Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Oosterhout

Handhavingsbeleid Kinderopvang gemeente Oosterhout

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOosterhout
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingHandhavingsbeleid Kinderopvang gemeente Oosterhout
CiteertitelHandhavingsbeleid Kinderopvang gemeente Oosterhout
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Het betreft een aanpassing van het eerder vastgestelde handhavingsbeleid.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Geen

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

17-09-2012nieuwe regeling

17-09-2012

Weekblad Oosterhout, 14-11-2012

BI 0120661

Tekst van de regeling

Intitulé

Handhavingsbeleid Kinderopvang gemeente Oosterhout

 

 

1. Inleiding

Op 1 januari 2005 is de Wet kinderopvang in werking getreden. Deze wet regelt enerzijds de financiering van de kinderopvang, waarbij het uitgangspunt is dat kinderopvang een zaak van ouders, werkgever en overheid is, en ook gefinancierd wordt door deze drie partijen. Anderzijds regelt de wet de kwaliteit van kinderopvang. De verantwoordelijkheid voor het bieden van voldoende kwaliteit is nadrukkelijk bij de ondernemers in deze sector neergelegd. De verantwoordelijkheid voor het toezicht op de naleving van de kwaliteitsregels in de kinderopvang, ofwel de handhaving van de Wet kinderopvang en de regelgeving die bij deze wet hoort, berust bij het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente waar de kinderopvang gevestigd is.

Deze nota handhavingsbeleid is gericht op het onderdeel van de wet waarmee de kwaliteit geregeld wordt. De taak die de gemeente heeft in de financiering van de kinderopvang voor vastgestelde doelgroepen is uitgewerkt in de Verordening Wet Kinderopvang Gemeente Oosterhout.

1.1 Wijzigingen Wet kinderopvang

Per 3 april 2008 zijn er gewijzigde ministeriële Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en Beleidsregels Werkwijze toezichthouder kinderopvang van kracht. Deze gewijzigde beleidsregels hebben geleid tot nieuwe toetsingskaders voor dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang. Enkele eisen zijn gewijzigd en er zijn enkele nieuwe eisen toegevoegd.

Per 1 januari 2010 is een wetswijziging Wet kinderopvang met de daarbij behorende nieuwe beleidsregels van kracht. Deze wetswijziging heeft ertoe geleid dat naast gastouderbureaus ook de gastouders zelf onderwerp van toezicht en handhaving zijn. Daarnaast is het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) geïntroduceerd, waarin de gemeenten wijzigingen met betrekking tot registratie kinderopvang, gastouderbureaus en gastouder dienen bij te werken.

Per 1 augustus 2010 is de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (Wet OKE) en de daarbij behorende beleidsregels van kracht. Het doel van de wet is dat er toegankelijke voorschoolse voorzieningen ontstaan die voldoen aan de wettelijke basiskwaliteitseisen en die voor elk kind die dat nodig heeft een voorschools educatief programma aanbiedt. Deze wet bestaat uit drie maatregelen:

  • 1.

    een kwaliteitsimpuls voor peuterspeelzalen door de wet- en regelgeving over peuterspeelzalen te harmoniseren met de kinderdagverblijven.

  • 2.

    peuterspeelzalen moeten financieel toegankelijk blijven.

  • 3.

    gemeenten moeten een breder en beter aanbod van voorschoolse educatie aanbieden, zowel in peuterspeelzalen als in kinderagverblijven.

De Wet OKE zorgt voor aanpassing van drie wetten; de Wet Kinderopvang, de Wet op het onderwijstoezicht en de Wet op het primair onderwijs. In dit handhavingsbeleid is alleen de wijziging in de Wet kinderopvang van belang. De wijzigingen in de andere wetten worden meegenomen binnen het gemeentelijk onderwijsbeleid.

De nieuwe citeertitel van de Wet Kinderopvang is nu ‘Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen’ (Wkkp).

Op 21 december 2011 heeft de Raad van state in een hoger beroepszaak de handhaving op basis van beleidsregels kwaliteit kinderopvang als niet-correct bestempeld.

Sinds deze uitspraak van de raad van State is de wettelijke taak van de gemeenten om te handhaven op de kwaliteit van de kinderopvang bemoeilijkt. Om de kwaliteit en de veiligheid in de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk weer goed te borgen, heeft de regering besloten de concrete kwaliteitseisen vast te leggen in een AMvB en een ministeriele regeling. De AMvB met de naam ‘Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen’ is op 5 juni 2012 gepubliceerd in het staatsblad en is vanaf 6 juni 2012 van kracht. De ministeriële regeling met de naam ‘Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012 is 4 juni gepubliceerd in de Staatscourant en is ook met ingang van 6 juni 2012 van kracht.

Door de omzetting van Beleidsregels naar een AMvB en een ministeriële regeling zijn gemeenten weer goed toegerust om de wettelijke taak uit te voeren.

1.2 Wet OKE in relatie tot Wet kinderopvang

Naar aanleiding van de Wet OKE is in de Wet kinderopvang een kwaliteitskader voor peuterspeelzalen opgenomen evenals een toezicht- en handhavingstaak peuterspeelzalen voor de gemeente. Verder zijn in deze wet kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie opgenomen. Deze kwaliteitseisen worden uitgewerkt in beleidsregels voor peuterspeelzalen. De beleidsregels komen tot stand op basis van een convenant van de belangenorganisaties voor peuterspeelzaalwerk, kinderopvang en ouders. De harmonisatie leidt ertoe dat de houders van een peuterspeelzaal de zorgplicht krijgen voor verantwoord peuterspeelzaalwerk. Hieronder wordt verstaan peuterspeelzaalwerk dat bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving.

1.3 Handhavingsbeleid kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen

Om bovengenoemde wettelijke regelingen en wijzigingen te kunnen uitvoeren is een Handhavingsbeleid Kwaliteit Kinderopvang en peuterspeelzalen opgesteld. In dit beleid is vastgelegd wat de gemeentelijke taken zijn, op welk wijze en in samenwerking met wie de gemeente deze taken uitvoert en wat de consequenties kunnen zijn bij het niet nakomen van de wettelijke regels door houders. Bij het opstellen van dit beleid is gebruik gemaakt van het afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang 2012 van de VNG.

De verwachting is dat met de wijzigingen van het afgelopen jaar het einde nog niet bereikt is. De toekomst van het toezicht op gastouders is nog onduidelijk. Daarnaast wordt er ook gesproken over een mogelijke aanpassing van toetsingscriteria binnen de kinderopvang. Met deze ontwikkelingen in gedachten is het handhavingsbeleid kinderopvang en peuterspeelzalen zo min mogelijk dichtgetimmerd. Er wordt ingespeeld op de meest recente wetswijzigingen en aanpassingen op de landelijke beleidsregels. De kaders waarbinnen dit lokaal opgepakt wordt zijn wel vastgelegd in het handhavingsbeleid.

1.4 Leeswijzer

De nota is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 vindt u informatie over de wettelijke regels. Het gaat hierbij ondermeer over de Wet kinderopvang en de Regeling Wet kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen, de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen, de Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang, het Tijdelijk besluit innovatieve kinderopvang en de ouderparticipatieopvang. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot toezicht en handhaving van kinderopvang.

2. Wettelijke regels

Goede en verantwoorde kinderopvang en peuterspeelzaalwerk zijn belangrijke aandachtspunten in de huidige samenleving. Dit gaat immers over de verantwoordelijkheid voor de zorg voor en de ontwikkeling van de meest kwetsbare groep van onze samenleving: jonge kinderen. In de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk wordt een veilige basis gelegd voor de toekomst van de kinderen. Zij worden gestimuleerd in hun ontwikkeling. Ouders krijgen via de kinderopvang bovendien de mogelijkheid om volwaardig deel te nemen aan het arbeidsproces, omdat ze erop kunnen vertrouwen dat ze hun kind in een veilige, stimulerende en vertrouwde omgeving achterlaten.

Om zorg te dragen voor kwaliteit in kinderopvang en peuterspeelzaalwerk is de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk vastgesteld. Hierin zijn naast de financiering van de kinderopvang basiseisen opgenomen waaraan elke instelling voor kinderopvang, gastouderopvang en peuterspeelzaalwerk moet voldoen.

2.1 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

Sinds de invoering van de Wet kinderopvang in 2005 is de kinderopvang een marktgerichte sector. De wet stelt aan instellingen voor kinderopvang de eis dat de houder zorg draagt voor kinderopvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van kinderen in een veilige omgeving. In 2008 en 2010 is deze wet uitgebreid met kwaliteitseisen voor gastouderbureaus, gastouders en peuterspeelzaalwerk.

De verantwoordelijkheid voor het bieden van voldoende kwaliteit is dus nadrukkelijk bij de ondernemers in deze sector neergelegd. Globale en concrete eisen in de wet geven aan waar een houder aan moet voldoen. De gemeente is verantwoordelijkheid voor het toezicht op de naleving van de kwaliteitsregels in de kinderopvang, gastouderopvang en peuterspeelwerk. Via de Wet OKE is de gemeente tevens verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de basisvoorwaarden van voorschoolse educatie die plaats vindt op een kinderdagverblijf op peuterspeelzaal. Regels voor de uitvoering van de toezicht- en handhavingstaak zijn opgenomen in de Regeling Wet Kinderopvang. Onder andere is hierin vermeld dat de GGD is aangewezen om het toezicht uit te voeren.

Kinderopvang

Kinderopvang is het bedrijfsmatig en anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint. De kinderopvang stelt ouders in de gelegenheid de zorg voor kinderen te combineren met betaalde arbeid. Terwijl ouders werken, moeten zij erop kunnen rekenen, dat hun kind op een professionele wijze wordt opgevangen. De kinderopvang heeft tot taak om kinderen tussen 0 en 13 jaar op een verantwoorde wijze opvang te bieden.

Kinderopvang kent verschillende vormen van opvang: kinderdagverblijven (KDV), buitenschoolse opvang (BSO), gastouderopvang, ouderparticipatieopvang en innovatieve gastouderopvang. Hieronder worden de verschillende vormen van opvang toegelicht.

Kinderdagverblijven bieden opvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar.

Buitenschoolse opvang is opvang van kinderen van 4 tot en met 12 jaar vóór en na schooltijd en in de schoolvakanties.

Gastouderopvang is een kleinschalige vorm van opvang en kan zowel dagopvang als naschoolse opvang aanbieden. Een gastouder mag maximaal vier kinderen tegelijkertijd opvangen (exclusief de eigen kinderen). De opvang dient plaats te vinden op het woonadres van de gastouder of van de vraagouder.

Bij ouderparticipatieopvang worden kinderen door tenminste één van de ouders van de opgevangen kinderen opgevangen. Aan deze vorm van opvang is geen betaalde kracht verbonden. Voor deze vorm van gelden de kwaliteitseisen van de Wkkp en Beleidsregels kwaliteit met uitzondering van de eisen voor gekwalificeerd personeel en de verplicht oudercommissie.

Innovatieve gastouderopvang is een experimentele vorm van gastouderopvang, waarbij gelijktijdig maximaal zes kinderen (exclusief de eigen kinderen) kunnen worden opgevangen. De opvang dient plaats te vinden op het woonadres van de gastouder of van de vraagouder. De regels voor deze experimentele vorm van kinderopvang zijn opgenomen in het Tijdelijk besluit innovatie kinderopvang.

Peuterspeelzaalwerk

Het peuterspeelzaalwerk bestaat uit de verzorging, opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen uitsluitend bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs.

Voorschoolse educatie is uitvoering van een door de gemeente gesubsidieerd programma dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot een school kunnen worden toegelaten.

De basisvoorwaarden voor deze voorschoolse educatie zijn opgenomen in de Wet OKE.

2.2 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen en de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen

Kinderopvanginstellingen en aanbieders van peuterspeelzaalwerk zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het aanbod. Hiertoe hebben aanbieders en afnemers in de kinderopvang de globale eisen die de Wet kinderopvang stelt aan de branche, vertaald in gedetailleerde kwaliteitseisen voor de kinderopvang en peuterspeelzaalwerk. Dit heeft geresulteerd in een Convenant kwaliteit kinderopvang (bijstelling 2008) en een Convenant Kwaliteit peuterspeelzaalwerk (2010). De rijksoverheid heeft de normen uit het Convenant kwaliteit kinderopvang en Convenant Kwaliteit peuterspeelzaalwerk één op één overgenomen in beleidsregels en deze normen, samen met de concrete eisen uit de wet, toetsbaar uitgewerkt in toetsingskaders voor de GGD (zie 2.3).

Op 21 december 2011 heeft de Raad van state in een hoger beroepszaak de handhaving op basis van beleidsregels kwaliteit kinderopvang als niet-correct bestempeld. Deze uitspraak heeft consequenties voor het gemeentelijk handhaven. Als gevolg van deze uitspraak kunnen gemeenten geen sanctie opleggen wegens het niet naleven van de specifieke kwaliteitseisen in de beleidsregels. Om de kwaliteit en de veiligheid in de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk weer goed te borgen, heeft de regering besloten de concrete kwaliteitseisen vast te leggen in een AMvB en een ministeriele regeling: Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen en de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen. Deze vervangen de beleidsregels en zijn verwerkt in de nieuwe toetsingskaders voor de GGD.

2.3 Beleidsregels Werkwijze toezichthouder kinderopvang en peuterspeelzalen

De beleidsregels Werkwijze toezichthouder kinderopvang zijn opgesteld om een uniforme werkwijze van de toezichthouders te bevorderen. Als bijlagen bij de Beleidsregels zijn per opvangsoort toetsingskaders vastgesteld, waarin de kwaliteitsaspecten verder zijn uitgewerkt, ingedeeld naar domeinen en voorwaarden. De toetsingskaders zijn opgesteld door GGD Nederland, in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Vastgelegd is naar welke kwaliteitsaspecten de toezichthouder kijkt. De verschillende vormen van onderzoek vinden plaats op basis van dit kader. Aan de hand van de toetsingskaders komt de toezichthouder tot een oordeel over de mate waarin aan de basiskwaliteitseisen van de betreffende opvangsoort wordt voldaan.

Er zijn toetsingskaders opgesteld voor:

  • -

    Dagopvang;

  • -

    BSO;

  • -

    Gastouderbureau;

  • -

    Gastouder;

  • -

    Peuterspeelzalen;

  • -

    Voorschoolse Educatie;

  • -

    Ruimte en inrichtingeisen peuterspeelzalen (facultatief).

Elk domein kent verschillende voorwaarden; criteria waarop wordt getoetst of wordt voldaan aan de kwaliteitsvoorschriften uit de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, Besluit Registratie Kinderopvang, de Regeling Wet kinderopvang, Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen, de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen, de Wet klachtrecht cliënten zorgsector of het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

3. Gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden

De gemeentelijke verantwoordelijkheid is onderverdeeld in vier taken:

  • -

    Melding en registratie

  • -

    Toezicht op naleving van de kwaliteit

  • -

    Gemeentelijk ingrijpen, handhaven en sanctioneren

  • -

    Jaarlijkse verantwoording van de werkzaamheden aan de minister.

3.1 Melding en registratie

De gemeente draagt zorg voor actuele registratie van kinderdagverblijven, centra voor buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en gastouders. Hiervoor werkt de gemeente met het Landelijke Register Kinderopvang (LRK). Het register is openbaar toegankelijk via www.landelijkregisterkinderopvang.nl. Het is de verwachting dat vanaf begin 2012 ook de peuterspeelzalen opgenomen worden in het LRK.

Aanvraag en registratie

Degene die voornemens is een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaalwerk in exploitatie te nemen doet daarvoor een aanvraag bij de gemeente met een daarvoor vastgesteld formulier. Uiterlijk 10 weken na de aanvraag geeft de gemeente een beschikking af aan de houder. Wanneer na een aanvraag, en uiterlijk binnen tien weken, uit onderzoek (zie paragraaf 3.2.) is gebleken dat de exploitatie zal plaatsvinden in overeenstemming met de Wkkp zorgt de gemeente voor inschrijving in het register. De houder wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.

Wijziging en verwijdering van gegevens uit het register

De houder dient elke wijziging van de gegevens die opgenomen staan in het register mee te delen aan het college. De houder wordt vervolgens schriftelijk op de hoogte gesteld van opname van de (gewijzigde) gegevens in het register.

Het college heeft zelf ook de mogelijkheid om wijzigingen in het register aan te brengen, indien is

gebleken dat de opgenomen gegevens niet overeenstemmen met de werkelijke situatie. Ook van deze wijziging wordt de houder schriftelijk op de hoogte gesteld.

Het college kan overgaan tot verwijdering van gegevens uit het register als de houder daartoe een

Verzoek heeft ingediend of als is gebleken dat de houder het kindercentrum niet langer exploiteert. Daarnaast kan het college tot verwijdering van gegevens overgaan, indien uit het inspectieonderzoek blijkt dat de houder naar verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan de kwaliteitseisen van de wet, respectievelijk de Beleidsregels kwaliteit.

Niet-gemelde kinderopvang

Houders van kindercentra die zich niet bij de gemeente hebben gemeld voor registratie plegen in principe een economisch delict in de zin van de Wet Economische Delicten. Het actief strafrechtelijk opsporen van niet-gemelde kinderopvang hoort niet tot de taak van de toezichthouder.

Krijgt de gemeente echter een signaal dat in haar gemeente kinderopvang of gastouderopvang plaats vindt zonder dat de houder in het register is opgenomen dan kan de gemeente de GGD opdracht geven een zogenaamde voorselectie te doen. De GGD moet in dat geval onderzoeken of er sprake is van kinderopvang of gastouderopvang in de zin van de Wkkp.

Weigert de houder mee te werken aan het onderzoek, en bestaat het vermoeden dat opvang in de zin van de Wkkp plaats vindt, kan aangifte gedaan worden bij de politie.

3.2 Toezicht op naleving van de kwaliteit

Voor het naleven van de kwaliteitseisen van de Wkkp en eventueel aanvullende regelgeving houdt de gemeente toezicht op de kinderopvang en peuterspeelzalen. In de wet is vastgelegd dat het toezicht op naleving feitelijk is neergelegd bij de GGD. Hiertoe wijst de gemeente de directeur van de GGD West-Brabant aan als toezichthouder voor de gemeente Oosterhout. Hij kan deze taak in zijn organisatie verder mandateren. De Wet kinderopvang regelt dat de kosten voor toezicht en handhaving voor rekening van de gemeente zijn. Naast regionale afspraken worden er door de gemeente Oosterhout en de GGD West-Brabant jaarlijks lokale afspraken gemaakt over de wijze van toezicht, planning, de kosten etc.

De werkzaamheden van de toezichthouder bestaan uit het beoordelen van de kwaliteit van de kinderopvang en peuterspeelzalen aan de hand van de landelijk opgestelde toetsingskaders, het voeren van overleg hierover met betrokkenen en het rapporteren over de kwaliteit.

Toezicht op voorschoolse educatie

Met de komst van de Wet OKE heeft de GGD een extra taak gekregen met betrekking tot de voorschoolse educatie. Bij kinderdagverblijven en peuterspeelzalen waar gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt gegeven beoordeelt de GGD, naast de kwaliteit op basis van de Wkkp, ook of aan de basisvoorwaarden voor voorschoolse educatie volgens de Wet OKE wordt voldaan.

Indien er tekorten worden geconstateerd ten aanzien van de basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, geeft de GGD dit rapport in afschrift aan de Inspectie van het Onderwijs.

De Inspectie voert risicogestuurd toezicht uit en kan naar aanleiding van de signalen van de GGD haar toezichtbevoegdheden op basis van de Wet op het onderwijstoezicht intensiever gaan uitoefenen.

Beoordelen van kwaliteit

De toezichthouder voert de volgende onderzoeken uit:

  • -

    Onderzoek na een aanvraag nieuwe voorziening.

Binnen 8 weken na een aanvraag voor een nieuwe voorziening onderzoekt de toezichthouder of de exploitatie van het kindercentrum, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de kwaliteitseisen genoemd in de Wkkp. Tot die tijd van acht weken of totdat uit het inspectiebezoek eerder is gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de kwaliteitseisen van de wet en de beleidsregels, mag het kindercentrum nog niet in exploitatie worden genomen.

  • -

    Regulier en incidenteel onderzoek.

De toezichthouder onderzoekt jaarlijks of elk kindercentrum, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal aan de kwaliteitseisen gesteld in de wet voldoet. Eventueel kan de toezichthouder incidenteel onderzoek uitvoeren. Bij het onderzoek maakt de toezichthouder gebruik van het instrument ‘overleg en overreding’, zodat de houder binnen de looptijd van het onderzoek de mogelijkheid krijgt om de geconstateerde overtredingen op te lossen en daarmee handhaving te voorkomen.

Voor de te hanteren werkwijze voor het uitvoeren van bovenstaande onderzoeken zijn beleidsregels vastgesteld (zie paragraaf 2.3).

Inspectierapport

De toezichthouder legt het oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij een kindercentrum, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal vast in een inspectierapport. Het inspectierapport bevat een advies aan de gemeente om al dan niet handhavend op te treden.

In het inspectierapport beschrijft de toezichthouder per domein de context van de voorwaarden waar de houder niet aan voldoet. Nadat de toezichthouder zijn bevindingen in een inspectierapport heeft vastgelegd, krijgt de houder de gelegenheid zijn zienswijze over het rapport kenbaar te maken. De zienswijze wordt in een bijlage bij het inspectierapport opgenomen. Binnen 3 weken na vaststelling wordt het rapport openbaar gemaakt en wordt een afschrift voor ouders en personeel ter inzage gelegd.

De toezichthouder maakt bij de rapportage over de bevindingen en afspraken met houders gebruik van een model inspectierapport. De inspectierapporten zijn openbaar en te raadplegen via het Landelijk register kinderopvang en/of op te vragen bij de instellingen of gemeente.

3.3 Gemeentelijk ingrijpen, handhaven en sanctioneren

De basis voor handhaving is het inspectierapport van de GGD en het daarin opgenomen advies om al dan niet handhavend op te treden. De gemeente volgt het advies van de GGD in principe op, tenzij de zienswijze van de houder anders doet besluiten. Indien het advies van de GGD luidt om niet de handhaven krijgt de houder van de gemeente een schriftelijke bevestiging dat de voorziening aan de kwaliteitseisen voldoet. Indien het advies van de GGD is om te handhaven volgens het gemeentelijk handhavingsbeleid zal de gemeente een handhavingstraject starten. Voor het afwegen van de wijze van handhaven is het ‘Afwegingsmodel Handhaving Kwaliteit Kinderopvang en peuterspeelzalen gemeente Oosterhout opgesteld (zie hoofdstuk 4). Dit is gebaseerd op het afwegingsmodel van de VNG. Hierin zijn de algemene stappen opgenomen die gehanteerd worden bij het overtreden van de kwaliteitseisen.

Handhaving is echter maatwerk en zal voor elke situatie apart worden afgewogen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met verzwarende of verzachtende omstandigheden en de inspanning en/of zienswijze van de houder.

Sancties

Bij niet spoedeisende situaties wordt in eerste instantie een schriftelijke waarschuwing afgegeven om de houder te bewegen de overtreding te herstellen. Aangezien dit geen juridische status volgens de Algemene wet bestuursrecht heeft wordt hierbij, afhankelijk van het type en zwaarte van de overtreding, een korte hersteltermijn van twee tot maximaal vier weken aangehouden.

Wanneer dit niet leidt tot het voldoen aan de kwaliteitseisen gesteld in de wet gaat de gemeente over tot wettelijke maatregelen om naleving van de kwaliteitseisen af te dwingen. Binnen handhaving kunnen twee typen sancties onderscheiden worden, te weten herstellende sancties en bestraffende sancties. Een herstellende sanctie heeft als doel het voorkomen van voortduren van de overtreding en/of herhaling in de toekomst. Een bestraffende sanctie bestraft een overtreding die in het verleden begaan is en kan apart maar ook gelijktijdig met een herstellende sanctie worden opgelegd.

Herstellende sancties:

  • 1.

    Aanwijzing (door college) of bevel (door toezichthouder in spoedeisende gevallen);

  • 2.

    Last onder dwangsom of eventueel last onder bestuursdwang;

  • 3.

    Exploitatieverbod;

  • 4.

    Uitschrijving uit register;

Bestraffende sancties:

  • 1.

    Bestuurlijke boete [1]

Verdere uitleg over de sancties en de daarbij horende procedures staan beschreven in het 'Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang en peuterspeelzalen gemeente Oosterhout' (Bijlage 1).

Mandatering

De gemeentelijk handhavingstaak begint direct na ontvangst van het inspectierapport van de GGD. De bevoegdheid om handhavend op te treden ligt bij het college. Om de procedure efficiënt te laten verlopen, is de manager van de afdeling Sport, Cultuur en Welzijn gemandateerd door het college om hier tot en met stap 1 van de herstellende sancties uitvoering aan te geven. Zodra sprake is van een zwaardere herstellende sanctie of de keuze voor een boete wordt dit apart voorgelegd aan het college.

Integrale handhaving

Houders van kindercentra hebben niet alleen te maken met regels die voortvloeien uit de Wkkp, maar moeten ook voldoen aan tal van andere regels waarvan het toezicht bij de gemeente berust. Uit oogpunt van efficiency kan het de aanbeveling verdienen om de handhaving integraal uit te voeren samen met de brandweer en bouw- en woningtoezicht. Zo ontstaat een beter beeld van de mate waarin wetten worden nageleefd en wordt voorkomen dat de wijze, waarop regels worden uitgevoerd, verschillend worden geïnterpreteerd. Bovendien neemt de ‘toezichtlast’ voor ondernemers af. Invoering van een volledig integraal handhavingsbeleid vergt verregaande studie en afstemming dan in het kader van opstelling van deze nota mogelijk is.

Om pragmatische redenen kiest de gemeente Oosterhout er op dit moment voor om op het registratieformulier kinderopvang en op de website van de gemeente Oosterhout aan de houders kenbaar te maken welke andere wet- en regelgeving zij in acht moeten nemen.

Bij een binnengekomen melding vindt tussen de vakafdelingen gegevensuitwisseling plaats.

AFWEGINGSMODEL HANDHAVING KINDEROPVANG EN PEUTERSPEELZALEN 2012

Gemeente Oosterhout 2012

Handhaving- en sanctiebeleid gemeenten betreffende kwaliteit kinderopvang en kwaliteit peuterspeelzalen

  • 1.

    Dagopvang

  • 2.

    Buitenschoolse opvang (BSO)

  • 3.

    Gastouderbureau

  • 4.

    Gastouders

  • 5.

    Peuterspeelzalen

Toelichting

Paragraaf 1 Algemeen

Het college hanteert het Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang en Peuterspeelzalen bij het uitvoeren van de handhavingacties die nodig zijn indien een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of een peuterspeelzaal niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (in het vervolg kortweg aangeduid als Wet kinderopvang/Wko) en alle daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (verder: Besluit kwaliteit), de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (verder: Regeling kwaliteit), de Beleidsregels werkwijze toezichthouder 2012 en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. In het model zijn de algemene stappen opgenomen die het college kan hanteren bij geconstateerde overtredingen van de kwaliteitseisen.

Handhaving is maatwerk en zal in elke situatie apart afgewogen moeten worden. Proportionaliteit is daarbij van belang. Daardoor zijn niet automatisch alle genoemde stappen onverkort van toepassing op een geconstateerde overtreding. Telkens zal afgewogen worden of toepassing in dit specifieke geval onder meer proportioneel is.

Dit Afwegingsmodel heeft als basis de model(inspectie)rapporten van GGD Nederland. De voorwaarden in het rapport en het Afwegingsmodel zijn gelijk. Voor de leesbaarheid van het Afwegingsmodel zijn diverse voetnoten die in het modelrapport zijn opgenomen ten behoeve van de inspectie, niet overgenomen in het Afwegingsmodel. Dit betekent echter niet dat de toelichtingen in de voetnoten niet van overeenkomstige toepassing zijn op de bepalingen van het Afwegingsmodel.

Start handhavingtraject

Het gemeentelijke handhavingtraject begint direct na ontvangst van het inspectierapport van de GGD. De GGD geeft in het rapport een handhavingadvies aan het college. In het rapport is het ‘Overzicht bevindingen toezichthouder per inspectiedomein’ de basis voor het afwegen van de te ondernemen handhavingactie. In dit overzicht beschrijft de toezichthouder per domein de context van de voorwaarden waar de houder niet aan voldoet. Ook de resultaten van eventueel door de inspecteur toegepast overleg en overreding worden hierin genoemd. Het college kan de aangegeven verzwarende of verzachtende omstandigheden, de inspanning van de houder etc. mee laten wegen bij het beoordelen van de te nemen handhavingactie.

Het college kan in bijzondere gevallen overwegen eerst een schriftelijke waarschuwing te geven. Ook kan overwogen worden eerst op basis van mondelinge overreding de houder te bewegen de overtreding te herstellen. Zowel de waarschuwing als de overreding hebben geen juridische status en betekenen daarom een uitstel van het handhavingtraject.

Handhaving voorschoolse educatie

Voorschoolse educatie wordt door het college slechts getoetst en gehandhaafd voor zover het gesubsidieerde voorschoolse educatie betreft. Voor voorschoolse educatie kan door het college gekozen worden om bij tekortkomingen te handhaven via de subsidie(-voorwaarden) of op grond van de Wet kinderopvang. Indien gekozen wordt voor de Wet kinderopvang is onderhavig handhavingsbeleid van toepassing. Wordt gekozen voor handhaving via de subsidie dan zijn de subsidieverordening en de subsidiebeschikking met de subsidievoorwaarden van toepassing.

Paragraaf 2 Verschillende soorten sancties

Binnen de handhaving kunnen twee typen sancties onderscheiden worden, te weten herstellende sancties en bestraffende sancties. Deze typen sancties bestaan naast elkaar en derhalve kunnen sancties van een verschillend type tegelijkertijd worden opgelegd.

A. Herstellende sancties

In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een herstellende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding.

Hieruit volgt dat het doel van de herstellende sanctie met name gelegen is in het voorkomen van voortduren van de overtreding en/of herhaling in de toekomst. Bestraffing van reeds begane overtredingen kan via de bestraffende sanctie (zie hieronder).

Welke herstellende sancties worden er onderscheiden binnen dit handhavingsbeleid?

Stap 1 Schriftelijk bevel

Dit is een handhavingsmiddel dat in spoedeisende gevallen door de GGD-inspecteur direct tijdens een inspectie ingezet kan worden. Het middel wordt door de GGD-inspecteur ingezet en niet door het college. Daarom wordt dit bevel in dit Afwegingsmodel niet nader genoemd. Inzet van dit middel wordt door de GGD-inspecteur bepaald. De GGD geeft een bevel indien hij van mening is dat de kwaliteit bij een kindercentrum, gastouderbureau of peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden. In geval van overtredingen met een lage of gemiddelde prioritering zal hier niet snel sprake van zijn.

OF Aanwijzing

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin zich een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau of een peuterspeelzaal bevindt dat de bij of krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3, of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 gegeven voorschriften (de ‘kwaliteitseisen”) niet of in onvoldoende mate naleeft, kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven.

In een aanwijzing wordt met redenen omkleed aangegeven op welke punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd. Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder genomen dienen te worden.

Hersteltermijn

Bij een aanwijzing wordt de houder een hersteltermijn gegeven. De hersteltermijn wordt bepaald door de zwaarte van de overtreding, welke zichtbaar wordt via de prioritering. De hersteltermijn in dit model wordt aangegeven in een bandbreedte. De handhaver geeft per concreet geval de exacte hersteltermijn aan. Na het verstrijken van de hersteltermijn dient de overtreding beëindigd te zijn. Ter controle hiervan kan de handhaver schriftelijke bewijsstukken opvragen dan wel opdracht geven voor een herinspectie. Is de overtreding niet beëindigd, dan zal een volgende stap worden ingezet.

Stap 2 Last onder dwangsom

Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:

  • a.

    een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

  • b.

    de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

De stap last onder dwangsom kan meerdere keren worden genomen voor een geconstateerde overtreding. Indien een eerste last onder dwangsom geen resultaat heeft gehad, kan worden overwogen een nieuwe, hogere last onder dwangsom op te leggen. Dit vereist dan wel een nieuw besluit.

Verschil tussen een last onder dwangsom en een preventieve dwangsom

Van een preventieve last is sprake als de last wordt opgelegd voordat enige overtreding heeft plaatsgevonden. Hiervoor geldt dat het gevaar van de overtreding klaarblijkelijk dreigt, dat wil zeggen dat de overtreding zich met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal voordoen.

Het verschil met een ‘gewone’ last onder dwangsom is, dat deze ‘gewone’ last opgelegd wordt als herstelsanctie, nadat een overtreding heeft plaatsgevonden. Dit kan diverse doelen hebben, onder meer het ongedaan maken van een overtreding en het voorkomen van herhaling. Als een overtreding heeft plaatsgevonden, maar inmiddels wel is hersteld, kan dus een nog steeds een last onder dwangsom worden opgelegd ter voorkoming van herhaling. Hiervoor geldt als criterium of er gegronde vrees voor herhaling bestaat.

Of eventueel Last onder bestuursdwang

Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:

  • a.

    een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

  • b.

    de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

In gevallen waarin het bestuursorgaan de mogelijkheid heeft om zelf de overtreding op te lossen (op kosten van de overtreder) kan een last onder bestuursdwang opgelegd worden. Door de aanvullende sanctie van een exploitatieverbod binnen de handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen zijn er nog maar weinig overtredingen die zich daarnaast lenen voor toepassing van bestuursdwang. De optie last onder bestuursdwang is, op een enkele overtreding na, daarom niet opgenomen in dit Afwegingsmodel. Echter, op grond van het bestuursrecht geldt dat in die gevallen waarin last onder dwangsom mogelijk is, ook bestuursdwang kan worden toegepast indien het college de overtreding daardoor zelf kan doen beëindigen.

Stap 3 Exploitatieverbod

Het college kan de houder verbieden de exploitatie van een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau voort te zetten dan wel verbieden de instandhouding van een peuterspeelzaal voort te zetten. Dit kan het college zolang de houder een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is.

Ook kan het college de houder verbieden de locatie in exploitatie te nemen, zolang niet of niet langer aan de kwaliteitseisen uit hoofdstuk 1, afdeling 3, paragraaf 2 of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragraaf 2 is voldaan.

Stap 4 Verwijdering uit het register kinderopvang of het register peuterspeelzaalwerk

Er zijn verschillende gronden waarop het college, in het kader van handhaving, een voorziening uit het register kinderopvang of het register peuterspeelzaalwerk kan verwijderen:

  • -

    indien is gebleken dat de houder niet langer de organisatie voor kinderopvang exploiteert;

  • -

    indien uit een GGD-inspectie of anderszins is gebleken dat de houder naar verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan de bij en krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3 of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 van de Wko gegeven voorschriften;

  • -

    indien drie maanden na de registratie de exploitatie van de organisatie voor kinderopvang of peuterspeelzaal niet daadwerkelijk is aangevangen.

Vanaf het moment dat een voorziening is verwijderd uit het register, is er geen sprake meer van kinderopvang of peuterspeelzaalwerk in de zin van de wet. Voortzetten van exploitatie leidt tot illegale kinderopvang en tot een boete of vervolging door het Openbaar Ministerie op basis van overtreding van de Wet Economische Delicten.

Doordat een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau uit het register is verwijderd, wordt ook de grond voor het recht op kinderopvangtoeslag voor vraagouders beëindigd.

Verloop herstellend handhavingtraject

Een herstellend handhavingtraject verloopt in beginsel volgens de hierboven beschreven stappen. Er kunnen zich echter situaties voordoen, waarin het naar beoordeling van het college gerechtvaardigd is om, gezien de aard en/of ernst van de overtreding, bepaalde stappen ‘over te slaan’ en direct over te gaan tot inzet van een zwaardere sanctie. Eén van de situaties waarin dit zich kan voordoen is recidive.

B. Bestraffende sancties

In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een bestraffende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie voor zover deze beoogt de overtreder leed toe te voegen.

Een bestraffende sanctie bestraft een overtreding die ‘in het verleden’ begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. De vorm van een bestraffende sanctie onder de Wet kinderopvang is de bestuurlijke boete. Een bestuurlijke boete kan apart, maar ook gelijktijdig met een herstellend handhavingtraject worden opgelegd.

Een bestuurlijke boete is een punitieve sanctie, waardoor het opleggen hiervan een met veel waarborgen omkleed proces is. Daarbij is een bestuurlijke boete het sluitstuk van een handhavingsproces en daarmee een van de uiterste middelen die ingezet worden. Voordat een boete wordt opgelegd heeft er al een heel lang traject van handhaving plaatsgevonden, echter helaas zonder dat het gewenste resultaat is bereikt. Aangezien dit zeer weinig voorkomende situaties zijn, worden langdurige handhavingstrajecten waarin een bestuurlijke boete wordt overwogen apart aan het college voorgelegd. Voor het bepalen van de hoogte van de boete wordt dan gebruik gemaakt van de advisering en het afwegingsmodel van de VNG in deze. Er is geen apart boetebeleid vastgesteld.

Grondslag bestuurlijke boete

Bij kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureau’s

Op grond van art.1.72 Wko is het college bevoegd terzake een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste €45.000 bedragen.

Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties:

In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij of krachtens de artikelen 1.45 tot en met 1.60a Wko (hoofdstuk 1 afdeling 3 Kwaliteit kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureaus);

  • -

    In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 1.65 WKo) niet nakomt;

  • -

    In geval de houder een kindercentrum, voorziening voor gastouderopvang of GOB blijft exploiteren, terwijl op grond van artikel 1.66 Wko aan hem een exploitatieverbod is opgelegd;

  • -

    In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder (art. 5:20 Awb);

  • -

    In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op het primair onderwijs niet nakomt.

Bij voorziening voor gastouderopvang

Voorzieningen voor gastouderopvang vallen volledig onder het regime van toezicht en handhaving en daarbij is ook de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen van toepassing. Een voorziening voor gastouderopvang is echter toch een bijzonder object van toezicht en handhaving. Derhalve is er voor gekozen niet vooraf in dit model boetebedragen te noemen voor overtredingen in het hoofdstuk ‘gastouderopvang’. Indien het college een overtreding van een voorziening voor gastouderopvang wil sanctioneren met een bestuurlijke boete, zal in dat geval het boetebedrag bepaald worden, met inachtneming van de algemene bepalingen hieromtrent in dit handhavingsbeleid. Daarbij kan bijvoorbeeld een relatie worden gelegd met de boetebedragen zoals die zijn bepaald binnen de dagopvang.

Bij peuterspeelzalen

Voor peuterspeelzalen geldt dat de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen, is bepaald in artikel 2.28 Wko. Artikel 2.27 Wko bepaalt daarnaast dat een bestuurlijke boete alleen opgelegd kan worden aan niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen. Dit betekent dat het onderdeel ‘bestraffende sanctie’ in dit Afwegingsmodel alleen van toepassing is op niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen.

Bij gesubsidieerde peuterspeelzalen kan wel via de subsidie ingegrepen worden.

Op grond van artikel 2.28 Wko is het college bevoegd terzake een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste €45.000 bedragen.

Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen in de volgende situaties:

  • -

    In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij of krachtens de artikelen 2.2 tot en met 2.13 Wko (hoofdstuk 2 afdeling 2 Kwaliteit peuterspeelzalen);

  • -

    In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 2.23 WKo) niet nakomt;

  • -

    In geval de houder een peuterspeelzaal in stand blijft houden terwijl op grond van artikel 2.24 Wko de voortzetting van de instandhouding is verboden;

  • -

    In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een toezichthouder (art. 5:20 Awb);

  • -

    In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op het primair onderwijs niet nakomt.

Opleggen bestuurlijke boete

Wanneer wordt een boete opgelegd?

Bij een overtreding van de prioriteit ‘hoog’ zal in beginsel een boete ter hoogte van het in dit Afwegingsmodel genoemde bedrag worden opgelegd.

Bij overtredingen met een prioriteit ‘gemiddeld’ of ‘laag’ kan het college besluiten een boete ter hoogte van het in dit Afwegingsmodel genoemde bedrag op te leggen. Bij een overtreding van de overtredingen uit het hoofdstuk ‘Overige overtredingen’ zal in beginsel een boete ter hoogte van het in het Afwegingsmodel genoemde bedrag worden opgelegd.

Wanneer geen bestuurlijke boete?

Het college legt geen boete op:

  • -

    indien de overtreder aannemelijk maakt dat elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of

  • -

    indien de houder, zijnde een natuurlijk persoon (en geen rechtspersoon), is overleden; of

  • -

    bij opzet of bewuste roekeloosheid en direct gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van personen; of

  • -

    indien tegen de houder (overtreder) voor dezelfde gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen; dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd;

  • -

    indien aan de houder (overtreder) wegens dezelfde overtreding reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd.

Hoogte bestuurlijke boete

De in dit handhavingsbeleid genoemde boetebedragen zijn richtlijnen. Per geconstateerde overtreding zal bepaald moeten worden of het genoemde boetebedrag proportioneel is. Het college stemt de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het college houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.

Boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden

Van boeteverhogende of -verlagende omstandigheden kan bijvoorbeeld sprake zijn, in geval van:

  • -

    recidive door de houder (boeteverhogend);

  • -

    opzettelijk niet naleven van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde voorschriften (boeteverhogend);

  • -

    een kleine, net startende houder (boeteverlagend).

Matiging

Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid, de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of de omstandigheden waarin de overtreder verkeert, boeteoplegging volgens dit Afwegingsmodel onevenredig is. Daarvan kan in beginsel slechts sprake zijn, indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van dit Afwegingsmodel niet is voorzien.

Paragraaf 3 Gebruikte afkortingen

Art: artikel

Artt: artikelen

Awb: Algemene wet bestuursrecht

Besluit kwaliteit: Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen

Besluit registers: Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

BSO: buitenschoolse opvang

GOB: gastouderbureau

Kdv: kinderdagverblijf

Psz: peuterspeelzaal

VGO: voorziening voor gastouderopvang

Regeling kwaliteit: Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012

Wkcz: Wet klachtrecht cliënten zorgsector

Wko: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

1. Afwegingsmodel handhaving dagopvang

De kwaliteitsaspecten voor dagopvang, zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

  • 0.

    Kinderopvang in de zin van de wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

  • 1.

    Ouders

  • 2.

    Personeel

  • 3.

    Veiligheid en gezondheid

  • 4.

    Accommodatie en inrichting

  • 5.

    Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

  • 6.

    Pedagogisch beleid

  • 7.

    Klachten

  • 8.

    Voorschoolse educatie

0 Kinderopvang in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

0.1 Kinderopvang in de zin van de wet

 

Wet kinderopvang (art 1.1) Beleidsregels werkwijze toezichthouder (art 3)

 

 

constatering

gevolg

verdere sancties mogelijk?

1

De opvang vindt bedrijfsmatig of anders dan om niet plaats (art 1.1 lid 1 Wko en art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

Verwijdering uit landelijk register

Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

2

Gedurende de opvang wordt verzorging en opvoeding geboden (art 1.1 lid 1 Wko en art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

Verwijdering uit landelijk register

Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

3

De opvang is gericht op kinderen in de leeftijd van 0 jaar tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (art 1.1 lid 1 Wko en art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

Verwijdering uit landelijk register

Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

0.2 Kinderopvang en naleving wet- en regelgeving

 

Wet kinderopvang (art 1.49) Beleidsregels werkwijze toezichthouder (art 3)

 

 

constatering

gevolg

1

Er loopt geen handhaving in het kader van de Wet kinderopvang tegen de onderneming(en) van de houder. (art 1.49 Wet kinderopvang; art 3 lid 3 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: invloed op advies toezichthouder

Als er handhaving loopt tegen de onderneming(en) van de houder kan dit van invloed zijn op de besluitvorming van het college

2

De houder treft maatregelen om recidive van eerder geconstateerde tekortkomingen in zijn onderneming(en) te voorkomen. (art 1.49 Wet kinderopvang; art 3 lid 3 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: invloed op advies toezichthouder

Als de houder aantoonbaar geen maatregelen treft om recidive te voorkomen kan dit van invloed zijn op de besluitvorming van het college

1 Ouders

1.1 Reglement oudercommissie

Wet kinderopvang (art 1.59)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 1.59 lid 1 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2500

1.1.1 Inhoud reglement oudercommissie

Wet kinderopvang (art 1.59)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 1.59 lid 2 sub a Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2

Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 1.59 lid 2 sub b Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 1.59 lid 2 sub c Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 1.59 lid 3 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

5

De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 1.59 lid 5 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

1.2 Instellen oudercommissie

Wet kinderopvang (art 1.58)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art 1.58 lid 1 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

1.2.1 Voorwaarden oudercommissie

Wet kinderopvang (art 1.58)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder is geen lid (art 1.58 lid 2 en 3 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2

Het personeel is geen lid (art 1.58 lid 3 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

De leden worden gekozen uit en door de ouders (art 1.58 lid 2 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 1.58 lid 4 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

1.2.2 Adviesrecht oudercommissie

Wet kinderopvang (art 1.60)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 1 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

2

De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art 1.60 lid 4 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

3

Van een gevraagd advies van de oudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art 1.60 lid 2 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

4

De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 3 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

1.3 Informatie

Wet kinderopvang (artt 1.50 en 1.54) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 5)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder informeert de ouders over het te voeren beleid (art 1.54 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2

De houder informeert de ouders en de kinderen in welke stamgroep het kind verblijft en welke beroepskrachten op welke dag bij welke groep horen (artt. 1.50 lid 2 en 1.54 Wko en art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 2 Regeling kwaliteit).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

De houder plaatst het inspectierapport op de eigen website. Indien geen website aanwezig is, legt de houder een afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats (art 1.54 lid 2 en 3 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

De informatie is gedetailleerd genoeg om ouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 1.54 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

5

De praktijk sluit aan bij de aan de ouders verstrekte informatie (art 1.54 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2 Personeel

2.1 Verklaring omtrent het gedrag

Wet kinderopvang (art 1.50)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Personen werkzaam bij het kindercentrum zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.50 Wko).

Hoog

maximaal 14 dagen [01]

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per ontbrekende VOG

2

De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het kindercentrum overgelegd (art 1.50 Wko).

Hoog

nvt

Nvt

Last onder dwangsom

Nvt

nvt

3000 per ontbrekende of te laat overlegde VOG

3

De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 1.50 Wko).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per te oude VOG

2.2 Passende beroepskwalificatie

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 3) Regeling kwaliteit (art 4)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Alle beroepskrachten beschikken over de voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO kinderopvang is opgenomen (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 3 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 1 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per beroeps-kracht die niet voldoet

2.3 Voorwaarden en inzet van pedagogisch medewerkers in ontwikkeling (PMIO)

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 3) Regeling kwaliteit (art 4)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1a

Alle PMIO’ers beschikken over een diploma op minimaal MBO-3 niveau;

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per PMIO-er die niet voldoet

OF

 

 

 

 

 

 

 

 

1b

Een HAVO of VWO diploma;

 

 

 

 

 

 

 

OF

 

 

 

 

 

 

 

 

1c

Een voor de kinderopvang relevant, maar nog niet gelijkgesteld buitenlands diploma én relevante werkervaring. (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 3 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 2 Regeling kwaliteit)

 

 

 

 

 

 

 

2

Voor alle PMIO’ers is binnen 2 maanden na aanvang van de arbeidsovereenkomst een persoonlijk ontwikkelplan opgesteld (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 3 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 2 Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per PMIO-er die niet voldoet

3

Alle PMIO’ers worden ingezet conform een actueel persoonlijk ontwikkelplan (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 3 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 2 Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per PMIO-er die niet voldoet

2.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal

Wet kinderopvang (art 1.55)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1a

De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 1.55 lid 1 Wko)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2500

OF

 

 

 

 

 

 

 

 

1b

Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 1.55 lid 2 Wko)

 

 

 

 

 

 

 

3 Veiligheid en gezondheid

3.1 Risico-inventarisatie veiligheid

Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Besluit registers (art 5) Regeling kwaliteit (art 2)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

2

De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 Besluit kwaliteit; art 2 lid 5 Regeling kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4000

3.1.1 Beleid veiligheid

Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De risico-inventarisatie beschrijft de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, (verstikking), verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 sub a en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 1 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

2

Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

3

Er is een registratie van ongevallen, waarop, voor zover de oorzaak van het ongeval niet louter gelegen is in de medische gesteldheid van het desbetreffende kind, de plaats en de aard van het ongeval en het jaar waarin het ongeval zich heeft voorgedaan en een overzicht van te treffen maatregelen ter voorkoming van verdere ongevallen worden vermeld (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 3 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

 

3.1.2 Uitvoering beleid veiligheid

 

Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

De houder draagt zorg voor uitvoering van het plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko en art 2 lid 1 sub b en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4

Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

5

Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

 

3.2 Risico-inventarisatie gezondheid

 

Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2) Besluit registers (art 5)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

2

De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 5 Regeling kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4000

 

3.2.1 Beleid gezondheid

 

Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De risico-inventarisatie beschrijft de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 sub a en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 2 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

2

Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

 

3.2.2 Uitvoering beleid gezondheid

 

Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

De houder draagt zorg voor uitvoering van plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 sub b en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4

Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

5

Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 Wko; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

 

3.3 Meldcode kindermishandeling

 

Wet kinderopvang (artt 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 3)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een meldcode kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 2 Wko; art 2 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 3 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

8000

 

3.3.1 Beleid meldcode kindermishandeling

 

Wet kinderopvang (artt 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 2)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder draagt er zorg voor dat beroepskrachten op de hoogte zijn van de inhoud van de meldcode kindermishandeling (art 1.49 lid 1en 1.50 lid 2 Wko en art 2 lid 2 Besluit kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

 

3.3.2 Uitvoering beleid meldcode kindermishandeling

 

Wet kinderopvang (artt 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 2)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De beroepskrachten kennen de inhoud van de meldcode (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 2 Wko en art 2 lid 2 Besluit kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

De beroepskrachten handelen aantoonbaar naar de meldcode kindermishandeling (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 2 Wko en art 2 lid 2 Besluit kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4 Accommodatie en inrichting

 

4.1 Binnenspeelruimte

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (artt. 5 en 6) Regeling kwaliteit (art 8)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Elke stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste groepsruimte (art 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 8 lid 1 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000 (per ontbrekende ruimte)

2

Er is ten minste 3,5 m² bruto oppervlakte in de groepsruimte beschikbaar per kind, waaronder mede begrepen passend voor spelactiviteiten ingerichte ruimtes buiten de groepsruimte (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 8 lid 1 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3.0-3.5 m2: 2000 < 3.0 m2: 4000

3

De binnenspeelruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal op te vangen kinderen (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

4

De binnenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 8 lid 1 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom (evt bestuursdwang)

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

 

4.2 Slaapruimte

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 6) Regeling kwaliteit (art 9)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

 

1 Er is een afzonderlijke slaapruimte voor in ieder geval kinderen tot anderhalf jaar (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 9 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2500

 

2 De slaapruimte is afgestemd op het aantal op te vangen kinderen (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 9 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2500

 

4.3 Buitenspeelruimte

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 6) Regeling kwaliteit (art 10)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Er is ten minste 3 m² bruto buitenspeelruimte beschikbaar per aanwezig kind (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 1 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2.5-3.0 m2: 1000 < 2.5 m2: 2000

2

De buitenspeelruimte is voor kinderen toegankelijk (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 1 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

De buitenspeelruimte is aangrenzend aan het kindercentrum (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 1 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4

De buitenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 lid 2 Wko; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 1 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

5 Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

 

5.1 Opvang in groepen

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (artt. 4 en 5) Regeling kwaliteit (art 5)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De opvang vindt plaats in stamgroepen (art 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 1 en 4 en art 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 1 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4000

2a

De stamgroep bestaat uit maximaal 12 kinderen tot 1 jaar (art 1.50 lid 2 Wko; art 4 lid 1 en 3 en art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 1 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000 per kind teveel

OF

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2b De stamgroep bestaat uit maximaal 16 kinderen van 0 tot 4 jaar waarvan maximaal 8 kinderen tot 1 jaar (art 1.50 lid 2 Wko; art 4 lid 1 en 3 en art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 1 Regeling kwaliteit)

 

 

 

 

 

 

 

 

5.2 Vaste beroepskrachten en vaste ruimtes

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 5)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Ieder kind heeft maximaal drie vaste beroepskrachten (art 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 en 6 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

Dagelijks is minimaal één van de vaste beroepskrachten werkzaam op de groep van het kind (art 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 en 6 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

Ieder kind maakt van maximaal twee stamgroepruimtes gebruik gedurende een week (art 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 4 en 6 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

 

5.3 Beroepskracht-kind-ratio

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 4) Regeling kwaliteit (art 5)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste: - 1 beroepskracht per 4 aanwezige kinderen tot 1 jaar; - 1 beroepskracht per 5 aanwezige kinderen van 1 tot 2 jaar; - 1 beroepskracht per 6 aanwezige kinderen van 2 tot 3 jaar; - 1 beroepskracht per 8 aanwezige kinderen van 3 tot 4 jaar. Bij kinderen van verschillende leeftijden in één groep wordt het rekenkundig gemiddelde berekend (art 1.50 Wko lid 2 Wko; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 5 lid 7 en 8 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

5000 per ontbrekende beroeps-kracht

2

Indien conform de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum aanwezig is, dan is ondersteuning van deze beroepskracht door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld (art 1.50 Wko lid 2 Wko; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 5 lid 12 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

 

5.4 Inzet beroepskrachten in afwijking van de beroepskracht-kind-ratio bij openingstijden van 10 uur of langer

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 4) Regeling kwaliteit (art 5)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Gedurende de genoemde openingstijden kunnen ten hoogste drie uur per dag, niet aaneengesloten, minder beroepskrachten ingezet worden dan volgens de beroepskracht-kind-ratio vereist is (art 1.50 Wko lid 2 Wko; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 5 lid 10 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

2

De drie uur afwijkende inzet betreft uitsluitend de tijd voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze (art 1.50 Wko lid 2 Wko; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 5 lid 10 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

3

De afwijking betreft maximaal anderhalf aaneengesloten uren voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze gedurende maximaal twee uur aaneengesloten (art 1.50 Wko lid 2 Wko; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 5 lid 10 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

4

Minstens de helft van het aantal vereiste beroepskrachten wordt ingezet wanneer er tijdelijk wordt afgeweken van de beroepskracht-kind-ratio (art 1.50 Wko lid 2 Wko; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 5 lid 10 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

5

Indien als gevolg van het afwijken van de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum ingezet wordt, dan is er ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig (art 1.50 Wko lid 2 Wko; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 5 lid 11 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

6 Pedagogisch beleid

 

6.1 Pedagogisch beleidsplan

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Besluit registers (art 5)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een pedagogisch beleidsplan waarin de voor dat kindercentrum kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000

 

6.1.1 Inhoud pedagogisch beleidsplan

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 7)

 

 

 

 

Herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

In het pedagogisch beleidsplan staat in duidelijke en observeerbare termen het volgende beschreven: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

2

Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de werkwijze, de maximale omvang en de leeftijdsopbouw van de stamgroep (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub b Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

3

Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen bij welke (spel)activiteiten kinderen hun stamgroep verlaten (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub c Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

4

Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen hoe beroepskrachten bij hun werkzaamheden worden ondersteund door andere volwassenen (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub d Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

 

6.1.2 Pedagogische praktijk

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 5)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De beroepskrachten kennen de inhoud van het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 5 lid 3 Besluit kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

De beroepskrachten handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 5 lid 3 Besluit kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

 

6.2 Emotionele veiligheid

 

Wet kinderopvang (artt1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (artt 5 en 7)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De beroepskracht communiceert met de kinderen (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

De beroepskracht heeft een respectvolle houding naar de kinderen (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

Er heerst een ontspannen, open sfeer in de groep (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4

De kinderen worden uitgenodigd tot participatie (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

5

Kinderen hebben vaste beroepskrachten en bekende leeftijdsgenootjes om zich heen (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 Besluit kwaliteit; art 5 lid 1 en 3 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

6

Er is informatieoverdracht tussen ouders en beroepskracht (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

 

6.3 Persoonlijke competentie

 

Wet kinderopvang (artt 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 7)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De beroepskracht ondersteunt en stimuleert individuele kinderen (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

Er is een goede interactie tussen beroepskracht en individuele kinderen (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

Kinderen hebben de mogelijkheid om eigen ervaringen op te doen middels spelmateriaal, activiteitenaanbod en inrichting (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4

Er is aandacht voor leermomenten. Hierbij is taal en motorisch spel van jonge kinderen belangrijk (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

 

6.4 Sociale competentie

 

Wet kinderopvang (artt 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 7)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De beroepskracht ondersteunt de kinderen in de interactie tussen kinderen onderling (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

De beroepskracht ondersteunt de kinderen in het voorkómen en oplossen van conflicten (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

De kinderen maken deel uit van het groepsgebeuren (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

 

6.5 Overdracht van normen en waarden

 

Wet kinderopvang (artt 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 7)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Afspraken, regels en omgangsvormen zijn aanwezig (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

Afspraken, regels en omgangsvormen zijn duidelijk (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

Afspraken, regels en omgangsvormen worden aan de kinderen uitgelegd (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4

Beroepskrachten geven zelf in hun spreken en handelen het goede voorbeeld (artt 1.49 en 1.50 lid 2 Wko; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

7 Klachten

7.1 Wet klachtrecht cliënten zorgsector

 

Wet klachtrecht cliënten zorgsector (art 2)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten die voldoet aan de beschreven eisen (art 2 lid 1 Wkcz)

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

2

De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van ouders (art 2 lid 1 Wkcz).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

De houder ziet erop toe dat de klachtencommissie werkt met een reglement (art 2 lid 3 Wkcz).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

De houder hanteert de termijn waarbinnen schriftelijk wordt gereageerd naar aanleiding van een oordeel van de klachtencommissie (art 2 lid 5 Wkcz).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

5

De houder leeft geheimhoudingsplicht na (art 2 lid 4 Wkcz).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

6

De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (art 2 lid 7 Wkcz).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

7

De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 2 lid 9 Wkcz).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

7.2 Klachtenregeling oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 1.60a)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten van de oudercommissie over een door hem genomen besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid die voldoet aan de beschreven eisen (art 1.60a Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

2

De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van oudercommissie (art 1.60a Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

De houder zorgt voor naleving van de regeling (art 1.60a Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (art 1.60a Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

5

De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 1.60a Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

8 Voorschoolse educatie [2]

8.1 Omvang voorschoolse educatie

 

Wet kinderopvang (art 1.50b) Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (art 2)

 

 

 

 

herstellende sanctie

Bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

Voorschoolse educatie omvat per week ten minste vier dagdelen van ten minste 2,5 uur of per week ten minste 10 uur aan activiteiten gericht op het stimuleren van de ontwikkelingsdomeinen taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling (art. 1.50b Wko en art 2 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)

Voor deze voorwaarde lijkt handhaving via de Wet kinderopvang niet voor de hand liggend. Deze voorwaarde zal dan ook via de subsidie worden gehandhaafd

8.2 Aantal beroepskrachten en groepsgrootte

 

Wet kinderopvang (art. 1.50b) Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (art 3)

 

 

 

 

herstellende sanctie

Bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het feitelijk aantal aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste één beroepskracht per acht kinderen. (art. 1.50b Wko en art 3 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)

Hoog

Maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

5000 per ontbrekende beroeps-kracht

2

De groep bestaat uit ten hoogste 16 feitelijk aanwezige kinderen. (art. 1.50b Wko en art 3 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)

Hoog

Maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000 per kind teveel

8.3 Kwaliteit van beroepskrachten

 

Wet kinderopvang (art. 1.50b) Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (art 4)

 

 

 

 

herstellende sanctie

Bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De beroepskrachten voorschoolse educatie zijn in het bezit van een getuigschrift van met gunstig gevolg afgelegd examen van één van de bij ministeriële regeling vastgelegde diploma’s. (art. 1.50b Wko en art 4 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per beroeps-kracht die niet voldoet

2a

Onderdeel van de beroepsopleiding waarvoor het getuigschrift is behaald, vormt ten minste één module over het verzorgen van voorschoolse educatie.

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per beroeps-kracht die niet voldoet

OF

 

 

 

 

 

 

 

 

2b

De beroepskracht bezit een bewijs dat met gunstig gevolg scholing is afgerond specifiek gericht op het vroegtijdig bestrijden van achterstanden bij jonge kinderen of het werken met voor- en vroegschoolse educatieprogramma’s. (art. 1.50b Wko en art 4 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)

 

 

 

 

 

 

 

3

De houder stelt jaarlijks een opleidingsplan op. (art. 1.50b Wko en art 4 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

Geen beleid= 3000 Te oud beleid= 1500

8.4 Voorschools educatieprogramma

Wet kinderopvang (art. 1.50b) Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (art 5)

 

 

 

herstellende sanctie

Bestraffende sanctie

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

Voor de voorschoolse educatie wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. (art. 1.50b Wko en art 5 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)

Voor deze voorwaarde lijkt handhaving via de Wet kinderopvang niet voor de hand liggend. Deze voorwaarde zal dan ook via de subsidie worden gehandhaafd

2. Afwegingsmodel handhaving BSO

De kwaliteitsaspecten voor BSO zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

  • 0.

    Kinderopvang in de zin van de wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

  • 1.

    Ouders

  • 2.

    Personeel

  • 3.

    Veiligheid en gezondheid

  • 4.

    Accommodatie en inrichting

  • 5.

    Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

  • 6.

    Pedagogisch beleid

  • 7.

    Klachten

0 Kinderopvang in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

0.1 Kinderopvang in de zin van de wet

 

Wet kinderopvang (art1.1) Beleidsregels werkwijze toezichthouder (art 3)

 

 

constatering

gevolg

Verdere sancties mogelijk?

1

De opvang vindt bedrijfsmatig of anders dan om niet plaats (art 1.1 lid 1 Wko en art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

Verwijdering uit landelijk register

Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

2

Gedurende de opvang wordt verzorging en opvoeding geboden (art 1.1 lid 1 Wko en art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

Verwijdering uit landelijk register

Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

3

De opvang is gericht op kinderen in de leeftijd van 0 jaar tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (art 1.1 lid 1 Wko en art 3lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder).

Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

Verwijdering uit landelijk register

Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

0.2 Kinderopvang en naleving wet- en regelgeving

 

Wet kinderopvang (art 1.49) Beleidsregels werkwijze toezichthouder (art 3 lid 3)

 

 

constatering

gevolg

1

Er loopt geen handhaving in het kader van de Wet kinderopvang tegen de onderneming(en) van de houder. (art 1.49 Wet kinderopvang; art 3 lid 3 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: invloed op advies toezichthouder

Als er handhaving loopt tegen de onderneming(en) van de houder kan dit van invloed zijn op de besluitvorming van het college

2

De houder treft maatregelen om recidive van eerder geconstateerde tekortkomingen in zijn onderneming(en) te voorkomen. (art 1.49 Wet kinderopvang; art 3 lid 3 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: invloed op advies toezichthouder

Als de houder aantoonbaar geen maatregelen treft om recidive te voorkomen kan dit van invloed zijn op de besluitvorming van het college

1 Ouders

1.1 Reglement oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 1.59)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 1.59 lid 1 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2500

1.1.1 Inhoud reglement oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 1.59)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 1.59 lid 2 sub a Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2

Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 1.59 lid 2 sub b Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 1.59 lid 2 sub c Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 1.59 lid 3 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

5

De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 1.59 lid 5 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

1.2 Instellen oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 1.58)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art 1.58 lid 1 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

1.2.1 Voorwaarden oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 1.58)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder is geen lid (art 1.58 lid 2 en 3 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2

Het personeel is geen lid (art 1.58 lid 3 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

De leden worden gekozen uit en door de ouders (art 1.58 lid 2 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 1.58 lid 4 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

1.2.2 Adviesrecht oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 1.60)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 1 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

2

De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art 1.60 lid 4 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

3

Van een gevraagd advies van de oudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art 1.60 lid 2 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

4

De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 3 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

1.3 Informatie

 

Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.54) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 5)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder informeert de ouders over het te voeren beleid (art 1.54 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2

De houder informeert de ouders en de kinderen in welke basisgroep het kind verblijft en welke beroepskrachten op welke dag bij welke groep horen (artt. 1.50 lid 2 en 1.54 Wko; art 5 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 2 Regeling kwaliteit).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

De houder plaatst het inspectierapport op de eigen website. Indien geen website aanwezig is, legt de houder een afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats (art 1.54 lid 2 en 3 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

De informatie is gedetailleerd genoeg om ouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 1.54 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

5

De praktijk sluit aan bij de aan de ouders verstrekte informatie (art 1.54 WKo).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2 Personeel

2.1 Verklaring omtrent het gedrag

 

Wet kinderopvang (art 1.50)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Personen werkzaam bij het kindercentrum zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.50 Wko).

Hoog

maximaal 14 dagen [3]

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per ontbrekende VOG

2

De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het kindercentrum overgelegd (art 1.50 WKo).

Hoog

nvt

nvt

Last onder dwangsom

nvt

nvt

3000 per ontbrekende of te laat overlegde VOG

3

De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 1.50 WKo).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per te oude VOG

2.2 Passende beroepskwalificatie

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 3) Regeling kwaliteit (art 4)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

 

Alle beroepskrachten beschikken over de voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO kinderopvang is opgenomen (art 1.50 lid 1 en 2 WKo; art 3 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 1 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per beroeps-kracht die niet voldoet

2.3 Voorwaarden en inzet van pedagogisch medewerkers in ontwikkeling (PMIO)

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 3) Regeling kwaliteit (art 4)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1a

Alle PMIO’ers beschikken over een diploma op minimaal MBO-3 niveau;

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per PMIO-er die niet voldoet

OF

 

 

 

 

 

 

 

 

1b

Een HAVO of VWO diploma;

 

 

 

 

 

 

 

OF

 

 

 

 

 

 

 

 

1c

Een voor de kinderopvang relevant, maar nog niet gelijkgesteld buitenlands diploma én relevante werkervaring. (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 3 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 2 Regeling kwaliteit)

 

 

 

 

 

 

 

 

2 Voor alle PMIO’ers is binnen 2 maanden na aanvang van de arbeidsovereenkomst een persoonlijk ontwikkelplan opgesteld (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 3 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 2 Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per PMIO-er die niet voldoet

 

3 Alle PMIO’ers worden ingezet conform een actueel persoonlijk ontwikkelplan (art 1.50 lid 1 en 2 Wko; art 3 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 4 lid 2 Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per PMIO-er die niet voldoet

2.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal

 

Wet kinderopvang (art 1.55)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1a

De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 1.55 lid 1 WKo).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2500

OF

 

 

 

 

 

 

 

 

1b

Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 1.55 lid 2 WKo).

 

 

 

 

 

 

 

3 Veiligheid en gezondheid

3.1 Risico-inventarisatie veiligheid

 

Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2) Besluit registers (art 5)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

2

De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 5 Regeling kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4000

3.1.1 Beleid veiligheid

 

Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De risico-inventarisatie beschrijft de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, (verstikking), verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub a en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 1 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

2

Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

3

Er is een registratie van ongevallen, waarop, voor zover de oorzaak van het ongeval niet louter gelegen is in de medische gesteldheid van het desbetreffende kind, de plaats en de aard van het ongeval en het jaar waarin het ongeval zich heeft voorgedaan en een overzicht van te treffen maatregelen ter voorkoming van verdere ongevallen worden vermeld (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 3 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

3.1.2 Uitvoering beleid veiligheid

 

Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

De houder draagt zorg voor uitvoering van het plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub b en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4

Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

5

Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3.2 Risico-inventarisatie gezondheid

 

Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2) Besluit registers (art 5)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

2

De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 5 Regeling kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4000

3.2.1 Beleid gezondheid

 

Wet kinderopvang (art. 1.50 en 1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De risico-inventarisatie beschrijft de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub a en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 2 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

2

Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

3.2.2 Uitvoering beleid gezondheid

 

Wet kinderopvang (artt. 1.50 en1.51) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 2)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub b Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

De houder draagt zorg voor uitvoering van plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 sub b en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4

Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

5

Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (artt. 1.50 lid 2 en 1.51 WKo; art 2 lid 1 en lid 3 Besluit kwaliteit; art 2 lid 4 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3.3 Meldcode kindermishandeling

 

Wet kinderopvang (artt.1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 2) Regeling kwaliteit (art 3)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een meldcode kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 2 lid 3 Besluit kwaliteit; art 3 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

8000

3.3.1 Beleid meldcode kindermishandeling

 

Wet kinderopvang (artt. 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 2)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder draagt er zorg voor dat beroepskrachten op de hoogte zijn van de inhoud van de meldcode kindermishandeling (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 2 lid 2 Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

3.3.2 Uitvoering beleid meldcode kindermishandeling

 

Wet kinderopvang (artt. 1.49 en 1.50) Belsuit kwaliteit (art 2)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De beroepskrachten kennen de inhoud van de meldcode (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 2 lid 2 Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

De beroepskrachten handelen aantoonbaar naar de meldcode kindermishandeling (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 2 lid 2 Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4 Accommodatie en inrichting

4.1 Binnenspeelruimte

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 6) Regeling kwaliteit (art 8)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Er is ten minste 3,5 m² bruto oppervlakte voor spelactiviteiten ingerichte ruimtes beschikbaar per kind (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 8 lid 2 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3.0-3.5 m2: 2000 < 3.0 m2: 4000

2

De binnenspeelruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal op te vangen kinderen (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

3

De binnenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 8 lid 2 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom (evt bestuursdwang)

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

4.2 Buitenspeelruimte

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 6) Regeling kwaliteit (art 10)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Er is ten minste 3 m² bruto buitenspeelruimte beschikbaar per aanwezig kind (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 2 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2.5-3.0 m2: 1000 < 2.5 m2: 2000

2

De buitenspeelruimte is voor kinderen toegankelijk (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 2 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

De buitenspeelruimte is vast beschikbaar voor de buitenschoolse opvang (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 2 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4

De buitenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 2 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom (evt bestuursdwang)

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4.3 Aanvullende eisen indien de buitenspeelruimte niet-aangrenzend is

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 6) Regeling kwaliteit (art 10)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De niet-aangrenzende buitenspeelruimte is in de directe nabijheid van het kindercentrum (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 2 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

De niet-aangrenzende buitenspeelruimte is voor kinderen goed bereikbaar (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 2 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

De niet-aangrenzende buitenspeelruimte is voor kinderen veilig bereikbaar (art 1.50 lid 2 WKo; art 6 Besluit kwaliteit; art 10 lid 2 Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

5 Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio

5.1 Opvang in groepen

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (artt 4 en 5) Regeling kwaliteit (art 6)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Ieder kind behoort bij een basisgroep (art 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 1 Besluit kwaliteit; art 6 lid 1 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4000

2a

De basisgroep bestaat uit maximaal twintig kinderen in de leeftijd van 4 jaar tot de leeftijd waarop het basisonderwijs voor die kinderen eindigt (art 1.50 lid 2 WKo; art 4 lid 1 en 3 en art 5 lid 1 Besluit kwaliteit; art 6 lid 1 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000 per kind teveel

OF

 

 

 

 

 

 

 

 

2b

De basisgroep bestaat uit maximaal dertig kinderen in de leeftijd van 8 jaar tot de leeftijd waarop het basisonderwijs voor die kinderen eindigt (art 1.50 lid 2 WKo; art 4 lid 1 en 3 en art 5 lid 1 Besluit kwaliteit; art 6 lid 2 Regeling kwaliteit).

 

 

 

 

 

 

 

5.2 Beroepskracht-kind-ratio

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 4) Regeling kwaliteit (art 6)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1a

De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste: - 1 beroepskracht per 10 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 4 jaar - 1 beroepskracht per 10 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar (art 1.50 lid 2 WKo; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 6 lid 3 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

5000 per ontbrekende beroeps-kracht

OF

 

 

 

 

 

 

 

 

1b

- 2 beroepskrachten en een extra volwassene per 30 aanwezige kinderen in de leeftijd vanaf 8 jaar (art 1.50 lid 2 WKo; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 6 lid 4 Regeling kwaliteit)

 

 

 

 

 

 

 

2

Indien conform de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum aanwezig is, dan is ondersteuning van deze beroepskracht door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld (art 1.50 lid 2 WKo; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 6 lid 8 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

5.3 Inzet beroepskrachten in afwijking van de beroepskracht-kind-ratio

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 4) Regeling kwaliteit (art 6)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Bij buitenschoolse opvang gedurende schooldagen, kunnen ten hoogste een half uur per dag minder beroepskrachten ingezet worden dan volgens de beroepskracht-kind-ratio vereist is (art 1.50 lid 2 WKo; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 6 lid 7 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

2

Bij buitenschoolse opvang gedurende vrije dagen, kunnen ten hoogste drie uur per dag minder beroepskrachten ingezet worden dan volgens de beroepskracht-kind-ratio vereist is. Deze inzet betreft de tijd voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze (art 1.50 lid 2 WKo; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 6 lid 7 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

3

De afwijking betreft maximaal anderhalf aaneengesloten uren voor 9.30 en na 16.30 uur en tijdens de voor dat kindercentrum gebruikelijke middagpauze gedurende maximaal twee uur aaneengesloten (art 1.50 lid 2 WKo; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 6 lid 7 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

4

Minstens de helft van het aantal vereiste beroepskrachten wordt ingezet wanneer er tijdelijk wordt afgeweken van de beroepskracht-kind-ratio. (art 1.50 lid 2 WKo; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 6 lid 7 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

5

Indien als gevolg van het afwijken van de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum ingezet wordt, dan is er ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig (art 1.50 lid 2 WKo; art 4 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 6 lid 7 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

6 Pedagogisch beleid

6.1 Pedagogisch beleidsplan

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Besluit registers (art 5)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een pedagogisch beleidsplan waarin de voor dat kindercentrum kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven (art 1.50 lid 1 en 2 WKo; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000

6.1.1 Inhoud pedagogisch beleidsplan

 

Wet kinderopvang (art1.50) Besluit kwaliteit (artt. 4 en 5) Regeling kwaliteit (artt. 6 en 7)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

In het pedagogisch beleidsplan staat in duidelijke en observeerbare termen het volgende beschreven: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt (art 1.50 lid 1 en 2 WKo; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

2

Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de werkwijze, de maximale omvang en de leeftijdsopbouw van de basisgroep (art 1.50 lid 1 en 2 WKo; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub b Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

3

Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen bij welke (spel)activiteiten kinderen hun basisgroep verlaten (art 1.50 lid 1 en 2 WKo; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub c Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

4

Bij activiteiten in groepen groter dan dertig kinderen besteedt de houder in het pedagogisch beleidsplan aantoonbaar extra aandacht aan de omgang met de basisgroep (art 1.50 lid 1 en 2 WKo; art 4 lid 1 en 3 en art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 6 lid 6 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

5

Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen hoe beroepskrachten bij hun werkzaamheden worden ondersteund door andere volwassenen (art 1.50 lid 1 en 2 WKo; art 5 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub d Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

6.1.2 Pedagogische praktijk

 

Wet kinderopvang (art 1.50) Besluit kwaliteit (art 5)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De beroepskrachten kennen de inhoud van het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 lid 1 en 2 WKo; art 5 lid 3 Besluit kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

De beroepskrachten handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.50 lid 1 en 2 WKo; art 5 lid 3 Besluit kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

6.2 Emotionele veiligheid

 

Wet kinderopvang (artt. 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 6 en 7)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De beroepskracht communiceert met de kinderen (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

De beroepskracht heeft een respectvolle houding naar de kinderen (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

Er heerst een ontspannen, open sfeer in de groep (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4

De kinderen worden uitgenodigd tot participatie (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

5

Kinderen hebben vaste beroepskrachten en bekende leeftijdsgenootjes om zich heen (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 Besluit kwaliteit; art 6 lid 1, 2 en 4 Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

6

Er is informatieoverdracht tussen ouders en beroepskracht (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

6.3 Persoonlijke competentie

 

Wet kinderopvang (artt. 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (artikel 5) Regeling kwaliteit (art 7)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De beroepskracht ondersteunt en stimuleert individuele kinderen (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

Er is een goede interactie tussen beroepskracht en individuele kinderen (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

Kinderen hebben de mogelijkheid om eigen ervaringen op te doen middels spelmateriaal, activiteitenaanbod en inrichting (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4

Er is aandacht voor leermomenten. Hierbij is taal en motorisch spel van jonge kinderen belangrijk (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

6.4 Sociale competentie

 

Wet kinderopvang (artt. 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 7)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De beroepskracht ondersteunt de kinderen in de interactie tussen kinderen onderling (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

De beroepskracht ondersteunt de kinderen in het voorkómen en oplossen van conflicten (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

De kinderen maken deel uit van het groepsgebeuren (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

6.5 Overdracht van normen en waarden

 

Wet kinderopvang (artt. 1.49 en 1.50) Besluit kwaliteit (art 5) Regeling kwaliteit (art 7)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Afspraken, regels en omgangsvormen zijn aanwezig (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

Afspraken, regels en omgangsvormen zijn duidelijk (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

Afspraken, regels en omgangsvormen worden aan de kinderen uitgelegd (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4

Beroepskrachten geven zelf in hun spreken en handelen het goede voorbeeld (artt. 1.49 en 1.50 lid 2 WKo; art 5 lid 2, 3 en 4 Besluit kwaliteit; art 7 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

7 Klachten

7.1 Wet klachtrecht cliënten zorgsector

 

Wet klachtrecht cliënten zorgsector (artt 1, 2, 2a, 3c)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten die voldoet aan de beschreven eisen (art 2 lid 1 Wkcz).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

2

De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van ouders (art 2 lid 1 Wkcz).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

De houder ziet erop toe dat de klachtencommissie werkt met een reglement (art 2 lid 3 Wkcz)

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

De houder hanteert de termijn waarbinnen schriftelijk wordt gereageerd naar aanleiding van een oordeel van de klachtencommissie (art 2 lid 5 Wkcz).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

5

De houder leeft geheimhoudingsplicht na (art 2 lid 4 Wkcz).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

6

De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (art 2 lid 7 Wkcz).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

7

De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 2 lid 9 Wkcz).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

7.2 Klachtenregeling oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 1.60a)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten van de oudercommissie over een door hem genomen besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid die voldoet aan de beschreven eisen (artikel 1.60a Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500 indien regeling geheel ontbreekt, 500 indien regeling niet aan de eisen voldoet

2

De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van oudercommissie (artikel 1.60a Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

De houder zorgt voor naleving van de regeling (artikel 1.60a Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin ten minste een aantal vaste onderdelen worden aangegeven (artikel 1.60a Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

5

De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (artikel 1.60a Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3. Afwegingsmodel handhaving Gastouderbureau

De kwaliteitsaspecten voor Gastouderbureau’s zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

  • 1

    Gastouderbureau in de zin van de wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

  • 2

    Ouders

  • 3

    Personeel

  • 4

    Pedagogisch beleid

  • 5

    Klachten

  • 6

    Veiligheid en gezondheid

  • 7

    Kwaliteit gastouderbureau

1 Gastouderbureau in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

1.0 Gastouderbureau en naleving wet- en regelgeving

 

Wet kinderopvang (art 1.49) Beleidsregels werkwijze toezichthouder (art 3)

 

 

Constatering

gevolg

1

Er loopt geen handhaving in het kader van de Wet kinderopvang tegen de onderneming(en) van de houder (art 1.49 Wko en art 3 lid 3 beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: invloed op advies toezichthouder

Als er handhaving loopt tegen de onderneming(en) van de houder kan dit van invloed zijn op de besluitvorming van het college

2

De houder treft maatregelen om recidive van eerder geconstateerde tekortkomingen in zijn onderneming(en) te voorkomen (art 1.49 Wko en art 3 lid 3 beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: invloed op advies toezichthouder

Als de houder aantoonbaar geen maatregelen treft om recidive te voorkomen kan dit van invloed zijn op de besluitvorming van het college

1.1 Gastouderbureau in de zin van de wet

 

Wet kinderopvang (artt. 1.1 en 1.49)

 

 

constatering

gevolg

Verdere sancties mogelijk?

1

Het gastouderbureau is een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt en door tussenkomst van wie de betaling van ouders aan gastouders geschiedt (art 1.1 en 1.49 lid 3 Wko).

Indien niet voldaan: geen kinderopvang in de zin van de wet.

Verwijdering uit landelijk register

Eventueel overige overtredingen (hoofdstuk 6 Afwegingsmodel) van toepassing: Economisch delict: niet-geregistreerde opvang

1.2 Administratie gastouderbureau

 

Wet kinderopvang (art 1.56) Regeling Wet kinderopvang (artt. 11 en 12)

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De administratie van het gastouderbureau bevat een contract per vraagouder (art 1.56 Wko; art 11 lid 3 Regeling Wko).

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000 per ontbrekende overeenkomst

2

De administratie van het gastouderbureau bevat kopieën van de verklaringen omtrent gedrag van de gastouders en volwassen huisgenoten (art 1.56 Wko; art 11 lid 3 Regeling Wko).

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500 per ontbrekende VOG

3

De administratie van het gastouderbureau bevat kopieën van de getuigschriften en/of EVC-bewijsstukken en certificaten Eerste Hulp aan kinderen van de gastouders (art 1.56 Wko; art 11 lid 3 Regeling Wko).

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500 per ontbrekend stuk

4

In de administratie van het gastouderbureau is de betaling van de vraagouders aan het gastouderbureau inzichtelijk (art 1.56 Wko; art 11 lid 3 Regeling Wko).

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500 per vraagouder waarbij dit ontbreekt

5

In de administratie van het gastouderbureau is de betaling van het gastouderbureau aan de gastouder inzichtelijk (art 1.56 Wko en art 11 lid 3 Regeling Wko).

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500 per gastouder waarbij dit ontbreekt

6

De administratie van het gastouderbureau bevat een origineel van de door de gastouder en bemiddelingsmedewerker ondertekende versie van iedere risico-inventarisatie en bijbehorende plan van aanpak (art 1.56 Wko en art 12 lid 3 Beleidsregels kwaliteit).

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4000 per ontbrekend stuk

2 Ouders

2.1 Informatie voor vraagouders

 

Wet kinderopvang (artt. 1.54 en 1.56) Besluit kwaliteit (artt. 10 en 11) Regeling Wet kinderopvang (art 11b)

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

Het gastouderbureau laat in de schriftelijke overeenkomst met de vraagouder duidelijk zien welk deel van het betaalde bedrag naar het gastouderbureau gaat (uitvoeringskosten) en welk deel van het betaalde bedrag naar de gastouder gaat (art 1.56 lid 4 Wko; art 11b Regeling Wko)

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000 per onjuiste overeenkomst

2

De houder informeert de vraagouders over het te voeren beleid (artt. 1.54 lid 1 en 1.56 lid 3 Wko; art 11 lid 4 Besluit kwaliteit)

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

Het gastouderbureau draagt zorg voor een goede bereikbaarheid van het gastouderbureau voor de vraagouder en informeert de vraagouders en gastouders hierover (art 1.56 lid 2 Wko en art 10 lid 3 Besluit kwaliteit)

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

De informatie is gedetailleerd genoeg om vraagouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (artt. 1.54 lid 1 en 1.56 lid 3 Wko).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

5

De praktijk sluit aan bij de aan de vraagouders verstrekte informatie (artt. 1.54 lid 1 en 1.56 lid 3 Wko)

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

6

De houder plaatst het inspectierapport op de eigen website. Indien geen website aanwezig is, legt de houder een afschrift van het inspectierapport op een voor vraagouders, gastouders en personeel toegankelijke plaats (artt. 1.54 lid 2 en 3 en art 1.56 lid Wko)

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2.2 Reglement oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 1.59)

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 1.59 lid 1 Wko).

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2500

2.2.1 Inhoud reglement oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 1.59)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 1.59 lid 2 sub a Wko).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2

Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 1.59 lid 2 sub b Wko).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 1.59 lid 2 sub c Wko).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 1.59 lid 3 Wko).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

5

De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 1.59 lid 5 Wko).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2.3 Instellen oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 1.58)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art 1.58 lid 1 Wko).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2.3.1 Voorwaarden oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 1.58)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De houder is geen lid (art 1.58 lid 2 en 3 Wko).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2

Het personeel is geen lid (art 1.58 lid 3 Wko).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

De leden worden gekozen uit en door de vraagouders (art 1.58 lid 2 Wko).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 1.58 lid 4 Wko).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2.3.2 Adviesrecht oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 1.60)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 1Wko).

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2

De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art 1.60 lid 4 Wko)

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

Van een gevraagd advies van de oudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art 1.60 lid 2 Wko)

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen (art 1.60 lid 3 Wko)

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3 Personeel

3.1 Verklaring omtrent het gedrag

 

Wet kinderopvang (artt. 1.50 en 1.56)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

Personen werkzaam bij het gastouderbureau zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.56 en 1.50 Wko).

Hoog

Maximaal 14 dagen [4]

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per ontbrekende VOG

2

De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het gastouderbureau overgelegd (art 1.56 en 1.50 Wko).

Hoog

Nvt

Nvt

Last onder dwangsom

Nvt

nvt

3000 per ontbrekende of te laat overlegde VOG

3

De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 1.56 en 1.50 Wko).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per te oude VOG

3.2 Personeelsformatie per gastouder

 

Wet kinderopvang (art 1.56) Besluit kwaliteit (art 10)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat er per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling (art 1.56 lid 7 Wko en art 10 lid 2 Besluit kwaliteit).

Hoog

Maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per gastouder met < 16 uur

4 Pedagogisch beleid

4.1 Pedagogisch beleidsplan

 

Wet kinderopvang (art 1.56) Besluit kwaliteit (art 11) Besluit registers (art 5)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De houder heeft een pedagogisch beleidsplan waarin de voor dat gastouderbureau kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven (art 1.56 lid 1 en 2 Wko; art 11 lid 1 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers).

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000

4.1.1 Inhoud pedagogisch beleidsplan

 

Wet kinderopvang (art 1.56) Besluit kwaliteit (art 11)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

In het pedagogisch beleidsplan staat in duidelijke en observeerbare termen het volgende beschreven: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen tot de ontwikkeling van hun persoonlijke- en sociale competentie, en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt (art 1.56 lid 1 en 2 Wko; art 11 lid 1 sub a Besluit kwaliteit).

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

2

Het pedagogisch beleidsplan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de leeftijdsopbouw en aantallen van de kinderen die door een gastouder worden opgevangen (art 1.56 lid 1 en 2 Wko; art 11 lid 1 sub b Besluit kwaliteit).

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

3

Het pedagogisch plan beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de eisen die aan het opvangadres worden gesteld (art 1.56 lid 1 en 2 Wko; art 11 lid 1 sub c en lid 2 Besluit kwaliteit).

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

 

 

4.1.2 Pedagogische praktijk

 

Wet kinderopvang (art 1.56) Besluit kwaliteit (art 16)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De houder informeert de gastouders over de inhoud van het pedagogisch beleidsplan waardoor zij ernaar kunnen handelen (art 1.56 lid 2 Wko en art 16 Besluit kwaliteit).

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

De houder ziet er op toe dat gastouders handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.56 lid 2 Wko en art 16 Besluit kwaliteit).

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

De houder begeleidt gastouders, zodat zij handelen conform het pedagogisch beleidsplan (art 1.56 lid 2 Wko en art 16 Besluit kwaliteit).

Gemiddeld

Maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

5 Klachten

5.1 Wet klachtrecht cliënten zorgsector

 

Wet klachtrecht cliënten zorgsector (artt 1, 2, 2a, 3c)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De regeling voor de behandeling van klachten voorziet erin dat er wordt voldaan aan de beschreven eisen (art 2 lid 1 Wkcz).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500 indien deze ontbreekt; 500 indien deze niet voldoet

2

De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van vraagouders (art 2 lid 1 Wkcz).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

Een houder ziet erop toe dat de klachtencommissie werkt met een reglement (art 2 lid 3 Wkcz)

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

De houder hanteert de termijn waarbinnen schriftelijk wordt gereageerd naar aanleiding van een oordeel van de klachtencommissie (art 2 lid 5 Wkcz).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

5

De houder leeft geheimhoudingsplicht na (art 2 lid 4 Wkcz).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

6

De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin een minimaal aantal zaken wordt aangegeven (art 2 lid 7 Wkcz).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

7

De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 2 lid 9 Wkcz).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

5.2 Klachtenregeling oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 1.60a)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten van de oudercommissie over een door hem genomen besluit als bedoeld in artikel 60, eerste lid die voldoet aan de beschreven eisen (art 1.60a Wko)

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500 indien deze ontbreekt; 500 indien deze niet voldoet aan de eisen

2

De houder brengt de regeling op passende wijze onder de aandacht van oudercommissie (art 1.60a Wko).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

De houder zorgt voor naleving van de regeling (art 1.60a Wko).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

De houder draagt er zorg voor dat over elk kalenderjaar een openbaar verslag wordt opgesteld, waarin een minimaal aantal zaken wordt aangegeven (art 1.60a Wko).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

5

De houder zendt het verslag voor 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar aan de GGD (art 1.60a Wko).

Laag

Maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

6 Veiligheid en gezondheid

6.1 Risico-inventarisatie veiligheid

 

Wet kinderopvang (artt. 1.49, 1.51 en 1.56) Besluit kwaliteit (art7) Besluit registers (art 5)

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De houder draagt er zorg voor dat samen met de gastouder door een bemiddelingsmedewerker van het bureau op het opvangadres in elke voor de op te vangen kinderen toegankelijke ruimte de veiligheidsrisico’s in een risico-inventarisatie vastgelegd worden (artt. 1.49 lid 2, 1.51 en 1.56 lid 2 Wko; art 7 lid 1, 2 en 4 Besluit kwaliteit)

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

8000 indien deze ontbreekt

2

De houder draagt zorg voor een inventarisatie van de veiligheidsrisico’s door een bemiddelingsmedewerker van het bureau vóór aanvang van de opvang en daarna jaarlijks voor elke woning waar gastouderopvang plaatsvindt (artt. 1.49 lid 2, 1.51 en 1.56 lid 2 en 1.56b lid 6 Wko; art 7 lid 2 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers)

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4000

3

De houder draagt er zorg voor dat de risico-inventarisatie de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden beschrijft (artt. 1.49 lid 2 en 1.56 lid 2 Wko; art 7 lid 3 sub a Besluit kwaliteit)

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

4

De houder draagt er zorg voor dat de gastouder en huisgenoten op de hoogte zijn van de uitkomsten van de risico-inventarisatie veiligheid en het daaruit voortvloeiende plan van aanpak (art 1.56 lid 2 Wko; art 7 lid 2, 4 en 5 Besluit kwaliteit)

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

5

De houder draagt er zorg voor dat de veiligheidsrisico’s worden gereduceerd door in het plan van aanpak preventieve maatregelen te beschrijven die effectief en adequaat zijn (artt. 1.49 lid 2 en 1.56 lid 2 Wko; art 7 lid 5 Besluit kwaliteit)

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

6.2 Risico-inventarisatie gezondheid

 

Wet kinderopvang (artt. 1.49, 1.51, 1.56b en 1.56) Besluit kwaliteit (artt. 7 en 12) Regeling kwaliteit (art 11) Besluit registers (art 5)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De houder draagt er zorg voor dat samen met de gastouder door een bemiddelingsmedewerker van het bureau op het opvangadres in elke voor de op te vangen kinderen toegankelijke ruimte de gezondheidsrisico’s in een risico-inventarisatie vastgelegd worden (artt. 1.49 lid 2, 1.51, 1.56 lid 2 en 1.56b lid 2 en 6 Wko; art 7 lid 2 en 4 en art 12 lid 1 Besluit kwaliteit; art 11 lid 1 Regeling kwaliteit)

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

8000 indien deze ontbreekt

2

De houder draagt zorg voor een inventarisatie van de gezondheidsrisico’s door een bemiddelingsmedewerker van het bureau vóór aanvang van de opvang en daarna jaarlijks voor elke woning waar gastouderopvang plaatsvindt (artt. 1.49 lid 2, 1.51, 1.56 lid 2 en 1.56b lid 6 Wko; art 7 lid 2 Besluit kwaliteit; art 5 lid 3 Besluit registers)

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4000

3

De houder draagt er zorg voor dat de risico-inventarisatie de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen beschrijft (artt. 1.49 lid 2, 1.56 lid 2 Wko; art 7 lid 3 sub b Besluit kwaliteit)

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

4

De houder draagt er zorg voor dat de gastouder en huisgenoten op de hoogte zijn van de uitkomsten van de risico-inventarisatie gezondheid en het daaruit voortvloeiende plan van aanpak (art 1.56 lid 2 Wko; art 7 lid 2, 4 en 5 Besluit kwaliteit)

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

5

De houder draagt er zorg voor dat de gezondheidsrisico’s worden gereduceerd door in het plan van aanpak preventieve maatregelen te beschrijven die effectief en adequaat zijn. (artt. 1.49 lid 2 en 1.56 lid 2 Wko; art 7 lid 5 Besluit kwaliteit)

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

6.3 Meldcode kindermishandeling

 

Wet kinderopvang (artikel 1.56) Besluit kwaliteit (art 8)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De houder heeft een meldcode kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (art 1.56 lid 2 Wko; art 8 lid 1 en 2 Besluit kwaliteit).

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

8000

6.3.1 Beleid meldcode kindermishandeling

 

Wet kinderopvang (art 1.56) Besluit kwaliteit (art 8)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De houder draagt er zorg voor dat de gastouder op de hoogte is van de inhoud van de meldcode kindermishandeling (art 1.56 lid 2 Wko; art 8 lid 3 Besluit kwaliteit).

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

7 Kwaliteit gastouderbureau

7.1 Kwaliteitscriteria

 

Wet kinderopvang (art 1.56) Besluit kwaliteit (artt. 9 en 10)

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Bestuurlijke boete

1

De houder draagt er zorg voor dat per gastouder beoordeeld wordt hoeveel kinderen bij de betreffende gastouder verantwoord opgevangen kunnen worden (art 1.56 lid 2 Wko; art 10 lid 1 Besluit kwaliteit).

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000 per kind teveel

2

De houder draagt zorg voor een intakegesprek met de gastouder (art 1.56 lid 2 Wko; art 9 lid 1 Besluit kwaliteit).

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1250

3

De houder draagt zorg voor een intakegesprek met de vraagouder (art 1.56 lid 2 Wko; art 9 lid 5 Besluit kwaliteit).

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1250

4

De houder draagt zorg voor een koppelingsgesprek voor elke nieuwe koppeling tussen vraag- en gastouder in de woning waar de opvang plaats vindt (art 1.56 lid 2 Wko; art 9 lid 2 Besluit kwaliteit).

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1250

5

De houder draagt er zorg voor dat ieder opvangadres minstens twee maal per jaar wordt bezocht, waarbij het jaarlijkse voortgangsgesprek met de gastouder een onderdeel is van één van deze bezoeken (art 1.56 lid 2 Wko; art 9 lid 3 en 6 Besluit kwaliteit).

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1250 per ontbrekend bezoek

6

De houder evalueert jaarlijks mondeling de gastouderopvang met de vraagouders en legt deze schriftelijk vast (art 1.56 lid 2 Wko; art 9 lid 4 Besluit kwaliteit).

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1250

7

Een ondertekend origineel verslag van het evaluatiegesprek is aanwezig in het dossier op het gastouderbureau en een kopie is verstrekt aan de vraagouder (art 1.56 lid 2 Wko; art 9 lid 4 Besluit kwaliteit).

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1250

4. Afwegingsmodel handhaving gastouderopvang

De kwaliteitsaspecten voor voorzieningen voor gastouderopvang zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

  • 1.

    Gastouderopvang in de zin van de wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

  • 2.

    Gastouder

  • 3.

    Accommodatie en inrichting

  • 4.

    Pedagogisch beleid

  • 5.

    Aantal kinderen

  • 6.

    Veiligheid en gezondheid

1 Gastouderopvang in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

Wet kinderopvang (artt. 1.1 en 1.49) Beleidsregels werkwijze toezichthouder (art 3)

 

 

Constatering

gevolg

1.0 vw 1

Er loopt geen handhaving in het kader van de Wet kinderopvang tegen de gastouder. (art 1.49 Wko; art 3 lid 3 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: invloed op advies toezichthDtaak=20ouder

Als er handhaving loopt tegen de onderneming(en) van de houder kan dit van invloed zijn op de besluitvorming van het college

1.0 vw 2

De gastouder treft maatregelen om recidive van eerder geconstateerde tekortkomingen in de opvangsituatie te voorkomen. (art 1.49 Wko; art 3 lid 3 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: invloed op advies toezichthouder

Als de houder aantoonbaar geen maatregelen treft om recidive te voorkomen kan dit van invloed zijn op de besluitvorming van het college

1.1 vw 1

De opvang vindt plaats door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau. (art 1.1 Wko; art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: geen gastouderopvang in de zin van de wet.

Verwijdering uit landelijk register

1.1 vw 2

De opvang vindt plaats door een gastouder welke niet de ouder van de op te vangen kinderen is noch de partner van de vraagouder. (art 1.1 Wko; art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: geen gastouderopvang in de zin van de wet.

Verwijdering uit landelijk register

1.1 vw 4

De opvang vindt plaats op het woonadres van de gastouder of van één van de vraagouders. (art 1.1 Wko; art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: geen gastoudervang in de zin van de wet.

Verwijdering uit landelijk register

1.1 vw 5

De gastouder is niet inwonend bij de vraagouder. (art 1.1 Wko; art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: geen gastouderopvang in de zin van de wet.

Verwijdering uit landelijk register

2. Gastouder

Wet kinderopvang (artt. 1.1 en1.55 en 1.56b) Besluit kwaliteit (artt. 12 en 13) Regeling Wet kinderopvang (artikelen 10-10d) Regeling erkenning EG- beroepskwalificaties kinderopvangpersoneel

 

 

 

 

herstellende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

2.1 vw 1

De gastouder is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 1.56b Wko)

Hoog

maximaal 14 dagen [5]

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2.1 vw 2

Bij opvang in de woning van de gastouder zijn alle huisgenoten vanaf 18 jaar in het bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag. (art 1.56b Wko)

Hoog

maximaal 14 dagen [6]

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2.1 vw 3

De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij het gastouderbureau overlegd. (art 1.56b Wko)

Hoog

nvt

nvt

Last onder dwangsom

nvt

nvt

2.1 vw 4

De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 1.56b Wko)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2.2 vw 1

De gastouder heeft geen kinderen die (tijdelijk) onder toezicht staan. (art 1.1 lid 1 Wko)

Hoog

nvt

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

 

 

2.2 vw 2

De gastouder is niet (tijdelijk) ontheven of ontzet uit het ouderlijke gezag (art 1.1 lid 1 Wko)

Hoog

nvt

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

 

 

2.3 vw 1

De gastouder beschikt over een getuigschrift conform de ministeriële regeling. OF De gastouder beschikt over een EVC-bewijsstuk afgegeven vóór 1 januari 2012 waaruit blijkt dat de gastouder voldoet aan alle competenties van de bij ministeriële regeling aangewezen MBO-2 opleiding(en). (art 1.56b lid 2 Wko; art 13 lid 1 sub a en lid 2 Besluit kwaliteit; art 10-10b Regeling Wet kinderopvang)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2.3 vw 2

De gastouder beschikt over een geregistreerd certificaat eerste hulp aan kinderen bij ongevallen conform de ministeriële regeling. (art 1.56b lid 2 Wko; art 13 lid 1 sub b Besluit kwaliteit; art 10d Regeling Wet kinderopvang)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2.4 vw 1

De gastouder is 18 jaar of ouder. (artikel 1.1 lid 1 Wko)

Hoog

nvt

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

 

 

2.4 vw 2

De gastouder is telefonisch bereikbaar. (artikel 1.56b lid 2 Wko; art 12 lid 2 Besluit kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2.5 vw 1

De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (1.55 lid 1 en 1.56b lid 6 Wko) OF Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, daar de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode. (art 1.55 lid 2 en 1.56b lid 6 Wko)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3. Accommodatie en inrichting

Wet kinderopvang (art 1.56b) Besluit kwaliteit (art 15) Regeling kwaliteit (art 14)

 

 

 

 

herstellende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

3.1 vw 1

De woning waar gastouderopvang plaats vindt is te allen tijde rookvrij. (art 1.56b lid 2 Wko; art 15 lid 2 Besluit kwaliteit; art 14 lid 2 Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3.1 vw 2

De woning waar gastouderopvang plaats vindt beschikt over voldoende binnenspeelruimte voor kinderen, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen. (art 1.56b lid 2 Wko; art 15 Besluit kwaliteit; art 14 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3.1 vw 3

De woning waar gastouderopvang plaats vindt beschikt over voldoende buitenspeelmogelijkheden voor kinderen, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen. (art 1.56b lid 2 Wko; art 15 Besluit kwaliteit; art 14 lid 1 sub b Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3.1 vw 4

De woning waar gastouderopvang plaats vindt dient voorzien te zijn van voldoende en werkende rookmelders. (art 1.56b lid 2 Wko; art 15 Besluit kwaliteit; art 14 lid 1 sub c Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3.2 vw 1

Er is een afzonderlijke slaapruimte voor in ieder geval kinderen tot anderhalf jaar. (art 1.56b lid 2 Wko; art 15 Besluit kwaliteit; art 14 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3.2 vw 2

De slaapruimte is afgestemd op het aantal op te vangen kinderen. (art 1.56b lid 2 Wko; art 15 Besluit kwaliteit; art 14 lid 1 sub a Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4. Pedagogisch beleid

Wet kinderopvang (art 1.56b) Besluit kwaliteit (artt 11 en 16)

 

 

 

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

4.1 vw 1

De gastouder kent de inhoud van het pedagogisch beleidsplan. (art 1.56b lid 2 Wko; art 16 Besluit kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4.1 vw 2

De gastouder handelt conform het pedagogisch beleidsplan. (art 1.56b lid 2 Wko; art 16 Besluit kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4.2 vw 1

De gastouder draagt zorg voor het waarborgen van sociaal emotionele veiligheid. (art 1.56b lid 2 Wko; artt. 11 en 16 Besluit kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4.2 vw 2

De gastouder biedt de opvangkinderen de mogelijkheid om tot ontwikkeling van persoonlijke competentie te komen. (art 1.56b lid 2 Wko; artt. 11 en 16 Besluit kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4.2 vw 3

De gastouder biedt de opvangkinderen de mogelijkheid om tot ontwikkeling van sociale competentie te komen. (art 1.56b lid 2 Wko; artt. 11 en 16 Besluit kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4.2 vw 4

De gastouder draagt zorg voor de overdracht van normen en waarden. (art 1.56b lid 2 Wko; artt. 11 en 16 Besluit kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

5. Aantal kinderen

Wet kinderopvang (art 1.56b) Besluit kwaliteit (artt. 12 en 14) Regeling kwaliteit (artt. 12 en 13)

 

 

 

herstellende sanctie

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

5.1 vw 1

Bij een gastouder worden maximaal twee kinderen van 0 jaar gelijktijdig opgevangen. (art 1.56b lid 2 Wko; art 14 Besluit kwaliteit; art 13 lid 3 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

5.1 vw 2

Bij een gastouder worden maximaal vier kinderen van 0 en 1 jaar gelijktijdig opgevangen. (art 1.56b lid 2 Wko; art 14 Besluit kwaliteit; art 13 lid 3 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

5.1 vw 3

Bij een gastouder worden maximaal vijf kinderen gelijktijdig opgevangen, als de kinderen (op te vangen én eigen kinderen) allemaal jonger zijn dan 4 jaar OF Bij een gastouder worden maximaal zes kinderen gelijktijdig opgevangen, als de op te vangen kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar zijn. Eigen kinderen tot 10 jaar worden meegerekend. (art 1.56b lid 2 Wko; art 14 Besluit kwaliteit; art 13 lid 1 en 2 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

5.2 vw 1

Indien er meer dan drie kinderen op het opvangadres aanwezig zijn, dan is ondersteuning van de gastouder door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld. (art 1.56b lid 2 Wko; art 12 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 12 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

5.2 vw 2

De achterwacht is telefonisch bereikbaar tijdens de opvangtijden. (art 1.56b lid 2 Wko; art 12 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 12 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

5.2 vw 3

De achterwacht is in geval van calamiteiten binnen 15 minuten op het opvangadres aanwezig. (art 1.56b lid 2 Wko; art 12 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art 12 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6. Veiligheid en gezondheid

Wet kinderopvang (artt. 1.49, 1.51 en 1.56b) Besluit kwaliteit (artt. 7, 8 en 12) Regeling kwaliteit (art 11)

 

 

 

 

herstellende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

6.1 vw 1

De gastouder heeft op het opvangadres een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud. (art 1.56b lid 2 Wko; artt. 7 en 12 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 11 lid 1 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.1 vw 2

De gastouder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie. (art 1.56b lid 2 Wko; artt. 7 en 12 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 11 lid 1 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.1.1 vw 1

Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen. (art 1.56b lid 2 Wko; art. 7 lid 5 en art 12 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 11 lid 1 en 2 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.1.1 vw 2

Er is een registratie van ongevallen, waarop, voor zover de oorzaak van het ongeval niet louter gelegen is in de medische gesteldheid van het desbetreffende kind, de plaats en de aard van het ongeval en het jaar waarin het ongeval zich heeft voorgedaan en een overzicht van te treffen maatregelen ter voorkoming van verdere ongevallen worden vermeld (art 1.56b lid 2 Wko; art. 7 lid 3 sub c en art 12 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 11 lid 3 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.1.2 vw 1

De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk. (artt. 1.51 en 1.56b lid 6 Wko; art 7 lid 2 en 3 en art 12 lid 1 Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.1.2 vw 2

Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn. (artt. 1.51 en 1.56b Wko; art 7 lid 5 en art 12 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 11 lid 2 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.1.2 vw 3

De gastouder is op de hoogte van de risico’s en handelt conform het plan van aanpak. (art 1.56b lid 2 Wko; art 7 lid 5 en art 12 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 11 lid 1 en 2 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.1.2 vw 4

De gastouder informeert de volwassen huisgenoten over de risico’s en de daarbij behorende maatregelen uit het plan van aanpak. (artt. 1.49 lid 2, 1.51 en 1.56b lid 2 Wko)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.2 vw 1

De gastouder heeft op het opvangadres een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud. (art 1.56b lid 2 Wko; artt. 7 en 12 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 11 lid 1 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.2 vw 2

De gastouder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie. (art 1.56b lid 2 Wko; artt. 7 en 12 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 11 lid 1 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.2.1 vw 1

Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen. (art 1.56b lid 2 Wko; art 7 lid 5 en art 12 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 11 lid 1 en 2 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.2.2 vw 1

De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk. (artt. 1.51 en 1.56b lid 6 Wko; art 7 lid 2 en 3 en art 12 lid 1 Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.2.2 vw 2

Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn. (artt. 1.51 en 1.56b Wko; art 7 lid 5 en art 12 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 11 lid 2 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.2.2 vw 3

De gastouder is op de hoogte van de risico’s en handelt conform het plan van aanpak. (art 1.56b lid 2 Wko; art 7 lid 5 en art 12 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 11 lid 1 en 2 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.2.2 vw 4

De gastouder informeert de volwassen huisgenoten over de risico’s en de daarbij behorende maatregelen uit het plan van aanpak. (artt. 1.49 lid 2, 1.51 en 1.56b lid 2 Wko)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.3 vw 1

Op het opvangadres is een protocol kindermishandeling van het gastouderbureau aanwezig. (artt. 1.49 en 1.56b lid 2 Wko; art 8 lid 3 Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.3.1 vw 1

De gastouder kent de inhoud van het protocol. (artt. 1.49 en 1.56b lid 2 Wko; art 8 lid 3 Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

6.3.1 vw 2

De gastouder handelt aantoonbaar naar het protocol. (artt. 1.49 en 1.56b lid 2 Wko; art 8 lid 3 Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

5. Afwegingsmodel handhaving peuterspeelzaal

De kwaliteitsaspecten voor de peuterspeelzaal zijn ingedeeld naar de volgende domeinen:

  • 1

    Peuterspeelzaalwerk in de zin van de wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

  • 2

    Ouders

  • 3

    Personeel

  • 4

    Veiligheid en gezondheid

  • 5

    Groepsgrootte en beroepskracht/vrijwilliger-kind-ratio

  • 6

    Pedagogisch beleid

  • 7

    Klachten

  • 8

    Voorschoolse educatie Klachten

Voor het boetebeleid (de bestraffende sanctie) geldt dat dit alleen van toepassing is op niet-gesubsidieerde instellingen (art 2.27 Wko).

1 Peuterspeelzaalwerk in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

1.1 Peuterspeelzaalwerk in de zin van de wet

 

 

Wet kinderopvang (art 2.1) Beleidsregels werkwijze toezichthouder (art 3)

 

 

 

Constatering

Gevolg

 

1

Gedurende het verblijf in de peuterspeelzaal wordt verzorging en opvoeding geboden en wordt een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van kinderen. (art 2.1 Wko; art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: geen peuterspeelzaal in de zin van de wet.

Verwijdering uit landelijk register

 

2

Het verblijf in de peuterspeelzaal is uitsluitend bestemd voor kinderen in de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs. (art 2.1 Wko; art 3 lid 1 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: geen peuterspeelzaal in de zin van de wet.

Verwijdering uit landelijk register

 

1.2 Peuterspeelzaalwerk en naleving wet-en regelgeving

 

Wet kinderopvang (art 1.49) Beleidsregels werkwijze toezichthouder (art 3)

 

 

Constatering

Gevolg

1.

Er loopt geen handhaving in het kader van de Wet kinderopvang tegen de onderneming(en) van de houder (art 1.49 Wko; art 3 lid 3 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: invloed op advies toezichthouder

Als er handhaving loopt tegen de onderneming(en) van de houder kan dit van invloed zijn op de besluitvorming van het college

2.

De houder treft maatregelen om recidive van eerder geconstateerde tekortkomingen in zijn onderneming(en) te voorkomen. (art. 1.49 Wko; art 3 lid 3 Beleidsregels werkwijze toezichthouder)

Indien niet voldaan: invloed op advies toezichthouder

Als de houder aantoonbaar geen maatregelen treft om recidive te voorkomen kan dit van invloed zijn op de besluitvorming van het college

2 Ouders

2.1 Informatie

 

Wet kinderopvang (artt. 2.6 en 2.11) Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (art 18) Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (art 18)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder informeert de ouders over het te voeren beleid (art. 2.11 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2

De houder informeert de ouders en de kinderen tot welke peuterspeelzaalgroep het kind behoort en welke beroepskrachten op welke dag voor welke groep verantwoordelijk zijn en welke vrijwilligers op deze dag aanwezig zijn (art. 2.6 en 2.11 Wko; art 18 lid 3 en 4 Besluit kwaliteit; art. 18 lid 2 Regeling kwaliteit).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

De houder plaatst het inspectierapport op de eigen website. Indien geen website aanwezig is, legt de houder een afschrift van het inspectierapport op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats (art 2.11 lid 2 en 3 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

De informatie is gedetailleerd genoeg om ouders een adequaat beeld van de praktijk te geven (art 2.11 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

5

De praktijk sluit aan bij de aan de ouders verstrekte informatie. (art 2.11 Wko)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

Items 2.2 t/m 2.3.2 zijn alléén van toepassing op niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen [7]

2.2 Reglement oudercommissie,

 

Wet kinderopvang (art 2.16)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld (art 2.16 lid 1 Wko)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2500

2.1.1 Inhoud reglement oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 2.16)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Het reglement omvat regels omtrent het aantal leden (art 2.16 lid 2 sub a Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2

Het reglement omvat regels omtrent de wijze van kiezen van de leden (art 2.16 lid 2 sub b Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

3

Het reglement omvat regels omtrent de zittingsduur van de leden (art 2.16 lid 2 sub c Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

4

Het reglement omvat geen regels omtrent werkwijze van de oudercommissie (art 2.16 lid 3 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

5

De houder wijzigt het reglement na instemming van de oudercommissie (art 2.16 lid 5 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2.3 Instellen oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 2.15)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een oudercommissie ingesteld (art. 2.15 lid 1 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2.3.1 Voorwaarden oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 2.15)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

 

1 De houder is geen lid (art 2.15 lid 2 en 3 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

 

2 Het personeel is geen lid (art 2.15 lid 3 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

 

3 De leden worden gekozen uit en door de ouders (art 2.15 lid 2 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

 

4 De houder stelt de oudercommissie in de gelegenheid haar eigen werkwijze te bepalen (art 2.15 lid 4 Wko).

Laag

maximaal 6 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

500

2.3.2 Adviesrecht oudercommissie

 

Wet kinderopvang (art 2.17)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder stelt de oudercommissie in staat haar advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de genoemde onderwerpen (art. 2.17 lid 1 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

2

De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig heeft (art. 2.17 lid 4 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

3

Van een gevraagd advies van de oudercommissie wijkt de houder alleen af indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet (art. 2.17 lid 2 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

4

De houder geeft de oudercommissie gelegenheid ook ongevraagd te adviseren over de genoemde onderwerpen (art. 2.17 lid 3 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

750

3 Personeel

3.1 Verklaring omtrent het gedrag

 

Wet kinderopvang (art 2.6)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Personen werkzaam bij de peuterspeelzaal zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (art 2.6 Wko)

Hoog

maximaal 14 dagen[8]

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per ontbrekende VOG

2

De verklaring omtrent het gedrag is vóór aanvang van de werkzaamheden bij de peuterspeelzaal overgelegd (art 2.6 Wko)

Hoog

Nvt

Nvt

Last onder dwangsom

Nvt

Nvt

3000 per ontbrekende of te laat overlegde VOG

3

De verklaring omtrent het gedrag is bij overleggen niet ouder dan twee maanden (art 2.6 Wko).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per te oude VOG

3.2 Passende beroepskwalificatie

 

Wet kinderopvang (art 2.6) Besluit kwaliteit (art 18) Regeling kwaliteit (art 17)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

Alle beroepskrachten beschikken over een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie overeenkomstig de CAO Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening[9] (art 2.6 lid 1 en 2 Wko;art 18 lid 1 en 4 Besluit kwaliteit; art. 17 lid 1 Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000 per beroeps-kracht die niet voldoet

3.3 Gebruik van de voorgeschreven voertaal

 

Wet kinderopvang (art 2.12)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1a

De voorgeschreven voertaal wordt gebruikt (art 2.12 lid 1 Wko).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2500

OF

 

 

 

 

 

 

 

 

1b

Er wordt een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in deze specifieke omstandigheid daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode (art 2.12 lid 2 Wko).

 

 

 

 

 

 

 

3.4 Vrijwilligersbeleid [10]

 

Wet kinderopvang (art 2.6) Besluit kwaliteit (art 18) Regeling kwaliteit (art 21)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een vrijwilligersbeleid, wat tot uitdrukking komt in een beleidsplan (art 2.6 lid 1en 2 Wko; art 18 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 21 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000

3.4.1 Inhoud vrijwilligersbeleid

 

Wet kinderopvang (art 2.6) Besluit kwaliteit (art 18) Regeling kwaliteit (art 21)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

In het vrijwilligersbeleid staan minimumeisen waar een in de peuterspeelzaal werkzame vrijwilliger aan dient te voldoen [11] (art 2.6 lid 1 en 2 Wko; art 18 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 21 lid 1 sub a Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000

2

In het vrijwilligersbeleid staan afspraken die de houder met vrijwilligers maakt (art 2.6 lid 1 en 2 Wko; art 18 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 21 lid 1 sub b Regeling kwaliteit).

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000

3

In het vrijwilligersbeleid staan de taakomschrijvingen waarin wordt omschreven welke bijdrage aan het werk in de peuterspeelzaal van de vrijwilligers wordt verwacht en op welke wijze dit samenhangt met het pedagogisch beleid (art 2.6 lid 1 en 2 Wko; art 18 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 21 lid 1 sub c Regeling kwaliteit)

Gemiddeld

maximaal 2 maanden

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

3000

3.4.2 Aansprakelijkheidsverzekering

 

Wet kinderopvang (art 2.6) Besluit kwaliteit (art 18) Regeling kwaliteit (art 21)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder draagt er zorg voor dat alle vrijwilligers werkzaam bij de peuterspeelzaal voor wettelijke aansprakelijkheid verzekerd zijn (art 2.6 lid 1 en 2 Wko; art 18 lid 2 en 4 Besluit kwaliteit; art 21 lid 2 Regeling kwaliteit).

Hoog

0-14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4000

4 Veiligheid en gezondheid

4.1 Risico-inventarisatie veiligheid

 

Wet kinderopvang (artt. 2.6 en 2.9) Besluit kwaliteit (art 17) Regeling kwaliteit (art 15 ) Besluit registers (art 11)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid van maximaal een jaar oud (artt. 2.6 lid 2 en 2.9 Wko; art 17 Besluit kwaliteit; art 11 lid 1 Besluit registers).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

2

De houder heeft een risico-inventarisatie veiligheid betreffende de actuele situatie (artt. 2.6 lid 2 en 2.9 Wko; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 15 lid 5 Regeling kwaliteit; art 11 lid 1 Besluit registers).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4000

4.1.1 Beleid veiligheid

 

Wet kinderopvang (artt. 2.6 en 2.9) Besluit kwaliteit (art 17 ) Regeling kwaliteit (art 15)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De risico-inventarisatie beschrijft de veiligheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, (verstikking), verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden (artt. 2.6 lid 2 en 2.9 Wko; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 15 lid 1 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

2

Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (artt. 2.6 lid 2 en 2.9 Wko en art 17 lid 1 sub b Besluit kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

3

Er is een registratie van ongevallen, waarop, voor zover de oorzaak van het ongeval niet louter gelegen is in de medische gesteldheid van het desbetreffende kind, de plaats en de aard van het ongeval en het jaar waarin het ongeval zich heeft voorgedaan en een overzicht van te treffen maatregelen ter voorkoming van verdere ongevallen worden vermeld (art 2.6 lid 2 en 2.9 Wko; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 15 lid 3 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

4.1.2 Uitvoering beleid veiligheid

 

Wet kinderopvang (artt. 2.6 en 2.9) Besluit kwaliteit (art 17) Regeling kwaliteit (art 15)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (artt. 2.6 lid 2 en 2.9 Wko; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 15 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (artt. 2.6 lid 2 en 2.9 Wko ; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 15 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

De houder draagt zorg voor uitvoering van het plan van aanpak (artt. 2.6 lid 2 en 2.9 Wko; art 17 lid 1 sub b en lid 3 Besluit kwaliteit; art 15 lid 4 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4

Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (art 2.6 lid 2 en 2.9 Wko en art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 15 lid 4 Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

5

Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (artt. 2.6 lid 2 en 2.9 Wko; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 15 lid 4 Regeling kwaliteit

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4.2 Risico-inventarisatie gezondheid

 

Wet kinderopvang (artt. 2.6 en 2.9) Besluit kwaliteit (art 17) Regeling kwaliteit (art 15) Besluit registers (art 11)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

6

De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid van maximaal een jaar oud (art 2.6 lid 2 en 2.9 Wko; art 17 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen; art 11 lid 1 Besluit registers)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

8000 bij geheel ontbreken, 4000 in geval ouder dan 1 jaar

7

De houder heeft een risico-inventarisatie gezondheid betreffende de actuele situatie(art 2.6 lid 2 en 2.9 Wko en art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 15 lid 5 Regeling kwaliteit; art 11 lid 1 Besluit registers).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

4000

4.2.1 Beleid gezondheid

 

Wet kinderopvang (artt. 2.6 en 2.9) Besluit kwaliteit (art 17 ) Regeling kwaliteit (art 15)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De risico-inventarisatie beschrijft de gezondheidsrisico’s die de opvang van de kinderen met zich meebrengt op de thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen (artt. 2.6 lid 2 en 2.9 Wko en art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 15 lid 2 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

2

Er is een plan van aanpak waarin is aangegeven welke maatregelen op welk moment worden genomen in verband met de risico’s, alsmede de samenhang tussen de risico’s en de maatregelen (artt. 2.6 lid 2 en 2.9 Wko; art 17 lid 1 sub b Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1500

4.2.2 Uitvoering beleid gezondheid

 

Wet kinderopvang (artt. 2.6 en 2.9) Besluit kwaliteit (art 17 ) Regeling kwaliteit (art 15)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De geïnventariseerde risico’s zijn compleet en komen overeen met de risico’s in de praktijk (artt. 2.6 lid 2 en 2.9 Wko; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 15 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

2

Risico’s worden gereduceerd door het nemen van preventieve maatregelen die effectief en adequaat zijn (artt. 2.6 lid 2 en 2.9 Wko; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 15 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

3

De houder draagt zorg voor uitvoering van plan van aanpak (artt. 2.6 lid 2 en 2.9 Wko; art 17 lid 1 sub b en 3 Besluit kwaliteit; art 15 lid 4 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4

Beroepskrachten zijn op de hoogte van de risico’s en de aanpak daarvan (artt. 2.6 lid 2 en 2.9 Wko; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 15 lid 4 Regeling kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

5

Beroepskrachten handelen conform het plan van aanpak (artt. 2.6 lid 2 en 2.9 Wko; art 17 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit; art 15 lid 4 Regeling kwaliteit

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

1000

4.3 Meldcode kindermishandeling

 

Wet kinderopvang (artt. 2.5 en 2.6) Besluit kwaliteit (art 17) Regeling kwaliteit (art 16)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder heeft een meldcode kindermishandeling welke voldoet aan de beschreven eisen (art. 2.5 en 2.6 lid 2 Wko; art 17 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit; art. 16 Regeling kwaliteit).

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

8000

4.3.1 Beleid meldcode kindermishandeling

 

Wet kinderopvang (artt. 2.5 en 2.6) Besluit kwaliteit (art 17)

 

 

 

 

herstellende sanctie

bestraffende sanctie

 

 

Prioriteit

Hersteltermijn

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

bestuurlijke boete

1

De houder draagt er zorg voor dat beroepskrachten op de hoogte zijn van de inhoud van de meldcode kindermishandeling (art. 2.5 en 2.6 lid 2 Wko; art 17 lid 2 Besluit kwaliteit)

Hoog

maximaal 14 dagen

Aanwijzing

Last onder dwangsom

Exploitatieverbod

Verwijdering uit landelijk register

2000

4.3.2 Uitvoering beleid protocol kindermishandeling

 

Wet kinderopvang (artt. 2.5 en 2.6) Besluit kwaliteit (art 17)