<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR265553_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Ligplaatsenverordening woonschepen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwolle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 18 januari 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Ligplaatsenverordening woonschepen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-10-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-03-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging artikel 3 voorschriften ligplaatsen woonschepen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>cb 2015-11.23</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>volkshuisvesting</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Waar moet je aan voldoen als je in een woonboot wil wonen?</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11694</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11695</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11696</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11697</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11698</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-11699</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>LIGPLAATSENVERORDENING WOONSCHEPEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt
                                    gebruikt als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting
                                    uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot dag- en/of
                                    nachtverblijf van één of meer personen;</al></li><li nr="2."><al>ligplaats: een gedeelte van openbaar water in de gemeente
                                    Zwolle, bestemd of geschikt om door een woonschip met
                                    bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen;</al></li><li nr="3."><al>bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van
                                    het schip als woning niet goed mogelijk is, zoals een bijboot,
                                    steiger, werkvlot en een loopplank;</al></li><li nr="4."><al>ligplaatsenkaart: kaart, waarop de plaatsen zijn aangegeven waar
                                    woonschepen ligplaats mogen innemen. </al></li><li nr="5."><al>gebruiksoppervlakte: De gebruiksoppervlakte van een ruimte of
                                    van een groep van ruimten is de oppervlakte, gemeten op
                                    vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de
                                    desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen (volgens NEN
                                    2580)</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verboden ligplaatsen</titel></kop><al>Het is verboden met een woonschip een ligplaats in te nemen of te hebben
                            dan wel een ligplaats voor een woonschip beschikbaar te stellen buiten
                            de op grond van artikel 3, lid 1, aangewezen plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aangewezen ligplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders wijst plaatsen aan,
                                    waar woonschepen een ligplaats mogen hebben. Deze plaatsen
                                    worden aangegeven op de ligplaatsenkaart. </al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt voorschriften
                                    vast waaraan woonschepen bij het innemen van een ligplaats
                                    moeten voldoen.</al></li></lijst><al>3. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het
                            wijzigen van de ligplaatsenkaart om deze in overeenstemming te brengen
                            met een nieuw, onherroepelijk geworden, bestemmingsplan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ligplaatsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om zonder vergunning van het college met een
                                    woonschip een ligplaats in te nemen op de plaatsen die het
                                    college op grond van artikel 3 lid 1 als ligplaats heeft
                                    aangewezen. </al></li><li nr="2."><al>a. Een aanvraag om een ligplaatsvergunning wordt ingediend met
                                    een door de gemeente vastgesteld aanvraagformulier;</al><al>b. Het college van burgemeester en wethouders beslist over een
                                    aanvraag van een ligplaatsvergunning binnen acht weken na de
                                    dag, waarop de aanvraag is ontvangen. </al></li></lijst><al>3. Een ligplaatsvergunning wordt geweigerd als:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de ligplaats al een vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet een natuurlijk persoon is;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager reeds een vergunning voor een andere ligplaats
                                    binnen de gemeente heeft;</al></li><li nr="d."><al>het woonschip niet voldoet aan de voorschriften die ingevolge
                                    artikel 3, lid 2, of op grond van het bestemmingsplan aan het
                                    woonschip worden gesteld;</al></li><li nr="e."><al>het woonschip door de slechte staat van onderhoud afbreuk doet
                                    aan het aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="f."><al>het woonschip belemmeringen kan veroorzaken voor het verkeer te
                                    water;</al></li><li nr="g."><al>het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 12 weken na het
                                    indienen van de aanvraag met het in de aanvraag genoemde
                                    woonschip de ligplaats, waarvoor de ligplaatsvergunning is
                                    aangevraagd, kan innemen;</al></li></lijst><al>4. Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het in
                            lid 3 onder b, c, en g indien het de maatvoering van een reeds eerder
                            bewoond woonschip betreft, van het in lid 3 onder d bepaalde indien dit
                            van tijdelijke aard is.</al><al>5. De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het
                            woonschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende
                            ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het
                            woonschip, waaronder de naam en de maten.</al><al>6. Burgemeester en wethouders kunnen een ligplaatsvergunning voor
                            bepaalde termijn verlenen.</al><al>7. In aanvulling op de voorschriften zoals genoemd in artikel 3 lid
                            2kunnen aan een ligplaatsvergunning kunnen voorschriften worden
                            verbonden die betrekking hebben op: </al><lijst><li nr="a."><al>Veiligheid en volksgezondheid;</al></li><li nr="b."><al>het gebruik van de walkant;</al></li><li nr="c."><al>de maximale diepgang van het schip;</al></li><li nr="d."><al>de bij het woonschip toegestane voorzieningen.</al></li></lijst><al>8. Bij verkoop van een woonschip ontvangt de nieuwe eigenaar op aanvraag
                            een ligplaatsvergunning, mits wordt voldaan aan de bepalingen in deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijziging ligplaatsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij wijziging van de maatvoering van het woonschip, moet de
                                    vergunninghouder vooraf bij het college van burgemeester en
                                    wethouders een aanvraag tot wijziging van de ligplaatsvergunning
                                    indienen.</al></li><li nr="2."><al>Op een aanvraag voor wijziging van een ligplaatsvergunning zijn
                                    de bepalingen in artikel 4, de leden 2 tot en met 7 met
                                    uitzondering van lid 3, sub a, van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekken ligplaatsvergunning</titel></kop><lijst><li nr=""><al>Burgemeester en wethouders kunnen een ligplaatsvergunning
                                    intrekken als:</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>de ligplaatsvergunning is verleend als gevolg van onjuist
                                    verstrekte informatie in de vergunningaanvraag;</al></li><li nr="2."><al>niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening
                                    gegeven voorschriften;</al></li><li nr="3."><al>het woonschip door een dusdanig aantal personen bewoond wordt,
                                    dat per persoon een gebruiksoppervlakte van minder dan 12 m2
                                    resteert;</al></li><li nr="4."><al>het woonschip gedurende een periode van minimaal 1 jaar niet
                                    bewoond is;</al></li><li nr="5."><al>het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft, door de
                                    slechte staat van onderhoud, afbreuk doet aan het aanzien van de
                                    gemeente;</al></li><li nr="6."><al>het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft zonder
                                    melding aan het college van burgemeester en wethouders gedurende
                                    een periode langer dan 12 aaneengesloten weken buiten de
                                    gemeente verblijft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanwijzingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunninghouder
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het tijdelijk innemen, het
                                    veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de
                                    openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en
                                    het aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De vergunninghouder is verplicht alle door of vanwege
                                    burgemeester en wethouders gegeven aanwijzingen met betrekking
                                    tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op de naleving van de verordening</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester
                            en wethouders aan te wijzen personen..</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Binnentreding</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving van het in deze
                            verordening bepaalde of met de opsporing van een overtreding van de bij
                            of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot
                            handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het
                            leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd om zonder toestemming
                            van de bewoner een woonschip binnen te treden. Om van deze bevoegdheid
                            gebruik te kunnen maken is een machtiging op grond van de ‘Algemene wet
                            op het binnentreden’ vereist. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen
                            afwijken van het bepaalde in deze verordening, indien toepassing daarvan
                            zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ligplaatsvergunningen, die zijn verleend op grond van de Algemeen
                                Plaatselijke Verordening of de Ligplaatsenverordening woonschepen
                                2005, zoals die luidde tot inwerkingtreding van deze verordening,
                                worden geacht verstrekt te zijn overeenkomstig de bepalingen van
                                deze verordening </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aanvragen om een vergunning op grond van artikel 4, lid 1 en 5 lid 1
                                die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening,
                                waarop nog niet is beslist, worden afgehandeld op grond van deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 14 februari 2013 en kan worden
                            aangehaald als Ligplaatsenverordening woonschepen 2013. Deze regeling
                            vervangt hiermee de Ligplaatsenverordening woonschepen 2005 die wordt
                            ingetrokken. </al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Doel van de verordening</tussenkop><al>De gemeente Zwolle heeft veel, openbaar, water in eigendom en beheer. Dit water
                    heeft ook aantrekkingskracht als het gaat om het innemen van een ligplaats. Om
                    verschillende redenen is het niet gewenst dat overal op openbaar water
                    ligplaatsen worden ingenomen door woonschepen. Een algeheel verbod is ook niet
                    gewenst, en op grond van de Huisvestingswet overigens ook niet toegestaan. Deze
                    verordening heeft als eerste doel te regelen waar en onder welke voorwaarden
                    ligplaatsen kunnen worden ingenomen.</al><al>Voor gebouwen geldt een uitgebreid stelsel van regels die er op toezien dat
                    gebouwen voldoen aan minimale eisen op het gebied van veiligheid, milieuhygiëne
                    en volksgezondheid. Daarnaast geldt voor bouw en verbouw van gebouwen ter
                    bewaking van het aanzien van de gemeente een welstandstoets. Voor bouw en
                    verbouw van woonschepen geldt de bouwregelgeving niet. Het tweede doel van deze
                    verordening is regels te stellen in het belang van veiligheid, volksgezondheid
                    en het aanzien van de gemeente.</al><al/><tussenkop>Werkingssfeer</tussenkop><al>Deze verordening geldt voor woonschepen. De verordening beperkt dit begrip niet
                    tot woonschepen waarop uitsluitend dag- en/of nachtverblijf wordt gehouden. Ook
                    schepen die in hoofdzaak daartoe worden gebruikt (derhalve ook voor andere
                    doeleinden worden gebruikt) vallen onder de definitie. </al><al>De verordening strekt zich uit tot het openbaar water binnen de gemeente Zwolle.
                    Dat betekent echter niet dat de gemeente overal ligplaatsen kan aanwijzen. Met
                    name voor Zwarte Water en Vecht geldt, dat op grond van
                    Binnenvaartpolitiereglement en Wet beheer rijkswaterstaatswerken Rijkswaterstaat
                    respectievelijk Waterschap Groot Salland het bevoegd gezag zijn. Een besluit om
                    in deze wateren ligplaatsen te creëren kan dan ook alleen genomen worden wanneer
                    deze andere overheden daarvoor een vergunning c.q. ontheffing hebben verleend.
                    Omgekeerd kan het niet zo zijn, dat een woonschip alleen met toestemming van
                    Rijkswaterstaat of waterschap een ligplaats kan innemen in deze wateren.
                    Aanvullend op deze toestemming moet de gemeente de betreffende plaats ook
                    acceptabel achten als ligplaats en opgenomen hebben op de ligplaatsenkaart. </al><al/><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Onder artikel 1, lid 3 is de in lid 2 gebruikte term 'bijbehorende
                    voorzieningen' gedefinieerd.</al><al>Bij het wonen op het water horen ook voorzieningen, zonder welke het wonen daar
                    niet goed mogelijk zou zijn (zoals een loopplank of een bijboot). Een bijboot is
                    een klein vaartuig dat behoort bij het woonschip en bestemd en geschikt is voor
                    het onderhoud, de voortstuwing of het kunnen bereiken van het woonschip. Zo' n
                    bijboot is voor veel bewoners noodzakelijk. De gewenste voorzieningen kunnen bij
                    het aanvragen van een ligplaatsvergunning op het aanvraagformulier worden
                    vermeld. Die gewenste voorzieningen worden getoetst aan de door het college, op
                    grond van artikel 3, lid 2, vastgestelde voorschriften. De toegestane
                    voorzieningen worden opgenomen in de ligplaatsvergunning. </al><al>Bij lid 4: Bij de ligplaatsenkaart horen voorschriften met de eisen waaraan een
                    woonschip bij het innemen van een ligplaats moet voldoen. Bij het vastleggen van
                    ligplaatsen in een bestemmingsplan is het bestemmingsplan leidend voor de plaats
                    waar woonschepen mogen liggen en zijn tevens de voorschriften als bedoeld in
                    artikel 3 lid 2 van deze verordening van toepassing.</al><al/><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Uitgangspunt is dat het slechts is toegestaan om binnen de gemeente met een
                    woonschip een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen op de
                    daartoe aangewezen plaatsen. Bij het aanwijzen als ligplaatsen gaat het om een
                    afweging van diverse belangen (zoals planologische en nautische). Daarnaast is
                    andere wetgeving (zoals de Wet milieubeheer, de Wet beheer
                    rijkswaterstaatswerken of het Binnenvaartpolitiereglement) relevant bij het al
                    dan niet aanwijzen van ligplaatsen. In sommige gevallen (Zwarte Water en Vecht)
                    zal dus eerst toestemming van Rijkswaterstaat of Waterschap Groot Salland
                    verkregen moeten worden, voordat een ligplaats kan worden aangewezen.</al><al/><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>De acceptabele ligplaatsen worden aangewezen door het college van burgemeester
                    en wethouders en aangegeven op de ligplaatsenkaart. Bij de ligplaatsenkaart
                    hoort een stelsel van voorschriften zoals dat ook bij een bestemmingsplan het
                    geval is. Deze voorschriften worden door het college van burgemeester en
                    wethouders vastgesteld (lid 2).</al><al>Zodra de verordening met ligplaatsenkaart is vastgesteld, is het vervolgens
                    noodzakelijk om de kaart bij wijziging van bestemmingsplannen actueel te houden.
                    De situatie dat een aanvraag om ligplaatsvergunning past in het nieuwe
                    bestemmingsplan, terwijl die aanvraag op grond van de (inmiddels verouderde)
                    ligplaatsenkaart moet worden geweigerd (of omgekeerd), moet immers worden
                    voorkomen. In lid 3 is daarom aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid
                    gegeven om de ligplaatsenkaart te actualiseren ingeval er een nieuw
                    bestemmingsplan is opgesteld of een bestemmingsplan is herzien. Deze delegatie
                    is logisch omdat dit actualiseren van de ligplaatsenkaart als een
                    uitvoeringshandeling kan worden beschouwd. De kaart wordt immers in
                    overeenstemming gebracht met een door de gemeenteraad vastgesteld
                    bestemmingsplan. </al><al>Zodra ligplaatsen zijn opgenomen in een bestemmingsplan is het bestemmingsplan
                    leidend voor de plek waar woonschepen mogen liggen, maar blijven de
                    voorschriften als bedoeld in het derde lid van toepassing. Bij het verdwijnen
                    van een ligplaats als gevolg van een bestemmingsplanwijziging is de gemeente
                    verplicht de bewoner van de ligplaats een alternatief aan te bieden door
                    bijvoorbeeld een vervangende ligplaats of compensatie.</al><al/><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De eigenaar van het woonschip moet beschikken over een ligplaatsvergunning. Lid
                    2 maakt het mogelijk dat het besluit goed wordt voorbereid. Deze termijn vangt
                    aan op het moment waarop de aanvraag compleet is. Dit is het geval als bij de
                    aanvraag voldoende gegevens zijn gevoegd voor een goede beoordeling van de
                    aanvraag (zie artikel 4:5 Awb). Dit artikellid kan worden beschouwd als een
                    invulling van artikel 4:13, lid 1, van de Awb.</al><al>Lid 3 omvat de weigeringgronden voor de ligplaatsvergunning. </al><al>Op grond van lid 3, onder e, is het mogelijk om een vergunningaanvraag af te
                    wijzen indien het uiterlijk van een woonschip door achterstallig onderhoud
                    afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente. Daarmee wordt voorkomen dat een
                    slecht onderhouden woonschip jarenlang het aanzien van de omgeving negatief kan
                    beïnvloeden. Door het versneld (vóórdat een vergunningaanvraag wordt gedaan)
                    uitvoeren van het benodigde onderhoud kan de eigenaar een vergunningweigering
                    natuurlijk voorkomen. </al><al>Het bepaalde in het derde lid, onder h, sluit aan bij de bepaling over
                    overbevolking in de Bouwverordening.</al><al>Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het bepaalde in
                    artikel 4, lid 3 onder b, c, en g, indien het de maatvoering van een reeds
                    eerder bewoond woonschip betreft. Het college zou kunnen afwijken van het
                    bepaalde in artikel 4, lid 3 onder c en g wanneer er bijvoorbeeld sprake van is
                    dat een aanvrager van een ligplaatsvergunning ná verhuizing naar een nieuw
                    woonschip elders in de gemeente een tweede woonschip heeft, dat nog verkocht
                    moet worden. Ook de omstandigheid dat een vergunning wordt verstrekt voor een
                    woonschip, dat nog gebouwd moet worden maar niet binnen 12 weken afgebouwd is,
                    kan zo’n omstandigheid zijn. </al><al>Een vergunning wordt in de regel voor onbepaalde termijn verstrekt. Er kunnen
                    zich echter omstandigheden voordoen dat dit niet mogelijk of gewenst is. In die
                    gevallen heeft het college de mogelijkheid aan de vergunning een termijn te
                    koppelen. Die mogelijkheid is opgenomen in het 6e lid.</al><al>In het 7e lid is opgenomen dat in de vergunning voorwaarden kunnen worden
                    opgenomen. Bij voorwaarden op het gebied van veiligheid en gezondheid kan
                    bijvoorbeeld gedacht worden aan de verplichting tot het hebben van deugdelijke
                    elektriciteitsinrichting, de drinkwaterinstallatie en de vuilwaterafvoer
                    (voorzieningen voor aansluiting op de riolering). Bij nieuw af te geven
                    vergunningen zal de aanvraag in ieder geval worden getoetst op de aanwezigheid
                    van zodanige voorzieningen op het woonschip, dat verplichte aansluiting op het
                    rioleringsnet mogelijk is (artikel 3 lid 2).</al><al>Bij verkoop van het woonschip ontvangt de nieuwe eigenaar in principe een
                    ligplaatsvergunning voor het betreffende woonschip. Wel moet voldaan zijn aan de
                    voorschriften in de verordening. De afwijzingsgronden zoals die in lid 3 zijn
                    genoemd, gelden hier in principe ook. Het kan echter zijn dat een woonschip bij
                    invoering van deze verordening niet voldeed aan de maatvoeringeisen van de
                    ligplaatsenkaart. De oude eigenaar van het woonschip had een geldige
                    ligplaatsvergunning voor dit schip, omdat op grond van artikel 12, lid 1
                    (overgangsbepalingen) een reeds afgegeven vergunning geacht wordt verstrekt te
                    zijn overeenkomstig de bepalingen uit deze verordening. Het is dan bij verkoop
                    van dit schip niet billijk om te eisen dat het woonschip alsnog gaat voldoen aan
                    eisen van deze verordening waar het bij invoering van deze verordening al niet
                    aan voldeed. Mits de afwijking van de eisen na invoering van de verordening niet
                    groter is geworden, kan aan de nieuwe eigenaar in zo’n geval toch een vergunning
                    worden verleend. Dit ‘overgangsrecht’ geldt overigens alleen voor zover het de
                    maatvoering van het schip betreft. Aan de overige voorwaarden van de verordening
                    moet wel voldaan zijn.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 </tussenkop><al>Bij wijziging van de maatvoering van het woonschip, moet de vergunninghouder
                    vooraf bij het college van burgemeester en wethouders een aanvraag tot wijziging
                    van de ligplaatsvergunning indienen (lid 1). De regel heeft betrekking op
                    wijzigingen die van invloed zijn op de maatvoering zoals bv , hoogte, breedte,
                    lengte en afstand t.o.v. andere woonschepen. Een dergelijke wijziging kan worden
                    beschouwd als een nieuwe aanvraag. Vandaar dat dezelfde procedureregels gelden,
                    met uitzondering van de bepaling dat de vergunning wordt geweigerd als voor die
                    ligplaats al vergunning is verleend. De bestaande vergunning geldt immers
                    nog.</al><al/><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Het sluitstuk van handhaving van de bepalingen uit de verordening is intrekking
                    van de verstrekte ligplaatsvergunning. Voordat het zover is, is al een weg
                    afgelegd. Deze weg is afhankelijk van de geconstateerde overtreding. </al><al>Met de in lid 2 opgenomen bepaling wordt bedoeld dat een woonschip, ook na
                    verbouw moet voldoen aan de voorschriften zoals deze in de verordening zijn
                    opgenomen en de voorschriften krachtens art 3 lid 2 van de verordening
                    (maatvoeringseisen, gezondheid- en veiligheidseisen etc).</al><al>De termijn van 1 jaar, zoals genoemd in het lid 4, sluit aan bij hetgeen bij
                    woningen als maximaal redelijk termijn van leegstand wordt gezien.</al><al>De in lid 5 opgenomen bepaling is bedoeld om te kunnen optreden tegen excessen.
                    Gedacht wordt bijvoorbeeld aan een ernstig verwaarloosd woonschip. </al><al>Bij de in lid 6 genoemde omstandigheden kan, zonder volledig te zijn, gedacht
                    worden aan een ondeugdelijke gas- en elektriciteitsinstallatie, de wijze waarop
                    houtkachels zijn geplaatst (inclusief ventilatie). Maar ook als het schip
                    zodanig slecht is onderhouden of schade heeft opgelopen, dat het risico van
                    zinken aanwezig is.</al><al>De in lid 6 opgenomen bepaling is niet bedoeld voor tijdelijke zomerverplaatsing
                    van varende woonschepen naar een ander water. Melding hiervan kan gedaan worden
                    bij de havenmeester van de gemeente Zwolle.</al><al>Een besluit tot intrekking van een ligplaatsvergunning wordt genomen met
                    inachtneming van de eisen die de Algemene Wet Bestuursrecht daaraan stelt (het
                    uiten van het voornemen om de vergunning in te trekken, het bieden van de
                    mogelijkheid aan de vergunninghouder om een zienswijze in te dienen, het afwegen
                    van de belangen, het al dan niet intrekken van de vergunning).</al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Onder omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om zonder toestemming van de
                    bewoner een woonschip binnen te treden. Artikel 149a gemeentewet bepaalt dat dit
                    alleen toegestaan is indien het gaat om handhaving van de openbare orde of
                    veiligheid, of bescherming van leven en gezondheid van personen. De in deze
                    verordening opgenomen bevoegdheid tot binnentreden laat onverlet dat een
                    machtiging op grond van de ‘Algemene wet op het binnentreden’ vereist is om van
                    deze bevoegdheid gebruik te kunnen maken. Die machtiging wordt in beginsel door
                    de burgemeester of officier van justitie afgegeven.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Net als in bijna alle andere verordeningen is ook in deze verordening een
                    hardheidsclausule opgenomen. Dit artikel is bedoeld voor uitzonderlijke gevallen
                    en van de bevoegdheid zal zeer terughoudend gebruik worden gemaakt.</al><al/><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Deze verordening is niet alleen op toekomstige situaties van toepassing, maar
                    ook op eerder verleende ligplaatsvergunningen. Daarom zijn overgangsbepalingen
                    opgenomen.</al><al>Ligplaatsvergunningen die zijn afgegeven op grond van de oude verordening en de
                    ligplaatsenverordening 2005, worden geacht vergunningen op grond van deze nieuwe
                    verordening te zijn (lid 1). Lopende aanvragen worden afgehandeld op grond van
                    de nieuwe verordening (lid 2).</al><al/><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al><extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i180741.pdf">
                    [Klik hier om het document te downloaden]
                  </extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i266015.pdf">Bijlage 1: Voorschriften ligplaatsen woonschepen</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i182394.pdf">
                    [Klik hier om het document te downloaden]
                  </extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i180742.pdf">
                    [Klik hier om het document te downloaden]
                  </extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i243532.pdf">Bijlage 2: Ligplaatsenkaart woonschepen</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Zwolle/i243533.pdf">Bijlage 3: Detail ligplaatsenkaart woonschepen</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>