<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR265647_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Diemen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemernieuws, 7 maart 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Diemen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 2a Wegenverkeerswet 1994</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-03-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Parkeren</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Diemen 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Diemen</vet></al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 januari
                        2013;</al><al>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al><al><vet>Besluit:</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al>Parkeerverordening 2013 (hierna te noemen: Parkeerverordening Diemen
                        2013).</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>I:</nr><titel>DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a)"><al><onderstreept>RVV1990</onderstreept>: het Reglement
                                    Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="b)"><al><onderstreept>motorvoertuigen</onderstreept>: hetgeen daaronder
                                    wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen,
                                    zoals bedoeld in artikel 1 onder i van het RVV 1990;</al></li><li nr="c)"><al><onderstreept>parkeren</onderstreept>: het gedurende een
                                    aaneengesloten periode doen of laten staan van een
                                    motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                                    personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen,
                                    op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer
                                    openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten
                                    staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
                                </al></li><li nr="d)"><al><onderstreept>houder</onderstreept>: degene op wiens naam het
                                    voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het
                                    parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet
                                    1994 aangehouden register van opgegeven kentekens;</al></li><li nr="e)"><al><onderstreept>parkeerapparatuur</onderstreept>: parkeermeters,
                                    parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en
                                    hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder
                                    parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="f)"><al><onderstreept>parkeerapparatuurplaats</onderstreept>: een
                                    parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door
                                    middel van parkeerapparatuur dan wel door middel van
                                    belparkeren;</al></li><li nr="g)"><al><onderstreept>belanghebbendenplaats</onderstreept>: een
                                    parkeerplaats die is aangeduid met bord model ‘Diemen’ met een
                                    onderbord ‘dagkaarten toegestaan’. Bij het bord model ‘Diemen’
                                    kan geparkeerd worden door: </al><lijst><li nr="1)"><al>Houders van een vergunning</al></li><li nr="2)"><al>Houders van een dagkaart</al></li></lijst></li><li nr="h)"><al><onderstreept>parkeervergunning</onderstreept>: door het college
                                    verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een
                                    motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                    parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="i)"><al><onderstreept>parkeerpas</onderstreept>:een kunststof pas met
                                    een uniek kaartnummer en code, welke gekoppeld is aan de
                                    parkeergegevens van de parkeervergunninghouder;</al></li><li nr="j)"><al><onderstreept>parkeervergunninghouder</onderstreept>:de
                                    natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is
                                    verleend;</al></li><li nr="k)"><al><onderstreept>natuurlijk persoon</onderstreept>: een mens van
                                    vlees en bloed, dit in tegenstelling tot een rechtspersoon;
                                </al></li><li nr="l)"><al><onderstreept>rechtspersoon</onderstreept>: een juridische
                                    organisatievorm die zelfstandig aan het economisch verkeer kan
                                    deelnemen en waaraan door de artikelen 1, 2 of 3 van boek 2 van
                                    het Burgerlijk Wetboek rechtspersoonlijkheid wordt toegekend en
                                    welke is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van
                                    Koophandel; </al></li><li nr="m)"><al><onderstreept>bezoekersvergunning</onderstreept>: vergunning
                                    bestemd voor een huishouden, ten behoeve van bezoekers van dat
                                    huishouden die in aangewezen vergunningsgebieden kunnen
                                    parkeren;</al></li><li nr="n)"><al><onderstreept>bezoekerpas</onderstreept>:pas voor de bewoner om
                                    bezoekers via kentekenparkeren door middel van aanmelding en
                                    afmelding van het kenteken te laten parkeren;</al></li><li nr="o)"><al><onderstreept>ambulante ontheffing voor
                                        mantelzorger</onderstreept>: ontheffing bestemd voor
                                    mantelzorgontvanger;</al></li><li nr="p)"><al><onderstreept>ambulante ontheffing voor
                                        zorgverlener</onderstreept>: ontheffing bestemd voor
                                    ambulante zorgwerkzaamheden;</al></li><li nr="q)"><al><onderstreept>zone</onderstreept>:een gebied waar met de
                                    verleende parkeervergunning op een parkeerapparatuurplaats en/of
                                    belanghebbendenparkeerplaats mag worden geparkeerd zoals
                                    aangegeven in het Aanwijzingsbesluit of met toestemming van het
                                    college;</al></li><li nr="r)"><al><onderstreept>college</onderstreept>: het college van
                                    burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen;</al></li><li nr="s)"><al><onderstreept>dagkaart</onderstreept>: een bewijs krachtens welk
                                    het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op een betaald
                                    parkeerplaats en/of belanghebbendenplaats gedurende een
                                    aaneengesloten periode van minimaal 12 uur;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>II:</nr><titel>PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, VERGUNNINGEN EN
                            VERGUNNINGBEWIJZEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders
                                en/of houders van een dagkaart.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken aanwijzingsbesluit, de
                                tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders
                                en/of houders van een dagkaart is toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van
                                een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan:</al><lijst><li nr="a."><al>Een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in
                                        een gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>Een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep
                                        of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
                                aan één van de in het derde lid genoemde vereisten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal
                                uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie
                                vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan aan een vergunning voorschriften, beperkingen en
                                uitbreidingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang
                                van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Aan een vergunning kan het college voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het
                                voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast,
                                hinder of schade alsmede gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet
                                milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van
                                selectief autogebruik. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Bij uitzondering kan de parkeervergunning voor bedrijven op
                                bedrijfsnaam worden verleend om de uitwisselbaarheid onder
                                werknemers zo groot mogelijk te maken, zulks ter beoordeling van het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een ambulante
                                ontheffing verlenen voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen
                                en belanghebbendenplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van
                                een ambulante ontheffing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ambulante ontheffing kan worden verleend aan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Een mantelzorgontvanger die woont in een gebied waar
                                belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen aanwezig
                                zijn;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep
                                uitoefent in de medische, zorg- of hulpsector en hulporganisaties
                                die vanwege het zorg- en hulpverlenende karakter op korte afstand
                                van hun cliënten moeten parkeren;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een ambulante ontheffing conform lid 3 wordt verleend op kenteken(s)
                                van de (bedrijfs)auto(’s) waarvoor de ontheffing is bedoeld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen een ontheffing ook verlenen
                                aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
                                aan één van de in het derde lid genoemde groepen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan aan de ambulante ontheffing voorschriften,
                                beperkingen en uitbreidingen verbinden die strekken tot bescherming
                                van het belang van een goede verdeling van de beschikbare
                                parkeerruimte. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een vergunning/ontheffing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten
                                hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning/ontheffing wordt voor ten hoogste twee
                                    aaneengesloten jaren verleend. </al></li><li nr="2."><al>Een vergunning/ontheffing kan eveneens voor één jaar worden
                                    verleend indien de aanvrager hier een verzoek voor indient. Het
                                    college kan tegen meerkosten een vergunning/ontheffing voor één
                                    jaar verstrekken. </al></li><li nr="3."><al>De vergunning/ontheffing bevat in ieder geval de volgende
                                    gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>Het gebied waarvoor deze geldt;</al></li><li nr="b."><al>De doelgroep waarvoor deze geldt;</al></li><li nr="c."><al>Een pasnummer;</al></li><li nr="d."><al>Een code.</al></li></lijst><al>Ten behoeve van handhaving zijn de gegevens van de houder
                                    versleuteld in een code. </al></li><li nr="4."><al>Indien houders verhuizen naar een ander gebied dan waar de
                                    vergunning/ontheffing voor is verleend, vervalt de betreffende
                                    vergunning/ontheffing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Het college kan een vergunning/ontheffing intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de houder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de houder niet meer woonachtig is of geen beroep of
                                    bedrijf meer uitoefent in het gebied waarvoor een vergunning is
                                    verleend;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning/ontheffing;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                    vergunningen/ontheffingen komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de houder handelt in strijd met de aan de vergunning
                                    verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn
                                    verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>wanneer in strijd met het bepaald in artikel 10 lid 2 wordt
                                    gehandeld;</al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij pasverlies wordt de ‘oude’ parkeerpas geblokkeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tegen betaling kan een nieuwe parkeerpas worden aangevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder particulier huishouden, woonachtig op een adres gelegen binnen
                                het belanghebbenden gebied of het betaald parkeergebied heeft recht
                                op een bezoekersregeling in de vorm van een bezoekersvergunning met
                                bezoekerspas;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels en voorwaarden stellen aan het gebruik
                                van de in artikel 9 lid 1 genoemde bezoekerspas (waaronder aantal,
                                verbruik en geldigheidsduur).</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>III</nr><titel>VERBODSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zonder vergunning en/of zonder dagkaart;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de
                                voor dat motorvoertuig afgegeven vergunning en/of dagkaart, met
                                uitzondering voor de bewonersadressen waar kentekenparkeren
                                geldt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in strijd met de aan de vergunning en of dagkaart verbonden
                                voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om de vergunning oneigenlijk te (laten) gebruiken,
                                te kopiëren, dan wel op enig andere wijze te (laten) reproduceren of
                                om er eigenmachtig wijzigingen op aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van hetgeen in het
                                1<sup>e</sup> lid van dit artikel is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                                plaatsen of te laten staan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een belanghebbendenplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 1 van
                                dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>IV</nr><titel>STRAFBEPALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de
                            eerste categorie. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>V</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die van
                                    bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Op die dag vervalt de ‘Parkeerverordening Diemen 2012’ zoals die
                                    door de raad van de gemeente Diemen is vastgesteld bij besluit
                                    van 29 maart 2012, met dien verstande dat zij van toepassing
                                    blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben
                                    voorgedaan;</al></li><li nr="3."><al>Het op grond van de Parkeerverordening 2012 vigerende
                                    aanwijzingsbesluit wordt geacht mede op grond van deze
                                    verordening te berusten en blijft van kracht;</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening Diemen
                                    2013.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Diemen
                        d.d. 28 februari 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING ‘Parkeerverordening Diemen 2013’</titel></kop><tussenkop>Aanhef</tussenkop><al>In de aanhef van de Parkeerverordening dienen de artikelen 149 Gemeentewet en 2a
                    Wegenverkeerswet 1994 opgenomen te worden. Op grond van het eerste artikel mogen
                    autonome verordeningen worden opgesteld en op grond van het tweede artikel
                    behouden gemeenten hun autonome regelgevende bevoegdheid ten aanzien van het
                    onderwerp waarin de Wegenverkeerswet voorziet, voorzover die regels niet in
                    strijd zijn met de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels en voorzover
                    verkeerstekens krachtens deze wet zich daar niet toe lenen.</al><al>Hoofdstuk 1. Definities en begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 1</al><al>b.motorvoertuigen</al><al>Op grond van artikel 225 van de Gemeentewet kunnen parkeerbelastingen worden
                    geheven voor het parkeren met voertuigen. In de model-Parkeerverordening (VNG)
                    is ervoor gekozen om de werking van deze verordening te beperken tot
                    motorvoertuigen, zoals bedoeld in artikel 1 onder z van het RVV 1990 met
                    inbegrip van brommobielen. In dit artikel wordt onder motorvoertuigen verstaan:
                    ‘alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met
                    trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails
                    te worden voortbewogen’. Een brommobiel is in het RVV 1990 (art. 1 onder ia)
                    gedefinieerd als een bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een
                    carrosserie. Brommobielen vallen dus niet onder de definitie van
                    motorvoertuigen. In artikel 2a van het RVV 1990 is echter bepaald dat de regels
                    voor motorvoertuigen ook van toepassing zijn op brommobielen en de bestuurders
                    en passagiers van brommobielen. Bestuurders van brommobielen moeten zich in het
                    verkeer dus gedragen als een ‘gewone’ automobilist. Dit geldt ook voor het
                    parkeren met een brommobiel. Daarom is ervoor gekozen de Parkeerverordening en
                    de Verordening parkeerbelastingen ook van toepassing te verklaren op
                    brommobielen.</al><al>c.parkeren</al><al>In de Parkeerverordening is aansluiting gezocht bij de definitie van het begrip
                    parkeren in artikel 225 van de Gemeentewet en dus niet bij de definitie uit
                    artikel 1 onder ac. van het RVV 1990. Er is gekozen voor deze definitie, omdat
                    het invoeren van betaald parkeren en vergunninghoudersparkeren ook gebaseerd is
                    op artikel 225 van de Gemeentewet.</al><al>d.houder</al><al>In de definitie van het begrip houder komt het begrip ‘motorrijtuig’ voor. Dit
                    is gedaan, omdat in de WVW 1994 bepaald is dat motorrijtuigen over een kenteken
                    moeten beschikken. Het RVV 1990, waarin onder andere bepalingen over parkeren
                    zijn opgenomen, spreekt daarentegen over motorvoertuigen. Dit is op zich
                    verwarrend, maar materieel gezien komen de definities van beide begrippen
                    goeddeels overeen.</al><tussenkop>s. dagkaart</tussenkop><al>De dagkaart kan als parkeerbewijs verkregen worden door het instellen van de
                    parkeerapparatuur, is fysiek af te halen bij het gemeentehuis of digitaal te
                    bestellen. Er kan op maandag tot en met zaterdag voor de duur van 12 uur
                    geparkeerd worden.</al><al>Hoofdstuk 2. Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                    vergunningbewijzen</al><al>Artikel 2</al><al>Het aanwijzen van de gebieden en plaatsen waar en de tijden waarop met een
                    vergunning op belanghebbendenplaatsen geparkeerd kan worden, dient bij of
                    krachtens deze verordening te worden geregeld. Het aanwijzen van de gebieden,
                    plaatsen en tijden voor het parkeren bij parkeerapparatuur gebeurt op basis van
                    de Verordening Parkeerbelastingen. Uit praktische overwegingen is de
                    aanwijzingsbevoegdheid bij het college neergelegd.</al><al>Artikel 3</al><al>Het college kan parkeervergunningen afgeven voor het parkeren op plaatsen voor
                    belanghebbenden of met parkeerapparatuur. Het college kan tevens nadere regels
                    stellen voor het indienen van aanvragen en het verlenen van de
                    parkeervergunning. Hierbij kan worden gedacht aan de wijze van aanvragen en het
                    stellen van indieningsvereisten voor het aanvragen van een
                    parkeervergunning</al><al>Artikel 4</al><al>Het college kan ambulante parkeerontheffingen afgeven voor het parkeren op
                    plaatsen voor belanghebbenden en/of met parkeerapparatuur. Het college kan
                    tevens nadere regels stellen voor het indienen van aanvragen en het verlenen van
                    de ambulante ontheffing. Hierbij kan worden gedacht aan de wijze van aanvragen
                    en het stellen van indieningsvereisten voor het aanvragen van een
                    ontheffing.</al><al>Artikel 5</al><al>De beginselen van behoorlijk bestuur eisen dat binnen een redelijke termijn een
                    beslissing wordt genomen op een aanvraag voor een vergunning. Om voor de
                    aanvrager duidelijkheid te verschaffen, zijn de termijnen in de verordening zelf
                    opgenomen. In de verordening is een beslistermijn van acht weken opgenomen, die
                    eenmaal met ten hoogste vier weken kan worden verlengd. Normaal gesproken moet
                    een parkeervergunning binnen acht weken kunnen worden verstrekt. Mocht dit in
                    een enkel geval onverhoopt niet lukken, dan kan deze termijn worden verlengd met
                    vier weken.</al><al>Artikel 6</al><al>De termijn waarvoor de parkeervergunningen worden verleend is één of twee jaar.
                    Gemeente Diemen heeft het papieren vergunningensysteem achter zich gelaten en
                    werkt toe naar een geheel digitaal systeem van kentekenparkeren. Dit gebeurt
                    fasegewijs. Eén gebied werkt nu als pilotgebied kentekenparkeren. Bij positieve
                    ervaringen wordt dit uitgebreid naar geheel gereguleerd gebied in 2014.</al><al>Op de parkeerpas staat een pasnummer en een code vermeld die verwijzen naar de
                    gegevens van de parkeervergunninghouder. Om de controle op de naleving van het
                    belanghebbendenparkeren efficiënt te laten verlopen, moet zo min mogelijk
                    informatie op de vergunning worden vermeld. Een overmaat aan informatie
                    bemoeilijkt de waarneming voor de controleurs (veel lezen, kleine letters
                    etcetera). </al><al>Artikel 7</al><al>In de aanhef van dit artikel wordt aangegeven dat het college een
                    parkeervergunning 'kan’ intrekken of wijzigen. Bedoeld is hiermee aan te geven
                    dat het ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders staat of
                    een vergunning daadwerkelijk moet worden ingetrokken of gewijzigd, wanneer een
                    van de opgesomde omstandigheden zich voordoet. De opsomming is limitatief
                    bedoeld. Om andere redenen kan de vergunning dan ook niet worden ingetrokken of
                    gewijzigd.</al><al>Hoofdstuk 3. Verbodsbepalingen</al><al>Artikel 10</al><al>Hier is sprake van een gecombineerd gebied voor betaald parkeren én
                    belanghebbendenparkeren, en er kan dus een naheffingsaanslag worden opgelegd,
                    wanneer iemand parkeert zonder geldige vergunning én zonder te betalen in de
                    parkeerapparatuur.</al><al>Voor het parkeren op parkeerplaatsen bij parkeerapparatuur zonder (geldige)
                    vergunning is geen strafbaarstelling nodig. Op die plaatsen kan immers wel het
                    fiscale regime gehanteerd worden.</al><al>Gemeente Diemen hanteert een kostendekkend parkeersysteem voor haar inwoners,
                    werknemers en bezoekers. Daarom is gekozen voor een efficiënte investering van
                    het straatparkeren dus parkeerautomaten in combinatie met het populaire
                    belparkeren van het Servicehuis parkeren.</al><al>Een fiscaal parkeerregime betekent dat het voor de parkeerder mogelijk moet zijn
                    om aan zijn belastingplicht te kunnen voldoen. In het Centrumgebied van Diemen
                    zijn aan de randen met de belanghebbendenzone de parkeerautomaten geplaatst. In
                    de belanghebbendenzone zal het gebruik van de dagkaart een inferieure vorm van
                    gebruik zijn. In dat gebied kunnen bewoners hun bezoek laten parkeren met de
                    bezoekersvergunning van de bewoner via aan- en afmelding van het kenteken.</al><al>De externe parkeerders kunnen bij het parkeren in de belanghebbendenzone hun
                    parkeerbelasting voldoen via het kopen van een dagkaart van €25. Met dit hoge
                    tarief wordt het parkeren voor deze groep ontmoedigd. De dagkaart kan gekocht
                    worden bij de parkeerautomaten in het Centrumgebied, bij de receptie van het
                    gemeentehuis, via internet of telefoon. De gemeente vindt dit goed uitlegbaar
                    aangezien we het hebben over een zeer beperkte groep die hiervan gebruik zal
                    maken en dat het gebruik van een dagkaart een inferieure vorm van gebruik zal
                    zijn.</al><al>Artikel 11</al><al>Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde motorvoertuigen,
                    op parkeerapparatuur- en belanghebbendenplaatsen. Het plaatsen van dergelijke
                    voorwerpen belemmert het normale gebruik van de bedoelde parkeerplaatsen en
                    doorkruist daarmee de beoogde parkeerregulering. Het gaat hier om gedragingen
                    die zich niet lenen voor fiscalisering. Deze verbodsbepaling moet dan ook,
                    ongeacht of tot fiscalisering wordt overgegaan, in de verordening worden
                    opgenomen.</al><al>Hoofdstuk 4. Strafbepalingen</al><al>Artikel 12</al><al>Artikel 154 van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun
                    verordeningen een hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de
                    eerste categorie kunnen stellen. Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak
                    kan als bijkomende straf op een overtreding worden gesteld.</al><al>Het openbaar maken van de rechterlijke uitspraak is een bijkomende straf waarvan
                    bij parkeerovertredingen weinig effect te verwachten valt. Het opnemen daarvan
                    in de Parkeerverordening is daarom achterwege gelaten.</al><al>Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen</al><al>Artikel 13</al><al>Toezichthouders zijn personen die bij of krachtens wettelijk voorschrift belast
                    zijn met het houden van toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften, zo
                    volgt uit artikel 5:11 Awb. Deze personen kunnen (deels) categoraal en (deels)
                    individueel worden aangewezen. Voor een uitgebreide toelichting op deze
                    bepalingen wordt verwezen naar de toelichting op in de model Algemene
                    Plaatselijke Verordening (APV) van de VNG.</al><al>Artikel 14</al><al>Gezien de nauwe samenhang tussen de Parkeerverordening en de Verordening
                    Parkeerbelastingen, dienen deze gelijktijdig in werking te treden. Bovendien
                    moeten op dat ogenblik de oude verordeningen worden ingetrokken.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>