* Venten e.d. </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college in de uitoefening
                                van handel op of langs het publiek terrein of op een openbaar water,
                                in de openlucht goederen te koop aan te bieden, te verkopen of af te
                                geven dan wel diensten aan te bieden. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet: </al></li><li nr="a."><al>ten aanzien van het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden
                                geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                Grondwet;</al></li><li nr="b."><al>voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van goederen
                                door - of door huisgenoten of personeel van - hem die dit mede doet
                                ter exploitatie van zijn winkel, bedoeld in artikel 1 van de
                                Winkeltijdenwet; </al></li><li nr="c."><al>voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen op de plaats die
                                is aangewezen voor het houden van een markt, zulks gedurende de
                                tijden waarop die markt gehouden wordt; </al></li><li nr="d."><al>voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op
                                een standplaats bedoeld in artikel 5.2.3. </al></li><li nr="3."><al>De vergunning kan worden geweigerd: </al></li><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid; </al></li><li nr="d."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of
                                in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door
                                het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor
                                de consumenten ter plaatse in gevaar komt. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.2.3* Standplaatsen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college op of langs het
                                publiek terrein of op een openbaar water in de openlucht: </al></li><li nr="a."><al>met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een
                                standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de uitoefening van
                                de handel goederen te koop aan te bieden dan wel diensten aan te
                                bieden; </al></li><li nr="b."><al>anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze
                                te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan publiek.
                            </al></li><li nr="2."><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan, dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen of goederen worden of zijn uitgestald als bedoeld in het
                                eerste lid. </al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet ten
                                aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven stukken
                                waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                artikel 7, eerste lid, van de Grondwet, voor zover dat plaatsvindt
                                op andere plaatsen dan op of langs het strand, het Palaceplein, het
                                plein dat in de volksmond bekend staat als “Gat van Palace”, De
                                Grent, de Koningin Wilhelmina Boulevard, de Koningin Astrid
                                Boulevard, de Zeereep of het Vuurtorenplein. </al></li><li nr="4."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op de
                                plaats die is aangewezen voor het houden van een markt, zulks
                                gedurende de tijden dat de markt gehouden wordt en voor zover de
                                bedoelde activiteiten deel uitmaken van een evenement als bedoeld in
                                artikel 2.2.1, of een markt als bedoeld in artikel 5.2.4. </al></li><li nr="5."><al>De vergunning kan worden geweigerd: </al></li><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; </al></li><li nr="c."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de
                                omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; </al></li><li nr="d."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid; </al></li><li nr="e."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of
                                in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door
                                het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor
                                de consument ter plaatse in gevaar komt; </al></li><li nr="f."><al>vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan;</al></li><li nr="g."><al>indien de beoogde standplaats is gelegen binnen de grenzen, zowel
                                naar ruimte als naar tijd, van een evenement waarvoor op grond van
                                artikel 2.2.2 vergunning is verleend of een melding zoals bedoeld in
                                artikel 2.2.4 is ingediend. </al></li><li nr="6."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement
                                Zuid-Holland. </al></li><li nr="7."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder b, geldt niet voor
                                zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                milieubeheer; </al></li><li nr="8."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet voor
                                bouwwerken. </al></li><li nr="9."><al>(Blanco). </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.2.4* Snuffelmarkten e.d. binnen een gebouw of plaats </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester: </al></li><li nr="a."><al>binnen een van het publiek terrein deel uitmakend gebouw of plaats
                                een markt te organiseren of toe te laten, waar ter plaatse aanwezige
                                goederen of diensten worden verhandeld; </al></li><li nr="b."><al>toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te geven, dat in
                                een van het publiek terrein deel uitmakend gebouw of plaats met een
                                kraam, een tafel of enig ander dergelijk middel standplaats wordt of
                                is ingenomen om goederen of diensten aan publiek aan te bieden, te
                                verkopen of te verstrekken. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend geheel en
                                voortdurend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn
                                als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. </al></li><li nr="3."><al>Dit artikel is niet van toepassing op het incidenteel houden van een
                                markt op het publiek terrein en niet van toepassing op een markt
                                zoals bedoeld in artikel 160 van de Gemeentewet.</al></li><li nr="4."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
                            </al></li><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt.
                            </al></li></lijst><al></al><al>Afdeling 3: Openbaar water </al><al></al><al>Artikel 5.3.1* Voorwerpen op, in of boven openbaar water </al><lijst><li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden
                                zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een
                                vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen
                                of te hebben. </al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op voorwerpen
                                waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. </al></li><li nr="3."><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                                gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving,
                                constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de
                                bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig
                                gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig
                                beheer en onderhoud van het openbaar water. </al></li><li nr="4."><al>De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voor zover in de
                                daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                de Vaarwegenverordening Zuid-Holland, de Keur van het
                                Hoogheemraadschap van Rijnland, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                gebaseerde Telecommunicatieverordening gemeente Noordwijk. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.3.2* Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een woonschip ligplaats in te nemen, te hebben
                                of beschikbaar te stellen in openbaar water met uitzondering van het
                                gedeelte van de Woensdagse Watering gelegen langs de Hogeweg tussen
                                de Nachtegaalslaan en de provinciale weg N206. Het maximum aantal
                                woonschepen dat aldaar is toegestaan bedraagt drie.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college met een vaartuig
                                een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor
                                een vaartuig beschikbaar te stellen in de Dinsdagse Watering,
                                Woensdagse Watering, De Schie, de Nieuwe Vaart en de zijvaarten
                                daarvan.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor het innemen,
                                hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats voor een periode van
                                ten hoogste 7 aaneengesloten dagen (passantenligplaats). </al></li><li nr="4."><al>Een vergunning als bedoeld in het tweede lid kan worden
                                geweigerd:</al></li><li nr="a."><al>in het belang van de volksgezondheid;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de milieuhygiëne;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                gemeente; </al></li><li nr="e."><al>in het belang van een veilig en doelmatig gebruik van de betreffende
                                watergang;</al></li><li nr="f."><al>indien de beschikbare ruimte onvoldoende is;</al></li><li nr="g."><al>indien het betreffende vaartuig een onevenredig beslag zou leggen op
                                de beschikbare ruimte voor het afmeren van vaartuigen;</al></li><li nr="h."><al>wegens strijd met een bestemmingsplan. </al></li><li nr="5."><al>De verboden in het eerste en tweede lid gelden niet voor zover in
                                het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken, de Keur van het Hoogheemraadschap van
                                Rijnland of de Vaarwegenverordening Zuid-Holland. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.3.3* Aanwijzingen ligplaats </al><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5.3.2 bepaalde
                                kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen
                                geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                                ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,
                                veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. </al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege
                                het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen,
                                veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. </al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in de
                                daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of
                                de Vaarwegenverordening Zuid-Holland.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.3.4 Verbod innemen ligplaats</al><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te
                        stellen in strijd met het krachtens artikel 5.3.3 bepaalde.</al><al></al><al>Artikel 5.3.5* Beschadigen van waterstaatswerken </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te
                                brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde vaarten,
                                havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen,
                                oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen,
                                gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                de Keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland of de
                                Vaarwegenverordening Zuid-Holland. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.3.6* Reddingsmiddelen </al><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij
                        het water aangebracht voorwerp voor een ander doel te gebruiken danwel voor
                        dadelijk gebruik ongeschikt te maken. </al><al></al><al>Artikel 5.3.7* Veiligheid op het water </al><lijst><li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar
                                water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het
                                scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of de Vaarwegenverordening Zuid-Holland .
                            </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.3.8 Overlast aan vaartuigen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                daarin te begeven of te bevinden. </al></li><li nr="2."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig,
                                liggend in of aan een openbaar water, los te maken. </al><al></al><al>Artikel 5.3.9* Toestand van sloten en andere wateren en niet
                                openbare riolen en putten buiten gebouwen </al><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></li></lijst><al></al><al>Afdeling 4: Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                        natuurgebieden </al><al></al><al>Artikel 5.4.1* Crossterreinen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter
                                voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                                motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                                aanwezig te hebben. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels
                                stellen voor het gebruik van deze terreinen: </al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. </al></li><li nr="3."><al>(Blanco)</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het
                                Besluit geluidproductie sportmotoren. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.4.2* Beperking verkeer in natuurgebieden </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden,
                                parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen
                                anders dan het strand te rijden of zich te bevinden met een
                                motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld in
                                artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                of met een fiets of een paard. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels
                                stellen voor het gebruik van deze terreinen: </al></li><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast; </al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek. </al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                paarden: </al></li><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en
                                van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer
                                en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten; </al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie
                                van de door het college aangewezen plaatsen; </al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk
                                voorschrift moeten worden uitgevoerd; </al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                gelegen binnen de door het college aangewezen plaatsen; </al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de
                                onder d bedoelde personen. </al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: </al></li><li nr="a."><al>op de weg; </al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen
                                als 'toestel'. </al></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod. </al></li></lijst><al></al><al>Afdeling 5: Verbod vuur te stoken</al><al></al><al>Artikel 5.5.1* Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                        anderszins vuur te stoken </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten
                                inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur
                                aan te leggen, te stoken of te hebben. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft: </al></li><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; </al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                afvalstoffen worden verbrand en </al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden (met inbegrip van barbecueën)</al></li><li nr="d."><al>voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                oplevert en niet plaatsvindt op het strand, in de duinen, in het bos
                                of in een natuurgebied.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al></li><li nr="4."><al>De ontheffing kan worden geweigerd: </al></li><li nr="a."><al>ter bescherming van de flora en de fauna;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de (brand)veiligheid. </al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek
                                van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.5.2* Verbod op het gebruik van wensballonnen </al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zogenoemde wensballonnen door middel van hete lucht
                                afkomstig van vuur op te laten.</al></li><li nr="2."><al>Onder een wensballon wordt mede verstaan elk voorwerp dat door
                                middel van open vuur opstijgt en zonder sturing wegdrijft.</al></li></lijst><al></al><al>Afdeling 6: Verstrooiing van as</al><al></al><al>Artikel 5.6.1 Begripsomschrijving </al><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het
                        verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de
                        overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe
                        bestemd terrein.</al><al></al><al>Artikel 5.6.2* Verboden plaatsen </al><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al></li><li nr="a."><al>verharde delen van het publiek terrein; </al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen; </al></li><li nr="c."><al>het strand;</al></li><li nr="d."><al>de zee;</al></li><li nr="e."><al>sportterreinen; </al></li><li nr="f."><al>kinderspeelplaatsen;</al></li><li nr="g."><al>terreinen, in strijd met de wil van de rechthebbende.</al></li><li nr="h."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn
                                wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid
                                asverstrooiing plaatsvindt. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de
                                asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van
                                het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke
                                begraafplaatsen en crematoriumterreinen. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 5.6.3 Hinder of overlast </al><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast
                        wordt veroorzaakt voor derden. </al><al></al><al></al><al></al><al>Afdeling 7: Overnachten</al><al></al><al>Artikel 5.7.1* Overnachten op het publiek terrein</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op het publiek terrein te overnachten.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden tussen 22.00 uur en 06.00 uur op het publiek terrein
                                in of rond een camper, kampeerwagen, caravan of een ander voertuig
                                te verblijven met het kennelijke doel om ter plaatse de nacht door
                                te brengen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste en derde lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                de Provinciale caravan- en tentenverordening van kracht is.</al></li></lijst><al></al><al>Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen</al><al></al><al>Artikel 6.1* Strafbepaling </al><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van het bij of krachtens de in deze verordening
                                opgenomen artikelen en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven
                                voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten
                                hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan
                                bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                                uitspraak.</al></li><li nr="2."><al>(Blanco)</al></li></lijst><al></al><al>Artikel 6.2* Toezichthouders </al><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast: de medewerkers van het Team Handhaving
                                van de afdeling Openbare Werken. </al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 6.3 Binnentreden woningen</al><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een
                        overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften
                        welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of
                        bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot
                        het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.</al><al></al><al>Artikel 6.4* Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening </al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                                bekend gemaakt. </al></li><li nr="2."><al>Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de
                                Algemene Plaatselijke Verordening Noordwijk 2003 ingetrokken. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 6.5* Overgangsbepaling </al><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens
                                de "Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Noordwijk
                                1994" of verleend krachtens de in het tweede lid van artikel 6.4
                                bedoelde verordening, blijven - indien en voor zover het gebod of
                                verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook
                                vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn
                                vervallen of ingetrokken - van kracht tot de termijn waarvoor zij
                                zijn verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. </al></li><li nr="2."><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de "Algemene
                                plaatselijke verordening voor de gemeente Noordwijk 1994" of
                                opgelegd krachtens de in het tweede lid van artikel 6.4 bedoelde
                                verordening blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge
                                welke deze voorschriften en bepalingen zijn opgelegd, ook zijn
                                vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn
                                vervallen of ingetrokken - van kracht tot de termijn waarvoor zij
                                zijn opgelegd is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. </al></li><li nr="3."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op
                                grond van de in het tweede lid van artikel 6.4 bedoelde verordening
                                is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de
                                overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast.
                            </al></li><li nr="4."><al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een
                                voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na
                                het tijdstip bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is ingekomen binnen
                                de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing
                                van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid. </al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een
                                vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - van kracht, totdat
                                onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in
                                deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste,
                                vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken
                                voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het
                                bevoegde bestuursorgaan is ingediend. </al></li><li nr="6."><al>Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing
                                vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in een
                                verordening als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, zijn niet van
                                toepassing: </al></li><li nr="a."><al>gedurende 8 weken na het in werking treden van deze verordening;
                            </al></li><li nr="b."><al>ook na de onder a. bepaalde termijn, voor zover degene die de
                                vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een
                                aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is
                                beslist. </al></li></lijst><al></al><al>Artikel 6.6* Citeertitel </al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                        Noordwijk.</al></enig-artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 31 januari 2007.</al><al></al><al>K.A. van der Pas H.H.M. Groen</al><al>griffier, voorzitter,</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><al><plaatje><illustratie formaat="pdf" id="i234571" naam="Publicatie zesde wijziging APV.pdf" type="tekst"></illustratie></plaatje></al><al><plaatje><illustratie formaat="pdf" id="i234570" naam="Ondertekende versie raadsbesluit zesde wijziging.pdf" type="tekst"></illustratie></plaatje></al></bijlage></regeling></body></cvdr>