<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR26416_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de rekenkamercommissie van de gemeente Wormerland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wormerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wormerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 13 november 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=81o">Gemeentewet, artikel 81o</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-10-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-12-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>rekenkamer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de rekenkamercommissie van de gemeente Wormerland
            </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Wormerland 5 juli 2005;</al><al>gelet op artikel 81o van de gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de</al><al>“verordening op de rekenkamercommissie gemeente Wormerland”:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>Wet: Gemeentewet; </al></li><li nr="-"><al>commissie: rekenkamercommissie; </al></li><li nr="-"><al>voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie; </al></li><li nr="-"><al>college: college van burgemeester en wethouders; </al></li><li nr="-"><al>rekenkamercommissie: de rekenkamercommissie van de gemeente
                                Wormerland</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid
                            als de rekenkamercommissie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bestaat uit 5 leden, waarvan twee raads- of
                            commissieleden en drie externe leden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Benoeming leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt de leden van de rekenkamercommissie uit zijn midden
                            en/of uit commissieleden en/of externen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de rekenkamercommissie die tevens raadsleden zijn, worden
                            voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de raad aangewezen. De
                            leden die geen deel uitmaken van de raad worden voor een periode van
                            vier jaar aangewezen. De raad is bevoegd hiervan gemotiveerd af te
                            wijken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie benoemt de voorzitter uit de externe leden van de
                            rekenkamercommissie. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en
                            periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de
                            vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en de werkwijze en het
                            bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert
                            hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat.
                            Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langst zittende externe
                            lid op als voorzitter dan wel, als de overige leden een gelijke periode
                            zitting hebben gehad, het oudste externe lid in jaren. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden van
                            de rekenkamercommissie pleegt de raad overleg met de
                            rekenkamercommissie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Eed</titel></kop><al> Ten aanzien van de externe leden is artikel 81g van de Gemeentewet van
                        overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ontslag en non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad ontslaat de leden en plaatsvervangende leden of stelt hen op
                            non-activiteit. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap van een raadslid eindigt: </al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek; </al></li><li nr="b."><al>indien het lid aftreedt als lid van de raad; </al></li><li nr="c."><al>indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt
                                    is de functie van de rekenkamercommissie te vervullen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het lidmaatschap van een extern lid eindigt: </al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek; </al></li><li nr="b."><al>bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het
                                    lidmaatschap van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="c."><al>wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                    uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een
                                    uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot
                                    gevolg heeft; </al></li><li nr="d."><al>indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak
                                    onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
                                    verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens
                                    schulden is gegijzeld. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De externe leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden
                            ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn
                            hun functie te vervullen of indien zij onvoldoende functioneren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergoeding voor werkzaamheden van de externe leden van de
                            rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De externe leden ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van de
                            vergaderingen van de rekenkamercommissie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding genoemd in het eerste lid komt ten laste van het budget
                            van de rekenkamercommissie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van de vergoedingen alsmede de onkostenvergoedingen van de
                            leden is de verordening ex artikel 96 van de Gemeentewet van
                            overeenkomstige toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ambtelijk secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt de ambtelijk secretaris in overleg met de
                            rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris staat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar
                            taken terzijde. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de
                            rekenkamercommissie over</al><al> de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris draagt zorg voor de agendaplanning, de verslaglegging en
                            de vorming van dossiers. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al> De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere
                        werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter
                        kennisneming naar de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de
                            probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie
                            ter kennisneming aan de raad verstuurd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen
                            van een onderzoek. De rekenkamer bericht de raad binnen een maand in
                            hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het
                            verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden
                            aanvoeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering,
                            begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar
                            vastgestelde onderzoeksopzet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te
                            informeren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij
                            alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen
                            die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van
                            het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de
                            gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te
                            verstrekken. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van
                            procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek, met in
                            achtneming van de budgettaire kaders.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie vergadert in beginsel in beslotenheid, haar rapporten zijn
                            openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet
                            Openbaarheid van Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad
                            worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming
                            van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen.
                        </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door
                            haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun
                            zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te
                            maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van
                            onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt verder wie verder als
                            betrokkenen worden aangemerkt. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de
                            nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op
                            het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan
                            het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting
                            beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de
                            uitvoering van haar taken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten
                            gebracht van: </al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen aan de externe leden; </al></li><li nr="b."><al>de ambtelijk secretaris; </al></li><li nr="c."><al>interne onderzoeksmedewerkers; </al></li><li nr="d."><al>externe deskundigen die eventueel door de rekenkamercommissie
                                    zijn ingeschakeld; </al></li><li nr="e."><al>eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de
                                    uitoefening van haar taak. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend
                            verantwoording verschuldigd aan de raad. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening gemeentelijke
                        rekenkamercommissie.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 5 juli 2005.</ondertekening><ondertekening> de griffier, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening> Mr I.P. Vrolijk P.C. Tange</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Toelichting Artikel 1</tussenkop><al>Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen
                    telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven.</al><al>In deze modelverordening is gekozen om de begrippen doelmatigheid,
                    doeltreffendheid en rechtmatigheid (die in artikel 182 van de Gemeentewet is
                    genoemd) niet in artikel 1 op te nemen. Hiermee willen wij voorkomen dat
                    gemeenten in de verordening een eigen definitie hanteren. Wel wordt in deze
                    toelichting uiteengezet wat onder deze termen wordt verstaan. Doelmatigheid is
                    de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering mogelijke kosten
                    worden bereikt. Bij doeltreffendheid gaat het er om of het resultaat van het
                    beleid beantwoordt aan wat er met het beleid werd beoogd en de gestelde
                    beleidsdoelen worden verwezenlijkt. Bij rechtmatigheid gaat het om het voldoen
                    aan de wettelijke kaders en regelgeving. Het gaat dan vooral om wet- en
                    regelgeving die direct van belang is voor de rechtmatigheid van de
                    totstandkoming van de gemeentelijke baten en lasten.</al><tussenkop>Toelichting Artikel 2</tussenkop><al>Wanneer gemeenten geen rekenkamer instellen, stellen zij op grond van artikel
                    81o van de wet regels vast voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie. De wet
                    spreekt van een rekenkamerfunctie. In deze modelverordening is gekozen voor een
                    rekenkamercommissie met raadsleden en externen. De voorzitter wordt uit de
                    externe leden gekozen. De raad bepaalt zelf hoeveel leden de rekenkamer zal
                    hebben.</al><tussenkop>Toelichting Artikel 3</tussenkop><al>Anders dan bij de rekenkamer kunnen naast externen ook raadsleden en leden van
                    andere commissies deel uitmaken van de rekenkamercommissie. Indien de
                    rekenkamercommissie uit twee of meer leden bestaat, benoemt de
                    rekenkamercommissie uit de externe leden de voorzitter van de rekenkamer. Uit
                    oogpunt van onafhankelijkheid kan er voor gekozen worden dat niet-raadsleden
                    deelnemen in de rekenkamercommissie. In het tweede lid is een termijn van vier
                    jaar genoemd. De raad kan uiteraard zelf bepalen of hij de leden van de
                    rekenkamercommissie korter of langer dan vier jaar benoemd.</al><tussenkop>Toelichting Artikel 4</tussenkop><al>De verplichting deze eed of verklaring en belofte af te leggen vloeit voor de
                    rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81g van de Gemeentewet. Deze bepaling
                    wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de externe leden van de
                    rekenkamercommissie.</al><tussenkop>Toelichting Artikel 5</tussenkop><al>Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of
                    soms verplichting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde situaties.</al><tussenkop>Toelichting Artikel 6</tussenkop><al>In dit artikel is de vergoeding die externe leden voor hun werkzaamheden
                    ontvangen, vastgelegd.</al><tussenkop>Toelichting Artikel 7</tussenkop><al>De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een secretaris. Deze wordt door het
                    college aangewezen. De rekenkamercommissie dient zelfstandig te functioneren en
                    in het derde lid is voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van de
                    secretaris ten opzichte van de rekenkamercommissie.</al><tussenkop>Toelichting Artikel 8</tussenkop><al>Artikel 81i van de Gemeentewet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op
                    de rekenkamercommissie. In het reglement van orde moeten/kunnen zaken als de
                    vergoeding, volgorde van aftreden bij een meerhoofdige rekenkamercommissie,
                    verhouding secretaris-voorzitter, de procedure die wordt gevolgd bij
                    onderzoeken, hoe wordt omgegaan met verzoeken van derden om onderzoek te
                    verrichten enzovoorts geregeld.</al><tussenkop>Toelichting Artikel 9</tussenkop><al>De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze onafhankelijkheid
                    te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan
                    kiezen. De rekenkamercommissie kan op verzoek van de raad een onderzoek
                    instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit
                    verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid van de wet expliciet
                    genoemd. Doordat deze mogelijkheid van uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt
                    er een bepaalde gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de
                    rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad
                    zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.</al><tussenkop><vet>Toelichting Artikel 10</vet></tussenkop><al>Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek
                    over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien in de
                    bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het gemeentebestuur
                    en van alle ambtenaren. De rapporten van de rekenkamercommissie zijn in beginsel
                    openbaar maar op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wob kunnen
                    rapporten of gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt.</al><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij
                    de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde)
                    ontwerp-onderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke
                    bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de betreffende ambtenaren
                    worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden uit te halen en te
                    corrigeren. Indien van toepassing wordt de verantwoordelijke wethouder of het
                    college de gelegenheid geboden om te reageren op de conceptaanbevelingen die de
                    rekenkamer verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot brengt de
                    rekenkamer een definitief rapport naar buiten met bevindingen, conclusies en
                    eventueel aanbevelingen.</al><al>Eventueel zouden zaken die in dit artikel zijn opgenomen ook in een reglement
                    van orde kunnen worden geregeld.</al><tussenkop><vet>Toelichting Artikel 11</vet></tussenkop><al> De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van
                    het budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste van
                    het budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.</al><al><vet>Toelichting Artikel 12 en 13</vet> Deze artikelen behoeven geen
                    toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>