<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR263497_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Doetinchem 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gelderse Post, 20 maart 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Doetinchem 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1, onderdeel d, 8, lid 2, onderdeel b en 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-03-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG GEMEENTE DOETINCHEM 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Doetinchem;</al><al>gezien het advies van de sociale raad;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 27
                        februari 2013;</al><al>gelet op de artikelen 8, eerste lid, onderdeel d, artikel 8, tweede lid,
                        onderdeel b en artikel 36 van de Wet werk en bijstand;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Doetinchem
                        2013.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>- ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet
                                werk en bijstand (Wwb), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>de referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand
                                        aan de peildatum;</al></li><li nr="c."><al>peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de
                                        langdurigheidstoeslag ontstaat;</al></li><li nr="d."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet.
                                        Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32
                                        van de wet, voor de beoordeling van het recht op
                                        langdurigheids-toeslag als inkomen gezien;</al></li><li nr="e."><al>rechthebbend: een alleenstaande, alleenstaande ouder of
                                        gehuwden met recht op langdurigheidstoeslag;</al></li><li nr="f."><al>niet-rechthebbend: een alleenstaande, alleenstaande ouder of
                                        een gehuwde die op grond van de artikelen 11 of 13 eerste
                                        lid van de wet is uitgesloten van het recht op
                                        langdurigheids-toeslag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college van
                            burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>- RECHT OP LANGDURIGHEIDSTOESLAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig, laag inkomen</titel></kop><al>Aan de in artikel 36, eerste lid van de wet gestelde voorwaarde van het
                            hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende de
                            referteperiode het inkomen niet hoger is dan de voor belanghebbende
                            geldende bijstandsnorm. Een marginale overschrijding vormt hierbij geen
                            belemmering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden € 517;</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder € 465;</al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande € 364.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari
                                aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele
                                verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van dat jaar en de
                                gehuwdennorm van het daaraan voorafgaande jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van lid 3 worden de in lid 1 genoemde bedragen niet
                                aangepast indien de gehuwdennorm in het betreffende jaar lager wordt
                                vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een van de gehuwden op de peildatum als niet rechthebbende
                                partner wordt beschouwd, komt de rechthebbende in aanmerking voor
                                een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die zou gelden als
                                alleenstaande of alleenstaande ouder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>- SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening langdurigheidstoeslag
                            gemeente Doetinchem 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking, met terugwerkende kracht,
                                    tot 1 januari 2013</al></li><li nr="2."><al>De Verordening Langdurigheidstoeslag 2012 gemeente Doetinchem
                                    wordt gelijktijdig ingetrokken. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering</ondertekening><ondertekening>van 7 maart 2013,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag, bedoeld
                    ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan met inbegrip
                    van een component reservering, in beginsel toereikend is. Toch kan de financiële
                    positie van mensen die langdurig op een minimum inkomen zijn aangewezen onder
                    druk komen te staan als er na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te
                    zijn om door inkomen uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de
                    invoering van de Wwb in 2004 de langdurigheidstoeslag in het leven geroepen.
                    Sinds 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook is de
                    langdurigheidstoeslag sinds die datum een vorm van bijzondere bijstand. </al><al>De langdurigheidstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde belanghebbenden die langdurig een
                    laag inkomen hebben en daarbij geen vooruitzicht hebben op inkomensverbetering
                    (artikel 36, lid 1 Wwb). De gemeenteraad moet bij verordening regels vaststellen
                    over het verlenen van een langdurigheidstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 Wwb.
                    Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling
                    wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. De gemeenteraad
                    dient in de verordening eveneens de hoogte van de langdurigheidstoeslag te
                    bepalen. </al></nota-toelichting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Begrippen die zijn omschreven in de Wwb, Awb of de Gemeentewet worden niet
                        afzonderlijk gedefinieerd in deze verordening. Hiermee wordt voorkomen dat
                        in geval van wijziging van afzonderlijke definities in de genoemde wetten
                        ook de verordening langdurigheidstoeslag moet worden gewijzigd. </al><al>Lid 2 onderdeel b: referteperiode</al><al>In artikel 1, lid 2 onderdeel b van deze verordening is bepaald wat onder de
                        referteperiode moet worden verstaan: een periode van 36 maanden voorafgaand
                        aan de peildatum. Zie ook de toelichting bij artikel 3 onder
                        ‘langdurig’.</al><al>Lid 2 onderdeel c: peildatum</al><al>De peildatum is de datum waarop in enig jaar het recht op
                        langdurigheidstoeslag ontstaat. Het gaat dus uitdrukkelijk niet om de datum
                        waarop langdurigheidstoeslag is aangevraagd. Het is de datum waarop
                        rechthebbende langdurig een laag inkomen heeft, geen in aanmerking te nemen
                        vermogen bezit (zoals bedoeld in artikel 34 Wwb) en geen uitzicht heeft op
                        inkomensverbetering.</al><al>Lid 2 onderdeel e en f: rechthebbend en niet-rechthebbend</al><al>In artikel 1, lid 2 onderdeel e en f is een omschrijving opgenomen van het
                        begrip rechthebbend en niet-rechthebbend. Dit om ingewikkelde formuleringen
                        in artikel 4 van deze verordening te voorkomen.</al><al>Bij gehuwden waarbij een partner is uitgesloten van het recht op
                        langdurigheidstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de
                        voorwaarden genoemd in artikel 36 Wwb, kan de rechthebbende partner in
                        aanmerking komen voor langdurigheidstoeslag. De uitgesloten partner in
                        voornoemde situatie wordt in deze verordening aangemerkt als
                        ‘niet-rechthebbend’. Het gaat dan om de partner die op grond van artikel 11
                        of artikel 13, lid 1 Wwb is uitgesloten van het recht op bijstand,
                        bijvoorbeeld vanwege detentie. Dit moet onderscheiden worden van partners
                        die zijn uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag omdat ze niet
                        aan de in artikel 36 Wwb gestelde voorwaarden voldoen. Bijvoorbeeld als een
                        meerderjarige partner jonger is dan 21 jaar. In dat geval komen de gehuwden
                        niet in aanmerking voor langdurigheidstoeslag. Een verdere toelichting wordt
                        gegeven in artikel 3 van deze toelichting op de verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig, laag inkomen</titel></kop><al>De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaande aan de
                        peildatum wordt aangeduid als referteperiode.</al><al>Een referteperiode van vijf jaar, zoals artikel 36 Wwb (tekst tot 1-1-2009)
                        voorschreef wordt als te lang ervaren. Nadat belanghebbenden drie jaar (36
                        maanden) op een minimuminkomen zijn aangewezen, is er over het algemeen niet
                        veel reserveringsruimte over. Daarom wordt een termijn van drie jaar
                        aangehouden. Dit sluit ook aan bij de impliciet door de wetgever gegeven
                        termijn. De minimumleeftijd om in aanmerking te komen voor
                        langdurigheidstoeslag is door de wetgever teruggebracht van 23 naar 21 jaar.
                        Een belanghebbende is vanaf zijn 18<sup>e</sup> jaar voor de Wwb een
                        zelfstandig subject van bijstandsverlening.</al><al>Het begrip ‘langdurig, laag inkomen’ wordt ingevuld als een inkomen dat
                        gemiddeld niet hoger is dan 100% van de bijstandsnorm. Marginale
                        overschrijdingen van deze 100%-grens dienen genegeerd te worden (zie CRvB
                        19-08-2008, nrs. 06/1163 Wwb e.a.). Er is geen sprake van marginale
                        overschrijding als het totale inkomen op jaarbasis niet meer bedraagt dan de
                        voor dat jaar voor belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm
                        vermeerderd met het bedrag van de langdurigheidstoeslag die voor die periode
                        van toepassing is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gebaseerd op de huidige hoogte. Om
                        niet jaarlijks de verordening te hoeven aanpassen, is ervoor gekozen om de
                        hoogte jaarlijks automatisch mee te laten bewegen met de bijstandsnormen.
                        Omdat de bijstandsnormen in beginsel tweemaal per jaar worden geïndexeerd en
                        de langdurigheidstoeslag maar eenmaal, wordt steeds vergelijking gemaakt met
                        de bijstandsnormen van 1 januari van het voorafgaande jaar.</al><al>In het derde lid wordt bepaald dat de hoogte van de langdurigheidstoeslag
                        niet wordt aangepast indien de gehuwdennorm in een bepaald jaar daalt ten
                        opzichte van het voorgaande jaar. De bepaling van de hoogte van de
                        langdurigheidstoeslag is niet wettelijk verbonden aan de ontwikkeling van de
                        gehuwdennorm, maar is ter invulling aan het college. Het college kiest
                        ervoor de langdurigheidstoeslag niet automatisch mee te laten dalen als
                        landelijk de bijstandsnormen worden verlaagd, maar de hoogte van deze
                        toeslag in dergelijke gevallen te bevriezen. </al><al>Het vierde lid gaat in op de situatie dat nog slechts een partner recht
                        heeft op langdurigheidstoeslag. In dit geval komt dit gezinslid in
                        aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor een
                        alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Intrekking en inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>