<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR26350_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Statuut voor de raadscommissies gemeente Tilburg 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2008, 28</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Statuut voor de raadscommissies gemeente Tilburg 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-09-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-09-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008/294</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De historie bij ´Het overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen´ is mogelijk niet compleet. Er kunnen wijzigingen ontbreken tussen het ontstaan van de regeling en de eerste opgenomen wijziging daarvan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Statuut voor de raadscommissies gemeente Tilburg 2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al/><al>gezien het voorstel van de raadscommissie Bestuurlijke Vernieuwing;</al><al/><al>Besluit: </al><al/><al>vast te stellen het "Statuut voor de raadscommissies gemeente Tilburg
                        2002".</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Raadscommissies.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening worden onder commissies verstaan:
                                raadscommissies als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvang van elke nieuwe zittingsperiode neemt de raad, op
                                voorstel van het presidium, een besluit over de in te stellen
                                commissies en de naam, inclusief afkorting, daarvan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat is tussentijdse wijziging door de
                                raad mogelijk. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Samenstelling.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De samenstelling van de commissies is als volgt: a. de drie grootste
                                fracties: per raadscommissie maximaal drie leden van elke fractie;
                                b. de fracties die uit vier leden bestaan: per raadscommissie
                                maximaal twee leden uit elke fractie; c. de overige fracties (drie
                                leden of minder): per raadscommissie een lid uit elke fractie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie wordt door de commissie uit haar
                                midden aangewezen. Alleen functionerende raadsleden komen voor het
                                voorzitterschap van een commissie in aanmerking. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De fractie, waarin de aangewezen voorzitter zitting heeft, mag een
                                extra lid voor de desbetreffende commissie aanwijzen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van verhindering of ontstentenis wordt de voorzitter
                                vervangen door een door de commissie uit zijn midden aan te wijzen
                                lid, die functionerend raadslid is. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een commissielid kan tussentijds door de raad worden ontslagen.
                            </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Hij die ophoudt lid van de raad te zijn, houdt tevens op lid te zijn
                                van de commissie(s), waarin hij zitting heeft. Een lid van een
                                commissie kan te allen tijde ontslag nemen. Hij geeft daarvan
                                schriftelijk kennis aan de voorzitter van de raad. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In (een) tussentijds in de commissie opengevallen plaats(en) wordt
                                binnen twee maanden voorzien. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Niet-raadslid.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 kan een persoon die geen
                                raadslid is, op voordracht van een fractie met maximaal twee leden,
                                door de gemeenteraad worden benoemd als lid van een of meerdere
                                raadscommissies. De fractie kan maximaal een persoon voordragen.
                                Uitsluitend personen, die op een geldig verklaarde kandidatenlijst
                                voor de gemeenteraadsverkiezingen hebben gestaan, kunnen worden
                                voorgedragen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het betreffende commissielid, dat geen raadslid is, kan in maximaal
                                drie raadscommissies worden benoemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De benoeming geschiedt voor de zittingsperiode van de zittende
                                gemeenteraad. Het betreffende commissielid, dat geen raadslid is,
                                kan tussentijds door de gemeenteraad worden ontslagen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten aanzien van overeenkomstig dit artikel benoemde commissieleden
                                die geen raadslid zijn, zijn de artikelen 10, 11, 13, 15 en 28 van
                                de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Fractie-assistenten.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Desgevraagd ontvangen de fractie-assistenten de stukken van een of
                                meerdere raadscommissies. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De fractie-assistenten ontvangen dezelfde vertrouwelijke stukken die
                                aan de leden van de raad en van de vast raadscommissies van advies
                                worden toegekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bijwonen vergaderingen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de aanvang van elke zittingsperiode neemt de raad een besluit
                                over de wijze waarop de leden van het college voor de vergaderingen
                                van de commissie(s) worden uitgenodigd om de beraadslaging in de
                                commissie bij te wonen en, op uitnodiging, aan de beraadslaging in
                                de raadscommissie deel te nemen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De collegeleden kunnen zich hierbij steeds doen vergezellen van
                                ambtelijke adviseurs. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de raad kunnen vergaderingen van de commissies, waarin
                                zij geen zitting hebben, bijwonen. Zij mogen aan de beraadslagingen
                                deelnemen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie is bevoegd ambtenaren van de gemeente
                                en andere deskundigen tot het bijwonen van de vergadering uit te
                                nodigen voor het verstrekken van inlichtingen of adviezen. Tot
                                zodanige uitnodiging gaat de voorzitter tevens over, indien
                                tenminste twee leden van de commissie daarom verzoeken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ambtelijke ondersteuning.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke commissie wordt ambtelijk ondersteund door een raadsadviseur,
                                die de leden van de commissie zowel beleidsinhoudelijk als logistiek
                                ondersteunt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier wijst de raadsadviseur voor een commissie aan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadsadviseur draagt zorg voor de vastlegging van het besprokene.
                            </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Taak.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Algemene taak commissies.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissies zijn, op het hun toegewezen werkterrein, belast met
                                het invullen van de vertegenwoordigende, de kaderstellende en de
                                controlerende functie van de raad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de algemene taakstelling van de commissie is de
                                commissie belast met het uitbrengen van adviezen aan de raad over: </al><lijst><li nr="a."><al>De uit de beleidsagenda van de raad of de actualiteit
                                        voortkomende aangelegenheden, die behoren tot het
                                        werkterrein van de commissie. </al></li><li nr="b."><al>Voorstellen, die het college aan de raad voorlegt. </al></li><li nr="c."><al>Over initiatiefvoorstellen, die aan de raad zijn aangeboden.
                                    </al></li><li nr="d."><al>Over voorstellen, die op grond van het burgerinitiatief
                                        worden ingediend. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Daarnaast geeft de commissie desgevraagd aan het college blijk van
                                haar wensen en bedenkingen over een voorgenomen besluit van het
                                college met betrekking tot een deelneming van de gemeente in een
                                privaatrechtelijke organisatie dan wel een voorgenomen besluit op
                                grond van artikel 169, lid 4 van de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elke commissie is bevoegd aan de raad en/of aan het college
                                ongevraagd advies uit te brengen en voorstellen te doen, alsmede aan
                                het college om informatie of inlichtingen te vragen, indien zij dit
                                in het belang van de tot haar werkkring behorende zaken nuttig en
                                nodig acht. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Werkwijze.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnagenda.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de termijnagenda komen onderwerpen, die maatschappelijk en/of
                                politiek relevant zijn en die de eerstkomende periode in een
                                raadscommissie besproken zullen worden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De termijnagenda wordt door de desbetreffende raadscommissies zelf
                                vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De onderwerpen op de termijnagenda komen voort uit de documenten,
                                genoemd in artikel 7, lid 2 van deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontwikkeling van de voorstellen, als bedoeld in het vorige lid,
                                geschiedt door het college. De door de raad, resp. de raadscommissie
                                daarbij aangegeven kaders worden door het college in acht genomen.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Oproepen / vaststellen agenda.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van een commissie vinden plaats aan de hand van het
                                door de raad vastgestelde vergaderschema. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een commissie vergadert daarnaast zo dikwijls als de voorzitter het
                                nodig oordeelt of het door tenminste een derde van het aantal leden
                                schriftelijk met opgave van redenen wordt gevraagd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt, in overleg met de griffie, de voorlopige
                                agenda van de vergadering. De commissie stelt bij het begin van de
                                vergadering de agenda vast. Zij draagt er zorg voor dat de door het
                                college aangemelde onderwerpen in elk geval kunnen worden besproken.
                                Een onderwerp, waarvan behandeling blijkens schriftelijk verzoek van
                                tenminste drie leden wordt verlangd, plaatst de voorzitter op de
                                voorlopige agenda van de eerstvolgende vergadering van de commissie.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van de commissie kunnen verzoeken onderwerpen op de agenda
                                te plaatsen. Een soortgelijk verzoek kan ook door het college worden
                                gedaan. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een raadslid dit verlangt of de raad daartoe besluit, plaatst
                                de voorzitter een door dat lid opgesteld ontwerp
                                (initiatief)voorstel als bedoeld in het Reglement van Orde voor de
                                vergaderingen van de raad van Tilburg op de voorlopige agenda van de
                                eerstvolgende vergadering van de commissie. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In gevallen ter beoordeling van de voorzitter kan een commissie
                                schriftelijk worden geraadpleegd. Indien schriftelijke afdoening bij
                                een of meer leden op bezwaar stuit, geschiedt de behandeling van de
                                desbetreffende aangelegenheid in de eerstvolgende
                                commissievergadering. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt dag, uur en plaats van de vergadering. Hij
                                geeft daarvan, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tijdig voor de
                                vergadering aan de leden kennis, onder opgaaf van de te behandelen
                                punten. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Van de kennisgeving, bedoeld in het vorige lid, wordt door de
                                griffie een kopie ter kennisneming gezonden aan de leden van de
                                raad, die geen lid zijn van de commissie. De voorzitter bepaalt
                                voorts aan wie de agenda eveneens moet worden toegezonden. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De agenda wordt voorts gepubliceerd in een gratis verspreid
                                huis-aan-huisblad en op de gemeentelijke website van Internet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hoorzitting.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de meerderheid van de commissie daarom verzoekt schrijft de
                                voorzitter van de commissie een hoorzitting uit. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter regelt de orde tijdens de hoorzitting. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het besprokene tijdens de hoorzitting wordt door de griffie een
                                beknopt verslag opgesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Openbaarheid vergaderingen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de commissie worden in het openbaar gehouden.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter openbare of persoonlijke
                                belangen door openbaarheid zouden kunnen worden geschaad, kan hij
                                een geheel of gedeeltelijk besloten vergadering beleggen. De
                                commissie beslist of met gesloten deuren zal worden vergaderd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij toepassing van het vorige lid zendt de voorzitter de op het
                                desbetreffende onderwerp betrekking hebbende stukken toe met het
                                predikaat voorlopig vertrouwelijk. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De deuren van een openbare vergadering worden gesloten, indien de
                                voorzitter dan wel een vijfde van het aantal aanwezige
                                commissieleden dit om de in het tweede lid bedoelde reden nodig
                                acht. De commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren
                                (verder) zal worden vergaderd. Voorts neemt de commissie tijdens de
                                vergadering een besluit tot het al dan niet geheim houden van
                                hetgeen in de vergadering aan de orde is geweest. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter draagt er zorg voor dat plaats, dag en uur van een
                                geheel of gedeeltelijk openbare vergadering alsmede een opgave van
                                te behandelen onderwerpen ter openbare kennis wordt gebracht, alsook
                                de plaats waar de stukken ter inzage liggen, ten aanzien waarvan
                                geen geheimhouding is opgelegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Quorum.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien uit de presentielijst blijkt dat niet meer dan de helft van
                                het aantal zitting hebbende leden is opgekomen, wordt bezien of de
                                fracties waartoe de wel aanwezige leden behoren in de gemeenteraad
                                een meerderheid vormen. Is dit laatste het geval dan vindt de
                                vergadering doorgang. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een vergadering vanwege de in het eerste lid genoemde reden
                                niet wordt gehouden, kan de voorzitter een nieuwe vergadering
                                beleggen, waarbij er slechts vierentwintig uur tussen het verzenden
                                van de kennisgeving en het uur van de vergadering behoeven te
                                verlopen. Die vergadering wordt gehouden ongeacht het aantal
                                opgekomen leden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Spreektijd.</titel></kop><al>De commissie kan op voorstel van de voorzitter of van een lid van de
                            commissie door middel van een besluit een bindende afspraak maken over
                            de spreektijd bij een bepaald onderwerp per spreker / fractie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Advies van raadscommissie.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de door de commissies uitgebrachte adviezen aan de raad over aan
                                de orde zijnde onderwerpen, respectievelijk de aan het college
                                uitgebrachte wensen en bedenkingen over voorgenomen
                                collegebesluiten, komen de visies van de in de vergadering aanwezige
                                fracties tot uitdrukking. Deze visies worden uitgebracht met
                                inachtneming van het beginsel van gewogen stemmen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Besluiten over huishoudelijke aangelegenheden van de commissie
                                worden eveneens genomen met inachtneming van het beginsel van
                                gewogen stemmen. Indien de stemmen staken beslist de voorzitter.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vaststelling van de agenda van de commissievergadering is een
                                huishoudelijke aangelegenheid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Overigens beslist de voorzitter of een aan de orde gesteld onderwerp
                                een huishoudelijke aangelegenheid van de commissie betreft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Gecombineerde vergadering.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin twee of meer commissies worden geraadpleegd
                                kunnen deze, ter beoordeling van de betrokken voorzitters,
                                gezamenlijk vergaderen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gecombineerde vergadering wordt door een der voorzitters, door
                                hen in onderling overleg bepaald, voorgezeten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium besluit zonodig dat een onderwerp dat tot het
                                werkterrein van meer commissies behoort en dientengevolge in meer
                                commissies aan de orde moet worden gesteld, slechts in een nader aan
                                te wijzen commissie zal worden besproken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Insprekers.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geheel of gedeeltelijk openbare vergaderingen verleent de
                                voorzitter, nadat de commissie daartoe bij de vaststelling van de
                                agenda heeft besloten, telkens bij de aanvang van de behandeling van
                                een agendapunt, de rondvraag uitgezonderd, aan insprekers het woord
                                om over het aan de orde zijnde agendapunt hun mening te geven.
                                Voorafgaand aan de tweede termijn van raadsleden, wordt elk van de
                                insprekers nogmaals de gelegenheid gegeven om het woord te voeren.
                                Het staat insprekers vrij om van deze tweede termijn voor insprekers
                                gebruik te maken. De voorzitter bepaalt ter vergadering de maximale
                                spreektijd in tweede termijn voor insprekers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De personen die van deze mogelijkheid gebruik wensen te maken,
                                moeten daarvan ten minste een volle werkdag voor de aanvang van de
                                vergadering mededeling doen aan de voorzitter van de commissie onder
                                opgave van hun naam en adres en van het agendapunt of de
                                agendapunten, waaromtrent zij het woord verlangen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de spreektijd alsook de volgorde van spreken,
                                indien meer dan een persoon ten aanzien van eenzelfde agendapunt het
                                woord wordt verleend. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degenen die op grond van het vorenstaande gerechtigd zijn hun mening
                                te geven of vragen te stellen, moeten de daarbij door de voorzitter
                                in het belang van de orde gegeven aanwijzingen opvolgen. De
                                voorzitter kan hen het woord ontnemen. De leden van de commissie
                                zijn gerechtigd aan de insprekers vragen te stellen over hetgeen
                                door dezen naar voren is gebracht. Hetgeen door de insprekers naar
                                voren wordt gebracht vormt echter geen punt van discussie tussen hen
                                en de leden van de commissie. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In uitzonderlijke gevallen, ter beoordeling van de commissie, kan
                                ook zonder dat het onderwerp op de agenda staat en ook zonder dat
                                daarover vooraf een mededeling is gedaan, door de voorzitter het
                                woord aan insprekers worden verleend. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij wijze van voorbereiding van de behandeling in de raadscommissie
                                kan een aparte insprekersbijeenkomst plaatsvinden, bijvoorbeeld als
                                het meer omvangrijke projecten betreft waarbij veel insprekers
                                worden verwacht. Het doel van deze insprekersbijeenkomst is het
                                bieden van de nodige ruimte aan belanghebbenden om in te spreken.
                                Tijdens de aparte insprekersbijeenkomst kunnen belanghebbenden
                                inspreken en kan de raadscommissie hierop reageren of vragen
                                stellen. Artikel 16, lid 1 is niet van toepassing bij een aparte
                                insprekersbijeenkomst. Zowel de voorzitter als de raadscommissie
                                kunnen besluiten tot het houden van een aparte
                                insprekersbijeenkomst. De voorzitter bepaalt of insprekers na afloop
                                van de aparte insprekersbijeenkomst de gelegenheid krijgen om in de
                                reguliere commissievergadering, voorafgaand aan de behandeling van
                                het agendapunt waarover de insprekersbijeenkomst is gehouden,
                                nogmaals in te spreken. Indien de voorzitter hiertoe besluit, is bij
                                de reguliere commissievergadering artikel 16, lid 1 tot en met 5
                                onverkort van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verslaglegging.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van ieder besproken onderwerp in een commissievergadering wordt,
                                onder de zorg van de aanwezige raadsadviseur, een verslag opgemaakt.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier is verantwoordelijk voor de tijdigheid en voor de inhoud
                                van het verslag. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verslag houdt een beknopte zakelijke weergave van het besprokene
                                in. Daarbij worden de visies van de fracties kort vermeld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie kan bij een afzonderlijk agendapunt besluiten dat een
                                meer uitgebreid verslag moet worden opgesteld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag vermeldt tevens de namen van de aan- en afwezige leden
                                van de commissie, van de aanwezige wethouder(s), van de burgemeester
                                en van de overige raadsleden die de vergadering hebben bijgewoond.
                                Indien nuttig worden tevens de namen van de aanwezige ambtenaren en
                                andere deskundigen als bedoeld in artikel 5 van dit statuut
                                opgenomen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verslag wordt ter vaststelling opgenomen op de conceptagenda
                                voor de eerstkomende commissievergadering. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Ingekomen brieven.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Brieven gericht aan een commissie worden door de voorzitter van de
                                commissie steeds geplaatst op de lijst van ingekomen stukken van de
                                eerstvolgende vergadering van de desbetreffende commissie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Brieven die betrekking hebben op een geagendeerd onderwerp worden
                                bij de behandeling van dat onderwerp betrokken. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De overige brieven worden ter voorbereiding van een nader in de
                                commissie aan de orde te stellen standpunt dan wel ter afdoening in
                                handen gesteld van de voorzitter van de commissie. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter stelt de briefschrijver in kennis in welke vergadering
                                van de commissie de ingekomen brief zal worden behandeld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In uitzonderlijke gevallen, ter beoordeling van de commissie, kan
                                deze bij het vaststellen van de agenda beslissen dat een brief, die
                                geen betrekking heeft op een geagendeerd onderwerp, desalniettemin
                                toch op de agenda wordt geplaatst. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Mededelingen en rondvraag.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie kan schriftelijk of mondeling
                                mededelingen doen aan de commissie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie kan een mededeling voor kennisgeving aannemen of een
                                nadere uitleg vragen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie kunnen bij de rondvraag aan de voorzitter
                                vragen stellen. Indien mogelijk wordt direct geantwoord. De
                                voorzitter kan hiervoor het aanwezige collegelid het woord geven.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een direct antwoord niet mogelijk is, draagt de voorzitter
                                van de commissie ofwel zorg voor schriftelijke beantwoording voor,
                                ofwel voor mondelinge beantwoording tijdens de daarop volgende
                                vergadering. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Interpretatie statuut.</titel></kop><al>Bij twijfel omtrent de betekenis of de toepassing van dit statuut en in
                            gevallen, waarin niet bij dit statuut is voorzien, beslist de voorzitter
                            van de commissie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Tijdstip inwerkingtreding en citeerartikel.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt onmiddellijk na bekendmaking ervan in
                                    werking. </al></li><li nr="2."><al>Op het tijdstip als bedoeld in het eerste lid vervallen het
                                    Commissiestatuut voor de vaste raadscommissies van advies
                                    gemeente Tilburg 1997 en de Verordening raadscommissie voor
                                    openbare orde en veiligheid 1997. </al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Statuut voor de
                                    raadscommissies gemeente Tilburg 2002. </al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 22 april 2002</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>