<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR26354_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Statuut voor de raadscommissie gemeente Tilburg 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2008, 28</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Statuut voor de raadscommissie gemeente Tilburg 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-09-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008/294</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt het Commissiestatuut voor de vaste raadscommissies van advies gemeente Tilburg 2002</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Statuut voor de raadscommissie gemeente Tilburg 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al/><al>gezien het voorstel van de raadscommissie Modern Bestuur;</al><al>gelet op de Gemeentewet;</al><al>gezien het eindvoorstel d.d. 19 september 2008;</al><al/><al>Besluit:</al><al/><al>vast te stellen het Statuut voor de raadscommissie gemeente Tilburg 2008,
                        luidende als volgt:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Raadscommissies</titel></kop><al>In deze verordening worden onder commissies verstaan: raadscommissies
                            als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet.</al><al>Bij de aanvang van elke nieuwe zittingsperiode neemt de raad, op
                            voorstel van het presidium, een besluit over de in te stellen commissies
                            en de naam daarvan.</al><al>Indien daartoe aanleiding bestaat is tussentijdse wijziging door de raad
                            mogelijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al>De raadscommissies bestaan uit ten minste één en maximaal drie
                            raadsleden per fractie, afhankelijk van de grootte van de fractie: </al><lijst><li nr="a."><al>fracties van vijf raadsleden of meer: per raadscommissie
                                    maximaal drie leden uit elke fractie;</al></li><li nr="b."><al>fracties van drie of vier leden: per raadscommissie maximaal
                                    twee leden uit elke fractie;</al></li><li nr="c."><al>fracties van één of twee leden: per raadscommissie één lid uit
                                    elke fractie.</al></li></lijst><al>De commissieleden worden door de raad, op voordracht van de
                            fractievoorzitters benoemd. Indien gedurende een raadsperiode wisseling
                            in de bezetting van een raadscommissie plaatsvindt is hiervoor geen
                            afzonderlijk raadsbesluit vereist, maar kan worden volstaan met een
                            mededeling door de fractievoorzitter aan de voorzitter van de commissie,
                            indien en voor zover de wisseling betrekking heeft op zittende
                            raadsleden of reeds benoemde commissieleden-niet raadsleden, als bedoeld
                            in artikel 3.</al><al>De commissie wijst uit haar midden een voorzitter aan. Alleen zittende
                            raadsleden komen voor het voorzitterschap van een commissie in
                            aanmerking.</al><al>De voorzitter van de fractie, waarin de aangewezen voorzitter zitting
                            heeft, mag één extra lid voor de desbetreffende commissie voordragen. In
                            dat geval heeft de voorzitter geen stem in de commissie.</al><al>In geval van verhindering of ontstentenis wordt de voorzitter vervangen
                            door een door de commissie uit zijn midden aan te wijzen lid, die
                            zittend raadslid is. </al><al>Een commissielid kan tussentijds door de raad worden ontslagen op
                            voorstel van de voorzitter van de fractie op wiens voordracht het lid is
                            benoemd.</al><al> Hij die ophoudt lid van de raad te zijn, houdt tevens op lid te zijn
                            van de commissie(s), waarin hij zitting heeft, een en ander onverminderd
                            het bepaalde in artikel 3. Een lid van een commissie kan te allen tijde
                            ontslag nemen. Hij geeft daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter
                            van de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>. Commissieleden-niet raadslid</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 kan een fractievoorzitter
                            maximaal twee personen voordragen als commissielid niet-raadslid. </al><al>Uitsluitend personen die op een geldig verklaarde kandidatenlijst voor
                            de gemeenteraadsverkiezingen hebben gestaan, kunnen worden
                            voorgedragen.</al><al>De benoeming geschiedt door de gemeenteraad voor de zittingsperiode van
                            de raad. Het betreffende commissielid niet-raadslid kan tussentijds door
                            de raad worden ontslagen op eigen verzoek of op voorstel van de
                            fractievoorzitter.</al><al>Ten aanzien van commissieleden niet-raadsleden, zijn de artikelen 10,
                            11, 12, 13, 15 en 28 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Bijwonen vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter nodigt, tenzij zwaarwichtige redenen zich daartegen
                                verzetten, de leden van het college tot wiens portefeuille de te
                                bespreken onderwerpen behoren, uit voor de vergaderingen van de
                                commissie om de beraadslaging in de commissie bij te wonen en, op
                                uitnodiging, aan de beraadslaging in de raadscommissie deel te
                                nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De collegeleden kunnen zich hierbij steeds doen vergezellen van
                                ambtelijke adviseurs.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de raad en commissieleden kunnen vergaderingen van de
                                commissies, waarin zij geen zitting hebben, bijwonen. Zij mogen aan
                                de beraadslagingen deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie is bevoegd ambtenaren van de gemeente
                                en anderen tot het bijwonen van de vergadering uit te nodigen voor
                                het verstrekken van inlichtingen of adviezen. Tot zodanige
                                uitnodiging gaat de voorzitter tevens over, indien ten minste twee
                                leden van de commissie daarom verzoeken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Ambtelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier wijst voor elke commissie een commissiesecretaris
                                (raadsadviseur) aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiesecretaris ondersteunt de voorzitter van de commissie
                                bij al zijn werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadsgriffie ondersteunt de commissie en de leden van de
                                commissie zowel beleidsinhoudelijk als logistiek. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissiesecretaris draagt zorg voor de vastlegging van het
                                besprokene.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Taak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Algemene taak commissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissies zijn, op het hun toegewezen werkterrein, belast met
                                het invullen van de vertegenwoordigende, de kaderstellende en de
                                controlerende functie van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de algemene taakstelling van de commissie is de
                                commissie belast met het uitbrengen van adviezen aan de raad en het
                                voeren van overleg met het college en de burgemeester over:</al><lijst><li nr="a."><al>voorstellen, die het college, de burgemeester of het
                                        presidium aan de raad voorlegt; </al></li><li nr="b."><al>initiatiefvoorstellen, die aan de raad zijn aangeboden;</al></li><li nr="c."><al>voorstellen, die op grond van het burgerinitiatief worden
                                        ingediend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Daarnaast geeft de commissie desgevraagd aan het college blijk van
                                haar wensen en bedenkingen over een voorgenomen besluit van het
                                college met betrekking tot een deelneming van de gemeente in een
                                privaatrechtelijke organisatie, als bedoeld in artikel 160, lid 2
                                van de Gemeentewet, van overdracht van collegebevoegdheden als
                                bedoeld in artikel 165 van de Gemeentewet, van een voorgenomen
                                besluit op grond van artikel 169, lid 4 van de Gemeentewet dan wel
                                een voorgenomen besluit in andere gevallen waarin het college aan de
                                raadscommissie de gelegenheid geeft om wensen en bedenkingen in te
                                brengen, voordat het college een definitief besluit neemt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien, ingeval toepassing wordt gegeven aan lid 3, de commissie
                                wensen en bedenkingen heeft, kan de commissie aangeven of zij
                                behandeling in de raad wenselijk acht. Acht de commissie behandeling
                                in de raad wenselijk, dan wordt de aangelegenheid ter besluitvorming
                                voorgelegd aan de raad. Indien de commissie behandeling in de raad
                                niet nodig acht, dan wordt dit niet meer ter nadere besluitvorming
                                voorgelegd aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 4, worden ontwerpbesluiten van
                                het college, die betrekking hebben op de wettelijk verplichte
                                voorhangprocedure, altijd aan de raad voorgelegd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Elke commissie is bevoegd aan de raad, aan het college of de
                                burgemeester ongevraagd advies uit te brengen en voorstellen te
                                doen, alsmede aan het college en de burgemeester om informatie of
                                inlichtingen te vragen, indien zij dit in het belang van de tot haar
                                werkkring behorende zaken nuttig en nodig acht.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Oproepen/vaststellen agenda</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van een commissie vinden plaats aan de hand van
                                    het door de raad vastgestelde vergaderschema.</al></li><li nr="2."><al>Een commissie vergadert daarnaast zo dikwijls als de voorzitter
                                    het nodig oordeelt of dit door ten minste een derde van het
                                    aantal leden schriftelijk met opgave van redenen wordt gevraagd.
                                </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter bepaalt, in overleg met de commissiesecretaris, de
                                    ontwerpagenda van de vergadering. Hij draagt er zorg voor dat de
                                    in artikel 6 bedoelde onderwerpen op de voorlopige agenda worden
                                    geplaatst, alsmede de rondvraag voor de portefeuillehouder wiens
                                    portefeuille tot het werkterrein van de commissie behoort en de
                                    rondvraag voor de voorzitter. </al></li><li nr="4."><al>Een lid van de commissie of het college kan de voorzitter
                                    verzoeken een onderwerp, op de voorlopige agenda van de
                                    eerstvolgende vergadering van de commissie te plaatsen.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter bepaalt dag, uur en plaats van de
                                    vergadering.</al><al>Hij geeft daarvan, spoedeisende gevallen uitgezonderd, 10 dagen
                                    voor de vergadering aan de leden kennis, onder opgaaf van de te
                                    behandelen punten.</al></li><li nr="6."><al>In de kennisgeving wordt aangegeven welke onderwerpen in één of
                                    twee keer (eerste keer informatief en tweede keer
                                    meningsvormend) in de commissie aan de orde komen. </al></li><li nr="7."><al> De leden van de raad, die geen lid zijn van de commissie,
                                    alsmede overige commissieleden, worden geïnformeerd over de
                                    kennisgeving, bedoeld in het vorige lid.</al></li><li nr="8."><al>De voorzitter bepaalt voorts aan wie de agenda eveneens moet
                                    worden toegezonden.</al></li><li nr="9."><al>De voorzitter draagt er zorg voor dat de agenda wordt
                                    gepubliceerd in een gratis verspreid huis-aan-huisblad en op de
                                    gemeentelijke website van Internet, alsook de plaats waar de
                                    stukken ter inzage liggen.</al></li><li nr="10."><al>De commissie stelt bij het begin van de vergadering de agenda
                                    vast. </al><al>In gevallen ter beoordeling van de voorzitter kan een commissie
                                    schriftelijk worden geraadpleegd. Indien schriftelijke afdoening
                                    bij een of meer leden op bezwaar stuit, geschiedt de behandeling
                                    van de desbetreffende aangelegenheid in de eerstvolgende
                                    commissievergadering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de meerderheid van de commissie daarom verzoekt schrijft de
                                voorzitter van de commissie een hoorzitting uit. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter regelt de orde tijdens de hoorzitting. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het besprokene tijdens de hoorzitting wordt door de griffie een
                                beknopt verslag opgesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Besloten vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter kan op grond van een belang als bedoeld in artikel 10
                                van de Wet openbaarheid van bestuur een geheel of gedeeltelijk
                                besloten vergadering beleggen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij toepassing van het vorige lid zendt de voorzitter de op het
                                desbetreffende onderwerp betrekking hebbende stukken toe met het
                                predicaat "vertrouwelijk".</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt er zorg voor dat de stukken voor de leden van
                                de commissie ter inzage liggen, waaronder begrepen de stukken,
                                waaromtrent de commissie op grond van artikel 82 van de Gemeentewet
                                geheimhouding heeft opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Quorum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien uit de presentielijst blijkt dat niet meer dan de helft
                                    van het aantal zitting hebbende leden is opgekomen, wordt bezien
                                    of de fracties waartoe de wel aanwezige leden behoren in de
                                    gemeenteraad een meerderheid vormen. </al></li><li nr="2."><al>Is dit laatste het geval dan vindt de vergadering doorgang.</al><al>Wanneer een vergadering vanwege de in het eerste lid genoemde
                                    reden geen doorgang vindt, kan de voorzitter een nieuwe
                                    vergadering beleggen, waarbij er slechts vierentwintig uur
                                    tussen het verzenden van de kennisgeving en het uur van de
                                    vergadering behoeven te verlopen. Die vergadering wordt gehouden
                                    ongeacht het aantal opgekomen leden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Vergaderorde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is belast met de handhaving van de orde van de
                                vergadering. Artikel 26 van de Gemeentewet is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in
                                beginsel in twee termijnen, tenzij de voorzitter anders
                                beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De commissie kan, op voorstel van de voorzitter, besluiten om in de
                                beraadslaging expliciet onderscheid te maken tussen
                                informatieverzameling, meningsvorming en besluitvorming, waarbij de
                                beraadslaging verdeeld wordt over twee commissievergaderingen,
                                waarbij de eerste vergadering het verzamelen van informatie centraal
                                staat en in de tweede vergadering meningsvorming en
                                besluitvorming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Per fractie kan door één lid het woord worden gevoerd bij een
                                agendapunt. De voorzitter kan desgevraagd, indien daar bijzondere
                                redenen voor zijn, meerdere leden van een fractie toestemming geven
                                het woord te voeren bij een agendapunt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie kan op voorstel van de voorzitter of van een lid van de
                                commissie door middel van een besluit een bindende afspraak maken
                                over de spreektijd bij een bepaald onderwerp per
                                spreker/fractie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter kan besluiten tot een afwijkende / experimentele wijze
                                van vergaderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Advies van raadscommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de door de commissies uitgebrachte adviezen aan de raad over aan
                                de orde zijnde onderwerpen, de uitgebrachte wensen en bedenkingen
                                over voorgenomen collegebesluiten en de standpunten over
                                initiatiefvoorstellen, komen de visies van de in de vergadering
                                aanwezige fracties tot uitdrukking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Besluiten van de commissie, waaronder besluiten over huishoudelijke
                                onderwerpen en het bepalen of een voorstel op de ontwerpraadsagenda
                                wordt geagendeerd als A-stuk (agendapunten zonder discussie), als
                                B-stuk (agendapunten met moties en amendementen) of als C-stuk
                                (agendapunten met discussie) worden op basis van gewone meerderheid
                                van de uitgebrachte stemmen, met dien verstande dat wanneer een
                                fractie aangeeft bij een voorstel in de raad moties of amendementen
                                te willen indienen, dat punt in ieder geval als B-stuk wordt
                                geagendeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de stemmen staken beslist de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Gecombineerde vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin een onderwerp tot het werkterrein van meerdere
                                commissies hoort stemmen de betrokken voorzitters onderling af in
                                welke commissie het onderwerp aan de orde wordt gesteld, zonodig
                                onder uitnodiging van de leden van de andere commissie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Slechts in bijzondere gevallen, zulks ter beoordeling van de
                                voorzitters, vergaderen commissies gezamenlijk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gecombineerde vergadering wordt door een der voorzitters, door
                                hen in onderling overleg bepaald, voorgezeten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Insprekers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgers en organisaties hebben de mogelijkheid om in een geheel
                                    of gedeeltelijk openbare vergadering in te spreken bij een
                                    onderwerp dat op de agenda van de commissie staat, de rondvraag
                                    uitgezonderd, dan wel over een onderwerp dat niet is
                                    geagendeerd. Spreekgerechtigd zijn inwoners van Tilburg en
                                    woordvoerders van organisaties die de leeftijd van 16 jaar
                                    hebben bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot onderwerpen die niet zijn geagendeerd geldt
                                    dat het woord kan niet worden gevoerd over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of
                                            beroep open staat of heeft open gestaan of op een andere
                                            wijze onder de rechter is;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van
                                            personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                            Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                            ingediend;</al></li><li nr="d."><al>onderwerpen die louter een privé-belang betreffen;</al></li><li nr="e."><al>onderwerpen de geen relatie hebben met de huishouding
                                            van de gemeente;</al></li><li nr="f."><al>onderwerpen waarover men in een raadscommissie al heeft
                                            kunnen inspreken;</al></li><li nr="g."><al>onderwerpen waarover al een gemeentelijke
                                            inspraakprocedure is geweest of nog komt;</al></li><li nr="h."><al>onderwerpen die op grond van artikel 10 van de Wet
                                            openbaarheid van bestuur niet openbaar zijn.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De personen die van de in lid 1 bedoelde mogelijkheid gebruik
                                    wensen te maken, moeten daarvan tenminste één volle werkdag voor
                                    de aanvang van de vergadering mededeling doen aan de voorzitter
                                    van de commissie onder opgave van hun naam en adres en van het
                                    agendapunt of de agendapunten, waaromtrent zij het woord
                                    verlangen. Wanneer iemand wil inspreken over een punt dat niet
                                    op de agenda staat, geldt hierbij een termijn van vijf
                                    werkdagen.</al></li><li nr="4."><al>Indien een onderwerp ingevolge artikel 7, lid 6 in twee keer in
                                    de commissie wordt besproken, bestaat de mogelijkheid om in te
                                    spreken alleen in de eerste vergadering waarin het betreffende
                                    onderwerp aan de orde komt.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter bepaalt de spreektijd alsook de volgorde van
                                    spreken, indien meer dan één persoon ten aanzien van eenzelfde
                                    agendapunt het woord wordt verleend. De spreektijd bedraagt in
                                    beginsel vijf minuten. Wanneer zich voor een bepaald onderwerp
                                    meerdere insprekers hebben aangemeld, kan de voorzitter een
                                    afwijkende spreektijd vaststellen, waarbij de totaal spreektijd
                                    voor de insprekers niet minder mag bedragen dan vijf
                                    minuten.</al></li><li nr="6."><al>De voorzitter verleent, nadat de commissie daartoe bij de
                                    vaststelling van de agenda heeft besloten, telkens bij de
                                    aanvang van de behandeling van een agendapunt, aan insprekers
                                    het woord om over het aan de orde zijnde agendapunt hun mening
                                    te geven.</al></li><li nr="7."><al>De insprekers moeten de door de voorzitter in het belang van de
                                    orde gegeven aanwijzingen opvolgen. De voorzitter kan hen het
                                    woord ontnemen.</al></li><li nr="8."><al>De leden van de commissie zijn gerechtigd aan de insprekers
                                    vragen te stellen over hetgeen door dezen naar voren is
                                    gebracht.</al><al>Hetgeen door de insprekers naar voren wordt gebracht vormt
                                    echter geen punt van discussie tussen hen en de leden van de
                                    commissie.</al></li><li nr="9."><al>Insprekers krijgen na de bespreking in eerste termijn, de
                                    gelegenheid om kort en zakelijk te reageren op de inbreng van de
                                    commissie in eerste termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Ingekomen brieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingekomen brieven die betrekking hebben op een geagendeerd onderwerp
                                worden bij de behandeling van dat onderwerp betrokken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De overige brieven worden ter voorbereiding van een nader in de
                                commissie aan de orde te stellen standpunt dan wel ter afdoening in
                                handen gesteld van de voorzitter van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter stelt de briefschrijver in voorkomend geval in kennis
                                in welke vergadering van de commissie de ingekomen brief zal worden
                                behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Mededelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter kan schriftelijk of mondeling mededelingen doen aan de
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan een lid van het college in de gelegenheid stellen
                                een mededeling te doen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie kan een mededeling voor kennisgeving aannemen of een
                                nadere uitleg vragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van ieder besproken onderwerp in een commissievergadering wordt,
                                onder de zorg van de commissiesecretaris, een verslag
                                opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiesecretaris is verantwoordelijk voor de tijdigheid en
                                voor de inhoud van het verslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verslag houdt een beknopte zakelijke weergave van het besprokene
                                in. Daarbij worden de visies van de fracties kort vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie kan bij een afzonderlijk agendapunt besluiten dat een
                                meer uitgebreid verslag moet worden opgesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag vermeldt tevens de namen van de aan- en afwezige leden
                                van de commissie, van de aanwezige wethouder(s), van de burgemeester
                                en van de overige raadsleden die de vergadering hebben bijgewoond.
                                Indien nuttig worden tevens de namen van de aanwezige ambtenaren en
                                andere deskundigen als bedoeld in artikel 4 van dit statuut
                                opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verslag wordt ter vaststelling opgenomen op de conceptagenda
                                voor de eerstkomende commissievergadering.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Interpretatie statuut</titel></kop><al>Bij twijfel omtrent de betekenis of de toepassing van dit statuut en in
                            gevallen, waarin dit statuut niet voorziet, beslist de voorzitter van de
                            commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Tijdstip inwerkingtreding en citeerartikel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt onmiddellijk na bekendmaking ervan in
                                werking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het tijdstip als bedoeld in het eerste lid vervalt het
                                “Commissiestatuut voor de vaste raadscommissies van advies gemeente
                                Tilburg 2002”.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Statuut voor de
                                raadscommissies gemeente Tilburg 2008”.</al></lid></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 22 september 2008</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Statuut voor de raadscommissies gemeente Tilburg 2008</titel></kop><tussenkop>Algemeen.</tussenkop><al>Dit commissiestatuut heeft betrekking op de functionele raadscommissies, als
                    bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet. Deze commissies hebben tot taak de
                    besluitvorming van de raad voor te bereiden en met het college en de
                    burgemeester te overleggen.</al><al>Het politieke besluitvormingsproces kan in drie fases worden onderverdeeld:</al><lijst><li nr="-"><al>het verzamelen van informatie over de aan de orde zijnde onderwerpen,
                            zodat daarover in een latere fase op een verantwoorde manier
                            besluitvorming kan plaatsvinden;</al></li><li nr="-"><al>meningsvorming, middels het politieke debat in de raadscommissies en
                            eventueel in de raad;</al></li><li nr="-"><al>besluitvorming. De besluitvorming vindt in de meeste gevallen plaats in
                            de raad, maar wordt dan in de raadscommissies voorbereid. </al></li></lijst><al>In 2006 / 2007 zijn enkele wijzigingen doorgevoerd in het vergaderstelsel van de
                    raad. In het nieuwe Reglement van Orde van de raad zijn deze veranderingen
                    verwerkt.</al><al>De nieuwe werkwijze heeft ook gevolgen voor de raadscommissies. Zo worden alle
                    voorstellen die in de raad aan de orde komen eerst zo veel mogelijk in de
                    raadscommissies voorbereid. Dat geldt ook voor initiatiefvoorstellen. In de
                    commissie wordt bepaald of het voorstel als hamerstuk in de raad behandeld zal
                    worden, of aan de hand van moties en amendementen die in de commissievergadering
                    worden aangekondigd, dan wel of het voorstel als discussiestuk aan de raad wordt
                    voorgelegd, op basis van discussiepunten die nog resteren uit de behandeling van
                    het voorstel in de raadscommissie.</al><al>Dit commissiestatuut sluit zo veel mogelijk aan bij het Reglement van Orde van
                    de raad. </al><al>Ten opzichte van het vorige commissiestatuut zijn er enkele wijzigingen
                    aangebracht. In de artikelgewijze toelichting zijn deze nader aangegeven. </al><tussenkop>Artikel 1.</tussenkop><al>Bij het aantreden van de raad bepaalt de raad welke raadscommissies er
                    zijn.</al><al>De samenstelling van de raadscommissies is geregeld in de artikelen 2 en 3 van
                    het commissiestatuut.</al><al>Er zijn op dit moment vier functionele raadscommissies:</al><lijst><li nr="-"><al>raadscommissie Economie;</al></li><li nr="-"><al>raadscommissie Fysiek;</al></li><li nr="-"><al>raadscommissie Maatschappij;</al></li><li nr="-"><al>raadscommissie Modern Bestuur.</al></li></lijst><al>Dit commissiestatuut heeft betrekking op deze vier raadscommissies. </al><al>Daarnaast kennen we nog enkele andere raadscommissies, die hun eigen statuut
                    hebben: de raadscommissie voor de Bezwaarschriften, de Rekenkamercommissie en de
                    raadscommissie voor Bestuurlijke Vernieuwing. Deze laatste commissie heeft
                    vooral een voorbereidende taak voor bestuurlijk / organisatorische
                    aangelegenheden op het terrein van de raad. De raadscommissie voor Bestuurlijke
                    Vernieuwing is primair een voorbereidingscommissie en is geen politiek orgaan.
                    Voorstellen van deze commissie worden in beginsel voorgelegd aan de
                    raadscommissie Modern Bestuur voor het verdere besluitvormingsproces.</al><tussenkop>Artikel 2. Samenstelling</tussenkop><al>Raadsleden kunnen lid zijn van een raadscommissie en, onder bepaalde condities,
                    ook niet-raadsleden (zie artikel 3 van het commissiestatuut).</al><al>De raad benoemt aan het begin van elke raadsperiode de leden van de
                    raadscommissies. Indien er gedurende een raadsperiode een wisseling in de
                    bezetting van een raadscommissie plaatsvindt en de wisseling betrekking heeft op
                    zittende raadsleden of al benoemde commissieleden niet-raadsleden, dan is
                    daarvoor geen afzonderlijk raadsbesluit nodig. Dan kan worden volstaan met een
                    mededeling van de fractievoorzitter aan de voorzitter van de betreffende
                    raadscommissie. Dit bevordert een soepele overgang en voorkomt onnodige
                    bureaucratie.</al><al>Als het gaat om niet reeds benoemde commissieleden niet-raadsleden, dan is
                    daarvoor wel een raadsbesluit nodig, in verband met het onderzoek van de raad of
                    voldaan wordt aan de benoembaarheidseisen.</al><al>Artikel 82 van de Gemeentewet schrijft voor dat een lid van de raad voorzitter
                    is van een raadscommissie. Dat geldt uiteraard ook voor de plaatsvervangend
                    voorzitter. Dat betekent dat commissieleden niet-raadsleden geen voorzitter
                    respectievelijk plaatsvervangend voorzitter kunnen zijn van een
                    raadscommissie.</al><al>De voorzitter is, naast het leiden van de vergadering, het handhaven van de orde
                    en het doen naleven van het commissiestatuut, belast met het voorbereiden van de
                    vergaderingen van de raadscommissie, waaronder het opstellen van een
                    conceptagenda, alsmede met andere activiteiten van de raadscommissie, zoals
                    informatiebijeenkomsten, werkbezoeken etc. De voorzitter wordt hierbij
                    ondersteund door de commissiesecretaris en de overige medewerkers van de
                    raadsgriffie.</al><al>Het commissiestatuut geeft de fractie die de voorzitter levert de mogelijkheid
                    om een extra commissielid voor te dragen. Dit, omdat de voorzitter geen
                    woordvoerder kan zijn van zijn fractie. Als van deze mogelijkheid gebruik
                    gemaakt wordt, dan heeft de voorzitter geen stemrecht in de commissie, om te
                    voorkomen dat de stemverhouding wordt verstoord. </al><al>Bij staken van de stemmen beslist de voorzitter (zie artikel 12), ongeacht of de
                    voorzitter regulier stemrecht heeft in de commissie of niet.</al><tussenkop>Artikel 3. Commissieleden niet-raadslid</tussenkop><al>In het vorige commissiestatuut was bepaald dat fracties met maximaal twee leden,
                    één commissielid konden voordragen die geen raadslid is. De raad heeft op 16
                    maart 2006 besloten om ten aanzien van éénpersoonsfracties de mogelijkheid te
                    creëren om voortaan twee commissieleden niet-raadslid te benoemen. Deze
                    uitbreiding is geëvalueerd. Op basis van de uitkomsten van die evaluatie is nu
                    vastgelegd dat alle fracties, ongeacht de grootte, twee commissieleden
                    niet-raadsleden kunnen voordragen. Dit heeft geen invloed op het toegestane
                    maximale aantal commissieleden per fractie.</al><al>In het vorige commissiestatuut was bepaald dat een commissielid, dat geen
                    raadslid is, in maximaal drie raadscommissie kon worden benoemd. Deze bepaling
                    is geschrapt. Het wordt hiermee aan de fracties overgelaten op welke manier de
                    fractie de werkzaamheden wil verdelen. Daarbij zal het in de praktijk niet of
                    nauwelijks voorkomen dat een commissielid niet-raadslid zitting zal nemen in
                    alle vier de raadscommissies.</al><al>Commissieleden die geen raadslid zijn, moeten ook voldoen aan een aantal
                    benoembaarheidseisen, vergelijkbaar met de benoembaarheidseisen van raadsleden.
                    Daarom wordt, net zoals dat bij raadsleden gebeurt, bij elke benoeming van
                    nieuwe commissieleden niet-raadslid, door de raad daartoe een onderzoek
                    ingesteld.</al><al>Voor de commissieleden niet- raadslid geldt in voorkomend geval de
                    geheimhoudingsplicht op dezelfde manier als voor raadsleden.</al><tussenkop>Artikel 4. Bijwonen vergaderingen</tussenkop><al>Uitgangspunt is dat de portefeuillehouder bij de commissievergaderingen aanwezig
                    is, voor het verstrekken van informatie en het beantwoorden van vragen. De
                    portefeuillehouder kan zich daarbij doen vergezellen van ambtelijke adviseurs,
                    die op uitnodiging van de voorzitter ook het woord kunnen voeren.</al><al>Op 3 juni 2002 heeft de raad de volgende regels gesteld omtrent de deelname van
                    leden van het college aan commissie- en raadsvergaderingen:</al><lijst><li nr="1."><al>Bij voorstellen die door het college worden voorgelegd, wordt de
                            betrokken portefeuillehouder in de gelegenheid gesteld om een
                            toelichting te verstrekken, indien de commissie te kennen geeft daaraan
                            behoefte te hebben. Daarbij verstrekt de portefeuillehouder de
                            toelichting, informatie en inlichtingen, die door of vanuit de commissie
                            wordt gevraagd.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van andere punten bepaalt de voorzitter, zo mogelijk vooraf
                            en anders ter vergadering, of en hoe de portefeuillehouder in de
                            gelegenheid wordt gesteld om aan de beraadslaging van de commissie deel
                            te nemen, in het bijzonder voor het verstrekken van informatie en
                            inlichtingen en het geven van toelichting.</al></li><li nr="3."><al>Ook individuele leden van de commissie kunnen, met inachtneming van de
                            vergaderorde en het commissiestatuut, aan de portefeuillehouder
                            toelichting, informatie en inlichtingen vragen.</al></li><li nr="4."><al>Indien een portefeuillehouder in overige situaties wil deelnemen aan de
                            beraadslaging van een commissie, richt hij daartoe een met redenen
                            omkleed verzoek aan de voorzitter. De voorzitter bepaalt of het verzoek
                            wordt ingewilligd. Daarbij betrekt hij zonodig de opvattingen van de
                            commissie daarover. De voorzitter houdt daarbij rekening met alle
                            relevante feiten en omstandigheden, zoals de inhoud van de agenda van de
                            betreffende commissie en de actualiteit of urgentie van het te bespreken
                            onderwerp.</al></li></lijst><al>In het vorige commissiestatuut was al bepaald dat raadsleden in elke
                    commissievergadering aanwezig kunnen zijn en daar ook het woord kunnen voeren.
                    Dus ook in de commissievergaderingen waarvan zij geen lid zijn. Van deze
                    bepaling kan gebruik worden gemaakt ingeval van verhindering van een
                    commissielid of als er een onderwerp aan de orde komt dat meer specifiek op het
                    werkterrein ligt van een raadslid dat geen lid is van de betreffende
                    raadscommissie.</al><al>Deze mogelijkheid bestond nog niet voor commissieleden niet-raadslid. Het is
                    redelijk dat ook deze commissieleden in voorkomend geval de mogelijkheid hebben
                    om aanwezig te zijn en het woord te voeren in commissies waarvan zij geen lid
                    zijn.</al><al>Alleen leden van een commissie die ter vergadering aanwezig zijn, kunnen
                    deelnemen aan de stemming.</al><tussenkop>Artikel 5. Ambtelijke ondersteuning</tussenkop><al>De ambtelijke ondersteuning door de raadsgriffie is vooral procedureel en
                    procesmatig, zowel voor de commissies als geheel als voor individuele
                    commissieleden.</al><al>De raadsgriffie heeft geen zelfstandige inhoudelijke adviesfunctie (in casu geen
                    tweede kanaalsadvisering).</al><tussenkop>Artikel 6. Algemene taken commissie</tussenkop><al>In het Reglement van Orde van de raad is aangegeven dat voorstellen aan de raad
                    in beginsel steeds inhoudelijk in de raadscommissie aan de orde komen, ter
                    voorbereiding van de besluitvorming in de raad. Dit geldt ook voor
                    initiatiefvoorstellen, tenzij de raad besluit om het initiatiefvoorstel direct
                    in de raad aan de orde te stellen. In de raadscommissie kan
                    informatie-uitwisseling plaatsvinden en meningsvorming. </al><al>De commissie kan daarnaast gevraagd en ongevraagd adviezen uitbrengen en het
                    college en de burgemeester informatie en inlichtingen vragen. Dit als onderdeel
                    van de verantwoordingsplicht van het college en de burgemeester.</al><al>In het commissiestatuut is verder de "voorhangprocedure" geregeld.</al><al>Op grond van artikel 160, lid 2 van de Gemeentewet kan het college slechts
                    besluiten tot oprichting van een rechtspersoon nadat de raad een ontwerp besluit
                    is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college
                    heeft kunnen brengen.</al><al>Eenzelfde procedure wordt voorgeschreven voor de overdracht van
                    bestuursbevoegdheden van het college aan o.a. bestuurscommissies.</al><al>In sommige gevallen verbindt de raad aan delegatie of attributie van een
                    bevoegdheid aan het college de voorwaarde dat de functionele raadscommissie
                    daarin wordt betrokken. </al><al>Het college kan daarnaast in belangrijke kwesties, zonder dat er sprake is van
                    een op de wet of raadsbesluit gebaseerde verplichting, de raadscommissie
                    gelegenheid geven haar wensen en bedenkingen in te brengen, voordat het college
                    een definitief besluit neemt.</al><al>Als toepassing wordt gegeven aan de wettelijk verplichte voorhangprocedure, dat
                    wordt de aangelegenheid na de commissiebehandeling altijd ter besluitvorming
                    voorgelegd aan de raad.</al><al>Ingeval van een vrijwillige voorhangprocedure, kan de commissie aangeven of de
                    aangelegenheid nog voorgelegd moet worden aan de raad.</al><al>In het vorige commissiestatuut was nog een afzonderlijke bepaling opgenomen over
                    de Termijnagenda van de raadscommissies. In dit commissiestatuut is dit niet
                    meer afzonderlijk geregeld. De commissie kan zelf bepalen of zij een
                    Termijnagenda wil opstellen met het oog op de voorbereiding van belangrijke
                    onderwerpen, die maatschappelijk en/of politiek relevant zijn en die de
                    eerstkomende periode in een raadscommissie besproken zullen worden.</al><tussenkop>Artikel 7. Oproepen/vaststellen agenda</tussenkop><al>In het vergaderschema dat de raad elk jaar vaststelt, worden ook de
                    vergaderingen van de raadscommissies ingepland. Commissievergaderingen worden,
                    behoudens onvoorziene omstandigheden, niet op eenzelfde tijd ingepland. Dit is
                    als zodanig ook expliciet geregeld in het Reglement van Orde van de raad.</al><al>De voorzitter van de commissie is belast met het opstellen van de ontwerp agenda
                    van de commissie. Hij let er daarbij op dat aangeleverde agendapunten op de
                    agenda worden geplaatst, zoals de voorstellen van het college en de
                    initiatiefvoorstellen die de raad voor advies in handen van de commissie heeft
                    gesteld. </al><al>In het vorige commissiestatuut was nog bepaald dat ten minste drie
                    commissieleden een verzoek konden indienen om een onderwerp op de ontwerp agenda
                    te plaatsen. In de vorige raadsperiode is afgesproken dat elk raadslid een
                    dergelijk verzoek kan doen.</al><al>In het overleg met de commissievoorzitters van 1 maart 2005 is een gedragslijn
                    opgesteld ten aanzien van de behandeling van agendapunten, die op verzoek van
                    een commissielid op de agenda zijn geplaatst:</al><lijst><li nr="-"><al>Het verzoekende commissielid ligt het agendapunt kort toe.</al></li><li nr="-"><al>Wil het commissielid iets anders dan een korte toelichting (bijvoorbeeld
                            een presentatie e.d.), dan moet hij hierover, voorafgaande aan de
                            commissievergadering, contact opnemen met de voorzitter van de
                            commissie.</al></li><li nr="-"><al>De voorzitter bepaalt wat tijdens de vergadering is toegestaan.</al></li><li nr="-"><al>Bij verschil van mening tussen het commissielid en de voorzitter,
                            beslist de voorzitter.</al></li></lijst><al>In elke agenda wordt de rondvraag opgenomen, zowel per portefeuillehouder wiens
                    portefeuille betrekking heeft op het werkterrein van de betreffende commissie
                    als een rondvraag voor de voorzitter.</al><al>Met betrekking tot de rondvraag geldt de werkafspraak dat rondvraagpunten die
                    uiterlijk op donderdag vóór de commissievergadering bij de commissiesecretaris
                    zijn aangeleverd worden uitgezet bij de dienst / portefeuillehouder, zodat de
                    portefeuillehouder een juist en volledig antwoord kan geven tijdens de
                    commissievergadering. De tijdig ingediende vragen worden ook toegezonden aan de
                    overige commissieleden. Rondvraagpunten die niet tijdig zijn aangeleverd worden
                    zo mogelijk door de portefeuillehouder tijdens de vergadering beantwoord. Is dit
                    voor de portefeuillehouder niet mogelijk, dat wordt de vraag later via de
                    terugkoppeling beantwoord.</al><al>Zijn er vooraf geen vragen voor de portefeuillehouder aangemeld, dan is het
                    mogelijk dat een plaatsvervangend portefeuillehouder de vragen beantwoordt c.q.
                    in ontvangst neemt.</al><al>Daarnaast geldt de gedragslijn dat tijdens de rondvraag geen vragen worden
                    gesteld over een onderwerp waarover een andere fractie al schriftelijke vragen
                    heeft gesteld op grond van artikel 47 van het Reglement van Orde van de
                    raad.</al><al>In de uitnodiging geeft de voorzitter aan of een onderwerp in één of twee keer
                    in de commissie aan de orde komt. Bij de invoering van het nieuwe
                    vergaderstelsel in 2006 is besloten dat de raadscommissies Fysiek en
                    Maatschappij voortaan twee keer per maand vergaderen. Omvangrijke onderwerpen
                    worden voortaan in twee vergaderingen besproken. In de eerste vergadering staat
                    het verzamelen van informatie centraal. Die vergadering is primair bedoeld voor
                    informatie-uitwisseling met collegeleden, ambtenaren en deskundigen. In de
                    tweede vergadering gaat het vooral om onderlinge discussie en standpuntbepaling
                    door de commissieleden. De portefeuillehouder kan, op uitnodiging van de
                    voorzitter, deelnemen aan de discussie.</al><al>De uitnodigingen voor de commissievergaderingen met de vergaderstukken worden in
                    beginsel ten minste 10 dagen vóór de commissievergadering toegestuurd, zodat
                    commissieleden in ieder geval twee weekenden hebben ter voorbereiding. Raads- en
                    commissieleden die geen zitting hebben in de betreffende commissie, ontvangen de
                    agenda, zodat zij geïnformeerd zijn over de punten die in de commissie aan de
                    orde komen.</al><tussenkop>Artikel 8. Hoorzitting</tussenkop><al>Deze bepaling is overgenomen uit het vorige commissiestatuut.</al><al>Deze bepaling regelt het houden van hoorzittingen door de raadscommissie. </al><al>Dit zijn specifieke bijeenkomsten, waarvan een beknopt verslag wordt
                    gemaakt.</al><al>Daarnaast kan de commissie besluiten andersoortige bijeenkomsten te houden,
                    zoals werkbezoeken en informatiebijeenkomsten. Veelal zal dit gebeuren ter
                    voorbereiding van belangrijke onderwerpen die in de raadscommissie aan de orde
                    komen.</al><tussenkop>Artikel 9. Besloten vergaderingen</tussenkop><al>De Gemeentewet bepaalt dat vergaderingen van raadscommissies als regel in het
                    openbaar plaatsvinden. Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van de
                    raadscommissie of de voorzitter, kan de raadscommissie beslissen om achter
                    gesloten deuren te vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een
                    afzonderlijk verslag gemaakt, dat niet openbaar is tenzij de raadscommissie
                    anders beslist.</al><tussenkop>Artikel 10. Quorum</tussenkop><al>Deze bepaling is overgenomen uit het vorige commissiestatuut en behoeft geen
                    nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 11. Vergaderorde</tussenkop><al>Nieuw in dit artikel is dat hierin is vastgelegd dat elke fractie in beginsel
                    bij elk agendapunt slechts één woordvoerder heeft. Van de commissieleden wordt
                    verwacht dat zij per agendapunt binnen de fractie afspraken maken over het
                    woordvoerderschap, zodat de woordvoerder namens de fractie het woord voert. Als
                    dat aan de orde is, kan daarbij zonodig blijk worden gegeven van meerderheids-
                    en minderheidsstandpunten. Maar dat zal zich in de praktijk niet of nauwelijks
                    voordoen.</al><al>In dit artikel is verder bepaald dat belangrijke onderwerpen in twee
                    vergaderingen kunnen worden besproken. Eerst informatief en later meningsvormend
                    / besluitvormend.</al><al>Conform het raadsbesluit van 17 mei 2007, naar aanleiding van de evaluatie van
                    het nieuwe vergaderstelsel, is in het commissiestatuut de mogelijkheid opgenomen
                    voor meer afwijkende / experimentele wijzen van bespreking van agendapunten in
                    de raadscommissie. De voorbeelden die daarbij zijn genoemd hebben onder meer
                    betrekking op het toelichten van initiatiefvoorstellen in de
                    commissievergadering door de indiener vanaf het spreekgestoelte, waarna de
                    commissieleden gelegenheid krijgen om vragen te stellen over het voorstel,
                    waarna onderling inhoudelijk debat plaats vindt. De portefeuillehouder krijgt de
                    mogelijkheid een préadvies te geven. Als ander voorbeeld is genoemd het
                    vergaderen op locatie.</al><tussenkop>Artikel 12. Advies van raadscommissie</tussenkop><al>In dit artikel is vastgelegd dat als er in een commissie gestemd wordt. Dit
                    gebeurt op basis van gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. </al><al>In het overleg van de commissievoorzitters van 10 maart 2003 is afgesproken dat,
                    indien een fractie aangeeft niet aanwezig te kunnen zijn bij een
                    commissievergadering, maar wel fractiestandpunten kenbaar gemaakt heeft vóór de
                    commissievergadering bij de voorzitter / secretaris, deze standpunten bij de
                    behandeling van het desbetreffende agendapunt door de voorzitter worden
                    meegedeeld. </al><al>Indien een fractie heeft aangegeven niet aanwezig te kunnen zijn bij een
                    commissievergadering, maar ná de commissievergadering nog wel fractiestandpunten
                    kenbaar maakt aan de voorzitter / secretaris, dan worden deze standpunten, mits
                    tijdig ingediend, met vermelding van de datum van aanlevering in het verslag
                    opgenomen. Deze standpunten hebben geen invloed op de bepaling van het
                    commissiestandpunt. Bepalend is immers het commissiestandpunt, zoals de
                    voorzitter dit tijdens de vergadering formuleert.</al><al>Ten aanzien van raadsvoorstellen die in de commissie aan de orde komen, bepaalt
                    de commissie of het voorstel aan de raad wordt voorgelegd als A-stuk
                    (agendapunten zonder discussie), als B-stuk (agendapunten met moties en
                    amendementen) of als C-stuk (agendapunten met discussie). Een punt wordt in
                    ieder geval als B-stuk geagendeerd, als een fractie aangeeft dat bij dat punt
                    moties of amendementen zullen worden ingediend. Op grond van de Gemeentewet
                    heeft elk raadslid immers het recht om moties en amendementen in te dienen.</al><tussenkop>Artikel 13. Gecombineerde vergadering</tussenkop><al>Elke commissie heeft zijn eigen werkterrein. In de praktijk komt het voor dat
                    een bepaald onderwerp tot het werkterrein van meerdere raadscommissies behoort. </al><al>In artikel 12 is vastgelegd dat in een dergelijk geval de voorzitters van de
                    betrokken raadscommissies in onderling overleg bepalen in welke commissie het
                    onderwerp aan de orde komt.</al><al>Het is in Tilburg praktijk dat gecombineerde commissievergaderingen tot een
                    minimum beperkt blijven. In voorkomend geval kunnen raads- en commissieleden van
                    andere commissies desgewenst deel nemen aan de vergadering waarin het
                    betreffende onderwerp aan de orde komt.</al><tussenkop>Artikel 14. Insprekers</tussenkop><al>De bepalingen over insprekers zijn verruimd. Er is voor gekozen om het
                    spreekrecht in de commissievergadering meer uit te werken. In het
                    commissiestatuut is daarom een ruimere mogelijkheid opgenomen om in te spreken
                    over onderwerpen die niet op de agenda staan zijn. </al><tussenkop>Artikel 15. Ingekomen brieven</tussenkop><al>In het vorige commissiestatuut was nog bepaald dat ingekomen brieven op een
                    lijst van ingekomen stukken geplaatst moesten worden ten behoeve van de
                    eerstvolgende vergadering van de commissie.</al><al>In het nieuwe commissiestatuut is opgenomen dat ingekomen brieven die betrekking
                    hebben op een agendapunt, worden betrokken bij het betreffende agendapunt en dat
                    in andere gevallen de voorzitter zorg draagt voor afdoening van de brieven.</al><al>In de praktijk worden commissieleden zo snel mogelijk geïnformeerd over
                    ingekomen brieven, veelal via e-mail. Het is dan aan de commissieleden om te
                    bepalen of zij de brief willen agenderen voor de commissievergadering.</al><al>Wanneer een brief een antwoord vergt, draagt de voorzitter daar zorg voor.</al><tussenkop>Artikel 16. Mededelingen</tussenkop><al>Zie ook de toelichting bij artikel 4 omtrent de deelname van portefeuillehouders
                    aan de commissievergaderingen.</al><tussenkop>Artikel 17. Verslaglegging</tussenkop><al>Van het besprokene wordt een samenvattend verslag gemaakt, waarbij de
                    fractiestandpunten worden aangegeven.</al><al>Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld. Omdat niet alleen
                    commissieleden het woord kunnen voeren, kunnen ook anderen die tijdens de
                    commissievergadering het woord hebben gevoerd voorstellen doen tot aanpassing
                    van het concept verslag.</al><al>Het besprokene tijdens de commissievergaderingen kan ook live via internet
                    worden gevolgd. De geluidsbestanden zijn later ook via de gemeentesite te
                    raadplegen.</al><tussenkop>Artikel 18. Interpretatie statuut </tussenkop><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 19. Tijdstip inwerkingtreding en citeerartikel</tussenkop><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>