<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2652_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Marktverordening 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nijkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nijkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Stad Nijkerk, 9-8-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Marktverordening 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-04-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-07-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 1 sub h, artikelen 8 en 9, artikel 10 onderdeel b, artikel 11 lid 2, artikel 27 lid 2, vaststelling overgangsrecht en wijziging toelichting</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>rvs. 2009-27/3</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Marktbesluit Nijkerk-centrum</al><al>Marktbesluit Hoevelaken</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De gemeenteraad heeft op 21 april 2016 besloten deze regeling in te trekken. Dit besluit is bekendgemaakt in het <extref doc="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-50772.html">Gemeenteblad 2016, 50772</extref>.</al><al>Deze regeling vervangt de Marktverordening 2000.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Marktverordening 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Nijkerk;</al><al>gelezen het collegevoorstel van 31 mei 2006;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de Marktverordening 2006.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>markt:</cursief> de door het college ingestelde
                                    warenmarkt;</al></li><li nr="b."><al><cursief>standplaats:</cursief> de ruimte die voor de duur van
                                    de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de
                                    markthandel;</al></li><li nr="c."><al><cursief>vaste standplaats:</cursief> de standplaats die voor
                                    onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een
                                    vergunninghouder;</al></li><li nr="d."><al><cursief>dagplaats:</cursief> de standplaats die per marktdag
                                    ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat
                                    deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel
                                    ingenomen;</al></li><li nr="e."><al><cursief>standwerken:</cursief> de activiteit waarbij de
                                    vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek
                                    door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot
                                    de aankoop van een artikel.</al></li><li nr="f."><al><cursief>standwerkersplaats:</cursief> de standplaats die per
                                    marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;</al></li><li nr="g."><al><cursief>vergunninghouder:</cursief> degene aan wie door het
                                    college vergunning is verleend voor het innemen van een
                                    standplaats;</al></li><li nr="h."><al>[Vervallen]</al></li><li nr="i."><al><cursief>marktmeester:</cursief> de persoon die als zodanig is
                                    aangewezen door het college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inrichting van de markt; branche-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt ten aanzien van de markt:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal standplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>de afmetingen van de standplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>de opstelling en indeling van de markt;</al></li><li nr="d."><al>welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats
                                        en als standwerkersplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor de markt vaststellen:</al><lijst><li nr="a."><al>een lijst met artikelengroepen of branches;</al></li><li nr="b."><al>een maximumaantal standplaatsen per branche.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde
                            in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een
                                krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter
                                bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of
                                ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen in acht te nemen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Vergunningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Standplaatsvergunning</titel></kop><al>Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder
                            vergunning van het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vereisten</titel></kop><al>Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een
                            handelingsbekwaam natuurlijk persoon die een aanvraag voor een
                            vergunning heeft ingediend bij het college en die daarbij tevens
                            aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke
                            verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en
                            bedrijfsorganisatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud vastestandplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres
                                        en de woonplaats van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste
                                        standplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen
                                        daarvan;</al></li><li nr="c."><al>de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder
                                        bij het innemen van de standplaats mag gebruiken;</al></li><li nr="d."><al>het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen
                                        of de branche waartoe de vergunninghouder behoort;</al></li><li nr="e."><al>de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst
                                        vergunning is verleend en zijn volgnummer op de
                                        anciënniteitslijst;</al></li><li nr="f."><al>dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling
                                        en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon
                                        oplevert;</al></li><li nr="g."><al>de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit
                                        betrekt;</al></li><li nr="h."><al>welke geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan;
                                        en</al></li><li nr="i."><al>welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn
                                        toegestaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inschrijving op de wachtlijst</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><nr>Artikel 9</nr><titel>Doorhalen van inschrijving op wachtlijst</titel></kop><al>[Vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Volgorde toewijzing vaste standplaatsen</titel></kop><al>Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meer
                            aanvragers in aanmerking komen, wordt de standplaats achtereenvolgens
                            toegewezen aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan het
                                    college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van
                                    standplaats te willen veranderen, in volgorde van
                                    binnenkomst;</al></li><li nr="b."><al>overige kandidaten die zich op een nader door het college te
                                    bepalen wijze hebben kunnen aanmelden.</al></li></lijst><al/><al>[Overgangsregeling:</al><al>Indien binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze
                            wijzigingsverordening (2 juli 2009) een standplaats vrijkomt komen
                            daarvoor, met in achtneming van de branche-indeling, achtereenvolgens in
                            aanmerking:</al><lijst><li nr="1."><al>de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan het
                                    college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van
                                    standplaats te willen veranderen, als bedoeld in artikel 10 sub
                                    a;</al></li><li nr="2."><al>degenen die per 1 april 2009 voor de desbetreffende branche op
                                    de wachtlijst waren ingeschreven;</al></li><li nr="3."><al>overige kandidaten die zich op een nader door het college te
                                    bepalen wijze hebben kunnen aanmelden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overschrijving vastestandplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de
                                vergunninghouder kan de vastestandplaatsvergunning worden
                                overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde
                                partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam
                                samenwoonde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het
                                eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder de vergunning voor
                                een vaste standplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in
                                loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft
                                gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit
                                bedrijf heeft gefunctioneerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden
                                na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende
                                arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van
                                het bepaalde in dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekking vastestandplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college trekt een vastestandplaatsvergunning in:</al><lijst><li nr="a."><al>op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van
                                        artikel 11 de vergunning wordt overgeschreven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een vastestandplaatsvergunning intrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                        gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in
                                        artikel 6 genoemde vereisten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 11 is
                                overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste
                                standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Toewijzing dagplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een
                                vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet
                                als vaste standplaats wordt ingenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de
                                wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf vóór
                                de aanvang van de markt aanmelden bij de marktmeester.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Toewijzing standwerkersplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst een standwerkersplaats toe door middel van
                                loting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een ingeschrevene op de wachtlijst niet toegestaan deel te
                                nemen aan de loting voor een standwerkersplaats zolang deze
                                inschrijving niet definitief is vervallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf
                                aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem
                                zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam
                                deelnemen aan de loting.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Bepalingen over het gebruik van de standplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Persoonlijk innemen standplaats; bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen
                                persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of
                                in gebruik geven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunninghouder en degene die hem bijstaat mogen zich niet
                                schuldig maken aan wangedrag of bedrog.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aantal keren innemen vaste standplaats</titel></kop><al>De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt ten minste eenmaal
                            per twee weken en tienmaal per dertien weken zijn standplaats op de
                            markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 17 en
                            18.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere
                                omstandigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens ziekte,
                                vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste
                                standplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college.
                                Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid
                                duurt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende
                                marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of
                                telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een
                                schriftelijke bevestiging daarvan aan het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Ontheffing en vervanging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het
                                college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste
                                standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om
                                ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de
                                standplaats op de markt in te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning
                                verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met
                                name genoemde persoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Legitimatie en identiteit vergunninghouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen,
                                dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de
                                vergunninghouder is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar
                                zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan
                                twee uur voor aanvang en meer dan drie kwartier na afloop van de
                                markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of
                                goederen aan of af te voeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de
                                sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan
                                hiervan ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk bij
                                de aanvang van de markt heeft ingenomen, wordt de desbetreffende
                                standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de
                                marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de
                                vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt
                            gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten
                            hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking
                            van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Intrekking en schorsing vastestandplaatsvergunning</titel></kop><al>Onverminderd artikel 12 kan het college een vergunning voor een vaste
                            standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor
                            ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de
                            vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
                                    voorschriften van de vergunning overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of</al></li><li nr="c."><al>niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat
                                    wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker</titel></kop><al>Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een
                            standwerkersplaats van de toewijzing van een dagplaats of een
                            standwerkersplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien
                            deze:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;</al></li><li nr="c."><al>niet als standwerker actief is op een hem toegewezen
                                    standwerkersplaats;</al></li><li nr="d."><al>niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat
                                    wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Onmiddellijke verwijdering</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het
                            college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te
                            verwijderen indien hij:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
                                    voorschriften van de vergunning overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;</al></li><li nr="c."><al>niet als standwerker actief is op een hem toegewezen
                                    standwerkersplaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de marktmeester en de bij besluit van het
                            college aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Marktverordening vastgesteld op 25 mei 2000, raadsbesluit nr.
                            2000-055-I, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de in 2000
                                vastgestelde Marktverordening gelden als besluiten genomen krachtens
                                deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening 2006.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</al><al>van de raad van de gemeente Nijkerk d.d.</al><al>6 juli 2006,</al></slotformulering><ondertekening><functie>de griffier</functie><naam><voornaam>F.E. </voornaam><achternaam>CONTANT</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>de voorzitter</functie><naam><voornaam>B. </voornaam><achternaam>VRIES</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen </tussenkop><tussenkop>Grondslag en belang verordening</tussenkop><al/><al>In de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke verordeningen door de raad worden
                    vastgesteld voorzover de bevoegdheid daartoe niet bij de wet of door de raad
                    krachtens de wet aan het college of de burgemeester is toegekend. Sinds de
                    inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur op 7 maart 2002 is het
                    college bevoegd om jaarmarkten of gewone marktdagen in te stellen, af te
                    schaffen of te veranderen (artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                    Gemeentewet). Dit gebeurt in afzonderlijke collegebesluiten.</al><al>Ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet maakt de raad de verordeningen die hij
                    in het belang van de gemeente nodig acht. Een door de raad vastgestelde
                    marktverordening is niet langer nodig om de praktische zaken ronde de markt te
                    regelen. Wel is een marktverordening nodig om belangen te beschermen van
                    openbare orde, zedelijkheid en gezondheid, beperking van overlast, regulering
                    van het woon- en leefklimaat en de (verkeers)veiligheid binnen de gemeente.</al><tussenkop>Inhoud</tussenkop><al>Paragraaf 1 van de marktverordening bevat een aantal algemene bepalingen die
                    betrekking hebben op de markt in zijn geheel. Paragraaf 2 bevat de regelingen
                    die van belang zijn voor de vergunningaanvraag en de vergunningverlening, bezien
                    vanuit de gemeente. De procedure voor het verkrijgen van een vaste standplaats,
                    dagplaats en standwerkersplaats wordt beschreven. In paragraaf 3 worden de
                    algemene verplichtingen voor de vergunninghouder genoemd die hij met betrekking
                    tot zijn standplaats in acht moet nemen. Paragraaf 4 bevat de straf-, overgangs-
                    en slotbepalingen.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Waar nodig zijn termen uit de verordeningen verduidelijkt.</al><tussenkop>Artikel 2 Inrichting van de markt; branche-indeling </tussenkop><al>De zaken die het college volgens dit artikel moet regelen worden vastgelegd in
                    een besluit voor elke markt in de gemeente.</al><tussenkop>Artikel 3 Nadere regels</tussenkop><al>Deze marktverordening bevat een vrij uitgebreide regeling van de markt. Het
                    college is op grond van artikel 3 bevoegd nadere regels te stellen. Het college
                    kan er ook voor kiezen beleidsregels in plaats van nadere regels vast te
                    stellen. Nadere regels zijn, in tegenstelling tot beleidsregels, algemeen
                    verbindende voorschriften. Beleidsregels zijn algemene regels omtrent de
                    toepassing van bevoegdheden. Beleidsregels kennen een inherente
                    afwijkingsbevoegdheid in tegenstelling tot algemeen verbindende voorschriften.
                    Hierdoor zijn beleidsregels flexibeler dan nadere regels (algemeen verbindende
                    voorschriften). Immers, van nadere regels is geen afwijking mogelijk.</al><tussenkop>Artikel 4 Voorschriften en beperkingen</tussenkop><al>De in het eerste lid genoemde belangen in verband waarmee de vergunning of
                    ontheffing is vereist, zijn de gemeentelijke belangen van openbare orde,
                    zedelijkheid en gezondheid, beperking van overlast, regulering van het woon- en
                    leefklimaat en de veiligheid binnen de gemeente. Niet-nakoming van voorschriften
                    die aan een vergunning/ontheffing verbonden zijn, kan grond opleveren voor
                    intrekking van de vergunning/ontheffing of voor toepassing van andere
                    bestuursrechtelijke sancties. De strafbepaling van artikel 22 is eveneens van
                    toepassing.</al><tussenkop>Artikel 5 Standplaatsvergunning</tussenkop><al>De vergunning geeft het recht om een standplaats op de markt in te nemen. De
                    vergunninghouder moet voldoen aan de voorschriften en beperkingen die aan de
                    vergunning zijn verbonden (artikel 4). De vergunning is persoonlijk en niet
                    overdraagbaar.</al><al>De verkoop van waren op een markt dient uitsluitend te geschieden door degenen
                    aan wie door het college vergunning daarvoor is verleend. Iedere andere wijze
                    van verkopen op markten is verboden. Een uitzondering op deze regel kan worden
                    gemaakt voor degenen die de kooplieden van koffie, soepen en dergelijke
                    voorzien.</al><tussenkop>Artikel 6 Vereisten</tussenkop><al-groep><al>De bedoelde publiekrechtelijke verplichtingen zijn de vestigingsvergunning
                        op grond van de Vestigingswet (alleen voor bepaalde branches van toepassing,
                        bijvoorbeeld vis en poeliersproducten), eventuele inschrijving in het
                        handelsregister en de CRK-kaart (registratiekaart van het Centraal
                        Registratiekantoor (CRK) bij het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD)).
                        Indien de aanvrager niet voldoet aan de genoemde eisen, kan dit reden zijn
                        de vergunning te weigeren (of in te trekken op grond van artikel 13).</al><al>Het is dwingend vastgelegd dat alleen natuurlijke personen tot de markt
                        worden toegelaten. Hiermee wordt voorkomen dat rechtspersonen een
                        overheersende positie op de markt kunnen innemen. Door de koppeling van de
                        vergunning aan een natuurlijk persoon wordt een zo eerlijk mogelijke
                        verdeling van alle marktstandplaatsen in Nederland bereikt. Uiteraard kan
                        het wel zo zijn dat de natuurlijke persoon een onderneming drijft in de vorm
                        van een rechtspersoon. Ook dan wordt de natuurlijke persoon (de
                        bedrijfsleider) aangemerkt als vergunninghouder. Het is echter niet mogelijk
                        de vergunning op naam van de rechtspersoon te stellen</al></al-groep><tussenkop>Artikel 7 Inhoud vastestandplaatsvergunning</tussenkop><al-groep><al>In het eerste is zijn de onderwerpen genoemd die in een
                        vastestandplaatsvergunning worden opgenomen.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat er een middel ter identificatie aan de vergunning
                        wordt gehecht. In verband hiermee kan de vergunninghouder worden verzocht
                        twee pasfoto’s te overleggen die dienen ter identificatie; de ene op de
                        vergunning en de ander voor het archief. </al></al-groep><tussenkop>Artikel 8 Inschrijving op de wachtlijst</tussenkop><al-groep><al>Dit artikel is vervallen.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 9 Doorhalen van inschrijving op wachtlijst</tussenkop><al>Dit artikel is vervallen.</al><tussenkop>Artikel 10 Volgorde toewijzing vaste standplaatsen</tussenkop><al-groep><al>In dit artikel is de volgorde van toewijzing van vaste standplaatsen op de
                        markt geregeld. Aangezien niet alle standplaatsen dezelfde mogelijkheden
                        bieden, is het redelijk dat in eerste aanleg aan vergunninghouders van een
                        vaste standplaats de gelegenheid wordt geboden een naar hun oordeel betere
                        standplaats te verkrijgen. Na hen kunnen anderen in de gelegenheid worden
                        gesteld hun belangstelling kenbaar te maken voor de dan nog beschikbare
                        standplaatsen. Indien het college een branche-indeling heeft vastgesteld,
                        zal hiermee bij de toewijzing van vaste standplaatsen rekening dienen te
                        worden gehouden. Het toewijzingssysteem dat het college hanteert dient te
                        voldoen aan eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid. Het ligt voor de hand
                        om het vrijkomen van een of meer standplaatsen te publiceren in een vakblad
                        en daarbij aan te geven welke branche of branches zich kunnen aanmelden en
                        hoe het college de standplaats(en) toewijst indien er meerdere
                        belangstellenden zijn, bijvoorbeeld door middel van loting.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 11 Overschrijving vastestandplaatsvergunning</tussenkop><al-groep><al>Komt een vergunninghouder te overlijden of wordt hij blijvend
                        arbeidsongeschikt, dan moet het op sociale overwegingen gerechtvaardigd
                        worden geacht dat zijn vergunning voor een vaste standplaats op de
                        achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner (als bedoeld in
                        artikel 1:80a van het Burgerlijk Wetboek) of een andere achterblijvende
                        persoon met wie hij duurzaam samenwoonde, kan worden overgeschreven. In het
                        eerste lid is vastgelegd dat de echtgenoot en de daarmee gelijkgestelde
                        partners recht hebben op de vaste standplaats van de vergunninghouder. Een
                        kind van de vergunninghouder dat voldoet aan de in het tweede lid gestelde
                        eisen heeft recht op een vaste standplaats op de markt hetgeen niet de
                        oorspronkelijke vaste standplaats van de vergunninghouder hoeft te zijn. Het
                        kind is immers, in vergelijking met de echtgenoot of de daarmee
                        gelijkgestelde partner, minder direct in zijn inkomensvoorziening geschaad
                        door het overlijden van de vergunninghouder. Hierover zijn alle partijen die
                        betrokken waren bij het totstandkomen van de modelmarktverordening het
                        eens.</al><al>In het vierde lid is een hardheidsclausule opgenomen. </al></al-groep><tussenkop>Artikel 12 Intrekking vastestandplaatsvergunning</tussenkop><al>Tot intrekking van de vastestandplaatsvergunning wordt altijd op de in het
                    eerste lid genoemde gronden overgegaan. In het tweede lid worden
                    intrekkingsbevoegdheden genoemd ten aanzien van de vergunning. Een dergelijke
                    intrekking dient schriftelijk te worden gemotiveerd.</al><tussenkop>Artikel 13 Toewijzing dagplaats</tussenkop><al-groep><al>De in het eerste lid vereiste vergunning wordt kan in mandaat door de
                        marktmeester worden verleend met gebruikmaking van een
                        (standaardvoorbedrukte) schriftelijke vergunning waarop het nummer van de
                        standplaats wordt ingevuld. Uiteraard dient, indien voor de markt een
                        branche-indeling is vastgesteld, daarmee bij het toewijzen van dagplaatsen
                        rekening te worden gehouden.</al><al>Het in het tweede lid vermelde uiterste tijdstip van melding bij de
                        marktmeester is gekoppeld aan het in artikel 20, derde lid, genoemde
                        uiterste tijdstip voor het innemen van een vaste standplaats. </al></al-groep><tussenkop>Artikel 14 Toewijzing standwerkersplaats</tussenkop><al>Wanneer standwerkersplaatsen worden toegewezen, is het gewenst dat dit zo
                    objectief mogelijk gebeurt om de bekende en de minder bekende standwerkers een
                    gelijke kans te geven. Daarom is in het eerste lid bepaald dat de toewijzing
                    geschiedt door loting. Het college dient van tevoren de manier van loting vast
                    te stellen. Het verdient daarbij aanbeveling hierbij voorrang te geven aan de
                    marktkooplieden van wie is gebleken dat zij in de uitoefening van de markthandel
                    uitsluitend en daadwerkelijk als standwerker plegen op te treden.</al><tussenkop>Artikel 15 Persoonlijk innemen standplaats; bijstand</tussenkop><al-groep><al>In artikel 15 is bepaald dat de vergunninghouder in principe verplicht is
                        zelf op zijn standplaats aanwezig te zijn. Aangezien in artikel 6 is bepaald
                        dat de vergunninghouder een natuurlijk persoon moet zijn, betekent dit dat
                        de standplaats niet door bijvoorbeeld een medevennoot van de
                        vergunninghouder kan worden ingenomen. </al><al>De vergunninghouder kan zich doen bijstaan op grond van het tweede lid. De
                        artikelen 18 (bijzondere omstandigheden) en 20 geven aan de vergunninghouder
                        de mogelijkheid om zaken te regelen, bijvoorbeeld om naar de veiling te
                        gaan.</al><al>In het derde lid van artikel 15 is in verband met de in de artikelen 22 en
                        23 vervatte verboden, thans een normstelling opgenomen namelijk dat zowel de
                        vergunninghouder als degene die hem bijstaan zich niet schuldig mogen maken
                        aan wangedrag of bedrog. </al></al-groep><tussenkop>Artikel 16 Aantal keren innemen vaste standplaats</tussenkop><al>De plicht om de standplaats het minimumaantal vastgestelde keren in te nemen,
                    geldt uiteraard alleen voor de vastestandplaatshouder en niet voor de
                    dagplaatshouder of standwerker. Dit is noodzakelijk om de continuïteit in de
                    bezetting te waarborgen.</al><tussenkop>Artikel 17 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere
                    omstandigheden</tussenkop><al-groep><al>In dit artikel worden de uitzonderingen gegeven op het uitgangspunt dat de
                        vergunninghouder zelf op de standplaats aanwezig dient te zijn.</al><al>Het is wel noodzakelijk dat het college of de marktmeester van elke
                        verhindering tot marktbezoek zo tijdig mogelijk op de hoogte wordt gesteld.
                        Het college kan bepalen dat kortstondige afwezigheid (bijvoorbeeld tot
                        maximaal één uur) zonder mededeling of ontheffing is toegestaan. Dit is van
                        belang voor vergunninghouders, bijvoorbeeld voor veilingbezoek, inkoop,
                        bezoek aan vergaderingen en overige bedrijfs- en sociale verplichtingen.
                    </al></al-groep><tussenkop>Artikel 18 Ontheffing en vervanging</tussenkop><al-groep><al>Eerste lid: De ontheffing kan aan een maximum van twee jaar worden gebonden
                        voor wat betreft ziekte. Het bestuur van de NVM beveelt dit ook sterk aan.
                        Indien de ziekte langer dan twee jaar duurt, is veelal sprake van blijvende
                        arbeidsongeschiktheid.</al><al>Tweede lid: In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan
                        het college de vergunninghouder van een vaste standplaats toestaan zich op
                        zijn standplaats te laten vervangen. Een maximumtermijn van zes weken is
                        voor vakantie gebruikelijk. Het college kan (bij langdurige vervanging) als
                        voorwaarde stellen dat de vervanger aan de vereisten van artikel 6 voldoet.
                    </al></al-groep><tussenkop>Artikel 19 Legitimatie en identiteit vergunninghouder</tussenkop><al>Het eerste lid is van belang voor het toezicht op de markt, het tweede lid is in
                    het belang van de kopers op de markt die er behoefte aan hebben te weten bij wie
                    zij hun inkopen hebben gedaan. </al><tussenkop>Artikel 20 Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer
                    goederen</tussenkop><al-groep><al>Het marktterrein behoort tot de openbare weg. Teneinde het marktterrein
                        tijdens de markt vrij te maken van alle verkeer, dient het college een
                        verkeersbesluit te nemen. Ten onrechte geparkeerde auto’s kunnen met
                        toepassing van bestuursdwang, op kosten van de eigenaars, van het
                        marktterrein worden verwijderd nog vóór de eigenlijke opbouw van de markt.
                        Voorwaarde is wel dat de tijden waarop het terrein beschikbaar moet zijn ten
                        behoeve van de markt, duidelijk worden medegedeeld. Het is van belang de in
                        het eerste lid gegeven tijdspanne zo ruim te nemen dat hieraan in de regel
                        kan worden voldaan. Veelal worden de tijden vastgesteld in overleg met de
                        instanties die de belangen van de ambulante handel behartigen.</al><al>Het tweede lid maakt duidelijk dat het in het algemeen, in het belang van de
                        orde op de markt, de vergunninghouder niet kan worden toegestaan de markt op
                        willekeurige, vóór de sluitingstijd gelegen, momenten te verlaten. Het
                        college dient invulling te geven aan de bijzondere omstandigheden die
                        ontheffing mogelijk maken.</al><al>Op grond van het derde lid is het mogelijk dat over een vaste standplaats
                        beschikt kan worden ten gunste van een andere koopman, indien de
                        vergunninghouder de markt op een bepaalde dag niet bezoekt. Daartoe is
                        bepaald dat de vaste standplaats vóór een bepaald uur ingenomen moet zijn.
                        Indien bekend is dat de rechthebbende later op de markt verschijnt, zal de
                        standplaats uiteraard open moeten blijven. Het vierde lid bevat hiervoor een
                        regeling. </al></al-groep><tussenkop>Artikel 21 Strafbepaling</tussenkop><al-groep><al>Ten aanzien van de in artikel 21 opgenomen strafbepaling geldt dat van
                        overtreding alleen sprake kan zijn indien de verordening een ge- of
                        verbodsnorm (een verplichtende norm) inhoudt.</al><al>Tegen overtredingen van de in deze verordening opgenomen bepalingen, alsmede
                        tegen handelingen die de orde op de markt op enigerlei wijze kunnen
                        verstoren, verdient voor wat de marktkooplieden betreft een administratieve
                        afhandeling de voorkeur. Verwacht mag worden dat van de bepalingen,
                        opgenomen in de artikelen 21 tot en met 23, een sterk preventieve werking
                        zal uitgaan. </al></al-groep><tussenkop>Artikel 22 Intrekking en schorsing vastestandplaatsvergunning</tussenkop><al-groep><al>In artikel 22 worden de gronden genoemd waarop een vergunning voor een vaste
                        standplaats kan worden ingetrokken of geschorst. De zinsnede “onverminderd
                        artikel 12” geeft aan dat ook de intrekking op grond van artikel 12 een
                        punitieve sanctie is. Het artikel heeft een facultatief karakter. Het hangt
                        van de omstandigheden af of tot intrekking of schorsing wordt
                        overgegaan.</al><al>In onderdeel c is bepaald dat het niet-betalen van marktgeld een grond kan
                        zijn voor intrekking of schorsing van een standplaatsvergunning voor de
                        markt. Volgens de toelichting bij de modelverordening is dat mogelijk op
                        basis van jurisprudentie, met name de uitspraak van de Afdeling
                        bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 juli 1999 (JG 99.0184 m.nt.
                        M. Geertsema). </al></al-groep><tussenkop>Artikel 23 Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker</tussenkop><al-groep><al>In artikel 22 is de intrekking of schorsing van een vergunning voor een
                        vaste standplaats geregeld. Intrekking of schorsing ligt uiteraard minder
                        voor de hand bij niet-vaste standplaatsen. Naast de bevoegdheid tot
                        onmiddellijke verwijdering (artikel 24) kan een vergunninghouder van een
                        dagplaats of standwerkersplaats ook langduriger van de markt worden
                        verwijderd. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn indien een vergunninghouder voor
                        een vaste standplaats op de vuist gaat met een dagplaatshouder of
                        standwerker. In artikel 23 is dan ook de mogelijkheid opgenomen om in de
                        daarin genoemde gevallen de vergunninghouder voor maximaal vier marktdagen
                        uit te sluiten van de toewijzing van een dagplaats of een
                        standwerkersplaats. </al><al>Het in onderdeel d genoemde is opgenomen ter bestraffing van niet-betalende
                        dagplaatshouders of standwerkers. Zie verder de toelichting onder artikel
                        22, onderdeel c. </al></al-groep><tussenkop>Artikel 24 Onmiddellijke verwijdering</tussenkop><al-groep><al>In artikel 125 van de Gemeentewet is bepaald dat ter uitvoering van wetten,
                        algemene maatregelen van bestuur en provinciale en gemeentelijke
                        verordeningen het gemeentebestuur de bevoegdheid heeft om bestuursdwang toe
                        te passen. Dit artikel bevat voor het college de bevoegdheidsgrondslag om
                        bestuursdwang toe te passen bij overtreding van de marktverordening en de
                        daarop gebaseerde voorschriften. In de artikelen 5:21 tot en met 5:36 van de
                        Awb worden regels over de besluitvorming omtrent en de toepassing van
                        bestuursdwang (en dwangsom) gegeven. De in artikel 24 geregelde
                        onmiddellijke verwijdering is een vorm van bestuursdwang, waarbij de
                        spoedeisendheid als bedoeld in artikel 5:24, zesde lid, van de Awb wordt
                        verondersteld. Achteraf dient dan het besluit tot het toepassen van
                        bestuursdwang op papier te worden gesteld. Van deze bevoegdheid dient
                        uiteraard alleen in zeer spoedeisende gevallen gebruik te worden gemaakt.
                        Overigens is in artikel 5:23 van de Awb geregeld dat de bepalingen over
                        bestuursdwang niet van toepassing zijn indien wordt opgetreden ter
                        onmiddellijke handhaving van de openbare orde.</al><al>Op grond van artikel 4:8 van de Awb dienen belanghebbenden bij toepassing
                        van artikel 24 in beginsel in de gelegenheid te worden gesteld hun
                        zienswijze (mondeling dan wel schriftelijk) kenbaar te maken. Artikel 4:11
                        Awb bepaalt dat dit horen niet nodig is in spoedeisende situaties. Onderdeel
                        c is gewijd aan de niet-actieve standwerker. Duidelijk kwam in het COM de
                        wens naar voren om dergelijke “verkapte stille kramers” aan te kunnen
                        pakken. </al></al-groep><tussenkop>Artikel 25 Toezichthouders</tussenkop><al-groep><al>In artikel 5:11 van de Awb wordt aangegeven dat onder toezichthouder wordt
                        verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of krachtens een wettelijk
                        voorschrift is belast met het houden van toezicht op de naleving van het
                        bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Een persoon die
                        aangewezen is als toezichthouder beschikt in beginsel over alle in afdeling
                        5.2 van de Awb opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5:14 van de Awb
                        kunnen deze bevoegdheden bij verordening of bij besluit van het college
                        worden beperkt.</al><al>De marktmeester treedt op als aangewezen als toezichthouder. </al></al-groep><tussenkop>Artikel 26 Intrekking oude regeling</tussenkop><al>De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de nieuwe
                    verordening in werking treedt.</al><tussenkop>Artikel 27 Overgangsbepalingen</tussenkop><al>Een overgangsregeling als hier opgenomen, achten wij noodzakelijk voor de
                    rechtszekerheid van de betrokkenen. Het is van belang oude rechten te
                    eerbiedigen. Onder de ruime formulering ?besluiten? van het eerste lid vallen
                    vergunningen, ontheffingen, voorschriften en beperkingen.</al><tussenkop>Artikel 28 Inwerkingtreding</tussenkop><al>De marktverordening is een besluit van het gemeentebestuur op overtreding
                    waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde wijze
                    bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die algemeen
                    verbindende voorschriften inhouden (artikel 139 Gemeentewet). Wel is van belang
                    dat de gemeente gehouden is dit besluit mee te delen aan het parket van het
                    arrondissement waarin de gemeente is gelegen (artikel 143 Gemeentewet).</al><tussenkop>Artikel 29 Citeertitel</tussenkop><al>In de citeertitel is het jaartal opgenomen om de nieuwe verordening te
                    onderscheiden van de voorgaande.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>