<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR265366_1</dcterms:identifier><dcterms:title>de Verordening op de vertrouwenscommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het gemeentenieuws</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de vertrouwenscommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">de Gemeentewet, de Archiefwet 1995 en het Archiefbesluit 1995</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-11-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-12-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>78/2012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>de Verordening op de vertrouwenscommissie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Besluit raad</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Taak</titel></kop><al>De commissie heeft tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanbeveling tot benoeming of herbenoeming van de burgemeester
                                    voor te bereiden;</al></li><li nr="b."><al>een functioneringsgesprek te houden met de burgemeester.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Samenstelling commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissieleden worden door de raad benoemd. De omvang van de
                                commissie bedraagt maximaal één raadslid per in de raad
                                vertegenwoordigde fractie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de gemeenteraad niet heeft bepaald wie voorzitter en
                                plaatsvervangend voorzitter van de commissie is, kiest de commissie
                                deze uit haar midden; in principe zal de voorzitter van de commissie
                                het raadslid zijn dat tevens plaatsvervangend raadsvoorzitter
                                is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie kent geen plaatsvervangende leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Ambtelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadsgriffier is secretaris van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris kan zich laten bijstaan en vervangen door een of meer
                                door hem aan te wijzen medewerkers van de raadsgriffie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De (plaatsvervangend) secretaris geeft ambtelijke ondersteuning aan
                                en is tevens adviseur van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De (plaatsvervangend) secretaris is geen lid van, en heeft geen
                                stemrecht in, de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Adviseur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een of meer wethouders en/of de
                                gemeentesecretaris aan de commissie toevoegen als adviseur in
                                verband met de vervulling van de in artikel 1 onder a genoemde
                                taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De adviseur wordt uitgenodigd voor de vergaderingen van de
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een adviseur is geen lid van, en heeft geen stemrecht in, de
                                commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de commissie zijn besloten. Alle stukken van de
                                commissie zijn geheim. Dit wordt op de stukken vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De (fungerend) voorzitter van de commissie wijst bij de
                                benoemingsprocedure in elke vergadering op de geheimhoudingsplicht,
                                die rechtstreeks voortvloeit uit artikel 61c van de
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie legt bij de herbenoemingsprocedure en bij
                                functioneringsgesprekken in elke vergadering en elk gesprek, met
                                toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet, geheimhouding op over
                                de inhoud van de stukken en het behandelde tijdens de vergadering of
                                het gesprek. De (fungerend) voorzitter van de commissie ziet erop
                                toe dat hieraan wordt voldaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De geheimhoudingsplicht brengt onder meer mee dat aan raadsleden,
                                die geen zitting (meer) hebben in de commissie, en aan anderen,
                                behoudens het bepaalde in de artikelen 9, vierde lid, 10, tweede
                                lid, en 11 van deze verordening, geen inzage in, of informatie
                                omtrent de inhoud van de stukken of het behandelde ter vergadering
                                of in het gesprek wordt verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie treft, met inachtneming van de artikelen 7, 8, tweede
                                lid, en 14 van deze verordening, een voorziening met betrekking tot
                                de wijze waarop de geheimhouding blijft gewaarborgd bij het beheer
                                van bescheiden, het voeren van correspondentie en bij de bepaling
                                van plaats en tijdstip van de gesprekken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie en de gemeenteraad kunnen de geheimhouding waartoe de
                                Gemeentewet, respectievelijk zullen de geheimhouding waartoe het
                                derde lid van deze verordening verplicht, niet opheffen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie van
                                kracht.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de
                                (plaatsvervangend) secretaris en, indien van toepassing, de
                                adviseur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste 2
                                leden dit noodzakelijk achten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt dag, uur en plaats van de vergadering. De
                                voorzitter doet van elke vergadering tenminste vierentwintig uur
                                tevoren aankondiging aan de leden van de commissie, indien een
                                adviseur aan de commissie is toegevoegd, de adviseur en, indien het
                                gesprek met hem plaatsvindt, de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie vergadert niet als niet tenminste de helft plus één van
                                het aantal leden aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie besluit bij de voorbereiding van een aanbeveling bij
                                meerderheid van uitgebrachte stemmen, waarbij elk lid één stem
                                heeft. Bij het staken van de stemmen over de uit te brengen
                                bevindingen, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de
                                volgende vergadering. Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of
                                staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden geen
                                bevindingen van de commissie, maar de verschillende meningen in het
                                verslag opgenomen. De commissie streeft naar unanimiteit. Het
                                gevoelen van de minderheid wordt desgewenst in het verslag tot
                                uitdrukking gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Contactpersoon bij de benoemings- en
                                herbenoemingsprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle stukken bestemd voor de commissie worden onder vermelding van
                                ‘persoonlijk en vertrouwelijk’ op de envelop en boven de ingesloten
                                stukken gericht aan de voorzitter en gezonden aan het privéadres van
                                de secretaris en aldaar bewaard tot het moment van archivering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alle stukken die van de commissie uitgaan worden onder vermelding
                                van ‘persoonlijk en vertrouwelijk’ op de envelop en boven de
                                ingesloten stukken door de voorzitter en de secretaris ondertekend
                                en vanaf het privéadres of een postbus van de secretaris
                                verzonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Bijzondere bepalingen over de benoemingsprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Gemeentewet bepaalt in artikel 61 lid 4 dat de commissie zich
                                slechts door tussenkomst van de Commissaris van de Koningin de door
                                haar nodig geachte informatie over de kandidaten verschaft. Elk
                                overleg met derden, schriftelijk of mondeling, is uitgesloten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris nodigt, op verzoek van de commissie, de kandidaten uit
                                voor een gesprek met de commissie. De commissie treft voorzieningen
                                met betrekking tot de wijze waarop de privacy van de sollicitanten
                                wordt beschermd, bijvoorbeeld door de plaats en het tijdstip van de
                                gesprekken zodanig te kiezen dat de vertrouwelijkheid van de
                                gesprekken is gewaarborgd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Bijzondere bepalingen over functioneringsgesprekken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een commissie houdt minimaal eens per jaar een functioneringsgesprek
                                met de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de fractievoorzitters dan wel de burgemeester de wens daartoe
                                kenbaar maken, houdt een commissie tussentijds een
                                functioneringsgesprek met de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste jaar na benoeming van een nieuwe burgemeester vindt
                                tevens een 100-dagengesprek plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie maakt vooraf kenbaar aan de burgemeester bij wie zij
                                informatie zal inwinnen over het functioneren van de burgemeester.
                                De commissie en de burgemeester stellen in onderling overleg de
                                agenda voor het functioneringsgesprek vast. De commissie en de
                                burgemeester krijgen voorafgaand aan het gesprek de gelegenheid,
                                voor zover van toepassing, het verslag van het vorige
                                functioneringsgesprek in te zien.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het gesprek is wederkerig. Zowel het functioneren van de
                                burgemeester als het functioneren van de gemeenteraad zijn onderwerp
                                van gesprek. De commissie toetst het functioneren van de
                                burgemeester in elk geval aan de profielschets, de wettelijke taken
                                van de burgemeester alsmede de andere aan de burgemeester
                                toebedeelde taken. Tevens wordt getoetst aan het verslag van en de
                                afspraken uit het vorige functioneringsgesprek.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Drie van de functioneringsgesprekken worden gevoerd in ieder geval
                                vier weken voorafgaand aan het klankbordgesprek dat de Commissaris
                                van de Koningin met de burgemeester heeft.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In het laatste functioneringsgesprek voor de start van de
                                herbenoemingsprocedure geeft de commissie de burgemeester desgewenst
                                een indicatie of herbenoeming op dat moment naar verwachting al dan
                                niet op obstakels zal stuiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Bijzondere bepalingen over de herbenoemingsprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie formuleert de informatiebronnen op basis waarvan zij
                                zich een oordeel vormt over het functioneren van de burgemeester.
                                Deze informatiebronnen maakt zij vooraf kenbaar aan de burgemeester,
                                de gemeenteraad en de Commissaris van de Koningin.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens haar verslag van bevindingen aan de gemeenteraad en
                                Commissaris van de Koningin te zenden, bespreekt de commissie dit
                                met de burgemeester. Van het gesprek wordt een verslag opgemaakt dat
                                niet openbaar wordt gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien terzake van het functioneren van de burgemeester in het in de
                                vorige zin bedoelde overleg afspraken worden gemaakt tussen de
                                commissie en de burgemeester, worden deze in het verslag aan de
                                gemeenteraad vermeld. De commissie zendt het verslag ook aan de
                                burgemeester.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie brengt over haar werkzaamheden ter zake van de
                                voorbereiding van de aanbeveling tot benoeming of herbenoeming
                                verslag uit aan de gemeenteraad en de Commissaris van de Koningin
                                door middel van een verslag van bevindingen. Dit schriftelijke en
                                vertrouwelijke verslag bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>een weergave van de wijze waarop de commissie haar
                                        werkzaamheden heeft verricht;</al></li><li nr="b."><al>een gemotiveerde weergave van de bevindingen van de
                                        commissie; bij benoemingen wordt in het verslag van
                                        bevindingen ook de volgorde van plaatsing van de kandidaten
                                        op de aanbeveling gemotiveerd;</al></li><li nr="c."><al>aangegeven wordt of er sprake is van unanimiteit binnen de
                                        commissie;</al><al> en heeft in ieder geval de volgende bijlagen:</al></li><li nr="d."><al>bij benoemingen: de conceptaanbeveling van twee
                                        personen;</al></li><li nr="e."><al>bij herbenoemingen: het verslag van het gesprek met de
                                        burgemeester over het conceptverslag van bevindingen en de
                                        conceptaanbeveling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het functioneringsgesprek wordt een verslag opgemaakt, dat niet
                                openbaar wordt gemaakt. Het verslag wordt voor raadsleden onder
                                geheimhouding ter inzage gelegd bij de raadsgriffier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een afschrift van het verslag van het functioneringsgesprek wordt
                                toegezonden aan de burgemeester en de Commissaris van de
                                Koningin.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening dan wel de circulaire niet
                            voorziet, beslist de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Ontbinding van de commissie</titel></kop><al>De commissie is ontbonden met ingang van de dag volgende op die
                            waarop:</al><lijst><li nr="-"><al>bij benoeming: door de minister van BZK aan de gemeenteraad
                                    bekend is gemaakt dat in de vacature van burgemeester is
                                    voorzien;</al></li><li nr="-"><al>bij een functioneringsgesprek: het verslag van het
                                    functioneringsgesprek is vastgesteld;</al></li><li nr="-"><al>bij herbenoeming: door de minister van BZK aan de gemeenteraad
                                    bekend is gemaakt dat de voordracht van de minister van BZK door
                                    een Koninklijk besluit is gevolgd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Archivering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er bij de
                                benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat op het tijdstip
                                bedoeld in artikel 13 alle archiefbescheiden onverwijld in een
                                verzegelde envelop en gerubriceerd als "geheim" worden overgebracht
                                naar de op grond van artikel 31 van de Archiefwet door de
                                gemeenteraad aangewezen archiefbewaarplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er bij de
                                benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat van de in het
                                eerste lid bedoelde overbrenging een verklaring van overbrenging als
                                bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 wordt opgemaakt. In
                                deze verklaring wordt melding gemaakt van de met toepassing van
                                artikel 15, lid 1 sub a en c, van de Archiefwet 1995 gestelde
                                beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode van 75
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er bij de
                                benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat alle overige
                                bescheiden en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden
                                onmiddellijk worden vernietigd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raadsgriffier draagt bij functioneringsgesprekken zorg voor een
                                afdoende vertrouwelijke archivering van de stukken, waaronder het
                                afschrift van het vastgestelde verslag. Na het aftreden van de
                                burgemeester worden alle betreffende stukken door de raadsgriffier
                                vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Aanhalingstitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening op de
                                    vertrouwenscommissie</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt met onmiddellijke ingang in
                                    werking.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van 20 september 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>w.g. Th.G.L. Greep w.g. H.H. de Vries</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage</titel></kop><tussenkop>Toelichting op de Verordening op de vertrouwenscommissie, die de
                    aanbeveling tot benoeming van de burgemeester voorbereidt, op de commissie, die
                    functioneringsgesprekken met de burgemeester houden en op de raadscommissie, die
                    de aanbeveling tot herbenoeming van de burgemeester voorbereidt.</tussenkop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>De uitwerking van deze verordening voor Lingewaard is nagenoeg conform het model
                    opgesteld door het ministerie van BZK. De modelverordening is tot stand gekomen
                    door gebruikmaking van verordeningen die in de praktijk al zijn gebruikt.</al><al>De verordening regelt de werkzaamheden van de vertrouwenscommissie, die de
                    aanbeveling tot benoeming van de burgemeester voorbereidt, van de
                    raadscommissies, die functioneringsgesprekken met de burgemeester houden en van
                    de raadscommissie, die de aanbeveling tot herbenoeming van de burgemeester
                    voorbereidt. De drie genoemde onderwerpen horen bij elkaar. Dat wordt in deze
                    verordening tot uitdrukking gebracht. Er kan ook worden gekozen voor het regelen
                    van de drie onderwerpen in afzonderlijke verordeningen.</al><tussenkop>Artikel 1. Taak</tussenkop><al>De taak van de commissie spreekt voor zich:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanbeveling tot benoeming of herbenoeming van de burgemeester voor te
                            bereiden;</al></li><li nr="b."><al>een functioneringsgesprek te houden met de burgemeester.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2. Samenstelling commissie</tussenkop><tussenkop>Samenstelling</tussenkop><al>De gemeenteraad bepaalt de samenstelling van de commissie en bepaalt of elke
                    fractie in de commissie is vertegenwoordigd. Veelal is de samenstelling van de
                    commissie die functioneringsgesprekken met de burgemeester voert anders,
                    beperkter, van aard dan die van de commissie die de aanbeveling tot benoeming of
                    herbenoeming van de burgemeester voorbereidt. Dit, om bij
                    functioneringsgesprekken het ‘tribunaaleffect’ te vermijden. Het
                    ‘tribunaaleffect’ kan bij grotere commissies overigens ook iets worden
                    gemitigeerd door woordvoerders aan te wijzen. De verordening geeft daarom de
                    mogelijkheid om de samenstelling van de commissie van taak tot taak – benoeming,
                    functioneringsgesprek en herbenoeming – te laten variëren. De commissie wordt op
                    grond van artikel 13 na afronding van haar taak ontbonden. Er hoeft dus niet
                    steeds een nieuwe verordening te worden vastgesteld; alleen wordt bij elke
                    nieuwe taak een nieuwe commissie ingesteld. Indien de voorkeur uitgaat naar een
                    vaste commissie, die de functioneringsgesprekken met de burgemeester voert, kan
                    de verordening daarop worden aangepast.</al><al>De bepaling in het eerste lid is afwijkend van de voorgestelde modelbepaling. De
                    gekozen formulering sluit aan bij de formulering van de verordening op de
                    vertrouwenscommissie die in 2006 werd vastgesteld . Hiermee wordt tot
                    uitdrukking gebracht dat de maximale omvang van de commissie gelijk is aan het
                    aantal fracties in de gemeenteraad. </al><tussenkop>Raadslidmaatschap</tussenkop><al>De commissie bestaat uit raadsleden. Dit brengt mee dat het lidmaatschap van de
                    commissie eindigt bij beëindiging van het raadslidmaatschap. Bij tijdelijke
                    beëindiging van het raadslidmaatschap, bijvoorbeeld bij tijdelijke vervanging
                    wegens ziekte, kan het commissielidmaatschap herleven zodra het
                    raadslidmaatschap herleeft, tenzij de betrokkene in de commissie inmiddels
                    blijvend is vervangen door een ander raadslid.</al><al>Gelet op de praktijk in Lingewaard is de voorzitter van de commissie in principe
                    een raadslid dat tevens plaatsvervangend raadsvoorzitter is.</al><tussenkop>Geen plaatsvervangende leden</tussenkop><al>Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat de commissie een ‘duiventil’
                    wordt. Indien een van de leden van de commissie blijvend uitvalt, kan er wel
                    blijvende vervanging plaatsvinden.</al><tussenkop>Artikel 3. Ambtelijke ondersteuning</tussenkop><tussenkop>Plaatsvervanging commissiesecretaris</tussenkop><al>In de modelverordening wordt uitgegaan van een eventuele toevoeging van de
                    gemeentesecretaris als plaatsvervangend secretaris van de commissie, waar het
                    gaat over de benoeming en herbenoeming. Dit wordt in het kader van de duale
                    verhoudingen onjuist geacht. De plaatsvervanging dient geregeld te worden binnen
                    de raadsgriffie; aangezien de raadsgriffier een plaatsvervanger heeft is dat
                    degene die ook in dit geval voor hem in de plaats treedt. Daarnaast is in de
                    praktijk gebleken dat het bijstaan van de griffier door de griffiemedewerkster
                    tijdens de sollicitatiegesprekken van de vertrouwenscommissie van groot belang
                    is. Dat is de reden om dezelfde ondersteuningsbepaling in het tweede lid van dit
                    artikel op te nemen als in de eerdere verordening op de vertrouwenscommissie
                    (ingesteld in 2006). Conform deze laatstgenoemde verordening is ook in deze
                    verordening de adviseurstaak van de raadsgriffier vastgelegd.</al><tussenkop>Artikel 4. Adviseur</tussenkop><al>Bij functioneringsgesprekken ligt het niet voor de hand een of meer wethouders
                    als adviseur aan de commissie toe te voegen. Dat is er de reden van om een
                    mogelijk adviseurschap te beperken tot benoemings- en herbenoemingsprocedures.
                    Verder is er in afwijking van de modelverordening voor gekozen om het mogelijk
                    te maken dat, evenals in de eerdere verordening uit 2006 (zie toelichting onder
                    artikel 3), ook de gemeentesecretaris als adviseur aan de commissie kan worden
                    toegevoegd. </al><tussenkop>Artikel 5. Geheimhouding</tussenkop><tussenkop>Wettelijke geheimhoudingsplicht</tussenkop><al>Strikt genomen is het overbodig om een geheimhoudingsplicht in een verordening
                    op te nemen en daarop bij de start van elke vergadering uitdrukkelijk te laten
                    wijzen, als die rechtstreeks voortvloeit uit de (in dit geval: Gemeente)wet. Dat
                    dit toch gebeurt, is omdat de praktijk uitwijst dat de geheimhoudingsplicht niet
                    vaak genoeg kan worden benadrukt.</al><tussenkop>Artikel 6. Vergaderingen</tussenkop><al>Bij de formulering in het eerste lid 1 is er voor gekozen om tot uitdrukking te
                    brengen dat de commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste 2
                    leden dit noodzakelijk achten. Dit aantal is gelijk aan andere bepalingen in
                    Lingewaard (b.v. de Wabo-/Wro-afspraken) om stukken in de raad te kunnen
                    bespreken.</al><tussenkop>Artikel 7. Contactpersoon bij de benoemings- en
                    herbenoemingsprocedure</tussenkop><tussenkop>Contactpersoon</tussenkop><al>Het eerste lid van deze bepaling doet vanzelfsprekend niets af aan de
                    geheimhoudingsplicht. De geheimhouding dient zeer strikt in acht te worden
                    genomen. Sommige raadsgriffiers kiezen ervoor niets per post en per e-mail te
                    versturen, maar alles te laten lopen via terinzagelegging en, in het algemeen,
                    zo min mogelijk op papier te zetten. In het derde lid van artikel 7 is na
                    'privéadres' ingevoegd 'of een postbus', aangezien bij de benoemingsprocedure
                    van de burgemeester in 2006/2007 de griffier de beschikking had over een eigen
                    postbus.</al><tussenkop>Artikel 8. Bijzondere bepalingen over de
                    benoemingsprocedure</tussenkop><al>Geen opmerkingen</al><tussenkop>Artikel 9. Bijzondere bepalingen over
                    functioneringsgesprekken</tussenkop><tussenkop>Functioneringsgesprekken</tussenkop><al>Het belang van functioneringsgesprekken staat buiten kijf. De houding waarin
                    dergelijke gesprekken niet nodig worden bevonden, is vrijwel verdwenen. Elke
                    nieuwe burgemeester krijgt bij het gesprek met de minister van BZK dan ook de
                    brochure Functioneringsgesprekken uitgereikt. Het burgemeestersambt ontwikkelt
                    zich steeds meer tot een politieke functie en de burgemeester ligt steeds vaker
                    onder vuur. Aanbevelingen tot niet-herbenoeming brengen grote bestuurlijke en
                    persoonlijke schade mee die koste wat kost moet worden voorkomen. Dit pleit voor
                    het creëren van een cultuur waarin regelmatige onderlinge reflectie op het
                    functioneren van burgemeester en gemeenteraad uitmondt in formele
                    functionerings-gesprekken. Mocht na een aantal jaren blijken dat de samenwerking
                    ondanks pogingen daartoe toch niet naar wens functioneert dan kan tijdig worden
                    gesproken over de toekomst en kan de Commissaris van de Koningin tijdig worden
                    ingeseind.</al><tussenkop>Frequentie</tussenkop><al>Een keer per twee jaar met elkaar overleggen over het wederzijds functioneren is
                    te weinig als er problemen zijn en – zo wordt wel eens ervaren – te veel als het
                    goed gaat. Dit laatste blijkt in de praktijk niet juist te zijn. In goede tijden
                    wordt door een regelmatig reflectiemoment een manier van communiceren ontwikkeld
                    waarop in mindere tijden kan worden teruggegrepen. En ook als het goed gaat, mag
                    daar natuurlijk bij stil worden gestaan.</al><al>Het advies is functioneringsgesprekken daarom periodiek, in elk geval jaarlijks,
                    te laten plaatsvinden, maar het absolute minimum is tweejaarlijks. Waarom wordt
                    er in deze verordening dan toch gesproken over tweejaarlijks? De ervaring leert
                    dat hoe frequenter en formeler de procedurevoorschriften zijn, des te meer aan
                    de raadsgriffier wordt overgelaten. Om de belasting daarom laag te houden, is
                    gekozen voor een uitgebreide gesprekkenronde om het jaar. In het tussenliggende
                    jaar kan als alles goed loopt elkaar kort de spiegel worden voorgehouden. Als
                    het slecht loopt, kan jaarlijks een functioneringsgesprek plaatsvinden.</al><al>In Gelderland heeft de Commissaris van de Koningin aangegeven dat hij opteert
                    voor een cyclus van één keer per jaar.</al><tussenkop>Voorbereiding en informatiebronnen</tussenkop><al>Een functioneringsgesprek wordt gestart op initiatief van de raadsgriffier. De
                    raadsgriffier vormt een spilfunctie in het proces. Aan het functioneringsgesprek
                    zijn geen vormvereisten verbonden. Het kan plaatsvinden met een delegatie uit de
                    gemeenteraad, mits daarin coalitie en oppositie zijn vertegenwoordigd. Een goed
                    functioneringsgesprek valt of staat met een goede voorbereiding. De burgemeester
                    opereert niet in een vacuüm. De gesprekken kunnen bijvoorbeeld worden voorbereid
                    in, en de resultaten daaruit teruggekoppeld via, het presidium. In de
                    verordening is voor de terugkoppeling gekozen via terinzagelegging voor de hele
                    gemeenteraad. In de voorbereiding kan worden gesproken met een of meer leden van
                    het college, een samenwerkingspartner op het gebied van OOV, de
                    gemeentesecretaris en de raadsgriffier. Van al deze gesprekken worden verslagen
                    opgemaakt. Die verslagen vormen de basis voor het gesprek. Het verdient
                    aanbeveling de kring van geraadpleegden niet groter te maken dan hier
                    aangegeven.</al><al>Zachte heelmeesters</al><al>Het is van belang in en buiten het gesprek kritiek te organiseren en ook
                    daadwerkelijk te geven. Zelfs als dat niet in de traditie ligt. De praktijk
                    leert dat te laat – of niet – gegeven kritiek tot grote problemen kan leiden in
                    de onderlinge samenwerking en – uiteindelijk – bij de herbenoemingsprocedure.
                    Het is de taak van de raadsgriffier om hem bekende kritiek op het functioneren
                    van de burgemeester en/of de gemeenteraad zichtbaar en bespreekbaar te
                    maken.</al><tussenkop>De Commissaris van de Koningin</tussenkop><al>Het is te adviseren om bij serieuze kritiek op het functioneren dit vroegtijdig
                    met de commissaris van de Koningin te bespreken. Uw raadsgriffier die een goed
                    contact onderhoud met het kabinet van de Commissaris van de Koningin kan hierin
                    een adviserende of intermediaire rol vervullen.</al><tussenkop>Artikel 10. Bijzondere bepalingen over de
                    herbenoemingsprocedure</tussenkop><tussenkop>Problematische herbenoeming</tussenkop><al>Mocht een door de burgemeester gewenste herbenoeming op obstakels stuiten,
                    raadpleeg dan tijdig de kabinetchef van de Commissaris van de Koningin. Deze
                    heeft ervaring met de juridische mogelijkheden en onmogelijkheden in een
                    dergelijke situatie en legt zo nodig contact met het ministerie van BZK. De
                    praktijk leert dat de bestuurlijke schade, die een aanbeveling tot
                    niet-herbenoeming voor alle betrokkenen met zich meebrengt, vaak kan worden
                    beperkt.</al><al>Ook hier kan uw raadsgriffier, net zoals bij de toelichting op het vorige
                    artikel is omschreven, een rol spelen.</al><tussenkop>Artikel 11. Verslag</tussenkop><tussenkop>Voorbeeldopbouw van het verslag van bevindingen</tussenkop><al>Op verzoek volgt hier een voorbeeld van de mogelijke opbouw van het verslag van
                    bevindingen. Het is van belang er zorg voor te dragen dat het verslag voldoende
                    onderbouwing bevat van de visie van de commissie, nu de gemeenteraad op basis
                    van het verslag van bevindingen besluit over de aanbeveling. Zie ook de
                    toelichting bij de paragrafen V en XI van de circulaire onder 'De verhouding
                    gemeenteraad-vertrouwenscommissie', respectievelijk 'De verhouding gemeenteraad
                    tot de raadscommissie, die de aanbeveling voorbereidt'.</al><tussenkop>Bij benoeming</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Proces: In een inleiding wordt vermeld hoe de vacature is ontstaan. Er
                            wordt informatie gegeven over de samenstelling van de
                            vertrouwenscommissie en (belangrijke eisen uit) de profielschets en hoe
                            die te lezen is in het licht van het in de profielschetsvergadering
                            verhandelde. Na informatie over de openstelling van de vacature en
                            procedurele informatie over de ontvangst van de selectie van kandidaten
                            van de commissaris van de Koningin kan het onderdeel Proces worden
                            afgesloten met procedurele informatie over de opzet van de
                            selectiegesprekken en eventuele assessments. Dit hoofdstuk bevat dus
                            uitsluitend procedurele informatie.</al></li><li nr="2."><al>Bevindingen: In het verslag wordt chronologisch de inhoud en het verloop
                            van alle beraadslagingen in, en gesprekken door, de commissie verwerkt.
                            De bevindingen met betrekking tot de afzonderlijke kandidaten kunnen
                            desgewenst geanonimiseerd worden gepresenteerd. De kandidaten worden dan
                            bijvoorbeeld aangeduid door letters. De namen van de kandidaten die op
                            de conceptaanbeveling staan, worden vanzelfsprekend wel genoemd. Zij
                            worden uitgebreider besproken. Afgesloten wordt met een advies over
                            welke twee kandidaten in welke volgorde op de aanbeveling zouden moeten
                            staan. Deze conclusie wordt onderbouwd en aangegeven wordt of de
                            commissie unaniem is in dit voorstel. Indien kandidaten zich gedurende
                            de procedure terugtrekken, wordt de reden daarvan vermeld in het
                            verslag.</al></li><li nr="3."><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en secretaris van de
                            commissie.</al></li></lijst><tussenkop>Bij herbenoeming</tussenkop><al>Sommige herbenoemingsprocedures lopen vlekkeloos. Soms gaat het moeilijker. Als
                    stelregel geldt dat het hele verloop van de procedure zowel procedureel als
                    inhoudelijk in het verslag van bevindingen zijn weerslag krijgt. De opbouw van
                    het verslag van bevindingen kan er bijvoorbeeld als volgt uitzien:</al><lijst><li nr="1."><al>Proces: Na een inleiding volgt procedurele informatie over de
                            samenstelling van de raadscommissie, die de aanbeveling heeft voorbereid
                            en over de functioneringsgesprekken (frequentie, gesprekspartners) die
                            gedurende de ambtstermijn met de burgemeester zijn gehouden.</al></li><li nr="2."><al>Dan volgt chronologisch inhoudelijke informatie over de werkzaamheden
                            van de commissie en over de inhoud van de met informanten en de
                            burgemeester gevoerde gesprekken. Ook de aard en inhoud van eventuele
                            tussentijdse contacten met de Commissaris van de Koningin wordt
                            vermeld.</al></li><li nr="3."><al>Bevindingen: In het verslag wordt kort de inhoud en het verloop van alle
                            beraadslagingen in, en gesprekken door, de commissie verwerkt.
                            Bevindingen met betrekking tot het functioneren van de burgemeester
                            kunnen bijvoorbeeld worden geordend naar criteria uit de profielschets
                            en afspraken uit functioneringsgesprekken. Afgesloten wordt met een
                            conclusie.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en secretaris van de
                            commissie.</al></li></lijst><tussenkop>Verslag bij functioneringsgesprekken</tussenkop><al>Het verslag bevat de feitelijke gegevens van tijd, plaats en rol van de
                    aanwezigen bij het gesprek. Het verslag geeft een duidelijk en feitelijk beeld
                    van het besprokene. Het kan bondig en beknopt, ook puntsgewijs. Wel is van
                    belang dat het verslag een goed beeld geeft van het gesprek en de gemaakte
                    afspraken, zodat de overige raadsleden bij inzage, de commissie die het volgende
                    functioneringsgesprek voert en de Commissaris van de Koningin zich een goed
                    beeld daarvan kunnen vormen. Daarom is het van belang ook de sfeer te schetsen,
                    waarin het gesprek plaatsvond.</al><tussenkop>Artikel 12. Onvoorziene gevallen</tussenkop><al>In alle gevallen waarin deze verordening dan wel de circulaire niet voorziet,
                    beslist de commissie zelf.</al><tussenkop>Artikel 13. Ontbinding van de commissie</tussenkop><al>Geen opmerkingen</al><tussenkop>Artikel 14. Archivering</tussenkop><tussenkop>Digitale bestanden in de benoemings- en
                    herbenoemingsprocedure</tussenkop><al>De Archiefwet 1995 en het Archiefbesluit 1995 maken geen onderscheid naar de
                    vorm van bescheiden en zijn dus zowel op papieren als op digitale bescheiden van
                    toepassing. Ingeval er sprake is van digitale bestanden en bij de door de
                    gemeente aangewezen archiefbewaarplaats de mogelijkheid bestaat tot digitale
                    opslag dienen de daarvoor geldende regels te worden gevolgd en moet op
                    overeenkomstige wijze de geheimhouding van de betrokken bescheiden worden
                    gegarandeerd.</al><tussenkop>Artikel 15. Aanhalingstitel en
                    inwerkingtreding</tussenkop><al>In afwijking van de modelverordening is ook de aanhalingstitel van de
                    verordening hier opgenomen.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>